Prev-IndexNL-Next

Nederlog


August 8, 2014
Autobio: 1983 - Meer terreur, UvA, scheiding
Sections
Introduction

1. Meer terreur

2. De UvA
3. Anna
4. Stephanie: ik vlucht naar Engeland
5. Een woning

6. Anna en ik uit elkaar
7. Pamela

8. Sum-up of 1983   

About ME/CFS


Introduction:

This is a Nederlog of August 8, and is another part of my autobiography, namely of 1983. The rest is mostly in Dutch, apart from part 8, that is only in English.

And there will be an Englis crisis log later in the day.
 
1. Meer terreur

De terreur van de waanzinnige die naast ons woonde, samen met de geluidsterreur van de man die boven ons woonde, en die eigenlijk alleen dronk en feestte, gingen onverminderd door en werd sterker nadat gebleken was dat de politie alleen kwam als de lijken al over de vloeren liggen en dat er bovendien helemaal niemand was die werkelijk wat voor ons deed. [1]

Anna en ik hadden alles gedaan om er een eind aan te maken, maar levend naast een sadistische gek en onder een egoist die gemerkt hadden dat ze konden doen en laten wat ze wilden, aangezien niemand tegen hen optrad, afgezien van enkele volkomen zinloze "standjes" van de huisbeheerders, werd de terreur alleen maar erger, en vooral ik werd steeds moeier en steeds depressiever, het laatste vooral vanwege het totale gebrek aan enige rechtsbescherming, met een politie die gewoon langskomt om te zeggen dat ze niets doen aan bedreigingen en pas komen als je dood bent, en ook vanwege het voortdurende en slopende slaapgebrek.

Anna sliep iets minder beroerd, maar had ook veel last, en werd, net als ik, steeds prikkelbaarder. Uiteindelijk liep het in Maart zo uit de hand dat ik in elkaar geslagen werd en mij werd verteld dat mijn ballen eraf gesneden zouden worden als ik nog één keer durfde te protesteren.

Wat ik uiteindelijk deed begin April 1983 was uit mijn huis vluchten op zoek naar een adres waar ik behoorlijk bij kon slapen, omdat ik dat toen bijna anderhalf jaar lang voortdurend niet genoeg geslapen had, en steeds zieker werd.

Het enige adres dat ik kende waar dat wellicht mogelijk was, was Stephanie, met wie ik nog steeds incidenteel goed kontakt had, en die ondertussen twee kinderen had, maar overwegend alleen woonde. Ik ging dus naar Engeland op 4 april 1983, en neem het verhaal daarover op in sectie 4.

2. De UvA

Ondertussen waren er in Mei 1982 verkiezingen voor de Universiteitsraad (UR) geweest, en was de NASA erin geslaagd één zetel te krijgen in de UR, en daarnaast ook verschillende zetels - bij archeologie, arabistiek en rechten, dat ik me herinner - in verschillende faculteiten in de ook in Mei gehouden verkiezingen voor de faculteitsraden.

Ik had duidelijk gezegd dat ik ziek was, al jaren, en vrijwel zeker te weinig energie had om in de UR te gaan zitten, al was ik verreweg de beste spreker, en zo gebeurde ook: Hans C. nam de plaats in de UR in voor de NASA, al is het wel zo dat ik bij de meeste UR-vergaderingen aanwezig ben geweest, en nogal wat vragen bedacht die Hans dan stelde.

Eén van de eerste dingen die ik daar deed was mr.dr. Cammelbeeck doen vragen waarom de Universiteit van Amsterdam niet de jaarlijks verplichte jaarrekeningen opgemaakt had, dat feitelijk door een één-tweetje tussen de ASVA en het College van Bestuur geregeld was, hoewel in tegenspraak was met de wet (die het CvB ongetwijfeld kende, net als ik, maar de ASVA waarschijnlijk niet).

Het enige resultaat daarvan was dat Cammelbeeck iets als een toeval en een woede-uitbarsting kreeg, waarin hij me herhaalde malen verzekerde "Nóóit meer iets voor [mij] te zullen doen", kennelijk in de veronderstelling dat ik een lid van de ASVA was, voor wie hij dingen regelde, anders dan voor mij of de NASA: Hij heeft helemaal nooit ook maar iets voor me gedaan, al liet hij me wel vervolgen omdat Anna en ik weigerde huur te betalen voor een woning waarin we niet konden slapen en ook niet konden studeren.

Ook deelde ik er snel een stuk uit dat in 1988 gedeeltelijk is opgenomen in mijn "Hoeren van de Rede", waarvoor ik in 1983 heel hartelijk bedankt werd door een Kroonlid van de UR [2], die me vertelde nog nooit zo een goed stuk gezien te hebben (in of rond de UR neem ik aan - maar het wás een goed stuk).

Maar uiteindelijk kreeg de NASA niets gedaan: Ze hadden 1 stem, en aangezien alles bij meerderheid van stemmen ging, en de ASVA altijd de absolute meerderheid had, kregen we niets gedaan, trouwens ook omdat de ASVA, zeker in dat jaar, extreem onredelijk was, en - zoals ik pas in 1991 leerde - voortdurend aangestuurd werd door het Amsterdamse distriktsbestuur van de CPN, waar de hele toenmalige leiding van de Asva lid van was, iets dat ze ook al niet zeiden.

Hoe het zij: Het was voor mij heel weinig hoopgevend, en daar
kwam bovendien bij dat ik voortdurend ziek en doodmoe was, en ook bevonden had dat vrijwel niemand in de NASA originele of bruikbare ideeën had, zodat toen ik ergens in Maart onderhouden werd door een medestander die mij verweet dat ik van "ontspoorde religies" gesproken, dat hij beledigend achtte, ik de hele boel de boel liet, en er direct en volledig mee uitscheed.

3. Anna

Met Anna ging het ook niet goed, niet door haar of mijn schuld, maar door de geluidsoverlast en slaapgebrek: ze werd steeds prikkelbaarder, en was regelmatig onredelijk, zoals over de plaats van een lucifer-doosje. Maar het was vooral vanwege te weinig slaap en teveel spanning, en met mij ging het ook niet goed om dezelfde reden. We hielden nog wel van elkaar, maar we sliepen allebei niet genoeg, en leden allebei op diverse manieren onder de spanningen.

Uiteindelijk besloot ik naar Engeland te gaan, ook al omdat ik héél weinig keus had, en alleen Stephanie mij een maand te slapen kon hebben. Anna was het hiermee niet eens, en was - geheel nodeloos - jaloers op Stephanie, maar ze was het wel met me eens dat ik althans voor het moment er wijs aan deed niet op de Nwe Keizersgracht te willen blijven.

4. Stephanie: ik vlucht naar Engeland

Ik ging dus op 4 april met de boot en de trein naar Engeland, en het bleek inderdaad dat ik welkom was bij Stephanie, al hadden we elkaar in geen negen of tien jaar gezien.

Ze woonde nog steeds op Clarendon Square, waar ze ook woonde in 1972, en had ondertussen twee kinderen: Een meisje van 9, dat Shan heette, en een jongen van 5, die Karl heette, naar Karl Marx.

Ik vond haar weinig veranderd, al was ze ondertussen 40. Ze zag er ongeveer hetzelfde uit als 10 jaar eerder, behalve dat ze moeier oogde, dat geheel niet vreemd was met twee jonge kinderen, en ze leraarde nog steeds, dat haar net voldoende geld opbracht om de kinderen overwegend zelfstandig op te voeden en redelijk wat tijd aan ze te besteden.

En ik vond haar nog steeds erg aardig, zoals zij mij, maar was zeker niet verliefd op haar, en was ook geheel niets van plan: in feite was het enige dat ik echt wilde rust, rust, rust.

Die kon ik ook vinden bij haar, en ik heb werkelijk veel geslapen, want dat lukte onproblematisch zonder geluidsoverlast of nachtelijke operas, en ik knapte daar ook behoorlijk van op in de zes weken dat ik er was.

Stephanie was weinig veranderd, maar had iets meer oog voor haar eigen psychologische problemen, waarvoor ze in 1983 counselde. Dit was een soort psychotherapie en/of ondersteuning door lotgenoten, zonder een psychiater of psycholoog. [3]

Ze was intellectueel ook weinig veranderd, en was nog steeds bijzonder scherpzinnig en zeer goed in debat, en vond ook dat ik conservatiever was geworden, waar iets van waar was, omdat ik weinig om gewone politiek gaf, en iets minder radikaal was dan ik in 1972 was, maar overigens nogal overdreven - en ik deed ook aan politiek, althans de universitaire politiek, maar ik kon daar weinig van kwijt, omdat de Nederlandse situatie volstrekt anders was dan de Engelse.

Ze had ook een vriend, met wie ze niet samenwoonde maar wel veel optrok, die John heette en die ik aardig vond.

Ik ben er uiteindelijk een week of zes gebleven, omdat dit kon, en omdat me dit werkelijk hielp, eenvoudig omdat ik er normaal en rustig
kon slapen.

Bovendien vond ik nog iets uit dankzij Stephanie. Ze had namelijk in verband met haar eigen gezondheidsproblemen een paar potten met grote hoeveelheden vitamines gekocht, vnl. B en E vitamines
[4], en had dat geprobeerd, maar zonder er door geholpen te worden.

Ik zag de pillen, vroeg wat het was en kreeg de uitleg die ik zojuist gaf, en vroeg haar of ik 't ook eens mocht proberen, wat mocht, en dat ik deed door om een uur of 8 's avonds B en E te nemen, geheel zonder enig geloof, voor of tegen. Ik ging om 10 uur naar bed en was vanaf 10.30 plotseling energieker dan ik in vele jaren geweest was.

De volgende dag deed ik dat opnieuw, en hoewel ik niet meer zo energiek werd, kon ik wel een stuk makkelijker lopen. En dat was een echte ontdekking: 't Eerste dat me de afgelopen 4 1/2 jaar werkelijk geholpen had, ook zonder dat ik er iets over geloofde.

Het probleem was dat vitamines van deze soort op dat moment niet in Nederland te krijgen waren (dat begon een paar jaar later pas), maar ik kon ze bestellen in Engeland en deed dat aanvankelijk, en kon ze daarna een flinke tijd betrekken via Lynne, die een alternatief genezer aan het worden was.

Maar dit werd pas echt relevant vanaf 1984, en ik zal het er dan over hebben.

5. Een woning 

Ik kwam half Mei terug in Amsterdam. Anna was nog steeds gespannen, en was inderdaad ook niet weg geweest, en ze was ook boos en jaloers vanwege Stephanie, hoewel ze daar écht geen reden voor had - maar dat was erg moeilijk duidelijk te maken. [5]

Iets wat ons ook aanzienlijke moeilijkheden berokkende was dat we in 1982 een woning hadden aangeboden gekregen door het GDH, die ik ook geaccepteerd had, omdat het een behoorlijke woning was en ik het ook heel goed had kunnen vinden met de eigenaar, wat voor Anna en mij een bijzonder grote vooruitgang had betekend, en waarvoor ik ook weer redelijk wat moeite gedaan had, toen ons plotseling, weer door het GDH, de woning geweigerd werd, om volledig onduidelijke redenen, en ondanks overeenkomsten, afspraken en wederszijds goed vinden door de eigenaar en mij dat Anna en ik de woning zouden krijgen.

We kregen 'm niet en hoorden ook niets meer - tot ons een woning aangeboden werd ergens rond half Juli 1983, waar we ook bijzonder snel over moesten beslissen.

De woning bleek heel mooi: een penthouse (2 verdiepingen) en in de Tuinstraat 11 te zijn, en de huur leek heel  redelijk, dus ik accepteerde - maar toen bleek de huur 100 of 150 gulden meer te zijn per maand dan mij voorgespiegeld was. Feitelijk was dat te duur voor me, maar we hadden geen keus, en konden altijd proberen te ruilen. 

En er was nog wat:

6. Anna en ik uit elkaar

We besloten uit elkaar te gaan, althans in de zin dat ik naar de Tuinstraat zou verhuizen en zij op de Nwe Keizersgracht zou blijven, en we zouden bezien wat er tussen ons mogelijk was: we moesten in ieder geval bijkomen.

Dit was een behoorlijk ingewikkelde beslissing met veel relevante factoren: We waren nu 5 jaar samen maar 4 1/2 jaar allebei ziek geweest; Anna en ik lagen elkaar persoonlijk en sexueel heel goed, maar een stuk minder intellectueel; en we hadden een paar bijzonder moeilijke jaren doorleefd, waarin we allebei zieker en ook wederszijds geïrriteerd
werden, want hoewel we het eens waren over de doelen was Anna veel omzichtiger dan ik (waarin zij praktisch gelijk had).

Het voornaamste punt was het samen ziek-zijn, waardoor feitelijk geen voor de ander kon zorgen, en we allebei extra gehandicapt waren doordat we een gehandicapte partner hadden en zelf gehandicapt waren. Bovendien was Anna toen 28 en ik 33, en ze was uiterlijk heel aantrekkelijk, terwijl ikzelf ook goede kansen had een nieuwe en gezonde vriendin te treffen.

Ik zei al dat de beslissing moeilijk was, en in het begin waren we ook samen zowel op de Nwe Keizersgracht als in de Tuinstraat. Maar Anna vond het alleen zijn wel prettig, en was overigens nog heel gespannen,
althans bij gelegenheid, en ze besloot op 19 Oktober, toen ik bij haar was op de Nwe Keizersgracht, dat ze me de deur uit wilde zetten, en had, toen ik niet meteen aanstalten maakte, vooral vanwege échte grote moeheid, terwijl ik overigens niet onredelijk was, zelfs de politie gebeld.

Ik ben toen gewoon weggegaan, maar dit was voor mij wel een breekpunt. Ook dit kristalliseerde niet meteen uit, maar het wás wel zo, ook toen Anna later weer aardiger werd: ze had me niet op dergelijke wijze uit huis moeten zetten.

Wellicht was ook dit bijgelegd of overkomen, want het ging evident terug op haar gespannenheid, en niet op kwade wil, maar ik ontmoette enkele dagen later een nieuwe liefde, of althans: zo verscheen ze, initieel, want uiteindelijk duurde de liefde niet langer dan een maand, al bleven we daarna wel jarenlang heel goed bevriend, en gingen we veel met elkaar om in 1984 en 1985.
 
7. Pamela

Feitelijk heb ik 89 keurig getiepte A4-paginaas journaal voor 1983, toen ook geschreven. Dit begint
op 18 Oktober, en gaat door t/m 27 December, met 2 paginaas van 13 Juli en 16 Augustus, maar ik zal dit journaal hier niet citeren, op
een pagina na, die zometeen volgt, en nog een kort stukje.

De reden om het niet te citeren is dat het zowel te uitgebreid als te persoonlijk is - maar hier is het allereerste begin, van 13 Juli 1983. Het origineel is in het Engels:
13.VII.1983: There is hardly any point in summarizing my life at present: It is too complicated & too awful. Only three good things happened to me in the recent past: A trip to Stephanie in England, from April 5 - May 15; the discovery of William Hazlitt, in the beginning of this year; and the fact that after much difficulty & misery I'll get a new house in a few days.
Hazlitt (<- Wikipedia) was écht een vondst, want hij en Multatuli zijn de beste schrijvers die ik ken [6], van iedereen die ik gelezen heb, dat bijzonder veel is, en Hazlitt was een stuk beter opgeleid, overigens voornamelijk door zelf te lezen, dan Multatuli.

Hazlitt was de meester van het essay, en is daarin - vind ikzelf lang niet alleen, zoals ik sinds 1983 uitvond, waarin ik alles gelezen heb dat van hem te krijgen is, m.u.v. waar ik geen geld voor heb (maar ik heb de pdf's) - de absolute meester in het Engels, beter dan Francis Bacon, beter dan dr. Johnson, beter dan Charles Lamb (die ik allemaal ook gelezen heb), en beter dan iedere andere essayist die ik gelezen heb (vele).

Ik begrijp overwegend waarom hij tegenwoordig weinig gelezen wordt: Hij stierf in 1830, met als laatste woorden "Well, I've had a happy life"; hij schreef vooral over onderwerpen die tegenwoordig als "intellectueel" gelden; zijn zinnen zijn veel te lang voor moderne intellecten (maar bijzonder fraai en altijd zowel lopend als  rhytmisch); en hij was zowel exceptioneel intelligent als een individualist - maar  't ontgaat me toch enigszins waarom iemand die evident bijzonder goed schreef, volgens zeer velen die bekwaam zijn daarover te oordelen, en die zoveel te zeggen had en zei, niet althans enigszins populairder is dan hij feitelijk is. Zou het echt komen omdat de grote meerderheid eenvoudig niet in staat is Hazlitt's bijzonder goede Engels moeiteloos te volgen? En ook eenvoudig te weinig weet van de meeste onderwerpen waar Hazlitt het over heeft? Het lijkt er wel op. [7]

Nu naar Pamela. Pamela was een actrice, danseres, en schrijfster die ik op 23 oktober ontmoette bij een optreden van haar in De Melkweg (waar ik toen vrij toegang toe had omdat mijn broer er werkte). Ze was enkele jaren ouder dan ik,
bijzonder intelligent, heel mooi, en vrijgevochten: ze regisseerde, schreef, voedde een dochter op, acteerde af en toe in films, en deed overigens wat ze wilde, waarin ze geheel andere interesses had dan ik. En ondanks haar grote intelligentie had ze niet gestudeerd, wat haar ook deed verschillen van de vrouwen waarmee ik samengewoond heb, van wie alleen Stephanie intelligenter was.

De reden dat ik voor haar viel lag een stuk minder aan haar uiterlijk (wel heel mooi, maar niet mijn type) dan aan haar taalgebruik: haar voordrachten waren heel goed, en haar gewone konversatie vaak ook: ze had een heel heldere geest, die ze behoorlijk gebruikte, al liet ze zich ook makkelijk afleiden door haar noden, behoeften en interesses, en al was ze ook niet gedisciplineerd, behalve voor haar werk.

Ook was ik sinds Carolien, in 1968, niet meer gevállen: ik had vele mooie vrouwen gezien; ik had er met in ieder geval twee - Stephanie en Anna - samengewoond; maar ik was nooit meer onmiddellijk door de knieën gegaan, zoals me wel gebeurd was met Edith en Carolien, op mijn 16e en 18e, terwijl ik toch zeker vier keer verliefd geworden was, maar langzamer, en op basis van ervaring, en niet door liefde op 't eerste gezicht.

Laat ik trouwens iets opmerken over "love at first sight". Ik weet uit eigen ervaring dat het bestaat, en bijzonder sterk kan zijn, maar het is ook een feit dat het verder geheel niets zegt over de kwaliteit van een relatie, zo die al plaats vindt. Het is feitelijk een volstrekt persoonlijke reactie die teruggaat op je eigen individuele esthetiek, waarmee de persoonlijkheid van de aanbedene gewoonlijk weinig of geen enkel werkelijk kontakt heeft. Althans, dat is mijn ervaring, waarvoor ook logische gronden gegeven kunnen worden die ik hier weglaat.

En het is ook zo, alweer in mijn ervaring, en ook weer met logische gronden die ik onbehandeld laat, dat van de twee manieren waarop ik verliefd word, de eerste door liefde op het eerste gezicht, en de tweede door een liefde die groeit uit bekendheid en vriendschap, en gewoonlijk - zeker in mijn geval - ook snel, de eerste spectaculairder en emotioneler is, maar de tweede, uiteindelijk, beter en verstandiger is, en ik was ook via de tweede manier verliefd geworden op Stephanie, Agnethe en Anna.

Pamela had een bijzonder goed verstand, een grote aanwezigheid, en een zeer interessante konversatie, althans als ze werkelijk geïnteresseerd was. Hier is een beschrijving uit 1983 van mijn gevoel van verliefdheid, dat toen drie weken oud was:
14.XI.: Ik had nooit geloofd dat ik zó aangedaan zou kunnen zijn van een vrouw. Dit is ... nou ja, wat is dit? Dit is extase, en het is
nu en dan zó intens dat het pijn doet: Ik ben een kolkende, kreun-
ende stroom van verlangen & verbazing, van vreugde en angst, van behoefte en vrees: Ik wil haar hebben; ik moet haar hebben; ik wil met haar & bij haar zijn, en ons verheugen en verwonderen - to celebrate life & love. Maar o god! Wat als het niet doorgaat? Wat als er iets misloopt? Wat als ik me vergist heb? Wat dan? Opnieuw: Dat doet er niet toe - en ze is vrij: Vrij te doen en laten wat ze wil & hoe ze is. Ik wil haar niet mijn wil opleggen, al zou ik het kunnen: Ik wil dat ze is zoals zij wil zijn. En als wij mogelijk zijn dan moet dat groeien (hoewel hier voor mij eerder sprake van satori is), en o.g.v. wederszijds begrip, instemming en passie gebeuren, if at all. Zó moet het zijn, en wat er ook gebeurt: Het zal goed zijn, het zal de moeite waard zijn, en ik kan niet anders dan ik doe, en ik wil niet anders dan ik ben. Incoherence, your name is emotion. But yet, yet consciously enjoyed emotion is the well-spring of life; yet to love and be utterly astounded by a person is life's most beautiful and intense experience, even if it hurts. If my satisfaction will equal my anticipation, total bliss shall be my share; if not, I shall be hurt. But she is worth it; I am worth it; life is worth it. And thus it is & forever will be: Life is beautiful and horrible, and good because one is free to choose; to refuse to see both sides is stupid; and not to surrender to it; not to accept it on the terms given; not to face and seize one's opportunities; not to live up to one's visions, is both cowardly and stupid. So here I am and there she is, and she may take me in any way she pleases. Never did I behold a woman I think more highly of. "And God saw every thing that he had made, and behold, it was very good. And the evening and the morning were the sixth day." And tomorrow she will come and I will see her.
De korte samenvatting is - echter - dat ik een maand hevig verliefd was, en dat dit de volgende maand, toen ik haar een stuk beter leerde kennen, inzakte tot een wederszijds gevoel van sterke vriendschap: we leken op elkaar, maar we hadden heel andere fundamentele interesses; zij was mijn visuele type niet, en ik het hare niet; en hoewel we het heel goed samen konden vinden, en in 1984 en in 1985 veel tijd aan elkaar besteedden was het mij al in 1983 duidelijk dat dit het maximaal haalbare was - en dat was haar duidelijk vanaf het begin: ik was voor haar interessant en bruikbaar als incidentele partner en goede vriend, maar niet als geliefde, en daar dacht ik vanaf eind december 1983 hetzelfde over.

Tenslotte is er deze Engelse samenvatting van 1983, die mijn journaal voor
1984 opent en in het begin van 1984 geschreven is, en ook terugkijkt op
de eerste 3/4 van dat jaar, die behoorlijk tot zeer afgrijselijk voor me waren:

8. Sum-up of 1983

The general judgement upon my life in '83 is that it has been the worst
year of my life: Most of the time I was ill, harassed, threatened,
abused, unproductive and feeling bad. Indeed, it is no overstatement
to say that I have not felt well for more than 14 weeks in '83, and
that was only psychological, not physical: When I was with Stephanie,
in the early Spring of '83, and when I was in love with Pamela, around
November. Actually, to say "I have not felt well for more than 14 weeks
out of 52, so my life was miserable" seems a little odd - there's much
to be endured and little to be enjoyed in life, as the Doctor remarked
(walking in new and narrow shoes?), and more than 25% of good days, some
of which of great ecstasy, seems much better than the human average, as
most men seem to feel miserable most of the time. (Does this seem an
exaggeration? Well, firstly I hardly ever see a man who seems both sane
and happy [8]: If you judge people by their appearances life is mostly a
serious, threatening and rather fearsome affair. Secondly, if happiness
is to do as you please when and how you please to do it [9], few people may
be happy without delusion, for few people can don as they please. Third-
ly, there's reason to believe people act as they feel: People do unto
others as they are done to, and they wish to do unto others as they're
done to. So if the world is bad because people act bad, the world is
bad because people feel bad [10] - indeed both "because"s might be repla-
cedn by "iff"s. Anyway, it does not feel much of an exaggeration to me
- and those who do thrive in this society and by its mores and ideolo-
gy tend to be cramped, stupid phonies.)

To return to the appreciation of my experiences: Even if 1 day out of
4 was a good day in '83 it was a very bad year, for I felt ill nearly
every day, and felt bad, sometimes very bad, all the days I did not
feel good. And this means that I have been quite unproductive, which I
do not like at all. Another point is that my well-being was not of my own
making, but was accidentally thrown in my lap: I went to Stephanie to es-
cape attacks on my person by yahoos (..) and had a very pleasant time
through no design of my own; I accidentally met Pamela and fell in love,
which gave me moments of great ecstasy, but again through no design
of my own. And good luck tastes well, but not as good as success, if only
because happiness you made you can attribute to yourself, and possibly
remake it.

Also, nearly everything I did do in '83 I did not want to but was
forced to, and that is a very galling thing.

What is the factual outcome? [11] I did not advance an inch to my degree;
I am persecuted by creditors I neither want to nor can pay; I have lost
my relation with Anna; I am still ill; my financial situation is very
bad; I have lost most of my possibilities and prospects to get a Ph.D.
or be in a university after I get a degree; I did get a good house; I
have solved some of my intellectual problems, which may make me
known as a philosopher, if I can publish it; I discovered Hazlitt; I
discovered, fell in love, and formed a friendship with Pamela; I read
a lot of fair to excellent books, saw some good shows and films; I met
Stephanie (..) after 10 years, and was very well pleased; I met
some other interesting people (Erdwin, Rasko, Cheryl); I heard some
good music a.s.o. The lowlights are probably the persecution by yahoos
(yes: it is man's inhumanity to man that is the basic human problem);
the end of my relation with Anna; the loss of my prospects; and my fi-
nancial situation: the highlights Hazlitt, (..) and Pamela. (...)

I should also remark that if it weren't for the yahoos, and apart from
the ending with Anna, '83 would have been personally interesting and
worthwile year, even if it wasn't from the productive point of view:
Since I felt so bad most of the time, I've done very little; and if I
didn't feel bad, I felt so good that I couldn't produce intellectually
either. (...)

And a final remark is that I am, as a result of my experiences, more
& more growing into a social misanthrope, of the Swiftian kind and the
Hazlittian variety: "Hated by fools, and fools to hate/Be that my motto
and my fate" for "I cannot but conclude the bulk of your natives to be
the most pernicious race of little odious vermin that nature ever suf-
fered to crawl upon the surface of the earth" (Swift) and "I believe in
the theoretical benevolence and practical malignity of man" (Hazlitt).

There are too many immoral idiots in the world for the few reasonable
and rational men to be happy: Happiness in this world is only for idi-
ots, or for those who know how to avoid them. The art of life is the
art to avoid the mad masses, and select and be selected by the few
rational and reasonable individuals; the problem of life is that such
good individuals are, and have always been, a small and often persecu-
ted minority."

-------------------------------------------------------------------------

En de bovenstaande Engelse samenvatting is adekwaat.

---------------------------------
P.S. 10 aug 2014: Twee spelfouten gecorrigeerd. Overigens is dit deel nu deel 26 van mijn autobiografie, en zal daar, maar niet hier, ongetwijfeld nog iets veranderd worden.
P.S. 30 okt 2014: Ik heb vandaag deel 8 toegevoegd, dat in feite mijn journaal
uit 1984 opent (waarin het veel beter met me ging) en dat van begin januari 1984
dateert.

Notities
[1] Ik heb dat van 1981-1983 drie jaar lang meegemaakt, en het vervolgens nog een keer vier jaar lang van 1988-1992 op een ander adres in andere omstandigheden, en het heeft mijn mensbeeld fundamenteel veranderd:

De meeste Nederlanders geven niet om hun medemensen, zeker niet als ze er niet mee bevriend zijn of niet tegenop kijken als voetbalheld of volkszanger, en wensen niet het risico te lopen op te treden tegen evidente overtreders van de wet, omdat die dan wel eens boos zouden kunnen worden.

U hoeft het niet met me eens te zijn, maar u hebt zeker niet in totaal 7 jaar lang bij alles en iedereen beleefd aangedrongen op het handhaven van je menselijke en burgerlijke rechten tegen evidente terreur, waar je aan bloot gesteld wordt zonder te kunnen ontsnappen omdat je ziek bent, zonder ooit geholpen te worden door enig persoon, behalve dat ik aan het eind van die 7 jaar kon vluchten naar een andere woning dankzij de steun van mijn huisarts (die oorspronkelijk geen Nederlandse was).

Dit is ook mijn verklaring voor de moord op meer dan 1% van de Nederlandse bevolking in de Tweede Wereldoorlog omdat ze van minderwaardig ras zouden zijn: Het interesseerde de grote meerderheid veel te weinig er iets effectiefs tegen te doen, en inderdaad laten zowel Presser, als Karel van het Reve als Rentes de Carvalho weten dat het anti-semitisme onder Nederlanders nooit zo sterk was als in de vijftiger jaren, toen de Nederlanders allemaal van Auschwitz wisten.

[2] Zo heette dat. Feitelijk was het iemand van buiten de universiteit die formeel benoemd werd als Kroonlid, om deel te nemen aan de UR-vergaderingen van de UvA, waarin ze ook - als ik me goed herinner - mee stemden, al maakte dat geen verschil, want er waren maar 2 of 3 Kroonleden.

Uiteindelijk was ook dit een wassen neus: In 1971 had minister Veerman besloten de Nederlandse universiteiten over te geven aan de studenten, door een  soort parlementaire constructie te kiezen voor de universiteiten, met een bestuur door de UR als parlement, en met het CvB als regering.

In de UvA betekende dit 23 of 24 jaar - tot 1995, toen het systeem weer werd afgeschaft door de Tweede Kamer - een combinatie van bestuur door de PvdA-leden van het CvB, gesanctioneerd door de ASVA, die altijd de absolute meerderheid hadden. Het was links-totalitair bestuur, als in een sovjet, ook al omdat de ASVA, zeker tot 1985, toen ze overgingen op het postmodernisme, vooral uit CPN-leden bestond.

[3] Ik vond het verstandig dat ze iets deed, maar ben tegenwoordig meer een voorstander van counseling dan ik in 1983 was: ik denk nu dat je de meeste psychiaters en psychologen niet kunt vertrouwen, en dat ze heel weinig kunnen, veel liegen, en duur zijn. Bovendien functioneerde Stephanie normaal: ze verdiende haar brood als lerares Engels, en voedde haar kinderen overwegend zelfstandig op.

[4] Dit werd wat later, hoewel nog wel in de 80er jaren, behoorlijk bekend als "voedingssupplementen", die in mijn geval, bij de hoeveelheden die ik gebruikte,
bekend was als
orthomoleculaire geneeskunde, dat uiteindelijk vooral terug ging op werk en ideeën van Linus Pauling (<- Wikipedia). Pauling was één van de grootste wetenschappers die er ooit geweest zijn, en voor mij woog het zwaar dat hij een voorstander was van megavitamines en orthomoleculaire geneeskunde, waarvan de term en de fundamentele ideeën ook weer terug gaan op Pauling.
Maar ik wist dit alles pas later: Geheel in het begin was er heel weinig literatuur over te vinden, althans voor mij (en geheel zonder internet).

Ik denk nog steeds dat orthomoleculaire geneeskunde een rationele en wetenschappelijke vorm van geneeskunde is, al zal vast niet alles erin kloppen of goed gefundeerd zijn, maar ik heb er meer aan gehad dan aan de normale geneeskunde. Het zal echter, althans voorlopig, weinig meer dan een randgebied blijven, omdat er weinig geld is voor onderzoek, dat vooral komt doordat vitamines en mineralen niet patenteerbaar zijn, en er dus geen grote winsten van te verwachten zijn voor de farmaceutische corporaties.

[5] Anna was écht jaloers, en had het ook nooit prettig gevonden als ik over mijn eerdere vriendinnen sprak, dat ik vrijwel altijd lovend deed, en zonder haar te kritiseren. Ik nam haar dit niet kwalijk (want ze hield veel van me en was daarom jaloers), maar het maakte het niet makkelijker, ook al omdat ikzelf echt geen verhouding met Stephanie meer wilde, al sinds eind 1973: ze was te vaak te vreemd, en ook erg onvoorspelbaar, en ik was het over teveel dingen radikaal met haar oneens.

[6] Er is nog één schrijver die bijna even goed is: Montaigne. De reden dat ik hem iets lager stel dan Multatuli en Hazlitt liggen niet in z'n talenten of z'n  schrijfstijl, maar aan het feit dat hij iets minder duidelijk is dan de twee anderen.

[7] Ik denk echt dat dit de verklaring is: hij was te bijzonder, en hij schreef te goed en in te lange zinnen om door moderne intellectuelen, die vrijwel allemaal aanmerkelijk minder intelligent zijn dan hij, werkelijk geaccepteerd en vanzelfspreken geapprecieerd te kunnen worden. Mocht er ooit een beter opgeleide en meer intelligente stand van intelligentsia komen, dan zal hij ongetwijfeld aanzienlijk meer gelezen, begrepen en gewaardeerd worden.

[8] Dat is nog steeds een feit voor me, alle dertig jaren die sindsdien verstreken zijn. En kent u een mens die zowel intelligent als werkelijk gelukkig is? En ik bedoel: Gedurende lange tijd, niet incidenteel? Ze bestaan, maar - voorzover werkelijk intelligent, wat maar weinigen echt zijn - alleen door een gelukkig huwelijk en het zich heel bewust, en vrijwel volledig en constant, isoleren van een groot deel van "de samenleving".

[9] En dit is mijn definitie van geluk: Doen wat je wilt, waar en wanneer je wilt.

[10] Inderdaad - en dit is een diepere theorie dan het lijkt: Mensen maken andere mensen ongelukkig omdat ze zelf ongelukkig zijn, want werkelijk gelukkige mensen maken andere mensen niet ongelukkig.

[11] Deze paragraaf is een goede samenvatting van 1983, voor mij.


About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail