Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  August
1, 2014
me+M.E.:  Over geestelijke gezondheid  en gestoordheid  -  II
Sections
Introduction
II. Over het bewustzijn en de persoonlijkheid
About ME/CFS


Introduction:

This is a Nederlog of August 1, 2014. This is not a crisis file and is mostly in Dutch and about psychology and psychiatry.

It consists of part II of "Over geestelijke gezondheid en gestoordheid" i.e. "About mental health and disturbance". Part I was found as a photocopy of the first 13 pages on May 19 of 2013 and published two days later.

I can say now a little more about the essay and when it was written, for in July 2014 I found the much longer original of it, that was typed in 1986 or 1987, quite carefully also: I did a lot of work then (and was a lot healthier from 1984-1987 than before or since).

At that time I was living with a girlfriend who had developed schizophrenia, not because of me, but because of a combination of her pretty insane family and education, and because she took something like a combination of cocaine and speed, briefly after I first met her and fell in love with her. (I had nothing to do with her taking cocaine and speed: I do not take such drugs and do not like others to do so either.)

In fact, I convinced her that she had schizophrenia, which was rather easy to do with the help of psychiatric literature I had, especially Spoerri's "Elemente der Psychiatrie" (in German), which listed her symptoms consecutively: Yes, she heard voices; yes, she thought everybody was thinking about her and watching her; yes, she was a witch a.s.o.

I also brought her to her GP, for I thought real professionals should help her, and her GP referred us to various psychiatrists and a psychologist who struck both of us - since she was far from stupid, and still functioned - as strange, manipulative or dishonest, and so it fell to me, after some months of trying to get professional help, and having very strange experiences with "professional helpers", to try to help her as best as I could.
[1]

In fact, I was quite successful: I got rid of most of her symptoms from 1986 to 1987; got her inscribed in the UvA as a student of psychology in 1987; and generally helped her a lot, mostly at the cost of other things I could have done and also at the cost of several friendships (for she was for several years mostly incapacitated).

It also was a stupid relation on my part that I should not have started or continued, but I could not, and indeed she might have died without my interference, and certainly would never have studied without knowing me.

Because she was quite attractive she soon got a job at the University of Amsterdam, after which it was a matter of time when she left me, which she did as soon as she had a - fairly good - excuse, by which time I also did not love her anymore in any way. [2] Then she got a Ph.D. on a nonsense subject; somehow lost her job in the University of Amsterdam, and gained one in an English university, which she also lost; got another university job that she lost; and since then she seems to have done little except surviving.

Anyway: it was because of her that I read quite a few books on psychiatry in the middle '80ies, none of which really satisfied me, though Silvano Arieti probably was the best of these [3], indeed also as psychology was a quite unsatisfactory study to me (though I finished with one of the best M.A.'s ever awarded): Most of the real questions were not even asked or seen, let alone answered.

And this in turn caused the paper "
About mental health and being disturbed": I wanted to write out, at least, (1) what I thought was quite relevant and mostly true about psychiatry and psychology, especially in so far as this related to (2) judgements - by somewhat or quite qualified persons - that someone is not mentally healthy.

For I had done that for my girlfriend, who for some 1 1/2 years was evidently not sane, and I had helped her from hiding mostly in bed and seeing no one but me, to a successful student (and later: a doctor) of psychology, who was quite popular and, initially at least, quite successful in her social ambitions.

So what follows is part of the main theoretical work for that end, although I should add that I also wanted to write out a fairly brief general psychology that was useful to others, and that was a lot clearer, considerably more complete, quite a lot less unlogical, and altogether more sensible than the many books of psychology and psychiatry that I had read, either voluntarily or for my studies (for by then I had read all of the psychology I needed for my M.A., which definitely was not a treat, although there were a few exceptions).

I do think I succeeded mostly with what I wrote - but then I did not do anything with the text that follows since 1988, for then the mayor of Amsterdam decided (1) to put his own illegal drugsdealing friends, who dealt in illegal soft drugs and in hard drugs, in the bottom floor of the house where I lived, and (2) also to keep three cafetarias with terraces open within 10 to 15 meters from where I had to sleep, which ended my normal sleeping for four successive years and completely destroyed all the health that I had regained from 1984-1987 ever since 1991. [4]

Now that I've found all or nearly all of the text again, 26 years later
I will first take care that there is a Dutch edition of part I (published in 2013), and of part II, that is mostly published here, and also parts III and IV that follow later.

I do not know yet what I will do, apart from copying part II-IV and possibly translating it to English. Finally, as to the copy of part II that follows: I have corrected a few typos and added some empty lines to get more paragraphs, but otherwise nothing is changed or added, and the copying is quite literal, which explains the occasional odd line breaks.

II. Over het bewustzijn en de persoonlijkheid 

(In dit deel wordt het bewustzijn omschreven; een inventarisatie van de
principes waamee het bewustzijn werkt gegeven; een theorie en definitie
van de emoties gepresenteerd; de persoonlijkheid gedefinieerd; ingegaan
op de gerelateerde begrippen zelf, ego, rol, karakter en zelfgevoel;
menselijke verhoudingen geclassificeerd; een overzicht van goede en
slechte communicatie-manieren gegeven; en afweermechanismes, verdedigings-
mechanismes en drogredenen gedefinieerd en behandeld. Dit deel is vooral
psychologisch.
[5])

21. Het bewustzijn bestaat uit waarnemingen, die geleverd worden door
      de zintuigen, waaronder ook waarnemingen van het eigen lichaam, en
uit voorstellingen, die geleverd worden door het geheugen.

De voorstellingen zijn ontleend aan bewerkingen van de waarnemingen, en
de waarnemingen zijn weer gekleurd door de voorstellingen: We nemen al-
tijd gedeeltelijk waar wat we ons voorstellen dat we waarnemen.

Zoals de woorden hier gebruikt worden zijn denken en voelen ook manieren
van voorstellen en waarnemen: We denken na door ons voorstellingen en
symbolische representaties van voorstellingen bewust te maken, terwijl
onze gevoelens gedeeltelijk als lichamelijke waarnemingen gegeven zijn en
gedeeltelijk samenhangen met onze voorstellingen.

22. In iedere waarneming en iedere voorstelling kunnen zes componenten
      onderscheiden worden die er altijd in of bij aanwezig zijn: Object,
situatie, doel, gevoel, stemming en emotie. In een schema samengevat kanhet bewustzijn geanalyseerd worden als in fig. 1 [6]:

   zintuigen         geheugen                        zintuigen          geheugen
         |                 |                                   
|                 |
   waarnemingen  veronderstellingen               noden              waarden
             \                      |                         |                /
               ------------  geloven              wensen ----------
                                     |                    |  
   bewustzijn =          iets in een situatie + doel
   ervaring van          + gevoel + stemming + emotie
                                   /               |               \
                                  /                |                 \
               lust/onlust        tevreden/ontevreden       vreugde/angst
               gejaagd/kalm    gespannen/ontspannen     blijdschap/woede
               moe/energiek    depressief/eufoor            sympathie/antipathie

Bewustzijn is het maken van waarnemingen en voorstellingen van iets in
een bepaalde situatie, voor één of meerdere doelen, begeleid door gevoel-
ens en emoties over dat iets met een bepaalde stemming als achtergrond.

23. Waarnemingen en voorstellingen, ervaringen in één woord, zijn altijd
      van iets  - we kunnen het altijd, hoe vaag ook, onderscheiden en be=
noemen. En wat we waarnemen of ons voorstellen vindt altijd plaats in
een eveneens waargenomen of voorgestelde omgeving, context of situatie,
die we ook weer, meer of minder precies, kunnen onderscheiden en benoemen.

Alle niet-lichamelijke ervaringen dienen een of ander doel, worden ge-
maakt om een vage of duidelijke reden, of vinden plaats met een intentie,
terwijl bewust gemaakte waarnemingen en voorstellingen altijd een doel
hebben: Men neemt iets waar omdat men er naar kijkt, luistert etc., omdat
het om een of andere reden interessant, gevaarlijk of aantrekkelijk wordt
gevonden, en men denkt en voelt er iets over omdat het de eigen doelen
dient, bevredigt of in gevaar brengt of schijnt te brengen.

Afgezien van dromen, hallucinaties en lichamelijke ervaringen kiezen
mensen hun waarnemingen en voorstellingen door hun attentie er wel of
niet op te richten, en doen dit afhankelijk van hun doelen. Dit doel-
matig gebruik van attentie geleid door wensen en geloven, d.w.z. oor-
delen, is het kenmerk van (helder) bewustzijn, en overigens altijd een
kwestie van meer of minder: Hoe beter men zich kan concentreren; hoe
minder snel men zich af laat leiden; en hoe vrijer men is van dwangmatige,
onontkoombare voorstellingen hoe helderder het bewustzijn is.

24. Dit alles beantwoordt nog niet hoe het bewustzijn werkt. Denken,
     waarnemen en voelen gebeurt d.m.v. het leggen van verbanden; het
zien van overeenkomsten en verschillen; en het onderkennen en herkennen
van patronen en (on)regelmatigheden, maar hoe dat precies gebeurt is
grotendeels onbekend: Er is te weinig bekend van hoe het brein werkt,
en van hoe de werking van het brein samenhangt met ervaringen. [5]

Maar er zijn wel een aantal principes bekend die op een of andere manier
door het brein gebruikt worden en die veel verklaren over hoe we de
verbanden leggen die we leggen. Deze principes kunnen in vier soorten
verdeeld worden: Principes die in ons gedrag werkzaam zijn; principes
die in onze waarneming werkzaam zijn; principes die in onze redeneringen
werkzaam zijn; en principes die in onze voorstellingen werkzaam zijn.

Gedrag en redeneringen worden apart behandeld omdat deze zich resp. be-
trekken op het gebruik van het lichaam en de taal, en gedrag, waarneming
noch voorstelling is, terwijl taalgebruik de voor mensen kenmerkende
voorstellingsvorm is. Alle in de komende vier paragrafen gedefinieerde
principes worden alleen schematisch behandeld en allen werken gewoonlijk
onbewust, d.w.z. men ervaart niet dat men ze gebruikt wanneer men ze ge-
bruikt: Ze vormen het gewoonlijk onzichtbare skelet dat de ervaringen
vorm geeft. De emoties worden daarna behandeld.

25. In ons gedrag, hier opgevat als wat we doen met ons lichaam, zijn
     een aantal principes werkzaam die onder drie hoofdjes samengevat
kunnen worden. Het lichamelijk gedrag wordt in de eerste plaats georga-
niseerd d.m.v.
reflexen: Gedragingen die grotendeels niet verkozen kunnen worden
en aangeboreb zijn.

Spijsvertering, hartslag, ademhaling etc. worden geregeld door reflexen
waar we niet of nauwelijks vat op hebben, en een groot deel van onze
motorische vermogens bestaat uit reflexen of geïntegreerde series reflex-
en. De laatsten moeten geleerd worden: Fietsen bijvoorbeeld is het leren
van een grote serie spier- en evenwichtsreflexen, net als lopen, staan,
zitten, schaatsen, dansen en acrobatiek. Een leertheoretisch interessant
aspect van geïntegreerde series reflexen is dat men ze niet kan leren
door verbale verklaringen, maar alleen door te doen. Wat men wel en niet
doet hangt samen met
conditioneringswetten: Een verzameling principes die behelzen dat men
leert te doen wat men prettig vindt; leert te vermijden wat men onpret-
tig vindt; en dat onregelmatige beloning of straf het sterkste leereffect
hebben.

In de behavioristische psychologie zijn deze wetten uit en te na experi-
menteel bestudeerd, en men heeft mensen (vooral studenten) en dieren
(vooral ratten) de meest uiteenlopende gedragingen bijgebracht door ze
er maar consistent genoeg voor te belonen of straffen. Wat hieraan in-
teressant is is dat gebleken is dat zowel mensen als dieren (i) iets ge-
woonlijk het snelst leren door een combinatie van beloning en straf, en
(ii) het geleerde het langst blijven toepassen als de beloning of straf
niet konsekwent maar wel belangrijk voor het welbevinden was: Als je
niet redelijkerwijs kunt weten wat je moet verwachten dan blijf je pro-
beren wat je geleerd hebt om je wensen te bereiken. (Dit is waarom mensen
langdurig door kunnen gaan met gokken: Veel teleurgestelde hoop maar in-
cidentele en onvoorzienbare winst.)

Imitatie is het nadoen van gedrag van anderen (gewoonlijk gepaard met
en veroorzaakt door fantasieën over hoe het is om als de geïmiteerde te
zijn en te voelen).

Dit is één van de meest onderschatte manieren waarop mensen leren: Het
mentaal copiëren van het gedrag (en de veronderstelde daarbij horende
ideeën en emoties) van belangrijke anderen, en dit later in de praktijk
brengen. Zo leren kinderen van hun ouders en pubers en volwassenen van
films en boeken. Imitatie en de andere gedragsprincipes werken groten-
deels onbewust: Al weet men wel wat men doet, men weet vaak niet waarom,
of waarom men het doet op die wijze. Het schematisch antwoord is altijd:
Door grotendeels onbewuste imitatie en conditionering.

26. Onze waarnemingen en fantasieën van waarnemingen worden in de eerste
      plaats georganiseerd door een verzameling
associatie-wetten: Principes dat wat overeenkomt in plaats, tijd, of om-
standigheden met elkaar in verband gebracht wordt.
Als twee gebeurtenissen vlak bij, na elkaar of in soortgelijke omstandig-
heden plaatsvinden dan vormt dat een verband in het geheugen, dat
overigens vaak onterecht gezien wordt als een oorzakelijk verband. De
associatie-wetten zijn het fundament van het geheugen: We herinneren
ons dingen door ons af te vragen waar, wanneer en in welk verband ze
plaats vonden.

Waarnemingen, gefantaseerde waarnemingen en herinneringen worden ook
georganiseerd door
gelijkenissen: Waargenomen overeenkomsten tussen dingen, situaties of
gebeurtenissen.
Gelijkenissen zijn de waarneembare basis voor metaforen (d.w.z. verwoor-
de zinnebeelden), en metaforen vormen de voorwaarde voor het be-
grijpen of bereiken van nieuwe inzichten: Abstracties worden het best
verduidelijkt door een verwoord zinnebeeld. Een redelijk voorbeeld van
een metafoor is "het schipt ploegt door de zee", gezien de waarneembare
overeenkomst tussen wat een ploeg doet (door de aarde bewegen en v-vorm-
ige voren produceren) en wat een schip doet (door de zee bewegen en v-
vormige golven produceren), en dit suggereert verbanden tussen de kennis
die bestaat van het ploegen van voren en het varen en dat vaste stoffen en vloei-
stoffen soortgelijk reageren op sommige voorwaarden.

Een andere verzameling principes waarmee men van de waarneming tot ideeën
geraakt zijn
Gestalt-wetten: Principes van de vorm dat wanneer men een aantal delen
van iets waarneemt men er toe neigt het geheel dat door die delen gevormd
zou kunnen worden ook waar te nemen.
NB dat men met Gestalt-wetten iets waar meent te nemen (zoals deze /\
driehoek, dat er niet in die vorm hoeft te zijn (er staan hier nl. drie lijnstukken).
Gestalt-wetten staan aan de basis van veel illusionaire waarnemingen,
maar vormen ook de voorwaarde voor veel terechte veronderstellingen dat
er iets is of zou kunnen zijn waar men maar een klein deel werkelijk
ziet. Gestalt-wetten, gelijkenissen en associatie-wetten werken groten-
    deels nbewust, maar, net als met alle andere principes die de ervaring
coördineren, kennis van het feit dat ze bestaan en welbewuste toepassing
ervan kan van grote hulp bij doelmatig denken en waarnemen zijn.

27. De taal is niet alleen een communicatie-instrument: Ze stelt ons
      in staat ideeën te vormen over het vergane verleden en de nog niet
bestaande toekomst; over afwezige en nooit ervaren zaken; over alleen
maar mogelijke en logisch onmogelijke zaken; over zuiver wiskundige
abstracties en over de meest poëtische puur persoonlijke emoties. Met
de taal kunnen we vragen en bevelen; uitdrukken en oproepen; verduide-
lijken en verduisteren; informeren, bezweren, argumenteren en redeneren.

Hier zijn drie verzamelingen principes aan de orde die voor al deze acti-
viteiten, en diverse andere, maat vooral voor het voor de mens kenmerkende
redeneren van fundamenteel belang zijn. In de eerste plaats zijn er:

deductieve principes
: Regels en aannames waarmee op logisch geldige wijze
uit veronderstellingen conclusies afgeleid kunnen worden.

Dit zijn de logische principes en de natuurlijke talen zijn er gedeelte-
lijk omheen geconstrueerd - namelijk rondom de gebruiksregels voor on-
schuldig lijkende woordjes als "en", "niet", "of", "als", "dan", "alle"
en "dus". De gebruiksregels voor deze logische termen worden op de kleut-
erleeftijd geleerd ern vormen de schering en inslag waarmee beweringen en
theorieën geweven kunnen worden.

Deductieve principes zijn fundamenteel voor alle rationele en redelijke
redeneringen omdat deductieve redeneringen en alléén  deductieve redener-
ingen van waarheid (in de aannames) naar waarheid (in de conclusies)
leiden - want dit is het kenmerk van een deductieve redenering: Als de
aannames van de redenering of het argument waar zijn, dan is de conclusie
ook waar. Naast deductieve principes zijn er ook

inductieve principes: Regels en aannames waarmee uit veronderstellingen
conclusies afgeleid kunnen worden die waarschijnlijk zijn.

Inductieve redeneringen zijn niet logisch geldig, maar zowel in de weten-
schap als in alledaagse redeneringen meer gebruikelijk dan geldige deduc-
tieve redeneringen. Hun aannemelijkheid berust gewoonlijk op verstrekkende
goed gefundeerde rationele theorieën over de structuur van de werkelijk-
heid. Een voorbeeld van een typische inductieve redenering is: "Alle
eieren die we gegeten hebben waren voedzaam. Dit ei, wat we gaan eten,
zal dus waarschijnlijk wel voedzaam zijn." Men kan zich vergissen,
want het ei kan rot blijken, maar het argument lijkt overtuigend.

Inductieve principes zijn fundamenteel voor alle rationele en redelijke
redeneringen omdat ze aan de basis staan van al het leren uit de ervaring,
dus van alle empirische kennis: Alle generalisaties van bekende gevallen
naar toekomstige "dus" overeenkomstige gevallen zijn inductieve redenering-
en. Hoewel inductieve principes niet logisch geldig zijn kunnen ze wel
rationeel gefundeerd worden, wat hier echter veel te ver zou voeren.

De laatste groep te behandelen redeneerprincipes dient niet om uit reeds
gemaakte veronderstellingen conclusies af te leiden, maar om redeneringen
en veronderstellingen te vinden die tot gewenste conclusies leiden:

heuristische principes: Regels en aannames waarmee men bruikbare reden-
eringen kan vinden.

Heuristische principes zijn niet logisch geldig en hoeven ook niet waar-
schijnlijk te zijn: Wat telt is dat ze effectief helpen om bruikbare
redeneringen en argumenten te vinden. Een typisch voorbeeld van een
heuristische regel is: "Ken je een geval wat op dit problematische geval
lijkt? Suggereert dat een aanpak?" Iedereen gebruikt heuristische prin-
cipes ("Zoek je je vulpen? Waar heb je hem voor het laatst gebruikt?"),
en ze zijn fundamenteel omdat ze aan de basis staan van het vinden
van goede deductieve en inductieve redeneringen.

Zoals eerder geldt dat de redeneerprincipes door de meeste mensen onbe-
wust gebruikt en geleerd worden, en dat het bewust leren van deze prin-
cipes belangrijk bijdraagt tot hun effectief gebruik en tot betere reden-
eringen: Een goede cursus logika is leerzamer dan ieder ander intellect-
ueel onderwerp omdat het leert wat goede redeneringen zijn; hoe ze op te
stellen; hoe ze te controleren; en hoe ze te vinden.

28. Tenslotte zijn er de principes die in onze voorstellingen werkzaam zijn.
      Deze zijn gedeeltelijk behandeld in de twee voorgaande para-
grafen - waar het hier om gaat zijn de principes die we gebruiken om
representaties van onze ervaringen te maken. Dit doen we in de eerste
plaats door middel van

symbolisatie: Het gebruik van iets als representant voor iets anders.

Symbolen hoeven niets gemeenschappelijks te hebben met datgene wat ze
representeren, maar als dat wel zo is spreken we van tekens waar sprake
is van een gemeenschappelijke oorzaak of achtergrond, zoals rook en
vuur, en van iconen waar sprake is van een gelijkenis tussen symbool en
het gesymboliseerde, zoals tussen een protret en de geportretteerde,

De taal is grotendeels opgebouwd uit symbolen, want de meeste woorden
hebben niets relevants gemeenschappelijk met de begrippen, dingen, ge-
beurtenissen of situaties die ze representeren. Een belangrijk hulp-
middel voor dee organisatie van informatie dat met symbolisaties mogelijk
wordt is

samenvoeging (Eng.: chunking): Het combineren van veel informatie onder
één in het algemeen symbolische noemer.

Informatie wordt in het brein opgeslagen in samenhangende eenheden of
brokken (in het Engels aangeduid met de aan computer-jargon ontleende
term "chunk" vanwaar "chunking"), waar we toegang toe hebben als  we de
symbolische sleutel tot die informatie activeren door hem voor de geest
te halen - wie bijv. "Napoleon" leest slaat daarmee onwillekeurig als
het ware een toets in z'n geheugen aan, waarmee een hoeveelheid met die
naam verbonden informatie begint te weerklinken en geactiveerd wordt voor
eventueel verder gebruik. Dit illustreert wat samenvoeging is, en toont
aan hoe belangrijk het voor het geheugen is. En tenslotte is er een hoe-
veelheid met symbolisatie samenhangende principes met de naam:

modelleren: Het maken van complexe symbolische representaties.

Dit is wat ons brein doet, en het menselijk brein bij uitstek: Het legt
verbanden; ziet overeenkomsten en verschillen; en herkent patronen en
onregelmatigheden - omdat en doordat het symbolische modellen bouwt
waarin de waarnemingen en voorstellingen een zinvolle plaats innemen,
een logisch deel van uitmaken. Modellen zijn dus samenvoegingen van sym-
bolen, tekens of iconen - verhalen, afbeeldingen, diagrammen, schemaas,
vergelijkingen - die gebaseerd zijn op gelijkenissen en overeenkomsten,
vaak geïnspireerd zijn door metaforen, en samenhangen door deductieve
en inductieve principes, waarin verschillende stukjes ervaring en kennis
gecompleteerd worden tot één geheel waarin alles een overzienbare en
vanzelfsprekende plaats heeft.

En opnieuw geldt dat de representatieprincipes grotendeels onbewust ge-
bruikt worden en bewust gebruikt kunnen worden om beter te leren of
verklaren.

29. De voorgaande paragrafen geven een overzicht van de principes waar-
      mee we onze gedragingen, waarnemingen, redeneringen en voorstellingen
organiseren. Maar alle ervaringen worden begeleid en geïnspireerd door
gevoelens van lust of onlust; van kalmte of gejaagdheid; en van energie
of moeheid; gaan gepaard met fundamentele emoties als begeerte of afkeer
en verrassing of bevestiging die vreugde of angst; blijdschap of woede;
en verheugdheid of verdriet losmaken; en dat alles tegen een stemmings-
achtergrond die tevreden of ontevreden; depressief of eufoor; en gespan-
nen of ontspannen kan zijn. Zoals de termen hier gebruikt worden zijn
gevoelens gewoonlijk kortdurende lichamelijke ervaringen; emoties kort-
durende appreciaties van specifieke ervaringen met behulp van onze wensen
en ideeën; en stemmingen langduriger appreciaties van onze ervaringen
in het algemeen. Gevoelens, stemmingen en emoties worden hieronder meer
uitgebreid behandeld; wat hier telt is dat ze met dezelfde associatie-
principes met de andere ervaringen verbonden worden als deze andere er-
varingen, en er mee samenhangen als kleur en beeld: Emoties en ideeën
horen bij elkaar en zijn met elkaar verweven als trui en wol, of als
patroon en kledingstuk.


---------------------------------

Feb 10, 2017: This part was revised a very little bit in 2017 in the English parts (the Introduction and the Notes).

Notes
[1] I should say that at that time - 1986 - I did not believe psychiatry was a real science, and believed something similar about psychology, though less so, but I was considerably less against psychiatrists than I am now, simply because I had had almost nothing to do with them, and believed that, whether or not their art and practice had real scientific foundation, their work was somehow necessary, at least in some cases, because I believed (as I still do) there are genuinely mad persons who need considerable amounts of help.

[2] I do not think she ever loved me. This also is the only one of the five women I have lived me who did not love me, though I mistook her on that, and on quite a few other points (in part because I had to trust her to be able to help her). After she got her job at the University of Amsterdam, she started MUDding (Multi-User Dungeon, or something similar), and acquired new friends, and for my - literally - years of great troubles for her I was "rewarded" with tapestry worth euros 400 - 900 guilders - in 1993, when she had worked 4 or 5 years with excellent pay in the university, plus the firm assurance she would not do anything else for me, and that she did not want to see me or hear from me ever again. And indeed I haven't.

[3]
Silvano Arieti (<- Wikipedia) was originally Italian, and had gotten to the USA because of fascism. I liked his "The intra-psychic self" and his "Creativity", which I had discovered and read already before meeting my schizophenic "friend" and "lover", simply because they were rather more sensible than the other psychiatry I had read (without ever convincing me that this was real science, I should add, but he tried, and he was sensible). He also ended up ca. 1970 as the Dean of the American Psychiatric Association, and was best known for his "Interpretation of Schizophrenia", that I also bought and read, after knowing her. He died in 1981, and now seems to have been mostly forgotten.

[4] As regards the human qualities of the mayors and aldermen of Amsterdam, and their financial interests in the illegal drugs trafficking they instituted, protected and furthered:

Since 1992 and during all the years the illegal drugs kept being dealt from the house that I escaped in 1992, and they are dealt there today (and in 2017). I feel sure that the mayors and aldermen of Amsterdam are extremely rich, probably in diamonds, for all dealers in illegal drugs get the personal permission of the mayor to deal illegal soft drugs without any sanctions, and given the abysmal way this lot mistreated me, and given that I have met with an alderman who pretended to be someone else, I feel quite sure that they made enormous amounts of quite illegal money: If they asked as little as 5% of the turnover (which is easily covered by a price rise in the drugs) they made 5% of 260 billion euros (calculated according to the Parliamentary Van Traa report, and this only concerns the money in turned over soft drugs), which is a mere 13 billion euros each year. (I do not know. I merely believe that if Dutchmen are capable of making a lot of money, they need to be better men than the grandsons of the rich Jewish Nazi-collaborators who helped murder over 1% of the Dutch population, which is what some of these mayors and aldermen were, for me to believe they did not make a lot of money. But I have no proof: I merely lived for four years above a coffeeshop instituted by Mayor Van Thijn's personal permission, whose exploiters tried to gas me and threatened me with murder, and who dealt in both soft and hard drugs, while Van Thijn for four year refused to even acknowledge the many letters this ill son of heroes of the Dutch resistance wrote to him, and handed to his personal doorman, while he never has acted as if he knew I exist. My health has been much worse since 1991 than it was before, but who cares for me?)

In any case: Almost no Dutchman ever speaks about illegal drugs dealing or about money, though drugs are quite illegal in Holland and are extremely profitable:

The press fell nearly completely silent ever since the maker of the Parliamentary Report Van Traa "was killed in a car accident", as the police says, in 1997, and the illegal dealings in soft (and hard) drugs ever since has been a main stay of the Dutch economy, while the Dutch can buy their illegal drugs in their illegal coffeeshops quite freely, ever since, and tend to be very happy, and ask no questions, and do not care that their total judicial system is completely corrupted.

It is useless for me to try to do anything, for there still are a lot of drugs-related murders in Amsterdam and there still is an enormous amount of illegal drugs trade. But I refuse to believe that all Amsterdam mayors, aldermen and lawyers refused money from drugsdealers or did not receive any: I lived for four years above an illegal coffeeshop that dealt in both soft and hard drugs, and tried to move every official - the police, the district attorneys, the judges, the mayors, the aldermen and very many more - to do anything, for I had been gassed and been threatened with murder "if [I] did anything that displeased the dealers", and they all did nothing: They were much more concerned with guarding the safety of the dealers than lifting a finger to help me. And indeed the dealers were very rich, and I was and am very poor and quite ill.

Incidentally: The story - until 2008 - is (in Dutch) in "ME in Amsterdam", which has been continuously on line for 12 years now, and has often been mentioned by me to the mayors, aldermen, lawyers and bureaucracy of Amsterdam. So they very well know it exists, for which reason I observe that they have not objected to a single word. And indeed everything in it is true to the best of my knowledge.

[5] Dit komt allemaal ter sprake, maar in de laatste delen in III and IV.

[6] Ik heb dit zo goed mogelijk gecopieerd, maar het origineel is getekend en oogt wat beter. In ieder geval: de begrippen en relaties in deze figuur zijn het onderwerp van de tekst die volgt in dit deel II, en ook in deel III.


About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail