Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  July
16, 2014
Autobio: 1981-1982 - Terreur van een gevaarlijke gek
Sections

Introduction
1. Inleiding bij dit deel
2.
Over Anna
3.
De NASA
4.
De Universiteit van Amsterdam
5. De terreur
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis. It is in Dutch and is part of my autobiography, which you find here (nearly completely in Dutch, with some English): AutobioTOC
.

This is part 25 and is the fourth part of the second volume, that covers the years from 1978 (second half) till 1993, in which I was ill all the time from 1.1.1979 on, but not to the same extent.

As to another
crisis file today: I did find some files but you will probably have to wait till tomorrow: I have to do some things, and I don't know whether I'll have time today and suppose not, although I did update the crisis index yesterday.

O, and here is a tip: I saw there was considerable interest in the indexes of Nederlog for 2014, 2013 and 2012: You'll find that there is more information in the summaries for these years, which are linked in this paragraph.

1. Inleiding bij dit deel

Ik zal dit deel voornamelijk uit mijn hoofd typen, omdat ik maar weinig journaal- aantekeningen kan vinden voor beide jaren, dat in ieder geval voor een deel komt door de grote vermoeidheid vanwege de terreur die ik in dit deel zal beschrijven.

Ik vermoed dat dit wel feitelijk adekwaat zal zijn, want mijn geheugen is goed, maar er zullen waarschijnlijk enige chronologische onnauwkeurigheden ontstaan, die ook komen omdat we studeerden, en het studie-jaar nogal ànders is dan het echte jaar: het loopt van augustus t/m augustus, zodat we in augustus 1980 begonnen aan het studie-jaar 80/81.

2. Over Anna
Anna H. was iets meer dan 4 jaar jonger dan ik, en was lang (1.88), met een fraai gezicht, met zwart haar en bijzonder grote bijzonder heldere blauwe ogen,  en een hoge intelligentie (IQ 142).

Ik trof haar in begin Juni 1978, en we ging snel samenwonen, gedeeltelijk vanwege de zeer goede en vele sex [1] die we hadden, gedeeltelijk omdat we afgezien daarvan ook goed bij elkaar pasten, en gedeeltelijk door een samenloop van omstandigheden.

Ze was opgegroeid in Almelo en was het oudste kind van twee kleinburgerlijke ouders, die haar een beschermde opvoeding hadden gegeven, en haar naar de HBS-A hadden gestuurd omdat ze intelligent was en er geld voor was, en omdat ze een meisje was - feitelijk had ze HBS-B moeten doen, want daar had ze de aanleg voor.

Na de HBS had ze iets kunnen studeren, maar ze wist niet goed wat, en besloot een opleiding tot psychologisch assistente te volgen, waarna ze redelijk snel naar Amsterdam verhuisde en in de Jellinek-kliniek kwam te werken, waar ze vooral IQ-testen afnam.

Haar voornaamste hobby sinds ze 9 was was de viool: ze speelde goed viool en hield veel van klassieke muziek, en één van de dingen die haar speet was dat ze pas op haar negende leerde viool spelen: was ze op haar vijfde begonnen dan had ze nog een stuk beter gespeeld, en wellicht ook professioneel, maar nu was ze daar - dacht ze - net niet goed genoeg voor.

Maar ze speelde nog steeds zeer regelmatig, en één van de prettigste dingen voor haar vanwege het studeren was dat ze als lid
aangenomen werd van de tweede violen in het Sweelinck studenten-orkest, dat een groot symfonie-orkest was, waar ook behoorlijk in gemusiceerd werd, wat haar veel vreugde gaf en waar ze trouw naar toe ging. [2]

Trouwens, één van de echt grote verschillen tussen ons, zoals we tamelijk snel leerden, was dit: ik heb een bijzonder goed visueel geheugen, met vele films die teruggaan tot mijn 4e levensjaar (het begin van de kleuterschool), maar met een gewoon auditief geheugen; zij had een bijzonder goed auditief geheugen, en kon precies herhalen wat je weken geleden gezegd had, maar had kennelijk een slecht visueel geheugen, dat het haar ook moeilijk maakte gezichten te herkennen.

Maar dit was niet direct duidelijk, en deze aanmerkelijke verschillen hebben trouwens ook niets met intelligentie te maken, maar het betekende wel dat we echt in héél andere werelden leefden: ik in een wereld van beelden; zij in een wereld van geluiden.

Ze was naar Amsterdam verhuisd "vanwege het avontuur", maar een probleem daarbij was dat ze er nauwelijks mensen kende en nogal verlegen was, zodat ze wel enkele vriendinnen gemaakt had, en ook enkele vrienden, maar overigens had ze weinig beleefd, ook weer vanwege haar - zeker vergeleken met mij - burgerlijke opvattingen, waar overigens niet bijzonder veel mis mee was (eerlijkheid,
voorkomendheid, fatsoen, je rekeningen op tijd betalen: dat soort dingen) maar die niet politiek waren, en haar ook niet veel geleerd hadden over literatuur of kunst, afgezien van klassieke muziek, en ook vrijwel niets over wetenschap.

Ik was ongetwijfeld haar eerste grote liefde en ze hield veel van me en wilde met me trouwen en kinderen hebben, waar ik het op zichzelf mee eens was, voor de eerste keer ook [3]
, behalve dat ik geen noodzaak zag te trouwen voordat er een kind aankwam, en ik geen kind wilde voordat we afgestudeerd of bijna afgestudeerd waren, was het alleen vanwege het geld.

Daar kon ze zich in verplaatsen, zeker nadat we ziek geworden waren en dat al maar niet over ging, voor geen van ons tweeën ook, terwijl het niet getrouwd zijn ook positief
scheelde in de studie-toelage die we allebei ontvingen, die in allebei de gevallen maximaal was, al lag dat maximum zo'n 150 gulden per maand ònder het bijstandsminimum, wat betekende dat je in de tachtiger jaren tien jaar in de bijstand geheel niets kon doen (en er was ook geen werk voor velen), en daar méér voor betaald kreeg dan een student met een volledige studie en behoorlijke verplichtingen. (Niemand - behalve ik - vond dat onrechtvaardig. Ik vond - en vind - dat je studenten een bijstandsuitkering behoort toe te kennen, maar deze mening is van een niveau van vanzelfsprekende medemenselijkheid dat - kennelijk - geheel afgeschaft is in Nederland: We zijn er voor de rijken en de politici; we zijn er niet voor onszelf, behalve als we rijk of politicus zijn; en als we niet rijk of politicus zijn is dat gewoon onze eigen schuld.)

Wij hadden het dus financieel dragelijk, behalve dat, vooral in mijn geval, Studiefinanciering allerlei fouten maakte: In 1977 werd mijn beurs stopgezet, zodat ik moest werken; in 1978 kreeg ik geen beurs meer vanwege mijn leeftijd (zodat ik later àlles terug zou moeten betalen); en in 1979 en 1980 was de uitbetaling onregelmatig, terwijl er
bijna maandelijks gestencilde bedreigingen met deurwaarders kwamen, overigens altijd zonder de minste reden en bovendien altijd op een half A4-blaadje, kennelijk vanwege de goedkoopte: het was een evidente constante gigantische puinhoop bij studiefinanciering.

Anna las behoorlijk veel, maar lang zoveel niet als ik, en ze was ook in minder dingen geïnteresseerd dan ik. Er ontstond op de Nieuwe Keizersgracht ook enige lichte verwijdering tussen ons, die vooral kwam doordat Anna vasthield aan haar opvoeding en ik aan de mijne, wat betekende dat zij voorzichtig burgerlijk manoeuvreerde en ik dat niet deed. (Met onze ziekte was haar weg waarschijn-
lijk verstandiger: ik was te eerlijk en te direct.)

We vonden allebei al snel uit dat psychologie nauwelijks een
echte wetenschap is, afgezien van statistiek, methodologie, psychofysiologie (zoals dat toen heette) en enkele deel-onderwerpen, maar we dachten er niet over de studie te staken. In mijn geval lag dit vooral aan de ziekte: ik besloot in ieder geval mijn kandidaats psychologie te halen, toen begroot op 3 jaar studie, dat ook weer paste als bijvak bij filosofie, maar ik had indertijd niet het voornemen er verder mee te gaan, en wel omdat het geen echte wetenschap was. (Maar ik was er mee begonnen en was ziek: Vandaar vooral dat ik bleef.)

Dat psychologie nauwelijks een echte wetenschap is gold ook voor allebei, al werd Anna zwaar beïnvloed door mij, maar het wàs eenvoudig geen echte wetenschap wat we aangeboden kregen (zoals iedereen kon weten die wat van een echte wetenschap als natuurkunde of redelijk wat van wetenschapsfilosofie wist - maar ja: welke psycholoog doet dat?).

De meeste andere studenten was dit geheel niet duidelijk, dat vooral kwam door het feit dat ze gemiddeld een stuk dommer, jonger of ongeïnformeerder waren dan wij (en wellicht in enkele gevallen ook handiger: studenten hóren niet te klagen over het niveau van onderwijs, of alleen in grote anonieme groepen).

Hoe het zij: de verhouding met Anna was 4 1/2 jaar goed tot heel goed tot de zomer van 1982, wat vooral kwam omdat we elkaar persoonlijk lagen en aanvulden, van elkaar bleven houden, en echt goede en veel sex hadden.

In de zomer van 1982 realiseerde ik me drie dingen: Mijn verhouding met Anna was nog steeds goed, maar ze was geen Stephanie - ze had niet de intellectuele Schwung, wijde belangstellingen en de zeer grote gaves die Stephanie had, en zou die, ondanks haar intelligentie, ook niet krijgen; ze sprak niet goed genoeg en zei niet veel, dat kennelijk vooral aan haar karakter lag, en wellicht ook aan haar  verlegenheid; en ook begon
ik sexuele interesses in andere vrouwen te krijgen, die mij tot dan toe ontbroken hadden, omdat ik sexueel bijzonder goed voorzien was.

Ik heb het over alles met haar gehad, maar deed dat niet erg goed noch erg verstandig, vooral omdat Stephanie echt zéér uitzonderlijk was, en het trouwens met Stephanie behoorlijk snel mislukt was, omdat we in ieder geval nooit langer dan enkele maanden bij elkaar konden zijn, en omdat mijn sexuele interesses in anderen nauwelijks serieus waren, al nam ik ze mijzelf wel kwalijk, vooral omdat ik ze jarenlang niet gehad had, wat ook niet verstandig was.

De voornaamste moeilijkheid die ik met haar had was dat ze geen praatster was: ze sprak niet veel, of deed dat niet zo vloeiend als ik, en ze vertelde ook weinig. Voor haar was van me houden en lief zijn voor me genoeg, en dat deed ze allebei, terwijl ik meer kontakt met een soortgelijke geest wilde, die zij toen niet werkelijk had, al was ze zeer intelligent en snel van begrip.

Ook nam ik Anna kwalijk dat ze mij niet genoeg steunde tegen de gek, maar dit beoordeelde ik verkeerd: ze was burgerlijker dan ik, van opvoeding en instelling, maar ze steunde me wel, en ik wist ook niet dat de gek haar herhaaldelijk bedreigd had, dat ze niet wilde vertellen om mij te sparen.

Hoe het zij, we bleven gewoon bij elkaar omdat we dat allebei wilden, maar vooral ik kreeg het steeds moeilijker vanwege voortdurend slaapgebrek vanwege de geluidsoverlast van boven en van opzij, die me zeer regelmatig hele nachten wakker hielden, waarna ik ook niet meer kon slapen terwijl het licht was. Anna had ook last van de geluidsoverlast, maar minder dan ik.

Ik had er hele grote problemen mee, en werd steeds moeier en prikkelbaarder, en deed ook steeds minder voor de studie bij gebrek aan energie. (Ik leerde pas in 1989 dat ik M.E. heb, en dat slaapproblemen daarbij zéér frekwent zijn.)

3. Over de NASA

De NASA was de Nieuwe Amsterdamse Studenten Associatie, dat een naam was die ik bedacht bij de oprichtingsvergadering. Ik kan me die vergadering nog wel heugen, maar ik weet niet meer wanneer dat was, behalve dat het in 1981 of 1982 was.

Ik was daarbij gekomen omdat ik daarvoor uitgenodigd was door enkele wetenschappelijke stafleden bij Latijn en Grieks die vonden dat het radikaal fout ging met de UvA, waar ik het geheel mee eens was: ik kreeg bijzonder veel bijzonder slecht "onderwijs", vaak ook in "werkgroepen", dat bovendien voor een flink deel zwaar gepolitiseerd was, en sterk marxistisch, feministisch of milieu-georiënteerd had (waar ik bovendien zelf géén grote tegenstander van was - allebei mijn ouders waren al zo'n veertig jaar communisten - alleen was dit geen wetenschap maar politiek, terwijl het aan de UvA op zéér grote schaal voor "wetenschap" gehouden én gepresenteerd werd, en de UvA van 1982-1987 deze doelen - "het bevorderen van de belangen van de vakbeweging, de vrouwen- beweging, en de milieubeweging" - als expliciete universitaire hoofddoelen had), en ik vond dat ik overwegend bedrogen en belazerd werd. [4]

En wie daar anders over dacht (de grote meerderheid) deed dat omdat ze mijn communistische opvoeding misten, een stuk minder intelligent en weten- schappelijk geïnteresseerd waren, of bevangen waren door linkse ideologie.

Zie verder "Hoeren van de Rede"en de overige Spiegeloog-stukken - en "Hoeren van de Rede" komt overwegend uit 1982, terwijl de andere stukken weliswaar in 1988 en 1989 gepubliceerd zijn, maar mijn meningen vanaf 1980 behoorlijk adekwaat weergeven: ik vond dat ik bestolen en bedrogen werd met zeer slecht gegeven grotendeels gepolitiseerde pseudo-wetenschap. [5]

Het was overigens een tamelijk vreemde groep studenten bij die oprichtings- vergadering:

Eén deel kende elkaar van archeologie of rechten of arabistiek, en er waren ook diverse eenlingen als ik, terwijl de motivaties ook nogal verschilden: Er was een deel dat overwegend VVD of gewoon rechts was, en daar erg weinig van terug zag bij de OBAS (het alternatief voor de ASVA: voornamelijk feesten) en niets bij de ASVA; er was een deel, waar ik toe behoorde, dat vond dat het onderwijs dat we kregen niet wetenschappelijk genoeg, gewoonlijk slecht, en/of overigens veel te gepolitiseerd was; en er was kennelijk ook een deel dat gewoon nieuwsgierig was.

Wat mij opviel was dat ook bij de NASA weinig intellektueel talent te vinden was. De enige echte uitzondering die ik ontmoette was Ferdinand Smit, die een telg  uit de rijke redersfamilie was en arabistiek studeerde. Hij was écht intelligent en ook in veel dingen geinteresseerd, maar ik had niet veel kontakt met hem en leerde later dat hij in het begin van de negentiger jaren vermoord is, met twee anderen, in een woestijn in Syrië, vanwege geld. [6]

Uiteindelijk werd de NASA in verschillende faculteitsraden (3 of 4 als ik me goed herinner, waaronder archeologie en rechten) gekozen, en ook met één zetel in de Universiteitsraad (UR). Hoewel ik verreweg de beste spreker was nam ik de zetel niet in, en deed dat niet omdat ik vanwege mijn gezondheid geen toezeggingen kon doen.

Achteraf geoordeeld heb ik er wel het e.e.a. van geleerd, o.a. over de grote corruptie aan de UvA, dat echt een vrijplaats was waar je - als je een aanstelling had - kon doen en laten wat je wilde [7]: er kwam tóch geld van de staat, en bijna niemand buiten de universiteit wist er veel van of was er echt in geïnteresseerd, maar het was een fout van me dit te ondernemen, al wist ik pas dat dit écht zo was nadat er gekozen was, en we niet meer dan één UR-zetel haalden.

Dat was te weinig, maar het illustreert ook en vooral hoe bijzonder weinig van de studenten aan de UvA in wetenschap of goed onderwijs geïnteresseerd waren: maar een heel kleine minderheid. In feite waren de meeste studenten tégen de wetenschap, althans als dat moeite kostte; gaven ook veel minder om goed dan om makkelijk onderwijs; en waren voor een groot deel behoorlijk radikaal links en geïnteresseerd in politiek. En ze wilden allemaal wel een doctoraal, maar met zo weinig mogelijk moeite.

Dat gebeurde feitelijk ook: Wie een IQ van 115 (ULO niveau van de 50-er jaren en daarvoor [8]) had kon behoorlijk makkelijk en zonder veel moeite drs. worden in bijna ieder "vak" sinds circa 1971. [9]

Tegenwoordig is studeren de helft korter en twee tot drie keer zo makkelijk geworden als in mijn tijd, maar ja: er zijn wél veel meer "studenten".

Ik heb de NASA ergens tegen het einde van het eerste jaar volledig opgegeven, omdat "een medestander" mij er op wees dat ik - volgens hem - niet het recht had van "ontspoorde religies" te spreken, want dat beledigde zijn religieuze gevoelens en die van anderen (?!?!), en ook omdat vrijwel niemand iets deed: ik schreef de stukken en bedacht de ideeën, en daar had ik geen zin meer in, met "medestanders" als geciteerd, en ik was er trouwens ook véél te moe voor, want ik sliep niet genoeg tussen 1981 en 1983. (En de NASA ging toen snel ter ziele.)


4. Over de Universiteit van Amsterdam

In de eerste plaats: Over de UvA in het algemeen. Het volgende deel, tussen de twee lijnen, stamt uit 1982, is uitgereikt aan alle leden van de UR, en vormt een deel van "Hoeren van de Rede" (dat als bijlage gaat):

--------------------------------------------------------------------------------
Voor de UR heb ik in het najaar '82 een stuk geproduceerd dat ik hieronder gedeeltelijk vrijwel letterlijk weergeef, omdat het nog steeds aktueel is en de achtergrond van mijn meningen duidelijk maakt.

I. Een aantal principiele redenen waarom er niet (verder) bezuinigd moet worden op wetenschappelijk onderwijs en studie-financiering.

1. wetenschap als cultureel fundament: In minstens twee betekenissen van het woord "wetenschappelijk" leven we in een wetenschappelijke maatschappij: Onze welvaart en omgeving zijn grotendeels het produkt van eeuwenlang onderzoek; en een groot deel van wat we "hoge beschaving" noemen is gebaseerd op normen voor redelijke discussie, empirisch onderzoek en redelijk gedrag die een onderdeel of verlengstuk vormen van wetenschappelijke methoden.

Wetenschap is van fundamenteel belang voor het bestaan van onze samenleving: Afgezien van een aantal politieke factoren is ons huidige niveau van welvaart gebaseerd op uit eeuwenlang wetenschappelijk onderzoek voortgevloeide kennis, cultuur en technologie en de (althans tot voor kort) bestaande hoogwaardige (voorbereidende) wetenschappelijke opleidingen om deze kennis en cultuur toe te passen en uit te breiden.

Wetenschap is van fundamenteel belang voor onze cultuur: Wetenschappelijke redeneermethoden zijn ons enige middel om de werkelijkheid adequaat te begrijpen en verklaren, en om zinnige politieke ideologieën, ontspoorde religies en andere vormen van bijgeloof redelijk te kritiseren.

En tenslotte geeft wetenschap ons de middelen om menselijke nood te lenigen - en het is een bittere en tragische waarheid over onze tijd dat, terwijl voor het eerst in de geschiedenis van de menselijke beschaving de kennis en methoden bestaan om op wereldschaal honger, ziekte, gebrek en milieuverontreiniging grotendeels te doen verdwijnen, deze reële wetenschappelijke mogelijkheden om politieke redenen maar voor een zeer klein deel benut worden.

Daarom moet er ook in geen geval (verder) bezuinigd worden op wetenschap en onderwijs - immers:

- Nederland leeft economisch van wetenschap en wetenschappelijk onderwijs. Alléén door te garanderen dat de toekomstige Nederlandse maatschappij in dit opzicht kan blijven concurreren met andere hoogontwikkelde landen kan gegarandeerd worden dat Nederland welvarend blijft.

- Een groot deel van onze cultuur is gebaseerd op wetenschap en goede (voorbereidende) wetenschappelijke opleidingen (..). Een maatschappij kan haar hoge beschavingspeil alleen handhaven door een zo groot mogelijk deel van haar bevolking een zo hoog mogelijke opleiding te geven. Wie op wetenschap bezuinigt pleegt sluipmoord op de cultuur.

- Onze samenleving heeft gebaseerd te zijn op een ideaal dat ook terug te vinden is in de Verklaring van de Rechten van de Mens (deel uitmakend van de Nederlandse wet): Zoveel mogelijk mensen die daartoe gezien hun aanleg en interesse in staat geacht moeten worden behoren de kans te krijgen hoger onderwijs te volgen.

Vervolgens: studenten en bezuinigingen: De minister schijnt nog steeds van plan te zijn om het huidig studiefinancieringsstelsel af te schaffen en in plaats daarvan aan iedere student fl. 3500,-- jaarlijks te geven en hen verder te dwingen van leningen te leven. Het gevolg daarvan zal zijn dat vrijwel alleen kinderen van rijke ouders zullen kunnen studeren en dat in Nederland in strijd met artikel 26.1 van de Rechten van de Mens gehandeld zal worden ("Hoger onderwijs zal gelijkelijk openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.") Iedere student behoort een bijstandsuitkering te krijgen, zowel vanuit het oogpunt van sociale rechtvaardigheid als vanuit maatschappelijk belang, want niemand kan er bij gebaat zijn dat studeren financieel minder aantrekkelijk is dan niets doen.

--------------------------------------------------------------------------------

Mijn eigen mening uit 2014 is dat de universiteiten overwegend dood zijn, al héten deze zogenaamde leer-instituties nog steeds zo: ze leiden geen intellectuelen meer op, en zijn tot een soort MULOs [8] verworden, overigens als in het grootste deel van de rest van de wereld, waar zich de afgelopen 35 jaar een soortgelijke nivellering heeft voorgedaan.

Het zijn geen echte universiteiten meer, want het niveau is veel te laag, de opleidingen zijn te kort, en de kosten voor studenten zijn veel te hoog, en alles is tegenwoordig nog slechter en beroerder dan toen ik "studeerde", al geef ik toe dat dit een waarachtig internationaal verschijnsel is (met Finland als kennelijk enige uitzondering), wat mij in de vroege tachtiger jaren nog niet duidelijk was, en ook dat de moderne quasi-universiteit een uitdrukking van het democratisch nivellerings-ideaal is: onderwijs voor werkelijk hoogbegaafden is slecht en verdient afgeschaft te worden - alle mensen zijn gelijkwaardig, en moeten alles
kunnen studeren, en wat daar tegen in gaat verdient "fascisties" te heten. [10]

De postmoderne "universiteit" zou ook geen "universiteit" meer moeten heten, maar iets als "college" (of: "MULO", want studenten van 18 moeten de algebra nog leren die ik als 12-jarige kreeg, waarvoor dan ook speciale bijscholingen zijn, in de drie jaar dat de studie mag duren) - maar ook dit zijn feitelijk alleen maar wensgedachten van mij, want terwijl alles zozeer genivelleerd was in Nederland dat zélfs de toenmalige kleuterschool "tentamens" hadden in de tachtiger jaren, zullen de instituties die "de hoogste vorm" van "onderwijs" bieden, al is dat overwegend kul, en al kan bijna iedereen het aan, "universiteit" blijven heten, al zijn ze dat echt niet meer. Ze zijn overwegend tot scholingsinstituten voor hoger personeel verworden, waar echte wetenschap zeldzaam is, en zelden op hoog niveau wordt beoefend.

Het zijn ook tempels voor de gedegenereerde uitvreters van de politieke partijen geworden, die er professor mogen zijn in een moderne vorm van weet-niet-kunde, in de tijden dat ze niet meer of nog niet in de politiek zitten, of niet meer of nog niet een kul-management baantje in het bedrijfsleven bekleden. Er is nog enig restant van wetenschap over, maar dat is voornamelijk bij wis- en natuurkunde, bij scheikunde, mogelijk bij biologie, en (misschien: dit weet ik niet) bij informatica.

Trouwens: de studenten doen er feitelijk nooit toe: Iedere 4 jaar een nieuwe lichting naïeve 18-jarigen, met een gemiddeld IQ van 115, die in 3 of 4 jaar tot heuse B.A. gestoomd worden, maar feitelijk in grote meerderheid het niveau van een kandidaatsstudent van 40 en meer jaar geleden lang niet halen: Te dom, te weinig kennis, en ze doen in meerderheid een studie die geen echte studie meer is, want toegesneden is op het doen "afstuderen" van IQs van 110 of 115.

Maar goed - nu terug naar de UvA van ca. 1982 en naar meer praktische zaken:

Ondanks mijn ziekte heb ik de meeste UR-vergaderingen gevolgd, dat een behoorlijk gekke ervaring was. Deze vergaderingen werden gehouden in de hal van het Maagdenhuis, waarin een groot vierkant van tafels gevormd was, waar alle fracties - van de studenten, van de wetenschappelijke staf, en van het overig personeel - gezeteld waren, met de gewoonlijk drie leden van het College van Bestuur als middelpunt.

Het idee was dat dit het parlement van de UvA was, dat de feitelijke macht uitoefende, zoals bepaald door de wet Veringa uit 1971, die formeel de macht aan de studenten had gegeven precies door (1) deze jaarlijkse verkiezingen, met één mens één stem, of dat nu een staflid, een administratieve medewerker, of een student was, en door (2) deze bestuursstruktuur, van een "regering" gevormd door het College van Bestuur "gecontroleerd" door "het parlement" dat de UR was.

In feite was het een grote corrupte zooi, waar vrijwel alles bedisseld werd door leden van het CvB (College van Bestuur) en de top van de ASVA, die altijd de absolute meerderheid had: 't enige alternatief was de OBAS, die nauwelijks serieus was, en nooit meer dan een paar zetels had. [11]

Het bedisselen vond ook niet zozeer plaats in de UR, waar alleen gediscussieerd en gestemd werd, als wel in de vele werkgroepen, commissies etc. die de stukken opstelden waarover de UR moest stemmen. Dit was feitelijk voor wie daar aan deelnam - en ik heb aan enkele commissies deelgenomen - een grote papieren rotzooi, met zéér veel stukken, met allerlei bijlagen, die vrijwel allemaal geschreven waren in bijzonder houterig en slecht Nederlands, en waar het érg moeilijk was om wijs uit te worden, ook al omdat er regelmatig truuks uitgehaald werden, bijvoorbeeld door waar het feitelijk om ging ergens in een bijlage 3 te zetten, maar alleen de hoofdmotie, die over heel wat anders ging, voor te leggen aan de UR.

Eén van de eerste dingen die ik liet zeggen in de UR was dat de UvA de wet  gebroken had door, op basis van een afspraak tussen het CvB en de ASVA, geen jaarrekeningen op te maken en in te dienen, waartoe ze wettelijk verplicht waren, dat ik van mijn tijd dat ik aan de bank werkte wist. De CvB-voorzitter Cammelbeeck kreeg bijna een toeval toen hij dat hoorde, en verzekerde me stellig en herhaaldelijk en persoonlijk dat "Voor u doe ik niets meer!" - alsof ik een ASVA-lid was, of alsof hij óóit iets voor mij gedaan had.

Eén van de dingen die de ASVA mij vertelde was - opnieuw - dat ik "een fascist" of "zoiets als een fascist" was nadat ik gezegd had Peirce voor een groter filosoof dan Marx te houden. Peirce zelf was dat ook, en wel omdat hij Amerikaan was, en dus "een imperialist", alles volgens de voorzitter van de ASVA Olaf McDaniel.

Dát was de UvA zoals ik die meemaakte. Studeren was voor mij altijd een roeping geweest, maar de UvA was de grootst mogelijke tegenstander van een werkelijk wetenschappelijke studie: ik heb er vrijwel niets geleerd, want ik wist al wat me aangeboden werd of het was wetenschappelijk gezien onzin of het was wat een groot deel van de studies waren: Loze linkse kretenbreierij, waar je bovendien wél studiepunten voor kreeg als je het maar braaf nabauwde.

En er zijn maar drie boeken, van de vele die ik heb moeten lezen als tentamenvoer, waar ik werkelijk wat aan had: Methodologie van De Groot; Human Information Processing; en één boek over filosofie en ontologie van Keith Campbell.

5.
Over de terreur

Mijn broer Freek had mij direct bij de verhuizing gezegd dat hij zelf nóóit zou verhuizen naar waar Anna en ik naar verhuisden, vanwege de buurman, die achter de deur naast ons woonde, en die hij kende van een jaar of zes eerder, toen hij Nederlands studeerde: Volgens hem was de buurman volkómen gek en bijzonder onredelijk.

Ik geloofde hem wel, maar legde hem ook uit dat Anna en ik weinig keus hadden; dat we de woning al geaccepteerd hadden, omdat deze beter was dan die in Diemen en niet ver was van de faculteiten voor filosofie en psychologie; en dat ik aannam dat het wel los zou lopen.

Dat deed het in het begin ook, al was de buurman inderdaad volledig maf: Hij kon vele dagen lang vele uren lang in de gemeenschappelijke telefoon in het halletje waar allebei onze deuren op uitkwamen staan schreeuwen dat hij "dit kutwijf", "dat takkewijf", "die vuile kut" wel zou vermoorden of verbranden of anderszins om zeep zou helpen, terwijl het water van zijn gezicht afliep als uit een douche, en Anna en ik vermoedden dat hij het over zijn ex had, want hij was gescheiden en had daarom een studentenwoning.

Het werd echter snel een stuk erger in 1981, toen de buren boven ons, die heel rustig en aardig waren, verhuisden, en in een interne verhuizing Bart K. en zijn vriendin boven ons kwamen wonen.

Bart K. was in beginsel een tragisch geval: Hij was toen begin 20 en had zijn hele leven bloedziekte: zijn bloed stolde heel moeilijk. Maar omdat dit vanaf zijn geboorte duidelijk was, was hij ook zijn hele leven verwend door zijn welstaande ouders, en was een flinke egoïst geworden, dat snel bleek toen hij zijn vriendin de deur uitzette en 's nachts aan het feesten ging met vrienden, direct boven ons hoofd, en tot 4 of 6 uur in de nacht, met veel gezuip ook, en zo mogelijk minstens drie keer per week.

Anna en ik vroegen beleefd of het wat minder kon; legden uit dat we de vorige buren nauwelijks gehoord hadden, maar door het lawaai van hem en zijn vrienden vele nachten lang wakker lagen en dat we allebei ziek waren; en hij zijn dan iets als "Ja, goed", en ging gewoon door met feesten.

Wij werden allebei zieker, en drongen meer aan, wat vrijwel geen effect had - behalve dat onze zijbuurman zich er mee ging bemoeien, en verklaarde dat ik mijn bovenbuurman terroriseerde door hem niet toe te willen staan 's nachts te feesten. Vervolgens begon hij 's nachts, tussen 00.00 en 04.00, direct naast onze slaapkamer, kei en keihard opera te draaien "omdat hij van muziek hield en afleiding nodig had".

Toen ik daar wat van zei vloog hij me fysiek aan en besloot vervolgens ons weg te pesten omdat wij het leven van onze bovenbuurman en dat van hemzelf versjteerden, omdat we niet nacht in, nacht uit tot 4 of 5 uur wakker wilden liggen, zodat hij vuilniszakken, die ook in de fietsenkelder stonden, voor onze deur omkeerde.

Het bleek achteraf ook - want Anna zei dat toen niet tegen mij - dat hij Anna regelmatig opwachtte in de fietsenkelder en haar vertelde dat hij haar wel mocht, maar mij geheel niet, en dat hij "een echt primitief beestmens" was, die mij wel een keer grondig fysiek te pakken zou nemen.

Anna en ik vroegen om hulp bij de huisbewaarders, twee lesbos; bij de huisvergaderingen; bij de Stichting Studentenhuisvesting; en bij de politie. Niemand hielp, en de meesten kon het ook weinig of niets schelen, want het was hún probleem helemaal niet, al wilde bijna iedereen er wél graag het zijne of hare van zeggen. Maar niemand deed verder ook maar iets.

Dat ging zo'n twee jaar door, waarin ik vele brieven schreef aan de SSh, en daar heel wat keren langs ging, maar altijd weer dezelfde twee schoften aantrof: Een J. Schwartz, die het kennelijk heel leuk vond dat iemand als ik gepest werd, en een altijd in leren broek gehulde uitvreetster met een volkomen onduidelijke functie, die vond dat we moesten verhuizen, wat we geheel niet konden: Geen geld, geen aanbiedingen, geen gezondheid, geen urgentie. En "te jong".

Mijn gezondheid werd steeds slechter, vooral omdat ik een stuk minder sliep dan Anna, die beter sliep dan ik, maar die het ook steeds slechter ging. Uiteindelijk besloten we allebei dat we de huur op een rekening zouden zetten en niet meer aan de SSh uitbetalen, om enige pressie uit te oefenen.

Dit gebeurde nadat Anna en ik eerst tien tot twintig keer met het politiebureau hadden gebeld zonder dat er iets gebeurde, totdat de gek mij met de dood bedreigde, ik weer belde en er toen 2 ca. 20 jaar oude agenten met jeugdpuistjes en een zwaar Gronings accent kwamen in een auto die tegen alle bewoners inclusief de gek letterlijk het volgende zeiden:
"Wij kom'n pas als de lijk'n al over de vloer'n lig'n want alle 
  Amsterdammers benn'n klootzakk'n. Dag m'neer!"

- waarna ze weer in hun auto stapten en wegreden. De terreur ging gewoon verder: 't mócht van de gemeente-politie, en de terreur duurde circa 3 jaar:

Gigantische geluidsoverlast, drie jaar veel te weinig slaap, zeer vaak herhaalde bedreigingen met moord, diverse fysieke aanvallen, vuilnis voor mijn huisdeur - het mocht allemaal in Amsterdam van de gemeente-politie, want we waren ziek, we waren studenten, en de politie was er eenvoudig niet voor ons, terwijl alle andere betrokkenen ook geheel niets deden, want het waren hun levens niet die geruineerd werden.

De SSh stuurde de deurwaarder op ons af en er begon een proces in 1982, dat gevoerd werd door hun deurwaarder, die een uitermate grote en schunnige leugenaar was en - als vele deurwaarders - ook een evidente sadist.

Ik sluit dit deel af met de mededeling over hoe dat proces uiteindelijk afliep:

Ik kreeg feitelijk volkomen gelijk, op eigen kracht ook, want de advocaten die ik toegewezen kreeg van de rechtsbijstand waren volledig incompetent, en dat gelijk was volgens diverse latere advocaten die ik gesproken heb iets als een witte raaf - maar het recht had een zéér langzame loop: de uitspraak kwam pas in mei of juni 1985, dus meer dan drie jaar later, toen Anna en ik uitelkaar waren en er niet meer woonden, terwijl de Colleges van Bestuur al mijn brieven over dat vonnis gewoon niet beantwoord hebben sindsdien (dus de afgelopen 29 jaar): Dát is hoe "het recht" in Nederland wordt gepraktiseerd. Het is er niet voor wie niet tot de élite behoort.

Feitelijk kostte dit ons drie jaar van onze levens, van 1981-1983, en waarschijnlijk ook onze verhouding, alles door de schunnige terreur van een gek waarvan iedereen toegaf en wist dat hij een gevaarlijke gek was, maar waar helemaal niemand wat tegen deed, en wel omdat ze niet naast hem woonden, terwijl de politie en de SSh voortdurend weigerden op te treden,
ook in de allerbeste Nederlandse tradities van waarachtige tolerantie, die ook zeer aktief beoefend werd in de 2e Wereldoorlog. [12]

-----------------------------------------------------------------------------------

This was the first version of this part of my autobiography. It will remain as is, apart from corrections of typos and insertion of some links, but it will also be copied to the autobiography section, and may there be somewhat rewritten. It currently is part 25 there.

P.S. July 23, 2014: Er is ondertussen een meer volledige versie hier (met een nieuwe sectie, over iets dat ik vergat).
------------------------------
[1] Sorry, ik verdom "seks" te schrijven: Dat oogt - voor mij - buitengewoon stupide, en heel anders dan sex, zoals het hoort, want Latijnse leenwoorden moeten niet vernederlandst worden: dat is stupide Neerlandistieke waanzin.

[2] Ik ben ook regelmatig bij de publieke uitvoeringen van dat orkest geweest, feitelijk als een flink deel van de directe familie-leden van de spelers en speelsters die het voornaamste auditorium vormden, maar ik vond dat wat minder aangenaam, vooral omdat me dit met de neus in één van de vele Nederlandse eigenaardigheden drukte, als volgt. De spelers in het orkest waren allemaal studenten en werden niet betaald maar moesten iets betalen. Het orkest was niet slecht, maar het was ongetwijfeld een stuk minder goed dan professionele orkesten. De dirigent was een jonge man van het conservatorium, of pas daaraf, en hij - en alléén hij - werd verwelkomt en afscheid van genomen met vijf tot tien minuten staand applaus - wat mij als nogal gestoord voorkwam, maar dat gewoon copieren was van hoe er bij het Concertgebouw-orkest geapplaudiseerd werd, voor Bernard Haitink en anderen. "We zijn allemaal geheel gelijkwaardig", al ben ik de naam van de dirigent sindsdien nooit meer tegengekomen.

[3] NB dat dit voor mij nieuw was: ik wilde geen kinderen met Stephanie, Lynne en Agnethe, waarmee ik eerder had samengewoond, om diverse redenen, waarvan de voornaamste was dat ik te jong was en nog niet studeerde, wat wel mijn ambitie was sinds mijn zeventiende of eerder.

[4] Ik denk dat ook nog steeds: In de drie studies waarbij ik ingeschreven was (de zeer grote meerderheid deed maar één studie) was het grootste deel van de staf lui en incompetent; was het meeste onderwijs gepolitiseerd en slecht; en was de gehele studie opgezet om de grote meerderheid met een IQ van 115 af te laten studeren. Ik ben weloverwogen bedonderd en belazerd, al is het ook waar dat voor mensen met mijn IQ (> 150) de zaken nogal ànders liggen dan voor de grote "academische" doorsnee - maar er was geheel niets aan de UvA voor uitzonderlijke studenten, afgezien van hoon en discriminatie: ik werd niet voor niets zo makkelijk en "vanzelfsprekend" voor "fascist" uitgemaakt, en was inderdaad in twee hele kleine minderheden onder studenten: ik was hoogbegaafd en ik was ziek, en trouwens ook geen marxist dat dan en daar ook al aanleiding gaf tot aanzienlijke discriminatie.

[5] Ik had daar ook volkomen gelijk in, en had ongetwijfeld als ik in Noorwegen was gebleven in 1977 een aanmerkelijk betere, zeer veel minder gepolitiseerde opleiding aan een Noorse universiteit ontvangen.

Wat ik echter niet goed doorhad was hoe bijzonder afgesloten, in zichzelf opgesloten, het Nederlandse "academische" wereldje was, dat in de tijd dat ik studeerde, en tussen 1971 en 1995, vooral een speeltuin voor rode rakkers, uitvreters, oplichters, doeners alsof, en toerenbouwers was, waar alles mogelijk was behalve goed onderwijs voor intelligente studenten verzorgen. Ik heb het er in ieder geval nooit gehad, en ik heb drie studies gevolgd.

Het is ook tamelijk waarschijnlijk dat het enigszins anders lag bij wiskunde, natuurkunde en scheikunde, en wellicht bij biologie, maar dat weet ik niet, en dit zijn ook echt de enige vakken waar deze uitzonderings-positie voor geldt, en dat is vooral omdat dit echte wetenschappen zijn waarvoor je enig talent nodig hebt, dat twee zaken zijn die zeker niet voor bijna alle andere vakken gelden:

Iedereen
met een IQ van 115 (wat in de vijftiger jaren ULO-niveau was!) kon tussen 1971 en 1995 vrijwel alle studies die aan de UvA gegeven werden makkelijk afmaken en een doctoraal diploma verwerven, en velen deded dat ook. Wie faalde deed dat bijna altijd door luiheid: Intellectueel talent was niet alleen niet nodig; het was een grote hindernis.

[6] De reden om Ferdinand Smit te noemen is dat hij werkelijk intelligent was, dat ik verder van maar héél weinig studenten die ik ontmoet heb (velen) kan zeggen én het menen. (Het gemiddelde IQ van de Amsterdamse student in mijn tijd lag op ULO-niveau: 115.)

[7] Eén van de talrijke dingen die me zeer bevreemden, "in onze Nederlandse democratie" - maar: ik ben de zoon en de kleinzoon van drie verzetshelden, en verzetshelden zijn heel zeldzaam in Nederland - is hoe bijzonder weinig wetenschappelijke stafleden zeiden. Er waren er wel enkelen, als Daudt, en het is ook waar dat die ernstig gemaltraiteerd werden, maar dat was toch ook weer omdat ook zij alleen stonden. Uiteindelijk weet ik maar van één staflid dat eerlijk, adekwaat en helder zijn mening zei, zonder er overigens iets aan te doen: J. Rentes de Carvalho, een Portugees die in Nederland Portugees gaf. Zie het boek "Waar die andere God woont", over zijn Nederlandse jaren, dat heel goed is (en aantoont dat Nederland in de vijftiger jaren zeer anti-semitisch was, niet omdat Rentes de Carvalho joods was, dat hij helemaal niet was, maar dat hij er voor gehouden werd, en omdat hem onvoldoende kennis van Nederlands werd toegeschreven), en ook - als u het kunt vinden - "Ik denk dat er aan de universiteit grotere tragedies zijn dan men wil toegeven", dat een groot interview met hem uit 1988 is, vlak voordat hij de universiteit voorgoed verliet. Dit stond in de Folia Civitatis van 4-9 september 1988, en behoort via de UB te krijgen te zijn. (Ik heb een fotocopie ervan.)

[8] Voor wie het niet weet: "ULO" = "Uitgebreid Lager Onderwijs" en de "M" in "MULO" staat voor "Meer". De school-types tussen 1865 en 1965 (honderd jaren) waren voornamelijk deze, met de IQs erbij:
- kleuterschool
- lagere school
- ambachtsschool of huishoudschool of ULO of MULO of HBS of gymnasium
     IQ>80                 IQ>80               IQ>115         IQ>125   IQ>130
- universiteit
Je kon alleen studeren met een HBS of een gymnasium, en het enige waarmee
je alles kon studeren was gymnasium beta, met 5 vreemde talen, wis-, natuur-
en scheikunde, biologie, geschiedenis, aardrijkskunde allemaal verplicht voor iedereen, en allemaal zowel schriftelijk als mondeling geëxamineerd. Maar vanaf 1965 is dit hele stelsel volledig afgeschaft, en vervangen door pretpakketten waarin de voornaamste eis voor het hoogste onderwijs is dat men een IQ van 115 heeft (of meer). De grote meute wil dat namelijk en Nederland is een dommocratie.


[9] Hier passen diverse aantekeningen, maar ik maak er slechts één, die voor die diverse moet staan: Er waren enkele uitzonderingen, en medicijnen was daar één van, wat ik weet omdat ik in Diemen op één afdeling woonde met verschillende medicijnen-studenten, waaronder één in opleiding tot huisarts en één in opleiding tot chirurg. De huisartsen-opleiding was toen tegen de 10 jaar, en chirurgen deden er wel 12 jaar over, en dat was ook nodig: Degenen die ik kende waren zowel intelligent als dagelijks heel hard werkend (veel harder dan ik), en dat was eenvoudig noodzakelijk om hun studies af te maken. Tegenwoordig worden medicijnmannen in studies van zes jaar afgeleverd aan de patienten. Wel, ik stel dat de tegenwoordige medicijnmannen en vrouwen hooguit de helft weten van degenen die op mijn afdeling leefden, en ook hooguit de helft van alle andere studenten medicijnen tussen 1865 en 1980. En zo met de meeste studies, al was medicijnen uitzonderlijk omdat er echt hard voor gewerkt moest worden.

[10] Het is mogelijk dat er een enkeling is die zegt dat ik overdrijf of cynisch ben. Wel: wie dat vindt heeft niet in de tachtiger jaren geleefd als volwassene, of heeft een uitermate selectief (of beperkt) geheugen: Vrijwel alle studenten die ik ontmoet heb waren het bijzonder eens met de stelling dat "alle mensen zijn gelijkwaardig" (dus mijn lezers en Eichmann ook, en mijn lezers en Einstein ook); wezen het idee dat er uitzonderlijke mensen zijn radikaal af: iedereen was een groot wiskundige, een grote verzetsheld, en een grote komponist, en een groot filmer, en een groot atleet - en als dat er niet uitkwam dan was dit alleen vanwege "persoonlijke keus"; en de grote meerderheid van de studenten psychologie uit de tachtiger jaren meenden zeker te weten dat ook intelligentie "een persoonlijke keus" was. (Ze hadden ook een gemiddeld IQ van 115, en waren feitelijk kleine domme laffe en gemankeerde persoonlijkheidjes die niet konden velen dat iemand iets beter kon dan zij, behalve volkssporten als voetbal of gezang van voorgangers: Voetballers en volkszangers werden verafgood én betaald als waarachtige genieën.)

[11] Er waren ook twee of drie verenigingen van wetenschappelijke stafleden in de UR, maar deze waren een stuk geringer dan de ASVA (minder stemmen), en bovendien op één na behoorlijk tot zeer links én vooral in politiek geïnteresseerd, dus geheel Salonfähig voor de tijd. Heel af en toe kwamen er redelijke ideeën uit één zo'n groepje, maar wat me vooral opviel was hoeveel deze mensen niet zeiden dat ze wel vonden, als je ze privé sprak: Kennelijk moest je niet al te zeer opvallen waar het CvB je kon zien en horen, want dat zou je nagedragen worden. Althans, dat is mijn verklaring. En redelijke ideeën werden ook bijna nooit gehonoreerd: De ASVA had de absolute macht in stemmen, en was geheel niet redelijk, en wilde dat niet zijn, en was vooral tegen alles dat tegen de universitaire hoofddoelen van 1982-1987 inging: "de belangen van de vakbeweging, de vrouwenbeweging, en de milieubeweging".

[12] In de Tweede Wereldoorlog namelijk zaten
er zes keer zoveel Nederlanders bij de SS als in het verzet: Nederlanders zijn zeer tolerant, en hebben zeer tolerant toegezien hoe meer dan 1% van de bevolking afgevoerd en vermoord werden, omdat ze "van inferieur ras" waren. Direct ná de oorlog, aldus ex-premier De Jong, die in de oorlog duikboot-kapitein was voor de Verenigde Staten, was héél Nederland verzetsstrijder geweest, en werd vrijwel niemand bestraft, en zeker niet de grootste schoften, zoals Cohen en Asscher: die hoefden zelfs niet voor de rechter te verschijnen, wie weet omdat ze "Joods" waren (al was de enige ter dood veroordeelde Nederlander een Joodse vrouw, die ook lesbisch was), al deden ze wat ze deden, in Karel van het Reve's woorden, in:

(..) de Joodse Raad (een instelling, zoals ons beider leermeester Jacques Presser toen schreef in een ongepubliceerd boek Homo submersus (..) van joden boven een bepaalde inkomensgrens, met als doel het naar Polen sturen van joden beneden die grens).
--Voorwoord bij: David Koker, "Dagboek geschreven in Vught"

En ik schreef dit als oudste zoon van twee verzetshelden; als kleinzoon van een verzetsheld; en als nabestaande van een vader en grootvader, allebei communisten, die in 1941 gearresteerd werden i.v.m. de Februari-staking en tot concentratiekamp-straffen zijn veroordeeld als "politieke terroristen", wat mijn grootvader niet overleefde.

Ook is het zo dat ik meen dat de Nederlandse geschiedenis in de Tweede Wereldoorlog grondig vervalst is door Lou de Jong, die de baan daarvoor kreeg, omdat hij van Joodse afkomst was, maar de oorlog niet in Nederland had meegemaakt, maar veilig in Engeland. Maar ja: Ik denk ook niet dat er nu of ooit nog een waarachtige geschiedenis geschreven kan worden. Ik meen wel dat Asscher en Cohen zeer grote zeer welbewuste misdadigers waren, om de reden die Karel van het Reve gaf.



About ME/CFS
(that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail