Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  May
7, 2014
Autobio: 1978 - Eerste helft van het jaar
Sections

Introduction
1. Inleiding bij dit deel
2.
De eerste helft van 1978
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis. It is in Dutch and is part of my autobiography, which you find here (all in Dutch) AutobioTOC
. This is also the last part of the first volume, that covers my first 28 healthy years. I will soon continue with the second volume, that starts with the second half of 1978, when I met and started to live with Anna.

Also, there probably - but not certainly: it is already a bit late - will be another crisis report today.

1. Inleiding bij dit deel

Ik heb een moeilijkheid met dit eerste deel van 1978, dat tevens het laatste deel is van deel I van mijn autobiografie.

Het probleem is dat ik in 1978 érg veel deed (meer in een week dan de afgelopen vijfentwintig jaren in een jaar!), bijzonder veel boeken kocht, heel veel las, met redelijk wat vrouwen naar bed ging, en zeer gezond was, én dat ik minstens 136 paginaas gedeeltelijk geschreven en gedeeltelijk getiepte journaal-paginaas in A4-formaat heb voor dit jaar, die echter onmogelijk adekwaat zijn samen te vatten.

Ik los dit probleem als volgt op:

Ik zal in dit deel voornamelijk citeren, omdat het journaal redelijk geschreven is en ook omdat het mijn laatste gezonde jaar betreft. Dit deel sluit ook het eerste deel van mijn autobiografie af, omdat
ik het volgende en tweede deel van mijn autobiografie wil beginnen met de gelukkige aanvang van mijn relatie met Anna  terwijl bovendien niet lang nadat Anna en ik ziek werden en bleven alles tamelijk snel héél anders werd.

En er is nóg iets dat vrij belangrijk is maar dat slechts zeer partieel is aangeduid in wat volgt:

Mijn situatie in 1978 was weer geheel anders dan de voorgaande vier maanden: mijn studietoelage werd ingetrokken, op totaal raadselachtige gronden, en ik moest weer werken en moest daarom overwegend ophouden met studeren.

Dit was dus het vierde jaar in successie dat mij het studeren onmogelijk werd gemaakt. (Ik denk nu dat dit vooral aan de studenten-dekaan filosofie lag, die mij bijzonder slecht mocht, wat ik in 1978 nog niet door had, om een of andere reden die ik niet begrijp. Hij is ook één van de hoofdverantwoordelijken voor mijn verwijdering van de UvA, tien jaar later, die ik overigens lang niet allemaal gestudeerd heb.)

Kortom, het was mijn schuld weer niet, maar zo ging het wel. En ik hield trouwens ook niet op met studeren, maar wel met colleges lopen en tentamens doen, na het begin van het jaar: ik had er geen tijd meer voor, want ik moest werken, en ik leerde er trouwens ook bijzonder weinig tot niets van, om redenen die hieronder worden uitgelegd.

2. De eerste helft van 1978.

Omdat een flink deel van de tekst die in dit deel volgt geciteerd is uit 1978 (en overigens redelijk vaak vertaald is, want ik schreef een flink deel in het Engels) zal ik alle paragrafen die geciteerd zijn uit 1978 beginnen met twee geïtaliseerde woorden, en de paragrafen die in 2014 geschreven zijn beginnen zonder twee geïtaliseerde woorden.

NB dat dit het enige onderscheid is dat ik maak in deze tekst, waarin vaak paragrafen uit 1978 worden gevolgd door paragrafen uit 2014. Daar zit dus feitelijk ruim 36 jaar tussen, maar ik vermoed dat ik minder veranderd ben in die jaren dan de meeste mensen: er zijn verschillen tussen mij in 1978 en mij in 2014, en sommigen zijn groot, maar de interne verschillen, in mijn eigen hoofd, in termen van mijn eigen waarden en ideeën, zijn niet zo groot.

En tenslotte wordt wat volgt gepresenteerd in de volgorde waarin het origineel in 1978 geschreven is, zoals ook blijkt uit de data:

----------------------------------------------------------------------------------

8 januari: Ik ben een stuk bewuster geworden van iets dat al jaren speelt:
a. Het belang van mijn stemmingen - een stemming is een weg, een vorm
    en een richting voor wat het omvat, en
b. een belangrijke stemming die ik vaak heb: dat alles triviaal is, in zekere
    zin omdat ik er niet geheel ben, in bewuste (aware) vorm.

NB dat "aware" verwijst naar een bijzonder attente vorm van waarneming, die aan mystiek raakt, en die niet makkelijk is. Als ik die niet had was ik in het begin van de zeventiger jaren vaak spottend of kritisch, want veel van wat ik zag en meemaakte beviel me niet - en veel wat ik zie en meemaak bevalt me niet, en de redenen zijn overwegend dezelfden. Er is ook weinig aan te doen, want de meesten hebben te maken met intelligentie, en die is voornamelijk aangeboren.

25 januari: Van woensdag 4 t/m zaterdag 7 januari in Schellinkhout geweest, in Peter M's huis, dat bijzonder fraai is. Met Peter, Hans en Anky, om Antieke Filosofie voor te bereiden. Het was tussen Anky en mij allemaal nogal afstandelijk en verwarrend. Ze wil "(heel) goede vrienden" worden - maar de tot niets verplichtende alledaagsheid daarvan past me niet en bevredigt me niet.

Peter M. was de zoon van rijke ouders, en dit was één van de huizen waar hij over kon beschikken. Hierna raakte het ook vrij snel uit tussen mij en Anky, eerst gedeeltelijk en later voorgoed. Dit was overigens minder haar schuld dan de schuld van mijn idealisaties van haar, waaraan ze inderdaad niet voldoende beantwoordde.

26 januari: Ik kreeg het resultaat van het tentamen  "Antieke Filosofie": Een 5, die ik totaal onverklaarbaar vind. Ik denk sterk dat er andere consideraties meegespeeld hebben.

Ik had daar geheel gelijk in, en de reden was als volgt: ik had mij, in dat schriftelijke tentamen, aan het eind, laatdunkend uitgelaten over de slordige en onduidelijke opzet van het voorgeschreven boek, waar ik groot gelijk in had - maar dat boek bleek geredigeerd te zijn door mevrouw De Jager, die het vak gaf, wat ik niet wist toen ik het tentamen deed, en die mij daarom geheel niet eerlijk beoordeelde, want ze zei mij ook, letterlijk, dat ik "niet genoeg van antieke filosofie begreep", terwijl ik daar echt zeer véél meer van wist dan alle andere eerstejaars, die overwegend wel geslaagd waren.

Wat ik dus deed was bijna 2 jaar wachten, namelijk tot ze dood of ziek was (ik weet niet meer wat toen het geval was, maar ze is al vele jaren dood), en heb het toen opnieuw gedaan bij haar opvolger, met exact dezelfde kennis en zonder enige voorbereiding, en kreeg een 9, zoals ook geheel terecht was.

2 februari: Bente (een van Agnethe's zusters) is in Amsterdam voor de Noorse TV. Ruzie met Agnethe die beweert dat ik wel eens niet aardig zou kunnen zijn tegen de Noren die dat dan weer op haar en Bente zouden kunnen verhalen. Dat vond ik onredelijk en dat was het ook, maar uiteindelijk heb ik niet meegewerkt, al heb ik wel Bente geholpen boeken voor haar vriend te kopen.

Dit was tamelijk typerend voor mij: ik onthoud me van sociale dingen waar ik niet werkelijk welkom ben, geheel zonder pijn of moeite ook. (Maar populair word je op een dergelijke manier niet echt.)

6 februari: Ik ga met Jan naar Artis, waar hij bij het Zoölogisch Lab wellicht een Tap-baantje kan krijgen, voor een jaar.

Jan kreeg het Tap-baantje ook, dat zou moeten dienen voor zijn promotie, als bioloog, maar werd binnen 2 weken ziek, of althans: Hij werd extreem gespannen, kreeg grote angsten en last van flauw vallen, en kwam daarna zeer snel in een soort super-bijstand-voor-zieken terecht, die hij dankte aan het feit dat zijn tweelingbroer bij het GAK werkte.

Het resultaat daarvan was dat hij veel geld en veel vrije tijd kreeg, dat hij voor het grootste deel opmaakte in de kroeg en aan het kopen van computers, wat inhield dat hij in 1980 een Apple II had, nog met cassette-deck tapes om data op te slaan, en met een goede BASIC interpreter, maar verder met heel weinig.

Hij leerde zich er goed programmeren mee, en ook ik heb op zijn machine zitten programmeren, dat ook behoorlijk makkelijk ging, mede omdat ik al sinds 1972 van programmeren wist, na bij een uitzendbureau voor computer-programmeurs te hebben gewerkt, en ook omdat ik al veel van logica wist en - bijvoorbeeld - Minsky's "Computation - Finite and Infinite Machines" al in 1973 gekocht en gelezen had. Ook was de BASIC interpreter beter dan alles wat ik via computers zelf vond, althans tot ca. 1989.

De kroeg was geheel niet verstandig, want hij was binnen een paar jaar minstens behoorlijk alcoholisch, maar ik ben tamelijk goed met hem bevriend gebleven tot 1988. Toen was hij echter zwaar alcoholisch, en kregen we ruzie over z'n alcohol-gebruik in verband met een héél vreemde brief die hij me geschreven had, kennelijk dronken, bestaande uit vele geheel niet gerechtvaardigde verdenkingen. Hij stierf in 1998, op 52-jarige leeftijd, maar toen had ik hem al meer dan 10 jaar niet gezien.

10 februari: Ik heb mij gedeeltelijk teruggetrokken van Anky.

Dit was en gebeurde heel eenvoudig, en kwam vooral door haar gebrek aan tegemoetkomendheid (niet door het gebrek aan sex: die had ik met anderen) en door haar inleveren van mijn stukken, zonder dat ze daar iets aan gedaan had, onder haar naam: ik vond dat ze ze minstens enigszins had moeten herschrijven.

Het was nog niet geheel uit, maar wel grotendeels, en het is nooit meer echt aan geraakt.

10 februari: Ik heb nu heel goede sexuele relatie met Agnethe: Zeer uitgebreid gevrijd - we vinden allebei dat onze sexuele verhouding nog nooit zo goed was.

12 februari: Op de TV blijkt 's avonds een film over de CPN te zijn met Marcus Bakker. Van de VPRO en aardig gedaan. Luisteren naar Marcus Bakker is eigenaardig: Hoe kan iemand die slim is dom zijn? Eén reden is waarschijnlijk dat hij praktische slimheid met een (voor mij waarschijnlijk moeilijk te begrijpen) gemis aan theoretische begaafdheid, algemeen overzicht, verenigt.

Maar een betere verklaring is eenvoudig dat hij loog. Ik heb daar geen harde bewijzen voor maar wel redelijk wat evidentie:

Hij en zijn gezin hadden het véél beter dan mijn ouders en hun gezin; hoewel veel communisten voor landverraders en vuil werden uitgemaakt, werd naar Marcus Bakker een zaal van de Tweede Kamer vernoemd; en vooral: hij schreef het Rode Boekje in 1957-8, dat - bleek me pas in de tachtiger jaren, toen ik het eindelijk las - een zéér smerige aanval was op een deel van zijn mede-partijkameraden,  waardoor Paul de Groot de machtigste man in de CPN werd, met Bakker als tweede, en de enigen die daar voordeel van had waren de BVD en de regering: Paul de Groot was evident onbekwaam.

Dit alles is niet sluitend maar het is wel suggestief, vooral het laatste punt, en het enige houdbare alternatief is dat Bakker heel slim was in het debat doch buitengewoon dom in de theorie. Maar ik ben op zijn werkkamer geweest in 1971, bij hem thuis, en die stond vol met zeer veel zeer theoretische boeken, inclusief Marcuse e.d. Ik weet niet of hij die allemaal gelezen had, maar hij had ze in ieder geval wel.

14 februari: Overigens besloten zo weinig mogelijk colleges te volgen en dit met de docenten te regelen - het levert me te weinig op.

Dit lag niet zozeer aan mijn moeten werken als aan het extreem lage peil van alle onderwijs dat ik aan de faculteit voor filosofie kreeg, met als enige twee  uitzonderingen Van Nierop voor de 19e eeuw, en Achterhuis voor ontologie: De rest was extreem en ook beschamend slecht, was nooit voorbereid, en werd ook altijd in bijzonder slecht Nederlands gepresenteerd.

Hierop waren nóg twee gedeeltelijk uitzonderingen: Peter Wesley was - als ik het wel heb - nog bij Evert Beth afgestudeerd of gepromoveerd, en was een goede wetenschapsfilosoof, maar hij verliet de universiteit kort nadat ik er begon te studeren, omdat hij het - terecht - geheel oneens was met de universitaire ontwikkelingen en met de macht van de kwasi-marxisten. Maar ik weet verder erg weinig van hem, behalve dat hij toen koordirigent is geworden.

En Jon Dorling was een Engelsman die ca. 1980 werd benoemd tot hoogleraar wetenschapsfilosofie. Hij was een intelligente man, maar hij begreep weinig van hoe het in werkelijkheid geregeld was in Nederland, en is uiteindelijk vertrokken of weggestuurd rond 1992, waarna hij ook niets meer gepubliceerd heeft. Ik heb hem ook het laatst gezien in 1992, bij mij thuis, toen ik behoorlijk ziek en hij behoorlijk in de war was.

Overigens bestond de staf filosofie uit geheel onbekwame uitvreters en oplichters, maar ik had dit nog niet écht door in 1978, al vond ik de colleges werkelijk gruwelijk - maar een flink deel zit er nog steeds, in 2014, en heeft al die jaren alleen uitgevreten en niets tot vrijwel niets gepubliceerd, de afgelopen 36 jaar.

Hier moet ik nog iets bij opmerken voor de duidelijkheid: ik ben vrijwel de enige die het zo ziet omdat (1) ik vrijwel de enige ben die werkelijk van filosofie weet en (2) vrijwel de enige die werkelijk in waarheid en moraal geinteresseerd was en is, zoals ik in 1988 uitvond, toen ik als enige Nederlander sinds de Tweede Wereldoorlog van de UvA verwijderd ben, van de faculteit voor filosofie, vanwege het stellen van - uitsluitend! - vragen (in een publieke toespraak waar ik voor gevraagd was), en omdat ik het oneens was met de stellingen dat "iedereen weet dat waarheid niet bestaat", en dat "iedereen weet dat alle mensen gelijkwaardig zijn" - maar dit waren de voornaamste stellingen die in de UvA tussen 1971 en 1995 golden, ook met bescherming door de diverse Colleges van Bestuur.

De rest zal het zo beschouwen als de vele tientallen kwasi-filosofische uitvreters en parasieten van de UvA - en "vele tientallen" slaat alleen op de academisch geëmployeerden aan de faculteit voor filosofie:

De dames en heren zijn automatisch en vanzelfsprekend geheiligd door hun aanstellingen, die er uiteindelijk voor zijn om mensen als zij een zeer wel betaald, zeer aangenaam, tot vrijwel niets verplichtende "werk"kring voor het leven te geven.

En dat is waar ze allemaal naar streefden, en wat de academici onder hen ook voor hun hele leven bereikten, vrijwel allemaal al in de vroege zeventiger jaren, en dankzij vaste bureaucratische aanstellingen als ambtenaar voor het leven, en vanaf hun ca. 25ste.

14 februari: Uren lang heerlijk gevrijd met Agnethe. Als Agnethe zich werkelijk rustig voelt, sereen is, dan is ze bijzonder mooi en ziet er ook rustig, zeker, onafhankelijk en sterk uit. Als ze zo zou zijn als ze er dan uit ziet ...  wat mogelijk is, maar moeilijk.

Ja, dat klopt. Er was véél meer mogelijk tussen Agnethe en mij dan er uit gekomen is, al was de relatie goed, en dat ligt voor een deel aan haar onrust en onzekerheid en voor een deel aan mijn ongeduld en onbegrip. (Maar ik heb Agnethe geheel niets te verwijten, en we hadden ruim 4 jaar een goede verhouding.)

16 februari: Wat betreft vrouwen is Jan waarschijnlijk toch aanmerkelijk meer egocentrisch (in de zin dat hij veeleisender is, meer claims verwerkelijkt wil zien) & meer gericht op onmiddellijke behoefte-bevrediging.

Hij was ook een stuk banger, en was een groot voorstaander van versieren, maar was ook bang om zélf verliefd te worden. Voor mij was het veel eerder omgekeerd, maar in 1977 en 1978 ging ik toch met redelijk wat vrouwen naar bed vanwege de sex en niet omdat we op elkaar verliefd waren. Dit waren ook de enige jaren dat ik dit deed, al was dit toen ook heel gebruikelijk, althans in Amsterdam en aan de universiteit, waar nog steeds sprake was van "sexuele revolutie", en de pil toen ruim 10 jaar oud was in Nederland, en Aids nog niet gearriveerd was.

17 februari: How do you do
                What you do to me
                When you make me fall in love with you
                Oh if I knew
                What you do to me
                Then I could
make you fall for me
                As I fell for you
                If I do it to you.

Dit is geciteerd in mijn journaal uit mijn hoofd, naar een hit uit de zestiger jaren, en in verband met Anky. In Anky's geval was het trouwens vooral ikzelf die het deed: ik kende haar vanwege haar uiterlijk karakteristieken toe die ze niet echt had, althans niet in de mate die ik verlangde.

21 februari: Ik at zaterdag met Agnethe in Diemen, en ze bleef slapen. De mogelijkheid zwanger te zijn bezwaarde haar behoorlijk: geen menstruatie gedurende 2 weken nadat het er zou hebben moeten zijn. Maar ze is vandaag naar een dokter gegaan die haar een test heeft afgenomen. Eerst belde ze nerveus een half uur voordat ze de dokter zou bellen, en toen tien minuten erna: negatief.
Het zou me behoorlijk verbaasd hebben als het positief was geweest, gezien onze voorzorgen & eerdere negatieve uitslagen als we onvoorzichtig waren geweest, maar het was uiteraard niet onmogelijk. We vieren het Donderdag. Het moet trouwens vreemd zijn je bewust te zijn dat er iets mogelijk aan het groeien is in je.

4 april: J.J. Peereboom geciteerd, ook in HP: "...dat ik altijd vermoed, onder het schrijven en het vergaderen en het minnen en wat dan ook, dat ik geen echte ben, dat ik er niet bij hoor, al doe ik mijn best."

Ik veronderstel dat dit voor verreweg de meeste mensen geldt, al geldt en gold het nooit voor mij: de meeste volwassen mensen spelen alleen rollen, en weten dat ze dat doen, maar geven het zelden toe, behalve in grote dronkenschap, of als Peereboom, in nauwelijks dragelijk Nederlands - en Peereboom had veel beter kunnen zeggen: ik veins altijd, en ik kan dat nooit laten, want ik ben bang en onzeker.

4 april: De "three cardinal virtues" zijn inderdaad eerlijkheid, vriendelijkheid
en intelligentie.

En geen van de drie zijn echt gebruikelijk: Vooral eerlijkheid en intelligentie zijn behoorlijk schaarse eigenschappen, die de meeste volwassenen overwegend  missen - althans in mijn ervaring, en ik had bijzonder eerlijke ouders en ben erg intelligent (en de helft van de mensheid heeft een IQ onder de 100).

6 april: Carolien kwam binnen en het klikte onmiddellijk sexueel. Waar ik dat aan zie weet ik niet zeker, maar ik denk dat haar bewegingen dan iets langzamer en nadrukkelijker worden. Dit geldt algemeen. We hadden er allebei gewoon veel zin in, en verder mogen we elkaar wel maar is er niets diepers - o.a. teveel verschil in instelling. Daar had zij even meer moeite mee dan ik, maar dat sleet snel omdat (a) ik bijzonder eerlijk was en (b) we bijzonder lekker vrijen. Sexueel passen we in ieder geval uitstekend bij elkaar. 't Vrijen was dus bijzonder lekker, langdurig (van 2-en tot 6-en) en teder.

Dit is de Carolien die op dezelfde afdeling van mijn studentenflat woonde, en niet de Carolien van 1969. Hoe het zij, ik was altijd eerlijk tegen de vrouwen waar ik mee naar bed ging, ook als ik niet van ze hield. (Dit is kennelijk ongebruikelijk.)

6 april: De laatste Zappa gekocht op 6 april: 't Schitterendste was The Illinois Enema Bandit.

Dit was de dubbelelpee uit 1977 "Zappa in New York", en dit nummer is een fraaie verhandeling over een man die z'n slachtoffers enemas gaf: 't Is vooral absurd.
("Apparently, there was no law against it.")

6 april: En een prozaische mogelijke ontdekking - wat ik al eerder dacht: 't Zou me niet verbazen als vitamine C wat ik in vrij grote hoeveelheden slik, potentie verhogend werkt. Want, tegenwoordig, als ik eenmaal bezig ben weet ik vrijwel van geen ophouden.

Er is meer hierover op 11 april, en het valt me op dat ik al in 1978 vitamines nam, in kennelijk redelijke hoeveelheden. Dit moet mijn eigen ontdekking geweest zijn, maar ik denk dat vitamine C niet veel met potentie te maken heeft: ik was eenvoudig 27, en sexueel tot meer in staat dan daarvoor of daarna.

6 april: Dat zoveel mensen niet zien dat zoveel absurd is verbaast me - of eigenlijk niet, want ze zijn dom. Swift had gelijk: I like individuals, but the mass of mankind is not sympathetic. Begrijpen waarom kan veel excuseren, maar zonder het fundamentele gevoel te veranderen, dat een soort medelijden is, en welwillende arrogantie.

Wat ik toen nog niet wist was dat mijn IQ een stuk boven de 150 lag, al was me wel verteld bij mijn militaire dienst-keuring, waar ik bijzonder coulant voor afgekeurd ben, dat ik als een witte raaf gescoord had. Hoe het zij: het verklaart iets.

Overigens: ik denk zelf niet dat IQs boven de 140 veel zeggen, omdat de grondslagen van IQs niet echt duidelijk zijn - zo denk ikzelf bijvoorbeeld geheel niet dat "intelligentie" = "IQ" - en ook omdat er feitelijk maar weinig studie naar hoogbegaafden gedaan is, waarvan er ook niet veel zijn. Het is echter wel een feit dat er aanmerkelijke verschillen in intelligentie zijn tussen mensen, en ook een feit dat intelligentie zelf behoorlijk ingewikkeld, complex en verschillend is, en dat er weinig echt over vast staat.

8 april: Hoeveel kan je in woorden uitdrukken? Veel, maar uiteindelijk toch erg weinig. Want kijk: Wat je je bewust bent is een klein gedeelte van wat je denkt, wat een klein gedeelte is van wat er in je hersens gebeurt (..), wat een klein gedeelte is van je lichaam, wat een klein gedeelte is van je onmiddellijke omgeving, wat een klein gedeelte is van ... etc.

En alle niveaus zijn weer oneindig gecompliceerd, en hangen samen op allerlei onverwachte, ongeziene manieren. En wat je kan uitdrukken is weer een klein gedeelte van wat je je bewust bent - terwijl wat je in woorden uit kan drukken weer een deel is van wat je uit kan drukken.

Summa summarum: limiet naar 0. Waarbij nog komt dat hoe meer je probeert te omvatten hoe minder het van doen heeft met je ervaring. Zodat je, voor goed begrip, wel moet aannemen dat alles door soortgelijke principes van een klein aantal bepaald wordt. Wellicht is dat niet zo, maar als het niet zo is kunnen wij toch niet begrijpen hoe het wel zou zijn.

Dit zal wel erg skeptisch zijn, maar het is geen skepsis over principiële waarheid o.i.d. maar over succes t.a.v. het kennen ervan. Ik geloof wel dat er absolute (empirische) wanen en (logisch) geldige waarheden zijn (uiteraard altijd relatief aannames) en ik geloof ook dat er minstens één objectieve waarde is nl. dat iedereen streeft naar wat ie prettig of juist vindt - NB Aristoteles' "good is (for every thing) what all (every) thing(s) aims at" - maar mijn skepsis geldt de kracht daarvan. Tenslotte kun je met een polstok ook niet de Atlantische Oceaan overspringen.

De korte samenvatting van deze vier alineaas uit 1978 is: Er is waarheid, maar er zijn ook goede redenen voor skepsis dat mensen in staat zouden zijn meer dan een betrekkelijk klein deel daarvan te kunnen kennen: ze hebben niet meer dan een polstok, en daar is veel niet mee mogelijk.


10 april: Over Agnethe: Ik realiseer me dat het moeilijk is over haar te schrijven omdat ze zoveel zinnigs zegt en ziet. De voornaamste moeilijkheid tussen ons is wat zij mijn "power" noemt - de kracht van de uitstraling die ik heb. Maar ze heeft zin om samen naar Griekenland te gaan.

Ik heb al gezegd dat mijn relatie met Agnethe de beste is van de vijf vrouwen waarmee ik heb samen gewoond, en dat ligt voor een flink deel aan haar  vermogens tot rationaliteit en redelijkheid. We wisten allebei eind 1977 dat we niet echt meer verliefd waren op elkaar, maar we bleven bevriend en gingen met elkaar naar bed tot en met 3 juni, toen de relatie uitraakte door mijn ongeduld.

Maar ook daarna heb ik redelijk wat van haar gezien in de tachtiger jaren, en dat was altijd prettig, maar was ook alleen vriendschappelijk voor ons allebei.

10 april: De verliefdheid op Anky is definitief uit. Ik heb voor haar toch ook niet het respect dat ik voor Agnethe heb, evenmin als het diepe gevoelen van sympathie. Zodat ik niet weet wat er gebeurt. Waarschijnlijk groeien we gewoon uitelkaar, voorzover we naar elkaar toe gegroeid zijn.

In feite verloren we elkaar vrijwel direct geheel uit het oog: ik heb haar nog één of twee keer gezien, en dat was het.


10 april: Maar weer 4 boeken gekocht: Weizenbaum, Computer Power & Human Reason; Kamke, Theory of Sets; Dewey, Experience and Nature; en Man's Body - het laatste is een soort mannenhandboek. Toch wel tot m'n verbazing blijk ik behoorlijk potent te zijn.

Citaat: Kinsey records one man who had 4 to 5 orgasms a day, with ejaculations, for 30 years; (...) Within a space of one or two hours, most men can manage one ejaculation; some a second, a few three or four. Kisey records one achievement of about 6 to 8 ejaculations in a single session; but regular multiple ejaculation is typical for only a small number of men.

Waaruit blijkt dat ik één van die "few" ben, en één van "a small number".

Wel, wel. Dat had ik niet gedacht - er blijkt maar weer uit wat een opscheppers de meeste mannen zijn. Grappig. (...) Maar verbazen deden diverse dingen mij wel. Dus ben ik kennelijk op dit gebied ook niet gemiddeld.

Dit is geheel waar zoals het er staat, hoewel dit in 2014, het jaar waarin ik 64 word, een heel stuk minder is, en in feite al een stuk minder sinds de late 80-er jaren. NB dat ik vooral verbaasd was, hoewel minder over mijn afwijken van de doorsnee dan over de mate ervan.
En verder zei (en zegt) het me niet zoveel, en vond (en vind) ik het niet erg belangrijk: ik ben werkelijk meer geinteresseerd in liefde dan in sex.

12 april: In April beginnen bij RITP: 8 gulden per uur.  In ieder geval is 't SAB (?) het eerste uitzendbureau waar je aardig en zonder valsheid behandeld wordt.

Ik weet niet waar "SAB" - als dit al juist is - voor stond, maar ik had veel ervaring met uitzendbureaus.


12 april: Over Agnethe. En dus praatten we over ons zelf - haar afstand en aarzelen gelden vooral (i) haar angst van mij afhankelijk te worden (ii) - waarschijnlijk - projectie van het punt: beperkingen & mijn stemmingen en sterkte van karakter (iii) ons niet meer verliefd op elkaar zijn en haar (gedeeltelijke) wens verliefd te zijn, en waarschijnlijk (iv) haar idee dat we niet genoeg interesses en attitudes gemeenschappelijk hebben.

Ik heb haar dit journaal getoond van 11 januari t.m 9 februari, dat ze leuk vond - het is erg goed geschreven en interessant. Maar aangezien ik haar de waarheid verteld heb kende ze de meeste van mijn instellingen over vergane feiten.

17 april: Bij de RITP werkt een roodharige Jante. Ik geloof dat zij en ik wel een oogje op elkaar hebben - een cliché maar 't dekt vrij goed wat er achter zit. Zij kijkt mij aan; ik kijk haar aan; zij strekt zich uit en kijkt me aan of laat zich bekijken etc. Of het wat betekent weet ik nog niet, maar dat vind ik wel uit. Ze is in ieder geval mooi, of aantrekkelijk. Hetgeen vrij precies het niveau van interesse aangeeft: ik vind haar leuk en lekker, maar verder heb ik geen benul.

Dit is vooral interessant omdat Jante en ik elkaar graag mochten, maar zij niet op mij verliefd was en ik ook niet op haar, ondanks het feit dat ze echt roodharig en uiterlijk bijzonder fraai was, en gymnasium in Friesland had gedaan, en een heel goed verstand had. Ik bedoel: ik werd geheel niet vanzelfsprekend verliefd, ook niet op bijzonder mooie vrouwen waarmee ik het goed kon vinden. (Maar ik was wél blij dat ze niet bij mij in de klas op de HBS had gezeten.)

17 april: Met Agnethe met de trein naar Hollandsche Rading op Zaterdag 15 april, want het was mooi weer.

De
Hollandsche Rading was mooi aan het einde van de vijftiger jaren toen mijn ouders er een vakantiehuisje huurden. Wel, dit was de stand in 1978:

De hei is verpest: Het vennetje is een ondiepe kuil met wat water waarin het lijk van een bromfiets, en er omheen crossen pubers op opgevoerde bromfietsen - het lijkt, op de naaldbomen na, een bouwrijp gemaakt terrein. Het gras op de hei was ook dood; hazen zijn al jaren geleden door de rondrennende honden vermoord; overal ligt papier en plastic, en 't sterft van de mensen. En Hilversum eet steeds meer hei op. Triest, in één woord, en ik heb me behoorlijk lopen opwinden, omdat het allemaal niet nodig is  - allemaal het resultaat van Gebrek aan Interesse (lack of care), gemakszucht: de hollandse volksziekte.

Bijna twintig jaar eerder, in 1959, was het vennetje een mooi meertje met riet en libellen en kikkers en een soort zandstrandje, waar we regelmatig gingen zwemmen, en waar het water heel helder en natuurlijk was.

19 april: Ik kocht Ramsey's Foundations en ik ben een soort anarchist & pascifist, hum, hum. Ramsey was iemand die ik zeer op prijs stel.

De "hum, hum" geeft aan dat ik dit ook gedeeltelijk betwijfelde, maar Ramsey was een zeer bijzonder man, die helaas in 1930 op 26-jarige leeftijd stierf. Hoe bijzonder? Ik denk dat hij intelligenter was dan alle andere filosofen van de 20ste eeuw, behalve Peirce, die in 1914 stierf, en dat, alweer met uitzondering van Peirce, de twee grootste filosofen van de 20ste eeuw Bertrand Russell en Frank Ramsey waren (zéér veel eerder dan Wittgenstein, die vooral een duisterdenker was, met grote pretenties maar met weinig échte resultaten).

29 april: An Analysis of Knowledge and Valuation, van Lewis, gekocht en Essays on Frege. Ik weet zeker dat ik zeer fundamentele dingen, vooral over logica, te zeggen heb (gebaseerd op Ramsey, deze mening). Alleen, belangrijk zal het wel niet zijn, ik bedoel praktisch belangrijk. Veranderen zal 't niks dan enkele opvattingen van enkele mensen. Niet dat meer ooit mogelijk is, maar de interesse & 't adekwate begripsvermogen voor mijn zegje is waarschijnlijk bijzonder klein. Anyway -.

Dit is een redelijke indicatie van hoe ik mijzelf inschatte op - nog steeds - mijn 27ste: ik ben in staat tot het doen van zeer fundamentele dingen, maar dit zal ook voor maar heel weinigen van belang zijn - dat samen met mijn hierboven geartikuleerde skepsis toen al flinke kwalificaties van mijn filosofisch en logisch streven impliceerde, al verwachtte ik nog wel werk in de filosofie of de logica te kunnen vinden, dat ik ook wilde.

Gegeten in de Mensa en toen in een opwelling naar Ida. Gerookt en uitgebreid gevrijd, en toen naar de briljantste film die ik ooit gezien heb: The Groove Tube, van Ken Shapiro. Veel van dit oordeel hangt af van (i) ik was - zeer - stoned, en (ii) Shapiro kijkt kennelijk precies zo tegen de dingen aan als ik, en weet dat schitterend in film om te zetten. 't Was een nachtfilm. Weer naar Amstel 157 en weer gevrijd en naar bed.

Dit was de Ida die ik van filosofie kende, die een heel aardige meid was, met wie ik het redelijk kon vinden, maar waar ik nooit verliefd op ben geweest. Of ik The Groove Tube nog steeds zo briljant vind weet ik niet, en vermoedelijk wat minder, maar het was wel een heel leuke film.

Nu een belangrijk deel, althans voor mij:

If there is a frame of mind, the outlooks I have include Shapiro, Zappa, Pink Floyd, Russell, Ramsey, Peirce, James, Whitehead, Goodman, Mumford, Thoreau, Proudhon, Strawinsky, Satie, Agee, Lichtenberg, Nietzsche, Hume, Huxley, Dylan, Kesey, Heller, Ionescu, Whitman, Aristotle, Orwell, Buddha, Chuang Tzu, Mill, Mills, Keynes, Ockham, Locke, Goethe, Multatuli, Bjorneboe, Montaigne, Voltaire and some more. Obviously, these are people who did things I like very much; and who appeal to different sides of me.

Ik heb dit in het Engels laten staan, en wat me vooral opvalt is hoeveel ik al wist en kende op mijn 27ste - want aan (voor mij) "grote namen" zijn er sindsdien alleen de volgende vijf erbij gekomen: Henry Miller, William Hazlitt, Mario Bunge, Arthur Schopenhauer en Raymond Smullyan - en die ontdekte ik ook allemaal rond 1980-1983, dus voor of op mijn 33ste.

Verder is het zo dat degenen die mij nu enigszins minder bevallen alleen Pink Floyd en Dylan zijn. Maar dit is overigens een lijst van namen van de mensen die voor mij het belangrijkst zijn, al is de lijst niet helemaal compleet.


29 april: Als je 't weer in spuitbussen kon verkopen zou je de wereld veranderen.

Het was namelijk heel mooi weer, voor de eerste keer in 1978, en mensen gedragen zich dan écht wat anders dan normaal.

5 mei: In zekere zin (en vrij belangrijk) is dit "houden van" - een soort mengsel van bewondering, respect, aardig en lief vinden, sympathie, openheid - dat ontstaat na verliefdheid: verliefdheid met een kater van nuchterheid; liefde zonder sentimentaliteit. Maar het is een bereidheid tot, niet in de eerste plaats een gegevenheid. En toch sterker met Agnethe dan met Anky, want Agnethe is intelligenter en eerlijker.

5 mei: Waren mensen maar kwaadaardig, dan had je althans psychologisch
goede redenen om ze hun vernielingen kwalijk te nemen. Maar ze zijn kortzichtig, lui, gemakszuchtig, egoïstisch, dom.

Anders gezegd, in Hazlitt's woorden, ook met andere nadruk:
"If mankind had wished for what is right, they might have had it long ago. The theory is plain enough; but they are prone to mischief, "to every good work reprobate.""
En het ontbreekt de grote meerderheid aan intellectuele vermogens - en wie het hier niet mee eens is, als de meerderheid van de Nederlanders, is dat precies omdat hij of zij te dom is de intellectuele verschillen die tussen hem of haarzelf en de kleine minderheid van werkelijk intelligente mensen bestaan te zien en te begrijpen. 't Is niet anders.

6 mei: Naar Paté waar een stel Limburgse meisjes een soort carnaval proberen op te zetten en één zeer snel op mijn schoot terecht kwam, en een ander met me aanpapte. Wat moet ik er mee - waardering & behoefte in evenwicht: niets dus. Even later begint een ander meisje, meer mijn leeftijd etc. me aan te staren. Duidelijk interesse. Waarom? En wat moet ik er mee? Tenzij ze bijzonder speciaal zijn - intelligent, aardig, eerliijk, aantrekkelijk - wil ik er alleen mee vrijen. Dat is belangrijk & voor mij eerlijk, en ik geloof dat 't mogelijk is elkaar te mogen en met elkaar naar bed te gaan en een prettige oppervlakkige relatie te hebben, maar schijnt moeilijk realiseerbaar - de eenzaamheid, ontevredenheid, behoefte aan steun & appreciatie, druipt van de meeste mensen af als etter uit een wond.

7 mei: Diemen. Gelezen, bovenstaand + Animal Behavior; Schrijvers Over Zichzelf; wat wiskunde [Real Number System, een geprogrammeerde tekst]. Aristoteles had een zeer bewonderenswaardige kombinatie van helderheid, diepgravendheid (resp. inzicht en overzicht) en gezond verstand die buitengewoon zeldzaam is. Agnethe kwam eten, nogal laat, en dat was erg prettig. Problemen lossen zich op door er niet over te praten - we ontwikkelen langzaam een nieuwe vorm van samenzijn. Ze had haar haar in een staartje en dat ziet er prachtig uit, en we hebben heerlijk gevrijd. Met haar is alles vaak anders - een kombinatie van kalmer en intenser. Ik denk dat dat komt omdat we elkaar goed kennen en - dit is, in ieder geval voor mij, erg belangrijk - respecteren. Ze is één van de zeer weinige mensen wier oordeel voor mij waarde heeft omdat zij 't geeft en waarvan ik weet & aanneem dat ze dingen zinnig anders ziet dan ik doe of kan. Maar ze kan heel erg veranderlijk zijn - als ze 't soort spankracht heeft zoals vandaag (resilience) kan 't tussen ons geweldig worden; als ze dat niet heeft niet.

NB respect: In Nederland pretendeert vrijwel iedereen "respect" te hebben voor bijna iedereen. Wel... ik geloof er niet aan: 't is gewoonlijk pretentie van respect, die niet echt is, en ook meestal niet gefundeerd.

Overigens kan ik het met de meeste mensen wel vinden, zolang de relatie oppervlakkig is, en ze niet veel zeuren, en niet over theoretische onderwerpen kletsen: ik ben geen misanthroop.

7 mei: Ik heb me konsistent goed tot uitstekend gevoeld zolang ik B-vitamines  slik (1.iii.78). Coincidentie of oorzaak, 't is een feit.

Het is jammer dat ik geen hoeveelheden gaf, en ik was ook vergeten dat ik vitamines nam in 1978. En dit betreft toch meer dan 2 maanden.


3 juni: Mijn relatie met Agnethe lijkt echt beëindigd, vooral door mijn toedoen, in reactie op haar manieren van doen.

Ik denk nu dat dit een fout van mij was, maar we wisten ook al sinds 1977 dat we niet meer van elkaar hielden. Daarbij bleven we bevriend, en heeft ze me enigszins regelmatig maar niet vaak bezocht tot het einde van de tachtiger jaren, maar het is nooit meer een relatie geworden.

5 juni: Gekapt met Anky.

Dat was een heel stuk makkelijker, en ik heb haar daarna ook maar twee keer gezien. Ik heb haar overigens niets te verwijten, want ik was verliefd geworden op haar uiterlijk, terwijl haar innerlijk niet echt bij mij paste.

5 juni: Agnethe belde: Gaat morgen of overmorgen naar Noorwegen & gelooft dat ze misschien weer Boeck's ziekte krijgt. Wil zich, voordat dat zeker is, niet laten onderzoeken (..)

Boeck's ziekte was de diagnose die ze begin 1977 in het ziekenhuis in Lillehammer gesteld hadden. Wat er van waar is weet ik niet, maar ze is sindsdien overwegend gezond geweest, voorzover ik weet.

----------------------------------------------------------------------------------

Dit was de eerste helft van 1978, hier naverteld door citaten uit mijn journaal voor dat jaar met aantekeningen uit 2014. Op 10 juni 1978 ontmoette ik Anna,
met wie ik vervolgens 5 1/2 jaar samenwoonde - maar dit is voor het begin van deel II van mijn autobiografie dat de jaren 1978-1992 omvat.
------------------------------

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail