Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  February
24, 2014
Autobio: 1970 - De Sleep-In en daarna
Sections

Introduction
1. 1970 - De Sleep-In
2. De rest van 1970
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis, but is part of my autobiography, and what follows is in Dutch. Also, this will soon be added to my autobio-files, and then may be rewritten some. It was in fact written yesterday, and that was exactly a year after mostly not writing this part (that will soon be replaced by this file). And there probably will be a later Nederlog today in English.

1.
1970 - De Sleep-In

Ik heb besloten dit deel te schrijven zonder dat ik het verslag dat ik in oktober 1970 schreef voor de Stichting ZJA en voor wethouder V. teruggevonden heb. Wellicht vind ik het later nog, en hoewel dat redelijk wat details kan leveren herinner ik me een en ander nog goed genoeg, al is het ondertussen 44 jaar geleden. Ook heb ik dit stuk over de Sleep-In in twee delen geschreven, waarvan het tweede deel later wat uitgebreid zal worden.

A. De Sleep-In zelf

Ik heb in het voorgaande gedeelte verhaald hoe ik Winnie M-R leerde kennen, die mij snel daarna een zomerbaantje aanbood, namelijk om van half Juni, en in Juli en Augustus medewerker te worden van een Amsterdamse Sleep-In, en daarbij te werken voor de Stichting ZJA, waarvan zij een belangrijk bestuurslid was.

Het betaalde iets meer dan 700 gulden per maand, dat mij redelijk leek, en zou bestaan uit het helpen een Sleep-In
open en draaiende houden, dat in feite iets jeugdherbergachtigs zou moeten worden, en gedeeltelijk gefinancierd zou worden door de Gemeente Amsterdam, en wel met het doel "het Damslapers-probleem op te lossen".

Dit was het jaar daarvoor ontstaan doordat Amsterdam toen als hoofdstad van de hippies gold, en er letterlijk tienduizenden hippies arriveerden, die vooral rond het monument op de Dam zaten, in de binnenstad of in het Vondelpark sliepen, heel weinig geld hadden, en ook al in de zomer van 1969 voor problemen hadden gezorgd, of althans daar de aanleiding toe gaven: de mariniers uit Den Helder waren op een gegeven moment "de Dam aan het schoonruimen", d.w.z. te ontdoen van langharig tuig, en daarbij was de politie verschenen met karabijnen, wat zeer zeldzaam was.

De gemeente had dus althans enig geld over om goedkope slaapruimte voor de hippies te verzorgen, wat trouwens in 1969 ook al gedaan was, maar alleen in de oude Rai, en op nogal primitieve wijze, en ook nogal ver van het Centrum.

Maar het mocht de gemeente vooral niet veel kosten, en zo was er in de eerste helft van 1970 besloten dat er drie Sleep-Ins zouden komen: Eén op de Laurier- gracht, in een voormalige jeugdherberg; één op de Haarlemmer Houttuinen, naast Fantasio; en één op de Rozengracht, in een groot vier verdiepingen hoog overwegend leegstaand pand.

Het was ook de bedoeling dat deze drie Sleep-Ins vanaf Juni, de één na de ander, geopend zouden worden, waarbij de eerste twee al min of meer geoutilleerd waren, maar de Rozengracht vanaf niets moest beginnen en het laatste zou open gaan, ergens eind Juni of begin Juli.

Ik moest op 15 Juni beginnen, en wel op de Haarlemmer Houttuinen, en dat omdat er feitelijk nog vrijwel niets gedaan was op de Rozengracht. Ik leerde daar snel de leider kennen, Joeri S., en de 10 andere stafleden, zoals we genoemd werden, en we begonnen met het wit schilderen van muren in de Sleep-In Haarlemmer Houttuinen, die geleid werd door een nogal vreemd en zeer hippie- achtig stel, dat altijd in het zwart gekleed ging, bijzondere pretenties hadden over hun geheime mystieke krachten, en veel LSD gebruikten.

Na circa een week kwam ik voor het eerst op de Rozengracht, en vond drie verdiepingen van grijze, grauwe gewezen fabriekshallen, overwegend leeg, en kennelijk al vele jaren leegstaand. Op de benedenverdieping was een opslag van verfspullen gevestigd, maar dit was alleen een opslag, en links van het Sleep-In gebouw was toen een kale ruimte, met een schutting, wat dor gras, en een zijdeur naar de trap naar de Sleep-In, die op de bovenste drie verdiepingen moest verschijnen, maar waar toen nog geheel niets voor was.

Wat er moest komen waren matrassen of bedden, en wasgelegenheid, in ieder geval, maar dat was er allemaal niet. De wasgelegenheid, en wat er verder op te knappen was, was de taak van Frans van Diepen ing., die iets als HTS had gedaan of nog deed; behoorde bij de groep van de Stichting Thomas Aquinas, dat een katholieke studentenvereniging was; en die evident bijzonder goed was in het maken van beloftes en het drinken van alcohol, maar nog niets gedaan had.

Dit bleek ook te gelden voor de komende tijd: Uiteindelijk kwam er een wasruimte, maar niet voor half Juli, en ook toen was het uitermate behelpen, en was het water altijd koud; en in de rest van het pand deed hij niets; maar de stafleden konden wel altijd ruzie met hem krijgen, want dat was het enige andere ding dat hij bijzonder goed scheen te kunnen, en ook graag deed.

En we kregen bij wijze van matrassen exact hetzelfde als in 1969 gebruikt was in de Oude Rai: lange rollen licht goorbruin gekleurde plastic matrassen, van minstens 10 meter lang, 2 meter breed, en een centimeter of 10 dik, die eind Juni gebracht werden, en in alle zalen uitgespreid werden op de vloeren.

De stafleden timmerden ook een balie niet ver van het uiteinde van de trap naar de zijdeur, met daarachter een flinke ruimte voor rugzakken en koffers e.d. En er kwamen eenvoudige papieren nummertjes als toegangsbewijzen voor de gasten, en het zou 2 gulden 50 per nacht moeten gaan kosten, en ging inderdaad, ook na dringend verzoek van de gemeente, begin Juli open.

Het was erg snel vol, omdat er heel veel hippies in Amsterdam waren, en de Rozengracht makkelijk te vinden en niet erg ver van de Dam was, en omdat 2 gulden 50 per nacht weinig geld was, al werd er ook heel weinig voor geboden: een stuk matras, in een gemengde slaapruimte; eventuele opslag voor de rugzak etc.; vanaf half Juli enige wasruimte, maar wel altijd koud; en dat was het.

We deden het aanvankelijk met 12 stafleden, en waren vrijwel 24 uur per 24 uur open, over drie verdiepingen, waarin in ieder geval honderden hippies verbleven, vaak stoned of trippend of andere middelen gebruikend, want feitelijke orde werd er geheel niet gehouden.

Er waren in Juli in ieder geval in de staf: Fred V., Toon, Rudi te V., Magdaleen, van der W., Sjirk W., Tamara, Joeri S., Theo de R., Lodewijk B. en ik, en we hadden het vanaf het begin buitengewoon druk, omdat we feitelijk maar 3 stafleden per 8 uur hadden, die daarin voor het hele gebouw en alle mensen erin verantwoordelijk waren - en dat was alleen als we alle zeven dagen van de week werkten.

Als er maar drie stafleden waren (wat niet vaak zo was, omdat ze bijna allemaal langer dan 8 uur per dag werkten) dan was er feitelijk maar één enigszins vrij: Er was een staflid nodig bij de ingang, om de nummers te geven tegen betaling, en een staflid om de rugzakken en koffers aan te pakken, en eigenlijk ook een staflid in de grote publieke ruimte op de eerste verdieping, waar een bar was, en geluid uit een geluidinstallatie die weer door de staf verzorgd was, en waar heel veel hashish gerookt werd, en behoorlijk veel getript werd, meestal op LSD, en ook geflipperd kon worden, terwijl de muren voor een deel fraai beschilderd waren door een Mexicaanse gast, Carlos geheten, die bijzonder goed kon tekenen en schilderen.

Feitelijk was wat we deden onverantwoord gekkenwerk, bleek al snel, en het is een behoorlijk groot wonder dat er geen serieuze ongelukken zijn gebeurd en niets echt fout is gegaan, al was dat ook voor een flink deel geluk, want er zijn bijvoorbeeld flippende gasten geweest - dus mensen met een fout gaande LSD-trip - die op drie hoog het raam uit wilden vliegen, en die daar alleen met veel moeite en overredingskracht van weerhouden zijn door leden van de staf.

Vrijwel iedereen van de stafleden die ik noemde studeerde, afgezien van Joeri, die in 1956 naar Nederland was gekomen vanwege de Hongaarse opstand en in 1956 een jaar of twintig was, en die altijd enigszins gebroken Nederlands sprak, en ook afgezien van mijzelf, die de jongste van het stel was, al waren de meesten tussen de 20 en 25.

Ook kregen we vrijwel meteen te maken met vele min of meer serieuze probleemgevallen: Er was Jerry, die amfetamine spoot en minstens half gek was; er waren wat later "de meisjes uit Madagascar", die uiteindelijk van huis weggelopen Italiaansen bleken; er waren allerlei ziektes, inclusief verschillende zware gonorrhoe-gevallen; en er waren vooral problemen vanwege flippers, meestal vanwege LSD, al viel dat uiteindelijk gewoonlijk wel mee, als je ze eenmaal kalm had gekregen.

Wat behoorlijk hielp was dat er minstens twee keer in de week een zuster van de GG&GD kwam; wat ook hielp was dat ik vrij snel van dr. Noordam, die toen het hoofd van de GG&GD was en een redelijke en verstandige man was, een pot librium kreeg voor de flippers; en wat tenslotte iets hielp was een afspraak met de gemeente-politie dat ze niet geuniformeerd het gebouw in mochten, dit vanwege het geheel niet denkbeeldige gevaar van grote paniek onder de gasten, waarvan er altijd wel een stel aan het trippen was, en de grote meerderheid vrijwel voortdurend stoned was, en bijna iedereen ook buitenlander was.

Maar het werk was uiteindelijk erg zwaar, behoorlijk moeilijk, was het alleen vanwege de vele talen en de vele flippers, en vooral zeer vermoeiend, want we draaiden feitelijk dagen van 16 uur, zo niet meer, en ikzelf heb van de hele zomer van 1970 héél weinig gezien: ik was in de Sleep-In of ik sliep.

Rond half Juli hield Joeri het voor minstens een week gezien, en ging met Frans van Diepen ing, die de wasruimte nog steeds niet af had, naar Frankrijk. We hadden toen al heel wat vergaderingen gehad, waar ik meestal snel de leiding kreeg omdat ik verreweg het beste praatte, de meeste zinnige ideeën had, en ook veel deed, want ik voelde me verantwoordelijk, al vond ik het ook gekkenwerk om met feitelijk 3 mensen een hotel van 3 verdiepingen voor diverse honderden gasten, met vele problemen, te proberen draaiende te houden gedurende 24 uur per dag.

Ik kon het uitstekend vinden met Fred, Toon en Rudi, en goed met vrijwel alle anderen, en wat ik voorstelde rond half Juli was een soort revolte: de groep van stafleden moest de macht overnemen van Joeri, en er - in ieder geval - een viertal stafleden bij nemen, en aldus gebeurde ook: Ellen B. kwam er o.a. bij, die ik daarvoor persoonlijk gevraagd had, dat bijzonder goed uitkwam omdat ze een heel nuchtere verpleegster was, en er kwamen nog een stel stafleden bij, en we besteedden ook een deel van het werk, als het schoonhouden van de matrassen en de slaapzalen, uit aan langdurige gasten, tegen betaling.

Feitelijk kreeg ik de leiding, en dat werd ook door iedereen geaccepteerd, was het alleen omdat ik het beste praatte, heel veel deed, en meestal zinnige ideeën had, en ook zelfstandig zinnige initiatieven ontplooide.

In Augustus was het nog drukker dan in Juli, en we vonden snel uit, al in Juli, dat we besodemieterd werden met de nummertjes: die werden uit het raam gegooid of anderszins doorgegeven, zodat er feitelijk veel meer gasten waren dan er betaalden. We gingen dus over op stempeltjes, dat wel meer geld opleverde, maar niet minder gasten.

Ook ontstonden er diverse konflikten, namelijk met de verfhandel onder ons; met de buren; en met het bestuur van de Stichting ZJA, of althans met het geheel onbekwame deel, dat van de Stichting Thomas Aquinas kwam.

De verfhandel die gelijkvloers gevestigd was kwam verhaal halen over de overstroming van de wasruimte, en over daardoor ontstane schade. Ik vermoedde dat ze geheel gelijk hadden, en dat het uiteindelijk lag aan het flutwerk dat Frans van D. ing verricht had, maar er moest het een en ander vergoed worden.

Dit was niet naar de zin van het bestuur van de Stichting ZJA inzonder Geert-Jan K., Frans de W., Sjaak S., en Frans van D. ing, allen leden van de katholieke studenten-vereniging St Thomas Aquinas, en allen uit geheel ander hout gesneden dan de staf: het waren feitelijk alle vier bijzonder burgerlijke mensen die alleen aan zichzelf, hun carriere en hun geld dachten, en van niets wisten waar het de stafleden of de gasten of het drijven van een hotel betrof.

Ik heb redelijk vaak met ze gepraat, maar ze zijn nooit in staat geweest iets zinnigs te doen, maar waren ons wel vaak tot last, al was dat nooit echt ernstig in de zomer, omdat ze geen van allen bij het feitelijk werk in de Sleep-In betrokken waren: in feite deden ze alleen de administratie.

Tenslotte waren er "de buren" - die ik tussen aanhalingstekens plaats omdat niemand ooit wist wie dat waren: Wat we wisten was dat er in Augustus en September herhaaldelijk bedreigingen waren, zowel telefonisch als schriftelijk, dat de hele Sleep-In uitgeruimd zou worden, met geweld, vanwege "overlast" en ook  omdat het Damslapers betrof.

Ik zette de overlast weer tussen aanhalingstekens, omdat daar heel weinig van waar kan zijn: De Sleep-In was een vrijstaand gebouw, en hoewel er enige geluidsoverlast geweest zal zijn was deze niet ernstig. Maar ik kon niet ontkennen dat we honderden zeer langharige, vaak stonede, regelmatig trippende gasten van rond de 20 hadden, en dat dit, in 1970, bij behoorlijk wat normale Amster- dammers op flinke tegenstand stuitte.

Hoe het zij: Ik loste dit op door afspraken met de politie te maken dat ze zeer regelmatig zouden langsrijden, wat ze ook deden, en door met enkele gasten af te spreken dat ze eventuele burenklachten buiten af moesten handelen, en er is uiteindelijk niets gebeurd.

De afspraken met de politie, die heel redelijk waren, werden door deze ook overwegend gehouden, al heb ik wel één keer een geuniformeerde agent het pand uit moeten zetten, wat ik deed door verbaal vertoon, dat lukte, ook omdat ik hem herhaaldelijk, en beleefd, op de afspraak wees die gemaakt was dat er geen geuniformeerde politie in de Sleep-In mocht komen. Ik deed het ook met een half pond hashish in mijn kleren die ik gekocht had om aan de bar te verkopen aan de klanten, maar dat heeft hij nooit geweten.

Met de GG&GD hadden we een uitstekende samenwerking, althans wat dr. Noordam en de verpleegster betrof, die behoorlijk veel werk had, maar dat altijd heel goed klaarde, ook zonder enige vergoeding van de gasten.

Wat erg slecht lukte, en ikzelf maar één keer geprobeerd heb, was zinnige hulp van de psychiatrische dienst te krijgen. We hadden de hele tijd behoorlijk veel probleem-gevallen, en één daarvan was een meisje dat Sandra heette, dat volkomen getikt was, glas in haar vagina propte, zes dagen lang niet sliep, vrijwel zeker uit een inrichting ontsnapt was, en waar geen enkel land mee te bezeilen was.

Vanwege haar heb ik de psychiatrische dienst een keer gebeld, die prompt met vier man sterk verschenen; haar kort en van een afstandje aanschouwden; toen plotseling met drie man bovenop haar sprongen en haar een injectie in de bil gaven; en vervolgens gevieren weer weggingen, alles zonder dat dit enig verschil voor Sandra uitmaakte, die overigens op een goed moment zelfstandig verdween.

Dit was voor mij ook meteen de laatste keer dat ik de psychiatrische dienst om hulp vroeg, die trouwens ook niet echt nodig was, behalve voor Sandra, en dat bovendien alleen als de doktoren een stuk redelijker en verstandiger waren geweest dan ze feitelijk bleken.

De Sleep-In bleef doordraaien, met 16 stafleden tot eind September, en ging toen dicht, waarna ik naar Landsmeer ging, en zo'n twee weken voornamelijk sliep; vervolgens een jaarverslag schreef dat ik aan de secretaresse van wethouder V. gegeven heb in oktober, tegen de mondelinge toezegging dat ze het persoonlijk aan hem zou geven, waarna ik er nooit meer van gehoord heb, en hij naderhand tegen mijn vader ontkende het ooit gezien te hebben.

B. Achtergronden van de Sleep-In

Het voorgaande deel betreft het draaien van de Sleep-In op de Rozengracht in 1970, dat toen formeel een project van de Stichting ZJA was, met geld dat uiteindelijk van de Gemeente Amsterdam kwam, al was dit zeer mondjesmaat.

In feite vermoed ik - achteraf - dat de Sleep-In winst maakte, al weet ik dat niet zeker, en al was ik noch de rest van de staf daarin geinteresseerd - maar minstens 300 zo niet 500 betalende gasten, met maar drie of vier stafleden die ieder zo'n 25 gulden per dag verdienden, in een pand dat overigens nergens bruikbaar voor was, en met behoorlijk veel geld vanwege de verkoop van hashish en marihuana in de bar, is suggestief.

Dit interesseerde de staf van de Rozengracht echter niet: het enige wat telde is dat de Sleep-In open bleef, zonder problemen draaide, en ook de meest populaire Sleep-In was, althans volgens de gasten. Dat laatste kan aan de gasten gelegen hebben, maar er waren er heel wat die er twee of drie maanden bleven (en ook sommigen die snel verhuisden naar een echt hotel, maar de meesten hadden heel weinig geld).

De achtergronden van de Sleep-In begreep ik pas later, en hadden vooral te maken met het uitermate schunnige beleid van wethouder V. en zijn gevolmachtigde, de zwaar alcoholische mr. Stéphanie S., toen in de vijftig, die alles altijd deed, naar eigen voortdurende zeggen, "uit naam van B&W", en die een bijzondere voorkeur had uit eten genomen te worden door de jonge heren van St. Thomas Aquinas, die dat trouw deden en daarvoor ook bovenmatig beloond werden.

Het uitermate schunnige beleid van wethouder V., die altijd geweigerd heeft mij te ontvangen en altijd ontkend heeft mijn jaarverslag gelezen te hebben, wat hij vrijwel zeker loog, werd mij pas echt duidelijk in 1971:

Waar het mij volstrektc duidelijk was dat wat de stafleden in 1970 gedaan was feitelijk gekkenwerk tegen een jodenfooi was, dat misdadig gevaarlijk was vanwege véél te weinig stafleden, iets wat dit eerste jaar bijzonder duidelijk was geworden en nooit herhaald mocht worden, was dat dit exact was wat V. wilde, en ook doordreef in 1971 toen exact hetzelfde beleid gevoerd werd:

De gigantische opbrengsten uit het normale toeristenverkeer moesten behouden worden door damslapende hippies van de Dam en de straat te houden door ze misdadig slecht te huisvesten op een manier die strijdig was met alle regels van behoorlijk bestuur, en ook met alle regels die voor hotels golden.

Maar dat kon allemaal, want mevr. mr. S. drukte alle schunnigheden door, met hulp van haar jonge beschermers van St. Thomas Aquinas; schafte de Stichting ZJA af; ontzegde mij in Mei 1971 alle toegang tot enige gemeentelijke Sleep-In "uit naam van B&W", en deed het geheel opnieuw, even slecht of nog slechter, even armoedig, met even weinig stafleden, en met dezelfde alcoholische Frans van D. ing als bouwmeester, die er opnieuw niets van bakte, en zelfs met stakingen van het personeel, die overigens weer verliepen.

Wat het mij leerde was dat wethouders van de CPN zich gedroegen als uitermate schunnige schoften; dat de meesters in het recht die het feitelijk bestuur voerden in Amsterdam volstrekte alcoholisch en corrupte degenerees waren, en geheel niet te vertrouwen; en dat ik daarom, hoewel niet alleen daarom, niets meer te maken wilde hebben met de CPN en de gemeente Amsterdam.

2. De rest van 1970

Ik kon ook na de zomer verhuizen naar de zolderkamer die ik van Nico en Dolly D. kon huren: in de Zocherstraat, op de vierde verdieping, met uitzicht op het Vondelpark.

Ik heb daar eerst moeten schilderen, en uit latten een soort laag bed getimmerd, maar ik woonde er vanaf November, en dat was heel anders dan thuis, en een stuk aangenamer, want ik woonde weer in Amsterdam, en deed dat nu feitelijk geheel zelfstandig, voor het eerst van mijn leven.

Ook begon ik, zodra ik enigszins bijgekomen was van de Sleep-In, weer bijzonder veel te lezen, vooral in de filosofie en de logica, maar ook andere dingen, en begon ik ook weer te werken voor De Waarheid, om daar 's avonds de posteditie te banderolleren en klaar te maken voor de post, dat me dan weer de gelegenheid zou geven om veel te studeren, want ik had heel weinig geld nodig, en kon mij dus ook voorbereiden op het staatsexamen.

Maar ik had buitengewoon hard gewerkt in de zomer, en had me feitelijk serieus overwerkt, en had trouwens ook heel weinig en ook weinig gezond gegeten, dus ik moest daar eerst behoorlijk van bijkomen, en dat duurde tot behoorlijk diep in 1971.

Tenslotte, voor wie dit interesseert, een link naar wat ik een goede hoewel commercieel bedoelde film over Amsterdam in 1970 vind:
De reden om dit op deze plaats op te voeren is dat het een authentieke indruk maakt, en redelijk wat beelden geeft van situaties en straten die ik me herinner uit 1970, en die sindsdien overwegend verdwenen of veranderd zijn.

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail