Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  February
5, 2014
Autobio: 1977 - Terug in Holland
Sections
Introduction
1. Autobio: 1977 - Terug in Holland
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis, but is part of my autobiography, and what follows is in Dutch. Also, this will soon be added to my autobio-files, and then may be rewritten some. And there will be later today an English crisis file.

1. Autobio: 1977 - Terug in Holland

Ik kwam op 15 augustus 1977 terug in Holland, na 2 jaar, 7 maanden en 15 dagen in Noorwegen te hebben gewoond. Ik vond Nederland weinig veranderd, behalve dat het wat strenger was geworden, hoewel niet veel, en er aanzienlijk meer drugsproblematiek was.

Een probleem voor me, terwijl ik dit schriijf, is dat er een redelijk uitgebreid journaal voor 1977 is, althans voor het deel vanaf Augustus/September, en ook voor diverse weken daarvoor, in Februari, toen ik nog in Noorwegen woonde, maar de reden daarvoor was dat Agnethe diverse weken in het ziekenhuis in Lillehammer lag, met iets dat nooit opgehelderd is, terwijl ik het voornamelijk over logica heb, en wel over Natuurlijke Deductie systemen.

Maar ik heb het hele journal voor 1977 recent doorgelezen, en zal het gebruiken, maar zal het niet citeren, zowel omdat het te gedetailleerd is, als voor een deel ook te persoonlijk.

Ik woonde in eerste instantie weer bij mijn ouders in Landsmeer, en vroeg daar ook snel een bijstandsuitkering aan. Geen van beide was de bedoeling geweest, of nodig geweest als men woord had gehouden, maar ik had opnieuw geen geld ontvangen van Studiefinanciering, hoewel de zaak allang in orde was, en ik had ook de beloofde woning in Diemen nog niet in ontvangst kunnen nemen.

De bijstand werd me verleend, en de woning was er ergens in September, maar ik moest maanden wachten op het geld van Studiefinanciering.

Ik kwam ergens eind Augustus voor het eerst als student in de Centrale Interfaculteit, want de faculteit voor filosofie heette toen nog zo, op basis van een nooit uit de verf gekomen plan van Evert Beth, vrijwel de enige behoorlijke Nederlandse filosoof uit de 20ste eeuw, die trouwens al dood was sinds 1964.

Ik was er enkele keren eerder geweest, in de vroege zeventiger jaren, om boeken te lenen, maar ik had er verder geen ervaring mee. Hetzelfde gold vrijwel iedereen uit mijn eerstejaars-groep, waar o.a. Jan K., Peter M., Hans P., en Ida M. deel van uitmaakten, waar ik snel mee bevriend raakte. Hans P. en Ida M., en zeker Hans P., waren vooral belangrijk de eerste vier maanden, maar met Jan en Peter ben ik heel wat jaren bevriend geweest.

Jan - die in 1998 stierf - was een jaar of 4 ouder dan ik, en had zojuist een doctoraal biologie gehaald, met een filosofische scriptie waar hij redelijk wat lof over had gehad, en ook een goed cijfer, waarbij hem aangeraden was om filosofie te gaan studeren, wat hij dus gedaan had.

Peter was een jaar of 4 jonger dan ik, kwam uit een rijke familie, en had rechten gestudeerd waar hij niets aan vond, waarna hij besloten had filosofie te gaan studeren. Hij was ook pas getrouwd.

Ik had onmiddellijk veel invloed in de groep waarin ik zat omdat ik veel meer van filosofie en van logica wist dan de anderen: ik las het al zo'n 10 jaar, systematisch ook. Bovendien sprak ik beter (makkelijker, helderder, vloeiender, sneller, zonder aarzelingen of hms en he's etc.) dan ieder ander. (Nederland is ook een land waar bijzonder slecht gepraat wordt.)

En het viel onmiddellijk op dat we redelijk wat moesten doen het eerste jaar, althans in termen van colleges lopen en tentamens doen, maar dat alles slecht of geheel niet geregeld was, en dat gold in het bijzonder de boeken en de syllabi: Syllabi waren er eenvoudig niet, van niemand, en boeken waren er ook vrijwel niet, want die moest je allemaal zelf bestellen, wat maanden placht te duren, maar waar geen docent iets om leek te geven of iets voor deed (bleek later, in de filosofische boekhandel Tummers: zo ging het ieder jaar).

Dit maakte de studie voor iedereen een stuk moeilijker en langzamer dan nodig was, maar dit kon de docenten kennelijk geheel niet schelen. Maar goed: iedereen begon welgemoed aan de colleges, die gegeven werden zonder syllabi, waar de meeste studenten ook (nog) niet de bestemde boeken voor hadden, en uitvonden dat de meeste colleges geen colleges waren, al waren er ook daar een paar van, vooral wat betreft de geschiedenis van de filosofie, maar werkgroepen,  of althans: zo  werden  deze samenkomsten genoemd.

Dit kan (gedeeltelijk) veroorzaakt zijn door het feit dat er, afgezien van de colleges die iedereen moest doen, gewoonlijk niet veel studenten waren, namelijk meestal, in dat eerste jaar, ergens tussen de 10 en de 20, maximaal, maar het had er zeker ook mee van doen dat het de docenten van
vrijwel alle verplichtingen ontsloeg: het enige wat ze hoefden te doen was een soort praatgroep, die verkocht werd als "werkgroep", min of meer leiden, want ze konden daar ook het meeste werk overlaten aan de studenten. En dit was het voornaamste werk wat de staf deed: Een paar uur per week een werkgroep van studenten voorzitten. En vrijwel geen docent publiceerde, want - zeiden ze - "dat was ijdelheid" (en ze hadden allemaal een vast ambtelijk contract, dat zeer goed betaalde).

En tenslotte viel het mij vrijwel onmiddellijk op hoe bijzonder gepolitiseerd de hele studie feitelijk was, iets wat ik daarvoor geheel niet wist: ik had jaren lang in Noorwegen gewoond, en had daarvr heel weinig acht geslagen op de specifieke universitaire Nederlandse ontwikkelingen. Maar feitelijk waren die heel radikaal geweest, en waren dat nog steeds in uitwerking.

Laat ik beginnen met de studenten.

Ik was wat ouder dan het gemiddelde, dat weer wat ouder was dan bij de meeste studies, omdat filosofie redelijk vaak later begonnen werd, of als tweede studie werd genomen, of als bijvak. Maar dat viel nauwelijks op, omdat ik er een stuk jonger uitzag dan ik was. Ook was ik behoorlijk wat langer dan het gemiddelde, dat wel opviel, en praatte ik veel beter dan anderen, dat onmiddellijk opviel.

Zo kwam het dat ik al na een paar dagen apart werd genomen door enkele ouderejaars, die ook in de studentenbeweging van de faculteit zaten, die "Cogito" heette, en die mij vroegen, wel met enige nadruk maar formeel tamelijk naef of objectief gesteld, wat ik "van Marx vond".

Nu waren mijn ouders allebei communisten, net als mijn jongere broer toen, en waren mijn ouders dat hun hele volwassen leven geweest, mijn vader toen al langer dan 40 jaar, en hadden mijn vader en zijn vader heel wat jaren als "politieke terroristen" in Duitse concentratiekampen gezeten vanwege hun verzets-activiteiten, waar mijn grootvader ook vermoord is. Ook had ik, nog in mijn tienerjaren, dus een jaar of tien eerder, veel van
Marx gelezen. Maar ik had Marx opgegeven op mijn twintigste, vooral onder invloed van Bertrand Russell, en had sindsdien ontdekt dat ik Charles Peirce een groot filosoof en logicus vond.

Ik was niet erg van zins dat allemaal aan hun neuzen te hangen, dus ik zei eenvoudig en alleen dat ik Marx wel kende, maar dat ik Peirce een groter filosoof vond. Dit bleek zoiets als vloeken in de kerk: hoewel mijn tegenspelers zo ongeveer niets van Peirce wisten, wisten ze me wel onmiddellijk te vertellen dat ik het bijzonder mis had; dat Marx de grootste filosoof ooit was; en dat ik me eigenlijk moest schamen.

Dit was een heel vreemde ervaring: weggezet te worden door een stelletje "marxistische" koorknaapjes als iemand die niet goed snik was, of niet wilde deugen, omdat hij de gigantische grootheid van Marx niet zag, en was des te vreemder omdat ik ook al wist dat zij feitelijk heel weinig van Marx gelezen hadden, als vrijwel iedereen: Marx stond zeer hoog in de UvA, maar hem werkelijk lezen deden heel weinigen.

Dit was voor mij nogal een ogen-opener: het was exact dezelfde stompzinnige kudde-
mentaliteit die me zo tegengestaan had in de CPN. Maar ja: in feite was 1977 n van de allerbeste jaren voor de CPN [1], wat ledenaantallen en groei betreft, en waren de meeste nieuwe leden die intraden ... studenten van de Universiteit van Amsterdam.

Vervolgens, de docenten.

Bijna allemaal "hadden ze iets" met Marx, althans: dat zeiden ze - ze hadden vrijwel allemaal een "bijzondere belangstelling", "voelden verwantschap" vanwege hun echte onderwerp, hadden "veel sympathie", etc. etc. maar het was in de meeste gevallen ook erg vaag, en het was feitelijk voornamelijk vanwege politieke gronden.

Want wat was het geval?

De universiteit bleek feitelijk in handen te zijn van de studenten, sinds minister Veerman in 1971 een wet doorgedreven had die de universiteiten bestuurd deden worden, vanaf 1971, door universiteitsraden, als waren dit parlementen, die ook weer bestonden op de faculteiten, namelijk als faculteitsraden, als waren dit gemeentes met gemeenteraden, en die parlementen werden verkozen op basis van 1 man = 1 stem - en 1 man kon een student, een professor of een portier zijn.

Dit betekende ook dat er ieder jaar weer verkiezingen waren, zowel op universitair als facultair gebied, waar iedereen kon kiezen, wat betekende dat in de UvA vrijwel overal de Asva de absolute meerderheid had in alle raden, waarin uiteindelijk beslist werd over het wel en wee van de universiteit, en de Asva werd gerund door CPN-leden, en feitelijk vooral door het Amsterdams districtsbestuur, zoals degenen die dit deden ook toegaven, maar wel pas in 1991, in een flauw en slecht boekje [2], al was het ook zo dat de feitelijke besturen, weer als met het parlement, in handen waren van professionals, die gewoonlijk professoren of doktoren waren in de faculteiten, en voornamelijk prominente PvdA'ers waren in het universitair bestuur.

Dit was de onderliggende nooit eerlijk uitgesproken reden voor de "grote sympathie", "bijzondere belangstelling" en "gevoelde verwantschap" die zeer vele professoren en doktoren in die tijd uitspraken voor Marx, die ook altijd bijzonder voorkomend behandeld en geduid werd, trouwens niet alleen bij de filosofen, maar ook bij de sociologen, politicologen, en linguisten, waar ook vele marxisten aanstellingen hadden verworven (die ze allemaal dertig jaar behielden).

Ik had dit alles niet direkt door, maar het meeste hiervan werd me geheel duidelijk in 1978 en 1979.

Ondertussen was ik de eerste maanden vaak aanwezig op de faculteit, en deed ook veel tentamens, omdat ik grote delen van de stof al kende, en ik de meeste grote filosofen allang zelf gelezen had.

Niet alleen dat: ik was in eerste instantie alleen terug gekomen. Agnethe bleef in Lom om daar zaken af te handelen en over te geven aan een opvolger, en om daarna een soort eindexamen aan de Universiteit van Oslo te doen, en we hadden al afgesproken dat we ieder onze eigen gang konden gaan als we dat wilden.

Wel, ik was gezond en 27 jaar, en ik stortte me in het studentenleven, niet alleen hoewel wel vooral dat van de filosofen, en ik leerde heel wat jonge vrouwen kennen, en ging er met redelijk wat naar bed, n of meerdere keren, zonder van ze te houden, en vooral vanwege het lekkere.

Dit is voor mij tamelijk zeldzaam, zeker in de mate dat ik dit in 1977 en begin 1978 deed, al weet ik dat dit het ideaal van veel mannen is. Maar zoals ik zei: ik was 27 en ik was eerstejaars student en de vrouwen wilden wel, en ik ook, en het ws ook erg lekker, en overigens overwegend betekenisloos, vooral omdat we geen van beide (ik en zij, whoever that was) enige illusie hadden over liefde, trouw, of verhoudingen: wat we wilden was sex [3], en dat kregen we en dat gaven we elkaar. Overigens was het allemaal vrijheid-blijheid, en was er ook nog steeds iets als een sexuele revolutie, of althans: zo werd het vaak gepresenteerd.

Ik kan er heel wat meer over zeggen, maar doe dat niet, behalve over n verhouding, waar het allebei anders mee lag, zowel wat de sex als de liefde betreft. Ik werd vrij snel verliefd op een echt-roodharige vrouw die toen een jaar of 23 was, en Anky heettte, en deed dat vooral vanwege haar uiterlijk, haar vrolijkheid en haar vastberadenheid.

In eerste en tweede instantie kwam hier weinig van, d.w.z. zij appeleerde meer aan mij dan ik aan haar, maar dat veranderde redelijk snel, en we gingen vanaf oktober 1977 veel met elkaar om, en ik sliep ook bij en met haar, maar niet sexueel, want dat wilde ze (nog) niet, o.a. omdat ze een katholieke achtergrond had. (Ik heb haar wel heel wat keren naakt gezien, omdat ze daar weer heel makkelijk in was.)

Dit vond ik enigszins vreemd, maar niet bezwaarlijk, althans voor het moment, ook omdat we het overigens goed met elkaar konden vinden en veel samen deden, inclusief eten koken, uitgaan, en tentamens leren, en ik sex
[3] met anderen had.

Maar dit ging diverse maanden door, en toen Agnethe uiteindelijk in Amsterdam kwam, halverwege December, na geslaagd te zijn voor iets als haar doctoraal [4] in de Universiteit van Oslo, was dit nog steeds zo.

Agnethe reageerde hier trouwens heel voorbeeldig op, wellicht mede omdat ze zelf twijfelde of ze nog met mij zou samenwonen, al deed ze dat in het begin wel. Wat later kon ze makkelijk een andere woning krijgen, waar ze in het begin van 1978 naar verhuisde, en ze kreeg ook snel een aanstelling aan de Universiteit van Amsterdam, om Noors te onderwijzen. [5]

Maar ze bleef wel komen en met me naar bed gaan, en onze verhouding was in diverse opzichten beter dan het laatste jaar in Noorwegen, vooral omdat ze zekerder van zichzelf was geworden, en ze het in Nederland weer naar haar zin had, en we ook niet meer samen woonden, dat het makkelijker maakte vrij met elkaar om te gaan.

Met Anky bleef het doorsudderen, maar omdat ze nooit knopen doorhakte, en ook omdat ik haar beter leerde kennen, werd de verhouding minder, en maakte ik er in Februari 1978 overwegend maar niet geheel een einde aan, vooral omdat ze sexueel ambigu bleef doen, en mijn stukken inleverde onder haar eigen naam, zonder er iets mee te doen of in te veranderen, alsof dat vanzelf sprak, wat ik niet vond. (Ik vond dat het minste wat ze zou moeten doen het herschrijven was. Maar nee.)

Hoe het zij, ik was bijzonder aktief van Augustus t/m December 1977, en deed zeer veel:

Feesten, met diverse vrouwen naar bed gaan, allerlei colleges lopen (gewoonlijk maar een paar keer omdat ze op n reeks na buitengewoon slecht gegeven werden), zeer veel boeken lezen, mijn studentenkamer schilderen en inrichten, bevriend raken met Jan K. en Peter M. en z'n vrouw, die pedagogie studeerde, en daar veel me omgaan, veel tentamens doen, omdat ik de kennis al had, en meer, en ik had voor alles energie, en kon ook zeer langdurig - minstens 4 uur aan n stuk - dansen, wat ik heel graag en ook heel goed kon en ook vaak deed.

En het leek alsof ik in 1978 gewoon verder zou studeren, en misschien al of bijna al mijn kandidaats-tentamens zou kunnen doen, maar dat bleek snel nogal anders te liggen in het nieuwe jaar.

Meer volgt.

------------------------------
Notities

[1] Hier is het bewijs:


U ziet dat de CPN tussen 1975 en 1985 een flinke opleving had - de enige na-de-oorlogse - en in 1977 en 1980 de meeste leden had, vrijwel allemaal studenten, voor het grootste deel aan de UvA, maar ook een deel in andere universiteiten, als die van Nijmegen, Groningen, Tilburg en Utrecht. Overigens werd de CPN in 1991 opgeheven, twee jaar na de ondergang van "het reel bestaande socialisme", zoals de CPN de Sovjetunie aanduidden.

[2] Zoals blijkt uit "Alles moest anders", uit 1991, dat er feitelijk vooral toe diende een stelletje prominente ex-"communisten" en ex-"marxisten" te laten betuigen hoe vreselijk niet-communistisch en niet-marxistisch ze allemaal geworden waren, en hoe weinig kwaad ze gedaan zouden hebben.

[3] Ik schrijf "sex" met een "x" omdat ik vind dat het zo hoort, en ik een grote tegenstander ben van spellingshervormingen, die alleen maar degenen dienen die ze voorstellen (een stel Neerlandici) en vooral de schoolboeken-ondernemers, die zo ongeveer ieder jaar nieuwe boeken "moeten" doen verschijnen, met de allerlaatste kul-spelling.

Trouwens, wat die "sex met anderen" betreft: Dit waren een stuk of vijf jonge vrouwen; het was allemaal redelijk onproblematisch en vanzelfsprekend; het ging expliciet om de sex en niet meer; ze vonden het allemaal prettig, net als ik; en het was ook een onderdeel van de tijdsgeest: als je elkaar mocht, was het - althans voor studenten aan de UvA toen - behoorlijk vanzelfsprekend om met elkaar naar bed te gaan, en daar was de pil ook voor.

[4] Ik meen dat dit gelijkwaardig met een doctoraal examen in Nederland was (dat ook niet meer bestaat), maar het was enigszins anders ingericht, omdat de Noren in de meeste gevallen, althans in de zeventiger jaren en daarvoor, een nogal andere opleiding aanboden: Je begon met een half jaar filosofie, voor iedereen, en daarna deed je diverse vakken, al was er een hoofdvak, en uiteindelijk studeerde je op het totaal af. Mij leek het zinniger dan wat toen in Nederland gedaan werd, waar iedereen begon en eindigde met het studeren in het hoofdvak, en een bijvak een kwestie van een paar maanden was, meestal pas in de doktoraal-fase van de studie. Maar als gezegd: In Nederland is het nu heel anders dan het 40 jaar geleden was, en in Noorwegen waarschijnlijk ook, al weet ik dat niet zeker.

[5] In deze tijd werd er "Noors" gegeven door mensen die alleen Deens spraken (zoals ik het volgend jaar uitvond), dat zoiets is als "Nederlands" geven - universitair! - onder voorwendsel dat dit vrijwel hetzelfde als Duits is. Kortom, zoals met zoveel zaken in de UvA: er was geen echte skandinavistiek, en in feite was het vooral een voorwendsel om een bijzonder makkelijk en zeer goed betalend ambtelijk baantje te bekleden. (En ik moet Agnethe nageven dat ze daar niet van gediend was, en na n of twee jaar haar baan opgaf.)

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail