Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  January
30, 2014
Autobio: 1977 - Mijn interesses ca. 1977
Sections
Introduction
1. Autobio: Mijn interesses ca. 1977
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis, but is part of my autobiography, and what follows is in Dutch. Also, this will soon be added to my autobio-files, and then may be rewritten some. And there will be later today an English crisis file.

1. Autobio: 1977 - Mijn interesses ca. 1977

Zoals ik mijn autobiografie nu schrijf, namelijk per jaar of periode als ik me enigszins fit voel, is dit een tussenvoeging die ik inlas omdat ik mijn verhouding met Agnethe en met vrouwen in het algemeen niet helder genoeg behandeld heb, en ook omdat ik niet expliciet genoeg geweest ben over mijn interesses.

Het is de bedoeling dat ik de hele autobiografie later omwerk, maar ik heb daarvoor een eerste versie nodig, en deze schrijf ik in Nederlog, stukje bij beetje, en sla dat daarna op, in kopie, in de Autobio-sectie. Ook is het waarschijnlijk dat ik de autobiografie in delen schrijf, en dat het eerste deel rijkt tot aan mijn ziek worden, dus tot en met 1978, dat mijn eerste ruim 28 jaren betreft.

A. Mijn interesses

Ik heb al gezegd dat ik in niet veel dingen geluk heb gehad, behalve op het gebied van mijn intellectuele aanleg en van mijn familie, die alletwee nogal uitzonderlijk zijn.

Mijn familie heb ik enigszins adekwaat behandeld in het begin van mijn autobiografie: hier gaat het over mijn intellectuele aanleg.

Ik was vrijwel altijd een heel intelligent en een enigszins vreemd kind, en de twee dingen hangen samen, en hangen ook samen met mijn communistische ouders, en met iets dat ik van mijn moeder erfde, dat mijn vader in het geheel niet had: ik ben en was altijd op mijzelf, en ben dan ook, uiteindelijk, tamelijk bescheiden en
behoorlijk teruggetrokken, met een flinke neiging mij in te keren tot mijzelf, die ik gedurende mijn hele leven heb. [1]

Dit is vrijwel zeker geŰrfd, omdat mijn moeder het in aanzienlijke grotere mate had dan ik het heb, en mijn vader het geheel niet had. Wie er meer van wil weten moet proberen het boek van Ernst Kretschmer te pakken te krijgen, dat vertaald is als "Physique and Character" (Duits: "K÷rperbau und Charakter"), dat ik alleen in het Duits gelezen heb: ik ben een extreme leptosoom (later ook bekend als ectomorph: de term "leptosome" staat zelfs niet in Wikipedia), en mijn moeder was dat ook: we zijn lang, slank, terughoudend, intelligent, individualistisch en gevoelig, en ik ben en was altijd vooral in (wetenschappelijke) theorieŰn geinteresseerd (en dit laatste is anders dan in mijn moeder's geval). [2]

Ik ben er redelijk zeker van dat dit voor mijn hele leven geldt, maar de eerste vijftien jaar van mijn leven was ik vooral een begaafde eenling op zoek naar zichzelf. Ik vond mijzelf, althans in eerste instantie, op mijn 15e/16e, toen ik eenmaal op mijn zolderkamertje woonde, en ik me realiseerde dat ik erg intelligent was en dat ik vooral in menselijk redeneren, van alle soorten en vormen, ge´nteresseerd was, omdat dit voor mensen specifiek is. Dit werd snel filosofie, maar ook daar ging het me in eerste instantie over menselijk redeneren en logica.

Dit was werkelijk een realisatie, omdat ik noch het ÚÚn noch het ander tot dan to
e aangenomen had. En de filosofie was toen zeer recent, en bouwde vooral voort op gedachtes van Marx, die ik in mijn vader's boekenkast gevonden had, en die ik heel goed begreep, maar meer mee wilde, terwijl mijn hoge intelligentie me toen vooral duidelijk was geworden uit de diskussies die ik op school met andere leerlingen en met docenten voerde: die won ik altijd.

GÚÚn van beide was me eerder werkelijk opgevallen, al wist ik wel vanaf jonge leeftijd dat ik behoorlijk intelligent was - maar ik wist dat mijn ouders dat eveneens waren, en ik hechtte er niet veel belang aan tot mijn 15e, en was trouwens ook geen wonderkind.

Zoals ik eerder uitgelegd heb kon ik niet veel met mijn intelligentie, en dat kwam vooral door wat mij onthouden werd op de driejarige HBS, waar helemaal niemand ge´nteresseerd was in de vele dingen die mij interesseerden, en dat ik allemaal - (echte) wiskunde, natuurkunde, linguistiek, filosofie, echte literatuur, geschiedenis, om een paar zaken te noemen, die allemaal of niet of anders bijzonder beroerd gegeven werden (afgezien van geschiedenis, maar dat was weinig en gekleurd) - later en zelfstandig heb moeten verwerven, vanaf mijn zeventiende, toen ik van school afging en ging werken, en wat geld te besteden kreeg, dat ik vooral aan boeken uitgaf. [3]

Ik had uiteindelijk in 1977 tien jaar lang bijzonder veel gelezen, en deed dat rond die tijd al bewust in de volgende onderwerpen:
filosofie, wiskunde, logica, psychologie, sociologie, economie, religie, mystiek, lingu´stiek, natuurkunde, literatuur (vooral Engelse), en geschiedenis, waar later medicijnen en computers bijkwamen, maar die twee waren er nog niet echt in 1977 (al kende ik wel Algol sinds 1972, maar niet goed).

En ik had niet alleen bijzonder veel gelezen, maar had ook behoorlijk veel geschreven in 1977, zoals vele tientallen keurig getiepte samenvattingen van filosofische en logische werken die ik gelezen had, en redelijk wat essays en lange brieven over theoretische onderwerpen, zowel in het Nederlands als het Engels, en ik hield ook vanaf mijn 20ste een filosofisch notitieboek bij, dat nu bijna 32 MB op mijn harde schijf neemt, en dat daarop bovendien verre van volledig is, want het beslaat alleen mijn voornamelijk filosofische en logische notities vanaf 1989, en die maar gedeeltelijk).

Maar dit werd door mij toch vooral gezien als voorbereiding op de universiteit, waarvan ik mij in die tijd veel te hoge gedachten maakte. Hoe het zij, in 1977 was ik ongeveer zoals ik nu ben, bijna 40 jaar later, maar was wel een stuk jonger, en ook behoorlijk wat naiever, en te goed van vertrouwen.

En ik had aanzienlijke verwachtingen van mijzelf: 't Minste dat ik binnen tien jaar verwachtte te zijn, als ik eenmaal studeerde, was een professor, in de logica of in de filosofie.

Dit was ook, gezien mijn begaafdheid en inzet, een realistische verwachting, en de voornaamste twee redenen waarom daar niets van terecht gekomen is zijn (1) de gigantische waanzin die aan de Nederlandse universiteiten bleek te heersen, tussen 1971 en 1995, waar sindsdien vrijwel niets meer over gezegd is, kennelijk omdat de academische uitvreters nog overwegend leven, en niemand het wil hebben over de 25 jaar dat de Nederlandse universiteiten bestuurd werden, althans in beginsel, door marxistische studenten, wat zeker zo was tot ca. 1990, en (2) mijn ziekte, die me vanaf 1.1.1979 trof, en die nog steeds voortduurt, en me bijzonder weinig energie laat.

B. Mijn interesses in vrouwen

Ik was dus op mijn 27ste vooral geinteresseerd in filosofie en logica, en vervolgens in de andere onderwerpen op mijn lijstje, maar er was nˇg een onderwerp dat me bijzonder interesseerde: vrouwen (sommige). Dat was in feite zo geweest sinds mijn achtste, toen ik voor het eerst verliefd werd op een meisje uit een parallel-klas, dat Manja heette.

Achteraf gesproken was ik vanaf toen bijna 30 jaar lang ongeveer iedere twee jaar verliefd. Hier is een namenlijst, met mijn leeftijd (ongeveer: er zijn wat afwijkingen van het gestelde) van toen het serieus aan was, althans voor mij:
  
1. Manja 8 6. Edith 18 11. Anky 28
2.
Marijke 10 7. Carolien 20
12. Anna *
30
3. Marianne 12 8. Stephanie *
22
13. Pamela 32
4. Lydia 14 9.
Lynne *
24
14. Judith 34
5. Bibi 16 10.
Agnethe *
26
15.
Jolanda *
36

Dit zijn ze ook niet allemaal, maar het zijn wel de belangrijkste.
[4] De eerste vijf waren allemaal pre-sexueel (Bibi was feitelijk op mijn 15e), maar ik was toch op alle vijftien werkelijk verliefd, in de zin dat ik ze allemaal, in de tijd dat ik verliefd op ze was, en voor een flink deel ook daarna, voor iets bijzonders hield, althans voor mij, en ze bewonderde, sterke gevoelens van vriendschap voor ze had, en sterk wilde dat het ze goed ging. Ook was mijn verhouding tot hen, zolang ik verliefd op ze was, behoorlijk anders en zeer veel geinteresseerder dan in alle andere mensen.

De liefde was lang niet altijd wederszijds, maar was dat voor ongeveer de helft wel. Waar het aan ligt (of lag) weet ik ook niet: ik weet alleen dat ik af en toe bijzonder getroffen werd, altijd sinds mijn 16e door een jonge vrouw, en daar dan iets mee moest, dat ik ook werkelijk deed met de laatste tien, en waarvan ik er dan ook met vijf heb samengewoond, en dat meestal een stuk langer dan 2 jaar. 
[5]

Verliefd zijn is voor mij niet redelijk te verklaren: ik heb behoorlijk wat mooiere vrouwen gekend dan op mijn lijstje staan, al waren sommigen daarvan heel mooi, die me geheel niet interesseerden, en ik weet ook niet waarom ik verliefd werd, behalve dat het, althans om de liefde enige tijd te laten blijven bestaan,
absoluut nodig was dat ze minstens redelijk intelligent was (met uitzondering van Pamela hebben al diegenen die op het lijstje staan vanaf Stephanie ook universitair gestudeerd, al zegt dat weinig) en behoorlijk zelfstandig en individualistisch, maar dit gold voor allemaal, al varieerde ook dat.

Het is ook zo dat ik om heel verschillende redenen verliefd werd: 't kon uiterlijk zijn, of persoonlijkheid, of intelligentie, of sexualiteit, maar zodra het ontstond breidde het zich snel uit tot de gehele persoon, en dat vooral omdat ik door mijn verliefdheid in de gehele persoon ge´nteresseerd was.

Maar het is ook zo dat ik heel goed weet wat verliefdheid is, en weet dat het niet redelijk gefundeerd is, om welke reden ik vanaf mijn 21ste tegen alle vrouwen waarmee ik een verhouding begon gezegd heb dat voor mij filosofie en logica eerst kwamen, en dat ik geen enkele garantie over de duur van de relatie had, en niet wilde trouwen totdat er kinderen kwamen - waar ik tot mijn achtentwintigste geen zin in en geen geld voor had, en na mijn achtentwintigste geen gezondheid.

Het is ook zo dat ik, afgezien van de tijd met Stephanie, serieel monogaam ben geweest, ook zonder moeite, want ik hield van de vrouwen waarmee ik samenwoonde, zolang ik er mee samenwoonde, dat in mijn ervaring minstens tamelijk zeldzaam is. [6]

Ik weet niet hoe normaal het bovenstaande is, en daar zijn diverse redenen voor, waaronder de oneerlijkheid van de meeste mensen over hun gevoelens de voornaamste is.

Als ik op het internet kijk, dan zijn mijn verhoudingen - vijf keer samen gewoond - tamelijk normaal voor bekende acteurs en actrices, behalve dat ik altijd geweigerd heb te trouwen, en schijnt het tamelijk abnormaal te zijn voor anderen - zoals het schijnbaar normaal is met elkaar samen te (blijven) wonen zonder werkelijk van elkaar te houden, dat ik nooit gewild en nooit gedaan heb, en dat ik voor bijzonder houd.

C. Mijn beste relatie

Het is heel moeilijk te zeggen wat mijn beste relatie is geweest, en wel omdat ze zo verschillend waren, en ze ook verschillende grondslagen hadden.

Maar ik vermoed dat mijn verhouding met Agnethe uiteindelijk het beste was, ook omdat het wederszijds gegroeid is, zoals we ook weer wederszijds uit elkaar gegroeid zijn, en omdat we elkaar behoorlijk lang incidenteel zijn blijven zien, en we ook nooit werkelijk ruzie hebben gehad, terwijl ze bijzonder rationeel en redelijk was, dat voor mij heel belangrijk is.

En zij gaf mij mijn beste tijd, al lag dat in zekere zin minder aan haar (hoewel ik daar geheel niet over klaag) dan aan de omgeving: Van  begin 1975 tot augustus 1977, in Noorwegen, in schitterende natuur, en met zeer veel vrijheid.
 
Hierbij moet ik wel iets opmerken: dit oordeel had heel goed anders kunnen zijn als ik niet ziek was geworden op 1.1.1979, maar ik werd ziek en ik bleef ziek, en vandaar mijn oordeel dat dit mijn beste tijd was: ik was gezond, ik was vrij, ik deed wat ik wilde, en ik wilde wat ik deed, ik las en leerde een heleboel, ook nogal verschillende dingen, van het boeren (en de middelbare landbouwschool, in Noorwegen) tot veel logica en filosofie, en ik leefde in een verbluffend mooie omgeving, met een bijzonder prettige, zinnige en verstandige vrouw.

Het was ook allemaal behoorlijk toevallig ontstaan: We gingen er heen nadat we eigenlijk besloten hadden naar ItaliŰ of Griekenland te gaan, vooral omdat Agnethe zo goedkoop een huis kon huren in Noorwegen; we bleven omdat we op de zomerboerderij konden werken; en vervolgens bleven we bijna twee jaar in Lom omdat Agnethe de baan daar had aangenomen, en ze mij nodig had als chauffeur, en ik ook niet in augustus  1976 kon gaan studeren door een fout die niet de mijne was. (Mijn studentennummer was echter wel 764803, maar ik kreeg geen beurs omdat de dekaan van filosofie mij fout had voorgelicht, iets waar hij zeer gespecialiseerd in bleek.)

Tenslotte is er nog iets dat ik moet opmerken, vooral als lezer van Thoreau: In feite deed ik iets tamelijk soortgelijks, en in dezelfde tijd van mijn leven als Thoreau - ik trok me overwegend terug, in mijn geval ook in een ander en voor mij onbekend land. Er waren ook aanmerkelijke verschillen, zoals dat ik nooit alleen leefde, maar Agnethe en ik waren toch vooral op elkaar aangewezen, zeker in Dovre, terwijl een overeenkomst was dat ik bijzonder weinig geld gebruikte, al moest ik twee keer naar Nederland vanwege het staatsexamen, terwijl een andere overeenkomst was dat ik heel veel in de natuur liep, veel skiede, en later veel reed.

Afgezien van de twee reizen, maar heel wel mogelijk ook inclusief, is het zeer onwaarschijnlijk dat enig ander iemand in die tijd, in Nederland of in Noorwegen, van zˇ weinig leefde en zˇ vrij was als ik. Ik denk ook niet dat een dergelijk vrij leven tegenwoordig mogelijk zou zijn, dat ook weer een achteruitgang is: ik deed niemand kwaad; ik verdiende mijn brood; en ik deed wat ik wilde, want het samenwerken met Agnethe was altijd plezierig en moeiteloos vanzelfsprekend.

Dit zijn de voornaamste redenen waarom dit mijn beste relatie was.

Meer volgt.
------------------------------
Notities
[1] Wat bescheidenheid betreft, die wellicht niet iedereen mij toekent: Ik ben me voldoende bewust van mijn eigen afwijken van de grote meerderheid, en houd er niet van ingedeeld te worden bij gewone mensen. Maar mijn moeder was ook bescheiden, en aanzienlijk meer dan ik, en de bescheidenheid die zowel zij als ik hebben is vooral het ons niet willen opwerpen als leiders of als betweters - en voor mij was dat uiteindelijk nadelig, want de meeste academici zijn geheel niet bescheiden, al hebben ze gewoonlijk wel de pretentie. (Ik kan heel goed leiding geven, en heb dat verschillende malen gedaan vanaf mijn 20ste, in het bijzonder in de Sleep-In en in de studentenbeweging NASA, maar alleen omdat ik daarvoor herhaaldelijk gevraagd ben, en niet en nooit omdat ik zo graag leiding geef, want dat doe ik niet: ik vind het altijd vervelend, en deed het alleen omdat ik het nodig vond, en bij gebrek aan betere kandidaten.)

[2] Er is - ik zeg dit als psycholoog - op dit moment geen behoorlijke, uitgebreide en zinnige theorie van het karakter. Ik heb er een heleboel over gelezen, maar vond het meeste zowel weinig zinnig als niet toepasbaar op mijzelf, althans niet in de mate dat het mij karakteriseerde, als verschillend van anderen. Maar de over het geheel genomen meest treffende karakterschets van mij is die Kretschmer gaf van de mensen met een extreme leptosome bouw, waartoe ook Aldous Huxley behoorde, en die ik ook heb. Maar ik denk niet dat Kretschmer's theorieŰn echt zinnig zijn gebleken, en ook niet dat Kretschmer een zinnig mens was (hij was een Nazi onder Hitler): ik denk alleen wat ik zei, nl. dat de beste beschrijving van het soort karakter dat ik heb van hem stamt. (Trouwens, in dit opzicht heb ik ook geluk gehad.)

[3] Dit is ook een fundamenteel onderdeel van de behoorlijk grote ontwikkelingsachterstand die iedereen treft die, als ik, komende uit een arbeidersmilieu, arriveerde op een HBS of gymnasium: Je ouders lezen geen of weinig boeken; spreken geen vreemde talen; gaan niet naar concerten of toneel; lezen geen goede kranten; en hebben geen hoge vooropleiding noch geleerde vrienden of vriendinnen. Dit gold voor mij zeker, al waren mijn ouders tamelijk afwijkend, en al had mijn moeder drie jaar HBS, en dit gold voor mij nog een stuk sterker na de driejarige HBS, en het jaar Havo, dat allemaal ver onder mijn niveau was, en waaraan ik me ook voor een deel onttrokken had, want ik maakte vrijwel nooit huiswerk (en haalde toch wel 7s in de meeste vakken).

[4] Er zijn er meer, en er was een grote verliefdheid na Jolanda die op niets uitliep, o.a. omdat ik vanaf mijn 41ste zieker was en zieker bleef dan daarvoor. Met degenen met een ster heb ik samengewoond, in totaal ruim 16 jaar. En Anky, Pamela en Judith waren drie korte bevliegingen, al ben ik wel heel wat jaren goed bevriend geweest met Pamela, maar zonder enige verliefdheid.

[5]
Het is heel goed mogelijk om op twee vrouwen verliefd te zijn. Bovendien waren mijn verliefdheden nogal verschillend, en niet allemaal even sterk, noch hetzelfde gefundeerd.

[6] Het is een feit dat ik vrijwel geen gelukkige langdurige huwelijken gekend heb: Bij bijna iedereen ging er wel iets mis in de verhouding, ergens, gewoonlijk  behoorlijk snel, en was de voornaamste reden van het bij elkaar blijven de kinderen die ze gezamenlijk hadden, wat ik op zichzelf een goede reden vind - maar ik kwam nooit zover. En met Stephanie waren we allebei niet monogaam, en leefden we alleen af en toe samen.



About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail