Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  January
24, 2014
Autobio: 1976 & 1977 - Met Agnethe in Lom
Sections
Introduction
1. Autobio: 1976 & 1977 - Met Agnethe in Lom
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis, but is part of my autobiography, and what follows is in Dutch. Also, this will soon be added to my autobio-files, and then may be rewritten some. And there will be later today an English crisis file.

1. Autobio: 1976 & 1977 - Met Agnethe in  Lom

1976:

Dit vervolgt de vorige aflevering en ik begin met het opnieuw reproduceren van het deel van Noorwegen waar ik gewoond heb, in Dovre in 1975, en in Lom in 1976 en 1977:



Lom was in 1976, althans zo verschijnt het mij na het zien van verschillende films uit ca. 2010, tamelijk anders en een heel stuk minder touristisch dan het sindsdien geworden is. Er was natuurlijk tourisme in de zeventiger jaren, maar veel minder uitgesproken en dominant, en met veel minder greep op het centrum van het dorp, dat er tegenwoordig nogal anders uitziet dan in de zeventiger jaren (en voor mij minder sympathiek).

Hoe het zij, we arriveerden er in het begin van het jaar, en Agnethe had snel een huis gevonden dat ze kon huren, goedkoop ook, dat in nogal wat opzichten het tegendeel was van Dovre:

Het was pas gebouwd, en heel goed gelegen tegen de stijle Lomseggi, dat een berg van zo'n bijna 2000 meter hoog is die Lom domineert, en waartegen een deel van de bevolking woont. Het had drie slaapkamers, een grote hal en een grote keuken met elektrisch fornuis en een grote koelkast; twee badkamers, met twee toiletten, een bidet en een badkuip en douche; centrale verwarming, met een apart kamertje waar je ook kon wassen; en vanuit de heel grote luxueuze woonkamer en de twee kamers ernaast had je een geweldig uitzicht op een deel van Lom, een deel van de stavkirkje - een kerk uit boomstammen - uit het jaar 1158, en de rivier de Bovra.

Het huis was pas gebouwd ten behoeve van het pensioen van een man die - als ik het wel heb - een flink timmer- of hout-bedrijf in Otta had, en die nog niet aan z'n pensioen toe was in het dorp waar hij geboren was, en die dus mensen zocht om het huis voorlopig aan te kunnen verhuren.

Hij vroeg niet veel, en het meeste daarvan werd ook weer betaald doordat Agnethe een kamer bestemde als kantoor van de Gudbrandsdolen og Lillehammer Tilskuer, waar in ieder geval haar schrijfmachine en telefoon stonden, en waarvoor zij weer geld van GLT kreeg.

Lom zelf was ook een nogal ander dorp dan Dovre: Het lag nog bergachtiger, in een stijler en nauwer dal, niet ver van de hoogste bergen van Noorwegen, en aan de rand van Jotunheimen, dat een groot gebied van gletschers is, en het hoogste en wildste deel van Noorwegen is, en er was kennelijk iets meer luxe, ook al in 1976, als gevolg van meer toerisme, al was het echte tourisme er vrijwel alleen in de zomer, en al was dat in de zeventiger jaren ook nog niet bijzonder uitgesproken of dominant.

Toen wij er kwamen was alles sneeuwwit en ijzig, en het was een klein kunststukje om met de auto thuis te komen, omdat het huis tamelijk hoog lag, aan een weggetje dat met diverse kronkels naar boven ging, en die aan het eind behoorlijk stijl en in de winter volledig van ijs was, zodat je de laatste bocht behoorlijk snel door en uit moest komen, en dan snel gas geven voor het laatste steile deel.

Ik heb dat een paar keer gedaan, en een paar keer fout, zodat ik opnieuw moest rijden, omdat de weg het laatste deel z glad was dat de wielen er snel op slipten, maar ik kon vanaf het begin heel goed rijden - dat mij wat bevreemdde omdat ik helemaal nooit in auto's geinteresseerd was geweest, en dat ook toen nauwelijks was.

Maar het leren rijden in Lillehammer, op ijs, had ik heel makkeljk gevonden, en ik reed snel goed. Dit was ook absoluut nodig, want Agnethe had in het begin nog geen rijbewijs, en wilde daarna ook niet rijden: ze kon het wel, maar was er bang voor, en heeft het nauwelijks gedaan in Lom.

De auto hadden we via haar vader, en was een lichtblauwe Ford Escort, die het over het geheel genomen bijzonder goed deed, helemaal als je overweegt hoe koud het was, en hoeveel vreemde dingen ik ermee heb gedaan. Het ding had natuurlijk winterbanden en zomerbanden, en we hadden ook sneeuwkettingen, die we ook regelmatig moesten gebruiken, maar was overigens een normale Ford Escort, die het altijd deed, tenminste als de accu opgeladen was, dat gewoon uit het huis kon.

Het werk was verdeeld tussen Agnethe en mij in de zin dat ik voor het chaufferen en het eten en schoonmaken zorgde, en zij voor het schrijven en fotograferen. Zij deed meer dan ik, maar dat was gedeeltelijk ook vanwege onzekerheid, die niet terecht was, en overigens vanwege haar fotografie: ze maakte heel graag fotoos, en wilde die graag bij haar artikelen hebben, maar moest ze daarvoor gewoonlijk zelf ontwikkelen, wat tijd nam, zodat ik heel wat keer op het allerlaatste moment met een artikel met een nog nattige foto de auto instapte om achter de bus aan te jakkeren, die ik met enig geluk tegen vier uur in Garmo, waar hij kort wachtte, in kon halen. Zonder geluk, wat ook af en toe voorkwam, moest ik naar Vagamo.

Er staat me van 1976, afgezien van de overweldigende natuur, zowel 's winters als 's zomers, niet zo heel veel bij, behalve dat we allebei behoorlijk werkten, ook omdat het Agnethe's eerste grote baan als journaliste was, en zij het zo goed mogelijk wilde doen, en daar ook in slaagde.

Ik weet niet of het in de winter van 1976 of 1977 was dat we n van de dwaze dingen deden waartoe ze zich verplicht voelde: ze had gehoord dat de kroonprins ergens hoog in de bergen, in de buurt van de Glittertind, met een helikopter bij een berghut was aangekomen, en wilde een foto van hem, zodat we daarop uittrokken, met de auto Boverdalen in, met minus 15 of  minus 20, met sneeuw, en snel in het aardedonker. Dat was een onzinnige poging, die ik ook halverwege afgebroken heb.

Maar het meeste lukte, en was ook minder veeleisend dan een foto van de kroonprins: het meeste was klein landelijk en dagelijks nieuws, en een deel waren ook korte verslagen van vergaderingen van gemeenteraden.

Het eerste halve jaar was enigszins hectisch, vooral voor Agnethe, maar we wendden snel, en eenmaal gewend was het makkelijker, ook al omdat de meeste bewoners de GLT lazen, en sympathiek tegenover journalisten stonden, als die tenminste, zoals Agnethe en ik, in de omgeving woonden.

Noors:

Voordat ik naar 1977 ga, eerst iets over het Noors.

Ik heb een sterk taalgevoel, en hoewel ik niet bijzonder veel leerde, vooral omdat het boek waar ik dat uit moest doen zo vreselijk saai was, had ik het Noors snel door, en deed dat vooral door het lezen van de kranten, en door het spreken met boeren.

Dit was vooral een kwestie van wennen en instelling: Toen ik Agnethe's ouders sprak, in het begin van 1975, moesten we wel Engels spreken, omdat ik in het gesproken Noors niet eens het begin en het einde van woorden herkende, en ook nog geen idee had over hoeveel Noors op het Engels en het Nederlands lijkt, zodat ik niet onmiddellijk doorhad dat "baak", uitgesproken met een zangerige toon, voor "bak" staat, dat weer hetzelfde als "back", uitgesproken "bek" betekent, tot enige ergernis en verbazing van Agnethe, voor wie dat vanzelf sprak - maar op dat moment ook al jaren Nederlands en Engels kende, terwijl ik vrijwel voor het eerst Noors hoorde.

Maar dit is het patroon van vele overeenkomsten tussen Engels, Noors en Nederlands, en ik kreeg dat snel door vanwege het lezen van kranten, dat vrijwel onmiddellijk ging, dat er weer aan lag dat deze gewoonlijk geschreven waren in Bokmal, dat erg op het Deens lijkt, en grammatikaal heel eenvoudig en duidelijk is.

Er zijn echter twee officiele Noorse talen, want er is ook nog Nynorsk, dat een heel stuk ingewikkelder is, want het heeft naamvallen, en redelijk wat woorden hebben een tamelijk andere spelling en uitspraak.

Rond 85% van de Noren schrijft Bokmal, dat ook het eenvoudigst is, en het restant Nynorsk of een mengsel, maar de meeste Noren spreken dialect, en in de zeventiger jaren verschilde dat aanzienlijk: In Dovre en Dombas werd bijvoorbeeld overwegend Nynorsk gesproken, maar de dialekten verschilden enigszins, al was de afstand maar 10 a 15 km. En zo was het overal, om welke reden de Noren zeiden "Taal dialekt!", dat wil zeggen: "Spreek je eigen dialekt!".

Dit is dan ook weer de reden dat ikzelf in 1977 voor een Noor kon doorgaan, al was het duidelijk dat ik niet uit Dovre of Lom kwam, maar ik sprak het overigens goed, en lees het nog steeds heel makkelijk, in allebei de vormen ook.

Wat ik sprak was op diverse manieren een mengsel van Bokmal en Nynorsk, en dat was omdat Agnethe Bokmal sprak en schreef, terwijl de boeren allemaal hun lokale dialekt spraken, dat gewoonlijk overwegend Nynorsk was, maar nogal verschilde van plaats tot plaats, en soms ook van persoon tot persoon.

Zo was er in Lom een uitgesprokener Nynorsk dan in Dovre, maar ook daar had ik niet al te veel moeite mee, tenminste wat betreft het verstaan en mijzelf verstaanbaar maken.

Het is ook zo dat er voor alle Noren een flinke hoeveelheid sterke gevoelens samen hangen met de taal die ze spreken en schrijven, maar daar heb ik geen last van: ik vind Noors een fraaie taal, die in de Bokmal vorm het voordeel heeft heel eenvoudig en heel kort te zijn, en die iedereen die enigszins intelligent is en n van de drie Skandinavische talen - Noors, Zweeds en Deens - goed kent, daarmee in de gelegenheid stelt het meeste van de andere twee talen ook te begrijpen.

1977:

In 1977 was het makkelijker voor ons dan in 1976. Ik had mijn staatsexamen gehaald in 1976, maar kon niet studeren, deze keer omdat ik verkeerd voorgelicht was door de dekaan van filosofie: ik kreeg geen beurs.

In 1977 was het werken makkelijker, en deed ik de middelbare landbouwschool in Garmo, dat feitelijk voor mij heel weinig kennis vergde, want ik wist alles wat ik moest weten al, en kon alles wat ik moest kunnen al, en ik kreeg uiteindelijk ook het diploma dat me tot "jordbrukavloysar" maakte, dat zoveel betekende als dat ik een gediplomeerd boeren-aflosser was, die in staat was een veeboerderij voor een tijd over te nemen, als de boer ziek was of op vakantie wilde.

Ik heb dat feitelijk, altijd afgezien van de 3 maanden in 1975, nooit echt gedaan, en ben snel nadat ik het diploma kreeg in midden Augustus 1977 teruggekeerd naar Nederland - dat achteraf een heel grote fout was.

Ik had in Noorwegen kunnen studeren; ik had een Noorse arbeidsvergunning kunnen aanvragen die me vrijwel zeker gegeven zou zijn; ik woonde bijzonder goed en prettig in Noorwegen; Agnethe en ik hadden serieus overwogen een boerderij met geiten op te zetten, wat universitair studeren onmogelijk zou hebben gemaakt - maar ik voerde uiteindelijk mijn oude plan uit, waaronder ik ook naar Noorwegen was gegaan, en wilde in Nederland studeren.

Als gezegd was dit een heel grote fout: ik had in Noorwegen moeten blijven, en dan was mijn hele leven geheel anders en vrijwel zeker stukken beter verlopen dan het feitelijk verlopen is, en was ik ook vrijwel zeker niet ziek geworden.

Waarom maakte ik deze fout? Voornamelijk vanwege drie redenen. In de eerste plaats kende ik Nederland nog niet goed genoeg, en had ik me, in het bijzonder, niet goed voorgelicht over de Nederlandse universiteiten. In de tweede plaats was het leven in een Noors dorp weliswaar heel aangenaam en prettig, maar er was ook geen hogere beschaving, en er waren, in het bijzonder, geen boekhandels en geen stedelijke omgeving. In de derde plaats was mijn verhouding met Agnethe aan het aflopen, dat overigens noch mijn noch haar schuld was, en die ook nog niet geheel afgelopen was.

Er waren ook een paar andere redenen, zoals dat Agnethe ook wat anders wilde dan journalist blijven in een weliswaar bijzonder mooi deel van Noorwegen, maar waar ze ook behoorlijk afgelegen leefde van de rest van de wereld.

En vooral: ik heb geheel nooit gerekend met de mogelijkheid dat ik in Nederland ziek zou worden, en dat vervolgens 36 jaar zou blijven, en er ook nooit kon ontsnappen, vanwege de combinatie van gezondheidsgebrek en geldgebrek.

Dit is ook de uiteindelijke reden dat ik mijn Noorse jaren moet beschouwen als de mooiste jaren van mijn leven: ik leefde er bijzonder prachtig en aangenaam; ik had een goede verhouding; ik deed wat ik wilde; ik was tussen de 24 en 27; en vrijwel alles was naar mijn zin en lukte, met weinig moeite ook, en lukte in een ongelovelijk mooie natuurlijke omgeving.

Ik nam daar afscheid van omdat ik al meer dan tien jaar wilde studeren; dat alleen in een stad kon doen; en Oslo niet werkelijk in aanmerking kwam omdat Agnethe daar zeer veel liever niet dan wel woonde, voornamelijk om haar moeder te vermijden, en we bovendien allebei Oslo geen echt prettige stad vonden, en er ook geen goede behuizing of werk hadden, al had Agnethe haar kamertje aangehouden.

En vandaar Amsterdam, waar ik ook een studentenflat voor twee had weten te regelen, in Diemen, komende uit Noorwegen, en waar Agnethe ook weer voor voelde, en waar ze diverse jaren gewoond had in het begin van de zeventiger jaren, zonder en met mij.

We besloten dus naar Amsterdam te gaan, en deden dat in eerste instantie gescheiden: ik ging half Augustus 1977 omdat de studie eind Augustus begon, en Agnethe zou de zaak in Lom afhandelen wat betreft GLT, en een paar maanden later komen.

Meer volgt
.
------------------------------

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail