Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  January
15, 2014
Autobio: 1974-1975 - Agnethe in Amsterdam & Dovre 
Sections
Introduction
1. Autobio: 1974-1975 - Agnethe in Amsterdam & Dovre
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis, but is part of my autobiography, and what follows is in Dutch. Also, this will soon be added to my autobio-files, and then may be rewritten some.

1. Autobio: 1974-1975 - Agnethe in Amsterdam & Dovre

Amsterdam:

Eind januari 1974 kreeg ik het nieuws uit Engeland dat Stephanie een gezonde dochter had gekregen, en had haar onmiddellijk een telegram gestuurd, maar het verdere verloop kan ik op dit moment niet goed geven vanwege de afwezigheid van een journaal na eind januari, en ook de afwezigheid van mijn correspondentie, maar de korte samenvatting is dat de verhouding met Stephanie definitief uit was voor mij, vanwege de geboorte van haar dochter; vanwege het nooit langer dan 2 of 3 maanden hebben kunnen samenwonen, per keer; vanwege haar temperament en radikaliteit; en ook omdat ik zelf wat veranderd was, en wat ouder was geworden.

Daarbij had het halve jaar van mijn verhouding met Lynne ook voor Stephanie een breuk betekent. Het is niet zo dat mijn verhouding met Stephanie voorbij was, omdat we elkaar feitelijk tot en met 1987 onregelmatig bleven schrijven, en ik ook bij haar geweest ben in 1983 en zij later in dat jaar bij mij, maar de echte grote liefde was definitief voorbij, al bleef zij voor mij en ik voor haar bijzonder.

Hoe het zij: vanaf eind 1973 stond ik er weer geheel alleen voor, en werkte als typist talen, dat redelijk betaalde en mij de kans bood de helft van de week thuis te blijven en te lezen en leren, wat ik ook veel deed, al deed ik weinig aan mijn staatsexamen, en veel aan logica en wetenschapsfilosofie.

Ergens in Februari of Maart 1974 kwam Agnethe W. terug uit Noorwegen, waar ze vandaan kwam en een paar maanden geweest was. Ze was een heel goede vriendin van Lynne, en had toen al enige tijd in Holland gewoond, omdat ze dat interessanter vond dan Oslo, en ook Nederlands wilde leren. Ik vond haar interessant en aardig, omdat ze diverse kenmerken had die feitelijk heel weinig voorkomen: ze was behoorlijk tot zeer intelligent, erg rationeel en redelijk, heel moreel, en erg vriendelijk, en vooral de eerste vier kenmerken waren behoorlijk uitgesproken en zeldzaam.

Ze had ondertussen ook gestudeerd, en had iets als een doktoraal gehaald in sociologie, maar was niet bijzonder geÔnteresseerd in sociologie, en ook niet in het studeren, waarschijnlijk omdat ze de foute studie had gekozen, want ze had veel beter een taal als Nederlands kunnen studeren, of iets als natuurkunde kunnen doen, maar daarvoor was het te laat, en hoewel ze erg intelligent was, was ze veel minder geinteresseerd in de akademische wereld dan ik, was veel meer praktisch, en wilde ze in feite iets als journaliste worden, bij voorkeur met veel fotografie, want fotograferen was haar hobby, en daar was ze ook goed in.

Ik vond haar aardig, intelligent, en interessant, maar in het begin was het weinig meer dan dat, ook al omdat ze een goede vriendin van Lynne was, en ik haar weliswaar redelijk wat keren had meegemaakt, maar vooral als vriendin van mijn vriendin, en zelden of nooit zelfstandig, en vanwege haarzelf.

Maar ze kwam nu weer naar Amsterdam, en wilde daar een flinke tijd blijven, en had een woning nodig, en de jongen die de andere helft van de boot bewoonde en studeerde vond een andere en betere woning eind 1973, en om die redenen leek het een heel goed idee als Agnethe die andere helft zou huren: Op de Oudeschans, tegenover het huis of de boot waar Lynne woonde, en betaalbaar, al was het geheel geen luxe.

Zo kwam het dat Agnethe begin 1974 mijn buurvrouw werd, dat onmiddellijk met zich meebracht dat we veel meer van elkaar zagen. In eerste en tweede instantie leverde dat niet veel op, maar we begonnen elkaar snel en wederszijds aardiger en aardiger vinden, wat betekende dat we eerst samen aten, samen naar het cafť en de bioscoop gingen, en daarna tamelijk snel met elkaar naar bed gingen.

Ik schets hier snel en kort een ontwikkeling die ca. een half jaar nam, en het is misschien zinnig hier op te merken dat dit een andere verhouding was dan ik met Stephanie of Lynne had gehad, die allebei vrijwel direct begonnen. Met Agnethe was dat niet zo: de verhouding groeide, van bekendheid naar vriendschap, en vervolgens van vriendschap naar een vorm van liefde die voor mij nieuw was, want aan de ene kant minder intens dan met Stephanie of Lynne, maar aan de andere kant een stuk beter gefundeerd, en dat vooral omdat Agnethe zo rationeel, redelijk en moreel was, en trouwens ook behoorlijk zelfstandig, en omdat ons samenwonen een naar elkaar toegroeien was, van beide kanten ook.

Daar kwam bij dat Agnethe in de zomer van 1974 weer naar Noorwegen ging, om daar met een vriendin een kudde geiten te hoeden en te melken, op een zomerboerderij hoog in de bergen (saeter geheten, in het Noors), waar ze een maand of drie was, waarna ze weer terug naar Amsterdam kwam.

Hoe het zij, tegen het einde van 1974 hadden we een heel goede verhouding, woonden feitelijk samen in mijn deel van de boot, en bedachten toen dat we graag in begin 1975 samen op vakantie zouden gaan, bijvoorbeeld - dachten we - een paar maanden ItaliŽ of Griekenland.

Het bleek toen echter dat Agnethe, die in de buurt van Dovre en Dombas geiten gehoed had in de zomer, via een kontakt van haar in Dovre, daar een blokhut kon huren voor honderd kronen in de maand, wat heel goedkoop was, zodat we besloten drie of misschien vier maanden in Dovre vakantie te houden, mede door heel goedkoop te eten, en dan terug te keren, al kon dat niet meer naar de boot, omdat we hadden besloten die op te geven als te oud en te wrak.

Oslo:

Zo kwam het dat ik op 1 januari 1975 arriveerde in Oslo, met veel boeken en een schrijfmachine, terwijl de rest van mijn boeken bij mijn ouders op zolder stonden,  en daar Agnethe trof, die daar ook een prettige maar kleine woning had, en ook op 2 januari haar ouders en zusters trof, in het huis van haar ouders, dat groot en vrijstaand was, en ooit behuizing aan minstens zeven mensen had gegeven.

Eťn van de dingen die me nooit duidelijk is geworden zijn de gronden voor de behoorlijke afschuw die Agnethe van haar moeder had, al is het me wel volkomen duidelijk dat dit niet Agnethe's schuld was, en dat het aan haar moeder lag, waarvan het me wel duidelijk was dat ze manipulatief en bemoeizuchtig was, maar waar ik verder nooit veel te maken heb gehad.

Haar ouders waren toen rond de vijftig, en hadden vijf dochters: Agnethe, Hanne, Bente, Heidi en Turid, hier opgeschreven in volgorde van geboorte. Agnethe was dus, net als ik, de oudste, wat trouwens zo was met vier van de vijf langdurige verhoudingen die ik gehad heb: alleen Lynne was niet het oudste kind, en die verhouding duurde het kortst en was het minst. [1]

De dochters waren ook nogal verschillend: Agnethe en Turid leken op elkaar, maar er was een aanzienlijk verschil in leeftijd tussen hen; Hanne en Bente leken op elkaar, maar leken uiterlijk weinig op Agnethe en Turid; en Heidi was de enige echte blondine en leek uiterlijk op geen van de andere vier.

Maar ze waren allemaal - of met uitzondering van Turid, waarvan ik het niet weet omdat ze te jong was - behoorlijk tot zeer intelligent, en hadden allemaal gestudeerd of studeerden. Hanne en Bente waren ook behoorlijk tot zeer fraai om te zien, dat minder zo was voor Agnethe en Turid, met Heidi er tussen in, maar Agnethe was verreweg de intelligentste van de vijf, al moest je dat niet tegen Hanne zeggen.

Haar gebrek aan uiterlijke fraaiheid, wellicht ook in verband met twee iets jongere heel fraai ogende zusters, was voor Agnethe behoorlijk zwaar wegend, maar was dat veel minder voor mij, enerzijds omdat ik Agnethe ook fraai vond, en anderszijds omdat ik zelf veel minder in uiterlijk dan innerlijk geinteresseerd was, en het innerlijk van Agnethe mij zeer beviel, vooral vanwege haar rationaliteit, haar redelijkheid en haar moraliteit.

Hoe het zij, ik kon het snel minder goed met Hanne en redelijk goed met Bente vinden, en was met Heidi, die weer jonger was, tamelijk neutraal bij gebrek aan veel contact - al was dit ook op langere termijn, en niet direkt zo, hoewel ik ze volgens mij wel alle vier zag, op 2 januari 1975, en er ook mee sprak, in het Engels.

Van haar ouders, met wie ik toen redelijk wat gesproken heb, ook in het Engels, kreeg ik weinig hoogte en weinig kennis. Ik vond haar vader, Carl-Fredrik, een heel aardige man, maar ik wist alleen dat hij een fabriek leidde en een groot vrijstaand huis in Oslo had. Haar moeder was nogal bemoeizuchtig, maar tegen mij overigens niet onsympathiek, en was moeilijk goed te begrijpen, voor mij,  net als haar vader, omdat ze Noors en rond de vijftig waren, dat ik toen behoorlijk oud vond (ca. twee keer mijn leeftijd); omdat ik heel weinig gevoel voor en kennis van Noorse verhoudingen had; omdat ze duidelijk wel van hogere stand waren; en omdat we in het Engels spraken, dat ze weliswaar goed deden, maar lang niet zo vloeiend als ik of als Agnethe, die vanaf het begin overwegend in het Engels communiceerden, dat we allebei heel goed spraken, en vaak en makkelijk lazen en schreven.

Maar uiteindelijk gaf het niet zoveel wat haar ouders van mij of ik van hen vond, meende ik, omdat ik aannam hooguit een maand of drie in Noorwegen te zullen blijven, al vond ik ze vriendelijke oudere mensen, ongeveer van de leeftijd van mijn ouders, maar wel een stuk beter opgeleid en een stuk welvarender.

Dovre:

Agnethe en ik gingen snel, op 3 of 4 Januari, naar Dovre met de trein, dat ongeveer 400 km noordelijk lag, in het midden van Noorwegen, niet ver van Jotunheimen, dat het grote Noorse bergmassief is, in Gudbrandsdalen, een vallei van zo'n 230 kilometer ten noorden van Lillehammer.

Feitelijk was "Dovre" de naam van zowel een dorp, waar Agnethe en ik in begin Januari 1975 arriveerden, als van een traditionele regio, maar deze was opgegaan in de provincie Oppland, waar ook de steden Lillehammer en Otta, en de twee hoogste bergen van Noorwegen, de Glittertind en de Galdhoppigen deel van uit maakten.

Dovre ligt aan de rivier de Gudbrandsdalslagen, die door het hele Gudbrandsdalen stroomt, naar Lillehammer. Overigens: de links in dit deel zijn allemaal naar de Engelstalige Wikipedia, en zijn informatief en interessant, maar de situatie was in 1975 iets primitiever, hoewel uiterlijk (met Lom als uitzondering, waarover later) overwegend hetzelfde, maar met iets minder inwoners, en waarschijnlijk ook wat armer toen dan nu.

Het zal allemaal niet veel schelen, maar ik heb het hier over de situatie in de tweede helft van de zeventiger jaren in de 20ste eeuw.

Hoe het zij, Dovre was op diverse manieren adembenemend mooi, hoewel in de meeste opzichten een normaal Noors dorp, en was dat vanaf het begin, toen we uit de trein stapten op een zonnige middag, met zo'n 10 graden vorst, een heel heldere lucht en blauwe hemel, en overal sneeuw en ijs, en bergen links en rechts in de vallei de
Gudbrandsdalen.

En hier moet ik een kleine uitweiding inlassen over de verschillen tussen Amsterdam en Dovre: Amsterdam in de zeventiger jaren was ongeveer even groot als nu, met 219 km2; had toen ruim 700.000 inwoners; met zo'n 3500 per vierkante kilometer; was vrijwel volledig volgebouwd; was een flinke stad die bestond sinds ca. 1200; was vrijwel volkomen plat, en lag 2 meter onder zeeniveau. Dovre in de zeventiger jaren was zo'n 1364 km
met ruim 2000 inwoners, met zo'n 2 per vierkante kilometer; was overwegend gebergte en rivieren zonder enige bebouwing; bestond in ieder geval al als dorp in 1012, terwijl er al 6000 jaar mensen woonden; was bijzonder bergachtig, en lag zo'n 700 meter boven zeeniveau.

Dit was een heel groot contrast, en voor mij ook overwegend nieuw: Ik had tot dan toe alleen in of tegen Amsterdam gewoond, met uitstapjes naar een Engelse stad, en had altijd in een heel verstedelijkte omgeving gewoond, maar Dovre was bijzonder landelijk, en zeker in de winter ook behoorlijk zelfstandig: Er was een weg en een spoorlijn, maar de weg was niet breed, en de spoorlijn had maar ťťn spoor, en dat was het, en hoewel er dagelijks verkeer was en dagelijks een trein stopte was dat vrijwel alleen doorgaand verkeer, en ook dat was betrekkelijk weinig.

Dovre zelf, als dorp, was ook niet groot, hoewel er iets als een dorpskern was, met een supermarkt en een bank, en overigens enkele scholen, waaronder een landbouwschool, waar ook studenten uit andere delen van Noorwegen waren, en zelfs twee Amerikanen studeerden, en verder een kerk, met een donkerrode toren.

Agnethe en ik woonden ook niet in het dorp, dat overigens pas sinds een paar eeuwen zo laag bij de rivier beneden in het dal lag: We woonden in Ingelsheim, in feite een grote blokhut die in 1795 was gebouwd voor een familie, halverwege de rivier beneden, en de eerste toppen van de bergen boven, die de vallei vormden, en naast onze enige buren, de Bjornsgaards, die een aanzienlijke grotere, luxere en wat later gebouwde woning hadden, zo'n 200 meter van waar wij woonden, en daar boerden, al sinds 1200.

Deze plaats halverwege de rivier beneden en de bergtoppen van de vallei boven werd in de 17e en 18e eeuw geprefereerd boven het wonen in het dal, al werd ook dat toen al gedaan, en dat vooral vanwege de warmte: In het dal en bij de rivier was het een stuk kouder dan het halverwege de bergen was. In de 20ste eeuw was de isolatie stukken beter, en leefden de meeste mensen lager.

Om in Ingelsheim te komen vanuit Dovre was ook weer een kilometer of 3 via de weg, die zo lang was om niet te stijl te worden, al lag Ingelsheim behoorlijk recht boven het dorp, en zo'n 200 of 300 meter hoger.

Ingelsheim was een overwegend vierkante blokhut, gebouwd uit recht gehakte boomstammen, met twee verdiepingen en een houten voorbouw, en met bedden, gas, en electriciteit, maar overigens heel weinig, al was het redelijk onderhouden, en was het gebruikt in Paasvakanties om te verhuren aan mensen die wilden skieŽn.

In feite gebruikten we alleen de twee benedenkamers: Eťn behoorlijk grote, van zo'n 5 bij 4 meter, met diverse ramen die uitkeken over het dal en op Dovre, en een aanzienlijk kleiner zijkamertje, waar we alleen sliepen.

We moesten water halen in emmers bij de bron, zo'n 50 meter lopen, en in de winter omgeven met behoorlijk veel ijs; we moesten onze behoefte doen in een klein schuurtje boven een gat in de grond; en we moesten zelf hout verzorgen en hakken of zagen voor de kachel, die behoorlijk klein maar zeer effectief was.

En dat was het. Het was arm, maar meer dan voldoende om redelijk te kunnen  overleven, en de omgeving was bijzonder prachtig - en we konden ook vanuit onze woning, nadat ik eenmaal kon skieŽn, dat langer duurde dan ik verwachtte,
de bergen in, en het Rondane nationale park in, waar rendieren, beren, en elanden leefden, en dat tegen de 1000 vierkante kilometer groot is.

Meer volgt.

------------------------------
Noten
[1] Wat voor betekenis dit heeft weet ik niet, maar het is een enigszins opvallend feit, met een waarschijnlijkheid kleiner dan 1 op de 30, waarover ik verder kan opmerken dat de oudste kinderen gewoonlijk het intelligentst zijn, en wat zelfstandiger dan de jongere kinderen. Maar dit is alleen terzijde, en ik merk alleen nog op dat ik het nooit als expliciete grond gebruikt heb, en gewoonlijk pas later uitvond, toen de verhouding al begonnen was.

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail