Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  December
15, 2013
Autobio: 1973 - Lynne 
Sections
Introduction
1. 1973: Lynne
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis, but is part of my autobiography, and what follows is in Dutch. Also, this will soon be added to my autobio-files, and then may be rewritten some.

1. 1973: Lynne

De meeste mensen houden op met groeien tussen hun 20ste en 25ste. Dit geldt zowel fysiek als psychologisch: ze houden fysiek op met groeien, gewoonlijk tussen hun 18de en 23ste, en houden snel daarna ook overwegend op met het erbij leren van dingen, en ook met veranderen, en de meeste mensen veranderen psychologisch niet bijzonder veel vanaf hun circa 25ste, behalve dat ze ouder en oud worden.

Er zijn uitzonderingen, maar dit is de regelmaat, althans in periodes van langdurige vrede, waarin ik geleefd heb. Ik ben een uitzondering, maar val onder de regel dat ik toch verreweg het meeste leerde voor mijn 30ste, al bleef ik bijzonder veel lezen en mij verder verdiepen lang daarna [1], en ook dat ik op mijn 25ste uiterlijk was die ik nog steeds ben, nu bijna 40 jaar later, al was ik op mijn 25ste jonger en zonder grijs in mijn haar, en inderdaad ook nog gezond en fit.

Maar ik heb het hier en nu vooral over mijn verhouding met Lynne, die van Mei/Juni 1973 tot November/December 1973 duurde, en die de kortste en minst intense verhouding was van de vijf vrouwen waarmee ik samen geleefd heb.

Het ontstond ook nogal toevallig en voorwaardelijk. Ik ontmoette haar bij toeval in Mei 1973 in "De Moor", dat een nogal alternatieve club en cafť was in de Amsterdamse binnenstad, en we vonden elkaar duidelijk vanaf het begin interessant en aardig - maar ik had een vriendin, Stephanie, die kort daarvoor een week in Amsterdam geweest was, die we voornamelijk in bed hadden doorgebracht, en zij had een vriend, Eric, die ze toen een half jaar of een jaar niet gezien had, en die net als zij Amerikaans was, die ze nog steeds trouw schreef, al was hij in de Verenigde Staten, en woonde zij sinds het einde van de zestiger jaren in Amsterdam.

Maar ze was erg aardig, net als Stephanie niet groot, en was, anders dan Stephanie en de andere vrouwen waar ik mee samengewoond heb, enigszins gezet, maar wel aantrekkelijk, en ook heel vrolijk en direct, en dat laatste allebei op een verrassende wat kinderlijke manier, die mij als eerlijker en echter trof dan van anderen.

Ze was ook, bleek snel, en tot mijn grote verbazing, acht jaar ouder dan ik, en zelfs een half jaar ouder dan Stephanie, maar zag daar totaal niet naar uit: zoals ze erbij liep, in een veelvuldig herstelde bestikte spijkerbroek en trui, vaak lachend en vrolijk en vriendelijk als een kleuter, had ik gedacht dat ze eind tienerjaren of hooguit twintig was, maar nee.

In feite was ze de dochter van een Amerikaanse arts, die een behoorlijk bestaan had weten op te bouwen als G.P. (General Practitioner; huisarts); had gestudeerd aan de universiteit en een goede graad gehaald in Frans; was goed genoeg om een beurs en verdere studie-mogelijkheden te krijgen, maar was in plaats daarvan zangeres geworden in 1963; was vervolgens gaan proberen
zichzelf te vinden onder indruk van de zestiger jaren, Amerikaanse indianen, en drugs; en was uiteindelijk in Amsterdam terecht gekomen en daar blijven hangen, eerst als vriendin van jonge Frans, en toen dat uit was als een soort pleegdochter van zijn vader, oude Frans, die met zijn vrouw op de Oudeschans woonde, en allerlei alternatieve ideeŽn had, en toen al in de zestig was, en haar behuisde, al was dat in feite een opbouw in een hoge hal, die hooguit 2 bij 2 bij drie meter was.

Het meeste van wat ik in de voorgaande alinea beschreef leerde ik snel van haar, ook omdat zij toen een konflikt uitvocht met haar oudere broer Karl, en mijn hulp nodig had bij het schrijven van brieven aan hem.

We kwamen ook snel terecht op mijn kamer in de Zocherstraat, maar toen ik haar daaruit terugwandelde, laat op de avond, halverwege Mei, terwijl de regen met bakken uit de hemel viel, omhelsden we elkaar steeds meer en steeds inniger, en besloten uiteindelijk van het Kattenlaantje terug naar mijn kamer te rennen, om grondig met elkaar naar bed te gaan, wat ook gebeurde.

Ook dit was meer speels dan serieus: we hadden allebei een serieuze andere relatie, en wisten dat van elkaar, maar sex was op dat moment erg belangrijk en moeilijk te vermijden, en ook bijzonder prettig.

Daarbij was er nog iets dat haar aantrekkelijk maakte, al was dat op zichzelf geen reden voor een relatie: ze wist een kamer voor me, of beter, een woonschip, of althans de helft van het ruim daarvan, op de Oudeschans, tegenover het huis waar de M.'s woonden, en degene die daar woonde kende ik weer uit mijn Sleep-In tijd als een Amerikaanse Chinees die voor het JAC werkte, en die er wel vanaf wilde voor 500 gulden, omdat hij naar Hawaii wilde.

En ik had vrij dringend een kamer nodig, omdat de D.s, waar ik sinds eind 1970 woonde, mij de huur opgezegd hadden, omdat ze de kamer aan hun zoon wilden geven, en ook en vooral omdat ik geen Marxist meer was sinds 1970, en zij (nog) wel.

Zo kwam het dat ik in Mei, met hulp van mijn vader en zijn auto, mijn kamertje op de Zocherstraat uitruimde, en naar de Oudeschans verhuisde, waarna Lynne snel bij mij introk, omdat dit gezelliger en ruimer was dan bij de M.s, en ze nog steeds tegenover ze woonde, en ze trouwens haar heel kleine kamertje in hun huis ook niet opgaf.

Het was allemaal enigszins behelpen, want Lynne noch ik hadden geld, en het was ook geen wederszijdse grote liefde, en redelijk veel van wat gebeurd was en ons samengebracht had was een kombinatie van toeval en het kiezen van de makkelijkste weg, maar het was gezellig, en het werkte de eerste maanden redelijk goed, vooral sexueel (en dat een stuk beter dan meestal hoewel niet altijd met Stephanie).

Het werkte vooral redelijk goed omdat Lynne zo kinderlijk vrolijk kon zijn, en dat vaak was, dat ik leuk vond - maar ik had vanaf het begin kunnen weten dat het geen lange verhouding zou zijn, en wist dat ook wel, maar dacht er de eerste maanden weinig over na.

De redenen waarom het niet langdurig kon lukken (tenzij ťťn van ons tweeŽn radikaal veranderd zou zijn) waren - voor mij - vooral dat ze mijn type niet was, lichamelijk noch geestelijk.

Lichamelijk was ze niet groot en niet dik maar wel enigszins gezet, terwijl mijn voorkeur veel meer naar lang en slank neigt, en geestelijk was ze wel intelligent en geÔnteresseerd, maar lang niet zoveel als Stephanie, terwijl ze ook geen intellectueel was, al had ze een goede universitaire graad: ze was feitelijk, in veel grotere mate dan de andere vrouwen waarmee ik samengewoond heb, een hippie.

En ze was dat niet alleen in opvattingen en gedrag, wat in het begin van de zeventiger jaren voor zeer vele twintigers gold, maar ook in belangstellingen: ze was niet geinteresseerd in echte wetenschap, maar in alternatieve wetenschap; niet in echte medicijnen, als haar vader, maar in alternatieve medicijnen; niet in ideeŽn-geschiedenis, maar in mythen; niet in psychologie, maar in sterrenbeelden; en ze was in dat alles ook behoorlijk serieus, al zag ik dat toen niet goed, en al kwam het er pas echt uit na onze verhouding, toen ze zich uiteindelijk,
in de tachtiger en negentiger jaren, specialiseerde als alternatief heelster, met een eigen stichting.

Er waren in het begin van de zeventiger jaren in en rond Amsterdam zeer vele mensen van rond mijn leeftijd die als "hippie" ingedeeld konden worden, en dat gold ook - in redelijke mate - voor mijn vrienden en mijzelf, althans waar het de lengte van onze haren, onze muzikale en artistieke voorkeuren, en een soort vage linkse politiek betrof.

Maar afgezien van deze voor mij tamelijk oppervlakkige kenmerken was ik in het geheel geen hippie: ik geloofde er niet in, en het leek mij allemaal tamelijk dwaas en idealistisch en onwetenschappelijk, ook toen al.

Voor Lynne lag dit allemaal behoorlijk radikaal anders, en het was dus, welbeschouwd, niet zo vreemd dat ze me tegen het eind van 1973 te kennen gaf dat onze verhouding wat haar betreft voorbij was, omdat we niet goed genoeg bij elkaar pasten.

Ze was toen bovendien al 31, al zag ze daar geheel niet naar uit, en ik denk nu, en inderdaad sinds 1974, dat ze overwegend gelijk had met haar diagnose van onze verhouding, maar ik was oorspronkelijk enigszins verbouwereerd, want het was haar idee de verhouding op te geven, al kan het er ook mee te maken hebben dat er in de herfst een eerdere liefde van haar verschenen was.

Hoe het zij, het ging niet meer, en dat was me behoorlijk snel duidelijk: de verschillen tussen ons waren te groot, al hadden we het wel serieus geprobeerd.

Ik heb er eind 1973 nog 12 paginaas over geschreven, getiept, in het Engels, want ook Lynne en ik spraken vrijwel alleen Engels, al kende Lynne ondertussen goed Nederlands, maar het was me toen al, eind december 1973, duidelijk dat het voorbij was, en dat het voornaamste fundament van onze relatie, wat mij betreft althans, een combinatie van sex en haar persoonlijke kinderlijke vreugde in de dingen was.

Het ging niet meer, en dat was, ook toen al, niet erg. En hoewel het nooit meer iets werd tussen ons hebben we wel, hoewel incidenteel, contact gehouden tot rond de negentiger jaren, en kende ze me goed genoeg om me, door de jaren heen, met diverse dingen te helpen, zoals aan het adres van "The Book Exchange" in 1978, toen deze pas gestart was, dat een bijzonder goede en grote tweedehands boekwinkel was; aan kennis van "The Master and Margarita" van Bulgakov; aan vitamines in een deel van de tachtiger jaren, en aan nog enkele dingen.

Het was dus achteraf een meer wel dan niet geslaagde verhouding, diie van korte duur was omdat we inderdaad niet goed genoeg bij elkaar pasten voor een langdurige verhouding.

Wat me er aan spijt is vooral dat toen Stephanie mij in Juni 1973 bij mijn ouders belde en me zei dat "I've got to tell you something" ik haar onmiddellijk antwoordde dat ik haar ook iets te vertellen had, en direkt over Lynne vertelde, waarna Stephanie niet meer meedeelde wat zij me te vertellen had: dat ze wist dat ze zwanger was.

Maar ik weet ook niet hoe ik erop gereageerd had als ze dat wel verteld had, of me verteld had dat het mijn kind niet was, of wat ik Łberhaupt zou hebben kunnen doen. In ieder geval behield ze het kind, vertelde me erover in Oktober 1973, en zette het eind Januari 1974 op de wereld - waarna er weer wel met haar te praten was, omdat ik geen verhouding met Lynne meer had, maar waar verder niets uit gekomen is, was het alleen omdat ik arm was en bleef, en ook nog steeds geen toegang tot de universiteit had, en ook omdat ik in 1974 vrij snel een verhouding begon met Agnethe, waarover later meer.
------------------------------
P.S. 16 december 2013: Enige typefoutjes verbeterd.
P.S. 19 december 2013: Een datum gecorrigeerd.

Noten
[1] Ik argumenteerde hier in heel brede trekken, en hier is enige verheldering:

Het leren van dingen gebeurt in een proportie die vrijwel omgekeerd evenredig is met de leeftijd die men heeft, want men leert het allermoeilijkste, de taal, het eerst, en leert dan, successievelijk, en afhankelijk van de kwaliteiten van de school of het onderwijs, een serie raamwerken om ervaringen te kunnen verklaren.

Rond iemand's zestiende, als de sexualiteit zich aandient, hebben de meeste mensen de meeste raamwerken die ze zullen hanteren in de rest van hun leven verworven, en begint het verwerven van een partner en, voor sommigen, vanaf hun 18e, het verwerven van een additioneel raamwerk, in een universiteit of hoge school, dat gewoonlijk enige intelligentie vergt, maar ook dit is gebeurd ca. het 23ste.

De meeste mensen zijn ook herkenbaar "dezelfden" vanaf hun 16e of 18e voor de komende ca. vijftig jaar, waarin de meesten ook niet meer veel zullen leren, en zich vooral zullen bezig houden met werken en kinderen opvoeden.

De meeste van deze zaken gelden niet voor mij, want om verschillende redenen is mijn ontwikkeling langer en langzamer verlopen dan bij anderen, dat zich bijvoorbeeld uit in het feit dat ik pas op mijn 27/28ste ging studeren - waarna de hele gebruikelijke cirkel verbroken werd omdat ik ziek werd op mijn 28ste, en nooit meer beter werd, al is de ziekte aanmerkelijk verergerd door het asociale en misdadige optreden van de bestuurders en bureaucraten van de Gemeente Amsterdam en van de Universiteit van Amsterdam.

Maar daar kom ik later toe. Hier onderstreep ik alleen dat ik důůr ontwikkelde tot het begin van mijn dertiger jaren; dat de tien jaren tussen mijn 20ste en mijn 30ste, of tussen mijn 18e en mijn 28ste, vooral om vrouwen en liefde draaiden, al las ik daarnaast bijzonder veel, en veel meer dan enig ander die ik gekend heb.

Vanaf ca. mijn dertigste is mijn hele ontwikkelingsgeschiedenis ontwricht door mijn ziekte, al is het ook zo dat ik, zeker tot mijn 45ste, buitengewoon veel ben blijven lezen, en zelden uitging, naar om het even wat, zonder minstens ťťn boek.

Aan de andere kant was dit veel meer verdieping dan verandering: Ergens rond mijn 33ste had ik alle grote filosofen en de fundamenten van logika en wiskunde behoorlijk grondig bestudeerd, en had bovendien zeer veel gelezen in zo'n veertien andere onderwerpen - zie mijn "Echte wetenschap", uit maart 1989: zeer relevant, en anders dan voor enige ander, en allemaal zelfstandig verworven - en had ik de uitgangspunten gevonden die ik nog steeds heb: Wat ik daarna las, dat zeer veel was, had een plaats en een functie in een bestaand persoonlijk raamwerk van filosofische en logische opvattingen, dat weinig meer veranderde, maar wel stukken dieper werd.

Tenslotte heb ik in heel weinig dingen geluk gehad, behalve in drie dingen: Ik ben geboren met een uitstekend eerste klas verstand en met een zeer brede intellektuele belangstelling; ik ben opgegroeid en heb overwegend geleefd in een tijd van vrede en welvaart; en vier van de vijf vaste verhoudingen die ik gehad heb met vrouwen waren goed en aanzienlijk meer eerlijk dan oneerlijk: ik heb nooit samengewoond met een vrouw waar ik niet van hield, al varieerde de mate en de redenen, en dat was ook omgekeerd zo, voor de eerste vier verhoudingen.


About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail