Prev-IndexNL-Next

Nederlog


  October
18, 201
Autobio: 1971-1973: Stephanie 
Sections
Introduction
1. 1971-1973: Stephanie
About ME/CFS

Introduction

This file is not about the crisis, but is part of my autobiography, and what follows is in Dutch. Also, this will soon be added to my autobio-files, and then may be rewritten some.

1. 1971-1973: Stephanie

De eerste helft van 1971 was voornamelijk teleurstellend: ik leefde alleen, op de vierde verdieping in de Zocherstraat in Amsterdam, en was overwegend ziekig, alhoewel ik wel werkte, kennelijk vooral vanwege de grote inspanningen in de Sleep-In in de zomer van 1970.

Ik was bij de Sleep-In betrokken gebleven, o.a. door het schrijven van het jaarverslag daarover, dat ik persoonlijk inleverde eind oktober 1970 bij de secretaresse van wethouder Verheij, maar waar ik nooit enig antwoord op kreeg, terwijl hij diverse maanden later beweerde het nooit ontvangen te hebben, dat vrijwel zeker een leugen was, en ook door het deelnemen aan het selectieproces van kandidaten voor de nieuwe Sleep-Ins in 1971.

En hoewel ikzelf een uitstekende reputatie had bij alle stafleden, bleek ergens rond April 1971 dat ik, als enige, "geen toestemming" kreeg te werken in de Sleep-In, "omdat", volgens mevr. mr. Storm, de assistente van wethouder Verheij, "dat was verboden door B&W". Ook zouden deze, volgens dezelfde zegsvrouw, "verboden hebben" dat ik toegang kreeg tot enige Sleep-In.

Ik vermoed dat dit allemaal was vanwege mijn kritiek op hoe een en ander opgezet en uitgevoerd was in 1971, een kritiek waarmee het bestuur van de Stichting ZJA het volledig eens was - maar deze Stichting was ondertussen  opgeheven, en het werk overgenomen door mevr. mr. Storm, die altijd, te pas en volgens mij meestal te onpas, beweerde "namens B&W" te werken, en die het feitelijk precies even of nog goedkoper wilde doen dan het in 1970 was gedaan, en daar ook in slaagde, grotendeels weer met dezelfde mensen van de studentenvereniging St. Thomas Aquinas, en weer op basis van dezelfde principes: zolang het maar geen of nauwelijks geld kost, is alles goed, zolang er maar niet op straat geslapen werd waar vermogende toeristen dit zouden kunnen zien.

Het werd ook weer een grote puinhoop, en er werd zelfs gestaakt in Juli door het personeel, waarbij ik kort betrokken werd, maar dat stortte weer snel in, en het uiteindelijke resultaat was dat ik er niet werkte en er ook niets over te zeggen had, iets dat mij overigens niet zeer speet, want ik was het volledig oneens met de manier waarop het (weer) opgezet was, en ik had ook veel te veel gewerkt in 1970.

Ik publiceerde, op uitnodiging, in het begin van 1971 de enige twee krantenstukken die ik ooit schreef, in De Waarheid, bestaande uit interviews met twee vrienden van me, allebei geen communisten, die een groot kraakpand runden, maar dit leverde alleen iets als een hysterische geschreven toeval van Waarheid-redacteur André Roelofs op, waar ik ook niet het recht op kreeg te antwoorden. Ook kreeg ik er geen geld voor.

Ik meen wel dat dit de eerste keer was dat er in de landelijke pers over de kraakbeweging werd geschreven, maar het was voor mij onaangenaam omdat
Roelofs beledigend was over mijn vrienden, en ik geen recht kreeg hem, die schreef in termen van "de vastberaden strijd van de arbeidersklasse heeft bewezen" etc., zelfs maar te mogen antwoorden.

Hoe het zij, het eerste half jaar van 1971 deed ik redelijk wat, maar was ook tamelijk van slag, en wat ik deed, als de twee stukken die ik schreef voor en publiceerde in De Waarheid, en het werken voor de Sleep-In, draaide voornamelijk uit op teleurstellingen en afwijzingen.

Eind augustus 1971 ontmoette ik op een feestje van Bjorn R., in dat kraakpand in de Rosmarijnsteeg, Stephanie F., een Engelse - of misschien beter: een vrouw met een Ierse vader en een Welsh moeder, geboren in Wales - lector in de Engelse taal en letterkunde aan de University of Warwick.

Ze was toen 28, blond, mooi, en buitengewoon intelligent, en het klikte onmiddellijk tussen ons, omdat we allebei een conversationeel talent hadden dat maar heel weinig mensen hebben, en ook omdat we een verwante achtergrond hadden: zowel haar vader als mijn vader waren communistische arbeiders en vakbondsleiders.

Overigens waren we het over veel behoorlijk tot zeer oneens: ikzelf was volslagen af van het marxisme, terwijl Stephanie daar een behoorlijk, hoewel gekwalificeerd, voorstander van was, en ze was overigens behoorlijk aangedaan door Marcuse en Laing, maar in eerste en tweede instantie verhoogde dat alleen de vreugde van het met elkaar te kunnen praten, dat we onmiddellijk uren en uren lang deden, en over van alles, want ze had een bijzonder brede belangstelling, en had heel veel gelezen, en het klikte werkelijk tussen ons, direkt vanaf het eerste begin.

Vervolgens werd ik betrokken bij een ongeluk dat ze zichzelf aangedaan had, ook in dat kraakpand. Dit ontstond doordat in Bjorn's zolderkamer, vanwege het brandgevaar en de lange afstand naarbuiten binnendoor, een touw was opgehangen waarlangs je in geval van brand naar beneden kon glijden van de  derde verdieping naar de straat.

De vraag rees, waar ik niet bij was, of je dat wel zou durven, en Stephanie zei dat ze dit natuurlijk - "of course!" - zou durven, greep het touw, en gleed naar beneden, maar deed dat met haar blote handen, die allebei opengereten werden. Vervolgens was ze naar het ziekenhuis gegaan, waar haar handen verbonden waren, maar het was behoorlijk pijnlijk, en ze sprak geheel geen Nederlands, en ze wilde het liefst zo snel mogelijk terug naar Engeland.

De volgende keer dat ik haar zag was met verbonden handen en in behoorlijke pijn, en zonder enige kennis van het Nederlands, zodat ik, met enige moeite, wist te regelen dat ze een sneller ticket terug kreeg, en we van elkaar afscheid namen na adressen te hebben uitgewisseld.

Ik schreef haar vrij snel - eerst een brief van 8 paginaas, toen één van 16 paginaas, en al snel één van 42, allemaal getiept, en voornamelijk over filosofie - en kreeg ook snel antwoord, want het had inderdaad wederszijds geklikt, en ik kreeg ook een uitnodiging om begin 1972 bij haar te komen, in Leamington Spa, niet ver van Warwick en van Birmingham.

Dat deed ik ook, en ik ben er in eerste instantie tussen de twee en drie maanden gebleven, waarna ik, overigens heel beleefd en vriendelijk, uitgenodigd werd op het politiebureau te komen, wat ik deed, en mij, alweer beleefd en vriendelijk, maar zonder enig respijt, werd
verteld dat ik niet langer in Engeland kon blijven, als niet werkende vreemdeling. (Ik kon ook geen werk vinden, want daarvoor had ik een verblijfsvergunning nodig - die ik weer alleen kreeg als ik werk had.)

Ondertussen waren we allebei behoorlijk verliefd op elkaar, maar hadden ook snel problemen, die vooral aan Stephanie lagen: ze was bijzonder temperamenteel, behoorlijk links-radikaal, en extreem intelligent, en ook acht jaar ouder dan ik, dat toen een stuk meer leek - en feitelijk ook was, proportioneel: ik was meer dan 1/4 van haar leeftijd jonger - dan het nu lijkt.

Wat ons bond was onze intelligentie: ze was de intelligentste vrouw die ik ben tegengekomen, en de enige met wie ik me nooit verveelde, want ze had een sprankelende conversatie, en had altijd wat te zeggen: never a dull moment.

Maar waar ik toen, op mijn 21ste, veel minder oog en ook veel minder begrip voor had dan ik later had, was haar combinatie van temperament en radikalisme, die allebei groot waren, die haar ook, een flink aantal jaren eerder, rond haar twintigste, voor korte tijd in een inrichting hadden doen belanden, nadat een verhouding uitgegaan was, door de zelfmoord van haar partner.

Ze was daar echter weer vrij snel uitgekomen; was vervolgens getrouwd met een schoolvriend, Dennis F.; had een verlaat grammar-school diploma gehaald, en had vijf toewijzingen van universitaire plaatsen gekregen, varierend van wiskunde en psychologie tot Engels (haar reactie: "One must be mad to want to study anything but English literature!"), vanwege haar bijzonder hoge intelligentie; was weer gescheiden, en had Engels gestudeerd, waarin ze een M.A. had gehaald, en was in 1971-2 bezig aan een Ph.D., terwijl ze ondertussen onderwijs gaf aan de universiteit.

Maar ze was erg radikaal, zeer temperamenteel, en ook beschadigd, en dat laatste doordat ze door haar vader misbruikt was nadat haar moeder weggelopen was - iets wat ik overigens pas heel wat jaren later hoorde. En hoewel ik het bijzonder goed met haar kon vinden, had ik weinig begrip voor en weinig verweer tegen haar radikalisme en haar temperament, ook omdat ik in het begin héél weinig van de oorzaken ervan begreep, en zij me er niets over vertelde.

Hoe het zij: 't ging en het ging ook niet, en er was voor mij in ieder geval geen plaats meer in Engeland na twee of drie maanden, zodat ik terug naar Amsterdam moest, dat ik ook deed, zelf ondertussen enigszins twijfelend over de verhouding, net als zij, hoewel we wel werkelijk van elkaar hielden.

En ze kwam naar Amsterdam in April, gedurende een week of tien dagen, die we voornamelijk in bed verbracht hebben, in de Zocherstraat, en waarbij ik haar aan mijn ouders voorgesteld heb, maar ik later in September ook leerde dat ze een vriendje had, omdat ze anders zo alleen was.

Maar onze verhouding ging door, en duurde feitelijk nog een jaar, namelijk tot Juni 1973, met diverse ontmoetingen tussen ons, in Leamington en in Amsterdam.

Ik kwam eind Mei 1973, toe ze ondertussen weer terug naar Engeland was na een verblijf bij mij in Amsterdam eind April, een Amerikaanse tegen met wie het direct klikte, Lynne D., waarmee ik naar bed was gegaan, min of meer volgens het (overigens domme) beginsel: "Stephanie een vriend, ik een vriendin", en die een boel in me zag, zodat ik Stephanie daar direct over vertelde toen ze me ergens in Juni volkomen onverwacht belde bij mijn ouders, terwijl ik daar was.

Wat ze me toen niet vertelde, maar pas een paar maanden later, toen ik weer korte tijd in Engeland was om haar te zien, was dat ze zwanger was. Het kind, een meisje, werd in Januari 1974 geboren, en was volgens haar niet van mij maar van haar vriendje, met wie het ondertussen hopeloos uit was.

Ikzelf was in 1973 gaan samenwonen met Lynne D., omdat we elkaar mochten, en omdat ik teveel vreemde dingen met Stephanie doorstaan had, en we toch niet konden samenwonen, maar die verhouding werd ook weer afgebroken na een half jaar, waarbij ik ondertussen van de Zocherstraat verhuisd was naar een woonboot op de Oude Schans in Amsterdam.

Van Stephanie hoorde ik een paar jaar niets, maar ik kreeg wel in 1975 of 1976 een brief van haar terwijl ik in Noorwegen woonde, met Agnethe W. Die brief was vooral aardig en enigszins informatief, maar ik kon er weinig mee, hoewel ik er wel, ook aardig, op geantwoord heb, want ik woonde toen samen met Agnethe, waarover later meer.

Hoe het zij, dit was mijn eerste belangrijke verhouding, en in feite ook mijn tweede, namelijk met Lynne D., al was deze een heel stuk minder belangrijk, en ook al na een half jaar afgelopen, omdat we niet bij elkaar pasten.

Het voornaamste genot van Stephanie was haar extreme intelligentie en haar  onconventionalisme; het voornaamste bezwaar was haar extreme temperament en gebrek aan redelijkheid, althans als ze boos of geirriteerd was.

Ze was intelligenter dan enige andere vrouw die ik gekend heb, en die waren allemaal, voorzover ik ermee heb samengewoond, behoorlijk tot zeer intelligent,
maar Stephanie was sprankelender, individueler, onconventioneler, en grappiger, en was ook een stuk radikaler.

Het was trouwens ook niet volkomen uit tussen ons: ik kreeg nog één of twee brieven van haar, in verschillende jaren, wat op zichzelf al een teken van distinctie was, want ze praatte zeer veel liever dan dat ze schreef, en ik heb haar ook nog een keer opgezocht, in 1983, en zij mij, met haar dochter, in 1984, in Amsterdam, en ik sprak haar het laatst in 1985, telefonisch, toen ze samenwoonde met weer een andere man, en ondertussen ook alweer een paar jaar een zoon had, van nog weer iemand anders.

Maar ik was in 1985 alweer zeven jaar ziek, en werd daarna zieker, en het contact verliep, ik vermoed vooral omdat ik haar niet meer schreef.

Van de vijf vrouwen waarmee ik samengewoond heb, zonder ooit te trouwen, omdat ik tot mijn 28ste geen kinderen wilde, en daarna en sindsdien ziek was en ben, was zij intellectueel het best voor mij geschikt, maar persoonlijk te moeilijk, overigens niet door haar schuld.

En verder was het een aanzienlijk praktisch probleem voor ons dat ik nooit geld had, of althans heel weinig, en dat zij in Engeland woonde, waar ik niet kon werken noch kon wonen.

Wat er mogelijk was geweest tussen ons als we allebei normaal in hetzelfde land hadden gewoond is moeilijk te zeggen, maar vrijwel zeker méér dan er in de heersende omstandigheden uitkwam, wat ik denk omdat we werkelijk van elkaar hielden, en 14 jaar contact bleven houden, af en aan, dat langer is dan met enige andere vrouw waarvan ik gehouden heb, en we altijd veel wederszijds begrip en echte affectie voor elkaar hadden, ondanks de aanzienlijke moeilijkheden en problemen.

Wat ik overigens deed in deze jaren was werken voor De Waarheid, in een part time baantje, of werken voor uitzendbureaus, heel veel lezen, en mij voorbereiden op een staatsexamen om naar de universiteit te kunnen, maar van dat examen kwam niets in 1972 en 1973, vooral vanwege mijn verhouding met Stephanie, al had ik het vrijwel zeker makkelijk gehaald.

Ook verhuisde ik in mei 1973 van de Zocherstraat naar een woonboot op de Oude Schans, omdat ik Nico D. in de weg zat, en dat kennelijk vooral omdat ik het marxisme opgegeven had, en overigens omdat hij de kamer aan zijn zoon wilde geven.

De woonboot was oud, behoorlijk wrak, en feitelijk leefde ik in het ruim, onder een dak van plastic, maar het was er droog en warm, er was een WC en water,
en geen elektrisch licht maar wel heel redelijke olielampen, en het was betaalbaar, al was het armoedig, hoewel de Oude Schans wel mooi was, en ik in het centrum woonde, en ook geheel geen last van buren had.

Maar overigens was het voornaamste wat ik deed lezen, lezen, lezen en lezen, als bijvoorbeeld in 1973 "Mathematical Logic" van Quine, in zestien uur, terwijl het vroor en ik op dat moment geen geld voor petroleum had. Maar dit was echt een werkelijk goed boek, en het beste wat Quine schreef, en iets waar ik veel van leerde - maar waar ik overigens niets aan had, want ik mocht nog niet eens studeren aan de universiteit.

Wat is er verder te zeggen over mijn verhouding met Stephanie?

In beginsel, behoorlijk veel: Ik heb redelijk veel brieven van haar, en heb haar veel brieven geschreven waarvan ik kopieën heb, en ik heb ook althans enige journaals uit 1971, 1972 en 1973, maar ik heb dit op 17 en 18 oktober 2013 snel uit mijn hoofd geschreven, in kort bestek, als de rest van mijn autobiografie.

En aan de andere kant: Niet werkelijk veel, en wel omdat we elkaar feitelijk maar enkele honderden dagen meegemaakt hebben, en ze érg moeilijk duidelijk te maken en te begrijpen is zonder dat je haar persoonlijk kende.

Ze was in ieder geval mijn eerste grote en belangrijke verhouding, en een zeer bijzondere vrouw, met meer karakter dan bijna ieder ander, en met meer hersens dan enige andere vrouw die ik gekend heb.
------------------------------
P.S. Dec 10, 2013: I have revised this a little, because I had forgotten some things. It also needs more revision, and some extension.

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail