D

Prev-IndexNL-Next

Nederlog


 
Aug 7, 2013
Autobio: 1970 - de veranderingen
Sections
Introduction
1. Autobio : 1970 - de veranderingen
About ME/CFS

Introduction

This is another part of my Dutch autobiography. It seems to interest very few, but it does interest me, and I am one of the very few true Dutch philosophers, though this as well interests very few. But it doesn't matter much, and I go on. There probably will be another file, in English, later today.

1. Autobio : 1970 - de veranderingen

Terwijl ik het deel over de Sleep-In van 1970 nog niet geschreven heb, kan ik wel dit stukje invoegen, dat wat beschouwelijker is.

De reden is deze: Ik veranderde in korte tijd nogal veel, en die tijd ligt in de laatste 3 maanden van 1970 plus de eerste drie van 1971.

Het heeft ermee te maken dat ik toen bij Nico en Dolly op zolder ging wonen, in een kamertje van ca. 3 by 3 m,
dat daar gewoon al was toen ze het pand overnamen ca. Mei 1970, maar het was uiteindelijk toch wel gebeurd, ook als ik elders had gewoond, of thuis was gebleven. Het vergemakkelijkte het wel.

Maar eerst het kamertje dat ik huurde.

Er zaten 2 ramen in, met uitzicht op het Vondelpark; er was een gaskacheltje; ik had schragen voor een bed dat tegen de muur stond, en het zag er, getekend in ASCII, zo uit:

                                            Vondelpark

             ____----------------________-------------------- _________
            |          
raam        | kachel  |        raam                        |
            |                          ----------            |                          |
            |--------------------                          |                         |
            |                        |                          |                         |
            |                        |     ---------          |                         |
            |                        |                |         |                         |
            |       tafel           |     stoel     |         |                         |
            |                        |     ---------          |                         |
            |                       |                          |                         |
            |--------------------                          |         bed            |
            |                                                   |                         |
            -                                                   ----------------------
            |                                                                      |  X  |
            | Deur                                                               |  X  |
            |                                                                      |  X  |
            |                                                                      |  X  |
            |                                                                      |  Schoorsteen
            _____________________________________________________

Dit wijst me er ook op dat het nauwelijks een halve meter plus een raam méér was dan het zolderkamertje in de 2e Hugo de Grootstraat, waar de deur ook onderaan links zat i.p.v. links onderaan, maar het overigens hetzelfde ingericht was, bij benadering.

En aan alle muren hingen boeken, behalve tegen de schoorsteen: Deze was met schoolbordverf beschilderd, maar heb ik feitelijk niet vaak gebruikt.

Aan de tafel zat ik in een gewone stoel, en er was nog ruimte voor een luie stoel, die er eerst niet was, en dit was mijn woning - want in feite heb ik bijna 9 jaar op twee zolders geleefd, en dat waren ook prettige jaren, vooral de laatste zeven, toen ik werkte, en althans enig geld te besteden had, want ik kon overwegend doen en laten wat ik wilde.

Ik had een gaskacheltje, tussen de ramen, en toegang tot de toiletruimte en de keuken beneden, op 3 hoog, bij Nico en Dolly, maar heb daar uiteindelijk weinig gebruik van gemaakt, al moest ik natuurlijk wel naar de WC.

Maar het ging allemaal aanvankelijk en de eerste 2 jaren tamelijk makkelijk, en ook gingen de discussie-avonden door, althans het eerste jaar, 1970-71, en waarschijnlijk ook het volgende, al verwaterde het toen tamelijk snel.

Waar ik het echter vooral over wilde hebben is de grote verandering die ik in beginsel in een paar maanden afwikkelde, die heel grof en kort samengevat kan worden als van neo-marxist naar analytisch filosoof.

Tot en met de zomer van 1970, en sinds mijn 15e, in 1965, beschouwde ik me als een soort neo-marxist van eigen vinding, en in de Sleep-In heb ik voor het laatst gezegd dat "I am a communist", maar dat was kort nadien niet meer zo, en lag vooral aan het lezen van Bertrand Russell, eerst de Autobiografie en zeer snel daarna boeken van hem als Problems of Philosophy, An Introduction to Mathematical Philosophy, en andere boeken, zoals Principles of Mathematics, en dat deed me veel meer dan marxistische filosofie.

Ook was ik zeer snel gefascineerd door wiskundige logica, die ik via Beth, Tarski en Russell leerde kennen, in eerste instantie. Dit was er niet of nauwelijks in het marxisme, althans voorzover mijn kennis toen reikte [1], en bovendien waren er allerlei problemen die de marxisten ofwel eenvoudig niet zagen ofwel niet goed zagen.

Ook besloot ik - en ik denk dat dit het meest wezenlijke besluit was - dat de emancipatie van de mensheid plaatsvond via de wetenschap en niet via de  politiek, als het aan mij lag, en deze keus lag vooral aan mij, en was een fundamenteel andere keus dan de marxisten maakten.

Ik keerde me dus radikaal af van het marxisme, en werd zeer snel een analytisch filosoof, ook snel met een redelijke logische competentie, al is die later zeer uitgediept. (Maar ik wist snel meer van logica dan de meerderheid van de analytische filosofen, die daar zelden meer dan enkele boekjes over lazen.)

Dit betekende ook dat ik me van alle politiek afkeerde, ook met een notitie uit begin 1971. En dit betekende afscheid van de CPN en wat daar mee samenhing.

Ik heb het nog uitgeschreven voor mijn moeder in 1971, als reactie op een stuk in De Waarheid van het partijbestuur, die daar wel iets in zag, maar niet veel, en dat ook in handen van mijn vader viel, die er heel boos van werd.

Maar het marxisme had voor mij echt afgedaan vanaf 1970, in alles, dat een keus was die feitelijk politiek gezien behoorlijk dom was, tenminste als ik een rollenspeler was geweest als de grote meerderheid, en wel om een maatschappelijke reden die ik indertijd geheel niet zag, omdat precies toen ik het marxisme op gaf behoorlijk veel studenten marxistisch werden - of althans: "marxistisch", want erg gemeend en erg geïnformeerd was het zelden, en het was ook vooral omdat minister Veringa, in tegenstelling met wat in alle andere landen gebeurde, feitelijk de studenten de macht in de universiteiten had gegeven in 1971, en deze macht weer vooral toeviel aan georganiseerde linkse studenten, namelijk vanwege hun georganiseerdheid, die vooral, zeker tot 1980, van de CPN kwam.

En deze macht bleef in handen van een combinatie van linkse studenten en bestuurders van de PvdA, in meerderheid, van 1971 tot 1995, toen een nieuwe wetswijziging de universiteiten weer herinrichtte.

Ik had daar echter geheel geen besef van tot in ieder geval 1977, en voerde mijn eigen leven, dat niet universitair was, al draaide het wel rond studeren, want dat deed ik bijzonder veel, en
draaide overigens van eind 1971 af vooral rond vrouwen, waarover later.

Bovendien was mijn afkeren van het marxisme weliswaar heel duidelijk in de filosofie en de daarop gebaseerde theorieën, die maar heel weinigen werkelijk interesseerden - zoals mij toen veel minder duidelijk was - maar was wat minder duidelijk in de politiek, en dat lag vooral aan de invloed van Bertrand Russell.

Ik was namelijk behoorlijk geraakt door Russell, die beter schreef dan de meeste filosofen, en die ook zeer veel geschreven had, dat ik voor het grootste deel - minstens de helft van zijn meer dan 70 boeken - las tussen oktober 1970 en juli 1977, en het meest in het begin.

De voornaamste reden was dat Russell niet alleen wetenschapsfilosofisch en logisch stukken beter was dan Marx, maar ook een onafhankelijk libertair - soort - socialist was, wiens politieke ideeën mij een stuk zinniger voorkwamen dan die van Marx.

Aan de andere kant: Ik vond vrijwel geen medestanders, noch in het meer technische en filosofische deel, noch in het politieke deel.

In de filosofie was Nederland toen vooral, zeker vanaf 1971, "marxistisch angehaucht", en ik spreek van "marxistisch angehaucht" omdat daar ook een flink deel rollenspel bij zat, terwijl het in de politiek het vooral sociaal-demokratisch was, met Den Uyl als een soort held, en in beide gevallen was Russell voorbij en oninteressant en trouwens ook zelden gelezen.

Voor mij was hij echter het begin van een lange ontdekkingstocht, en ik had erg weinig op met wat andere mensen dachten, en dat vooral omdat ze dat zelden echt konden, in mijn ogen, waar ik overwegend gelijk in had.

In feite trok ik mij weer in mijzelf terug, voor een flink deel: Ik zat een groot deel van de dag thuis op mijn zolderkamertje te lezen.

En ik moet hier twee dingen opmerken over de grote intellectuele veranderingen:

    1. het was op vele fronten een flinke verandering
    2. ik had geen vooropgezet doel of stelsel voor ogen

Het was namelijk een verandering in epistemologie, ontologie, logica, ethiek en politiek, in ieder geval, en die waren allemaal belangrijk voor mij:

Epistemologisch van marxisme naar een Russelliaans standpunt, maar genegen tot meer realisme dan Russell; ontologisch naar een veel spaarzamer systeem van aannames; logisch van dialektiek naar wiskundige logica; ethisch van neo-marxistisch naar liberaal en wetenschappelijk, en politiek van iets dat behoorlijk centraal was naar iets dat nauwelijks voor me bestond.

Dit was allemaal véél ingrijpender dan bij andere mensen omdat ik al een behoorlijk uitgesproken filosoof met aanzienlijke en serieuze belangstellingen was - voor meer normale mensen waren de verschillen vooral ethisch en politiek geweest, maar voor mij ging het om zeer veel meer.

In feite begon hier ook een langdurige verhouding van tientallen jaren met en steeds grotere kennis van de analytische filosofie en verwante richtingen in de 20e eeuw, en van de logica, en ook van aanmerkelijk meer.

En toen begonnen ook, in 1970-1971, de fundamentele belangstellingen in de
14 onderwerpen - filosofie, wiskunde, logica, psychologie, sociologie, economie, religie, mystiek, linguïstiek, natuurkunde, medicijnen, literatuur, geschiedenis en computers - waarin ik feitelijk tamelijk snel kwam te lezen en waarin ik nu zo'n 40 jaar gelezen heb, en vrijwel vanaf het begin ook behoorlijk bewust.

Opnieuw vond ik helemaal niemand die hetzelfde vond als ik, of zelfs maar op me leek, wat me overigens geheel niet weerhield, en dat vooral omdat ik nu eenmaal weten wilde, en dat zowel in het algemeen als in het bijzonder, en vanaf mijn vroege jeugd bevonden had dat ik intelligenter dan anderen was, en vooral op mijn eigen initiatieven was aangewezen.

En iemand die zo wijds belezen is als ik ben ik geheel nooit tegen gekomen. Er zijn trouwens ook maar heel weinigen die de tijd gekregen hebben om ook maar 1/10de te lezen van wat ik las: ik heb werkelijk 40 jaar lang vooral en geheel zelfstandig gelezen en geschreven, en weinig anders gedaan, omdat ik daar de gezondheid voor miste en mis, sinds mijn 28ste.

Vervolgens.

Een andere grote verandering was dat ik geen vooropgezet doel meer had wat filosofie zou moeten zijn, zoals ik dat ook niet heb of had wat betreft de wetenschap.

Daarbij ben ik niet veel verder gekomen dan: ik ben een wetenschappelijk realist - dat iets is dat overigens redelijk vanzelf spreekt, afgezien van spitsvondigheden, die alleen voor kenners tellen: Er is een werkelijkheid, waar alles dat bestaat deel van is, en de beste manier om die te bestuderen en te leren kennen is de wetenschappelijke methode.

En al spreekt dit redelijk vanzelf voor mensen met een wetenschappelijke belangstelling en orientatie: een dergelijke belangstelling en orientatie is behoorlijk zeldzaam, sinds de zestiger jaren in ieder geval, en degenen die hem delen zijn gewoonlijk wiskundigen of fysici met een veel kleiner belangstellingen- gebied dan ik.

Dit was echt de belangrijkste verandering, of samenhangende groep van veranderingen, die ik gemaakt heb, en de fundamenten ervan werden gelegd in de laatste drie maanden van 1970 en de eerste drie van 1971, al begon het uitbouwen ervan toen ook pas, en al nam dit uitbouwen een flinke tijd.

Het was ook een volstrekt individuele verandering: Niemand verplichtte me en er was in feite ook niemand met wie ik erover kon spreken, omdat ik nooit iemand trof die mijn belangstellingen
of mijn achtergrond had, of die tot soortgelijke konklusies was gekomen, in meer dan hooguit enkele velden.

De verschillen lagen vooral in de hoeveelheid verschillende onderwerpen waar ik serieus over las, die ik nooit bij een ander zag, en in de ernst en de gefundeerdheid van mijn ideeën, die ik zelden bij anderen zag, en dat dan alleen bij deel-onderwerpen.

Kortom, vanaf begin 1971 volgde ik intellectueel en persoonlijk volstrekt mijn eigen weg, die door niemand anders bewandeld werd, bij mijn weten, en waar ik ook nooit iemand als ik gevonden heb.

Laatste vragen: Hoe belangrijk was dit? Hoe veranderde dit met je studies? En je ziekte?

In feite was het van mijn 20ste tot mijn 27ste vooral een kwestie van persoon- lijkheid, en was het niet problematisch:

Ik wist dat ik anders was dan anderen, en ik wist dat ik zeer veel meer las dan enig ander waar ik weet van had, maar hoewel ik daarin alleen stond was ik niet eenzaam, en ik had redelijk wat vriendinnen en vrienden, die allemaal weinig moeite hadden me te accepteren zoals ik was, en waarbij ik ook niet veel moeite deed de verschillen uit te spitten omdat dit toch geen zin had en omdat de verschillen uiteindelijk vooral terug gingen op mijn grote belezenheid en vermogen dit te verwoorden, en ik overigens heel redelijk functioneerde.

Op mijn 27ste ging ik studeren, dat ik na drie maanden af moest breken omdat mijn studiegeld ingehouden werd, niet door mijn fouten, en op mijn 28ste, na nogmaals drie maanden studie, nu in twee universitaire studies, namelijk filosofie en psychologie, werd ik ziek, net als de vrouw waarmee ik toen samenleefde, met een ziekte die nooit meer overging, de volgende vijfendertig jaren, en die mijn bestaan fundamenteel veranderde omdat het al mijn kansen volledig ruineerde, al deed ik daar zelf ook het een en ander voor, namelijk door mijn politieke opstellingen.

Maar ook deze ziekte en de daarmee samenhangende ingrijpende veranderingen in mogelijkheden maakten uiteindelijk heel weinig verschillen in mijn fundamentele belangstellingen of mijn leesgedrag, die vanaf begin 1971 ongeveer dezelfden zijn gebleven:

Ik las en lees bijzonder veel over
filosofie, wiskunde, logica, psychologie, sociologie, economie, religie, mystiek, linguïstiek, natuurkunde, medicijnen, literatuur, geschiedenis en computers, en doe dit nu 43 jaar, in een mate en met een diepgang die ik geheel niet gezien heb bij anderen, al lees ik wel anders dan ik deed en gedaan zou hebben bij voortdurende gezondheid, want ik besteed minder tijd aan wiskunde, logica en programmeren dan ik in gezonde omstandigheden zou hebben gedaan.

De universitaire studies die ik deed hadden nauwelijks invloed op mijn leesgedrag of mijn belangstellingen, en dat lag vooral aan hun grote slechtheid.

Als de studies veel moeilijker waren geweest of als de leraren enigermate goed waren geweest dan had dit flinke verschillen op kunnen leveren, maar zoals het was waren de studies kinderlijk eenvoudig, en waren alle leraren die ik trof, met als enige uitzonderingen Peter Molenaar, en tot op zekere hoogte Jon Dorling, uitgesproken slecht. [2]

Wat de ziekte wel beinvloedde, en ingrijpend, was dat ik niet meer kon uitwijken naar een ander land, waar de studies beter waren en ook veel minder gepolitiseerd, omdat de universiteiten er niet vergeven waren aan de studenten en de politiek.

En hoe het zij, al ben ik afgestudeerd in de psychologie met een gemiddelde van 9,3 en al heb ik een kandidaats-examen filosofie met een ruime 8, en al heb ik de weigering mij een doctoraal filosofie te laten doen: Dit was uiteindelijk allemaal tijd verdoen, en heeft mij uiteindelijk helemaal niets geleerd dat ik niet al wist.

De enige nadruk die ik eraan geef is deze: Ik heb die studies gedaan, en deed dat ondanks ziekte en veel tegenwerking, en deed dat ook stukken beter dan vrijwel al mijn gezonde en niet tegengewerkte jaar- en studie- genoten.

Men kan mij kritiseren, maar niet op basis van de veronderstelling dat ik gefaald heb in de bestaande programmaas: ik heb die beter afgelegd dan enig ander waar ik weet van heb.

De verschillen tussen mij en de anderen liggen vooral in intelligentie, belangstellingen en eerlijkheid, en het was vooral de eerlijkheid die mij later opbrak, omdat ik, niet terecht, aannam dat er meer dan enkele eerlijke mensen rondliepen op de universiteiten: Nee, dus. [3]
---------------------------------

P.S. 11 aug 2013:
Enige kleine wijzigingen gemaakt en twee links toegevoegd.


Notities
[1] Er was wel wiskundige logica in de Sovjet-Unie, maar het was veel meer een tak van de wiskunde dan van de filosofie, en het was niet erg prominent.

[2] Hierin is ook geen enkele twijfel mogelijk, niet nu, na meer dan 40 jaar studie, en voor mij ook niet eerder: Niemand van wie mij onderwees, met uitzondering van de genoemden, heeft enige bekendheid bereikt, en niemand verdiende dat ook. Het waren bijna allemaal aanstellers, rollenspelers, doeners alsof, zonder enige werkelijke belangstelling dan in hun eigen opgang en inkomen.

[3] Ook hierover kan men ruzie met mij maken, indien men het wil, maar dit is echt één van mijn centrale bevindingen: Vrijwel iedereen in Nederland speelt in de eerste plaats een rol, vanwege inkomen en status, en de rest is daaraan volledig ondergeschikt - maar niemand zal dit ooit werkelijk toegeven, behalve in staat van grote dronkenschap.

Ik verschil hierin, als één van de zeer weinigen, en dat ligt ook minder aan mij persoonlijk dan aan mijn achtergrond en geschiedenis: Had ik geen communistische verzetsstrijders als ouders gehad, dan was ik vrijwel zeker een stuk minder eerlijk, en heel wel mogelijk een stuk succesvoller geweest. Maar ik ben liever onbekend en eerlijk dan bekend en oneerlijk.

En het was mijn ongeluk ziek te worden in een Amsterdam dat in de tijd dat ik leefde, althans van 1971-1995, overwegend in handen was van oneerlijke uitvreters en oplichters, want was ik gezond geweest dan had ik Nederland uiterlijk in 1980 verlaten.

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)



       home - index - summaries - mail