Prev-IndexNL-Next

Nederlog


 
June 25, 2013
me+ME: Scheer + Autobio: 1968-1969: opgroeien in Amsterdam

Sections
Introduction
1.  A good recent talk by Robert Scheer
2.  1968-1969: opgroeien in Amsterdam
About ME/CFS

Introduction:

It still is the case that sleeping remains quite difficult for me. This also makes my life rather difficult, at the moment.

Anyway. This consists ony of a reference to a good talk by Robert Scheer, and more Dutch autobio, this time of the years 1968-1969. I start with the English stuff, because I guess I have more readers of that. Personally, I think my autobio is interesting, but then it is about my life.

1. A good recent talk by Robert Scheer

Edward Snowden has disappeared for the moment, and of all the non-news about him that does get printed, I get mostly somewhat sick, because it's about the man, and not his work.

But I do think he is an extra-ordinary man, and so does Robert Scheer, who is the - remarkably sprightly: he is 77 but looks much younger - editor of Truthdig, that just got its fifth Webby for political journalism, and is indeed quite good. The title of the brief written piece is
And the fuller title of the video is
It's a really good talk, that makes many interesting and good points, that include these, and I mostly quote:

About ordinary people, pundits and parliamentarians:
"They all went along as good Germans, with a few exceptions"
"The one freedom they really respect is the freedom to shop:  
  Consumer
sovereignty, and all other freedoms are cast aside"
"Selling out is the norm"

About leaking:

"Leaking is the norm, but most is pro-government"

About what is now being done to the people:

"This is a wet dream for a Hitler or Stalin"
"This surveillance state is an obituary for our democracy"

And about whistle-blowers:

"There are some brave souls who think freedom is not negotiable"
"Manning and Snowden are the people who save our country"
"God bless the whistleblowers. Without them we are totally lost"

In any case: Very well worth listening to - and as to God: It's a speech in the All Saints Church Rectory Forum, and if you start at the beginning you are - very briefly - said welcome to by a priest in regalia, followed by an also brief introducer, after which Scheer speeches for some 30 minutes, followed by 10 minutes of Q&A. I'm recommending the speech:



The rest of this Nederlog is in Dutch, and consists only of a rapidly written section about the years 1968-1969, in which I was 18-19, with six Dutch notes.

2.  1968-1969: opgroeien in Amsterdam

Ik was in augustus 1968 in Londen geweest, dat ik interessanter maar minder mooi vond dan Parijs. Waar dit interessanter zijn aan ligt is moeilijk te zeggen, al zijn de taal, die ik beter sprak dan Frans, samen met de volksaard, twee relevante verschillen.

Het eten en de koffie waren vreselijk: de koffie was een soort aftreksel van een aftreksel dat bovendien te lang
gekookt was, en het eten was doodgekookte grijze groenten met slechte aardappels en iets vleesachtigs dat met een soort custard (!) opgediend werd.

Wat eten betreft was Frankrijk tegengesteld: Alles overal uitstekend. Maar daar ging het me niet echt om, om eten, al was ik in Londen vooral om er geweest te zijn, want ik had geen echte dringende reden om er te zijn, en ook weinig geld, al was de jeugdherberg redelijk.

Ik deed weinig anders dan er rondlopen en dingen bekijken, zoals de vanwege de ruimte en de bouw zeer indrukwekkende St Paul's Cathedral, de Tower, het House of Parliament, de tube (ondergrondse), toen geheel onbekend in Nederland, en de straten van centraal Londen, en deed dat gedeeltelijk alleen en gedeeltelijk met een Pakistani, Jamil geheten, die een paar jaar ouder was dan ik, economie studeerde, en intelligent was.

Maar hij wilde vooral achter de vrouwen aan, en ik had daar op dat moment niet veel zin in, wat in mijn geval kwam omdat ik diverse Hollandse vriendinnen had, en daar in een heel liberaal klimaat leefde, geheel anders dan hij.

Ook bezocht ik het graf van Marx, dat er ongeveer uitzag als in "Morgan - a suitable case for treatment", zoals ik daarná zag, en dat ik pas vond na eerst een verkeerde begraafplaats bezocht te hebben, en toen de weg gevraagd te hebben naar Highgate Cemetery, met als antwoord iets als: "Straight on and then left. Mr Marx is waiting for you!", dat ik aardig vond.

Overigens was er weinig te beleven, en alleen een krans te vinden van - ik meen - Bulgaarse electriciens, maar het was een mooie begraafplaats, ook met een fraaie grafsteen met portret.

En ik kocht bij Foyles, dat een heel indrukwekkende boekhandel was, veel groter dan enige Amsterdamse boekhandel, de Ethics van Aristotle (allebei Engels gespeld) en Plato's Dialogues, waar ik vervolgens geheel in opging in Epping Forest, zodat ik daar bijzonder enthousiast over verhaalde tegen een Nederlander die me de weg vroeg, die ik uiteraard niet wist, maar die wel zeer onder de indruk was van mijn talent dingen te verwoorden, en me vertelde dat ik "een genie" was, dat ik wel vleiend maar overdreven vond, omdat ik immers nog helemaal niets verricht had, al wist ik wel dat ik bijzonder intelligent was, heel goed kon praten en heel makkelijk schreef.

Vreemd genoeg kwam ik dezelfde man, die een jaar of tien ouder was dan ik, in 1977 of 1978 weer tegen, ook weer bij toeval, en hij herkende mij, en was nog steeds zeer onder de indruk van wat ik toen tegen hem gezegd had, al weet ik daar heel weinig van, behalve dat ik laaiend enthousiast was, vanwege Aristoteles en Plato, die volkomen nieuw voor me waren, en die ik onmiddellijk als stukken intelligenter dan Marx had ingeschat (en nog steeds vind). Het enige dat ik me verder van deze ontmoeting onthouden heb dat de man het interessant en juist vond dat ik filosofie was gaan studeren.

Het was in de zomer van 1968 ook de lezing van deze boeken die me op filosofie attendeerde, omdat ik tot dat moment meer geinteresseerd was de wereld te veranderen dan haar te begrijpen, en meende dat een mengsel van - vooral - theorieën van de jonge Marx en delen van Lenin's Materialismus und Empiriokritizismus (ik las het in het Duits - vandaar) meer dan genoeg filosofie waren.

Maar Plato en Aristoteles, en vooral de laatste, genazen me van dat wat haastige oordeel, en hoewel ik me nog steeds als marxist beschouwde was ik behoorlijk plotseling véél meer in filosofie geïnteresseerd.

Ik wist echter op mijn 18e wel dat ik wilde studeren, maar twijfelde op dat moment wat: Sociologie, economie, politicologie leken me alle drie interessant, en psychologie en filosofie misschien ook, maar ik dacht ook over medicijnen en, omdat ik zo goed spreken kon, zelfs aan rechten.

Maar feitelijk had ik op mijn 18e geen idee, en bijzonder veel belangstellingen, en meende ik ook dat ik nog geen idee hoefde te hebben, totdat ik toegang tot de universiteit had, waarvoor ik naar de avondschool ging, die op 4 jaar begroot was.

Eenmaal terug uit Londen, dat maar 5 of 7 dagen duurde, en heen en weer met de boot ging, besloot ik weer vast werk te zoeken, en kwam terecht bij Excerpta Medica.

Dit was toen - meen ik - een onderdeel van Elsevier's en legde zich toe op wat de naam zei: Het verzorgen van medische excerpten, die dan weer verkocht werden aan medici en aan universiteiten.

Ook dit bedrijf was in een duur grachtenpand gevestigd, en deze keer was het binnenin ook behoorlijk duur ingericht. Ik kreeg werk als codeur, en mijn taak was het doorstrepen van delen van adressen, zoals van "The Medical Faculty of the University of Vancouver" naar
"The Medical Faculty of the University of Vancouver".

And that was it. Er waren gigantische stapels medische tijdschriften van allerlei soort, en mijn taak was als omschreven, waarna een typiste de gedeeltelijk gecodeerde titel plus het abstract invoerde op ponskaarten, die weer bestemd waren voor een mainframe IBM computer, die ik nooit te zien kreeg, want die stond ergens anders, in een speciale ruimte.

Het was, welbeschouwd, bijzonder geestdodend werk, maar het personeel waar ik mee werkte was interessant: Een oorspronkelijk Duitse Lore, bijkomend van een scheiding van een Nederlander; een Spaanse Margarita, intelligent en mooi maar heel katholiek; een Nederlandse Lizzie en Gijsbertje; een Engelse Sue; een man in een rolstoel zonder benen, die ongelovelijk hard werkte en de wereld en de mensen om hem heen kennelijk haatte; en een vrouwelijk pons-typiste, die ons werk inbracht op ponskaarten, en die maar delen van de dag en de week werkte.

Wij deden allemaal, afgezien van de pons-typiste, vrijwel hetzelfde werk, in een vrij grote en vrij hoge ruimte met een stuk of 8 bureaus en behoorlijk veel loopruimte, terwijl er aan de grachtenkant waar de ingang was, een verhoging was, met een trap met een stuk of zes treden erheen, waarop de chef, Charles geheten, met zijn secretaresse troonden.

Ik had aanvankelijk niet door hoe bijzonder geestdodend het werk was, en dat lag gedeeltelijk aan het personeel, die ik bijna allemaal aardig vond, en vooral Lore, Margarita, en Lizzie, en gedeeltelijk aan de medische tijdschriften: Heel weinig mensen zagen meer medische tijdschriften dan wij.

En er waren bijzonder veel medische tijdschriften, over allerlei onderwerpen en deel-onderwerpen, en één van de voor mij enigszins schokkende eigenaardigheden ervan was dat ze bijna allemaal voor een deel uit advertenties bestonden, gericht aan medici: Advertenties om bepaalde pillen voor te schrijven, advertenties over allerlei apparatuur, advertenties over congressen en hotels daarvoor, kortom: advertenties voor alles dat een medisch dokter zou kunnen interesseren.

Ik vond dat wat wuft, om het zo te zeggen, vooral omdat ik het niet verwacht had, al sprak het redelijk vanzelf zodra je je realiseerde dat dit - de vakbladen - de literatuur was die afgestudeerde medici lazen, en dat dit dus de voornaamste manier was voor leveranciers van dingen die het medisch leven veraangenaamden om medici te bereiken.

Maar er stonden er wel héél veel in, al was de voornaamste reden dáár weer voor dat dit de kosten van de producenten van de tijdschriften financierde.

Hoe het zij: de medische wereld verscheen me snel als een stuk commerciëler dan daarvoor, en al hoewel ik dat begreep kon ik het niet geheel goedkeuren, ook vanwege de grote vleierij van veel advertenties.

Afgezien daarvan was er bijzonder veel te lezen, dat ik behoorlijk snel veel meer deed dan werken, zoals de anderen trouwens ook, behalve de man in de rolstoel, die noest doorwerkte, en chronisch zó slecht gestemd was dat hij met vrijwel niemand een behoorlijk vorm van communicatie had. [1]

Het lezen leerde mij het een en ander over medicijnen, in de eerste plaats dat maar heel weinig doktoren schrijven konden, en dat heel veel van hun artikelen wellicht interessant waren voor in dat specifieke onderwerp geinteresseerden, maar overigens overwegend onduidelijk en onverteerbaar.

Ook bleek me snel dat er heel veel dubbel en driedubbel werk was: Deze hier en gene daar deden ongeveer hetzelfde onderzoek, en publiceerden daarover, in één van 5 of 10 aan die tak van medicijnen gewijde medische tijdschriften. Zo gaat (of althans: ging [2]) de medische en andere wetenschap voort, maar het is niet werkelijk interessant, behalve voor de echte kenners van de onderwerpen.

Er waren ook leuke dingen, maar de meeste ervan hadden een flinke pijn-component, zoals de foto van een man en zijn tumor, die ca. half zo groot was als hij, of de heel gruwelijke fotoos van allerlei ontstekingen.

Op mij was het voornaamste effect van de medische tijdschriften dat ik mijn daarvoor bestaande, hoewel redelijk milde, belangstelling medicijnen te gaan studeren, kapot maakte: Teveel gruwelijks, teveel pijnlijks, te weinig vrolijks, te weinig dat goed geschreven was, en teveel advertenties.

Maar ik zat er helemaal niet voor de medicijnen, bij Excerpta Medica: ik zat er om te coderen, dat ik steeds minder deed. In plaats daarvan praatte ik veel, vooral met Lore en Margarita en Lizzie, en terwijl ik van Margarita een boekje van Simone Weil kreeg dat ik nog steeds heb -
La pesanteur et la grâce - immers een tot het Christendom bekeerde marxiste, ging ik op bezoek bij Lizzie en Lore privé.

Lizzie leefde in de Runstraat, en was wel aardig maar ook afstandelijk; Lore had vanwege de scheiding een heel klein kamertje aan de Stadhouderskade, en was 2x zo oud als ik, dat mij toen bezwaarde: Haar 36 tegen mijn 18.

Ze was wel tamelijk aantrekkelijk, en droeg gewoonlijk mini-rokken, die toen in de mode waren, maar ik heb haar kennelijk één keer bezeerd omdat we bijna in bed terecht kwamen, dat zij wel en ik niet wilde, omdat ze 2x zo oud was, ik niet van haar hield, en op dat moment (minstens) twee vriendinnen had, van ongeveer mijn leeftijd, waar ik wel van hield, namelijk Edith B. en Carolien van E.

Dat was één probleem met Excerpta Medica. Een ander probleem was het zeer geestdodende werk. Ik werd wel één keer uitgenodigd hogerop, waar me vage beloftes gedaan werden dat ik, ooit, iets met computers van doen zou kunnen krijgen, maar dat was me te vaag en te ver weg.

Hoe het zij, na ca. een half jaar gaf ik ook deze baan op, vooral vanwege de zeer  geestdodende arbeid, en besloot voor uitzendbureaus te gaan werken, vooral omdat ik daar goed genoeg mee verdiende om van halve dagen werk te kunnen leven, dat me in staat stelde meer boeken te kopen en meer te lezen.

Ondertussen had ik ook een Paulien opgedoken, die ik eind 1968 of begin 1969 op een tentoonstelling over Parijs '68 was tegengekomen, en was verliefd geworden op Carolien van E. die 24 of 25 was, en op Catherine Deneuve leek, en in de boekhandel Nelissen op de Bilderdijkstraat werkte.

En ik ging ook nog steeds de meeste weekenden naar K3, waar ik veel omging met Anja S., die mij shag leerde rollen, en wel erg slim maar ook volledig onwetend was, of althans deed, en ik ging ook veel om met Ton en Ellen, die samen woonden in een klein kamertje aan de Utrechtsestraat, en met wie ik het allebei goed kon vinden, en die allebei een jaar of 4 ouder waren dan ik.

Er waren trouwens nog meer jonge vrouwen: Sandra E. was er één die herhaaldelijk bij me op mijn zolderkamertje kwam; de zeer fraaie Amerikaanse roodharige Mimi die bij me bleef slapen, maar (nog) niet met me naar bed wilde, en mijn vader 's ochtends tegen kwam bij het naar de WC gaan; een heel klein maar bijzonder slim Aziatisch meisje bij Excerpta waar ik veel mee praatte; en op de achtergrond, maar wel vaak in mijn gedachten, Edith B., al wist ik dat het tussen ons nooit wederszijds geklikt had.

Kortom, ik had redelijk veel vriendinnen, in diverse rollen, maar hield er van geen, behalve van Edith en in begin 1969 van Carolien.

Carolien kende ik al een tijd van de boekhandel waar zij werkte, en ik vond haar heel mooi, heel lief, en heel aardig, en we spraken redelijk wat met elkaar, hoewel nooit echt lang, totdat ze me in Maart 1969 op haar Solex uitnodigde samen naar de film te gaan, wat ik deed, en waar we onmiddellijk intens in elkaar verslingerd raakten, waarna we naar haar huis gingen en ze mij uiteindelijk ontmaagde, omdat ze me graag mocht en omdat haar vriend, waarmee ze later trouwde, in een ver buitenland was.

Voor mij was het een enigszins vreemde ervaring, waar ik ook niet op gerekend had. Het maakte me wel verliefder, maar omdat haar vriend na 2 dagen terug was gekomen raakte het nooit echt aan: Het was, wat haar betreft, en eigenlijk ook wat mij betreft, een avontuurtje geweest. Wellicht om dat te onderstrepen stond ze iets later, samen met haar vriend, naakt in een tijdschrift, zoals ze ook in een paar reclame-fotoos stond, al waren die alleen van haar gezicht.

Ondertussen las ik al maar door, in allerlei soorten intellectuele boeken, over tal van onderwerpen, en in drie vreemde talen, dat me uiteindelijk het meest interesseerde, en waren er twee andere dingen gebeurd: De Maagdenhuis- bezetting en de filosofie-club.

De Maagdenhuis-bezetting was in Mei 1969. Ik studeerde niet en had er weinig mee te maken, maar klom wel
naar binnen over de houten brug, die "arbeiders van de CPN" gebouwd hadden, en deed dat vooral uit nieuwsgierigheid.

Binnen was het een behoorlijk bende: Veel geschreeuw, veel discussies, geen leiding. Ik herinner me vooral twee journalisten, Hans Hofman, die een student fysiek aanvloog die hem de toegang tot een vergadering ontzegde, en een Van Westerloo, Fons als ik het wel heb, die op heel hoge toon toegang tot alles eiste.

Ik ben er een paar uur gebleven, maar ben er weer uit gegaan omdat ik er weinig mee te maken had, en het toch vooral loos gebral had bevonden. Dat laatste was overigens niet wat veel studenten ervan vonden, en ook niet wat de landelijke politici dachten, althans buiten het publiek, want deze bezetting zal de voornaamste reden zijn geweest dat minister Veringa in 1971 de Nederlandse universiteiten uitleverde aan de studenten.

Maar ik studeerde niet; was het ook gedeeltelijk oneens met de bezetting, al was deze wel spannend; en vond ook dat een en ander, inclusief de afloop, ook al werd er behoorlijk gevochten, geheel niet realistisch te vergelijken was met het grote geweld dat ik het jaar daarvoor in Frankrijk had aangezien: Het Nederlands studenten-verzet was overwegend een sootrt folkloristisch rollenspel, vergeleken met het Franse.

Het is wel zo dat dit een flink deel van de publieke aandacht van de Provoos en later de Kabouters verplaatste naar de studentenbeweging en hun leiders, en vooral naar Ton Regtien en in mindere mate naar Paul Verheij.

Ik vond allebei, toen al, oninteressante aanstellers, en had allebei persoonlijk meegemaakt vóórdat ze vanwege de Maagdenhuis-acties bekend werden, en wist overigens niet goed wat ik ervan moest denken, en dat weer vooral omdat ik niemand vond met interessante ideeën.

Aan de andere kant was ik er wel voor dat er iets gedaan werd, maar stond zelf voornamelijk buitende universiteit (al leende ik wel boeken via de UB).

Dan was er de filosofie-club. Dit begon ruim vóór de Maagdenhuis-bezetting, met een ontmoeting van mij met Nico D. in, of all places, een ANJV-kroeg [3] , waar zowel hij als ik zelden of nooit kwamen.

Hoe het zij, ik bevond me daar, en stond naast een wat oudere besnorde man, en we raakten aan de praat, en konden het direct bijzonder goed met elkaar vinden, zodat hij me bij hem thuis uitnodigde, aan de Hoofdweg, waar hij met z'n vrouw en twee kleine kinderen woonde.

Hij bleek tien jaar ouder dan ik, en werkte bij de VU, als electro-technicus, want hij was een echte beta, die erg slim was maar het aanzienlijke probleem had heel dyslectisch te zijn, zodat zijn opleiding erg moeilijk was geweest, omdat er in die tijd veel minder aandacht en begrip voor was.

Maar hij had, uiteindelijk, de MTS of de HTS weten te doen, en had een uitstekende baan, was al vroeg getrouwd met Dolly D. en had twee kinderen met haar, Rolf en Saskia. Ook was hij al een flinke tijd ondogmatisch CPN-lid, net als ik was, sinds 5 mei 1968, en las hij o.a. het partij-blad De Waarheid.

Het klikte bijzonder goed tussen Nico en mij, en ook wel tussen Dolly en mij, en dat lag in allebei de gevallen aan mijn talent voor conversatie, dat zeer ongebruikelijk was, als ik eenmaal hoge vlucht had genomen, dat vaak en makkelijk gebeurde zolang ik gezond was.

Daar kwam bij dat mijn ouders eind 1969 besloten te verhuizen van de 2e Hugo de Grootstraat, dat een zeer drukke straat was geworden, naar een landelijk huis in Landsmeer, dat ze via de communistische wethouder Van 't Schip hadden gekregen, als ik het wel heb.

Dit had twee verdiepingen plus een zolder, met gelijkvloers gigantische ramen voor en achter in een grote kamer, naast een hal en een keuken; op de eerste verdieping drie slaapkamers, een douche, en een halletje, en op de bovenste verdieping een zolder, met een verwarmingsketel.

Het was voor mijn ouders een flinke vooruitgang, maar voor mij een grote achteruitgang: ik raakte mijn zolderkamer geheel kwijt, en hoewel ik de slaapkamer vóór er voor in de plaats kreeg was dit op vrijwel alle manieren stukken slechter: Gehoriger, kleiner, meer afhankelijk van mijn ouders, met een vader die nog steeds zeer moeilijk in de omgang kon zijn, vooral tegen mij, en 10 kilometer verwijderd van Amsterdam.

Het resultaat van een en ander was dat ik vooral in 1969-1970 veel bij Nico en Dolly bleef slapen, op de Hoofdweg, waar we toen ook tamelijk snel een soort wekelijkse bijeenkomsten kregen, met heel wat andere mensen, en met veel discussies over allerlei zaken, maar vooral over politiek en filosofie, waar ik als een soort centraal lid functioneerde, vanwege de spraakwater-aanvallen die ik heel makkelijk had, en vanwege mijn vrijwel voortdurende helderheid daarbij, die behoorlijk wat mensen interesseerden.

Het was ook allemaal geheel in de tijdgeest, die open, verkennend, los, vrij, ondogmatisch, zoekend en links was. Er kwamen soms ook enkelen die later of toen al bekend zijn geworden: Jan Schaefer, getrouwd met een zuster van Dolly; Marten Bierman; en Laurens Meertens zijn waarschijnlijk de bekendsten, maar niet de enigen.

Ook was het écht ondogmatisch: Nico en ik, en Dolly geloof ik ook, waren CPN-leden, als nogal wat van de vaste bezoekers, maar we waren geheel niet verkocht aan de CPN, en waren het met heel veel dat in die politieke club gebeurde, gedacht en gezegd werd minstens gedeeltelijk en vaak geheel oneens.

Daarbij kwam dat ik één van de kernleden was, maar zelf zoekende was, en ondertussen in de analytische filosofie was geïnteresseerd geraakt, vooral vanwege Wittgenstein's Tractatus. Andere leden waren gewoonlijk aanzienlijk minder filosofisch geïnteresseerd dan ik, maar waren gewoonlijk ook niet echt stellig, en er werd over van alles gepraat, gewoonlijk met drank en hapjes verzorgd door Dolly, die behoorlijk wat opkon, en ook over veel meepraatte.

Het was een leuke tijd, voor mij en voor de meeste andere betrokkenen, en bijna het enige bezwaar was dat mijn avondschool er weer bij inschoot, zodat ik daar in het tweede jaar mee ophield, bij gebrek aan tijd, en besloot me dan maar zelfstandig voor te bereiden op het doen van een staatsexamen VWO.

Er was ondertussen een boel voor me te doen, en ik kon dat omdat ik voor De Waarheid ging werken, ik geloof via mijn vader: Een paar uur per avond, bij het verzorgen van de posteditie van De Waarheid.

Dit werd uiteindelijk gedaan door Jan P., Ko K. en Bertje M., waarbij in ieder geval Jan en Bertje allebei intelligent waren, door mij, en met nog iemand, dat kon veranderen.

Ik kreeg er, meen ik, 40 of 60 gulden per week voor, en kon daar van rondkomen, want ik had geringe behoeftes, en had ondertussen veel boeken, die ik nog niet allemaal gelezen had.

Ik meen dat dit begon vrij snel na Excerpta Medica, al herinner ik me ook dat ik de zomer van 1969 nogal down in Amsterdam heb doorgebracht, werkend voor een uitzendbureau, in een behoorlijk vervelende omgeving, met overwegend vervelende mensen, dat het voor mij makkelijker maakte over te stappen naar De Waarheid.

Heel precies herinner ik me nu niet wanneer ik er begon, maar het was enigermate interessant werk, vooral vanwege het apparaat waar ik mee werkte: Een banderrolleer-machine, waar de kranten opgevouwen ingestopt werden, in paketten, en één voor één met een adresbandje erom heen, uit kwamen rollen - als het allemaal goed bleef gaan, dat regelmatig niet zo was.

De machine nam de opgevouwen kranten 1 per keer op, op een lopende band, en plakte het adresbandje erom heen, en spoog het dan uit op een lopende band, waar ik achter stond om de juiste delen te scheiden, en in groepen te verpakken, en in verschillende postzakken te gooien.

Het ging meestal goed, en op een avond dat alles goed liep waren we er in 1 1/2 a 2 uur klaar mee, maar als het niet goed ging kon het wel het dubbele worden - en we moesten uiterlijk om 23.30 bij de PTT de postzakken inleveren om enigszins te garanderen dat ze de volgende dag aankwamen.

Ook was het "ongeschoolde arbeid", maar wel een heel stuk ingewikkelder en veeleisender dan coderen voor Excerpta Medica, en ik deed dit werk gewoonlijk met redelijk plezier.

Het was ook in 1969 dat ik daar volledig van mijn toch al geringe geloof in het parlementarisme genezen werd, namelijk doordat de Handelingen Van De Tweede Kamer Der Staten Generaal daar stonden, in zeer veel delen, en vrijwel volledig ongelezen en ongebruikt, en ik me daaraan zette om te kijken wat er, mede uit mijn naam, besproken en verordonneerd werd.

Niets dat ook maar iets met intelligent en doelgericht handelen te doen had, was mijn bevinding, en sindsdien wilde ik niet meer stemmen, eenvoudig omdat ik helemaal niemand zag, en ook geen systeem zag, waar ik vóór was. [4]

Daar kwam bij dat Nico en ik, en voornamelijk ik omdat ik én de tijd had én de belezenheid én geheel niet dyslectisch was, als Nico wel, dat het hem een stuk moeilijker maakte te schrijven dan voor veel minder intelligente mensen dan hij, een zwaar theoretische verhandeling voor Politiek & Cultuur hadden geschreven, "Kapitalisme en Revolutie" geheten, tussen september en december van 1969, in wederszijds overleg, maar met mijn tekst en ideeën, en dat ingezonden hadden.

Als "antwoord" werden we uitgenodigd door Jaap en Joop Wolff, twee oudere ijzervreters van de CPN, om "eens te komen praten", in het gebouw van De Waarheid, waar ik toen al werkte, al was dat niet in het torentje van de redactie, waar we terecht kwamen.

Ik deed het woord, en was 19, en het moet een vreemd gesprek geweest zijn, want de Wolffen begrepen niets van mij, en ik niets of weinig van hen, en we spraken volkomen langs elkaar heen.

De korte samenvatting was: dit wordt in geen geval gepubliceerd in P&C, en dat was dat. Ik heb het stuk nog steeds - negen getypte paginaas A4, met inleiding, uitleiding en 10 stellingen met sub-stellingen ertussen - en als een soort gedeeltelijk (neo-)marxistisch proza is het, nog steeds, in 2013, behoorlijk goed en zelden of nooit nagedaan, zeker niet zo kort en krachtig, veel omvattend en ook overwegend helder.
[5]

Maar ik ben het er nu overwegend mee oneens, en was een jaar later geen marxist meer, geen communist meer, en was ook niet langer geïnteresseerd in politiek.

Dit was anders dan voor Nico D. en zou onze verwijdering betekenen, maar zover was het nog niet.

Ondertussen gingen wij voorlopig verder met onze wekelijkse samenkomsten, en sliep ik in 1969 en de eerste helft van 1970 vaak in hun huis, omdat het alternatief was om 10 a 15 km te fietsen of te lopen, om in Landsmeer terecht te komen.

Maar later meer over 1970-1973. [6]
---------------------------------
P.S. 9 juli 2013: Een paar taal- en stijl-foutjes in m'n autobiografie verbeterd.

Notes

[1] Nu ik 35 jaar ziek ben, denk ik enigszins anders over de man dan toen, en ben er zeker van dat hij het vooral moeilijk had, en daarom moeilijk deed. Aan de andere kant: Het wás werkelijk bijzonder moeilijk om niet heel snel ruzie met hem te krijgen. Men liet hem dus overwegend links liggen.

[2] Het is nu echt anders, in de zin dat wat niet tot een positief resultaat leidt vaak geheim gehouden wordt door de ondernemingen - Big Pharma, gewoonlijk - die de onderzoeken leiden. Zie de DSM-serie.

[3] ANJV = Algemene Nederlandse Jeugd Vereniging, feitelijk een mantel-organisatie van de CPN, voor de jeugd die te dom voor HBS of gymnasium was. Jaren lang geleid door Roel Walraven.

[4] Ik kon aan dat verlangen voldoen sinds 1971, toen de stemplicht afgeschaft werd. Ik kan me trouwens niet herinneren ooit voor de CPN gestemd te hebben, al kan ik me daarin vergissen.

[5] Dit stuk komt later, na enige aarzeling, die komt doordat ik het er niet meer mee eens ben sinds 1970.

[6] Ik heb dit in 3 uur 20 minuten getypt, inclusief enige pauzes, en kijk het nu na, en bevond dat het redelijk was, al heb ik vast wat vergeten, en ik heb ook deze noten en diverse links ingevoegd.


About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)


       home - index - summaries - mail