Prev-IndexNL-Next

Nederlog


 
June 22, 2013
Autobio : 1967-1968 + Crisis: GHCQ taps,  mastering the net, mastering everyone


   "Those who sacrifice liberty for  
     security deserve neither."
     -- Benjamin Franklin







Prev- crisis -Next
Sections
Introduction
1.  1967-1968, opgroeien in Amsterdam (Dutch autobio)
2.  GHCQ taps fibre-optic cables for secret acces
3.  Mastering the internet
4.  Mastery of the internet will mean mastery of everyone
About ME/CFS

Introduction:

It still is the case that sleeping remains quite difficult for me. This also makes my life rather difficult, at the moment.

Anyway. Today - now that the days started shortening again - I first turned to Dutch, to my autobiography, and very quickly wrote, in fact on the evening of the 21st of June, a part about growing up in Amsterdam, in 1967-1968, the first year that I was independent, on myself, with some income, and living mostly on and for myself, in the little room in the attic of my parents' house.

Like the other parts of my autobiography, it is fastly written, because that is the only way to do it, and it is about a specific period, and mostly about myself.

Actually, I could write very much more about this time, because I still have films of it in my head, but this will have to wait.

Next, there are three items from the Guardian of June 21, that has major new revelations by Edward Snowden, to the following effect:
You have nearly all been had, by your ruling class and their spooks - you are in fact being controlled, namely by the spooks of the NSA and of the GHCQ.
The files are linked below, and this is uploaded very early in the morning of June 22, Dutch time.

1. 1967-1968, opgroeien in Amsterdam

Ergens in September 1967 vond ik werk bij de Nederlandsche Middenstandsbank, de NMB.

Ik deed dit na één - gelukkig - mislukte sollicitatie, via meneer Gramsbergen, de chef personeel, die ik een geschikte en slimme man vond. Of hij werkelijk geschikt was weet ik niet, maar hij was ongetwijfeld slim, en was meer onder de indruk van mij dan hij toegaf. Het was ook zijn idee mij documentalist te maken, dat ook een goed idee was.

Zo kwam ik dus te werken op het centrum documentalisme van de NMB, in 1967, op de Herengracht bij de Utrechtsestraat, in een deftig grachtenpand, waar ik toen minder van onder de indruk was dan nu, omdat ik een communistische achtergrond had, en omdat ik, eenmaal binnen, gezien had dat het binnen een stuk minder rijk voorzien was dan het buiten oogde.

Het centrum documentalisme - ik weet niet precies meer hoe het heette: iets dergelijks - bestond feitelijk uit vier personen: De chef, een man van in de veertig, die het gymnasium afgemaakt had maar geen geld had om te studeren, en waarvan ik nu weet dat hij toen al een alcoholist geweest moet zijn, en gewoonlijk vriendelijk, beschaafd, en teneergeslagen was; zijn assistent, meneer Wittenberg, achterin de twintig, maar met een typisch vijftiger jaren hoofd, ook wel aardig, maar kennelijk inhoudsloos; en meneer Pons, een Surinamer, ik meen een halfbloed, van in de zestig, die vrijwel al het werk deed, en die ik zou moeten opvolgen.

Meneer Pons was een intelligente man, en een autodidact, en ook een behoorlijk harde werker, die niet uit de verf kwam vanwege zijn huidskleur, en vanwege zijn gebrek aan formele kwalificaties, en vanwege zijn eigen afstandelijkheid, die tamelijk goed te begrijpen was, alweer vanwege zijn huidskleur.

Het werk dat ik moest doen, bleek al vrij snel, stelde weinig voor: Ik werd geacht veel te lezen, in de beurspaginaas van de NRC, het AD, de Financial Times, en in  andere bladen, in drie talen, in ieder geval, en ook redelijk veel jaarverslagen door te nemen, en daar naar eigen inzicht aantekeningen van te houden en soms kopieën van te maken, dat niet zo héél makkelijk was, want het fotokopieren bestond net.

Ik deed dat vrij grondig, vooral geïnstrueerd door meneer Pons, die dat aardig en helder deed, en nog steeds een stuk harder werkte dan de anderen, maar als gezegd nauwelijks aansluiting had.

Omdat ik toen al behoorlijk belezen was in Marx, maar nog nauwelijks in andere economen, was ik redelijk geinteresseerd in het werk, en ik bleek ook heel snel te kunnen wat anderen niet of nauwelijks konden: Jaarverslagen en balanzen lezen en daar de échte informatie uitvissen, die meestal ergens verstopt was in een bijlage of voetnoot, waarin - bijvoorbeeld - stond dat 51% van de aandelen van  een bank of corporatie ondergebracht waren bij het Finance Fund, of iets dergelijks, dat bijna altijd in Luxemburg was gevestigd.

Zo een Finance Fund (vaak met veel onduidelijker namen) was gewoonlijk voornamelijk een brievenbus-firma, die zelf weer onderdeel was van weer een andere brievenbus-firma, maar dit was wel hoe de wérkelijke bancaire en financiele macht in Europa toen verdeeld was: Niet zozeer in de firmaas die op de beurzen opereerden - NMB, ABN, Amro, allemaal ter ziele ondertussen, en Barclays, Royal Bank of Scotland, Banque Paris-Bas etc., idem - maar in de firmaas die een flink deel van de aandelen van deze firmaas in eigendom hadden. Dit gold trouwens ook, of nog meer, voor andere bedrijven: Bijna allemaal waren ze feitelijk grotendeels in eigendom van brievenbus-firmaas gevestigd in Luxemburg.

Het vreemde was, in mijn ogen, dat ikzelf, als 17-jarige, vrijwel alles alleen deed, al was dat met steun van meneer Pons, die zich overigens op de achtergrond hield, en dat ik rapporteerde aan de vice-directeur, mr. Dooijeweerd, die over de beleggingen ging, maar daar werkelijk niets van begreep, in de tijd dat ik er werkte.

Mr. Dooijeweerd was een veertiger met een gecultiveerd Engels uiterlijk, afkomstig "uit de beste families", maar intellectueel een nul, hoewel zeer sportief: Hij rénde vaak van de ene plaats naar de andere, en had het bij voorkeur over hakkie (hockey), wat volgens hem een goddelijke
soort sport was, waar hij inderdaad heel veel van wist.

Ook had hij een heel levendig oog voor vrouwelijk schoon, dat mijzelf niet onmiddellijk duidelijk was, totdat ik een brievenboek zag van - ik meen - een Olga, die inderdaad héél mooi en een jaar of negentien was, en van de ene vice-president naar de andere (er waren een stuk of vier) gestuurd werd, met "briefjes" waarin haar uiterlijk geprezen werd, dat ze zelf doorhad, en o.a. aan mij liet zien.

Dit schokte mij in eerste instantie - geef ik toe - want ik meende dat bankieren iets serieus was, maar dit was - kennelijk - niet zo volgens mr. Dooijeweerd, die mij, tot mijn verbazing, redelijk snel om advies vroeg, al ging dit wel op jolige toon, om aan te geven dat ik me niet al teveel moest verbeelden.

Ik werd ook al snel, met boeken en papieren, redelijk wat keren naar het bureau van de directeur gestuurd, mr. Nijenbandring de Boer, die een stuk verder op dezelfde gracht zat, in een duur eigen pand, intern zéér veel fraaier ingericht dan het nogal doelmatig kantoorachtig geheel waarin ik werkte, die kennelijk vond dat ik me niet goed genoeg kleedde, te lang haar had, en niet bijzonder beschaafd was, al was hij teveel heer om dat met zoveel woorden te zeggen, en die ook scheen te vinden dat er voor mij, op termijn, wellicht veel te bereiken was in de bank.

Ondertussen deed ik ook 's avonds avondschool, en deed dat het eerste halve jaar behoorlijk serieus, dat mij behoorlijk lange dagen kostte: Overdag op de NMB, en van 7 tot 11 uur 's avonds drie van de vijf werkdagen per week naar het avondgymnasium-beta, in een school in Oud-Zuid, en de andere twee dagen huiswerk.

Daar ontmoette ik o.a. Charley R. die een carriere had gevolgd van uit alle scholen waar hij opzat afgegooid te worden, kennelijk vooral omdat hij zijn tijd een paar jaar vooruit was, zijn haar lang droeg, slimmer dan de meesten was, en van heel weinig dat hij in Nederland zag onder de indruk was.

Ik leerde er niet echt veel, behalve elementair Latijn en Grieks, het laatste van meneer Waleson, die een bijzonder man was: Heel aardig, bijzonder intelligent, heel onafhankelijk, en ook behoorlijk schools, waarvan de zin en de ernst mij enigszins ontgingen.

Wat me ook voornamelijk ontging was dat de hele avondschool voor een flink deel privé-initiatief was van feitelijk heel gedreven leraren - en dat ontging me gedeeltelijk door mijn leeftijd: niemand had het er echt over; en ook gedeeltelijk door mijn opvoeding door heel gedreven mensen, zodat ik niet echt doorhad hoe bijzonder dit feitelijk was.

Daarbij waren er nog twee factoren waren die mijn leven bemoeilijkten, al zag ik dat toen niet, althans niet op deze manier:

Het Magies Sentrum Amsterdam, om het in de termen van die jaren te stellen, dat toen net ontstaan was, met Provo, samen met de betrekkelijk plotselinge opkomst van meer welstand en meer mogelijkheden; en Kreatie 3, een club die ik toen pas ontdekte, die huishield in een garage in de Diderotstraat, ergens tussen Slotermeer en Geuzenveld.

Om te beginnen met K3, zoals "de leden" het meestal noemden.

Dit was ontstaan in 1966, in de Volkeltocht, in een autobus, waarin zich, geheel bij toeval, een aantal van de kernleden bevonden: Richard M, Fredje, Pietje van der H, Rieks H en zijn  vriendin Sonja, Ton G, Ellen B, Rini en Anja S en nog een paar, waarvan de meesten elkaar niet kenden, en toen en daar vonden dat ze véél meer gemeenschappelijk hadden dan ze met anderen hadden, en dus besloten een soort informele club op te richten, en dat deden door een garage te huren in de Diderotstraat.

Dat was feitelijk een ruimte waar hooguit een busje te stallen was, met wat ruimte er om heen, maar het was ook vrij hoog, had een eigen toilet-ruimte, en er werd snel een bar neergezet, zodat er toch enigszins makkelijk plaats was voor een man of 40, als je je dicht bij elkaar bevond.

Ik wist daar niets van in 1966. Ik was wel op die Volkeltocht - tegen de atoom-wapens, die toen en nu in Volkel opgeslagen waren en zijn, al is dat pas anno 2013 min of meer toegegeven door ex-premier Lubbers - maar deed deze met de OPSJ op de fiets, op een vrijdag t/m zondag in de lente, en kan me er niet bijzonder veel van herinneren, afgezien van een vage gezelligheid.

In 1967 was ik vanaf 21 maart volkomen daas en extatisch verliefd op Edith B., en het was voor de eerste keer in mijn leven dat ik echt verliefd was, al had ik diverse kalverliefdes gekend vanaf mijn 8ste t/m mijn 15e, maar dit was de eerste ook sexuele - ik spel met een x, zoals ik toen deed - liefde, en het sloeg onmiddellijk en totaal onweerstaanbaar toe, en de aanbedene wilde heel weinig van me weten, al was ze ook niet echt onaardig.

Maar ik was duidelijk geheel niet voor haar wat zij voor mij was, en toen dat iedereen in de OPSJ duidelijk was - want ik was niet bleu met mijn eerste echte grote liefde - en het geheel niet lukte, had ik afscheid van die club genomen om Edith te vermijden, en was ergens in de zomer van 1967 in de Diderotstraat terecht gekomen, ik geloof met Ruud B., uit de OPSJ.

K3 bestond voornamelijk om te feesten, op Woensdag en op Vrijdag en Zaterdag, al werden er ook andere dingen gedaan, overwegend in samenhang met linkse politiek. Zo heug ik me bijvoorbeeld een bijeenkomst over godsdienst, met een waarachtige priester, ook in priester-kleiding, en een andere, met Mulisch en Regtien, over Vietnam, in allebei de gevallen waarbij ik het woord voerde en opviel, maar mij niet opzettelijk profileerde, omdat ik vond dat dit mijn taak niet was, en ik zelf weinig in Mulisch en Regtien zag, en niets in godsdienst.

Daarbij, ik was zeventien, en op een heleboel manieren nog zeer naïef, onvolgroeid, en zoekende, en wist dat meer wel dan niet, zoals ik ook wist dat ik het niet eens was met de CPN, al werd ik daar op 5 mei 1968 lid van gemaakt door Edith's oudere zuster Marisca B., waar ik voornamelijk op inging vanwege Edith, en ook omdat dit mijn vader zou plezieren, en dat laatste was ongetwijfeld waar.

Ondertussen had ik al een tijd daarvoor vriendschappen gesloten, in het bijzonder met Ton G. en Ellen B., die samenwoonden in een klein kamertje op de Utrechtsestraat; met Anja S. die net als ik lang, slank, verlegen en erg slim was, maar te bleu was haar verstand werkelijk te gebruiken; met Pietje van der H., die gefascineerd was door Fidel Castro en Che Guevara, en een baard droeg en heel goed kon discussieren; en met Richard M., die behoorlijk gek was, al lag dat  voornamelijk aan zijn onverzettelijkheid en zijn hoge IQ.

Ze waren allemaal, met uitzondering van Anja, een jaar of drie tot vijf ouder dan ik; ze werkten allemaal en studeerden niet; en ze waren allemaal minstens behoorlijk tot zeer intelligent maar ze waren ook geen van allen, als ik wel, zeer theoretisch geinteresseerd, of voornemens te studeren.

Maar ik kon het met allemaal minstens redelijk goed vinden, en raakte het meest bevriend met Ton en Ellen, die mij ergens eind 1967 introduceerden tot de hashish, dat toen behoorlijk nieuw was, maar behoorlijk normaal was in K3, overigens zonder ooit tot enige problemen te leiden. ("Een tevreden roker is geen onruststoker.")

Ook leefde ikzelf vanaf mijn ca. 14e/15e op zolder in de 2e Hugo de Grootstraat, waar mijn vader het kamertje dat tot de zolder behoorde voor mij vertimmerd had, en waarin ik voornamelijk ongestoord en alleen kon zijn, en lezen en typen en huiswerk doen, bijna alleen gestoord door mijn moeder via een baby-telefoon op batterijen, waarmee ze me kon zeggen dat het eten klaar was e.d.

Dit was voor mij een heel grote verbetering, want mijn vader had het moeilijk in die jaren, en was vaak opvliegend en boos, vanwege zijn concentratiekamp- problemen, dat niet makkelijk was, al raakte hij me niet meer aan vanaf mijn 14e, toen ik hem daar dringend om gevraagd had, want daarvoor sloeg hij me soms, hoewel niet vaak en niet hevig.

Ik leefde voor een flink deel alleen, al at ik thuis, op 1 hoog, en al was ik formeel een deel van het huishouden. Feitelijk ging ik voor een flink deel mijn eigen gang, en dat was bijzonder prettig, en ook was dit het begin van mijn  eigen grote boekenverzameling.

Ik had ook platen, en wat later een bandopname-apparaat, maar muziek was een interessante bijkomstigheid en niet en nooit een hoofdbelangstelling voor me, die vanaf mijn 15e om logica en filosofie draaide, allebei begrepen in de zin van redeneren, en in het bijzonder rationeel redeneren.

Het probleem op mijn 15e en 16e was dat ieder ander daar geheel anders over dacht dan ik, zodat ik in die twee jaar, die ik allebei nog op school doorbracht, ondanks mijn belangstelling feitelijk weinig leerde.

Vanaf mijn 17e, vrijwel direct van toen ik van school af ging, leerde ik, eenmaal zelfstandig, hoe bijzonder veel mij onthouden was geweest:

De Grieken, de Romeinen, de wiskunde, de natuurkunde, de filosofie, de psychologie, het lezen van echte literatuur als Multatuli (vrijwel de enige die ik vóór die tijd ontdekte, op mijn 14e, dankzij een cadeau van mijn moeder's vader), en véél meer was mij, bleek mij heel snel, ofwel geheel onthouden of was mij opgediend als bijzonder saai en zeer slecht en ongeïnspireerd gepresenteerd examen-voer.

Aan de andere kant:  Ik wist op mijn 17e dat ik heel weinig wist, en ik wist ook dat ik heel weinig tijd had, want overdag werkte ik, en 's avonds ging ik naar school, en ik had weinig tijd voor wat anders, behalve feesten in de weekenden in K3, dat ik vaak deed.

Een andere belemmering was dat ik helemaal niemand kende als ik - met mijn bijzonder brede belangstellingen en met mijn soort verstand, en dat is feitelijk zo gebleven, al is de latere reden hiervoor voor een deel in mijn ziekte te zoeken, en iets minder, vanaf dat ik op de universiteit was, aan het volslagen gebrek van gelijksoortigen, al blijft het ook een feit dat ik er
feitelijk hooguit twee of drie ben tegen gekomen.

Maar terug naar mijn 17e, en nu naar het Magies Sentrum Amsterdam en Provo, toen allebei behoorlijk populair, en vooral georiënteerd in Amsterdam rond groepen die ik niet écht kende, namelijk die rond Hitweek en rond Provo, die allebei wel links(ig) waren, en (enigszins) intellectueel, maar niet communistisch en daar ook weinig van gediend waren, zomin als de CPN in die tijd gediend was van hen.

Er waren in die tijd veel demonstraties en gebeurtenissen, vooral rond het Lieverdje, en vooral georganiseerd door mensen uit de kringen van Hitweek of Provo, en hoewel ik daar redelijk wat van aangekeken heb was het niet echt voor mij, omdat ik niemand uit die wereld kende, omdat de CPN ertegen of er geen voorstander van was, en vooral omdat ik andere dingen te doen had, als de avondschool en K3, dat ook grotendeels onafhankelijk was van Hitweek en Provo.

Ook zag ik er zelf niet veel in: Ik was wel geinteresseerd in soft drugs, maar dat was het wel ongeveer, en dat was voor mij ook geen voorname belangstelling, zoals het dat wel voor velen was; en ik had ook weinig op met alternatieve  voorgangers als De Ridder en Mulisch, die ik allebei voornamelijk zwetsers vond, en ik had daarnaast ook weinig op met wat de meer akademisch geschoolden toen deden of althans pretendeerden, dat vooral om Sartre en existentialisme draaide, dat mij, toen al, voornamelijk als flauwekul of aanstellerij verscheen.

Aan de andere kant, ik was 17 en het raakte me wel, eenvoudig omdat een boel me als nieuw verscheen, dat echter slechts heel gedeeltelijk waar was, maar dat ik toen niet goed door had, en ook omdat het meeste gepaard ging met muziek, feesten en blowen, dat ik wel interessant vond, hoewel ook weer minder dan de meesten, en dat dan weer vanwege mijn op dat moment nog niet bevredigde intellectuele interesses.

In Mei 1968, nadat ik zo'n 8 of 9 maanden voor de NMB gewerkt had, besloot ik daar te stoppen, en deed dat vooral omdat er ondertussen in Frankrijk grote onlusten waren uitgebroken die teruggingen op de Franse studenten, tamelijk vergelijkbaar hoewel niet hetzelfde als eerder had plaats gevonden in Berkeley en in Duitsland, en ik naar Frankrijk wilde om "de revolutie" te beschouwen.

We deden dat in één of twee delen: Met K3 gingen we begin Mei in een busje naar Parijs, met een stuk of zes mensen, zowel mannen als vrouwen, waarbij ik ons langs de douane smoeste, met een vaag en onwaar verhaal, en bleven daar een dag of drie of vier, en zagen een deel van de grote gevechten, overigens zonder er aan deel te nemen. En in begin Juni ging ik opnieuw, deze keer alleen en op de Mobylette, die bij Parijs ophield, zodat ik deze bij een boer in Vervins stalde, die overigens zeer perceptief was, en het over "la haine" (de haat) had die hem tegenstond, al was hij werkelijk straatarm, en daar opnieuw vijf dagen was, om te zien hoe alles verliep en uiteindelijk instortte.

Toen ik terug kwam moest ik weer werk zoeken, en werkte aanvankelijk kort voor uitzendbureaus, gewoonlijk als typist talen, omdat ik goed genoeg kon typen, en goed genoeg Engels, Duits en Frans kende om handelscorrespondentie te doen.

Ik had redelijk wat geleerd van de revolte, revolutie, rebellie, of hoe men het ook wilde noemen, en het had me wel degelijk veranderd, maar ik was net geen of net wel 18 toen ik er aan deel nam, en het bleef ook voor een flink deel onverwerkt, ook omdat ik opnieuw geen medestanders vond, en daarbij ondertussen iets anders gevonden had dat althans mij zeer interesseerde, maar verder heel weinigen: Ludwig Wittgenstein's Tractatus Logico-Philosophicus, die ik via W.F. Hermans' essay erover had leren kennen, en gekocht had, in Januari 1968, nog op mijn 17e, waarbij ik ook mijn eerste echte vriendin ontmoet had, die in de boekhandel werkte waar ik het kocht: Carolien van E., die voor boekhandel Nelissen werkte, in de Bilderdijkstraat.

Hoe het zij: Ik leerde heel snel heel veel het eerste jaar dat ik werkte, en kon dat gedeeltelijk omdat ik in Amsterdam was; gedeeltelijk omdat ik overwegend zelfstandig op mijn zolderkamertje woonde; en gedeeltelijk omdat ik voor het eerst enig geld had dat ik zelfstandig kon besteden aan boeken, maar dit was voor mij vooral een overgangstijd, van kind naar volwassene, en ik was al die tijd er vooral tussenin, al was ik voor een groot deel, maar nog niet geheel volgroeid.

Ik ben nu zowel dezelfde als tamelijk anders dan toen - dezelfde, omdat mijn instellingen zoals ik die nu nog steeds heb vooral toen gevormd werden, al nam dat nog een jaar of 5 a 7; als ook tamelijk anders omdat ik mij als zeventienjarige beschouwde als een soort marxist van eigen vinding, en dat laatste - de eigen vinding - was eenvoudig omdat ik toen al wist dat de CPN theoretisch niets voorstelde, maar niets echt beters vond, en dus op mijzelf was aangewezen, maar mijzelf te jong en onvolleerd achtte om zékere keuzes te maken.

Laat ik om dit verhaal af te sluiten, dat zeer snel neergeschreven is op 21 juni 2013, terugkeren tot de NMB en de vakantie van 1968:

Ik vermoed achteraf dat meneer Grambergen het goed met mij meende en behoorlijk veel van me verwachtte, maar zomin als ik met de revolte in Frankrijk, als de komst van The Sixties had gerekend, en ook dat mijn talenten te groot waren voor een bank als de NMB, die feitelijk klein en vooral oneerlijk was, dat ook het voornaamste was dat mij ervan afkeerde: mr. Dooijeweerd en mr. Nijenbandring de Boer waren mijn mensen geheel niet, en het valse en pretentieuze en opgeblazen klimaat dat er heerste was mijn wereld niet, en inderdaad zouden ook zij tamelijk snel falen, al had dat falen niets met mij of mijn wereld van doen.

Maar ik had althans twee of drie dingen geleerd terwijl ik werkte voor de NMB:

Een balans te lezen; dat de wereld van de NMB en van de Nederlandse banken vooral uit schijn bestond, en feitelijk vooral om hakkie en de welvingen van de  Olga's draaiden; en dat de grote meerderheid van wie er werkte geen karakter had, en alleen maar meedeed en de schijn ophield.

De bankwereld had hiermee voor mij afgedaan, en ik hield er definitef mee op om naar Frankrijk te gaan om de studenten-revolutie te aanschouwen, waar ik met vertwijfelde gevoelens van terug gekomen was, o.a. bewogen door het idee dat mijn eigen vader, hoewel geheel niet geleerd, veel meer karakter had dan de leiders van de studenten-revolutie, die ik als aanstellers zag, en zie, en dat de zaak mislukt was, waarvan ik ook niet echt wist of ik daar voor of tegen was, omdat ik ook toen al zag dat er zowel links als rechts heel weinig mensen met zinnige toepasbare ideeën waren, waarvan ik toen al vond dat het uiteindelijk om draaide.

Maar met mijn vader was het in die tijd heel moeilijk praten, al was hij me wel overwegend terwille, zoals bleek toen ik terugkwam, en na enig uitzendwerk besloot weer op vakantie te gaan, deze keer naar Londen: "Van mij mag je - je bent er verstandig genoeg voor".

In begin Augustus ging ik dus, met de boot, naar London voor een week, dat ik zowel lelijker als interessanter vond dan Parijs, en waarvan me vooral de boekhandel Foyles bijstaat, waar ik Aristoteles' Ethics en Plato's Dialogues kocht, allebei in Penguin Classics, die mij bijzonder aanspraken, en die mij als veel intelligenter verschenen dan Marx' toch overwegend duistere proza.

Toen ik terug kwam besloot ik weer een vaste baan te vinden, voornamelijk omdat ik doorwilde met de avondschool, waarvan ik ruim de helft van het voorgaande jaar gedaan had, maar niet meer, vooral vanwege Franse omstandigheden.

Ik ging dus voor Excerpta Medica werken ca. September 1968 - maar dat is een ander verhaal, voor later.

---------------------------------

2. GHCQ taps fibre-optic cables for secret acces

Now back to English and the crisis.

Here is the Guardian of June 21, with (at least) three quite important articles, written by other journalists than Glenn Greenwald, but based on Edward's Snowden revelations.

First there is this:
Here are the first five paragraphs

Britain's spy agency GCHQ has secretly gained access to the network of cables which carry the world's phone calls and internet traffic and has started to process vast streams of sensitive personal information which it is sharing with its American partner, the National Security Agency (NSA).

The sheer scale of the agency's ambition is reflected in the titles of its two principal components: Mastering the Internet and Global Telecoms Exploitation, aimed at scooping up as much online and telephone traffic as possible. This is all being carried out without any form of public acknowledgement or debate.

One key innovation has been GCHQ's ability to tap into and store huge volumes of data drawn from fibre-optic cables for up to 30 days so that it can be sifted and analysed. That operation, codenamed Tempora, has been running for some 18 months.

GCHQ and the NSA are consequently able to access and process vast quantities of communications between entirely innocent people, as well as targeted suspects.

This includes recordings of phone calls, the content of email messages, entries on Facebook and the history of any internet user's access to websites – all of which is deemed legal, even though the warrant system was supposed to limit interception to a specified range of targets.

The existence of the programme has been disclosed in documents shown to the Guardian by the NSA whistleblower Edward Snowden as part of his attempt to expose what he has called "the largest programme of suspicionless surveillance in human history".

For more, follow the above link.

3. Mastering the internet

Then there is this:
Here are its last five paragraphs:

Referring to Tempora's "deep dive capability", it explained: "It builds upon the success of the TINT experiment and will provide a vital unique capability.

"This gives over 300 GCHQ and 250 NSA analysts access to huge amounts of data to support the target discovery mission. The MTI programme would like to say a big thanks to everyone who has made this possible … a true collaborative effort!"

Tempora, the document said, had shown that "every area of ops can get real benefit from this capability, especially for target discovery and target development".

But while the ingenuity of the Tempora programme is not in doubt, its existence may trouble anyone who sends and receives an email, or makes an internet phone call, or posts a message on a social media site, and expects the communication to remain private.

Campaigners and human rights lawyers will doubtless want to know how Britain's laws have been applied to allow this vast collection of data. They will ask questions about the oversight of the programme by ministers, MPs and the intelligence interception commissioner, none of whom have spoken in public about it.

For more, follow the last link.

4. Mastery of the internet will mean mastery of everyone

Next, there is this:
Here are three of its middle paragraphs:

As the enormous implications of this story become clear, about such things as the lack of meaningful oversight in both countries, the use of commercial companies and the wholesale disregard for the fundamentals of our two democratic systems, it's important to recognise that a decisive moment has been reached.

The impact of all dramatic stories eventually fades, but this revelation is of pivotal importance: either we allow the completion of MTI, or we demand that the two agencies are brought to account and properly controlled by the politicians that we put in power to look after our interests, not to squander our freedoms.

It is an alarming fact that over the last two weeks, as details of Prism and the covert acquisition of phone records have been laid bare, politician after politician, on both sides of the Atlantic and from both sides of the left-right divide, has argued that the loss of a little liberty is a small sacrifice to make for security. Most appreciate that no such transaction exists in the real world, for the very reason that those making the argument stand to gain so much from public acquiescence. This is about the unscrutinised power of a deep state and its burgeoning influence on society. Thanks to Snowden, the world has evidence of the totally monitored future that GCHQ and NSA plan for us, and that political establishments turn a blind eye to. As he said of the US's director of national intelligence James Clapper's assurances to Congress, "Baldly lying to the public is the evidence of subverted democracy."

For more, see the last link. And note my theoretical notes of December 25, 2012: I did foresee it, in considerable detail also. The brief lesson is as I said:

You have nearly all been had, by your ruling class and their secret spooks - you are being controlled, by the spooks of the NSA and of the GHCQ.

It may be still undoable, but you have to be strong, and this has to stop, and indeed the governments which do this need to disappear, it seems to me - though I do not know how to get better government, but only that terminating this is very urgently needed, precisely because mastery of the internet will mean mastery of everyone  - and because absolutely no one can deal with such incredible powers in a responsible fashion, and least of all its present spy masters and their governments.

In any case:

I do hope this unloosens discussion and rapid decisions: It is very seriously needed.

---------------------------------
P.S. 9 juli 2013: Een paar taal- en stijl-foutjes in m'n autobiografie verbeterd.

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)


       home - index - summaries - mail