Prev-IndexNL-Next

Nederlog

  March 26, 2013

Dutch Stalinism: "Over Politiek, Ideologie en Taalgebruik"

"(..) this age makes me so sick that sometimes I am almost impelled to stop at a corner and start calling down curses  from heaven like Jeremiah."
(
George Orwell - A Life, by Bernard Crick, p. 271)

"Prťjugť, vanitť, calcul, voilŗ ce qui gouverne le monde. Celui qui ne connait pour rŤgle de sa conduite que raison, vťritť, sentiment, n'a presque rien de commun avec la sociťtť. C'est en lui-mÍme qu'il doit chercher et trouver presque tout son bonheur."
-- Chamfort  [1]
















Sections

Introduction   
1.  OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK
About ME/CFS


Introduction:
I keep having problems with my eyes, and I saw that I had forgotten to upload "Over politiek, ideologie en taalgebruik" (= "About politics, ideology and use of language") to my own section in the philosophy section on my site.

This is a fairly long essay about the Dutch CP  - called CPN - and the last link is to the English Wikipedia article on it, that says it was "officially disbanded" in 1991, the same year that the booklet "Alles moest anders" (= "Everything had to be different") was published, which was mainly by the effectively Stalinist careerists who used that party to get to positions of power, status and income in the Dutch universities and/or media.

Yesterday I linked to a video of a speech by the late Dutch writer and poet Gerrit Komrij, given in 2006, but it turns out this comes with rather a lot of typical Dutch bullshit I personally try to avoid, so here are better links to the speech itself, that is in Dutch and was entitled in translation "The betrayal of my generation":
Because of my eyes; because I have quite a few Dutch readers every day who may have missed it; and because I think it is a good essay about the CPN, and indeed a good essay about totalitarian modes of thought and abuses of language, I reproduce it below.

There is a lot more I could say, but most of it would be repetitions of what readers of Dutch can find in ME in Amsterdam.

So here and now I only add I have published this before in Nederlog, in 2009, where some of my readers may have met it, and that I have today uploaded a copy
to my own section in the philosophy section on my site.

Finally, In case you are looking for
"Over politiek, ideologie en taalgebruik": It is under the last link, and below, if you scroll on.
----------------------------------
Note

[1] When I was young the Dutch preparatory schools for the university required the learning of five or three foreign languages (Latin, Greek, English, French, German), and even the preparatory schools for ordinary menial office jobs required the learning of the last three foreign languages. That's why I know French, and I found it most useful. These days, when the academic Dutch elite consists for the most part of folks who would never have made in a Dutch university, or through a Dutch grammar school, as these were between 1865 and 1965, it is only required that children learn one foreign language, in schools that are supposed to prepare for the universities.

So I translate for my younger postmodernistically miseducated readers:

Prejuduce, vanity, calculation govern the world. Someone who does not know how to guide his behavior except by reason, truth, feeling, has almost nothing in common with society. It is in oneself that one must search and find almost all of one's happiness.


About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate
search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)


       home - index - summaries - mail





 

OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK


                                                                                             
Secties


Colofon: Het volgende essay is in 1982 geschreven op papier; in 1988 ingevoerd in een computer en uitgeprint; en deze printout is in 2009 opnieuw ingetiept en in 4 delen in Nederlog gepubliceerd on line, met het eerste deel onder de link.

Op dit moment - 12 sep 2009 - is dit een eerste voorlopige definitieve versie, die nog moet worden voorzien van wat meer noten en links, en van een nawoord.


OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK
                                                                                             
Secties


1. Een ethische paradox:

Er bestaat een beangstigend verband tussen enerszijds interesse en emotie, en anderszijds onwaarheid en onzin: Hoe sterker mensen iets voelen, hoe meer onware en onzinnige beweringen ze er gewoonlijk over accepteren.

Mensen handelen gedreven door hun emoties en geleid door hun ideeŽn, en omdat mensen wat betreft levensbeschouwelijke vragen gewoonlijk handelen op basis van onwaar geloof, onrealiseerbare wensen, en verwarde gevoelens is de menselijke geschiedenis wat zij is: Een voortdurende opsomming van nodeloze oorlogen; zinloze onderdrukking; wreed en dom geweld; en veel onnodige misere en ellende voor de meerderheid van de mensen, met als voortdurend bedreigde lichtpuntjes de groei en uitingen van kunst en wetenschap - altijd het geesteskind van een kleine, vaak bedreigde en vervolgde minderheid van begaafde individuen.

De grote culturele en menselijke thema's

  • Wat is goed, rechtvaardig, een goede maatschappij?
  • Wat is waarheid, echtheid, werkelijkheid?
  • Hoe behoort men te leven?

hebben de hele menselijke geschiedenis door aanleiding gevormd tot de grootst mogelijke en meest kwalijke onzin, die vrijwel onveranderlijk gebaseerd was op groot, eerlijk en diepgevoeld idealisme.

Specifieke en wijdverbreide antwoorden op deze vragen - christelijke, communistische, islamitische etc. - zijn zowel de inspiratie van het dagelijks handelen, denken en voelen van, letterlijk miljarden, mensen, en het geestelijk fundament van hele culturen en vele samenlevingen, als de emotionele en intellektuele basis van de meeste en de grootste maatschappelijke en menselijke misere. En niets heeft meer aanleiding gegeven tot intolerantie, onderdrukking, vervolging en oorlog dan goedbedoeld maar onwaar of onpraktiseerbaar idealisme.   Secties

2. De rol van ideologieŽn:

Het is daarom wenselijk enig inzicht te verkrijgen in hoe de - onware maar gewoonlijk zeer idealistische - ideologieŽn waarmee de meeste mensen zichzelf en anderen oriŽnteren, begrijpen en onderdrukken functioneren: Waarom mensen er zich toe aangetrokken voelen en erdoor geÔnspireerd worden; hoe een ideologie functioneert; en wat de rol van een religieuze of politieke organisatie is.

Enkele van dergelijke vragen zal ik hier behandelen en illusteren aan de hand van de CPN. Ik zou ook een andere politieke of religieuze groepering hebben kunnen kiezen, maar ik ben daarover minder goed geÔnformeerd: Ik ben opgegroeid als kind van prominente communistische ouders: Mijn vader was ťťn van de mede-organisatoren van de Februari-staking (als gevolg waarvan hij ruim 3 1/2 jaar in Duitse concentratie-kampen heeft gezeten) en jarenlang een leidend partij-functionaris en -bestuurder; en mijn moeder was en is partijlid. Ikzelf heb filosofie en psychologie gestudeerd, en ben op mijn twintigste, in 1970, uit de partij gestapt o.g.v. diepgaande meningsverschillen met de toenmalige partijleiding (i.h.b. Verheij).  Secties

3. De CPN:

Veel van wat over de CPN geschreven wordt (en werd) is onzinnig, partijdig, onvoldoende geÔnformeerd of bijzonder oppervlakkig. Dit geldt zowel voor de voor- als tegenstanders van de CPN. Partijleden geven meestal een partieel en bevooroordeeld beeld; naar onpartijdigheid strevende politieke commentatoren hebben gewoonlijk weinig kennis van hoe de CPN intern functioneert en wat kommunisten drijft; ex-partijleden zijn niet op de hoogte van de relevante klassieke sociologie (i.h.b. Mosca, Michels en Weber) die hun ervaringen begrijpelijk zou kunnen maken; en vrijwel niemand is behoorlijk thuis in zowel marxistische als niet-marxistische filosofie, of combineert een behoorlijke sociologische kennis met uitgebreide ervaringen in de CPN.

Dit alles is niet op mij van toepassing. Maar hoewel wat volgt minder oppervlakkig en obgeÔnformeerd is dan wat ik gewoonlijk onder ogen krijg over de CPN is het ook geen diepgravende of uitputtende verhandeling - het zijn een aantal samenhangende maar onvolledige theoretische observaties over de CPN. Een deel van de redenen mij hiertoe te willen beperken zijn dat mijn belangstelling elders ligt (in wetenschapsfilosofie, logika en grondslagen van de wiskunde) en dat ik reeds jaren ziek ben (sarcoÔdose) - en deze opmerkingen dateren in feite uit de zomer van 1982. Maar genoeg over mijzelf.  Secties

4. Twee fundamentele vragen:

In ieder geval worden, kennelijk door een gebrek aan pertinente kennis, een aantal wezenlijke vragen op politiek gebied gewoonlijk niet gesteld, of niet goed gesteld, laat staan goed beantwoord. Dat is jammer, want de vragen zijn relevant, en de antwoorden, denk ik, interessanter dan de vele smakelijke maar weinig verhelderende sfeerstukjes over de CPN die de landelijke pers de laatste tijd sieren. Twee van die vragen zijn (en zinnige vragen willen nog wel eens banaal klinken):

  • Wat is een politieke partij?
  • Wat is de rol van ideologieŽn?

De antwoorden op deze vragen zijn minder eenvoudig of vanzelfsprekend dan de meeste mensen kennelijk geneigd zijn te denken. De vragen zijn algemeen gehouden omdat ze in algemene vorm het meest zinnig zijn en omdat de CPN in veel opzichten een politieke partij als alle andere is, alleen wat extremer. De antwoorden zijn af en toe enigszins abstrakt, maar dat betekent niet dat ze onbegrijpelijk zijn, of geen duidelijke praktische betekenis of inhoud hebben. En mijn centrale punt heb ik reeds geformuleerd: Onwaar idealisme is de oorzaak van veel maatschappelijke en menselijke misere, en de communistische ideologie biedt hiervan een bijzonder goede, leerzame en pijnlijke illustratie.  Secties

I. OVER POLITIEKE PARTIJEN

5. Wat een poltieke partij is:

Iedere politieke partij is een vrijwillig aangegaan verband van mensen die via propaganda en handelingen macht proberen te verkrijgen voor hun leiders, met het doel hen en hun aanhang betere kansen te bieden om hun wensen te realiseren.

Deze karakteristiek is afkomstig van Max Weber (Wirtschaft und Gesellschaft, I, p. 167). Weber onderscheidt diverse types politieke partijen, maar zijn onderscheidingen zijn niet erg systematisch en de volgende overwegingen lijken mij veel bruikbaarder ter klassificatie van partij-typen:

  • Iedere politieke partij stelt zich bepaalde doelen (in abstracto: Het behouden of veranderen van (delen van) een maatschappij of vornen van maatschappelijk functioneren.
  • De doelen zijn altijd ethisch van aard, maar primair in het belang van een bepaalde groep: Men wenst rechtvaardige(r) verdeling van ...... (inkomens, macht, status, kansen etc.), voor een bepaalde groep, nl. in de eerste plaats partijleden en aanhangers.
  • Iedere politieke partij streeft haar doelen na met diverse middelen, variŽrend van hoogst moreel tot hoogst immoreel, terwijl overigens de middelen die men geŽigend acht variŽren met de sitiatie, de partij en de partij-ideologie,  Secties

6. Soorten politieke partijen:

Politieke partijen kunnen geklassificeerd worden in typen aan de hand van hun opvattingen over doelen en middelen: Ten aanzien van de doelen en middelen van een politieke partij kunnen we de volgende vijf vragen stellen:

  • A. Hervormingsgezind vs. revolutionair: Zijn de doelen van de partij alleen te bereike na radikale maatschappelijke omwentelingen, of is het mogelijk de maatschappij gradueel te hervormen in de richting van de door de partij gewenste doelen?
  • B. Gelijke(re) kansen vs. ongelijke(re) kansen: Leidt realisatie van de partijdoelen tot meer gelijke kansen, of juist niet?
  • C. Met onafhankeleijke vs. zonder onafhankelijke ethiek: Zijn alle middelen geoorloofd voor de realisatie van de doelen, of bestaat er naast of boven de partij  een van de partijbelangen onafhankelijke ethiek die bepaalde handelingen, ook al zijn ze doelmatig, verbiedt als immoreel? (Denk aan het hele scala dat loopt van (witte) leugens en propaganda via geweld en politieke moord naar politieke terreur.)
  • D. Met objectief vs. zonder objectief waarheidsbegrip: Heeft de partij (het partijbestuur) altijd gelijk, of bestaat er naast of boven de partij een van de partijbelangen onafgankelijk waarheidsbegrip waarmee men de partijstellingen kan kritiseren?
  • E. Met beperkte vs. onbeperkte doelen: Is volgens de partij-ideologie alles politiek, of ondergeschikt aan de politiek, of zijn de partijdoelen onder- of neven-geschikt aan andere (maatschappelijke, culturele) waarden?  Secties

7. Schets van de Nederlandse politieke partijen:

Dit zijn geen vragen die met wat betreft de meeste politieke partijen met een eenvoudig "ja" of "nee" kan beantwoorden - gewoonlijk is het een kwestie van meer of minder: Politieke partijen verschillen gradueel en niet absoluut. Bovendien moet men niet alleen de partijideologie maar ook haar feitelijk handelen aanschouwen - wat mensen doen is vaak niet wat mensen zeggen dat mensen behoren te doen. Maar in algemene termen gesproken denk ik dat de meeste Nederlandse politieke partijen hervormingsgezind zijn; een tamelijk onafhankelijke ethiek, en een enigszins objectief waarheidsbegrip hebben. Ool propaganderen ze bijna allemaal voor gelijkere kansen voor iedereen te zjn, terwijl dit in de praktijk zelden het geval blijkt te zijn.  Secties

8. Hoe de CPN verschilt:

De CPN verschilt aanzienlijk van de meeste Nederlandse partijen op bovenstaande criteria: Ze is revolutionair, zonder daarbij een onafhankelijke ethiek te hanteren, en zonder dat er een objectief waarheidsbegrip is dat los staat van de partij-ideologie.

"Die Partei hat immer Recht"

- partij-poŽet Berthold Brecht motiveert dat zo:

"Der Einzelne hat zwei Augen
 Die Partei hat tausend Augen
 (...)
 Der Einzelne  kann vernichtet werden
 Aber die Partei kann nicht vernichtet werden."

(Uit het gedicht "Lob der Partei".) En volgens de communistische ideologie is er geen objectieve waarheid los van partijdigheid: Alle waarheid is partijdig en "draagt klassekarakter", en bovendien ligt de waarheid vast, indien ze eenmaal is afgekondigd door het partijbestuur. Afwijkingen van de partijlijn worden dan ook gewoonlijk als "(klein)burgerlijke, partijvijandige deviaties" beschouwd, hetgeen weer samenhangt met de onbeperkte doelen van de communistische partij: Alles is politiek en ondergeschikt aan de politiek, en alles wordt beoordeeld in termen die in de eerste plaats politiek zijn: Er is "burgerlijke" en "proletarische" kunst; "kleinburgerlijke" en "communistische" moraal; en "kapitalistische" en "socialistische" wetenschap. En tenslotte streeft een communistische partij echt gelijke kansen voor alle mensen na, hoewel dat, indien de partij eenmaal de macht in handen heeft, gelijke onderdrukking van bijna iedereen door het partij-apparaat en de communistische ťlite blijkt te betekenen.  Secties

9. Over communisten:

Meningen maken mensen. Het resultaat van de bovenstaande meningen wordt door James Burnham, zelf ex-communist, als volgt omschreven (en geciteerd door George Orwell, Collected Essays IV, p. 236):

"The true communist... is a "dedicated man". He has no life apart from his organizatiomn and his rigidly systematic set of ideas. Everything that he does, everything that he has, family, job, money, belief, friends, talents, life, everything is subordinated to his Communism. He is not a Communist just on election day or at Party headquarters. He is a Communist always. He eats, reads, makes love, thinks, goes to parties, changes residence, laughs, insults always as a Communist. For him, the world is divided into just two classes of human beings: the Communists, and all the rest."

Hetzelfde geldt natuurlijk voor andere totalitaire overtuigingen - waarbij "totalitaire overtuiging" niet primair bedoeld is als waardeoordeel, en gedefinieerd wordt in termen van de laatste drie criteria in sectie 6: Een totalitaire overtuiging is een overtuiging waar geen waarheid in tegenspraak mee kan bestaan; waar geen onafhankelijke ethiek kan bestaan; en waarvan de doelen alomvattend en de leer allesverklarend is.

In deze zin zijn de meeste extremistische en/of ongebruikelijke politieke en religieuze overtuigingen totalitair, evenals zich ook tegenwoordig minder extreem manifesterende geloven als het katholieke of protestante. En voor het Communisme geldt hetzelfde als voor het Christendom:

"He who begins by loving Christianity better than Truth will proceed by loving his own sect or church better than Christianity." (Coleridge)

Met als resultaat:

"Christans have burnt each other, quite persuaded
 That all the Apostles would have done as they did." (Byron) 
Secties

10. Politieke partijen als groepen:

Politieke partijen zijn georganiseerde sociale groepen. Georganiseerde sociale groepen bestaan uit verzamelingen groepsleden met een gemeenschappelijke ideologie, onderling verbonden door een sociale structuur. In het geval van politieke partijen bestaat de sociale structuur uit een verzameling hiŽrarchisch gebonden rollen: Er is een formele leiding, een middenkader van bestuurders en uitvoerders, en er is de grote massa van de gewone partijleden op wier contributies de groep draait. En de ideologie (of wereldbeschouwing) van een sociale groep zijn de ideeŽn en idealen die de groep samenhoudt, naast persoonlijke kontakten en sympathie: De ideologie van een groep formuleert haar doelen en idealen en verklaart hoe de wereld in elkaar zit. De ideologie van een sociale groep, i.h.b. van een politieke partij of religieuze vereniging, is vaak afgeleid van of gebaseerd op een of andere filosofische of religieuze theorie, en vaak zijn er fundamentele teksten of heilige boeken, en een geschreven codex of synopsis van de leer die de groepsleden als leidraad dient. In een politieke partij is de codex het partijprogramma (de officiŽle ideologie van de partij), dat gewoonlijk grotendeels door de partijleiding bepaald wordt, terwijl de ideologie als sociaal bindmiddel functioneert door de leden eenzelfde ideologie in een gedeeltelijk groeps-eigen taalgebruik en vooral een eigen terminologie, waarmee haar ideologie wordt uitgedrukt.  Secties

11. Over aanhangers van politieke partijen:

De redenen waarom mensen sympathiseren met politieke partijen zijn talloos maar schijnen uiteen te vallen in vijf soorten: (i) omdat men erin is geboren, of er familie in heeft; (ii) omdat men er vrienden in heeft of wil socialiseren met aanhangers van die partij; (iii) omdat men gelooft door met deze partij te sympathiseren men de eigen belangen behartigt; (iv) omdat men idealistisch is, en een bepaalde maatschappij wil veranderen of behouden; of (v) omdat men een carriere(tje) in de politiek wil maken.

Voor de meeste aanhangers van een partij zal het aanhangen wel veroorzaakt zijn door een mengsel  van motieven, maar ik vermoed dat de eerste twee, sociale, redenen voor de meeste partijleden om lid te blijven zijn, en de laatste drie egoÔstische en altruÔstische redenen de voornaamste gronden van hun lid worden zijn.

Hoe het zij, iedere politieke partij biedt een veelzijdige en interessante vorm van tijdsverdrijf, zelfbeleving of levensvervulling: Er zijn allerlei manieren waarop men zich belangrijk kan maken of voelen; men hoort ergens bij; men heeft, samen met anderen, een visie op de wereld; men heeft een doel en idealen; en er zijn in een partij gewoonlijk allerlei vormen van sociaal gedrag, vermaak en belangenbehartiging mogelijk naast carriere-mogelijkheden en het bedrijven van politiek.  Secties

12. Over macht:

Een politieke partij bestaat echter minder voor haar leden dan voor haar leiders: Het uiteindelijke doel van iedere politieke partij is macht en invloed, en wel voor haar leiders. Macht is het vermogen het doen of denken van anderen tegen hun wil te veranderen; macht die niet uitgeoefend wordt tegen iemands wil is invloed. De manier waarop verschillende politieke partijen deze macht willen verkrijgen verschilt, evenals het soort macht (economisch, politiek, religieus) waarin de partij-leiding in de eerste plaats geÔnteresseerd is, maar uiteindelijk wil iedere partij-leiding regeren. In de praktijk blijkt dit doel, zeker voor kleinere partijen, en wat betreft het uitvoeren van een partij-programma (de officiŽle partij-ideologie) meestal onbereikbaar. Het feitelijk doel van de partij wordt dan haar eigen (voort-)bestaan: Het partijleven draait rondom de acties, festivals, demonstraties, verkiezingsbijeenkomsten etc. die voor en door de partij georganiseerd worden.

En er zijn in iedere politieke partij altijd twee soorten partij-aktiviteiten, zoals er twee soorten leden zijn: Enerszijds is er het midden- en hogere kader van de partij - degenen die iets persoonlijks te winnen of verliezen hebben in de partij - waartussen zich een uitgebreide interne machtsstrijd afspeelt om ere-baantjes, carrieres, machtsposities in besturen, en financieel aantrekkelijke functies; anderszijds is daar de grote massa van gewone partijleden waarvoor de partij in de eerste plaats een belangenbehartigins-verenigig is waar men het nuttige (eigen belangenbehartiging) met het aangename (drinken, kletsen, flirten, kortom: zichzelf beleven en uiten) kan verenigen.  Secties

13. Wat alle politieke partijen kenmerkt:

De essentiŽle feiten voor goed begrip van een politieke partij zijn ondertussen de volgende

  • alle partij-organisaties zijn hiŽrarchisch;
  • alle partijen worden geleid door kleine cliques, die het meeste belang hebben bij de partij;
  • alle politieke partijen, hoewel in naam democratisch, zijn in feite oligarchisch
  • in alle politieke partijen speelt men vrijwel voortdurend interne machtsstrijd tussen diverse fracties en belangengroepen;
  • in elke partij bepaalt de partijleiding de koers en de partijvisie;
  • in elke politieke partij laat de partijleiding zich gewoonlijk periodiek (her-)verkiezen door haar leiders.

Dit geldt voor alle partijen, en het geldt in extreme mate voor extremistische partijen als de CPN, waarin een aanzienlijk deel van van de tijd en energie gestoken wordt in interne partijstrijd: In de 25 jaar van 1957 tot 1982 zijn minstens vier radikale wijzigingen als gevolg van verregaande interne machtsstijd aan te wijzen: De royementen van Wagenaar, Gortzak, Brandsen etc. in '58; de koerswijziging in de '60-er jaren weg van de Sovjet-Unie en het royement van Baruch e.a.; de mislukte staatsgreep van ere-voorzitter Paul de Groot eind zeventiger jaren; en de recente machtsovername door 'anti-sexistische. anti-stalinistische' vernieuwers.  Secties

14. Over interne partij-democratie: 

Maar interne en externe machtsstrijd is de dagelijkse bezigheid van alle politieke partijen. en allerminst kenmerkend voor de CPN. De CPN verschilt in dit opzicht van andere politieke partijen door haar felle en eigenaardige taalgebruik, en in de mate waarin personen zwartgemaakt worden, en dat is allemaal niet fraai - maar de corrupte walm die uit andere partijen opstijgt, zoals rondom Udink, Boersma, Aantjes, Schwietert etc. is evenmin verheffend. (NB: Dit is in 1982 geschreven. De sindsdien geopende beerput van incompetentie, corruptie, nepotisme, zakkenvullerij, machtsmisbruik, immoreel gedrag en schijnheilige uitvreterij in de Nederlandse politiek is vooral verbazend omdat het bijna niemand meer lijkt te interesseren: De bevolking heeft in meerderheid gekonkludeerd dat haar politieke voorgangers zakkenvullers zijn, en gelooft nauwelijks meer in politieke idealen en politieke integriteit; de politieke voorgangers gaan, onder moreel gehuichel over "het verval der moraal in de samenleving" gewoon door met hun zakken te vullen, en overigens blijft alles bij het oude: De enige intellectueel en moreel competente politicus in Nederland is W. Drees, en hij is 101, en een reliek uit fatsoenlijkere, hoewel niet betere tijden.[Noot])

Het argument dat de CPN "niet democratisch is". dat jarenlang door de PvdA gehanteerd werd om samenwerking met de CPN af te wijzen is dan ook politieke demagogie. Er zijn tal van goede redenen om niet met de CPN samen te werken, maar gebrek aan interne democratie behoort daar niet toe, want iedere politieke partij is alleen in schijn democratisch. Een goede reden om niet met de CPN samen te willen werken is dat ze een totalitaire maatschappij-ordening nastreeft (ook als dat niet in de bedoeling van de partij-leden ligt: "Het reŽel bestaande socialisme" is ook gevestigd door goedwillende idealisten); een andere reden om niet samen te willen werken betreft de ideologie van de CPN, want daarin verschilt de communistische partij wezenlijk van alle andere. Daartoe wenden we ons nu dan ook.  Secties

II. OVER IDEOLOGIE

15. Wat ideologieŽn zijn:

Een ideologie is een systeem van opvattingen over hoe de werkelijkheid is en zou moeten zijn. Een ideologie bestaat dus uit een serie veronderstelde feiten en waarden: zo is de maatschappij; zo is de mens; en dat zijn onze doelen en waarden.

Zoals ieder dier geboren wordt met de instincten die het nodig heeft om zich te oriŽnteren, zo moet de mens, als lid van de rationaliserende diersoort, de ideologieŽn leren van de groepen waarin hij/zij moet leven: De mens is het ideologische dier, en zoals de pijn en de dood de prijs zijn die dieren moeten betalen voor het leven, zo zijn ideologieŽn de prijs die de mens moet betalen voor zijn grotere intelligentie.

De meest bekende vormen van ideologie zijn religies, maar veel algemene politieke opvattingen functioneren ook als ideologieŽn, evenals een aantal eemvoudige filosofische systemen.

Omdat ideologieŽn vooral dienen als inspiratie en sociaal cement zijn ze zelden redelijk en altijd emotioneel gefundeerd: IdeologieŽn drukken vooral wensen en waarden uit, en het feitelijk wereldbeeld wordt grotendeels ondergeschikt gemaakt aan die wensen en waarden. Dit is dan ook de reden dat de meeste filosofieŽn en de wetenschap zich niet direct lenen als ideologie, hoewel ze maatschappelijk wel voor ideologische doelen gebruikt en getravesteerd kunnen worden: De meeste filosofieŽn en de wetenschap zijn te ingewikkeld of nemen het te nauw met de waarheid om goed als makkelijk te begrijpen wereld- en  mens-beeld te kunnen dienen.

De voornaamste eisen waar een verzameling ideeŽn en idealen over wat de werkelijkheid en goed kwaad zijn moet voldoen om een sociaal succesvolle ideologie te kunnen vormen zijn:

  • de ideeŽn en idealen moeten een groep mensen het gevoel geven belangrijk en waardevol te zijn;
  • de ideeŽn en idealen moeten grotendeels eenvoudig te begrijpen zijn, hoewel een flinke dosis onbegrijpelijke schijnbare diepzinnigheid een overigens triviaal domme ideologie een stuk aantrekkelijker maakt voor de meeste mensen;
  • de ideeŽn en idealen moeten althans schematische antwoorden geven op fundamentele filosofische vragen, waarmee ieder mens mee geconfronteerd wordt: Wat is werkelijkheid; waartoe dient het leven; wat is een goede maatschappij; welke rechten en plichten hebben mensen?
  • de ideeŽn en idealen moeten een aantal algemeen waardevol geachte doelen omschrijven die de aanhangers van de ideologie hopen te bereiken;
  • de ideeŽn en idealen moeten, binnen de beperkingen van het gewone menselijke verstand en de bestaande kennis en maatschappelijk geaccepteerde opvattingen, een schijn van geloofwaardigheid en redelijkheid hebben.

Het laatste criterium voor een sociaal succesvolle ideologie maakt het voor aanhangers van reeds lang bestaande ideologieŽn, zoals de traditionele religies, noodzakelijk om de geloofsopvattingen regelmatig enigszins aan te passen, bij te stellen, of anders in te kleden. Dat de aanhangers het daarbij niet zo nauw hoeven nemen wat rationaliteit en redelijkheid betreft, vooral gezien de gemiddelde menselijke domheid en de algemeen-menselijke behoefte aan een ideologie, hoe slecht gefundeerd ook, toont het voortbestaan van de logisch, wetenschappelijk en moreel onhoudbare grote religies aan.  Secties

16. Het gevaar van ideologieŽn:

IdeologieŽn zijn niet alleen nodig; ze zijn ook gevaarlijk. De noodzaak schuilt in  de typisch menselijke behoefte aan een ideologie; het gevaar schuilt in het feit dat vrijwel iedereen zich vooral laat leiden door wensen en waarden en niet door een rationeel gefundeerd inzicht in wat waar, waarschijnlijk, of realistisch is. Voorzover mensen ideologieŽn kiezen, kiezen ze gewoonlijk voor de ideologie waarmee ze opgevoed zijn of voor een die bijzonder appeleert aan sterke gevoelens die ze hebben, en verzinnen achteraf de rationalisaties bij om de keuze een schijn van redelijkheid te geven.

Het meeste menselijk leed wordt niet veroorzaakt door individuele kwaadaardigheid maar door op maatschappelijke schaal georganiseerde ondernemingen en getolereerd onrecht, als oorlogen, slavernij en uitbuiting. Alle maatschappelijke ondernemingen zijn ideologische ondernemingen, en dat maakt ideologieŽn, naast macht, een van de twee fundamentele factoren in sociale ontwikkelingen.  Secties

17. Het communisme als ideologie:

De communistische ideologie is de meest wijdverbreide wijdverbreide wereldse religie, d.w.z. een heilsleer waarin het heil in deze wereld bereikt kan en moet worden. De term "religie" is gerechtvaardigd niet alleen omdat er traditionele religies zonder god zijn, zoals het Boeddhisme, maar ook omdat het communisme de gebruikelijke karakteristeken van een religie heeft:

  • er is een nogal verafgode stichter, Karl Marx;
  • er zijn heilige, onaantastbare boeken, waarin de leer voor altijd is uitgedrukt: Het Communistische Manifest en Das Kapital;
  • er zijn een groot aantal apostelen, heiligen en martelaren, waarvan Engels, Lenin en Luxemburg de bekendsten zijn;
  • er zijn meerdere, elkaar sterk bekonkurerende maar verwante, want op dezelfde stichter teruggaande geloofsrichtingen: Trotskisme, Stalinisme, Maoisme;
  • er zijn ketters en renegaten, die vervolgd en bestreden worden.

Twee verdere karakteristieken van het communisme, die ook in andere prominente religieuze ideologieŽn gevonden kunnen worden, en waarop ik hieronder dieper wil ingaan, zijn het bestaan van meerdere ideologische niveaus en het eigen ideoloigisch gefundeerde taalgebruik.

De meeste langer bestaande ideologieŽn hebben minstens drie niveaus:

  1. een intellectueel niveau, vooral voor individuele aanhangers en voor debatten met niet-geestverwanten, waarin dieper ingegaan wordt op  fundamentele vraagstukken en de eigen positie afgepaald wordt op algemeen menselijk, filosofische en wetenschappelijk gebied;
  2. een filosofisch niveau, vooral voor intellectuele hervormers van de leer, waarin enerszijds de diepere bedoelingen van de stichter uitgespit en geduid worden, en anderszijds geprobeerd wordt nieuwe ontwikkelingen, ontstaan sinds de dood van de stichter, een plaats te geven binnen zijn systeem;
  3. een traditioneel niveau, voor de gewone gelovige en voor het alledaags gebruik, waarin het eigen taalgebruik sterk tot uiting komt en waar vrijwel geen serieuze rekening wordt gehouden met andere opvattingen, omdat men toch voor medegelovigen en geestverwanten spreekt.

In de communistische ideologie kunnen deze drie niveaus ook onderscheiden worden:

  1. Intellectueel: Het wetenschappelijk socialisme: Dit was tot voor kort de officiŽle ideologie van de CPN. Het handboek daarvan heet "Osnovy Marksistikoj Filosofii" en is in 1958 uitgegeven door de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Partij-uitgeverij Pegasus heeft er hoofdstukken vertaald van uitgegeven als boeken, getiteld "Wat is Dialektisch Materialisme?" en "Wat is Historisch Materialisme?", welke jarenlang in de theoretische partij-scholing (= onderwijs in de partij-ideologie) DE handboeken waren. Overigens bestaat er een uitstekend uittreksel van het hele boek onder de titel "Die dogmatischen Grundlagen der Sowjetischen Philosophie", gemaakt door de Poolse logicus en dominikaner frater I.M. Bochenski. Hieronder geef ik een korte samenvatting van het wetenschappelijk socialisme.
     
  2. Filosofisch: Het Marxisme:  In feite is dit een onsamenhangende verzameling theoretische constructies die meestal is samengelijmd uit citaten en interpretaties van Marx en Engels en latere epigonen (als Lukacs, Marcuse, Althusser, Gramsci, Habermass e.a.). Marxisme is voer voor intellectuelen, en gezien het ingewikkelde taalgebruik en afgrijselijke jargon alleen voor hen toegankelijk. Tot voor kort bestond het daarom niet in de CPN, maar sinds de toevloed van intellectuelen en de vermindering van de partij-discipline begint het ook daar op te bloeien. Ik zal er daarom hieronder een paar dingen over zeggen.
     
  3. Alledaags: Dit was en is de feitelijke ideologie van de CPN. Een (politieke) ideologie is een manier om de werkelijkheid begrijpelijk en aanvaardbaar te maken, en om sociale samenhang in een groep tot stand te brengen. Een gemeenschappelijke taal en visie zijn essentieel voor het goed functioneren van een sociale groep, maar om dit doel te bereiken hoeft de taal niet erg zinnig en de visie niet erg waar te zijn. En omdat waarheid geen essentieel criterium voor een ideologie is bestaat deze over het algemeen uit propaganda: Uit clichť's, waar iedereen het mee eens kan zijn; uit slogans, eigen aan de partij en de zaak; en uit demagogie, bedoeld om de wijfelaars te overtuigen en tegenstanders te kleineren.  Secties

18. Samenvatting van het wetenschappelijk socialisme:

Laten we eerst de officiŽle communistische ideologie, het wetenschappelijk soscialisme beschouwen.

Waarom is de partij zo belangrijk voor communisten? Waarom hebben zoveel begaafde arbeiders maatschappelijke carrieres opgegeven voor partij-carrieres en maatschappelijke discriminatie? Het antwoord ligt grotendeels in het zelfbeeld van de communisten en hun partij, dat aanmerkelijk verschilt van dat van andere partijen: Het is een grandioze visie op de mensheid en de maatschappij, en op de rol en de taak van communisten in de maatschappij:

Voor communisten is partijwerk de hoogste vorm van redelijk en ethisch geÔnspireerd handelen: Men strijdt voor het heil der mensheid, gemotiveerd door hoge humanitaire idealen en geÔnspireerd door wetenschappelijk verantwoorde ideeŽn over de maatschappelijke en natuurlijke werkelijkheid.

De communistische idealen zijn een maatschappij waar geen uitbuiting, oorlog of gebrek heerst; waar iedereen vrij en gelijk is; waar allen hun gaven volledig kunnen ontplooien; en waar iedereen de gemeenschap steunt naar vermogen en van de gemeenschap ontvangt naar behoefte - dit laatste is een gebruikelijke "definitie" van het begrip "communistische maatschappij".

De communistische ideeŽn kunnen als volgt samengevat worden:

De werkelijkheid bestaat uit zich in voortdurend beweging bevindende materie, die voortdurend met zichzelf in tegenspraak is en zichzelf daardoor ontwikkelt en verandert. Deze versie van het filosofisch materialisme wordt dialektisch materialisme genoemd, en het fundamentele, kenmerkend communistische idee daarbij is de dialektische wet van de eenheid der tegenstellingen: Alles wat bestaat ontwikkelt zich op grond van interne en externe tegenstellingen - en daarom is niets eenduidig of absoluut waar, en ieder gezichtspunt partijdig, een parti pris.

De maatschappij, als onderdeel van de natuur, ontwikkelt zich ook volgens communistische bewegingswetten, en Karl Marx heeft ontdekt hoe de geschiedenis moet verlopen en zal gaan verlopen, en wat het wezen van de maatschappij is. Deze ideeŽn over de maatschappij worden historisch materialisme genoemd, en komen op het volgende neer:

Omdat mensen in de eerste plaats in leven moeten blijven en in hun bestaan voorzien is de economie de basis waarop al het maatschappelijk gebeuren teruggeleid moet worden. Iedere maatschappij heeft een economisch fundament: De produktieverhoudingen, d.w.z. het geheel van zich voortdurend veranderende arbeidsmiddelen (technologie) en arbeidsverhoudingen (de rollen en posities die mensen bekleden in het produktieproces).

De totale maatschappij is gefundeerd op dit economisch fundament, en wordt uiteindelijk bepaald door economische produktieverhoudingen: Staat, recht, politieke partijen en hun ideologieŽn, moraal, kunst, wetenschap, religie - kortom. het gehele maatschappelijk gebeuren is ten nauwste verweven met en wordt in laatste instantie bepaald door de economische grondslagen van de maatschappij.

Sinds de oertijd wonen mensen in een klassen-maatschappij: Klassen zijn groepen mensen die gekenmerkt worden door de rol die zij in het produktie-proces spelen, i.h.b. door hun verhouding t.o.v. de productie-middelen. De hele beschavings-geschiedenis is de geschiedenis van de klassenstrijd, veroorzaakt door de dialektische tegenstelling tussen uitbuiters en uitgebuitenen.

Marx heeft vastgesteld dat de menselijke maatschappijen zich ontwikkelen in welbepaalde en noodzakelijke stadia en dat de overgang van een stadium naar het volgende voltrokken wordt met revolutionaire sprongen. Vanuit het vroege oerkommunisme, waarin allen gelijk waren en alle eigendom gemeenschappelijk was ontwikkelde zich de slavenmaatschappij; daaruit het feodalisme; en tenslotte het kapitalisme waarin wij nu leven: Een maatschappelijk systeem waarin de arbeiders geen andere eigendom hebben dan hun arbeidskracht, die ze om in leven te kunnen blijven tegen de geldende marktprijs moeten verkopen aan de eigenaars van de produktiemiddelen (fabrieken etc.), de kapitalisten.

Marx heeft ontdekt hoe de kapitalistische economie werkt, en hoe de kapitalist zich het grootste deel van de maatschappelijke rijkdom toeŽigenen: Alles wat geproduceerd wordt heeft waarde doordat voor de productie een bepaalde hoeveelheid arbeid nodig is, en die waarde is (gemiddeld en gewoonlijk) gelijk aan de prijs die voor de arbeid betaald wordt.

Dit is Marx' arbeidswaarde-theorie: Goederen hebben waarde in evenredigheid met de hoeveelheid arbeid benodigd voor hun productie. De kapitalisten behalen hun winst door de arbeiders niet de volledige prijs voor hun arbeid uit te betalen, maar slechts een deel daarvan - het niet-betaalde deel is de winst. Dit is Marx' meerwaarde-theorie: Kapitalisten verkrijgen hun rijkdom door de arbeiders een deel van de door hun geproduceerde waarde niet uit te betalen maar zelf te behouden.

Alle nieuwe maatschappelijke systemen ontstaan uit de strijd tussen uitbuiters en uitgebuitenen en komen tot stand via een maatschappelijke revolutie. Alle revoluties, willen zij succesvol zijn, moeten geleid worden - en in het kapitalisme is de Communistische Partij de organisator en voorhoede van de onderdrukte en uitgebuite arbeidersmassa's. Omdat de Communistische Partij  een strijd-organisatie is, die op leven en dood vecht met het kapitalisme, de kapitalistische staat en met haar organen, is het nodig dat de partij geleid wordt met een strakke discipline, waarin alle leden verplicht zijn eenmaal genomen besluiten uit te voeren. Deze vorm van partij-organisatie wordt democratisch centralisme genoemd.

Marx heeft ook bewezen dat de kapitalistische economie uiteindelijk aan haar interne tegenstellingen tenonder moet gaan: Er zal een economische losbarsten en de voorhoede van de arbeidersbeweging, de Communistische Partij, zal de arbeiders dan in een revolutionaire strijd naar hun bevrijding en naar het volgende systeem van maatschappelijke productie-verhoudingen, het socialisme, leiden.

Het socialisme is een maatschappelijke overgangsperiode waarin allen loon naar prestatie zullen ontvangen en niemand meer uitgebuit zal worden omdat alle productiemiddelen gemeenschappelijke eigendom zullen zijn.

In deze socialistische overgangsperiode zal de staat nog bestaan en de dictatuur van het proletariaat nodig zijn om de overblijfselen van het kapitalisme te bestrijden.

Na verloop van tijd zal de staat echter afsterven en het communisme aanbreken: Iedereen zal de gemeenschap dan dienen naar vermogen en van de gemeenschap ontvangen naar behoefte: alle maatschappelijke tegenstellingen zullen opgeheven zijn omdat alle eigendom gemeenschappelijk is; en allen zullen gelijk zijn en zich optimaal kunnen ontplooien - en dan zal de mensheid werkelijk vrij zijn van onderdrukking en gebrek, en zal de mens werkelijk mens zijn.  Secties

19. Aantrekkingskracht van het wetenschappelijk socialisme:

Zo ongeveer zag het wereldbeeld van mijn vader en van andere geschoolde en gestaalde partij-kaders eruit. Het heeft allemaal weinig met wetenschap en veel met dogmatisch geloof in een heilsleer te maken, maar het is ook een aanzienlijk diepgravender en, ondanks de onwaarheid, meer omvattende en beter gefundeerde visie op de werkelijkheid dan die van andere partijen, of dan de visies van de traditionele godsdiensten.

Ook is het een bijzonder morele visie: De geschiedenis is een leerschool voor de mensheid, waarin individuele mensen zich ethisch goed of slecht gedragen door de keuzes die ze maken en de rol die ze spelen; waarin goed en kwaad objectief bepaalbaar zijn op grond van de historische gang van de maatschappelijke ontwikkeling: Goed is wat het communisme dichterbij brengt, en kwaad wat dat goede verhindert; en waarin ieder mens dus een welbepaalde taak heeft, nl. de revolutie bevorderen en zich overigens als een goed mens en als een goed communist gedragen.

Het was vooral deze morele kant van de ideologie die belangrijk was voor de meeste communisten, en hoewel het meer theoretische deel van de ideologie hen makkelijk verleidde tot totalitaire standpunten en gedragingen was het ook zo dat eem proportioneel groot aantal van de communisten echte, eerlijke en moedige idealisten waren, en dat de Communistische Partij vooral dergelijke karakters aantrok.  Secties

20. Over het marxisme:

Voordat we tot de eigenlijke, alledaagse, partij-ideologie komen zullen we de meest intellektuele component van de communistische ideologie, het marxisme, beschouwen.

Het is betrekkelijk zinloos uitgebreid op het marxisme in te gaan - in de eerste plaats omdat het gros der communisten daar nauwelijks van op de hoogte is aangezien het marxisme typisch een filosofie voor intellektuelen is, en in de tweede plaats omdat "het" marxisme niet bestaat: Wat bestaat zijn 1001 varianten op en exegeses van de MEW (Marx-Engels Werke) en de latere epigonen (zoals Lenin, Trotsky, Lukacs, Marcuse, Althusser e.d.). Hierover zou veel te zeggen kunnen zijn, maar ik merk alleen de volgende drie dingen op:

  1. De fundamentele ideeŽn van het marxisme nl. een versie van het historisch materialisme en de daaruit voorvloeiende fixatie op economische factoren, en een min of meer sterke variant van relativisme t.a.v. waarheid en moraal zijn kenmerkend voor alle vormen van marxisme. Wat daar door de diverse latere exegeten aan is toegevoegd is vnl. onwaar of onzin indien nieuw, en oninteressant indien bekend: Het grootste deel van de activiteiten in marxistische intellectuele kringen bestaat uit het voortdurend herhalen en herkauwen van dezelfde afgeleefde frases en ideeŽn, verpakt in een gewoonlijk afgrijselijk intellectualistisch argot, waaraan voor een buitenstaander gewoonlijk kop noch staart valt te ontdekken.
     
  2. Marxisten zijn volgelingen, en volgelingen lezen zelden anders dan hun eigen heilige schriften: Marxisten gebruiken weinig (want "burgerlijke") theoretici. Deze zijn in de marxistische wereld ook vrijwel onbekend: Marxisten lezen gewoonlijk geen andere dan marxistische filosofie; marxisten lezen gewoonlijk geen moderne wetenschap: Er is vrijwel geen marxistisch geÔnspireerd empirisch onderzoek (of het moet zijn naar de Grote Denkers van weleer: Literatuur-onderzoek), en er zijn vrijwel geen empirische problemen in het marxisme; er zijn ook geen eigen onderzoekstechnieken of -strategieŽn (enkele nogal futiele pogingen daartoe daargelaten); er is geen zinnige marxistische wetenschapsfilosofie; geen empirische traditie; enm geen empirische of diepgaande theoretische belangstelling - het wezen van de werkelijkheid is immers ontdekt; en "de plicht van iedere revolutionair is revolutie te maken" (Che Guevara) - en nadenken is daarbij alleen maar hinderlijk. (Deze appreciatie geldt het Westers westerse marxisme. In het Oostblok ligt de zaak enigszins anders, maar niet beter.)
     
  3. En tenslotte is alles wat konventioneel of klassiek marxistisch is weerlegd of verbeterd: Het dialektisch materialisme is natuurkundig bezien onzin; logisch gezien een samenraapsel van redeneer-fouten en ambiguÔteiten dat alleen dient als rhetorisch middel om de tegenstanders en zichzelf te verwarren; en filosofisch gezien taalmisbruik (zie: Bunge, Zinoviev, Bochenski en een kursus wiskundige en filosofische logica). Het historisch materialisme bevat een belangrijke kern van waarheid maar is principieel weerlegbaar d.m.v. een eenvoudig logisch argument, en feitelijk hoogstens partieel geldig (zie bijv. Weber's "Protestantische Ethik"; Tawney's "Religion and the Rise of Capitalism" en C.W. Mill's "The Marxists"). Marx was een geniaal econoom, maar zijn economische theorieŽn zijn precies onjuist wat betreft de meest essentiŽle marxistische stellingen: De arbeids- en meerwaarde-theorie (zie Morishima's "Marxian Economic" en Steedman's "Marx after Sraffa").  Het heeft weinig zin deze ingewikkelde en vaak vak-technische argumenten hier op te voeren, en daarom heb ik volstaan met enkele literatuur-verwijzingen.

De samenvattende konklusie ligt echter voor de hand (en wie deze zou willen bestrijden behoort zich eerst op de hoogte te stellen van de bovengenoemde literatuur):

Wetenschappelijk gezien is het marxisme van groot belang geweest voor, vooral, de sociologie en de economie. Het historisch materialisme heeft belangrijke onderzoeksterreinen geopend en is de aanleiding geweest voor veel interessante theoretische sociologie (zoals van Mosca, Weber en Mill). Voor de marxistische economie geldt iets soortgelijks (Veblen, Kalecki, Sraffa, Morishima, Robinson).

Maar het opmerkelijke is dat de ontwikkeling van marxistische ideeŽn vooral het werk is van niet-marxisten, die zich niet verloren in de betovering van een alverklarende alomvattende ideologie, maar de overdrijvingen van Marx en Engels corrigeerden. Voor de marxisten daarentegen functioneerde "het" marxisme als een heilsleer (in dit geval voor intellectuelen) - zoals de meeste ideologieŽn; zoals de meeste religies; zoals het meeste waardoor mensen zich laten (mis-)leiden.  Secties

21. Over de alledaagse CPN-ideologie:

En dan komen nu tot de laatste en feitelijk belangrijkste component van de communistische ideologie: De propaganda, zoals de meeste partijleden deze bijvoorbeeld dagelijks uit uit het Volksdagblad "De Waarheid" of maandelijks uit "Politiek en Cultuur", het theoretisch orgaan van de CPN, kunnen vernemen.

Vrijwel alle politieke en religieuze propaganda heeft een geringe intellektuele inhoud en een compenserende grote emotionele inhoud: Mensen laten zich motiveren door hun emoties, en propaganda bestaat grotendeels uit emotioneel of misleidend taalgebruik. Cognitief appeleert propaganda gewoonlijk aan de hoogste humanitaire idealen, terwijl het gelijktijdig emotioneel appeleert aan heel wat lagere maar evenzeer menselijke beweegredenen - aan het verlangen naar een eenvoudige wereld waarin Wij goed zijn, gelijk hebben, en het beste voorhebben met de mensheid en Zij slecht zijn, ongelijk hebben en de mensheid willen onderdrukken.

Indien dergelijke ideologische propaganda sociaal geaccepteerd is (zoals hele naties kan gebeuren door nationale propaganda in tijden van oorlog) leidt dit tot grote verbondenheid; indien ze sociaal niet geaccepteerd is (zoals de ideologische propaganda van extremistische partijen of religieuze groepen) dan leidt dit gewoonlijk tot totalitairisme en paranoia: De anderen moeten wel misleid en/of kwaadwillig zijn indien Ons gelijk niet niet wordt ingezien.  Secties

22. Ideologie en taalgebruik:

Ideologie manifesteert zich vooral als taalgebruik, en propaganda is de meest uitgesproken vorm van ideologie. Algemeen gesproken is taalgebruik bijzonder belangrijk omdat denken grotendeels bestaat in het omschrijven, verklaren en verbinden van begrippen d.m.v. woorden en zinnen: taal is het medium van het denken - wie goed kan redeneren, kan goed formuleren.

De vormen van taalgebruik, de terminologie, de connotaties en betekenissen van de woorden, zelfs de grammatica, zijn evenzovele hindernissen of hulpmiddelen voor helder denken en zuiver voelen: Hindernissen in de mate waarin het woordgebruik nodeloos abstract, wijdlopig of onhandig is, de woordbetekenissen vaag of meerduidig, en de grammatica beperkt; hulpmiddelen in de mate waarin denk- en taal-fouten vermeden kunnen worden en een uitgebreide woordenschat, met helder gedefinieerde begrippen en een soepele grammatica taalgebruikers in staat stellen zonder veel moeite een helder en beeldend proza te gebruiken.

Iedere welbepaalde sociale groep heeft een eigen taalgebruik dat gekenmerkt wordt door een bijzondere voorkeur voor bepaalde woorden, definities, intonaties, uitspraak en manier van zinsbouw. Het is moeilijk het belang van dit taalgebruik, dit voor de groep kenmerkend dialect, te overdrijven:

  • het vervult een belangrijke sociale functie: zij die de taal van de groep spreken manifesteren zich als (ex-)groepsleden;

  • het vervult een belangrijke intellectuele functie: Groepsleden denken in termen, slagzinnen en clichťes die in hun groep gebruikelijk zijn;

  • het vervult een belangrijke emotionele functie: Groepsleden laten zich vooral inspireren en motiveren door het hun bekende taalgebruik.

Extremistische groepen hebben daarom een extremistisch taalgenbruik: Wat zij willen zeggen laat zich vaak niet bevredigend in normale termen uitdrukken; wat zij voelen hangt samen met hun besef anders te zijn; kortom, wat zij zijn, zowel voor zichzelf als voor de rest van de wereld, wordt vooral intellectueel en emotioneel bepaald door hun taalgebruik: De sociale identiteit en het bestaan van een zelfstandige groep hangen nauw samen met het handhaven van een eigen dialect en daardoor uitgedrukte emoties, waarden en ideeŽn.  Secties

23. De rol van het CPN-taalgebruik:

Geen Nederlandse politieke partij heeft dan ook een zo vreemdsoortig taalgebruik met zoveel wanstaltig jargon, zulke versleten clichťes en zulke botte dooddoeners als de CPN. Omdat de CPN zo'n buitenbeentje in de Nederlandse politiek is, en haar leden bovendien gewoonlijk laag opgeleid zijn, is de feitelijke alledaagse ideologie van de CPN een uit redeneerfouten, jargon, demagogie, en krompraterij gecomponeerde aanslag op de Nederlandse taal en het vermogen je daarin helder uit te drukken. Hetzelfde geldt overigens in enigszins mindere mate voor alle Nederlandse politieke partijen: Partij-proza is onveranderlijk bot, dom en vooringenomen - zoals de politici die het spreken.

Dit eigenaardige taalgebruik, waarvan ik hieronder illustraties zal geven, heeft nog een functie, die door Orwell, die zoveel zo snel en zo scherpzinnig zag en formuleerde, als volgt omschreven werd:

"Het was niet alleen de bedoeling van Nieuwspraak om een uitdrukkingsmiddel aan de hand te doen voor de wereldbeschouwing en de denkgewoontes eigen aan de aanhangers van (de partij), maar ook om alle andere denkwijzen onmogelijk te maken. Het was de bedoeling dat, wanneer Nieuwspraak voorgoed aanvaard was, en de Oudspraak vergeten, een ketterse gedachte - dat is een gedachte die afwijkt van de beginselen van (de partij) - letterlijk ondenkbaar zou zijn, tenminste voorzover gedachten afhankelijk zijn van woorden. De woordenschat ervan was dusdanig samengesteld dat zij nauwkeurig en vaak heel vernunftig uitdrukking kon geven aan elke gedachte die een partijlid redelijkerwijs tot uitdrukking mocht willen brengen, met uitsluiting van alle andere gedachten en ook van de mogelijkheid daartoe te komen langs andere wegen." (p. 250)

Dit is, met twee niet-essentiŽle wijzigingen, geciteerd uit Orwell's "1984".

Natuurlijk hanteert iedere sociale groep een eigen dialect en is krompraterij wijd verbreid, terwijl het ook zo is dat het partij-jargon niet met opzet gecreŽerd is om het nadenken tegen te gaan. Dit is echter nauwelijks een hoopgevende gedachte: Kwaad uit opzet valt redelijk te bestrijden, maar tegen kwaad uit domheid baten redelijke argumenten niet.

Wat betreft de CPN is het wezenlijke punt dit: Dit taalgebruik, deze verkrachting van het Nederlands, IS de eigenlijke communistische ideologie, voor vrijwel alle communisten, zoals "de taal gans het volk" is, en het heeft de vorm van een verzameling merendeels onzinnige drogredenen en clichťes, muurvast verankerd in een taaie brei van overteerbaar, onduidelijk en emotioneel jargon. Met behulp van dze drogredenen en clichťes verklaren de Nederlandse communisten de wereld, en met behulp van het jargon en de slogans worden de leden geÔnspireerd en gemotiveerd, en de groep bij elkaar gehoudenSecties

24. Drie soorten redeneerfouten:

Om een preciezer beeld van de alledaagse communistische ideologie te verkrijgen moeten drie onderdelen van de alledaagse communistische propaganda bekeken worden: De meest gebruikelijke drogredenen; de schablonen en het partij-jargon.

Het partij-jargon is het meest kenmerkend en opvallend, maar de drogredenen en schablonen zijn het meest belangrijk, want het jargon bepaalt de emoties, en de drogredenen en schablonen het denken.

Laat ik beginnen met de drogredenen, na voor de volledigheid en een juist perspectief opgemerkt te hebben dat een analyse van de gebruikelijke drogredenen, schablonen en termen voor iedere sociale groep gemaakt kan worden, en dat, naast verwantschaps- en vriendschaps-banden iedere sociale groep vooral wordt samengehouden door een eigen taalgebruik, waarin de belangen en ideologie op een kromme en overwegend irrationele maar emotioneel bevredigende manier uitgedrukt worden.  Secties

25. Gebruikelijke drogredenen in de CPN:

Drogredenen zijn redeneerpatronen waarbij de konklusie niet logisch volgt uit de aannames, maar die desondanks toch voor velen overtuigend zijn.

Er zijn tientallen bekende drogredenen, grotendeels al bekend sinds de Griekse Oudheid, en iedere goede filosofische encyclopedie geeft er een overzicht van. Iedereen maakt zich er iedere dag opnieuw, en vrijwel altijd onbewust, schuldig aan het gebruik van drogredenen om zichzelf of anderen te overtuigen van een of andere, gewoonlijk emotionerende, konklusie, en de grote religies en politieke bewegingen zijn allemaal gedeeltelijk gefundeerd op een aantal drogredenen.

De in de CPN meest gebruikte drogredenen zijn m.i. de volgende vijf.

1. de zwart/wit drogreden: Het gebruik van scherpe onderscheidingen waar daar geen goede redenen voor zijn, of het klassificeren van tussenliggende gevallen als ťťn van twee extremen.

Deze drogreden wordt in de CPN o.a. gebruikt om de wereld te verdelen in voor- en tegenstanders, volgens het zwart/wit principe dat wie niet voor ons is tegen ons is; om mensen te verdelen in vijanden en vrienden; en maatregelen en politieke plannen in goed en slecht. Dit alles maakt het redeneren een stuk eenvoudiger, maar de greep op de werkelijkheid in dezelfde mate illusioneler. De zwart/wit drogreden is het fundament van veel emotionerend taalgebruik en van zeer veel emotionele konklusies.

2. de zijn/behoren drogreden: Het trekken van morele konklusies uit feitelijke premissen.

Deze drogreden wordt in de CPN als fundament in vrijwel alle politieke discussies en plannenmakerij gebruikt: Voortdurend worden feiten vermomd als waarden of waarden als feiten geponeerd, met als uiteindelijk resultaat dat een objectief, onafhankelijk waarheidsbegrip niet bestaat in de CPN: Waar is wat het socialisme en de partij dient; onwaar wat daartegenin lijkt te gaan. O.a. door het gebruik van de zwart/wit drogreden kan veel tegen de CPN in lijkt te gaan, wat vaak geleid heeft tot argumenten als "Omdat je de partij-leiding in deze zaak niet steunt, waarde kameraad, steun je, objectief gezien, de zaak van het kapitalisme". Deze drogreden hang nauw samen met de volgende

3. de wensen/waarheden of ideologische drogreden: Het trekken van feitelijke konklusies uit morele premissen - X is waar, want X is gewenst; Y is onwaar, want Y is ongewenst.

Dit is een algemeen-menselijke tekortkoming - "ik zie wat wat ik wens te zien en sluit mijn ogen voor de rest" - en in de CPN zeer gebruikelijk: zo overtuigde men zich zonder feitenkennis dat de toestand in de Sovjet-Unie idyllisch was omdat men dat zo wenste, en dat het kapitalisme voortdurend aan diepe crises leed. En zo werden Lenin en Stalin verafgood tot grote genieŽn, omdat het wenselijk is dat de partij geleid wordt door uitstekende mensen, en wordt uiteindelijk een onafhankelijke moraal en losstaand normbegrip waaraan het partij-handelen getest kan worden opgegeven: Het is wenselijk dat de partij gelijk heeft, ergo "die Partei hat immer recht"

De genoemde drie drogredenen stan aan de wortel van zeer veel overtuigingen in en buiten de CPN: Iedere ideologie is hier grotendeels op gefundeerd, en het is makkelijk te begrijpen waarom:

D.m.v. de zwart/wit drogreden wordt het wereldbeeld gesimplificeerd tot een intellectueel eenvoudig waar/onwaar, met voorbijgaan van kwalificaties als waarschijnlijk/onwaarschijnlijk, terwijl keuzes vereenvoudigd worden tot een simpel voor/tegen, zonder besef dat men zich heel redelijk kan gedragen door zich te onthouden of te beraden. En d.m.v. de onderling samenhangende zijn/behoren en ideologische (wensen/waarden) drogreden worden wensen maatgevend voor waarheden, en waarden bepalend voor wat de feiten mogen zijn, en wordt een politiek gevoerd waar wensdenken met voorbijgaan van wat waar, waarschijnlijk of realiseerbaar is, kenmerkend is. Het uiteindelijke resultaat hiervan voor prominente communisten is dat alleen de partij en haar veronderstelde tegenstanders bestaan; dat alleen waar en goed is wat de partij-leiding voor waar en goed houdt; en dat wat de partij-leiding voor waar en goed houdt bepaald wordt door wat haar politiek uitkomt.

Overtuigingen moeten niet alleen gevonden worden; ze moeten ook verdedigd worden. De twee meest gebruikte drogredenen in de CPN daarvoor zijn de volgende.

4. de genetische drogreden: Het identificeren van iets met de oorsprong ervan ("dat is niets anders dan...") of het aanvaarden of verwerpen van een bewering o.g.v. kwaliteiten toegekend aan de bron ("kijk wie het zegt").

In de CPN wordt deze drogreden gebruikt om alle kritiek van buiten de CPN te verwerpen als "burgerlijke wetenschap" of "afkomstig uit de burgerlijke pers", en wordt deze drogreden gebruikt om als waar te accepteren wat uit "socialistische" bron kwam, of door Marx, Engels of Lenin gezegd is. Deze drogreden heeft diverse meer specifieke vormen, waaronder

5. de ad hominem drogreden: Het aanvallen van de meningen van een persoon door zijn persoonlijkheid, karakter, motieven, bedoelingen, achtergrond, uiterlijk etc. aan te vallen.

Dit is een geliefd wapen bij gebrek aan betere argumenten: Als je de bal niet kunt spelen, speel je de man. In en buiten de CPN wordt dit zeer vaak gedaan. Het werkt vrijwel altijd, omdat op iedereen wat aan te merken is; omdat persoonlijke kritiek altijd emotionerend werkt; en omdat daardoor het feit dat het onderwerp veranderd is van de moeilijker te critiseren beweringen naar diens veel makkelijker critiseerbare persoonlijkheid over het hoofd gezien wordt. Gedurende lange tijd werden critici van de partij-lijn binnen de CPN door de leiding zeer snel van "partij-vijandigheid" of erger beschuldigd, en critici van buiten de CPN als "behorend tot de klasse-vijand", gewoonlijk zonder verder op de gebruikte argumenten in te gaan (anders dan via de genetische drogreden te argumenteren dat wat uit de mond van een partij-vijandige of klasse-vijand komt niet kan deugen).

De behandelde vijf drogredenen zijn, denk ik, de meeste gebruikelijke in de CPN (en ook in veel andere extremistische groepen). Wie het partij-proza van de CPN met enige argumentatie-theoretische kennis te lijf gaat zal merken dat niet alleen deze maar andere redeneerfouten met zeer grote frequentie voorkomen.  Secties

26. Gebruikelijke schablonen in de CPN:

Drogredenen zijn redeneerpatronen die betrekking hebben op hele zinnen; schablonen zijn redeneertechnieken die het gebruik van woorden, frasen en daardoor uitgedrukte begrippen betreft.

Een schabloon is het min of meer systematisch fout gebruiken van bepaalde begrippen of begripssystemen in bepaalde contexten. Een voorbeeld van het gebruik van een schabloon is inherent aan de zwart/wit drogreden, namelijk het onterechte gebruik van de veronderstelling dat een bepaald soort feiten in een bepaalde twee-deling past (en niet in een drie- of n-deling).

In de CPN zijn de volgende vier schablonen gebruikelijk:

1. reificatie: Het toekennen van werkelijk bestaan aan iets wat alleen een abstract begrip is.

Voorbeelden uit de CPN van de de toepassing van dit schabloon zijn als "het monopolie-kapitaal", "de reactie", "de arbeiders-beweging", "brede volksmassa's", "linkse (rechtse, reactionaire, progressieve) krachten" en de vrij bekende voorkeur van communisten om personen, handelingen en gebeurtenissen te verzelfstandigen als "ismes": "revanchisme", "formalisme", "fractionisme", "objectivisme" en natuurlijk "imperialisme", "kapitalisme", "socialisme" en "communisme".

Begrippen kunnen te pas en te onpas gebruikt worden, en abstracties zijn vaak heel bruikbare intellektuele hulpmiddelen. Het beschouwen of behandelen van abstracties als werkelijkheden is echter een denkfout, die bovendien heel verwarrend werkt omdat die door de grammatica in de hand gewerkt wordt: Zo kan bijvoorbeeld het analyseren van bepaalde verhoudingen tussen mensen of groepen zinnig en de omschrijving van die verhouding als "kapitalistisch" treffend en waarachtig zijn, maar de konklusie dat er "dus" iets als "het kapitalisme" is even twijfelachtig als de konklusie uit overeenkomstige premissen dat er "dus" iets is als "het voetbalisme".

Dit mechanisme van het tot zelfstandig ding maken vanwat in feite vaak niet zozeer dingen als processen, gebeurenissen of verhoudingen zijn ligt ook aan de basis van het volgende, aan reÔficatie verwante schabloon:

2. personificatie: Het toekennen van persoonlijke karakteristieken aan levenloze dingen, i.h.b. abstracties.

Vanaf het moment dat men een zelfstandig naamwoord als "het monopolie-kapitaal", "het imperialisme", "het socialisme" gecreŽerd heeft wordt het niet alleen heel voor de hand liggend te geloven dat men met dergelijke termen iets even eenvoudigs en voor de hand liggends als een stoel of een tafel aanduidt, maar bovendien ook heel makkelijk om er persoonlijke karakteristieken aan toe te kennen: Eenmaal in het bezit van de term het monopolie-kapitaal" wordt het heel vanzelfsprekend om zinnen te vervolgen met iets als "het monopolie-kapitaal wil ... of tracht ..." en te vervolgen met "de vastberaden strijdwil van de arbeidersklasse te ondermijnen".

Op deze manier worden door reficatie en personificatie niets beters dan spoken gevormd: In communistisch proza wordt de wereld niet alleen bevolkt door mensen maar ook door met persoonlijke karakteristieken begiftigde creaturen als "de krachten van de reactie", "de wil van het kapitaal", en "de strijd van de arbeidersklasse". Uiteraard kan iedereen zien dat dit metaforen zijn - als men er uitdrukkelijk op gewezen wordt, zoals hier. Maar wat iedereen kan zien, met of zonder moeite, is daarom nog niet waar iedereen rekening mee houdt: In de CPN wordt in deze termen gedacht, en wordt de wereld geanalyseerd alsof deze gepersonificeerde abstracties ook werkelijk bestaan, en alsof deze uit op hol geslagen grammatica en verbeelding samengeflanste spookbeelden de essentie van de maatschappelijke werkelijkheid zijn.

Het zicht op het metaforisch karakter van veel belangrijke communistische termen wordt voor partij-leden bovendien bemoeilijkt door twee verdere CPN-schablonen:

3. emotioneel taalgebruik: Het gebruik van emotioneel geladen begrippen waar dat onnodig of misleidend is.

In de CPN wordt zelden niet-emotionele taal gesproken: Om te beginnen wordt alles gezien in het licht van agressieve terrmen als "strijd" en sentimentele als "solidariteit", terwijl de eerder behandelde drogredenen het bijna onontkoombaar maken dat alle oordelen een verward en verwarrend gelijktijdig feitelijk en waarderend karakter hebben. Zo worden opponenten snel tot "werktuigen van de reactie" of "agenten van het groot-kapitaal", wat weer termen zijn die toepassingen zijn van de eerdere schablonen en van het laatste hier behandelde schabloon:

4. paranoia: Het zonder redelijke gronden aannemen van het bestaan van vijandige samenzweringen, vervolgingen of bedoelingen.

De geschiedenis van de CPN is vol van paranoia: Voortdurend zijn mensen uit de partij geroyeerd verdacht van samenzweringen ("fractionisme"), en voortdurend zag men in de CPN "duistere krachten van de reactie" een "komplot uitbroeden tegen de CPN".

Overigens verdient het opgemerkt te worden dat, gezien de ongrondwettelijke en vaak schandalige discriminatie van CPN-leden tot ver in de zestiger jaren, voor deze paranoia wel een zekere rechtvaardiging was. Maar er was ook veel mateloos overdreven gepraat binnen de CPN over samenzweringen tegen de CPN, dat waarschijnlijk vooral veroorzaakt werd door de ijdele wens zichzelf belangrijk genoeg te achten als doel van dergelijke samenzweringen van "de klassenvijand".

De bovenstaande vier schablonen zijn in vrijwel iedere pagina parij-proza aan te wijzen, en het is interessant om op te merken dat het gebruik van schablonen en drogredenen intensiveert al naar mate de gelegenheid officiŽler is: Partijcongres-stukken lijden er zeer aan, evenals de officiŽle partij-publikaties; en alnaarmate de partij-status van de soreker of schrijver hogedr is: Partij-voorzitters drukken zich vrijwel uitsluitend wanstaltig uit.  Secties

27. Gebruikelijk jargon in de CPN:

Als derde en laatste onderdeel van het communistisch taalgebruik behandelen we het typische partij-jargon. Dit is het meest opvallend en kenmerkend voor communisten: Alle sociale groepen zijn in overwegende mate gebaseerd op drogredenen, maar wat sociale groepen kenmerkt is hun jargon.

De volgende pastiche is samengesteld uit citaten ontleend aan een aantal jaargangen van "Politiek en Cultuur", het THEORETISCH maandblad van de CPN, en enkele citaten uit "De Waarheid" van 7.III.1975. Geen citaat is ouder dan 1969. en allen kunnen geÔdentificeerd worden.

Het wereldbeeld van de CPN komt hierin, in haar - ik herhaal het nog eens - theoretisch maandblad, als volgt naar voren:

Altijd is er sprake van "diepe crises van het kapitalisme", van "kapitalistische -politiek" gevoerd door "de multi-nationals en de banken", "de grote monopolies", "het militair-industrieel complex" of "de EEG-bonzen dat wil zeggen de Westduitse monopolies die daarin de feitelijke machthebbers zijn". Deze "kapitalistische -politiek" gebaseerd op "de winstzucht van de monopolies" leidt onveranderlijk tot "de nu beraamde nog scherpere aanvallen op het levenspeil", op "een politiek van loon-dictatuur" en tot "de zwaarste aanval op het levenspeil van de Nederlandse werkers sinds jaren".

De regering "die zich ondergeschikt maakt aan de grote monopolies" is meestal "een reactionair bewind" in dienst van "Duitse revanchisten en militaristen" dat "miljarden overhevelt naar de concerns en de bewapening opschroeft", daartoe bewogen door "de reactionaire NAVO-bewapeningspolitiek" of "de as Washington-Bonn".

Gewoonlijk heeft "het grote kapitaal zijn machtsposities en zijn bepalende invloed op het staatsapparaat ingezet" om "de belangen van de grote monopolies" te beschermen tegen "de strijdstemming onder de massa's" en "de kritiek onder brede lagen van de bevolking" op "de aggressiebe politiek van het militair-industriŽle complex".

Vaak staan "brede volksmassa's", "grote groepen werkers" of "de brede massa's van de werkende bevolking" vervuld van "strijdgeest" en "een geest van solidariteit" klaar om "de krachten van het imperialisme" ("de klassevijand") d.m.v.  "acties" en "Ôn daadwerkelijke solidariteit met acties" te bestrijden.

De CPN stelt zich dan ook tot doel "de massabeweging" "te leiden tot democratische machtsvorming en een coalitie van strijd". Altijd weer opnieuw doet zij hierbij een "massale oproep" tot "Eenheid van alle linkse krachten", "progressieve krachten", "progressieve mensen" en "werkers van hand en hoofd".

 Andere politieke partijen zijn "rechtse kleinburgerlijke sociaal-demokraten" of "klasseverraders" (de PvdA); "een rechtse pressie-groep", "een reclame-campagne" of "een buitenlandse ingreep in de Nederlandse politiek" (D'66); "het voornaamste instrument van de reactie in Nederland" of "het huidige reactionaire bewind" (KVP); of anders wel "een door de reactie hogelijk gewaardeerd anti-communistisch instrument om van buitenaf de arbeidersbeweging te kunnen infiltreren"; "een anti-communistische splijtzwam", "een partij zonder beginselen" of "een schizofrene patiŽnt" (de PSP).

De CPN wordt natuurlijk voortdurend bestreden door "furieuze anti-communistische campagnes vol lasterpraat" "in de bekende massa-hysterie in de stijl van Open het Dorp" in "de burgerlijke pers" die natuurlijk geleid wordt door "onze internationale klassetegenstanders, het grootkapitaal, de monopolies en de banken, en daarmee verbonden legertje broodschijvers" die voortdurend met "geschiedvervalsing, insinuaties, lastercampagnes en leugens" "furieuze anti-communistische campagnes" opzetten en daarbij gewoonlijk van "duistere bronnen" gebruik maken en bewogen worden door "duistere krachten".

Nu zijn "de bourgeoisie" en "de burgerlijke pers" met haar "riool-journalistiek" natuurlijk ook "de klassevijand". Maar veel erger vijanden die de CPN bestrijdt zijn "het renegatendom" van "renegaten" die zich "ontpopt hebben als werktuigen van het imperialisme die de communist gespeeld hebben zonder het ooit te zijn" (Wagenaar, Gortzak, Brandsen), of die "trotskistische of rechts-opportunistische elementen", "agenten van de reactie" of "Navo-professors" (Harmsen) bleken te zijn. Hun "leugens, geschiedsvervalsing en insinuaties", "de rijstebrijberg van verwarring en haatdragendheid die deze figuren uit hun schrijfmachines laten stromen", "de miskende genieŽn" (Baruch, Gortzak, Wagenaar, De Kadt) tonen "het immorele, zelfs moordzuchtige karakter van de reactie" natuurlijk volledig aan. En tenslotte zijn daar ook nog "agenten (in dienst van kapitaal-groepen in binnen- en buitenland werkzaam bij Vrij Nederkand" (I. Cornelissen) "met bekende anti-communistische reutemeut", die "schuimbekkend en in alle staten van verdwazing" als een "reptiel door het slijk kruipen om sissend op een vertegenwoordiger van de arbeidersklasse af te kronkelen".

Al deze tegenstand kan de CPN niet weerhouden van "een vastberaden strijd", zowel in de partij "tegen afwijkingen van links en rechts", "tegen scheurmakers" en tegen "partijvijandige elementen", "BVD-agenten" en "provocateurs" die zich "in de partij hebben weten binnen te dringen", als met de partij te voeren tegen "de imperialistische activiteit, de neokoloniale politiek", tegen "revisionisme", "revanchisme", "deviationisme", "isolationisme", "chauvinisme", "fascisme", "rascisme" en voor "samenwerking van alle linkse krachten".

Tot op zekere hoogte is deze pastiche natuurlijk een karikatuur, maar ik geloof dat ze het taalgebruik in de CPN (vanaf ca. 1950 in ieder geval) niet zozeer vervalst als wel uitvergroot en geconcentreerd weergeeft. Wat hierboven staat is een selectie, maar wat de lezer onthouden is bestaat voor het allergrootste deel uit meer van hetzelfde, zij het wat minder geconcentreerd, en uit zeer slecht geschreven, zeer slecht beredeneerde, zeer ongeÔnformeerde uitermate langdradige verhandelingen die het best zo snel mogelijk met de alles vergevende mantel der vergetelheid bedekt kunnen worden.  Secties

III.  HET COMMUNISME EN DE CPN

28. Over het communisme:

Hiermee hebben we de drie componenten van de communistische ideologie, het wetenschappelijk socialisme, het marxisme, en de dagelijkse dosis propaganda, behandeld en zijn we in staat een aantal konklusies te formuleren over het communisme en de CPN. Wat ik denk over politiek en partijen in het algemeen en over ideologieŽn heb ik hierboven uiteengezet en behoeft geen herhaling.

Om te beginnen, het communisme in het algemeen, als leer en als politieke praktijk.

Het beeld dat ik geschetst heb toen ik een indruk gaf van het wetenschappelijk socialisme met haar hoge idealen, schijnbaar de hele geschiedenis omvattende analyse, en met haar [1] economische interpretatie van het maatschappelijk gebeuren, heeft vele miljoenen over de hele wereld geÔnspireerd, en functioneerde voor hen [1] als een wereldse religie: Een leer waaraan men een verklaring van de werkelijkheid kan ontlenen; die een zin aan het leven geeft en het menselijk lijden verklaart; die haar eigen inspirerende helden, heiligen en onaantastbare fundamentele teksten heeft; en die een heilstaat als vooruitzicht biedt.

Zoals alles wat grote groepen mensen geÔnspireerd heeft bevat het een behoorlijk aantal interessante ideeŽn, en een stel belangrijke menselijke idealen: Gelijke keuzen, rechten en plichten voor iedereen, in een rechtvaardige samenleving waarin de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden en allen hun talenten optimaal kunnen ontplooien.

Het pakte echter in werkelijkheid anders uit dan in de leer: Indien we naar de feiten kijken, dan kunnen we na ruim honderd jaar communisme in partijen en staten konkluderen dat het communisme een hooggestemd politiek idealisme is met een foute en totalitaire ideologie en daaruit voortvloeiende onjuiste en regelmatig immorele praktijk.

De voornaamste fouten zijn de totalitaire aannames en praktijken waartoe de ideologie noodt:

  • Alles vanuit een politiek standpunt interpreteren en waarderen.

  • Een dogmatisch en fanatiek geloof in het eigen gelijk.

  • Een partijdige en opportunistische moraal: Goed is wat de partij goed uitkomt in de dagelijkse praktijk.

  • Intolerantie en vervolging van anders denkenden.

Hierbij komt de feitelijke onwaarheid van de ideologie, die ook schadelijk is: Wie handelt op basis van onwaar geloof (aannames over de werkelijkheid die onjuist zijn) maakt een grote kans zichzelf of anderen te schaden.

 Het is een bitter en ironisch feit - minder dialectisch materialisme dan historisch diabolisme - en een paradox van ethisch geÔnspireerde politiek en religie, dat het meest hooggestemde ethische idealisme bijzonder grote menselijke en maatschappelijke misere heeft veroorzaakt. Dit geldt zowel voor het christendom als voor het communisme, en om precies dezelfde boven gegeven redenen (waar voor het crhistendom alleen "politiek" door "religieus" en "partij" door "kerk" dient te worden vervangen).  Secties

29. Over de CPN:

Als we vervolgens naar de leden van de CPN kijken dan zien we dat de  CPN tot voor kort bestond uit een verzameling begaafde, ethisch bewogen arbeiders, die uit alle macht het goede, nl. het socialisme, en, algemener, bevrijding van onderdrukking en uitbuiting trachtten te bereiken. Dat zij dit deden met uitermate slecht maatschappelijk inzicht is hen nauwelijks kwalijk te nemen: Niet alleen misten zij zowel de tijd als de vooropleiding om een wetenschappelijke adekwaat sociologisch en economisch inzicht te verwerven, maar zij delen deze onwetendheid met vrijwel alle partijleden van vrijwel alle partijen, en men kan niet redelijkerwijs een bijzonder verwijt aan enkelen maken van wat bijna allen even vanzelfsprekend nalaten.

In individuele termen kan men zeggen dat voor talloze individuen, vaak arbeiders met een goed verstand, en een grote morele moed, die, aangetrokken door deze ideeŽn en idealen communist werden dit verregaande persoonlijke gevolgen had: De hooggestemde idealen en de maatschappelijke analyses maakten de partij voor vele communistische arbeiders de grote leer- en levensschool, en de levensvervulling waarvoor zij streden, en waarvoor hun levensgeluk, gewoonlijk niet door hun schuld, opgeofferd of (veel zeldzamer) gevonden werd. Talloze maatschappelijke carrieres zijn gedwongen opgegeven voor de communistische partij, want als zodanig bekende partij-leden werden op allerlei manieren, wettelijk en onwettelijk, gediscrimineerd en vervolgd. En talloze partij-carrieres bestonden uit verspilling van talent en tijd aan interne partij-strijd en ruzies, of aan hooggestemde maar illusionele politieke of vakbondsprojecten.

Als ik afzie van mijn theoretische kritiek op de CPN, en als ik de meerderheid der partij-leiders buiten beschouwing laat (als het alle partijen teisterende streberige, schijnheilige en machtsgeile partijbaasjestype) dan konkludeer ik dat het gemiddeld menselijk niveau, gerekend in intellectueel talent of morele moed, hoger was in de CPN dan in de meeste andere politieke partijen.

En die menselijke kwaliteiten hadden allemaal weinig van doen met de communistische theorieŽn. Zij hadden te maken met moed, gezond verstand, eerlijkheid en hulpvaardigheid. Daarom gingen ook zoveel communisten in het verzet in de Tweede Wereldoorlog, en daarom waren zoveel communisten betrokken bij zoveel humanitaire projekten. Dat dezelfde mensen tegelijkertijd verblind een totalitair stelsel verdedigden en een totalitaire leer aanhingen is onderdeel van de boven al genoemde paradox - waarvoor men de gemiddelde Nederlandse communisten even weinig verantwoordelijk kan stellen als men de gemiddelde Nederlandse katholieken verantwoordelijk kan stellen voor hun totalitaire leer, en voor Torquemada.  Secties

30. Over de vernieuwde CPN:

Maar in algemeen menselijke termen geoordeeld, dus zowel intellectuele als morele termen gebruikend, kunnen we over de CPN konkluderen dat ze aan een gedeeltelijk onzinnige, gedeeltelijk onware, en over het geheel genomen misleidende ideologie heeft, en dat ze, aangezien onware, onzinnige en misleidende ideeŽn geen verspreiding maar bestrijding behoeven, beter opgeheven zou kunnen worden - als overigens, vanuit hetzelfde perspectief geoordeeld, de andere politieke partijen en de kerken: Geen van deze instituties heeft een ideologie die wetenschappelijk houdbaar is, en allen voeren een praktijk die - om verschillende redenen, natuurlijk - overwegend immoreel is. 

Maar, zal men wellicht tegenwerpen: Sinds het laatste partijcongres in november is de CPN veranderd: De macht in de partij is van de gestaalde kaders (grotendeels arbeiders, grotendeels vijftigers of ouder) overgenomen door de gebreide kaders (grotendeels would be intellektuelen; grotendeels dertigers of jonger), en nu zou het allemaal anders zijn: De CPN zou, zoals dat heet, "verjongd, vernieuwd en gedemokratiseerd zijn". Natuurlijk is dat in ieder geval propaganda. Laten we dus naar de feiten kijken.  Secties

31. Wat nieuw is:

In de eerste plaats is het interessant om op te merken dat, zoals gebruikelijk in de CPN, de machtsovername niet zonder uitgebreide persoonlijke diskwalificaties en aanvallen gepaard is gegaan, waarbij de nieuwe garde, zoals dhr. Arnold Koper [2], die zich afficheerden als "anti-stalinisten", de oude "stalinistische" garde, met "stalinistische middelen", zoals de kwalificaties als "misdadig" persoonlijk aanvielen.

Overigens hebben de achtergronden van deze machtsovername weinig van doen met het "stalinisme", en veel met be bovengenoemde verschillen tussen de beide fracties en met de voortdurende electorale achteruitgang van de CPN, [3] waarschijnlijk als gevolg van het verdwijnen en uitsterven van haar traditionele proletarische achterban.

Wat nieuw is in de huidige machtsovername, en wat eerder nooit vertoond is in de CPN, is het opgeven van de partij-discpline en de partijideologie.  Secties

32. Over het democratisch centralisme:

De partij-discipline is afgeschaft door het afschaffen van het democratisch centralisme; het toestaan van fractievorming; en het tolereren van diepgaande meningsverschillen.

Het is waar dat dit allemaal heel anders is dan vroeger, maar het is ook waar dat dit grotendeels een gevolg is van de zich intern afspelende machtstrijd, terwijl het nog helemaal niet vaststaat dat deze vermindering van discipline niet weer gedeeltelijk ongedaan gemaakt zal worden, bijvoorbeeld omdat een partij met zo weinig interne samenhang, zoveel meningen en meningsverschillen, en zoveel interne fractiestrijd als de huidige CPN niet effectief kan werken, of omdat iedere partijleiding, van iedere partij, naar oligarchie streeft en democratisch centralisme daar bijzonder geschikt voor is, of anders wel omdat oude gewoontes, gedachten en bestuursvormen moeilijk afsterven.

Omdat alle politieke partijen in aanzienlijke mate oligarchisch zijn in de praktijk is deze verandering niet erg relevant noch vermoedelijk erg constant.  Secties

33. Over de functie van het wetenschappelijk socialisme:

Het opgeven van de partij-ideologie is een veel wezenlijker verandering: Wat opgegeven is zijn de pretenties van het wetenschappelijk socialisme, en een aanzienlijk deel van de officiŽle ideologie, hoewel niet duidelijk is wat precies opgegeven is, laat staan waarom.

Op zichzelf is dat een vooruitgang: Serieus bedoelde onzin en illusies dienen te worden afgeschaft. Maar voor de partij als sociale groep is een ideologische revolutie levensgevaarlijk: Een partij ontleent haar sociale samenhang, haar identiteit en haar motivatie aan haar ideologie - de ideologie is de ziel van de partij, hoe onzinnig ze ook mag zijn. Dit geldt in het bijzonder voor de CPN, en de gestaalde kaders die nu woedend argumenteren dat de partij zelfmoord aan het plegen is hebben daarin dan ook gelijk, hoe ongelijk zij overigens ook hebben wat betreft de wenselijkheid en waarheid van het wetenschappelijk socialisme.

Bovendien is wat voor de oude partij-ideologie in de plaats gekomen is, afgezien van een aanzienlijk verminderde totalitaire inhoud, intellektueel gesproken minstens even onzinnig. In feite bestaat de verandering vooral uit een verandering van jargon: "klassenstrijd" is "antikapitalistiese strijd" geworden; "proletarisch" "liever lesbies"; "klassevijand" "racisme en sexisme"; "klassebewust" "progressief" enz.

De ene soort wenselijkheden, waardeoordelen en prioriteiten is ingeleverd voor de andere; het ene rationeel inhoudsloze jargon voor het andere. In een paar worden: De "vernieuwing" bestaat grotendeels uit het inleveren van een samenhangende maar onware ideologie voor een onsamenhangende en onzinnige ideologie[4]. Moreel gesproken is dat, vanwege het opgeven van totalitaire ideeŽn, een verbetering; praktisch is het zelfmoord - van samenhangende onwaarheden en onzin naar onsamenhangende dittos; van autoritaire totalitaire kul naar anti-autoritaire softe kolder.  Secties

34. Over de vernieuwers:

En tenslotte komt daar nog wat bij: De vervanging van kul door kolder dient en is een uitdrukking van de machtsgreep van de nieuwe en jonge groep CPN-leden.

Wat mij betreft is dat wat de kwaliteit van de mensen aangaat een verslechtering. Voor de oude, gestaalde kaders, die hun leven riskeerden in de Tweede Wereldoorlog en hun maatschappelijke mogelijkheden opgaven voor een partij-functie heb ik vaak respect: Het waren vaak intellectueel begaafde maar laag opgeleide arbeiders, persoonlijk sympathiek, eerlijk en hulpvaardig, gedreven door edele motieven en misleid door een ideologie waar zij noch de opleiding noch de kennis voor hadden om deze redelijk naar waarheid en waarde te beoordelen.

Voor de jonge en gebreide kaders, de welzijnswerkers, agogen, sociologen etc. heb ik gewoonlijk weinig respect: Zij komen mij maar al te vaak voor als hoog opgeleide intellectueel onbegaafde kwasi-intellektuelen, minder gedreven door een hoge moraal dan door sterke maar verwarde emoties, en behept met een hooguit middelmatig verstand dat ze vrijwillig beneveld hebben door kretologie en kul.

Waar ik het niet moeilijk vind arbeiders te excuseren voor hun theoretische illusies vind ik datzelfde bijzonder moeilijk t.a.v. de hoogopgeleide sociale "wetenschappers" die de CPN nu bevolken. Zij behoren beter te weten, beter te denken, en beter te formuleren dan ze klaarblijkelijk doen, te oordelen naar de kwalijke kolder die ze uitdragen [5].

Hoe het zij, ik verrmoed dat de CPN niet lang meer zal bestaan en zou aanraden haar zo snel mogelijk op te heffen: Niet-realiseerbare idealen, een onware wereldbeschouwing en onzinnig taalgebruik verdienen het niet in stand te worden gehouden, hoe goed en wenselijk de motieven en idealen van de partijleden ook zijn. [6]


Secties van OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK

  1. Een ethische paradox
  2. De rol van ideologieŽn
  3. De CPN

  4. Twee fundamentele vragen

I. OVER POLITIEKE PARTIJEN

  5. Wat een poltieke partij is
  6. Soorten politieke partijen
  7. Schets van de Nederlandse politieke partijen

  8. Hoe de CPN verschilt
  9. Over communisten
10. Politieke partijen als groepen
11. Over aanhangers van politieke partijen
12. Over macht
13. Wat alle politieke partijen kenmerkt
14. Over interne partij-democratie

 II. OVER IDEOLOGIE                                       

15. Wat ideologieŽn zijn
16. Het gevaar van ideologieŽn

17. Het communisme als ideologie
18. Samenvatting van het wetenschappelijk socialisme
19. Aantrekkingskracht van het wetenschappelijk socialisme
20. Over het marxisme                                   
21. Over de alledaagse CPN-ideologie
22. Ideologie en taalgebruik
23. Ideologie en taalgebruik
24. Drie soorten redeneerfouten
25. Gebruikelijke drogredenen in de CPN
26. Gebruikelijke schablonen in de CPN
27. Gebruikelijk jargon in de CPN               

III.  HET COMMUNISME EN DE CPN

28. Over het communisme
29.
Over de CPN
30.
Over de vernieuwde CPN
31.
Wat nieuw is
32.
Over het democratisch centralisme
33.
Over de functie van het wetenschappelijk socialisme
34.
Over de vernieuwers

Nawoord 1988


[Noot] De parenthetische opmerking dateert van maart 1988, toen ik het oorspronkelijk getiepte papieren origineel omzette naar mijn toenmalige computer - dat ik nu weer deed, anno 2009, omdat ondertussen de opslagmedia totaal veranderd zijn.

Noten

[1] Even een opmerking over mijn taalgebruik (want ik schrijf altijd zonder spellingschecker, en heb een grote hekel aan de TaalUnie): Twee zaken waar ik bewust onzeker van ben zijn de geslachten en de naamvallen in het Nederlands.

Ik weet zelden het geslacht van zelfstandige naamwoorden, en verdom dat op te zoeken in een Groen Boekje vol overige waanzin en onzin, omdat het hele onderscheid niet in het Nederlands hoort. Daarom schijf ik "haar" of "zijn" al naar het mij belieft, wanneer ik het niet weet.

Ook heb ik geen helder beeld van hoe "hun" en "hen" gebruikt wordt in het Nederlands, en meer specifiek - in het Duits is het duidelijk, maar dat is een taal met naamvallen - hoe het zit met de derde naamval. Is het "hun boeken" (ja) maar "de boeken van hen"? Ik zou zeggen: Ja, maar mijn gissing is dan gebaseerd op een overweging als "Genitiv": hun, "Dativ": hen - en ik gebruik de Duitse termen maar.

Opnieuw heb ik geen zin dit via de TaalUnie te beslissen, en ook geen zin het na te kijken, vooral omdat naamvallen alweer niet tot het Nederlands behoren, en ik genoeg Nederlandse grammatica's heb ingezien om te weten dat deze - kennelijk - onveranderlijk geschreven zijn door doctorandussen prietpraat.

En over het geheel genomen sta ik inzake Neder-spelling ergens tussen de Witte spelling (stukken beter dan die zogeheten Groene van de TaalUnie) en de opstelling dat iedereen die Nederlands schrijft zelf maar moet beslissen hoe ie het schrijft, op voorwaarde dat ie leesbaar schrijft en de basis-grammatica kent, was het alleen omdat de spellingsmeesters van de TaalUnie het levend Nederlands tot kromme kantoorfrikkentaal omgebakken hebben.

[2] Over wie ik een jaar of wat verder in de 80-er jaren leerde dat hij - (1) voorzover ik begreep uit zijn niet bijzonder heldere proza - lid van de CPN was geworden om de schuld van zijn ouders te lenigen, want die waren namelijk NSB'ers geweest, en (2) dat hij - in zijn mening - de man was die de CPN deed instorten en verdwijnen. Het eerste is vreemd en het tweede onwaar, maar ik ga hier verder niet op in en vermeld het alleen in het kader enigszins interessante, enigszins relevante, persoonlijke trivia.

[3] Hier is een verhelderende grafiek over het ledental van de CPN, die ik in het artikel over de CPN in de Nederlandse Wikipedia vond, dat de  geÔnteresseerden redelijk wat relevante informatie geeft:

Drie korte opmerkingen in dit verband: (1) de grote leden-aantalen van de CPN vlak na de oorlog dankt de CPN aan het verzetswerk dat veel leden van de CPN in de oorlog verrichtten; (2) de CPN was geheel nooit "een massapartij" - al is dat trouwens een ambitie die slecht te rijmen is met Lenin's opvattingen over het wezen van een communistische partij (kleine strijd-organisatie; democratisch centralisme; ťlite van de progressieve mensheid e.d.) en (3) bemerk de relatieve toevloed van leden - vooral universitaire studenten (M/V) - tussen 1974 en 1984, toen dat modieus was, vooral aan de UvA, de KUN en de KUT, ook en vooral omdat vrijwel al die Revolutionairen zťťr snel een wetenschappelijke aanstelling voor het leven kregen, zonder enig talent, behalve poseren als hippe revolutionair volgens de waan van de dag.

[4] Cynische noot (van 2009) - en zie mijn "Hoe word ik een Topambtenaar?": Centrale "vernieuwers" waren Gijs Schreuders en Elsbeth Etty - onder anderen, natuurlijk, maar we hebben het over resp. een ex-Waarheidshoofdredacteur + ex-CPN-Tweede-Kamer-lid en een ex-Waarheidredactrice met een grote ambitie en aanzienlijk talent voor persoonlijk opvallen en persoonlijk carriere maken.

Ikzelf denk dat genoemde heer en dame (een echtpaar) heel goed wisten, in 1982 en eerder, dat "de vernieuwingen" die zij uitdroegen uit onzin, kretologie en liegspraak bestond, maar dat het wel degelijk een zin had: Hun eigen carrieres bestendigen, zus of zo.

En zo gebeurde feitelijk ook, want het paar is al dekaden financieel en sociaal geheel gearriveerd en drinkt maandelijks ongetwijfeld meer aan spiritualieŽn om de moed er maar in te houden dan ikzelf te besteden heb om maar elementair in leven te mogen blijven, als bijstands-Untermensch (want zo beschouw ik het, en zo beschouwen de ‹bermenschen van B&W het ook, zoals de link aantoont).

[5] Dit is natuurlijk iets wat ik al heel lang denk, en ook weer naar voren trad in "Alpha males" Willem en Joep - bis: Ik vind "mijn generatie" en nu hun kroos au fond een ongelovelijk slap, uitvretend, parasiterend zooitje watjes, al dan niet van het vrouwelijk geslacht: Ze hebben het bijna allemaal beter en rijker gehad dan ik, mijn hele leven; ze hadden allemaal - zeg de ca. 25 miljoen Nederlanders tussen 1955 en nu - betere kansen, meer welvaart, meer inkomen, meer tijd, en meer gezondheid dan vrijwel iedereen vrijwel overal in de HELE menselijke geschiedenis - en wat deden ze?

Ze vraten uit voor TV, werden Sport-Idool, Volkszanger, Zangjunk, of JunkInHipHop (Werken om te leven; leven om TV te kijken), of maakten carriťre als waren zijzelf de besten van de eersten van de grootsten der Revolutionaire Marxisten zouden zijn, met bijzonder schunnige en valse leugens die alleen hun eigen opgang, inkomen, status en macht dienden (Lob der Partei - Overzicht).

En op het moment zijn er 1,02 miljard mensen aan het hongeren, terwijl De Neerlander zich opwindt over ZIJN pensioen.

Misschien dat u nu wat beter begrijpt waarom ik zo geamuseerd werd door de eindregels van de nietswetende beroepsbedrieger en uitvreter uit roeping Paul Scheffer:

(Nescio, De uitvreter)
Nijmegen, 25 maart 1981
Paul Scheffer.

Vrij vertaald: Ik weet niets en vreet uit (..) Paul Scheffer.

Uitvreters - zie daar Onze Nederlandse Identiteit, als u maar meeweegt dat Etiamsi omnes, ego non.

[6] Dat was niet zo'n hele moeilijke uitkomende voorspelling van me - maar in 1982 was dat niet wat "men" dacht of zei, in en rond de CPN, aan de UvA (toen een soort dependance van en voor CPN-"intellectuelen", in "Eenheid" samenwerkend met de bestuursťlite van de PvdA, allemaal voor dezelfde erebaantjes, uitvretersposities, en macht en status).

Hoe het zij, ik had geheel gelijk met mijn voorspelling.



Maarten Maartensz

        home - index - top - mail