Prev-IndexNL-Next

Nederlog


February 15, 2013

Autobio: 1950-a: Achtergronden + more on Wittgenstein

Sections
Introduction   
1. 1950-a: Achtergronden
2. More notes to Wittgenstein's Tractatus
About ME/CFS

Introduction:

I have several times threatened my readers with my autobiography, and this is it.
Or rather: this is the first version of the first part, and as my title shows, it is written in Dutch. (If you don't read Dutch, I am sorry, and all I have for you today are some more notes to Wittgenstein's Tractatus - something I have now been trying to finish since 1967 AD. But I am getting close to the end now... :))

Here are some rules or presumptions that hold for the Autobio started below:
  • It will be written in Dutch.
  • It will be written piece by piece, as the spirit moves me, and very probably will not be written in the order I lived through it, but as it comes to me, when I feel like it, and am fit enough to write.
  • What you get in Nederlog are first versions - which indeed is generally the case with what you get in Nederlog. In this case it means that there is a considerable chance later versions will differ from the first one.
  • My end is to have it in the end as a book, but that will have to wait till I have rather a lot more.
  • I have a very good visual memory, and remember a lot of my life, back to age 3, and I try to write it out as I remember it, in terms of episodic memories, which in my case often is very lively and detailed, especially visually.
  • I am a real person: The only reason I write as an alias is that I have been threatened wigth murder by Amsterdam drugs-mafiosi who are protected by mayors, aldermen and police of the City of Amsterdam, where every year at least 10 billion dollars of drugs are turned over, all - you absolutely must believe and say in Holland, if you want to escape murder threats and major harassments by the municipal authorities - without any mayor, any alderman, any civil servant or any policeman making a single cent from it, since 1970. [1] For this and for other reasons - many persons I write about are aliive - I will only use first names.
 
1. 1950-a: Achtergronden

Volgende aflevering

--------------------------------------------------------
1950-a: Achtergronden (versie 0)
--------------------------------------------------------

Ik ben geboren in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam, en ben opgegroeid in de Borgerstraat, tussen de Lootsstraat en de Jan Pieter Heyestraat.

Mijn ouders waren allebei leden van de Communistische Partij en hadden in het verzet gezeten, waarvoor mijn vader in Juni 1941 gearresteerd is, en veroordeeld is tot concentratiekamp-straf, net als zijn vader, die dat niet overleefde.

Mijn moeder is nooit gearresteerd, maar bracht wel "De Waarheid" - het illegale partij-blad van de CPN - rond, en riskeerde daarmee hetzelfde als mijn vader, d.w.z. marteling en concentratiekamp, en werkte in 1944 ook in Noordbrabant, als hulp voor het distribueren van voedselbonnen voor Joodse onderduikers.

Ze waren toen niet getrouwd, en leerden elkaar pas na de oorlog kennen. Ik was hun eerste kind, en ze kregen snel na mijn geboorte de woning in de Borgerstraat 203 1-hoog, waar ze introkken met, zoals mijn vader ooit zei, "2 gulden 50 en een kachel". Verder hadden ze alleen hun kleren en wat boeken en dekens, de laatsten afkomstig van mijn moeder's ouders.

De kachel herinner ik me nog zeer goed. Het was een zwarte potkachel uit dik metaal, met boven een klep om de kolen of hout in te kunnen gooien, en onderaan een deurtje met brandbestendig mica, en daaronder een asla.

Als 2- of 3-jarige was ik zeer gefascineerd als mijn moeder het ding aanmaakte in de ochtend in de winter. Terwijl de ijsbloemen op de ramen zaten, nam ze aanmaakhoutjes uit de papieren zak, die je moest kopen in de winkel van "Tante Bep" - toen een gebruikelijke aanspreeksvorm in de Amsterdamse Kinkerbuurt - 10 of 15 huizen verder, die ook petroleum verkocht, en legde die op een paar proppen oude kranten, die ze aanstak, waarop dan een laagje kolen als het hout eenmaal brandde.

Dit herinner ik mij heel duidelijk van voor of op mijn 3e, namelijk dat ik naast de kachel sta in mijn pyama, terwijl het koud is en mijn moeder voor de kachel knielt om het ding aan te maken, zoals ik me ook heel duidelijk uit mijn 2e of 3e levensjaar het beeld van mijn grootmoeder herinner, die in de deur van het zomerhuisje stond waar mijn ouders toen vakantie hielden, met de zon achter zich, dat ik me ook daarom herinner: Een omgebruikelijk beeld.

Overigens herinner ik me vrijwel niets van mijn eerste drie jaren, behalve de straat voor de deur, die de eerste 4 jaar functioneerde als de buitenwereld. Dit was begonnen toen ik 2 was, en mijn moeder mij aan de deur zette in het voorjaar, om de straat te bekijken.

De straat was vol kinderen, want het was 7 jaar na de oorlog, en er waren bijzonder veel kinderen geboren, en in de meeste huizen in de Borgerstraat woonden ouders met kinderen, die een groot deel van de dag op straat speelden als ze niet naar school waren of gingen, omdat de woningen klein en gehorig waren, en op straat spelen toen veilig kon.

Er waren vrijwel geen autoos - de eerste auto van een bewoner van de straat arriveerde in 1958, en was geen eigen auto maar een taxi - en er was heel weinig verkeer, dus er kon op de weg gevoetbald worden door de jongens, en gehinkeld of touwtje gesprongen door de meisjes.

De geslachten functioneerden overwegend gesegregeerd, al werd er wel samen gespeeld met krijgertje ook tikkie genoemd: De meisjes voetbalden niet, en de jongens sprongen geen touwtje, en beschouwden hinkelen als een meidenspelletje. Overigens speelden meisjes met poppen en jongens met waterpistolen, klapperpistolen of blaaspijpen, dat plastic buizen voor elektrische leidingen waren, waarmee je een uit een reep papier gevormd conisch pijltje, bij elkaar geplakt door spuug, behoorlijk ver kon wegblazen.

Maar ik loop hier enigszins vooruit en moet eerst iets over mijn ouders zeggen.

Mijn ouders waren opvallende mensen in de Borgerstraat, meende ik als kind, en wat ik dacht was feitelijk waar: Ze waren langer dan de meeste andere volwassenen, ze waren aantrekkelijker van uiterlijk, ze spraken allebei ABN, en ze waren anders dan anderen ook omdat ze leden van de Communistische Partij waren, en mijn vader ieder jaar op 1 Mei de rode vlag uitstak, wat bijna niemand in Amsterdam toen deed.

Maar mijn vader was een overtuigde communist, en rond 1950 ook lid van het Partij-bestuur van de CPN en het Dagelijks Bestuur van de CPN afdeling Amsterdam, verreweg de grootste afdeling in Nederland, en ook van het begin van de 50er jaren tot de late 60er jaren scholingsleider in Amsterdam, dus de man de geacht werd het onderwijs in het Marxisme te coordineren.

Hij was lid van de CPN sinds 1934 of 1935 en was lid geworden vanwege de economische crisis en de opkomst van de Nazis in Duitsland en meer in het bijzonder vanwege het optreden van Dimitrov in het Reichstags-proces, waarin de communisten beschuldigd werden van het aansteken van de Reichstag, dat waarschijnlijk door de Nazis is gedaan om de communisten te kunnen beschuldigen en er vervolgens mee af te rekenen.

Hoe het zij, mijn vader was zeer onder de indruk van Dimitrov, en was partij-lid geworden en had zich ook serieus toegelegd op het lezen van Marx, Engels, Lenin en Stalin, waarvan hij een deel of 8 in Nederlandse vertaling had, in groene kaften, die de oorlog overleefd hadden omdat hij ze in 1940 had begraven.

Hij las toen geen buitenlandse talen, want hij was huisschilder, en had alleen op de Ambachtsschool gezeten, waar geen buitenlandse talen werden gegeven. Na de oorlog las, verstond en sprak hij goed Duits, door zijn meer dan 3 1/2 jaar als "politiek terrorist" in vier Duitse concentratiekampen, maar voor de oorlog kende hij alleen gebrekkig Duits, en zeker niet genoeg om Marx te lezen.

Maar dat had hij wel gedaan, in Nederlandse vertaling, en hij was sinds de dertiger jaren behoorlijk goed op de hoogte van wat Marx geschreven had in het Kommunistisch Manifest en Het Kapitaal, en Engels in Anti-Dühring, en Lenin in Wat te doen, en had ook werk van Stalin gelezen.

Hij was intellectueel hoogbegaafd, met een IQ boven de 135, en praatte en schreef makkelijk en vaardig, maar hij was geen intellectueel, niet qua opleiding, met alleen een paar jaar ambachtsschool; niet uit preferentie, want hij was eerder een artistiek type dan een academisch type, en hij had het als bewuste communist niet op intellectuelen begrepen, want hij was genegen ze te zien als gewillige dienaren van de heersende klasse; en ook niet qua achtergrond, die in feite uit ooit gegoede middenstand bestond, die afstamde van een Nederlands adellijk geslacht dat afgeschaft was met de Franse revolutie.

Mijn vader's vader had jarenlang een eigen schildersbedrijf, en vandaar dat mijn vader opgeleid was als huisschilder, maar ook in staat was geweest viool te leren spelen, want hij was muzikaal, en in staat was geweest heel goed te leren tekenen en schilderen, vanwege aanleg daarvoor en werk in de reclame, want hij kon ook dat goed, en hij heeft me wel eens op figuratief reclame-schilderwerk gewezen dat hij ooit gemaakt had.

Het schildersbedrijf van mijn vader's vader was na de crisis die in 1929 begon, zoals mijn vader me ooit zei, "vijf keer achter elkaar failliet gegaan omdat de mensen de rekeningen eenvoudig niet konden betalen", en op die manier waren zowel hij als zijn vader, die oorspronkelijk een zeer gelovig Protestants christen was, die afstamde van een 19e eeuwse zogenaamde "galmdominee", aldus genoemd vanwege zijn talent voor preken, allebei politiek geradikaliseerd in de dertiger jaren.

In ieder geval was mijn vader een intellectueel en artistiek begaafd man, die goed viool speelde, en overigen ook piano, klarinet en trompet kon spelen; uitstekend figuratief kon tekenen en schilderen; goed was in wiskunde; goed sprak en debatteerde; en die met een wat welstaander familie uitstekend geschikt was geweest voor een universitaire, conservatorium of kunst-academische opleiding, maar daar allemaal niet aan toekwam bij gebrek aan geld, ook omdat hij twee jaar voor het uitbreken van de 1e Wereldoorlog was geboren, en de Wallstreet crisis uitbrak toen hij 17 was.

Hij was ook een artistiek type - flamboyant, charmant, een goed causeur, en veel meer een man van praktijk dan van theorie, ongetwijfeld vooral uit aangeboren neiging, maar ook omdat hij te intelligent was om niet te zien dat de meeste intellectuelen niet veel in hun mars hadden, en vooral "slap zwetsten", in zijn woorden, terwijl hijzelf, met Karl Marx, vond dat je de wereld moest verbeteren.

Het is echter moeilijk te zeggen wat er van een man als hij had kunnen worden zonder de twee wereldoorlogen die zoveel zo radikaal veranderde voor zovelen. Hij had in ieder geval aangeboren talenten die hem aanzienlijke intellectuele en artistieke mogelijkheden gaven.

Mijn moeder was eveneens intellectueel begaafd, maar een ander type dan mijn vader: Waar mijn vader sociaal, charmant, en een makkelijk causeur was, was zij verlegen, in zichzelf gekeerd, afstandelijk, en uiterlijk weinig emotioneel, maar zeer rationeel en redelijk, en overigens vriendelijk en zeer rechtvaardig.

Zij was een dochter van twee Amsterdamse anarchisten, allebei uit de arbeiderstand, allebei zeer intelligent maar zonder enige mogelijkheid te studeren. Haar moeder moest op haar twaalfde of veertiende al uit werken als dienstmeid, maar leerde dusdoende wel eenvoudig Frans, via de schoolboekjes van de dochters van de mevrouw die ze diende, die naar de HBS gingen.

Haar vader was een Multatuliaan, kennelijk ook zoon van een Multatuliaan, want zijn voornamen waren Wouter Petrus. Hij was handzetter geworden, ook werkend sinds zijn 14e, en werkte jarenlang voor de Gemeente Amsterdam, waar hij zijn linkse politie idealen geheim moest houden, omdat je daarvoor werd ontslagen in de tijd dat hij leefde en werkte. Hij was een groot liefhebber van boeken, mooi drukwerk, biologie en meetkunde, en had voor iemand van zijn achtergrond en inkomen een behoorlijk grote bibliotheek.

Zijn vier kinderen wisten hij en zijn vrouw allemaal naar de HBS te krijgen, maar het was vanwege de crisis de 3-jarige HBS, waardoor mijn moeder, nog afgezien van het geld dat ze niet had, nooit naar de universiteit kon, wat ze wel gewild had als dat mogelijk was geweest.

Het meest opvallende aan mijn moeder was dat ze lang en slank was: 1.83, wat voor een vrouw van haar tijd, geboren in 1920, opvallend lang was, en dat ze, voor wie haar beter kende, "zeer verstandig" was. Ze had een heel helder verstand en gebruikte dat heel rationeel, maar was weinig emotioneel expressief, vrijwel zeker vanwege een combinatie van verlegenheid en een schildklier-afwijking, inclusief struma als tiener, iets dat waarschijnlijk nooit goed onderzocht is, en haar gedurende een groot deel van haar leven continu koude handen en voeten bezorgde.

Net als mijn vader was ze intellectueel begaafd, maar ze was niet muzikaal, niet artistiek, en had weinig belangstelling voor wiskunde, techniek of beta-wetenschappen. Ook zij was gedwongen geweest om als 15-jarige te gaan werken, in 1935, en deed dat als secretaresse, met haar 3 jaar HBS, maar als het aan haar gelegen had dan had ze de 5-jarige HBS afgelopen en was ze Engels gaan studeren.

Zoals het echter ging, voor hen als voor talloos veel miljoenen, werd alles wat mogelijk was geweest grondig ontwricht door de Tweede Wereldoorlog, die voornaamste gebeurtenis in hun levens vormde, en die hun hele leven vorm, kleur, inhoud en richting gaf, al zal dit voor hen in 1950, toen ik geboren werd, niet erg duidelijk zijn geweest, was het alleen omdat heel Europa zwaar onder de oorlog geleden had, en er in de eerste 20 jaar na de oorlog vooral veel moeite werd gedaan tot wederopbouw en doen alsof alles weer normaal was, en dat laatste bestond in Nederland uit een tamelijk bekrompen kleinburgerlijkheid, in stand gehouden en beperkt door aanzienlijke armoede, want van 1945 tot 1965 was het leven voor de meeste Nederlanders niet rijk, werd er hard gewerkt, en was er weinig vermaak.

-------------------------------------------------------
2. More notes to Wittgenstein's Tractatus

I first read Wittgenstein's Tractatus when I was 17, and was both impressed and believed Wittgenstein was mistaken about a lot, and that I should write out my reasons why.

This I also did, starting in 1968, and I extended and rewrote that original combination of typescript and manuscript repeatedly until 1974, and later made other versions of it, but never got it fully done.

Apart from my health - not good since 1.1.1979 - the main reason is the style in which Wittgenstein wrote his book, that is very artificial and not at all fit for such a book as it is or pretends to be: About the logical foundations of logic and philosophy, for these cannot be settled with collection of aphorisms and assertions construed as if it were a mathematical treatise.

I did put up a version of what I had on my website, I think first around 2000 or maybe a little later, and then repeatedly improved that, with a considerable overhaul in November 2010, when most over Nederlog was about that topic that started here:
ME + me: Wittgenstein's Tractatus - 1 and 2.

Other useful links to Nederlogs I wrote then, in November 2010, with original philosophy also:
So today I added a number of notes in the directory that concerns propositions starting with 5. I think that what was uploaded today was from 5.31 to 5.515

Anyway... I may eventually get it done, and it is a small step forward in that direction.

----------------------------------
Note
[1] This is very difficult to understand, but the brief of it seems to come to this: Ca. 1970, aldermen and mayors discovered that it would be extremely profitable if drugs in Amsterdam were both "tolerated", namely by special personal permission of the mayor, who gave his signature to specific persons to deal in soft drugs, and "forbidden", namely by Dutch law, which then, now, and in the time in between, forbids the use and the dealing of both soft and hard drugs, and that it could be motivated in public by a show of "tolerance".

This has been going on since 1970 - when I was probably the first to submit the schema in writing to an Amsterdam alderman - and has been happening ever since, to the enormous profit of some, since the turnover of only soft drugs in Holland was estimated to be at least 10 billion - 10.000 million - dollars a year in 1995, by the Parliamentary Committee Van Traa.

Soon after Van Traa got killed, some say by an accident, since when no Dutch parliamentarian, judge, policeman, or minister has ever seriously looked into this policy, that must be extremely profitable for those who really control it, that are not the minor criminals who occassionally get arrested for dealing drugs in Holland.

The vast majority of ordinary Dutchmen seems to like the liberal access to psychotropic drugs of almost any kind in Holland, and seems to regret only that they themselves are not in a position - like: mayor, alderman, policeman, district attorney - to profit from it. (Conversation with several average Dutchmen through the years: "What do you think about mayor and aldermen controlling the drugs traffic, but nobody knows anything about it?" "Who cares?! I wish I were in their shoes: I would be awfully rich!")

About ME/CFS (that I prefer to call M.E.: The "/CFS" is added to facilitate search machines) which is a disease I have since 1.1.1979:
1. Anthony Komaroff

Ten discoveries about the biology of CFS(pdf)

2. Malcolm Hooper THE MENTAL HEALTH MOVEMENT:  
PERSECUTION OF PATIENTS?
3. Hillary Johnson

The Why  (currently not available)

4. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2003)
5. Consensus (many M.D.s) Canadian Consensus Government Report on ME (pdf - version 2011)
6. Eleanor Stein

Clinical Guidelines for Psychiatrists (pdf)

7. William Clifford The Ethics of Belief
8. Malcolm Hooper Magical Medicine (pdf)
9.
Maarten Maartensz
Resources about ME/CFS
(more resources, by many)


       home - index - summaries - mail