Nederlog

 

10 december 2009

 

"Door gevaarlijke gekken omringd" (Hermans & Multatuli)

 

Na drie dagen ME vandaag weer eens iets anders, omdat ik het zelf over wat anders wil hebben en mijn oog erop viel, namelijk op "Door gevaarlijke gekken omringd" van W.F. Hermans, dat in n van mijn boekenkasten staat.

Dit is een lijvig boekwerk van 637 paginaas, vol met op onderwerp gesorteerde esseejs - is vermoedelijk het juiste Hermansiaanse woord hier - met als laatste een  groep van vijf esseejs onder de verzamelnaam "Aan het eind van het laatste Multatuli-jaar."

Dit stukje gaat dus vooral over Multatuli en een beetje over Hermans en gaat terug in de tijd naar 1987, dat "het laatste Multatuli-jaar" was, met hulp van Hermans' boek dat uit 1988 is. (*)

Secties

1. Hermans
2. Levend hollandsch en Nederliteratuur
3. Spelling en onderwijs
4. Het laatste Multatuli-jaar
P.S. De verkrijgbaarheid van "Door gevaarlijke gekken
        omringd"

1. Hermans

Ik heb zelf geen idee hoeveel Hermans tegenwoordig nog gelezen wordt, en trouwens ook geen idee hoeveel Nederlanders tegenwoordig nog lezen, zeker als dat het lezen van Nederlandse literatuur is.

Maar ik vermoed dat het antwoord twee of drie keer "weinig" is, al zijn er minstens drie tamelijk uitgebreide websites aan hem gewijd en al wordt zijn Verzameld Werk uitgegeven, in (ik citeer www.wfhermansvolledigewerken.nl)

 "23 24 verzamelbanden van elk 800 tot 1000 paginas",

overigens in een project dat tot 2020 of later zal lopen, en nogal Neerlandistiek gehoerig wissenschaftlich aangeprezen wordt:

"De editie biedt allereerst een betrouwbare, wetenschappelijk verantwoorde tekst. Alle delen gaan bovendien vergezeld van een nawoord, met een beschrijving van de ontstaans- en publicatiegeschiedenis van elke afzonderlijke tekst en een verantwoording."

Dit is alweer geciteerd van www.wfhermansvolledigewerken.nl, waar ik u naar verwijs voor meer informatie over de uitgave. (Letterkundige noot: In modern Neerlandistiek Neerlands geldt "wetenschappelijk verantwoorde" = "gesubsidieerde", dat ik vermeld opdat u zich geen illusies maakt.)

Van mij mag het allemaal en in zekere zin is het goed dat het gebeurt, terwijl Hermans ongetwijfeld een belangrijk Nederlands schrijver is, maar ik zal me deze verzamelbanden nooit aanschaffen, al vermoed ik dat ik toch wel 1/3e of 1/4 ervan ergens in een boekenkast heb staan, in een of andere originele editie.

Maar ik vond Hermans nooit een groot schrijver en altijd vooral interessant als essayist, en dat laatste alweer niet omdat zijn essays zo bijzonder goed geschreven zijn, maar omdat ze wel redelijk vaak zinnig zijn, en regelmatig heel aardig of amusant, en tamelijk vaak over Multatuli gaan, met wie ik veel meer heb dan met Hermans of andere Nederlandse schrijvers.

Dit is echter voor een deel smaakzaak, waarbij u moet bedenken dat ik geen liefhebber van romans ben en ook al niet van Nederlandse literatuur, dat laatste trouwens om het soort redenen dat Hermans zelf regelmatig heel amusant verwoord heeft in "Mandarijnen op zwavelzuur".

2. Levend hollandsch en Nederliteratuur

Maar over Multatuli is Hermans altijd interessant (voor mij) en ik vind zijn "De raadselachtige Multatuli" zowel zijn beste boek als de beste biografie van Multatuli en ben dan ook blij dat u het in een nette uitgave op het internet kunt vinden, dankzij toestemming van Hermans' nabestaanden.

Ik had er zelf, naast twee papieren versies, ooit een pdf-bestand van, dat tenonder is gegaan met mijn voorlaatste computer, maar u kunt het ook in html vinden bij www.dbnl.nl, en het is een echte aanrader als u het nooit las, ook met vele fraaie fotoos.

En vandaag wil ik dus een paar Multatuli-stukjes van Hermans in "Door gevaarlijke gekken omringd" behandelen en het een en ander citeren, dat ik vooral doe omdat ik daar aardigheid in heb, en om wat bij te dragen aan het lezen van Multatuli en van W.F. Hermans.

Hier is de laatste dan over de eerste, uit de genoemde bundel:

Is het eigenlijk niet een beetje vreemd, dat Multatuli tot den huidige dag door sommigen nog zo gehaat wordt? Van alle negentiende-eeuwse schrijvers is hij de enige, die niet alleen een oeuvre geschapen heeft dat normaal in de boekhandel verkrijgbaar is, zowel in goedkope, als in wat duurdere uitvoering. Hij is ook de enige die niet alleen gelezen maar bestreden wordt. Veel populairder is hij dan Hildebrand, veel vruchtbaarder was hij dan Piet Paaltjens of De Schoolmeester. En wie kunnen we dan verder nog noemen in de negentiende eeuw? Of in de achttiende eeuw? Of de zeventiende, de zestiende, de vijftiende eeuw? Hier en daar een enkeling die soms door hooggeleerde haarklovers bestudeerd wordt, neem ik aan, maar verder niet meedoet. Niemand die tot de levende literatuur gerekend moet worden. Multatuli is echt de enige, en hij wordt gehaat. (Op cit. p. 547-8)

Inderdaad, en de korte reden is ongetwijfeld dat Multatuli vrijwel de enige Nederlandse schrijver is die, in zijn eigen term, er in slaagde "levend hollandsch" te schrijven.

De andere Nederlandse schrijvers slaagden daar niet in, of slaagden daar alleen in voor een kleine groep van hun eigen tijdgenoten, en worden daarom niet meer herdrukt, en worden alleen gelezen door "hooggeleerde haarklovers", zoals zich nu ook op WFH's eigen Verzameld Werk schijnen te hebben geworpen.

En Hermans drukt ook uitstekend uit waarom ikzelf nauwelijks in Nederlandse literatuur geinteresseerd ben:

Er zijn - uitgezonderd van Multatuli, altijd - geen interessante "levend hollandsch" schrijvende Nederlandse schrijvers, of als ze er zijn (of waren) dan is de belangstelling ervoor in hun eigen land zo gering dat ze na hun dood snel vergeten en nooit heruitgegeven worden.

Waar dat aan ligt? Ik heb het er eerder over gehad in Nederlog, en wel o.a. in Het raadsel van de Nederlandse literatuur dat citeert uit een aardig interview met WFH over de kwestie, en in Over literatuur, allebei uit 2006.

Het korte antwoord, in ieder geval wat mij persoonlijk betreft, is dat de Engelse literatuur eenvoudig veel beter is - veel beter geschreven, veel interessanter, veel levendiger, met zeer veel meer werkelijk grote schrijvers en werkelijk intelligente mensen die heel goed in hun moedertaal schreven, maar dat verklaart nog niets over waarom dit zo is.

Mijn eigen verklaring daar weer voor staat aan het eind van Het raadsel van de Nederlandse literatuur:

Ook dit raadsel heb ik althans iets weten te verhelderen, nl. door de twee observaties dat (1) het Nederonderwijs al 40 jaar gruwelijk is, en alleen goed voor laagbegaafden (als het goed is deze universitaire diplomaas te verschaffen, uiteraard, quod non) en dat (2) er in Nederland al zo'n 600 jaar geen hoogopgeleide, en vooral in taal en conversatie genteresseerde hogere (adellijke) stand is. Immers, de leidende Nederlanders waren vrijwel altijd kooplieden, handelaars, of bureaucraten.

Uiteraard is de laatste reden de belangrijkste, al blijft het minstens een beetje verbazen, omdat er in Nederland + Vlaanderen wel degelijk ruimte is gebleken voor veel belangrijke schilders, en trouwens ook, althans in de 15e en 16e eeuw, diverse belangrijke componisten (zoals Dufay en Des Prs).

Hoe het zij... van allen die Nederlands schreven is alleen Multatuli gebleken 50 of meer jaar na zijn dood voor velen nog leesbaar, amusant, de moeite waard te kunnen zijn, en dat ligt ongetwijfeld aan het feit dat hij werkelijk "levend hollandsch" schreef; anders dan de meesten die Nederlands schreven veel te zeggen had; zelf eigenlijk niet geinteresseerd was in het schrijven van Nederlandse literatuur; en zich over zeer veel onderwerpen uitliet die van meer of ander dan literair belang zijn, en die veel Nederlanders aangaan en raken.

Dat is dan ook weer de voornaamste reden dat Multatuli, zoals Hermans schrijft, nog steeds

"wordt gehaat":

Zijn haters zijn vooral gebeten op zijn gebrek aan waarachtig klein fatsoenlijk oppassend Neerlands formaat; verbitterd door zijn kritiek op Nederland, op Nederlanders en op Nederlandse literatuur; gekwetst in hun eigendunk en hun Neerlands chauvinisme; en zeer geirriteerd door zijn zeer onhollandse hoogmoed.

En hij is ongetwijfeld Nederland's enige grote schrijver, in de zin van: de enige schrijver die, ook lang na zijn dood, en dat vooral om redenen van zijn stijl en taalvermogen, die ook in vertaling en voor niet door chauvinisme of vooroordeel bewogen buitenlanders, eerlijk bewonderd kan worden als schrijver, en dat zelfs in vertaling - dat ik toevoeg en herhaal omdat Multatuli veel verliest in vertaling, en het goed vertalen van hem heel moeilijk is.

Daarbij komt nog iets, in het kader van de Nederlandse haat van alles en iedereen die niet gewoon is of doet:

Multatuli was als persoon anders dan anderen, namelijk veel levendiger, levender, aanweziger, authentieker, welsprekender, met veel meer eigen individualiteit, en dat alles kleurt zijn eigen taalgebruik, opstellingen en onderwerpskeuzes zeer - en neemt lezer bijzonder voor of bijzonder tegen hem in. (**)

En dat tegen hem ingenomen zijn door tal van Nederlanders, gedurende minstens zes generaties ook, hangt voor een deel samen met iets dat Multatuli zelf zo verwoordde, door Hermans geciteerd wordt, en ook in zekere mate voor mij geldt:

'Ik verval telkens in 't uitschelden van wat my niet aanstaat. Dat nu ware nog niets, maar in de stemming waarin ik ben staat z veel my niet aan, dat er over het geheel een tint van kwaadaardigheid komt, die niet in myne bedoeling ligt, en ook eigenlyk niet strookt met myn inborst.' (Op. cit. p. 555)

3. Spelling en onderwijs

Ik heb mij voorgenomen een paar mij opvallende punten uit Herman's stukken over Multatuli in "Door gevaarlijke gekken omringd" te citeren en bespreken, en heb nu het eerste van de vijf esseejs behandeld, dat "Multatuli: Honderd jaar dood en nog steeds niet vergeten?" heet, en zeker meer interessants bevat, voor de ware WFH- of Multatuli-liefhebber.

Maar dat is n reden dit stukje te schrijven, namelijk om u erop te attenderen dat dit zo is, vanwaar ook mijn bibliografische noot naar mijn bron.

Het volgende essay behandelt vooral de vele feilen van Hugo Brandt Corstius, en meer in het bijzonder de vele feilen van genoemde inzake Multatuli.

Het heet "Stukjes en brokjes van Grijze Piet", is best amusant en leerzaam over het onderwerp, maar ik zal er alleen twee passages over citeren over twee zaken die mij aanzienlijk meer interesseren dan HBC's onvermogens.

Het eerste betreft de genitief in het Nederlands, en is uit mijn hart gegrepen, en begint met een citaat uit Nederlandsche Spraakkunst door T. Terwey uit 1878:

'De genitief van eigennamen van personen wordt gevormd door s, 's of '. Bij voornamen of zeer bekende geslachtsnamen bezigt men s: Willems boek (***), De Ruyters heldendaden; bij namen die op een klinker eindigen of familienamen 's: Maria's broeder, Mulder's dochter. Eindigt het zelfstandig naamwoord op een sisklank, dan bezigt met 's: Apelles' schilderstukken.'

Zo heb ik het nog op school geleerd. 

Ik ook, of ongeveer zo, want ik zat niet op een bijzonder goede lagere school, dat mede blijkt uit het feit dat de moderne Groene Boekjes spellingswaanzin over de genitief, die erin bestaat dat je ongeveer overal een s aan behoort te plakken, dus meervoud en genitief systematisch verplicht moet verwarren om behoorlijk doods-pedant Neerlands te schijven van... 1954 blijkt te dateren.

Het blijft kwalijke onzin, van maar liefst 55 jaar standing dit jaar, en Hermans schrijft heel terecht wat verderop de genitief-regel die ikzelf al zeer vele jaren gebruik, behalve bij een woord eindigend op s:

Volgens mij zou voor Nederlands de Engelse regel beter zijn, dus altijd een apostrof: Filip's sonatine, Homme's hoest, Geyerstein's dynamiek.

Dat is dus allemaal fout gespeld volgens de grammaticale vernietigers van levend hollands, en wel sinds 1954 op z'n laatst, maar is goed volgens WFH en volgens mij, met de persoonlijke aantekening dat ikzelf heel regelmatig, zoals met woordgeslachten, maar Nederlands schrijf zoals het me op dat moment aanstaat, eenvoudig omdat ik het te gek voor woorden vind om in een boekje op te moeten zoeken wat het volgens pedante grammaticale idioten juiste geslacht van zeker woord zou zijn.

En overigens spel ik zelf gewoonlijk zoals me op school geleerd is, en zal mijn spelling, afgezien van typefouten en persoonlijke afwijkingen als zojuist genoemd, redelijk dicht in de buurt komen van de standaard spelling van Nederlands ca. 1962, die ik in die tijd behoorlijk goed beheerste, vanwege een te doen toelatingsexamen voor de HBS (waar bleek dat ik er niets aan had, maar wel slaagde).

Nu de tweede kwestie in dit vooral aan HBC's vele Multatuli-feilen gewijd essay, waar Hermans alweer zegt wat ik al heel lang denk:

Nederlanders verbeelden zich altijd bijzonder uit te blinken in Frans, Duits en Engels. Niet alleen sinds de Mammoetwet het onderwijs verwoestte, k  in de negentiende eeuw was de op school bijgebrachte kennis van die talen ten hoogste voldoende om bloembollen en Edammer kazen aan Duitsers, Fransen en Engelsen te verkopen. (Op. cit. p. 564)

Juist - en wie daar anders over denkt moet eens naar een Nederlands minister luisteren zodra deze Engels gaat verstoethaspelen: "Wie hef gift duh grien leit toe poet duh bal in der korner", is bijvoorbeeld vloeiend Pronkiaans-Lubbersiaanse kommunikaassie, bevond ik ooit tot mij grote afgrijzen.

En natuurlijk zijn er tegenwoordig bijna geen Nederlanders meer onder de 60 die nog drie of vijf vreemde talen in hun VWO deden, zoals vroeger verplicht was, zodat bijvoorbeeld de kennis van Frans vrijwel volledig verdwenen is.

En waar Hermans natuurlijk volledig gelijk in heeft is zijn terloops bittere frase

... sinds de Mammoetwet het onderwijs verwoestte ...

want zo is het maar net, al markeert dit alleen het begin van 43 jaar voortschrijdend Nederlands cultureel, taalkundig, moreel, intellectueel en wetenschappelijk verval - waar bijna geen tijdgenoot iets van zei, iets tegen deed, of iets om gaf, met als de zeer weinige uitzonderingen, naast mijzelf, alleen een handjevol Nederschrijvers als Hermans, Blokker en Komrij.

4. Het laatste Multatuli-jaar

Hermans' volgende twee esseejs in dit verband zijn gewijd aan verhandelingen van de dames Kets-Vree en Noordervliet, en sla ik over, omdat de dames volledig oninteressant zijn en onzin verkochten, zodat ik met n sprong beland ben bij Hermans' laatste Multatuli-esseej in "Door gevaarlijke gekken omringd", dat "Aan het eind van het laatste Multatuli-jaar" heet, heel aardig is, en zo begint:

Het jaar 1987, honderdste sterfjaar van Multatuli zal, denk ik, als laatste Multatuli jaar de geschiedenis in gaan, waarmee ik bedoel dat 2020 (het tweehonderdste geboortejaar), 2060 (Max Havelaar tweehonderd jaar oud) en 2087 (tweehonderdste sterfjaar) geen Multatuli-jaren meer zullen zijn en in stilte voorbijgaan. (Op. cit. p. 587)

Het kan zijn en lijkt ook mij waarschijnlijk, maar het is niet geheel onmogelijk dat, mocht Nederland in die jaren nog bestaan, de dan heersende Neerlandse machthebbers een soort bureaucratisch-totalitaire verplichte herdenking organiseren. Het is echter ook heel goed mogelijk - nee: waarschijnlijk - dat ook dat "te duur" geacht zal worden, en dat Hermans volledig gelijk krijgt.

Aan de andere kant, en met voorbijgaan aan alle mogelijke Armaggedons tussen nu en en 2087:

Er is een radikaal verschil met vroeger, en dat is het internet, in welk verband ik u kan melden dat op mijn sites het Multatuli-deel al vele jaren de meest gelezen delen zijn, met naar ik schat rond 200 lezers per dag (minstens), dat feitelijk aanzienlijk meer is dan Multatuli aan lezers trok, althans voor zijn Iden, in zijn eigen tijd. (Voor mijn gegronde reden voor deze mening, zie mijn commentaar bij Multatuli's Nawoord bij Iden 3).

Dat is aardig voor mij, en ook voor de geest van Multatuli, maar omdat de Nederlandse Neerlandistieke Multatulianen kennelijk alles doen om maar te vermijden dat enig mens via enige Neerlandistieke Multatuli-site aan de weet zou kunnen komen dat mijn site en mijn uitgave en mijn commentaren bij alle 7 delen Iden, ook in vl beter Nederlands geschreven dan zij zelf bij machte zijn te schrijven, zelfs maar zouden kunnen bestaan, is het heel wel mogelijk dat al mijn inspanningen Multatuli's Iden te behandelen op leesbare wijze, en alsof hij een interessant denker zou zijn, geen verschil zullen blijken te maken, in 2020, 2060 of 2087.

Als Nederland er dan nog is, en er nog Nederlands gesproken wordt, en de Nederbevolking dan niet onder het juk van een totalitaire dictatuur in een zeer armoedig ontwikkelingsland met veel honger en geweld leeft, waarop de kans ook aanzienlijk is, dankzij de afgelopen 40 jaren Nederdegeneratie.

Hoe het zij, Hermans legt z'n geciteerde mening uit, onder andere met referenties aan de Multatuli-jaren 1910 en 1937, waarvan hij het laatst genoemde zelf meemaakte, en heeft het in zijn stuk overigens nogal bitter over allerlei Neerlandistieke inspanningen rondom Multatuli - van Atte Jongstra, van de Engelse vertaling van de Max Havelaar, van Maarten 't Hart, van Rob Nieuwenhuis - waar hij volgens mij gelijk in heeft, maar die mijns inziens  verdienen vergeten te worden, en ik hier dus niet zal behandelen.

Wat ik wel zal behandelen, afsluitend ook, zijn twee min of meer heugelijke feiten die Hermans zelf niet meer meemaakte, en wel de uitgave van Multatuli's Volledige Werken en de uitgave van de Multatuli-Encyclopedie.

Om met het eerste van deze onderwerpen te beginnen:

Multatuli's Volledige Werken zouden in het jubileumjaar eindelijk voltooid zijn, beweerde de opvolger van Garmt Stuiveling bij herhaling (zie blz. 567) (****). Toen de subsidie binnen was, denk ik, heeft men er zich toe beperkt het achttiende deel uit te brengen, dat maar tot 1877 loopt. (Op. cit. p. 600)

Het min of meer heugelijke feit in dit verband citeer ik uit het Voorwoord van deel XXIV van Multatuli's Volledige Werken :

Met dit vierentwintigste deel en het gelijktijdig te verschijnen registerdeel (XXV) zijn de strikt chronologisch opgebouwde Volledige Werken van Multatuli na een halve eeuw voltooid, in het jaar dat de schrijver 175 zou zijn geworden. (Op. cit. p. 9)

Dat jaar is ook Hermans' sterfjaar 1995 - en ik ben er zelf niet zeker van of deel XXV dat jaar werkelijk verscheen, maar dat komt omdat ik zo snel mijn kopie ervan niet kan vinden.

Hoe het zij, Multatuli's Volledige Werken zijn niet alleen, meer dan honderd jaar na zijn dood, uiteindelijk uitgegeven, maar ze zijn ondertussen ook alweer  verramsjd, omdat vrijwel niemand er belangstelling voor bleek te hebben, en uitgever Van Oorschot opslagruimte wilde hebben voor beter verkopende boekjes.

Trouwens... die Volledige Werken zijn gedeeltelijk gruwelijk en gedeeltelijk heel aardig. Het gruwelijke bestaat in de eerste 7 delen, die het door Multatuli bij zijn leven uitgegeven werk bevatten, maar dan in een werkelijk gestoorde  redactie van Garmt Stuiveling, die ikzelf alleen kan verklaren met hulp van psychiatrische hypotheses, omdat deze bestond Multatuli's spelling en zeer zogvuldige redactie volledig te verminken, verknoeien en vervalsen - terwijl hij de hele zaak veel goedkoper, veel sneller, veel beter n zeer veel mooier  fotografisch had kunnen reproduceren, bijvoorbeeld met reproductie van Multatuli's door hem zelf verzorgde fraaie uitgaves bij Funke.

Maar nee, Garmt de oorlogscollaborateur ook - zie WFH's Mandarijnen op zwavelzuur in dit verband - castreerde "Nederlands Grootste Schrijver" bij voorkeur persoonlijk en 7 vet gesubsidieerde delen lang; vrijwel niemand zei er vervolgens wat van; en sinds ik er iets van zei tegen de Neerlandistieke Multatulianen verdien ik geen bestaan, geen bekendheid, geen antwoord, en geen enkele link naar mijn uitgave van de Iden, al is dat iets wat geen enkele Neerlandicus sinds 1887 bij machte was te doen. (*****)

En het is heel jammer voor zowel Hermans als Multatuli, als voor iedere Nederlander die ooit geinteresseerd mocht zijn of raken in de n of de ander, dat Hermans helaas te vroeg stierf om de latere delen van de VW behoorlijk te kunnen behandelen en recenseren, terwijl die delen nu juist heel interessant zijn - en ik bedoel hier trouwens AL de delen VIIII t/m XXV, al schrijf ik zelf liever arabische cijfers, maar zo heten ze respectievelijk, met "Multatuli Volledige Werken" ervoor, waarvan Hermans althans het grootste deel wel ooit gezien, gelezen en gerecenseerd heeft.

Deze delen bevatten namelijk Multatuli's volledige correspondentie, althans voorzover overgeleverd, en een selectie van de brieven van zijn correspondenten en van publikaties over hem uit zijn tijd.

Dat is heel leerzaam over het 19e eeuwse Nederland waarin Multatuli leefde, is vaak heel fraai Nederlands, en geeft ook veel informatie over Multatuli's persoon, opvattingen en omstandigheden.

Het zou allemaal verdienen op internet te staan, terwijl er diverse heel fraaie delen Multatuliaans proza aan zijn brieven vallen te onttrekken, maar ik vrees dat dit alles veel te hoog gegrepen is voor de Neerlandistieke Multatulianen, terwijl ikzelf er zowel het geld als de gezondheid voor mis.

Ach ja - Multa tulit, nietwaar.

Vervolgens, het tweede min of meer heugelijke feit dat Hermans zelf niet meer meemaakte, waar hij het zelf in 1987 als volgt over had:

Hoeveel subsidiegeld er in de jaren die aan 1987 voorafgingen, is besteed aan plannen waar niets van terecht gekomen is, durf ik niet te becijferen. Zo zou er een kostbare en totaal nutteloze ''Multatuli-encyclopedie' verschijnen, bewerking van een bak met kaarten die lang geleden is gevuld door de autodidact Klaas ter Laan, Multatuli-vereerder van het lichtelijk gestoorde soort (..) (Op. cit. p. 599)

Het boek verscheen niet in 1987, ondanks veel subsidies, en Hermans had het er geheel niet op begrepen en wenste dat het nooit uit zou komen, maar uiteindelijk verscheen het toch, na nog meer subsidies, en wel in 1995, ik vrees na Hermans' dood, waarna het dan ook snel, zoals Hermans zelf in 1987 voorspeld had

bestemd [bleek - MM] bij stapels in de uitverkoop te liggen (Op. cit. p. 599)

waar ik het dan uiteindelijk ook vond, na enkele jaren, en mij aanschafte tegen de prijs van - toen nog - 15 guldens, waar ik tegenwoordig niet meer dan ruim 2 behoorlijke bruine broden voor kan kopen.

Hermans was zelf bij voorbaat geheel niet ingenomen met de uitgave van Ter Laan's arbeid:

"Al zulke krukkige, klunzige, gezapige, onnauwkeurige secundaire literatuur" (..) "bedoeld om Multatuli voor de arbeider te verklaren" (..)

maar vergiste zich daar toch behoorlijk in, naar mijn inschatting, want het is mij een heel bruikbaar zij het verre van perfect boek gebleken, dat veel moeilijke woorden, rond Multatuli functionerende personen, en ook redelijk wat van zijn bedoelingen met vooral zijn Iden redelijk in kaart heeft gebracht.

Het is wel een werk dat alleen van waarde is voor de werkelijke Multatuli-liefhebber, maar mocht u daartoe behoren dan is het zeker de moeite waard te bekijken of in de boekenkast te hebben, was het alleen omdat u er veel in zult vinden dat u heel moeilijk of geheel niet anders uit zou kunnen vinden.

Ook dit is dus een werk dat, evenals de brievendelen van Multatuli's Volledige Werken, verdient op internet te verschijnen, bijvoorbeeld bij de www.dbnl.nl, ten behoeve van serieuze en intelligente studenten Nederlands, die er heel wel mogelijk zijn, in het buitenland, omdat deze mensen met zowel met de ene als de andere uitgave een werkelijk grote dienst bewezen zou worden.

Maar ja... het betreft "Nederlands Grootste Schrijver", dus - ook gelet op hoe men al ruim een eeuw met de nalatenschap van de man is omgegaan - is dit iets dat in Nederland waarschijnlijk juist niet zal gebeuren.

Misschien is het iets dat verdient gedaan te worden door al die Amerikaanse studenten Nederlands die mij kennelijk lezen? Daar zit dan toch voor hen ook vast een Ph.D. aan vast, immers?

't Is maar een ideetje... voor buitenlanders geinteresseerd in "Nederlands Grootste Schrijver", die in Nederland immers vrijwel uniform schunnig, beroerd, dom, gebrekkig, nalatig, en bijna alleen voor, met en dankzij literaire staats- subsidies be- c.q. mis-handeld is, behalve dan door zeldzame enkelingen, zoals Hermans en ikzelf, die dan ook de bijzondere deugd genieten geen Neerlandici te zijn en werkelijk om goede Nederlandse literatuur te geven.


P.S. Nog een melancholische vraag in dit verband:

Zou het nog wel mogelijk zijn om W.F. Hermans "Door gevaarlijke gekken omringd" in een postmoderne Neerlandse uitleenbibliotheek te krijgen, mocht u daar trek in gekregen hebben, bijvoorbeeld door dit stukje? (En er staat heel wat mr aardigs en zinnigs in door WFH, niet alleen over Multatuli.)

Ik stel de vraag omdat ik in de NRC alleen zaken te lezen krijg over Nederbibliotheken die erop neer komen dat daar alles wat postmoderne Neerlanders niet meer kunnen lezen of begrijpen, dus o.a. alles dat vr hun eigen "kleinen tyd" gepubliceerd is, uit te ruimen om maar voldoende kastruimte voor de gruwelijke dus - "pikant, dat dus, nietwaar, lezer?" - in Neerland zeer populaire troep van Kluun, Van Rooyen, Grunberg en Wierenga te verkrijgen.

Maar mocht u Hermans' boek nog kunnen vinden, dan zult u daar een paar genoegelijke uren mee kunnen besteden, want hoewel het geen grootse literatuur is, is het wel aardig, soms heel leuk, en daarbij informatief over het Nederland waaruit Hermans in 1972 ontsnapte, zo gelukkig voor hem.

Noten

(*) Bibliografische gegevens: Willem Frederik Hermans: "Door gevaarlijke gekken omringd", Uitgeverij de Bezige Bij, 1988, ISBN 90 234 3073 5. Mijn uitgave is een paperback, en vermeldt dat
      Copyright 1988
Willem Frederik Hermans, Paris
      Omslag Willem Frederik Hermans, Paris
wat ik o.a. vermeld omdat de omslag fraai is; WFH toen in Parijs woonde maar hier, anders dan in zijn stukken, Frans niet vertaalt c.q. "Paris" schrijft.

(**)  Zie in dit verband ook ook mijn uitgave van Domela Nieuwenhuis' goede "Multatuli als ketter bij uitnemendheid", dat n van de weinige teksten over Multatuli is die hem behandelt in de termen waarin hij zichzelf ongeveer zag, en waarin hij ook verdiende behandeld te worden.)

(***) Hermans zelf kritiseert terecht het "zeer bekende" in "zeer bekende geslachtsnamen" (bij wie, immers), dat mij noopt tot het uitspreken van het vermoeden dat met "Willem" in dit geval de schrijver van Reynaert de Vos wordt bedoelt, iets dat ik aanneem nog maar een heel klein handjevol Nederlanders zich hier zou realiseren.

Overigens: Reynaert de Vos is ook "levend hollandsch", maar helaas door de vele krankzinnige spellingshervormingen heel moeilijk leesbaar in het originele Nederlands voor nu levende Nederlanders.

(****) Prof.dr. Hans van den Bergh, waarvan men veel kwaad kan zeggen (dat ik niet ken), maar die toch wel de deugden heeft gehad zeer veel sneller dan Stuiveling te werken, en de uitgave van Multatuli's VW, weliswaar uiteindelijk en ver na het beloofde tijdstip, afgerond te hebben.

(*****) En ik wil toch ook wel opmerken dat, al geef ikzelf werkelijk niet om Nederliteratuur of mijn standing daarin, dat een en ander wel degelijk een heel behoorlijke, wat zeg ik: een bijzonder goede, bijdrage is aan zowel de Nederlandse literatuur als de zogenaamde wetenschap rond Multatuli.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail