Nederlog

 

28 november 2009

 

: Dalrymple over waardenrelativisme

crisis-economie

      "Een aanzienlijk deel van het onderwijs dat u ontvangt heeft ook weinig met wetenschap en alles met politiek bijgeloof te maken - u studeert in een faculteit die nog steeds gedomineerd wordt door de politieke folklore uit de 60-er jaren. Dit leidt tot totalitair onderwijs, waarin u de meest kwalijke onzin wordt getracht wijs te maken (zoals "waarheid bestaat niet", wat erg makkelijk argumenteert voor de feministen en de Asva, maar overigens o.a. regelrecht uit de koker van Mao komt; "wetenschap en rationeel denken zijn moreel onverantwoord", omdat zwakbegaafden alles wat met hun emotionele vooroordelen strijdig is verafschuwen; en "alle normen zijn cultureel relatief", wat het lekker makkelijk maakt je zin door te zetten zonder naar argumenten te luisteren)."
     -- "Hoeren van de Rede", 1982 en 1988 [1]

Er staat een aardig maar wat onsamenhangend interview met Theodore Dalrymple in de NRC van heden, van de hand van Maarten Huygen. Het staat in de vandaagse economie-bijlage, gaat nominaal over de kreditiet, want dat staat erboven, terwijl de titel van het stuk luidt "Er is met de vrije markt geknoeid", en het begint met de volgende redactionele inleiding onder het kopje "Krediet", naast een foto die volgens het onderschrift Dalrymple afbeeldt:

De psychiater Theodore Dalrymple meent dat ons gebrek aan schaamte de heeft veroorzaakt.

Hier slaat bij mij echter de cognitieve verwarring al toe, die ik u nu eerst kort zal uitleggen, waarna ik wat selecties uit het interview en het andere bijschrift zal citeren en behandelen, omdat Dalrymple wel een paar aardige en zinnige dingen zegt.

Eerst wat verwarringen: De mededeling dat "ons gebrek aan schaamte de heeft veroorzaakt" vind ik onzin, omdat ik me niet op één hoop wens te laten gooien met "ons", en de rest van de bewering psychiatrisch-pretentieuze onzin is, al is het kennelijk een samenvatting uit de duim van een NRC-redacteur op basis van één passage uit het interview. [2]

Dat is nog tot daar aan toe, zult u zeggen, en dat is zo, maar vervolgens blijkt ook dat ondanks de ferme opening "De psychiater Theodore Dalrymple" de beste man zelf - waarvan ik enigszins dacht te weten wie hij was: Engelsman, gevangenis-psychiater, schrijver van stukjes die soms vertaald in de NRC staan - eigenlijk niet bestaat, volgens het "Cv Theodore Dalrymple" dat ook naast zijn fotografische beeltenis staat.

Hij heet namelijk helemaal geen "Theodore Dalrymple" maar "Anthony Daniels", al klopt de rest volgens dat CV wel, behalve dat hij al sinds 2005 gepensioneerd is (terwijl hij hooguit een jaar ouder is dan ik: De DWI probeerde mij rond die tijd de zelfmoord in te drijven door me over te leveren aan de schunnige en corrupte miljoenen of miljarden kostende burofascistische zwendel die "Reintegratie" heet).

En voor twee zinnen inleiding in een dagblad bedoeld voor hoger opgeleiden, dat door de redaktie zo graag met "de slijpsteen voor de geest" wordt aangeduid, zijn dat wel erg veel onduidelijkheden in, welgeteld, twee zinnen.

Maar goed... ik zei dat de man een paar interessante dingen zegt, en één daarvan staat in dat CV, en betreft een thema waar ik het vaak over gehad heb in Nederlog:

[Dalrymple/Daniels] beschrijft hoe het waardenrelativisme van de elite is doorgesijpeld tot de onderkant van de samenleving met fatale gevolgen zoals gebroken gezinnen, mishandeling, financieel wanbeheer, alcoholisme, drugsverslaving en misdaad. Zijn patienten in de gevangenis hadden zich aan de waardenvrijheid aangepast en beschouwen zich vaak als slachtoffer in plaats van als dader. Ze konden niets aan hun misdaad doen. De elite die hen gelijk geeft, is [in - MM] wezen onverschillig, vindt Daniels.

Met het hier gestelde ben ik het eens, en het verdient de nadruk te vermelden dat ik het voor het eerst aantrof eind 1977, toen ik uit Noorwegen geremigreerd was om in mijn vaderland te gaan studeren, en binnen twee dagen na aankomst in de Amsterdamse Melkweg op "wat ben jij dan een gore klootzak" werd getracteerd, alsof dat geheel vanzelf sprak, door een hij en een zij die naar een toneelvoorstelling waren geweest en daarvan tegen mij van wal waren gestoken, waartegen ik had gezegd dat ikzelf dat niet zou doen omdat ik niet zo goed tegen de Nederlandse toneeltoon kan. Hun antwoord was als geciteerd, waarna ze bovendien opstonden en boos wegliepen alsof het mijn schuld was.

Ik meende niets slechts of boosaardigs gezegd te hebben, en meende in feite alleen maar een punt gemaakt te hebben dat in ieder geval sinds de Aktie Tomaat van de late zestiger jaren regelmatig gemaakt was in Nederland, maar ik was dus "een gore klootzak" volgens dit stel omdat zij het niet met me eens waren.

Enkele dagen later kreeg ik eenzelfde koude douche bij mijn introductie als student filosofie, waar ik onmiddellijk opviel vanwege mijn conversatie, en snel gevraagd werd of ik Marx kende en wat ik daarvan vond. Mijn beleefde en vriendelijke antwoord was dat ik het marxisme wel enigszins kende, maar het eigenlijk niet zo op 'm had, waarna het antwoord prompt volgde van de ouderejaars die mij de vraag gesteld had, dan ik dan "vast en zeker een soort burgerlijke fascist" moest zijn.

Het postmodernisme had toen nog niet heel hevig toegeslagen, dus ik vermoed dat een en ander toen en daar typisch Neerlands was, en terugging op het klimaat aan de UvA (die "gedemokratiseerd" was, en waar de studentenfractie de Asva de macht met het College van Bestuur en de fractie Progressief Personeel deelde tussen 1972 en 1995); de algemene Nedernivelleringen van alles en iedereen onder Den Uyl (gedurende welke tijd ik buitenslands verbleef); de toen al minstens 10 jaar voortgeschreden ruinering van het Nederlands onderwijs; en het taalgebruik in de voorgaande tien a 12 jaar van bladen als Vrij Nederland, De Nieuwe Linie, en de Volkskrant, waar hele redacties een soort eigen neo-marxisme hadden geadopteerd, en alles en iedereen vanzelfsprekend uitmaakten voor "fascist" die hun niet aanstond, zoals kennelijk begonnen was in de 60'er jaren door Hugo Brandt Corstius in de VN, die daar wel pap van lustte, zoals Heldring kort geleden memoreerde. (Zie mijn Heldring vindt het ook: Over democratie in Nederland van 13 november, met HBC-citaten.)

Ik was echter zelf nogal verbaasd anno 1977, over beide voorvallen ook, en dat vooral omdat ik eenvoudig eerlijk en beleefd had gereageerd op wat ik voor vragen om informatie hield, maar die kennelijk bedoeld waren om mij te kunnen plaatsen als mede- of tegenstander, en vervolgens desgewenst te beledigen, en ikelf geheel niet zo opgevoed was (en in 1950 geboren ben).

Sindsdien ben ik aan de UvA dan ook zeer vele malen voor "fascist" uitgemaakt, en in 1988 ook voor de derde maal van de UvA gewerkt als "fascist" en "terrorist", volgens de toenmalige hoofdmedewerker en huidige professor ethiek, de fascist, terrorist en sadist dr. Frans Jacobs (schrijf ik nu, heel weloverwogen ook, na 32 jaar over het thema gepeinsd te hebben), en 15 van zijn collega akademische filosofen van de UvA, en het College van Bestuur, en trouwens ook de leiding van de Asva, die mij dat herhaaldelijk had laten weten dat ik een fascist zou zijn, en wel in en rond de Universiteits-Raad, waar ik een tegen de Asva gerichte studentenfractie leidde.

Het heeft me altijd verbaasd, o.a. omdat ikzelf de zoon en kleinzoon van communistische authentiek Marxistische verzetshelden ben, en trouwens ook één van de zeer weinige kinderen uit een arbeidersfamilie die aan de UvA bleek te studeren, ook toen nog, en ik geheel nooit en nergens ook maar enig fascistisch standpunt uitgedragen heb, zoals tegenwoordig, vooral dankzij de wetenschappelijke staf van de UvA, zo vanzelfsprekend is in Neerland, maar het is waar dat het, dankzij Brandt Corstius, Vrij Nederland, de Volkskrant, de Asva en het algehele UvA-klimaat, dekaden lang vanzelf sprak, in ieder geval aan de UvA, en uit zogenaamd progressieve Amsterdamse academisch geschoolde kelen, en trouwens ook door de SP, om alle tegenstanders verrot te schelden voor ("smerige", "vuile", "gore") "fascist". [3]

En het is overigens waar dat, zoals ik hierboven vermeldde, Heldring mijns inziens gelijk heeft dat Hugo Brandt Corstius daarmee schijnt begonnen te zijn in de Vrij Nederland, en trouwens ook waar dat dit kennelijk in imitatie was van de Duitse en Franse studentenleiders - Dutschke, Cohn-Bendit, Krivine - die hun tegenstanders en de politie ook graag zo mochten verketteren, net als ook alweer, kennelijk vooral in verband met de Vietnam-oorlog, gebruikelijk was in de hippie-generatie in de VS.

Nu terug naar Dalrymple (zal ik maar zeggen) - en ik schetste deze achtergronden om duidelijk te maken dat althans sommige aspecten van dit waardenrelativisme al heel lang spelen, en zeker niet van de laatste jaren dateren: Een en ander gaat terug op de zestiger jaren, en daarna op de erfgenamen en voortzetters daarvan, namelijk vooral op de akademische pest die postmodernisme heet.

Het begin van het vraaggesprek met Dalrymple luidt als volgt, dat trouwens alweer verwarrend is voor een man met mijn manier van denken, hoewel het volgende abstracte gezever al evenmin onbekend als het boven gememoreerde  links en postmodern taalgebruik:

"De vrije markt heeft een oordeel zaken, maar het is vaak een slecht oordeel.  Dit geldt speciaal nu de samenleving nergens een oordeel over durft te vellen en ook geen zelfbeheersing kent", zegt de bekende conservatieve essayist Theodore Dalrymple.

Zoals u wellicht weet denkt iemand als ik dat alleen levende individuen kunnen denken (en wellicht, ooit, computers, al ben ik daar niet zeker van, tenminste niet als dit de nu gebruikelijke zijn), en "de vrije markt" en "de samenleving" dus niet, en hetzelfde geldt het maken van oordelen en het hebben van zelfbeheersing - maar het is alweer waar dat dit soort proza tegenwoordig akademisch modern gepast is, en dat de journalisten van de NRC zo goed als van Met 't oog op morgen erin grossieren alsof categoriale redeneerfouten voor hun soort niet bestaan - wat wellicht ook zo is, voor hen, want dat kunnen ze al van de reclame geleerd hebben, en overigens op hun zwaar genivelleerde scholen en slechte universiteiten.

Het stuk vervolgt, iets minder categoriaal duister:

In een rustige Amsterdamse hotellobby nipt hij aan zijn koffie. "Ik denk dat de markt op zichzelf niet genoeg is. Anders zouden we kinderpornografie toestaan, want daar is een markt voor."

Nu is er een bloeiende markt in kinderporno, voorzover ik weet uit de media die mij bereiken, maar deze is, net als drugs, inderdaad illegaal - behalve dat drugs, maar kinderporno niet, in Nederland zorgvuldig halflegaal gehouden worden, dat alles dient om zowel de drugsmafia als de gemeentelijke burokratieën en politie-machten heel rijk en heel gelukkig te houden.

Overigens heeft Dalrymple een punt: Markten kunnen alleen bestaan bij gratie van het handhaven van bepaalde regels, precies als verkeer. En daarbij is, wat neo-conservatieven ook beweren, marktwerking geen moreel iets, noch de hand van God in de praktijk, maar iets a-moreels, dat gedreven wordt door eigenbelang van alle betrokken partijen, die overigens allemaal groot belang hebben bij althans sommige gehandhaafde regels, en wel omdat diefstal en terreur nog sneller plegen te verrijken dan slimme handel (althans... totdat de bankiersbonussen "geheel van deze tijd" werden).

Meer Dalrymple, in vervolg op het bovenstaande, ook alweer wat duister

"De vrije markt gaat gebukt onder een elite die geen vertrouwen kent in zijn eigen leiderschap.  Dat is een situatie waarin het slechte het goede zal verdrijven. Adam Smith dacht aan morele en sociale grenzen aan de markt met deugden als eerlijkheid maar die deugden zijn nu compleet verdwenen."

Waar ik het mee eens ben is dat het slecht af zal lopen als het zo doorgaat, en dat de bestaande politieke en financiële leiders evident incompetent zijn.

Overigens begrijp ik niet goed waar Dalrymple e.e.a. op baseert, maar psychiaters volgen vaak heel eigenaardige gedachtenkronkels, is me al eerder gebleken, en Dalrymple bedoelt het vast goed, en u en ik lezen hem uit de tweede, want Huygense, hand.

Aangezien ik ook Adam Smith ooit las ben ik geneigd aan te nemen dat deze niet zo eenvoudig van geest was als Dalrymple lijkt te denken, zoals het 18e eeuwse Engeland, waar ik vrij veel van weet, allerminst een plaats en tijd vormde waar "deugden als eerlijkheid" floreerden, maar u kunt dit opvatten als een enigermate geleerd terzijde mijnerszijds.

Een stuk verder komt Dalrymple een stuk zinniger te spreken over de banken en de oorzaken van de (al is het wel weer in termen van bezielde abstracties):

"De banken [zegge: bankiers - MM] vonden dit piramidespel fantastisch. Omdat de medewerkers bonussen kregen op basis van prestaties van twaalf maanden en omdat ze zoveel verdienden zou het voor hen niet uitmaken als de bank binnen twee jaar failliet zou gaan. Ze zouden in twee of drie jaar meer verdienen dan de meeste mensen in hun hele leven. Dat gaf hun ruimte. Dus de oorzaak van de ligt bij drie partijen, de banken, de regering en de mensen."

Dit lijkt me overwegend waar, al zijn de (gewone) mensen eerder de slachtoffers dan de medewerkers van de andere twee partijen, die twee handen op een buik bleken en nog steeds zijn.

Dalrymple ziet dat iets anders, zoals blijkt uit het vervolg van het zojuist geciteerde

Het publiek geeft de banken juist de schuld en eist schadevergoeding.
"Je kunt een lening geven aan iemand, maar je kunt hem niet dwingen om de lening te accepteren. Veel is te wijten aan de zwakte van de menselijke natuur."

Mij lijkt het dat de bedoelde zwakte hier toch vooral domheid is en dat Otto Modalverbraucher niet zoveel verweten kan worden, gezien de leugens, het bedrog, de reclame en praktijken van al de Scheringa's in al de banken en hypotheekverstrekkers, en dat de gemiddeld toch veel verantwoordelijker, daarvoor ook veel hoger betaalde top uit de financiële, bestuurlijke en - niet te vergeten! - parlementaire elites veel meer blaam treft.

Even verderop komt Dalrymple hier dan ook van te spreken:

En wat was de rol van wat u de denkende klasse noemt?
"Zij zouden in staat moeten zijn geweest dit te onthullen toen dit aan de gang was. Dat is hun functie. Op sommigen na deden ze dat niet. Ze durven het volk niet te veroordelen. Omdat je niet kunt zeggen dat de mensen niet goed zijn."

Het probleem met "hun functie" en "in staat" is dat de afgelopen veertig jaar wat Dalrymple "de denkende klasse" noemt zeer genivelleerd is - zoals blijkt uit moderne leidende parlementariërs als Hamer, Verdonk, Dijksma e.v.a. die allemaal, indien ze ietsje ouder waren geweest, hooguit de Huishoudschool hadden mogen en kunnen aflopen, in plaats van doctorandra's in deze of gene genivelleerde zogeheten sociale wetenschap en parlementarier te kunnen worden.

Vervolgens: Het is niet zozeer dat de zogeheten moderne intelligentsia, die dus geen echte intelligentsia meer is, in grote meerderheid, en sinds minstens dertig jaar, "het volk niet" "durven" "te veroordelen", als wel dat ze prefereren het volk te beliegen en bedriegen middels hun eigen politieke reclames, die de laatste twintig jaar zeer hoge vlucht hebben genomen in het Westen, en bijna alle rationele discussie over politiek en maatschappij onmogelijk c.q. ondoenlijk hebben gemaakt: Alles wat moreel of politiek is, om me tot Neerland te beperken, is verjipt en verjanneket, en herleid tot "optimaal cruciaal efficiënt klip en klaar" massaal volksbedrog van meer dan Orwelliaans formaat.

Trouwens... je kunt heel goed "zeggen dat de mensen niet goed zijn", en een zogeheten Judeo-Christelijke beschaving behoort gebaseerd te zijn op de stelling dat de mensen in meerderheid niet goed zijn, want aldus leren de Joodse en Christelijke Heilige Boeken - alleen heeft "het volk" geleerd van hun ook al driekwart debiele voorgangers dat er helemaal geen geldige normen en waarden zijn, en dat iedereen gelijkwaardig is, en dat alle moraal relatief is, en dat waarheid niet bestaat - want zulks is de afgelopen dertig jaar HET gedachtegoed geweest dat vanaf de postmoderne en neo-marxisties angehauchte universiteiten over de samenleving werd uitgestort, met hulp van massaas ook al postmodern en neo-marxisties angehaucht journaille (dat zichzelf tot de en sinds Fortuyn parmantig als "neo-conservatief" betitelde).

Overigens is Dalrymple behoorlijk tot zeer pessimistisch, maar - althans in Huygens' weergave van hem - verre van helder, dus ik sla flink wat over om te arriveren bij een precisificatie van hem inzake economische deugden, waar hierboven al sprake van was, maar zonder veel precisificatie:

Wat zijn de economische deugden?
"Behoedzaamheid, spaarzaamheid, eerlijkheid. (...) En dan is er nog de deugd van rechtschapenheid, die is min of meer verdwenen."

Wat Dalrymple in het Engels zei is me hieruit niet duidelijk (wellicht: prudence, thrift, honesty and justice), maar hier valt het een en ander voor te zeggen, trouwens niet alleen in het economische - en het is waar dat rechtvaardigheid, na dertig jaar onderwijs in de relativiteit van alle moraal, gecombineerd voor de grote Neerlandse meerderheid met een uur reclameleugens op TV per dag, tussen het geweld en het totale VPRO-gerelativeer van alles en iedereen behalve de excellentie van de VPRO, overwegend verdwenen is, in de samenleving, als begrip, en als norm.

Ik ben gearriveerd bij mijn laatste Dalrymple-citaat, dat een recent gevolg van dertig jaar waardenrelativisme bespreekt:

Maar de groei van de bonussen wijst erop dat de overheid na de niet streng zal zijn met de banken.
"Dat komt door de managerscultuur waar premier Thatcher (1979-1990) mee begon. En dan krijg je dat corrupte corporatieve bondgenootschap tussen politici en managers. Een nomenclatura ontstaat. Die heeft niets te maken met een vrije markt. Voorzover er een vrije markt bestaat, is ermee geknoeid"
(...)
De publieke diensten doen precies hetzelfde."

Net als de universiteiten, ambtenaren en medici: Zie mijn Krediet-: De exploderende bonussen-pest. En overigens heeft Dalrymple hier gelijk: Het is de managers-cultuur, waarmee Thatcher in Europa begon - en zie mijn Over Orwell, Burnham en de managers; het is inderdaad een "corrupt corporatieve bondgenootschap tussen politici en managers", waarvoor zie mijn Over corporatisme van begin September vorig jaar; het betreft inderdaad "een nomenclatura", waarvoor zie (in de Sovjet-variant, maar heel leerzaam) Michael S. Voslensky's Nomenklatura [4]; en tenslotte heeft het inderdaad "niets te maken met een vrije markt", en alles met propaganda die deze frase misbruikt, maar feitelijk de nomenklatura van managers, politici, journalisten en lobbyisten geldt. die zichzelf en elkaar verrijkt hebben met leugens en bedrog van de grote meute, die nu voor de rekeningen opdraait, en tot betaling wordt verplicht middels chantage: "Houd ons en de banken overeind, of het einde der tijden is daar!"

crisis-economie


P.S. Kortom.... Dalrymple heeft het in zijn laatste citaat over wat ik burofascisme noem sinds 1984, en dat volgens mij een belangrijk inzicht is, dat veel verklaart over wat sindsdien gebeurd is in het Westen. Later meer hierover, want het is verreweg de beste algemene systematische verklaring die ik ken voor de geschiedenis van de afgelopen 25 jaar, althans in Nederland en in het hele Westen, inclusief de voormalige Sovjet-Unie.

Noten

[1] Geciteerd naar mijn Hoeren van de Rede uit 1988, dat zelf weer grotendeels bestond uit de tekst van een stuk voor de Universiteits-Raad van de Universiteit van Amsterdam uit 1982, dat mij op de Asva-kwalificatie "smerige fascist" kam te slaan, en het College van Bestuur van de UvA motiveerde mij van de universiteit te werken via terreur en een rechtzaak, die ik uiteindelijk won, sinds wanneer de links-fascistiese terroristen van de UvA, tegenwoordig in de gestalte van de menselijke dégeneré en Amsterdam Nomenklatoera-lid mr. Mieke Krol verdommen zelfs maar te beantwoorden, als de dierlijke beestmensen en verraders van de beschaving die het vergeleken met mijn familie nu eenmaal vrijwel allemaal zijn gebleken te zijn, aan de tegenwoordige UvA, en sinds dekaden.

Want de UvA is de plaats waar de moderne postmoderne kanker begon in Nederland, en vanwaar deze door heel Nederland werd uitgedragen, dankzij de inzet en integriteit van de wetenschappelijke staf daarvan.

Bij voldoende welzijn van mij en mijn computer hoop ik een en ander binnenkort op deze plaats toe te lichten, ook met welwillende of kwaadwillende hulp van mijn grage UvA-beul, de pooier van studiepunten voor sexuele gunsten, UvA-ethicus prof.dr. Frans Jacobs, die mij verwijderde bij de studie filosofie, omdat hij nu eenmaal een grage sadist is, en ik volgens hem "een fascist" en een "terrorist" zou zijn.

Ik heb namelijk dringend het een en ander met deze grage beul te verrekenen, en hij heeft mijn mail met het stuk in de laatste link, als de sadistische lafbek die dit menselijk quasi-ethisch monster nu eenmaal is, dan ook sinds Juli niet beantwoord, ook met steun van de elllendelinge mr. Mieke Krol, en de huidige schoften van het CvB van de UvA.

Voor het evidente sadisme van deze evidente UvA-terrorist en fascistoide smeerlap zie mijn brief aan de faculteit voor filosofie uit 1988. Hier zijn twee citaten van deze "ethicus", kennelijk toen al zwaar gestoord, volgens wie ik daarom "een fascist" en "een terrorist" zou zijn:

"Ik kan me best in de psyche van die lustmoordenaars indenken: zoiets fraais doet pijn aan je ogen, je kunt het maar het beste kapotgooien."

en voor zijn studentes

"Die voldoende krijgt ze op de koop toe, als ze mij eerst neemt. Maar als ze niets van me wil weten, ben ik onomkoopbaar. Hoe maak ik dat haar duidelijk?"

Dit is dus de gepubliceerde tekst van de huidige professor ethiek aan de UvA, die overigens zijn hele leven vrijwel niets gepubliceerd heeft, en al meer dan dertig jaar uitvreet en parasiteert van de gemeenschap aan de UvA, alsof dit voor dit soort smerihe dégenerées vanzelf spreekt in Amsterdam en Neerland - wat het feitelijk dan ook doet, al dekaden ook.

[2] Er is een boel psychiatrisch-anthropologische onzin verkocht over zogeheten schuld- en schaamte-culturen, dat de achtergrond zal vormen van de bewering, maar waar ik verder niet op in ga behalve met deze vermelding.

[3] Het is me ergens in de late 80-er of vroege 90-er jaren door jong arbeideristisch SP-kader gebeurd, dat me op straat staande hield om me te vragen - ik droeg mijn haar lang - wat ik van de SP vond, en of ik geen lid wilde worden. Toen ik zei dat het socialisme maar al te makkelijk totalitair bleek te kunnen worden werd ik door een stel daarvan prompt geheel vanzelfsprekend voor "fascist" uitgemaakt.

Trouwens... dit gebeurde net als aan de UvA, en net als door Glenn Beck en Bill O'Reilly, die dat tegenwoordig ook graag doen, met evident groot genot voor de roepers van "fascist!".

[4] Michael S. Voslensky's Nomenklatura - Die herrschende Klasse der Sovjetunion, uitg. Moewig Argumente, 1980 (uit het Russisch), ISBN 3-8118-3143-7. Als gebruikelijk geef ik referenties die doorsnee Neerlandse zogeheten akademici niet kennen, maar dit boek is zeer leerzaam in dit verband, en trouwens ook in verband met mijn  De val van de muur na 20 jaar en mijn Het oligarchisch kapitalisme. (O ja, talkundig nootje voor de NRC-redactie: de korrekte Nederlandse spelling is volgens mij: "nomenklatoera".)

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail