\ 

Nederlog

 

17 november 2009

 

Arendt en Heidegger



Dit is een vervolg op mijn stukje Heidegger aan diggelen van bijna een week geleden, omdat ik besloot mijn titel van vandaag te googelen, en prompt terecht kwam bij "The Evil of Banality - Troubling new revelations about Arendt and Heidegger" van een Ron Rosenbaum, in iets dat Slate heet.

Ik heb geen verdere kennis van Rosenbaum of Slate, maar het artikel is aardig hoewel te journalistiek naar mijn smaak, en biedt enig persoonlijk zicht op zowel Hannah Arendt als Martin Heidegger.

Over dit tweetal moet u - om de rest te begrijpen - minstens weten dat Heidegger in sommige kringen doorgaat, sinds vele tientallen jaren ook, voor Een Groot Filosoof; dat Arendt in sommige kringen doorgaat, ook al sinds tientallen jaren, voor een groot of in ieder geval aanzienlijk sociaal filosoof, die haar bekendheid dankt aan "Eichmann in Jerusalem - A report on the banality of evil", maar ook dikke geleerde studies over "The origins of totalitarianism" en "The human condition" schreef; dat Arendt uit een seculier Joods gezin kwam, maar als 18-jarige studente een verhouding begon met de twee keer zo oude getrouwde filosofie-professor Heidegger, toen al nazi-sympathisant; dat Arendt, die geëmigreerd was naar de VS, Heidegger na de Tweede Wereldoorlog hielp zijn reputatie en status te behouden of herwinnen; dat Heidegger en Arendt de afgelopen vier dekaden vooral populair zijn als grote of leidinggevende denkers in linkse en postmoderne kringen; en dat één aanleiding van Rosenbaum's stuk het stuk van Romano is dat ik in Heidegger aan diggelen besprak en citeerde, waar Rosenbaum, net als ik, van gecharmeerd is, geheel anders dan meer dan 100 zeer boze kennelijk vooral postmoderne Heidegger-uitbaters en/of bewonderaars van gering verstand en grote pretenties.

De aanleidingen voor Rosenbaum's artikel waren tweeërlei: Het al genoemde stuk van Romano over Heidegger, en een lezing van een Wasserstein, oorspronkelijk gehouden in december 2008, aan - of all places - de Radboud-universiteit te Nijmegen, die meent dat Arendt te sterk beinvloed was door anti-semitische literatuur die ze gelezen had (wellicht ook door haar minnaar van weleer, die een anti-semiet was) en dat ze overigens een verkeerd beeld van Eichmann schetste.

Tot zover de achtergronden. Nu Rosenbaum's artikel, dat zo begint, naast een foto van Arendt:

Will we ever be able to think of Hannah Arendt in the same way again? Two new and damning critiques, one of Arendt and one of her longtime Nazi-sycophant lover, the philosopher Martin Heidegger, were published within 10 days of each other last month. The pieces cast further doubt on the overinflated, underexamined reputations of both figures and shed new light on their intellectually toxic relationship.

Ik noemde Rosenbaum's aanleidingen voor zijn stuk hierboven, en wellicht ziet u dat zijn soort proza - "we", "intellectually toxic" - niet het mijne is, maar ik ben dan ook geen journalist.

Rosenbaum vervolgt

My hope is that these revelations will encourage a further discrediting of the most overused, misused, abused pseudo-intellectual phrase in our language: the banality of evil. The banality of the banality of evil, the fatuousness of it, has long been fathomless, but perhaps now it will be consigned to the realm of the deceitful and disingenuous as well.

Ik neig er hier toe te denken dat Rosenbaum een paar dingen door elkaar haalt, zoals enerzijds Arendt's bedoeling met die frase - die niets anders betekent dan: de gewoonheid van het kwaad, en weinig anders suggereert, overigens geheel overeenkomstig de joods-christelijke traditie, dan dat heel gewone mensen heel wel in staat zijn tot het doen van heel slechte dingen - en anderzijds het ritueel gebruik dat van die frase is gemaakt in, vooral, linkse intellectuele kringen, alsof het uitspreken ervan in beginsel alles zou verklaren, dat natuurlijk geheel niet zo is.

Aan de andere kant: Rosenbaum heeft wel degelijk een punt, dat hij als volgt uitlegt, in vier opvolgende alineaas die ik zal citeren, met mijn commentaar ertussen. Hier is de eerste:

Could these revelations help banish the robotic reiteration of the phrase the banality of evil as an explanation for everything bad that human beings do? Arendt may not have intended that the phrase be used this way, but one of its pernicious effects has been to make it seem as though the search for an explanation of the mystery of evil done by "ordinary men" is over. As though by naming it somehow explains it and even solves the problem. It's a phrase that sounds meaningful and lets us off the hook, allows us to avoid facing the difficult question.

Dit vind ik wat moeilijk te volgen, behalve Rosenbaum's terechte irritatie over het zinloos ritueel gebruik van deze frase, dat echter Arendt's schuld niet is.

Het punt is namelijk - onder andere - dat de frase wel degelijk inhoudelijke zin heeft, en wel in het bijzonder het tegenspreken van de vooral in Westduitsland tussen 1945 en 1975 populaire stelling dat het kwaad van het nazisme vooral het werk was geweest van enkele heel slechte Nazi's, allemaal dood sinds 1945, terwijl de Duitse bevolking in grote meerderheid van niets geweten had, en overigens alleen maar bevelen op gevolgd had, en daarom eigenlijk aan niets schuldig was geweest, behalve het zich laten bedriegen door enkele hele slechte leiders (ten dele niet eens behoorlijk Duits, bovendien, maar Oostenrijks).

Daartegenover staat een beeld van het nazisme dat pas na 1975 bekend werd, o.a. door Browning, dat erin bestaat dat een aanzienlijk deel van het kwaad dat in de Tweede Wereldoorlog gedaan werd, inclusief een deel van de Joodse genocide, door au fond heel gewone Duitsers gedaan werd, overigens niet omdat dit kwaad doen  Duits zou zijn, maar omdat het menschlich-all-zu-menschlich is - en ik citeer nu Browning:

"I fear we live in a world in which war and racism are ubiquitous, in which the powers of government mobilization and legitimization are powerful and increasing, in which a sense of personal responsibility is increasingly attenuated by specialization and bureaucratization, and in which peer-group exerts tremendous pressures on behavior and sets moral norms. In such a world, I fear, modern governments that wish to commit mass murder will seldom fail in their efforts for being unable to induce "ordinary men" to become their "willing executioners." "

Mijzelf komt dit voor als een in beginsel juiste verklaring, al wil ik het wel met Rosenbaum eens zijn dat het hanteren van frases als "the banality of evil" en "ordinary men" op zichzelf weinig verklaart en veel duister laat.

Rosenbaum vervolgt zijn boven geciteerde alinea met deze:

It was the banality phrase—and the purported profundity of it in the popular mind—that elevated Arendt above the ranks of her fellow exile intellectuals in America and made her a proto-Sontag figure, a cerebral star of sorts and a revered icon in cultural-studies departments throughout America. It was the phrase that launched a thousand theses.

Dit zal ongetwijfeld ongeveer zo zijn, maar dat ligt opnieuw niet aan Arendt (en Susan Sontag was een inderdaad zeer overschatte journalistieke aanstelster), maar aan het grage media-gebruik van catchy phrases (waar Rosenbaum zelf ook mee koketteert of hengelt: "the phrase that launched a thousand theses" is een toespeling op "the face that launched a thousand ships") en aan de domheid van veel zogeheten "intellectuelen" in de zachte zogenaamde  "wetenschappen".

Ik ben aangeland bij Rosenbaum's derde alinea, die terzake begint te worden:

To my mind, the use of the phrase banality of evil is an almost infallible sign of shallow thinkers attempting to seem intellectually sophisticated. Come on, people: It's a bankrupt phrase, a subprime phrase, a Dr. Phil-level phrase masquerading as a profound contrarianism. Oooh, so daring! Evil comes not only in the form of mustache-twirling Snidely Whiplash types, but in the form of paper pushers who followed evil orders. And when applied—as she originally did to Adolf Eichmann, Hitler's eager executioner, responsible for the logistics of the Final Solution—the phrase was utterly fraudulent.

Het begin is nogal ronkerig journalistiek proza dat ik hierboven bij implicatie besproken heb, maar het laatste deel lijkt me meer correct dan niet, om een reden die Rosenbaum in de vierde alinea en laatste alinea die ik van hem citeer zo toelicht:

Adolf Eichmann was, of course, in no way a banal bureaucrat: He just portrayed himself as one while on trial for his life. Eichmann was a vicious and loathsome Jew-hater and -hunter who, among other things, personally intervened after the war was effectively lost, to insist on and ensure the mass murder of the last intact Jewish group in Europe, those of Hungary. So the phrase was wrong in its origin, as applied to Eichmann, and wrong in almost all subsequent cases when applied generally. Wrong and self-contradictory, linguistically, philosophically, and metaphorically. Either one knows what one is doing is evil or one does not. If one knows and does it anyway, one is evil, not some special subcategory of evil. If one doesn't know, one is ignorant, and not evil. But genuine ignorance is rare when evil is going on.

Dit lijkt me juist over Eichmann (en zie Goldensohn's boek voor meer van dezelfde truuk bij andere leidende nazi's), maar dat betekent niet dat de leidende gedachte dat veel van het kwaad dat de Duitsers deden in de Tweede Wereldoorlog niet door een klein handjevol dode monsters werd verricht maar door een flinke meerderheid van oppassend collaborerende doorsnee-Duitsers, onzinnig is, en het betekent ook al niet dat "the phrase was wrong in its origin, as applied to Eichmann, and wrong in almost all subsequent cases when applied generally".

En de rest van Rosenbaum's alinea is ook weer overwegend misleidend, en dat niet omdat hij per se ongelijk heeft, maar omdat hij geheel voorbij gaat aan iets anders fundamenteels: "when evil is going on" dan weten de uitvoerders gewoonlijk behoorlijk goed wat ze doen, en wel omdat ieder mens die niet volledig gestoord is een redelijk adekwaat beeld moet hebben van wat een ander mens pijnigt en vernedert, maar tegelijk is het gewoonlijk zo dat dit pijnigen en vernederen van (vermeende) tegenstanders omgebogen c.q. omgelogen wordt tot patriottisch, heldhaftig, wenselijk, goed, bewonderenswaardig etc. eenvoudig omdat het door Ons gedaan wordt tegen mensen die de ondeugd hebben niet tot Ons te behoren. (Zie mijn: Een toepasselijk Orwell-citaat).

De rest van Rosenbaum's stuk gaat dieper in op Heidegger en Arendt, en lijkt Arendt vooral te verwijten dat ze niet Joods genoeg was of wilde zijn en dat ze teveel geloof hechtte aan anti-semitisch angehauchte schrijvers over het Jodendom.

Dat zijn zaken en verwijten die mijzelf niet bijzonder interesseren (en ik vermoed dat Rosenbaum een Joods appeltje met Arendt meent te hebben te schillen, op de toon van "zij verried haar wortels om maar in de smaak te vallen bij de gojim" of iets dergelijks), maar ik wil nog wel iets opmerken over Arendt als Denker.

Ik heb me namelijk enige tijd geleden heengelezen door een deel van haar hoofdwerk en dat viel me niet mee: Het is overwegend saai, weinig leerzaam en behoorlijk pretentieus, om welke redenen ik haar niet kan beschouwen of betitelen als een interessant (sociaal-)filosofisch denker.

Uiteindelijk zal het wel aan een combinatie liggen van haar onderwijs in en geloof aan slechte en onzinnige filosofie opgedaan aan Heidegger's voeten; haar latere intellectuele onvermogen zichzelf daarboven uit te tillen (*); en de wens opgang te maken met diepgravende studies over fundamentele menselijke en sociale problemen.

Aan de andere kant: Hoewel ikzelf geheel niet onder de indruk ben van haar werk, denk ik ook dat het zeer veel beter (helderder, leesbaarder, zinniger) is dan alles wat Heidegger publiceerde, al is dat in mijn ogen geen grote kunst; en denk ik overigens, kennelijk enigszins anders dan Rosenbaum, dat ze het wel goed bedoeld zal hebben en haar best deed (wat iets is dat ik geheel niet van Heidegger denk).

Maar er zijn aanzienlijk zinniger studies over zowel het totalitairisme als over de achtergronden van de Holocaust dan de hare, en ik vermoed dat ze uiteindelijk zo bekend is geworden omdat (1) haar frase "the banality of evil" het goed deed in de media; (2) haar boeken dik, geleerd, pretentieus en moeilijk door te komen waren, maar over Belangrijke Kwesties handelden; en (3) zij zelf een heuse filosofe was, Een Vrouw, en ook nog eens, al had ze dan het geloof niet, Joods.

Dat zijn uiteindelijk nogal domme en dunne gronden voor bekendheid en populariteit, maar dat is haar weer niet kwalijk te nemen. En mijn voornaamste bezwaar tegen haar, na partiële lezing van haar dikke hoofdwerken, is toch vooral dat ze uiteindelijk het talent miste om goed te doen wat ze beweerde te doen, en dat ikzelf heel weinig opgestoken heb van de uiteindelijk vele paginaas van haar geleerd proza die ik doorgenomen heb.

En mocht u echt meer willen weten over het totalitairisme, dan is "The origins of totalitarian democracy" van Jacob Talmon veel beter, omdat het een heel stuk zinniger, helderder en korter is dan Arendt's werk, overigens ook zeer geleerd, en - voor wie dat een overweging mocht zijn, als kennelijk voor Rosenbaum - ook het werk van een Joodse intellectueel, en gepubliceerd niet lang na de Tweede Wereldoorlog, alweer als een poging om het totalitairisme begrijpelijk(er) te maken.


P.S. Ik gaf hierboven een link naar de Engelse Wikipedia over Jacob Talmon, waar u weer een link naar het Wikipedia-artikel over Totalitarian democracy vindt, waaruit ik, in verband met het bovenstaande en mijn voorgaande stukje over De Tocqueville citeer, minus een aantal links:

A totalitarian democracy, says Talmon, accepts "exclusive territorial sovereignty" as its right. It retains full power of expropriation and full power of imposition, i.e., the right of control over everything and everyone. Maintenance of such power, in the absence of full support of the citizenry, requires the forceful suppression of any dissenting element except that which the government purposely permits or organizes. Liberal democrats, who see political strength as growing from the bottom up (cf: "grass roots"), reject in principle the idea of coercion in shaping political will, but the totalitarian democratic state holds it as an ongoing imperative.

A totalitarian democratic state is said to maximize its control over the lives of its citizens, using the dual rationale of general will (i.e., "public good") and majority rule. An argument can be made that in some circumstances it is actually the political, economic, and military élite who interpret the general will to suit their own interests. Again, however, it is the imperative of achieving the overarching goal of a political nirvana that shapes the vision of the process, and the citizen is expected to contribute to the best of his abilities; the general is not asked to guide the plow, nor is the farmer asked to lead the troops.

It can approach the condition of totalitarianism; totalitarian states can also approach the condition of democracy, or at least majoritarianism. Citizens of a totalitarian democratic state, even when aware of their true powerlessness, may support their government. The Nazi government that led Germany into World War II appears to have had the support of the majority of Germans, and this view holds that it was not until much later, after Germany's losses began to mount, that support for Hitler began to fade. Joseph Stalin was practically worshipped by hundreds of millions of Soviet citizens, many of whom have not changed their opinion even today, and his status ensured his economic and political reforms would be carried out.

Trouwens... hier is een aardig stuk over Talmon uit 2008, in pdf, waarvan ik de link dank aan het Wikipedia-artikel over hem: INTRO Priest or Jester. Het heeft de deugd redelijk wat over hem te vertellen, inclusief de invloed van De Tocqueville op hem, en gaat ook in op de verschillen tussen hem en Arendt over totalitairisme.

Note

(*) Terwijl ze daar toch in beginsel de gelegenheid toe had, want er was in haar tijd redelijk wat behoorlijke analytische filosofie voorhanden: Zie bijvoorbeeld mijn Ten good modern philosophy texts.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail