\ 

Nederlog

 

16 november 2009

 

De Tocqueville en de geest der de-mo-kra-tie



Ik heb de afgelopen dagen iets gedaan dat ik veel eerder had moeten doen, namelijk deel II van De Tocqueville's "Democracy in America" herlezen, dat één van de zinnigste sociaal-politieke verhandelingen is waar ik weet van heb - dat kennelijk zo zinnig is dat ik nog nooit iemand tegengekomen ben die het ook gelezen had, net als "The Federalist Papers", waarvoor hetzelfde geldt.

Natuurlijk zijn dergelijke lezers er wel, zelfs in Nederland - prof.dr. Frank Ankersmit leaps to mind, as one rare possibility, amongst Dutchmen - en zeker in de VS, maar ook dan is het de vraag of er veel mensen zijn die deze teksten lezen zoals ik ze lees.

De reden waarom ik me dat laatste afvraag en neig te antwoorden met "in deze tijd vrijwel niemand", dat een antwoord is dat ik hieronder zal proberen te verduidelijken met enkele fraaie citaten, ligt vooral in mijn persoonlijke achtergrond en in mijn idem ervaringen in Nederland, die allebei nogal bijzonder zijn, en die ik voor het moment als bekend veronderstel bij de lezer, die zich in het geval dat niet zo is desgewenst tot ME in Amsterdam en de rest van mijn site kan wenden.

Het doet er voor het moment ook niet bijzonder toe, zolang u maar enigermate begrijpt dat ik mijzelf van jongsaf als een denkend individu beschouw, die noch hetzelfde noch gelijkwaardig is met andere mensen, en dat die houding mij als het ware opgedrongen is door een aangeboren hoge intelligentie en het bezit van eerlijke communistische ouders, die zichtbaar, hoorbaar, intellectueel en moreel afweken van hun omgeving, die in mijn jeugd bestond uit evident kleiner, platter, dommer en laffer Amsterdams Kinkerbuurt- of Staatsliedenbuurt-proletariaat. (*)

Ik herlas dus deel II van De Tocqueville's "Democracy in America", dat ik oorspronkelijk kocht en las in 1977 en had dat eerder moeten doen, eenvoudig omdat het zo goed en zinnig is.

Laat ik dat hieronder illustreren, maar nu eerst proberen heel kort samen te vatten waarom De Tocqueville zo goed en zinnig is.

Hier zijn volgens mij drie hoofdredenen voor:

  • Hij schreef heel goed en helder, en bij gelegenheid behoorlijk epigrammatisch.
  • Hij had een werkelijk logisch hoofd, en de meesten van zijn argumenten zijn nogal evident gebouwd op gewoonlijk (maar niet altijd) tamelijk helder geformuleerde vooronderstellingen over mens en maatschappij, waaruit hij dan deducties maakt, en hij had evident een vermogen zinnige vooronderstellingen te maken.
  • Hij had ook veel empirisch materiaal (over de VS, en kennelijk ook op basis van zelfstandige studie van maatschappij-filosofische, historische en juridische teksten) en gebruikte dat heel verstandig en zinnig.

Het tweede punt is het meest bijzondere, en gewoonlijk afwezig bij wie over maatschappij-wetenschappen of sociale filosofie schrijft (al is het aanwezig bij de werkelijk groten, als Aristoteles, Machiavelli, Mill, Mosca en Weber) - waarbij ik op moet merken, voor het juiste begrip, dat maatschappij-wetenschappen natuurlijk wel terug plegen te gaan op vooronderstellingen, maar dat deze zelden zo zinnig zijn als bij De Tocqueville (wat achteraf blijkt uit zijn gelijk, dat groot is gebleken) en gewoonlijk bestaan uit een bepaald soort politieke of methodologische vooroordelen ("marxisties", "empiries", "postmodern" you name it (**)).

Het tweede punt is ook nogal moeilijk te beoordelen, enerszijds omdat de meeste maatschappij-filosofische teksten geheel niet door mensen met logische hoofden geschreven zijn (uitzonderingen als boven) en anderszijds omdat De Tocqueville's vooronderstellingen aan de meeste lezers zullen verschijnen als vooroordelen of open deuren, terwijl ze dat gewoonlijk geen van beide zijn, maar veeleer dienen als hypotheses, die passen bij het feitenmateriaal dat hij probeerde intellectueel in kaart te brengen en verklaren.

Laat ik na deze korte uitleg proberen te verduidelijken wat ik bedoel door een fraai en zeer perceptief citaat uit De Tocqueville's bijna laatste hoofdstuk uit zijn laatste boek in Volume II van "Democracy in America", een hoofdstuk dat de titel draagt

"What sort of despotism democratic nations have to fear".

De Tocqueville maakte zich namelijk grote zorgen over de kans dat - zoals Aristoteles al beargumenteerd had, op basis van bekende feiten uit zijn tijd - dat een democratie uiteindelijk ontaardt in een dictatuur, en in feite was deze zorg één van zijn voornaamste redenen "Democracy in America" te schrijven - zoals hij zelf zegt aan het eind van zijn werk. (***)

Na deze korte inleiding ben ik gearriveerd bij mijn citaat uit De Tocqueville, dat continu is, en zich in mijn editie over drie paginaas uitstrekt - en ik merk overigens op dat het Franse origineel van de onderhavige tekst uit 1839 of 1840 dateert, en dat ik een en ander onderbroken heb door kort commentaar van mij:

"I think, then, that the species of oppression by which democratic nations are menaced is unlike anything that ever before existed in the world: our contemporaries will find no prototype of it in their memories.  I seek in vain for an expression that will accurately  convey the whole of the idea I have formed of it; the old words despotism and tyrrany are inappropriate: the thing itself is new, and since I cannot name, I must attempt to define it."

Eén woord dat redelijk dienst doet in dit verband is "totalitairisme", al weet ik natuurlijk niet of De Tocqueville het hiermee eens zou zijn geweest, behalve waarschijnlijk dat het dichter ligt bij wat hij bedoelde dan "despotisme" of ""tirannie". Maar lees verder, want hij definieert - of althans: beschrijft -behoorlijk duidelijk en adekwaat wat hem voor de geest zweefde:

"I seek to trace the novel features under which despotism may appear in the world. The first thing that strikes the observation is an innumerable multitude of men, all equal and alike, incessantly endeavoring to procure the petty and paltry pleasures with which they glut their lives. Each of them, living apart, is as a stranger to the fate of all the rest; his children and his private friends constitute to him the whole of mankind. (...)"

Dit is een centraal thema van "Democracy in America": Dat de - veronderstelde, wettelijk vastgelegde - zogeheten gelijkheid van alle burgers allerlei konsekwenties heeft die niet bestonden en meestal niet konden bestaan in eerdere en meer aristocratische maatschappij-ordeningen, en dat één van die konsekwenties het feitelijk alleen-staan van alle individuen erin behelste, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het feodalisme, waar iedere burger een door geboorte bepaalde vaste maatschappelijke plaats en functie had.

Ik denk dat De Tocqueville hier gelijk had (zonder dat ik, zomin als hij, feodalistische verhoudingen wil bezingen), maar dat u om zijn gelijk echt in te zien meer van zijn tekst moet gelezen hebben - en waar hij onder andere op doelt is dat er in vroegere maatschappij-ordeningen veel meer overlappende grote en vooral kleine en lokale instituties waren waarbinnen mensen een vanzelfsprekende plaats en functie hadden, met daarmee samenhangende  loyaliteiten en plichten.

Hoe het zij, feit blijft ook dat in de alledaagse maatschappelijke en menselijke praktijk "his children and his private friends constitute to him the whole of mankind" voor vrijwel iedereen geldt, en dat wat men denkt over " 'de' mens " en " 'de' maatschappij " vooral gebaseerd is op enkele tientallen mensen die men enigszins kent of gekend heeft, als familie, collega's, broers, zussen, neven, nichten of vrienden, en overigens uit de pers, uit boeken, van school en van TV.

De Tocqueville vervolgt aldus (ik sloeg één zin over, aangegeven door "(...)")  - en we arriveren nu bij iets als de idealen van de PvdA-bestuurders en overige socialisten, sociaal-demokraten en moderne Westerse bestuurstypes:

"Above this race of men stands an immense and titulary power, which takes upon itself alone to secure their gratifications and to watch over their fate. That power is absolute, minute regular, provident, and mild."

Het is, kortom, Vadertje Staat a.k.a. Grote Broer, inzonder zoals deze graag gezien en afgeschilderd wordt in wat nu socialistische en sociaal-demokratische kringen heten.

De Tocqueville vervolgt:

"It would be like the authority of a parent if, like that authority, its object was to prepare men for manhood; but it seeks, on the contrary, to keep them in permanent childhood: it is well content that people should rejoice, provided they think of nothing but rejoicing. For their happiness such a government willingly labors, but it chooses to be the sole agent and the only arbiter of that happiness; it provides for their security, foresees and supplies their necessities, facilitates their pleasures, manages their principal concerns, directs their industry, regulates the descent of property, and subdivides their inheritances: what remains, but to spare themselves all the care of thinking and all the trouble of living?"

U denkt dat dit zo erg niet is, en onderdeel is van - "Geloof me, u kunt me vertrouwen" - een moderne welvaartsstaat, een behoorlijke sociaal-democratie (met welwillend-paternalistische burgemeesters, wethouders, en staats-hoofden), of Ons Rheinlands-model? De Tocqueville vervolgt:

"Thus it every day renders the exercise of free agency of men less useful and less frequent; it circumscribes the will within a narrower range and gradually robs a man of all the uses of himself. The principle of equality has prepared men for these things; it has predisposed men to endure them and often to look upon them as benefits."

Immers: Ons Loket Zorg is er helemaal voor U (in de kantooruren)! Wie zich braaf oppassend gedraagt en zich netjes conformeert krijgt een baantje of een uitkering, en vast ook een gratis bed als hij dat nodig mocht hebben! Onze ambtenaren zorgen voor u, van de wieg tot het graf - en de grote meerderheid van Ons Trots Volk vindt  dat een veilig gevoel, en mag iedere vier jaar kiezen welke publieks-voorgangers hun mogen bestieren. En in ieders passende belangen - voorzover gelijkwaardig aan ieder ander natuurlijk: u moet vooral niet denken of zeggen dat u iets bijzonders zou zijn - wordt voorzien, door Onze Wijze Bestuurders en hun brave immer welwillende en weldoende ambtelijke uitvoerders, en wel in ieder's belang en voor het welvaren van allen (die deugen willen).

De Tocqueville vervolgt:

"After having thus successively taken each member of the community in its powerful grasp and fashioned him at will, the supreme power then extends its arm over the whole community. It covers the surface of society with a network of small complicated rules, minute and uniform, through which the most original minds and the most energetic characters cannot penetrate, to rise above the crowd."

En u snapt natuurlijk heel goed, als Neerlander ook, dat dit alles van eminent persoonlijk belang is voor de "most original minds and the most energetic characters", was het alleen maar om deze - in hun eigen belang, lezer! - keurig op de hun door B&W of Vadertje Staat passend geachte plaats te houden, en ze tevens bij te brengen dat ze zich vooral niet behoren te verbeelden iets bijzonders te zijn, voorzover ze geen loyaal ambtenaar of bestuurder zijn, natuurlijk. (Of BN'er, sportidool, of volkszanger: enig menselijk onderscheid moet er zijn, zelfs in een de-mo-kra-tie!)

De Tocqueville vervolgt geruststellend, opdat u zich vooral geen zorgen maakt, zo u dat al deed:

"The will of man is not shattered, but softened, bent, and guided; men are seldom forced by it to act, but they are constantly constrained from acting. Such a power does not destroy, but it prevents existence; it does not tyrannize, but it compresses, enervates, extinguishes, and stupefies a people, till each nation is reduced to nothing better than a flock of timid and industrious animals, of which the governnent is the shepherd."

En het gebeurt allemaal in Het Belang van De Burger, lezer - en niet alleen dat: de burger krijgt dit ook dagelijks meerdere keren (minstens!) te horen van zijn eigen  bovengestelden, namelijk dat deze leiders het beste met hem voorhebben, en er zijn voor hem, althans zolang hij maar braaf doet zoals het hoort, natuurlijk: "Geloof me, u kunt me vertrouwen!".

U vindt dat wellicht wat cynisch gezien van me? De Tocqueville vervolgt:

"I have always thought that servitude of the regular, quiet and gentle kind which I have just described might be combined more easily with some of the outward forms of freedom, and that it might even establish itself under the wing of the sovereignty of the people."

Het lijkt toch heel sterk op sociaal-demokraties, of christen-democratisch, of liberaal-democratisch model en ideaal? Dit is toch wat de meeste gewillige moderne loonslaven als ideaal voorkomt, mits gepaard met een betaalbare auto, hypotheek, en genoeg autochtone leefbaarheid, zoals dat heet? De Tocqueville vervolgt:

"Our contemporaries are constantly excited by two conflicting passions: they want to be led, and they wish to remain free. As they cannot destroy either the one or the other of these contrary propensities, they strive to satisfy them both at once."

Hoe zouden ze dat doen, denkt u? De Tocqueville vervolgt:

"They devise a sole, tutelary, and all-powerful form of government, but elected by the people. They combine the principle of centralization and that of popular sovereignty; this gives the a respite: they console themselves for being in tutelage by the reflection that they have chosen their guardians."

Zoals - "Geloof me, u kunt me vertrouwen" - die voortreffelijke Wouter, die begaafde Mariëtte, die nobele Job, die allemaal zo goed voor hun loyale volgelingen zorgen ook, en De Tocqueville vervolgt:

"Every man allows himself to be put in leading-strings, because he sees that it is not a person or a class of persons, but the people at large who hold the end of his chain."

Namelijk via het waarachtig democratisch instrument dat stemmachine heet c.q. de-mo-kra-tie-se ver-kie-zing-en (mèt Stemwijzer), zodat u maar begrijpt dat deze massale demokratiese overtuiging geen illusie noch deceptie kan zijn - welnee: U, ja U, en geen ander, beslist in Ons stemhokje wie Onze machthebbers mogen zijn, van Ons. Wij leven namelijk in Een Demokratiese Rechtsstaat! Meeste stemmen gelden! De Tocqueville vervolgt:

"By this system the people shake off their state of dependence just long enough to select their master and then relapse into it again. A great many persons at present day are quite contented with this sort of compromise between administrative despotism (****) and the sovereignty of the people; and they think they have done enough for the protection of individual freedom when they have surrendered it to the power of the nation at large."

Dus feitelijk, in deze fijne moderne demokratiese tijd, aan zulke welmenende weldenkende integere publieksdienaars, van eminent verstand en nog voortreffelijker moraal (in alle gelijkwaardigheid dan) als onze Jan-Peter, onze Wouter of onze Mariëtte, of anders één van die - maar liefst! - paar honderd andere politieke Neerlandse BN'ers, allen van onverdachte motieven, nobele bedoelingen, evidente competentie, en toch geheel gelijkwaardig aan al hun kiezers (behalve in salarissen, pensioenen, aantallen eigen woningen, wachtgelden, en macht die invloed moet heten dan, maar ook dat is zoals het hoort, volgens de oppassend loyale meerderheid van ook al weldenkende en welmenende kiezers).

De Tocqueville vervolgt, en ik beëindig mijn citaat:

"This does not satisfy me; the nature of him I am to obey signifies less to me than the fact of extorted obedience." (pp. 336-8, op. cit.)

Maar ja... u begrijpt dat iemand als De Tocqueville voor nog veel minder telt dan 1 op de 10.000, en dat alleen wie het niet goed voorheeft met het welbegrepen eigenbelang van de demokratiese meerderheid van Ons Volk zo denkt of schrijft als hij.

En als u dat niet begrijpt, misschien heeft u dan een aanleiding om hem eens wat beter te lezen.


P.S. Hier zijn nog twee citaten. Het eerste is van De Tocqueville zelf (en zie de laatste link voor meer citaten van hem op de Engelse Wikiquote.org) en luidt zo, als ik me niet vergis:

"Dutchmen are so enamored of equality that they would rather be equal in slavery than unequal in freedom."

Ocharm! Daar vergiste ik me: Hij sprak van "Americans" - en zei ook dat eigenlijk niet, maar wordt vaak geciteerd alsof hij dat zei, want hij zei in feite:

"There is, in fact, a manly and lawful passion for equality which excites men to wish all to be powerful and honored. This passion tends to elevate the humble to the rank of the great; but there exists also in the human heart a depraved taste for equality, which impels the weak to attempt to lower the powerful to their own level, and reduces men to prefer equality in slavery to inequality with freedom."

Misschien dat ik daarom aan Ons Trots Volk moest denken! En hier is een afsluitend citaat over hem, uit het Engelse wikipedia-artikel over hem

"But, despite maintaining with Aristotle, Montesquieu, and others that the balance of property determined the balance of power, Tocqueville argued that, as America showed, equitable property holdings did not ensure the rule of the best men. In fact, it did quite the opposite. The widespread, relatively equitable property ownership which distinguished America and determined its mores and values also explained why the American masses held elites in such contempt.

More than just imploding any traces of old-world aristocracy, ordinary Americans also refused to defer to those possessing, as Tocqueville put it, superior talent and intelligence. These natural elites, who Tocqueville asserted were the lone virtuous members of American society, could not enjoy much share in the political sphere as a result. Ordinary Americans enjoyed too much power, claimed too great a voice in the public sphere, to defer to intellectual superiors. This culture promoted a relatively pronounced equality, Tocqueville argued, but the same mores and opinions that ensured such equality also promoted, as he put it, a middling mediocrity."

Had hij in mijn tijd aan de UvA gestudeerd, dan was er vast nog één man van de UvA verwijderd sinds de Tweede Wereldoorlog vanwege zijn

uitgesproken gedachten over het peil van bestuur, onderwijs en onderzoek aan deze universiteit, alsmede over haar bestuurders en medewerkers

maar zoals het feitelijk was, was alleen ik daar minderwaardig genoeg voor, onder zoveel tienduizenden, wie weet diverse honderdduizenden, van de intellectuele en morele allerprachtigste bloem der Nederlandse natie, opgeleid aan de UvA sinds 1945.

P.P.S. Nog een korte verklarende en gedeeltelijk persoonlijke noot: Ik veronderstel dat de meeste Nederlanders, als je het ze zou vragen, zouden verklaren zelf demokraat te zijn - "in hart én nieren, lieve mensen!" - omdat meeste stemmen gelden het eerlijkst zou zijn, en dat dan met name omdat alle Nederlanders gelijkwaardig zouden zijn. Zoals Multatuli schreef en Guiccardini en Vespucci lang geleden argumenteerden, is zowel het een als het ander een misvatting, en is een in beginsel zinnige praktische rechtvaardiging deze:

Het beslissen by meerderheid van stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan. (Idee 7)

En ikzelf begon grote problemen met "gedemokratiseerd bestuur" te krijgen in 1968, toen ik in Parijs, gedurende en in de nasleep van de Mei-Revolutie, zag waar dit op neerkwam in de praktijk, zowel ter linker als ter rechterzijde van het politiek spectrum: De demokratisering van de studenten kwam feitelijk neer op de terreur van de grootste bek of de langste adem (vanwege ellenlange zogeheten plenaire vergaderingen); de democratie van de Franse burgerij bestond uit dom geloof in leuzes, platitudes, en de zegeningen van De Gaulle. In allebei de gevallen draaide het uit op onzinnige meerderheidsbesluiten gebaseerd op onwetendheid en propaganda.

Tenslotte moet de lezer bedenken dat "democratie" een zeer vaag begrip is - "volksregering" is bovendien een contradictio in adjecto, behalve in tijden van absolute anarchie - en dat wat De Tocqueville eronder verstond, gebaseerd op zijn aanzienlijke kennis van Franse, Engelse en Amerikaanse verhoudingen tussen 1800 en 1850, vrijwel zeker niet is wat de zeer grote meerderheid er nu onder verstaat, was het alleen omdat in de VS de slavernij nog bestond, en in Engeland en Frankrijk een census-kiesrecht uitsluitend voor mannen bestond, waarin feitelijk slechts een klein deel van de volwassen bevolking stemrecht had.

Notes

(*) Even een kleine opmerking over - de illusie of leugen van - universele gelijkwaardigheid en gelijkheid, waar dit stukje feitelijk bij implicatie voor een groot deel over handelt:

Ik weet, lezer, uit bittere ervaring ook, dat van de 1000 zogeheten  weldenkende Neerlanders, in het bijzonder de beter opgeleiden en betaalden, minstens 999 publiek met de hand op het hart zullen belijden dat zij persoonlijk, net als alle fatsoenlijke mensen die zij persoonlijk kennen, geheel en al overtuigd zijn dat alle mensen gelijk c.q. gelijkwaardig zijn.

U mag dat ook vinden en zeggen van mij, en de kans is groter dan een half - zeker als u enig welbegrepen eigenbelang heeft, als Hollander - dat u publiek hetzelfde zult belijden onder Neerlanders (voorzover geen PVV'ers) en beleden zult hebben, en dat bovendien met een vanzelfsprekend air van grote morele voortreffelijkheid, wenselijkheid en vanzelfsprekendheid, want dat heeft u immers thuis en op school zo geleerd, en de TV is er dagelijks ook vol van.

Wel... ik geloof er niets van. Ik bedoel: Dat u of enig ander Neerlander die dit publiek zei het werkelijk meent, zult menen of meende toen of wanneer u op enig moment in Nederland onder Nederlanders de universele gelijkwaardigheid van alle mensen publiek beleed.

U zou namelijk, als u het werkelijk meende, een heel ander mens zijn dan u bent, en bijvoorbeeld uw eigendommen wegschenken als een waarachtige Christen (ook al een feitelijk zeer zeldzaam zo niet al zo'n 20 eeuwen uitgestorven soort) of anders al jaren parlementariër hebben pogen te worden (als u dat niet al die tijd was), in de stellige zekerheid dat uw kennis (minstens) zo groot is als de mijne en uw intelligentie (minstens) gelijkwaardig aan Einstein of Von Neumann - en als u het één nog het ander deed of serieus poogde terwijl u toch eerlijk meende dat alle mensen gelijk of gelijkwaardig zijn, dan bent u bijzonder in gebreke gebleven gezien uw eigen opvattingen en waarden.

Maar serieus, lezer: U gelooft zo min dat u zo intelligent bent als Einstein of Von Neumann, als dat u gelooft dat u zo fysiek aantrekkelijk bent als een filmster en zo goed kunt voetballen als Cruyff (ooit), tenzij u echt dringend psychische hulp en bijstand nodig hebt.

En overigens heb ik dit thema regelmatig behandeld, omdat al dat valse gelieg over gelijkwaardigheid en gelijkheid mij feitelijk zeer tegenstaat en ook als  gevaarlijk voorkomt, omdat het mij - en mij niet alleen! -  als een symptoom van een totalitaire geest verschijnt (waarover het stukje handelt waar dit een noot in is): Zie bijvoorbeeld mijn satirische De gelijkwaardigheid van Obama en analytische Over gelijkheid en gelijkwaardigheid, allebei van ruim een jaar geleden.

Kortom, ik geloof werkelijk dat u en iedere andere Nederlander die de afgelopen 40 jaar de gelijkheid of gelijkwaardigheid van alle mensen beleden heeft - en dat zijn er al snel 15 miljoen, minstens: het was dekadenlang een zeer populaire, zeer wenselijk geachte, de carrière zeer bevorderende pose - heel eenvoudig ofwel te dom is om voor de duvel te dansen ofwel loog.

En zie overigens de tekst van dit stukje.

(**) Voor wie het interesseert is een interessante referentie hier C. Wright Mills' "The Sociological Imagination", met interessante en goed geschreven hoofdstukken over de soorten politieke en methodologische vooroordelen die school maakten in de sociologie van zijn tijd (en die nog steeds gelden, zij het met kwalificaties).

(***) Mijn editie van "Democracy in America" is trouwens de uitgave van Philip Bradley, gedateerd op 1945 in mijn paperback editie, die echter waarschijnlijk van minstens 20 jaar daarna stemt. Hoe het zij... deze uitgave heeft de deugd een verbeterde vertaling van een verbeterde vertaling van de oorspronkelijke uitgave te zijn, en tal van bruikbare noten en referenties te hebben, en kennelijk ook (geoordeeld naar Franse citaten uit De Tocqueville) een behoorlijke en volledige vertaling te zijn.

Het Tocqueville-citaat waarop ik doel staat aan het eind van het één na laatste hoofdstuk, na zijn uitleg dat er twee dominante soorten opvattingen waren in zijn tijd waren in reactie op de totalitaire gevaren van een democratische staatsordening, namelijk één die bestond in angst voor individuele vrijheid en één die bestond in het omarmen van individuele onvrijheid:

"The former abandon freedom because they think it dangerous; the latter, because they hold it impossible.

If I had entertained the latter conviction, I should not have written this book, but I should have deplored in secrecy the destiny of mankind. I have sought to point out the independence of man, because I firmly believe that these dangers are the most formidable as well the least foreseen of all those which futurity holds in store, but I do not think they are insurmountable." (p. 348, op. cit.)

En zie de opkomst van de totalitaire staten in Europa in de 20ste eeuw voor waar De Tocqueville voor vreesde, en tegen schreef.

(****) Misschien dat De Tocqueville niet naar het toen niet bestaande woord "totalitairisme" zocht maar naar het toen evenmin bestaande woord "buro-fascisme"? Och jee, daar word ik misschien weer cynisch!

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail