\ 

Nederlog

 

13 november 2009

 

Heldring vindt het ook: Over democratie in Nederland

crisis-economie


Zoals u wellicht weet ben ikzelf niet zo'n groot democraat-genus-Neerlandicus.

Ik voeg de genus-kwalificatie erbij om te benadrukken dat wat "de" Neerlander tegenwoordig voor "de" "democratie" houdt bepaald niet hetzelfde is als daar elders of ooit onder verstaan is en dat mijn tegenzin voor een deel minder democratie op zich geldt, waarvoor Multatuli geheel terecht ooit het volgende fraaie vooral praktische en pragmatische argument opstelde:

Het beslissen by meerderheid van stemmen is 't recht van den sterkste in der minne. Het beduidt: áls we vochten, zouden wy winnen...laat ons 't vechten overslaan. (Idee 7)

Wat mij tegenstaat is de invulling van een en ander in het moderne Nederland, zoals ik dit de afgelopen 45 jaar behoorlijk bewust heb meegemaakt, en waar ikzelf dusdanig mijn bekomst van heb sinds dekaden dat ik al vanaf 1971 nooit gestemd heb in landelijke, gemeentelijke of provinciale verkiezingen: Te veel te domme propaganda voor te duidelijk niet deugende lieden van te geringe vermogens en integriteit.

Ik vermoed dat mijn gevoelens in dit verband redelijk vergelijkbaar zijn met iemand met een absoluut gehoor die een amateurorkest aan moet horen (ik ben niet zo gezegend of gevloekt en gis alleen, naar analogie), maar mijn gevoelen gold dekaden lang in Neerland als uitermate slecht ("fascisties", in het taaleigen van mijn nu aan de bestuursmacht of onverbeterlijk rijk en vroeg gepensioneerde zijnde babyboom-generatie, die alles voor "fascisties" uitmaakten dat tussen hen en hun opgang stond), ook in die mate dat ik professoren en doctoren psychologie heb gekend die mij herhaaldelijk verteld hebben dat ik mijn mond moest houden over de Nederlandse politiek en de Amsterdamse gemeentelijke universiteit want

"Wie niet stemt mag niet meepraten".

Hier spraken - zoals u wellicht zelf al zag - waarachtige geboren Stalinisten, c.q. genetisch gemankeerde totalitaire geesten, en inderdaad werden zij, hoewel ook zij poseerden als o zo vréselijk revolutionair en links in hun studententijd, professoren en doctoren psychologie met een aanstelling aan de UvA, aanstellingen die tot nu toe en sinds jaren niets en niemand enig goed deden dan henzelf, en kreeg ik geen aanstelling, ja zelfs geen promotie-recht, hoewel ik toch duidelijk zowel een heel stuk intelligenter als geleerder was en ben dan zij.

Tot nu toe heb ik héél weinig medestanders gevonden in Neerland waar het mijn ideeën en gevoelens over De Democratie In Ons Land betreft - dat niet zo gek is, want Ons Land bestaat, grofweg en bij benadering, uit circa 16 miljoen meelopers, geëexcuseerd door een hooguit matig verstandje,  en een handvol enigermate zelfstandig denkenden, terwijl al wie afwijkt, al is het maar verbaal, problemen riskeert met de grote weldenkende (menen ze zelf) meerderheid.

Het deed me dus plezier in de NRC van 12 november te lezen dat Heldring iets dergelijks ook vind, al neem ik overigens aan dat hij, anders dan ik, al vele dekaden heel fatsoenlijk naar stemlokalen is getogen op de passende tijdstippen - dat echter een gang is die ikzelf zinloos vind omdat (1) mijn stem toch weggewogen wordt door tientallen stadions vol Tokkies (*) en (2) ik van geen Neder-politicus weet sinds Drees Sr. die ik voor zowel redelijk intelligent als min of meer moreel houd, en geheel geen zin heb, al is het maar formeel, voor een beschavingsloze ellebogenwerker of een oplichter te stemmen.

Maar ik kan in vrede leven met het feit dat de grote meerderheid van de Nederlandse potentiële kiezers over zowel (1) als (2) geheel anders denken en voelen dan ik, en die mensen moeten dan maar gaan stemmen voor hun idolen, leiders of voorgangers als de tijd daar is om dat te doen, en ze zullen daar ook vast een deel van hun eigen illusies over hun eigen Neerlandse grote fatsoenlijkheid aan ontlenen, zoals hierboven staat geilustreerd aan de hand van UvA-academici, ooit zeer radikaal, althans verbaal en risicoloos, toen dat modieus was, en carrière-bevorderend. (**)

Af en toe zijn er echter Nederlanders die wel iets verstandigs over democratie denken en schrijven en deze keer is dat Heldring, als al gerefereerd, namelijk in zijn column in de NRC van 12 november, die zo begint:

Op de beschuldigingen dat hij extreem-rechts, een gevaar voor de rechtsstaat, een racist, ja een fascist zou zijn, antwoordt Geert Wilders: „Ik ben een democraat in hart en nieren.” Nu, dat kan ik niet van mezelf zeggen. Democratie is voor mij een zaak van verstand, niet van enig lichaamsdeel. Een van de zwakke punten van de democratie is, in mijn ogen, juist dat zij types als Wilders produceert.

"Precies myn idee", om Multatuli nog eens te citeren - en Heldring is ondertussen zo oud dat hij zich de dertiger jaren en de Tweede Wereldoorlog nog kan heugen, waarvan de laatste te danken is aan de economische van 1929 + de toen reeds bestaande zegeningen van de Duitse democratie, die Hitler democratisch aan de macht brachten (al waren er meer oorzaken).

Heldring gaat dieper op kwalificaties als "extreem-rechts, een gevaar voor de rechtsstaat, een racist, ja een fascist" in, termen waarvan sommige menen dat ze niet tot het parlementair taalgebruik zouden moeten behoren, en wel door kortweg Hugo Brandt Corstius' vroegere uitingen in Vrij Nederland te behandelen, die in de zeventiger en tachtiger jaren o.a. Renate Rubinstein van „neo-antisemitische schunnigheid” betichtte; voorstanders van kernraketten „huurmoordenaars” en potentiële genocideplegers noemde; en minister Ruding „de Eichmann van onze tijd”.

Brandt Corstius werd weinig of niets in de weg gelegd en nauwelijks gekritiseerd, alles uit naam van het recht op vrije meningsuiting, en omdat zoals Heldring schrijft:

In Vrij Nederland, maar ook in onze krant, bleef hij als medewerker welkom. De toenmalige paus van de literaire kritiek schreef dat HBC de vrijheid gegund moest worden die vroeger de vorst aan zijn hofnar – maar niet aan anderen – verleende. Een van die slimme opportuniteitsredeneringen, die minder bevoorrechten en intellectueel minder begaafden in machteloze woede doen ontsteken.

Wel...  het is dan ook echt valsistische onzin, want het is nu niet vroeger; de vorst houdt geen hofnar meer en is niet meer absoluut; en Brandt Corstius positie en opstelling waren helemaal niet die van een nar, maar van een rabiate en fanate gelijkhebber, waar voor mij alle smaak redelijkheid of rationaliteit al eerder van afgespoeld was door zijn regelmatig in de zestiger jaren gedane publieke mededelingen, ook al in de VN, dat wie geen PvdA stemde gek was.

Ik vond dat namelijk - toen al - totalitair en Stalinistisch geredeneerd, maar was ook in dat standpunt, als gebruikelijk, een eenling, die geheel niet geinteresseerd is in wat Onze Groep politiek tot voordeel strekt (zoals vrijwel alle eertijdse bewonderaars van Brandt Corstius, waar er redelijk veel van waren in linkse kringen), maar alleen in of een bewering waar, waarschijnlijk of anderszins rationeel onderbouwd is, of niet. (***)

Aan de andere kant... Brandt Corstius was jarenlang "een bekend geval", en werd door W.F. Hermans omschreven als "malle Pietje"; er werd veel gescholden in en door linkse kringen; en de vergelijking tussen Brandt Corstius ooit en Wilders nu gaat nogal mank op diverse manieren.

Heldring vervolgt het bovenstaande citaat van hem direkt als volgt, waar de lezer kennelijk moet begrijpen dat zijn term "dezen" verwijst naar zijn eerdere "die minder bevoorrechten en intellectueel minder begaafden":

Het is de vraag of dezen zich nu erg opwinden over de kwalificaties ‘extreem-rechts’, ‘racist’, ‘fascist’ of ‘bedreiger van de rechtsstaat’ die Wilders toegevoegd worden. Wilders zelf reageert daar fel op (..)

Hij bespreekt in dit verband een artikel in de Volkskrant inzake de o.a. door Pechtold gebezigde kwalificatie van Wilders als "een racist". De positie van de schrijver in de Volkskrant geeft Heldring zo weer (naast meer in dit verband, dat ik oversla):

Volgens deze analyse is Wilders „het stempel extreem-rechts daarbij uit electoraal oogpunt hoogst onwelkom. (…) Wordt een partij met intimidatie en geweld geassocieerd, dan is het onmogelijk het hoge zeteltal te halen dat de PVV ambieert. De betiteling ‘racist’ is ook zo’n gevoelige.”

Dit lijkt mij meer wensdenkerij dan rationele analyse, en Heldring zelf zegt er direct onder:

Ik zet daar een vraagteken achter.

Heldring legt vervolgens uit waarom hij dat denkt, op zichzelf adekwaat, maar behandelt niet mijn eigen stellige vermoeden over Wilders' zeggen en spreken dat het hem helemaal niet gaat om het werkelijk bedrijven van politiek, of het werkelijk formuleren van zijn eigen politieke ideeën en idealen, maar eigenlijk alleen om het positieve reclame-maken voor zichzelf en het negatieve reclame-maken - het diskwalificeren, beledigen en verbaal verontmenselijken - van zijn (vermeende) tegenstanders, al dan niet "Islamofascisten", alles in de hoop zo veel mogelijk persoonlijk electoraal voordeel te kunnen gaan trekken uit de domheid, bevooroordeeldheid, onwetendheid en angsten van de grote meerderheid van de Nederlandse kiezers.

Even verderop schrijft Heldring

Hier raken we weer het hart van de democratie. Hoevelen zijn, als puntje bij paaltje komt, democraat in hart en nieren? Wilders wel (zegt hij). Ik niet (zoals gezegd), maar kan ik de vrijheid zonder welke ik niet kan leven (althans werken), anderen ontzeggen? Nee, en dat doe ik dan ook niet – ook al ben ik mij bewust van het risico dat anderen gebruikmaken van het stelsel dat mij die vrijheid geeft, voor doelen die ik verwerp.

Juist - dat is ook ongeveer mijn positie:

Ik geloof niet in de effectiviteit van de bestaande parlementaire democratie noch in de eerlijkheid en competentie van de grote meerderheid van de huidige bestuurders of bureaucraten, maar er zijn veel erger regeer-systemen dan een ziekige parlementaire democratie, die immers vooral lijdt aan het onbenul van de modale kiezer en de incompetentie van de modale bestuurder en bureaucraat, maar die op papier (althans tot 2001) een heel behoorlijke rechtsstaat is, en ook ben ik een voorstander van vrije menings-uiting, inclusief meningen die ikzelf voor kwalijk, dom, schadelijk of gevaarlijk houd, was het alleen omdat dit soort meningen gewoonlijk het snelst verdwijnen als ze uitgesproken en bestreden kunnen worden.

Overigens voor goed begrip: Als ik schrijf dat ik niet geloof "in de effectiviteit van de bestaande parlementaire democratie", dan bedoel ik vooral dat het een stelsel is dat dusdanig is samengelijmd uit compromissen en vormen van getrapt overleg en duistere beslissingsprocedures, alles bovendien vrijwel altijd in handen van de intellectueel en moreel zwakkere broeders en zusters uit de nominale élite, dat een op deze manier democratisch bestuurde staat vrijwel niets behoorlijk tot stand kan brengen in tijden van , of inzake grote maatschappelijke problemen: The system is based on muddling through problems, not on solving problems.

En deze ineffectiviteit kan overigens een zegening in vermomming zijn, was het alleen omdat ikzelf een tegenstander ben van sterke en machtige staats-apparaten, omdat ik daarvan bijna alleen ellende verwacht, gezien het bewezen niveau van zowel de menselijke doorsnee als de grote meerderheid van leiders en uitvoerders in de geschiedenis.

Maar het is in de in Nederland bestaande omstandigheden heel wel mogelijk dat een man als Wilders via de stembussen van het domme volk de staatsmacht toebedeeld krijgt, dat mijns inziens gevaarlijk is wat ook zijn feitelijke doelen en idealen mogen zijn (waar hij volgens mij systematisch over zwijgt of liegt: wat hij "politiek" noemt is overwegend een reclame-campagne die waarschijnlijk afgekeken is van of geinspireerd is door de propaganda-technieken die de Republikeinen in de VS gebruiken, die hem wellicht ook financieren), en wel omdat Wilders - net als Adolf Hitler, trouwens, sans préjudice - geen beschaafd, weldenkend, rationeel of redelijk mens is, en het hem eenvoudig aan de vermogens ontbreekt om een grote staat of stad behoorlijk te kunnen besturen.

Dat laatste heeft veel minder te maken met waar zijn politieke groep voor lijkt te staan, als met mijn inschatting van zijn intellectuele en morele vermogens, die niet essentieel verschillen van die van andere Kamerleden, een groep waartoe hij dan ook al heel lang behoort, ondanks zijn pretenties van het tegendeel.

En zoals ik al aangaf: Ik denk niet wezenlijk anders over de vermogens van andere Neerlandse parlementariërs en bestuurders, die voor mij vrijwel altijd voorbeelden bij uitstek zijn van de verkeerde man of vrouw, gemotiveerd door geheel verkeerde wensen en ideeën, op de geheel verkeerde plaats, gezien zijn of haar evidente feitelijke vermogens en aandriften.

Wat Wilders speciaal maakt zijn z'n slechte manieren; zijn moedwillige discriminatie van velen op basis van hun afkomst of religie; zijn feitelijk willen afschaffen van de rechtsstaat; en zijn kennelijk totalitaire rechtse idealen en meningen - maar overigens is hij menselijk gesproken een even matige duizendsteranger zoals zovelen die al vele dekaden carrières maken in Onze Nederlandse Rechtsstaat, en daarbuiten.

Om een laatste keer terug te keren bij Heldring: Deze sluit zijn stuk zo af:

Aan Churchill wordt de luchthartigere uitspraak toegeschreven: „Democratie is de slechtste regeringsvorm die er is – met uitzondering van alle andere.” Als Wilders een gevaar is – en ik bestrijd dat niet – dan heeft de toestand waarin de democratie zich in Nederland bevindt, daartoe de gelegenheid geschapen.

Ook daar ben ik het mee eens - u en ik leven in een verteeveede samenleving, met slecht onderwijs, lijdend aan een vrijwel totale nivellering van ideeën, normen, waarden en menselijke karakters tot wat de domme meerderheid voor waarachtig, fatsoenlijk of wenselijk houdt - al kan ik niet nalaten op te merken dat Heldring Multatuli kennelijk niet of slecht gelezen of onthouden heeft. Hier is namelijk de laatste zin van Multatuli's Idee 9:

Daarom zou ik stemmen tegen parlementaire regeeringsvormen, als ik iets beters kon vinden.

En dat was toch lang voor Churchill, en beter geformuleerd! (****)

crisis-economie


P.S. Hier is een lijstje met ideën uit Ideën 1 die samenhangen met kiesrecht, parlementarij, democratie ("meeste stemmen gelden"), allen voorzien van mijn instructieve noten en commentaren: Zie ideën 7, 8, 9, 118, 119, 121, 133, 135, 308, 309, 330, 332, 335.

Een en ander was trouwens snel gevonden via mijn Trefwoord-index op Multatuli's IDEEN 1, dat alweer iets is dat de macht van Neerlandici zo'n 120 jaar ontsteeg om zelf te doen, voor Nederland's Grootse Schrijver of om de toegangelijkheid van zijn geschriften voor andere Nederlanders te vergemakkelijken, alsof dat onvermogen, die luiheid, of die onverschilligheid  in Neerland vanzelf spreekt.

Ik bedoel: Waarom hebben "we" Een Grootste Schrijver in Neerland als ik de enige Nederlander schijn te zijn die z'n Ideën behoorlijk lijkt te kennen?

P.P.S. Ik heb dit stuk in de reeks over "crisis-economie" gevoegd omdat de maatschappelijke , die er nu is, bij een echte economische hoort, zoals ik vanaf het begin ook gezegd heb.

Noten

(*) Zeker zoals er in Neerland (en elders, waar het soms nog erger toegaat) stemmen geteld worden. Mocht u dan zo vreselijk dol zijn op "democratisch stemmen", lees dan eens Mill's "On Representative Government", waarin aanzienlijk zinniger stemprocedures opgevoerd worden, en waar u kunt lezen dat ook Mill niet zo'n groot gelover was in de zegeningen van de universele democratie, om dezelfde soort redenen als ik: Het met meeste-stemmen-gelden beslissen over iets is alleen redelijk en rationeel als (i) de grote meerderheid van de stemmers om te beginnen gekwalificeerd is om redelijk en rationeel te oordelen over de kwestie waarover ze stemmen (zie Guiccardini's fraaie citaat, dat u vindt in een noot van mij bij Multatuli's Idee 118) of (ii) de kwestie alleen een conventionele of smaak-zaak betreft ("In welke kleur tenue zal ons team spelen?") die geen relevante kennis nodig heeft om eerlijk en zinnig over te kunnen oordelen.

(**) Wat mij wel meer en meer tegen gaat staan is dat ik, bij mijn beste weten, al meer dan dertig jaar lang tientallen zaken als eerste en vaak als (vrijwel) enige, publiek bediscussieerd heb aan de UvA en op mijn site, en dat heel Neerland doet alsof ze daar geen weet van hebben c.q. op zeker moment geheel zelfstandig tot mijn soort ideeën zijn gekomen. Ik geloof daar gewoonlijk niet in, met twee kwalificaties die volgen:

In de eerste plaats zijn er sommigen die er blijk van hebben gegeven zelfstandig na te kunnen denken en daar moeite voor te doen. Heldring is zo iemand - en behoort tot een kleine minderheid, ook onder columnisten. (Ik ben het regelmatig met hem oneens, en heb daarover geschreven op mijn site, maar mee-eens-zijn is niet het criterium dat ik gebruik om te beslissen of iemand zelfstandig na kan denken, en relevante kennis en oordeelsvermogen wel.)

En in de tweede plaats denk ik weliswaar dat er behoorlijk veel van mij "overgenomen", "nageschreven", "geparafraseerd" is zonder enige bronvermelding (niet alleen waar het mijn ideeëen over het verval van het onderwijs en de universiteiten betreft, of Nederlog meer in het algemeen betreft, maar ook waar het filosofie betreft), maar ook dat er natuurlijk niet alleen of zelfs maar voornamelijk van mijn site gekopieerd wordt zonder bronvermelding.

Wat mij er vooral aan irriteert is de oneerlijkheid en achterbaksheid, en dat ik in een land woon waar meeloperij, oneerlijkheid en achterbaksheid de vanzelfsprekende normen en gebruiken van publieke opgangmakers zijn, en waar slechts heel weinig mensen werkelijk goed kunnen nadenken of schrijven, of werkelijk veel weten van zaken van algemeen, filosofisch, logisch, wiskundig, historisch of menselijk belang.

(***) Ik neem de moeite van een voetnoot om u te verzekeren dat deze positie in politieke en religieuze kringen zeer zeldzaam is, wat weer een reden is dat ik, die toch uit een waarachtig links revolutionair communistisch nest stamt, mij zo bijzonder snel afkeerde van politiek, geheel anders dan vrijwel mijn totale babyboom-generatie: ik ben veel te veel geinteresseerd in objectieve waarheid en heb ook een - feitelijk nogal ongebruikelijke, vond ik tot mijn verbazing - afkeer van totalitaire opstellingen, waarden en ideeën, en heb overigens geen enkele smaak in of aanleg voor het volgeling zijn; het Wij-gevoel; of het aan de voeten van Leiders liggen: "Suivre bannière, je ne peux", om een citaat dat Multatuli gebruikt uit mijn hoofd te citeren (uit zijn "Pruisen en Nederland").

(****) Waarom is Multatuli's frasering beter dan Churchill's? Omdat hij het over parlementaire regeringsvormen heeft, eerder dan democratische, en het gevaar veel meer schuilt in de macht van de domme en onwetende meerderheid over de meer begaafdere minderheid dan in "volksregering" op zich (en zie mijn Democracy-plan en Bureaucracy-plan, die bij mijn weten nog niet zonder bronvermelding zijn overgeschreven, en toch de essentie van maatschappelijk bestuur betreffen - 't is maar een hint, o journaille!), en vanwege de fraaie suggestie van paradox: "stemmen tegen" stemmen bij (onwetende, ongeinformeerde) meerderheid van stemmen.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail