\ 

Nederlog

 

4 oktober 2009

 

Over rollenspel - B. Begripsbepalingen & definities

 

  Our sphere of action is life's happiness,
  And he who thinks beyond, thinks like an ass.
  Thus, whilst against false reasoning I inveigh,
  I own right reason, which I would obey:
  That reason which distinguishes by sense
  And gives us rules of good and ill from thence,
  That bounds desires with a reforming will
  To keep 'em more in vigor, not to kill.
  Your reason hinders, mine helps to enjoy,
  Renewing appetites yours would destroy.
  My reason is my friend, yours is a cheat;
  Hunger calls out, my reason bids me eat;
  Perversely, yours your appetite does mock:
  This asks for food, that answers, "What's o'clock?"
  This plain distinction, sir, your doubt secures: 
  'Tis not true reason I despise, but yours.

   -- John Wilmot, 2nd Earl of Rochester
   (from "A Satire Against Reason and Mankind") (*)
 

  
  
Enjoy and give pleasure, without doing harm to
   yourself or to anyone else - that, I think, is the
   whole of morality. (**)
   -- (Chamfort)
 

Inleiding:

Hier is het tweede stukje over rollenspel, dat samenhangt met groepen en groepsdenken, waar ik het eerder over gehad heb in Nederlog, omdat ik meen daar wat zinnigs over te zeggen te hebben dat in beginsel veel verklaart over mensen, en dat in feite mijn noot 2 bij idee 1112 van Multatuli is, die ik hier afdruk omdat ik het eerder in Nederlog over het thema had.

Het eerste is Over rollenspel - A.  Menselijke achtergronden eerder vandaag.

Ook als eerder is er een nieuw stukje Rochester - deze laatste link is naar Ealaside Haase's goede thesis over hem - als ook hierboven, en alweer met een verklarende voetnoot voor wie mijn verhandeling over rollenspel al kan dromen of niet interesseert (*) en overigens ook met een aanvulling op Chamfort als geciteerd (**).


Over rollenspel - B. Algemene beschrijving

Dit handelt over een fundamenteel menselijk probleem:

Dat de grote meerderheid van de mensen niet eerlijk is over de rollen die ze spelen (en gewoonlijk ook: moeten spelen, om enige kans te maken maatschappelijk te overleven), en zichzelf zowel verwart met als verbergt achter de rollen die ze maatschappelijk moeten spelen en de maskers die ze daarbij moeten opzetten.

Misschien is enige precisering verhelderend.

Een rol is een systeem van conditionele gedragsregels en doelen, dat neerlegt welke doelen iemand met die rol moet bestendigen in bepaalde condities, en hoe hij of zij zich in sommige gevallen moet gedragen. Iedere rol gaat ook gepaard met een stelsel van maatschappelijke beloningen en straffen, die toekomen aan wie de rol goed of slecht speelt. Deze beloningen en straffen zijn niet alleen financieel, en zijn vaak maar zeer gedeeltelijk financieel, en bestaan gewoonlijk minstens voor een deel in maatschappelijke goedkeuring of afkeuring.

Het is moeilijk rollen in algemene termen te definiëren vooral omdat er zoveel en zoveel soorten rollen zijn, en in feite vrijwel iedere maatschappelijke hoedanigheid, hoe ook gevestigd, gepaard gaat met zekere rolverwachtingen: Mannen, vrouwen, verkeersdeelnemers, christenen, liberalen, voorzitters, volgelingen, om eens enkele voorbeelden te noemen, benoemen evenzovele rollen en rolverwachtingen.

Mensen spelen rollen omdat dit van ze verwacht of vereist wordt; vanwege de voordelen die het spelen van de rol biedt; vanwege de nadelen die het niet-spelen of niet goed spelen van de rol met zich brengt; omdat ze denken dat het spelen van de rol hoort bij wie ze zelf zijn, worden geacht te zijn, of willen zijn; of omdat het vrijwel of geheel onmogelijk is voor ze om maatschappelijk te functioneren en niet bepaalde rollen te spelen c.q. te voldoen aan de verwachtingen van anderen over hen.

De meeste verwarringen met rollen bestaan en ontstaan omdat het de spelers van de rollen niet geheel of geheel niet duidelijk is in welke mate zij zelf, of althans wat zij voor zich zelf houden, samenvallen met een rol die ze spelen, en hetzelfde geldt voor hun medespelers.

Dit wordt gewoonlijk gedeeltelijk veroorzaakt doordat er enige onduidelijkheid is; doordat het in het belang is van de spelers enige onduidelijkheid in stand te houden; doordat de spelers van rollen, zeker wanneer dit belangrijke of vaak gespeelde rollen zijn, zichzelf gedeeltelijk gaan verwarren met hun rollen; en vooral - zie de conceptie van de Ideen - omdat de spelers van de rollen zo veel, zo graag en zo makkelijk liegen over de rollen die ze spelen, over hun eigen deelname eraan en geloof erin, over de feitelijke voor- en nadelen van de rol, etcetera, en daarbij ook zeer selectief plegen na te denken en te voelen over hun eigen rollen, namelijk door zich daarbij overwegend te beperken tot wat hun eigen belang of interesse raakt.

Zoals The Kinks zongen:

"Everybody is a dreamer
 Everybody is a star
 Everybody is in showbiz
 It doesn't matter who you are"

En dit is begrijpelijk en in zekere zin vanzelfsprekend omdat het menselijk is zichzelf te begrijpen in termen van de rollen die men speelt en de toekomstige idealen en doelen die men heeft en gedeeltelijk deelt met anderen.

Het is bovendien logisch interessant dat een rol en een persoon vooral theorieën zijn van denkende en voelende lichamen over wat ze zijn of zouden zijn, en zowel rollen en personen als theorieën de eigenschap hebben aanzienlijk vèrder te gaan dan de empirische feiten waarop ze mede gebaseerd zijn: Een goede empirische theorie moet voorspellingen maken om getest te kunnen worden, en een persoonlijke rol moet verwachtingen hebben om bruikbaar te zijn of lijken. In beide gevallen gaat de speler van de rol of de gelover in de theorie verder dan de feiten die hij kent of meent te kennen, en dit kan ook niet anders.

Het verschil tussen conventionele schipperende spelers van rollen en personen die wat ze doen niet alleen of voornamelijk laten afhangen van maatschappelijke voordelen en heersende opvattingen wordt gewoonlijk aangegeven met de term karakter: Een persoon heeft karakter in de mate dat hij of zij zichzelf laat leiden door de eigen ideeën over wat men zelf is en behoort te zijn, en wat de wereld is en behoort te zijn.

Een persoon van karakter is geheel niet noodzakelijk een goed of zinnig persoon, want het hebben van een karakter kan heel wel overwegend neerkomen op delusie, waanzin of neurose. Aan de andere kant is het zijn of willen zijn van een persoon van karakter wel een noodzakelijke voorwaarde om meer van zichzelf te maken dan een schipperende en huichelende speler van rollen die zich alleen of voornamelijk laat leiden door direct eigenbelang of door conformisme.

De meeste gewone mensen hebben niet veel karakter, en wellicht is dat maar goed ook, omdat het ze ook overwegend aan de gaves ontbreekt om zelfstandig tot rationeel houdbare ideeën te komen, en inderdaad is een onderscheid tussen misdadigers en gewone mensen dat de eersten zowel wat meer karakter hebben als egoïstischer zijn.

En er is nog een belangrijk punt dat over rollen opgemerkt moet worden: Er zijn veel soorten rollen, en een aanzienlijk deel, zoals die van kind, man, vrouw, grootouder, verkeersdeelnemer of burger heeft men niet voor het kiezen maar moet men op een of andere manier spelen om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer en omdat men evident uiterlijk ingedeeld kan worden door anderen in een bepaalde rol, en volgens die rol behandeld zal worden.

Het spelen van rollen is een belangrijk menselijk thema, zowel voor Multatuli als in het algemeen, voor mensen. Ik zal er herhaaldelijk op terugkomen, net als Multatuli, en doe dat o.a. in 1171, waar ik wat moderne psychologie opvoer die verklaart hoe mensen moreel zijn, en hoe moreel ze gewoonlijk zijn, en dat een redelijk eenvoudige en waarschijnlijke suggestie doet waarin en waarom Multatuli zich vergiste waar het doorsnee mensen, en vooral doorsnee Hollanders, betrof.

Hier is iets meer precisie over de termen rol, maatschappij, groep en ideologie zoals ik die gebruik en gewoonlijk wens te gebruiken. (Zie ook mijn Philosophical Dictionary.)

Een maatschappij is: een groep mensen en groepen van mensen met
- gedeeld geloof
- gedeelde kennis
- gedeelde doelen
- gedeelde wetten
- gedeelde zeden
- gedeelde gebruiken

Dit delen gaat via taal, opvoeding en onderwijs, en bestaat grotendeels uit het hebben van welbepaalde ideeën bij welbepaalde termen of ervaringen.

Zowel geloof als kennis zijn nodig voor een maatschappij, waarbij onder kennis waarachtig geloof wordt verstaan, zoals over de eigenschappen van de alledaagse dingen die mensen omringen, gemaakt hebben, en gebruiken, en wat algemene weetjes over taal, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis, politiek en religie. Geloof omvat meer dan kennis, en kan zowel bestaan uit ongeverifieerde kennis als onbestaanbaar bijgeloof, en omvat gewoonlijk ook idealen, die gewoonlijk neerkomen op een combinatie van iets dat gelooft en iets dat gewenst wordt.

De gedeelde doelen en wetten van een maatschappij betreffen waar die maatschappij toe zou dienen volgens sommige van de leidende leden (mogelijk lang dood), en hoe dat bereikt of in stand gehouden zou moeten worden. In ingewikkelder maatschappijen worden de doelen vaak samengevat in een constitutie of grondwet.

De gedeelde zeden en gebruiken omvatten allerlei opvattingen over hoe allerlei soorten mensen zich behoren te gedragen in tal van omstandigheden, en wat ze behoren te denken en voelen over allerlei onderwerpen.

Men kan in een maatschappij enige tijd overleven door zich alleen extern te conformeren aan de bestaande zeden en gebruiken, en zich volgens de wetten te gedragen, maar van langdurige leden van een maatschappij wordt gewoonlijk meer verwacht, namelijk dat men de doelen ervan werkelijk onderschrijft, minstens gedeeltelijk, en zich daar niet tegen verzet.

Een groep is: een verzameling mensen met
- een leiding,
- een doel en
- een ideologie.

Ik gebruik "verzameling" hier in logisch-wiskundige zin (zie: set-theory). Er zijn verzamelingen mensen zonder leiding, doel of ideologie, maar dat zijn geen groepen (in de hier bedoelde zin).

Groepen zijn gecoördineerde verzamelingen, en de coördinatie vindt plaats door de leiding. Dit kan één persoon zijn, of verschillende, of afhangen van de omstandigheden, maar er is gewoonlijk een slimste, sterkste, oudste, geleerdste, handigste of brutaalste, naar wie opgezien wordt, of die verlangt dat zijn keuzes gevolgd worden.

Iedere groep bestaat omdat de groep één of meerdere doelen nastreeft, was het alleen gezamenlijk overleven of plezier maken, en die doelen gaan terug op de wensen en ideeën van de leden van de groep. Een groep handelt doelmatig, en kan dat doen, omdat de leden een gedeelde ideologie of wereldbeeld hebben, wat overigens onverlet laat dat ze het ook over tal van dingen oneens kunnen zijn.

Een ideologie is: Een stelsel van ideeën over
- wat de werkelijkheid is en
- wat de werkelijkheid behoort te zijn.

Uiteindelijk bestaat een ideologie dus uit een reeks dingen die men gelooft en wenst, ongeacht of de dingen die geloofd worden waar zijn en of de dingen die men wenst bereikbaar zijn. Maar iets als gedeelde ideeën en idealen zijn nodig voor iedere groep mensen, omdat men zonder deze niet gecoördineerd kan handelen en samenwerken. Men moet iets hebben om het over eens te zijn en gezamenlijk na te streven. Ideologieën kunnen betrekkelijk tot zeer eenvoudig zijn, of heel ingewikkeld, en religieus of filosofisch.

Een rol is: Een stelsel van gedeelde kennis over de gebruiken en doelen van een bepaald soort mensen, en de daarbij behorende praktijken, gebruiken en ideeën.

Zoals ik het eerder zei: Een rol is een systeem van conditionele gedragsregels en doelen, dat neerlegt welke doelen iemand met die rol moet bestendigen in bepaalde condities, en hoe hij of zij zich in sommige gevallen moet gedragen.

Iedere rol gaat ook gepaard met een stelsel van maatschappelijke beloningen en straffen, die toekomen aan wie de rol goed of slecht speelt. Deze beloningen en straffen zijn niet alleen financieel, en zijn vaak maar zeer gedeeltelijk financieel, en bestaan gewoonlijk minstens voor een deel in maatschappelijke goedkeuring of afkeuring. (Zie ook 817.)

De reden om "rol" te definiëren in termen van gedeelde kennis is dat dit van fundamenteel belang is: Uiteindelijk bestaat een rol omdat allerlei mensen menen te weten dat iemand die een zus-of-zo is (trambestuurder, arts, politicus, stratenmaker, vroedvrouw, burgemeester, voetbalsupporter ....) in bepaalde omstandigheden zich zo-of-zus behoort te gedragen, en velen in de maatschappij weten dat dit zo is, en wat een behoorlijke zus-of-zo behoort te kunnen, weten en doen in allerlei omstandigheden.

Er zijn maar weinig zelfstandige naamwoorden voor groepen mensen in een maatschappij die niet in die maatschappij vergezeld gaat van verwachtingen over rollen en rolgedrag, want vrijwel alles wat een mens kan zijn in een maatschappij wordt omschreven door rollen: wat een persoon in die hoedanigheid moet kunnen, doen, laten, en weten om maatschappelijk behoorlijk te functioneren. En: "No man is as much himself as when playing a part." (William Hazlitt. Zie: Rollenspel.)

Wie meer over het spelen van rollen wil weten doet er verstandig aan Ervin Goffman's "The Presentation of Self in Ordinary Society" te lezen. Ook Berne's "Games People Play" en "The structure and dynamics of organizations and groups" zijn interessant, voor wie slim genoeg is om een aantal dingen te doorzien. En hier is een korte handleiding voor wie van goed begrip en weinig - wil tot - illusies is, en wat frans kan lezen:

"Une verité cruelle, mais dont il faut convenir, c'est que dans le monde, et surtout dans un monde choisi, tout est Art, Science, Calcul, même l'apparence de la simplicité, de la facilité le plus aimable. (..) Il parait impossible que, dans l'état actuel de la société (je parle toujours du grand monde), il y ait un seul homme qui puisse montrer le fond de son âme et les détails de son charactère, et surtout de ses faiblesses, à son meilleur ami. Mais, encore une fois, il faut porter (dans ce monde-là) le raffinement si loin qu'il ne puisse pas être suspect, ne fût-ce que pour ne pas être méprisé comme acteur dans une troupe d'excellents comédiens." (Chamfort, Maximes et Pensées.)

En hier is een toepasselijk citaat van dezelfde in Engelse vertaling:

"One must admit the possibility of living in the world without acting a part from time to time. The honest man can be distinguished from the swindler in this: he assumes a role only when he must, and to avoid danger, whereas the other goes looking for opportunities." (Chamfort, Products of the Perfected Civilization)

Er is ook wat meer te vinden over rollen, met wat links en wat meer systematiek, in 1211.


P.S. Dit vervolgde dus Over rollenspel - A.  Menselijke achtergronden en twee andere redenen om een en ander hier af te drukken zijn dat ikzelf geheel niet verrast werd met dergelijke heldere zinnige uiteenzetting over het onderwerp (of enig onderwerp, vrijwel zonder uitzondering) in de studie psychologie.

Andere redenen om het hier af te drukken zijn om er naar te kunnen refereren; om het te vervolgen, bij gelegenheid; en omdat ik meen dat ik veel overgeschreven of geparafraseerd word zonder bronvermelding.

Noten

(*) De verklarende voetnoot over Rochester, een man die sterk geporteerd was voor "Honesty and Reason", net als ik:

Mijn interesse in hem - die al van heel lang geleden dateert - ligt vooral in zijn zeer hoge intelligentie, grote geestigheid, moed en onconventionaliteit.

Hij werd slechts 33, na op 12-jarige leeftijd, als "model pupil" met zeer grote kennis van Latijn en Grieks de universiteit te zijn binnengetreden; werd op 14-jarige leeftijd Master of Arts; speelde op 17- en 18-jarige leeftijd een heldenrol gedurende de zee-oorlog met Nederland; ontvoerde zijn toekomstige vrouw - een rijke en mooie erfgename -  die van hem hield, om zijn huwelijk veilig te stellen (Rochester had alles: geest, geld, aantrekkelijkheid, manieren, savoir faire, de bewondering en verplichting (aan Rochester's vader) van de koning, en hoge adellijke rang, en bewezen moed ... behalve geld), waarna hij de rest van zijn leven afwisselend besteedde aan vrouwen, drank, dichten, het leven van een libertijn, dat hem regelmatig in de Tower deed belanden vanwege zijn zeer satirische of sarcastische velen beledigende verbale of poetische uitvallen en opmerkingen, maar hem daar altijd weer snel uit bevrijdde omdat koning Charles zijn conversatie zo op prijs stelde, en overigens met verblijven (en uitrusten, ongetwijfeld) met zijn vrouw en kinderen, waarvan hij hield en die van hem hielden.

Rochester stierf aan een combinatie van syphilis en nierfalen en werd na zijn dood mede bekend omdat Charles Burnet, een theoloog met meer van dergelijke (beweerde, vermeende) huzarenstukjes onder atheistische of skeptische edelen van die tijd op zijn naam, hem op zijn doodsbed bekeerd zou hebben tot het Christendom, zij het met enig voorbehoud.

Graham Greene, zelf bekeerling, gelooft Burnet; Rochester's vrienden deden dat in meerderheid niet; en het is heel lang geleden, maar ik ben van de gevoelens van zijn vrienden, en dat vooral omdat Rochester, als gezegd, naast zijn zeer vele liefdes voor andere vrouwen, van zijn eigen vrouw en kinderen hield, maar maatschappelijk lang bekend stond als een gruwelijk godslasteraar, een atheist, een man die geheel niet deugde noch wilde deugen, en die overigens zeer vele veel dommere mensen dan hij beledigd, gekwetst of ontriefd had, etc. etc.

Hier is Burnet - dus de man die hem op zijn, overigens bijzonder pijnlijke, doodsbed bekeerd zou hebben, zoals geciteerd op pagina 210 van Greene's biografie van hem - en de "He" is natuurlijk Rochester, terwijl de links naar mijn Nedernieuws (uit 2004, met zeer fraaie Gibbon-citaten) en mijn Philosophical Dictionary gaan:

He said he looked upon it as a vast Power that wrought by necessity of its nature, and thought that God had none of those affections of love or hatred, which breed perturbation in us, and by consequence he could not see that there was to be either reward or punishment. He thought our conceptions of God were so low, that we had better not think much of him. and to love God seemed to him a presumptuous thing and the heat of fanciful men. Therefore he believed there should be no religious worship, but a general celebration of that Being, in some short hymn. All the other parts of worship he believed to be the invention of priests, to make the world believe that they had a secret of incensing and appeasing God as they pleased... And for the state after death, though he thought the soul did not dissolve at death, yet he doubted much of rewards and punishments: the one he thought too high for us to attain by our slight services, and the other was to extreme to be inflicted for sin.

En hier is tenslotte Rochester geciteerd in Greene's voorwoord:

"He had the arrogance of the artist, and these lines, taken from the 'Epistle to O.B.' could well have applied to himself:"

Born to my self, I like my self alone
And must conclude my judgement good or none...
Thus I resolve of my own poetry,
That 'tis the best, and there's fame for me.
If then I'm happy, what does it advance
Whether to merit due, or arrogance?
O, but the world will take offense thereby!
Why then the world shall suffer for't, not I.

Ik denk niet zo heel veel anders over mijn eigen proza, maar geloof wel dat voor zowel Rochester als mij de eerste regel niet geldt en de rest ietwat satirisch aangezet is, maar het is waar dat ik mijn gelijke niet ken, zomin als Rochester of Multatuli dat deden, en overigens waar dat ik geheel nooit in enige publieke opgang in Neerland geinteresseerd ben geweest, en daar nooit moeite voor deed, en wel voor het tegendeel - dat ongetwijfeld dom, onhandig of hoogmoedig was, financieel gezien. (Dit heeft het e.e.a. met mijn belevenissen aan de UvA van doen: Ik denk dat ik alleen een Rochester, Swift, Gibbon, Chamfort of Multatuli mijn walging van het daarbevonden Neerlands en Amsterdams peil duidelijk zou kunnen maken, dat ook samenhangt met het feit dat er geen enkele dwang was een akademische uitvreter, oplichter of aansteller te zijn. Ik trof er vrijwel niets en niemand anders aan dan deze soort - en allemaal met pretenties tot in de hemel of het socialisme over hun eigen excellenties en goed bedoelingen. Wel... ze logen, logen, logen, logen, logen, bedrogen, bedrogen en liegen nog steeds. En daarom zullen de volgende generaties het veel moeilijker hebben dan mijn generatie van academische uitvreters, waarvan de meerderheid nooit op een behoorlijke universiteit toegelaten zou hebben moeten zijn.)

(**) And try to be rational and reasonable, and to know and speak the truth as well as you can.

En Ealasaid Haas citeert dit over Rochester:

…the two maxims of his morality then were, that he should do nothing to the hurt of any other, or that might prejudice his own health, and he thought that all pleasure, when it did not interfere with these, was to be indulged as the gratification of our natural appetites

John Stuart Mill agreed.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail