\ 

Nederlog

 

18 september 2009

 

Over Groepsdenken (en Joodse identiteit)

 
      "If we believe absurdities,         
        we shall commit atrocities."    
                                          Voltaire        
       "
The banality of evil: failing to think."
                                       
  Hanna Arendt

Laat ik vandaag een belofte van verleden week inlossen, dat keurig aansluit bij mijn stukje van gisteren - en als u meteen naar de bespreking wil springen is hier een link die mijn inleiding (wel heel terzake, maar u wellicht bekend), overslaat.

Er stond namelijk een uitstekend artikel van Merel Boers in de Boekenbijlage van de NRC van vrijdag 9/11, onder de titel "Massawaan is de roes die het geweten sust" en de subtitel "Peretz Bernstein, Kurt Baschwitz en hun vergeten levenswerken over groepsdenken en massapsychologie".

Ik zal het hieronder gedeeltelijk overnemen (ik vond het in de papieren krant en niet op de NRC website, maar ik ben geen abonné) omdat (1) het heel zinnig is (2) overeenkomt met wat ikzelf over groepen, groepsdenken en daarmee verwante zaken als rollen en totalitairisme denk, voorzover ik kan zien (3) aansluit bij wat ikzelf vind van zaken als Joodse identiteit (en andere sociale identiteiten als Marokkaanse, Turkse, Islamitische, Nederlandse en andere spookachtige of statistische identiteiten (*)) en schreef in Nederlog o.a. naar aanleiding van Rob Oudkerk, die zo graag mocht belijden dat hij de Joodse identiteit heeft "al heb ik het geloof natuurlijk niet" en anderen die deze identiteit in- en uitschakelden al naar het uitkwam voor een politieke carriere, vooral in en rond Amsterdam.

Of Merel Boers van mijn webpagina's weet, weet ik niet, en interesseert me niet bijzonder, al zou het me ondertussen verbazen als de NRC-redactie geen weet van mijn site heeft, maar het is waar dat ik ze er nooit op gewezen heb.

Ook is het zo dat ikzelf de term Groepsdenken meende mogelijk te hebben uitgevonden als vertaling voor het Engels Groupthink, dat ikzelf van Orwell heb, zodat het mij verheugt te zien dat de term kennelijk veel ouder is, wat dan ook terecht is. (Mijn eigen intellectuele bronnen, afgezien van rond Multatuli, zijn gewoonlijk in het Engels, as it happens.)

En verder is het zo dat ikzelf, ongetwijfeld anders dan Bernstein en Baschwitz, een formele logica ontworpen heb waarin dit soort zaken redelijk adekwaat beschreven en geanalyseerd kunnen worden. Hiervan staat niet veel op mijn website, maar zie Cooperation en Propositional Attitudes voor een voorbeeld en een begin, en Groep en Groepsdenken - en de laatste twee zijn feitelijke vertalingen naar het Nederlands  van een deel van mijn formele definities en relevant voor goed begrip van de volgende tekst - zodat ik het maar herhaal voor uw gemak en de duidelijkheid, in gegeven volgorde:


Groep - in de maatschappij: Menselijke maatschappijen zijn samengesteld uit menselijke groepen, in de zin van verzamelingen mensen die elkaar persoonlijk kennen en die rollen in de maatschappij en de groep spelen.

Het is van enig belang in te zien dat de term "maatschappij" een abstracte en theoretische term is, en dat het maatschappelijke dat mensen uit hun eigen ervaring kennen bestaat uit wat ze meegemaakt hebben in groepen van bekenden (face-groups).

Het meeste dat de meeste mensen geloven over de maatschappij is feitelijk propaganda of wensdenken, en gewoonlijk slecht geïnformeerd. Slechts weinig mensen realiseren zich dat wanneer ze 75 zijn dat - in de 21ste eeuw - er ca. drie keer meer mensen in de wereld dan seconden in hun leven zijn (namelijk 2,365,200,000 voor een 75-jarige).

Het is ook de moeite waard te registeren dat de meeste mensen zich niet erg bewust zijn van hun zoogdierlijke en aapachtige natuur, alhoewel hier zowel amusante als bittere evidentie voor verzameld door o.a. Stanley Milgram en Desmond Morris. Enkele relevante punten zijn:


Groepsdenken: Het soort denken, voelen, waarderen en wensen dat mensen in menselijke groepen samenhoudt.

Veel van dit denken etc. dat groepsdenken is is totalitair in beginsel, en is samengesteld uit principes gebaseerd op wensdenken van de volgende soort:

De leden van een menselijke groep zijn zich gewoonlijk nauwelijks bewust dat hun lidmaatschap van de groep in belangrijke mate is gebaseed op principes als hierboven geformuleerd, zelfs als het ze erg makkelijk valt te zien dat dergelijke principes het gedrag van de leden van andere groepen, zoals politieke partijen, religieuze organisaties, voetbalsupporters, maar ook bedrijven, scholen en universiteiten, heel redelijk verklaart in veel gevallen.

Het is ook de moeite waard op te merken dat de bovenstaande principes die het feitelijk fundament schijnen te vormen van het meeste groepsdenken betrekkelijk onschuldig zijn, maar dat de meeste groepen ook principes als de volgende handhaven:

  • Wie niet tot Onze Groep behoort is minder goed (voortreffelijk, humaan, religieus of raciaal behoorlijk) dan iedereen die er wel toe behoort
  • Wie tegen Onze Groep, Onze Leiders, Onze Ideologie of Ons Geloof is, is daarom en daardoor moreel of menselijk of intellectueel minderwaardig
  • Wie zich niet conformeert aan de praktijken en principes die op het moment in Onze Groep heersen is immoreel of gestoord

Het meeste groepsdenken berust op vooroordelen van allerlei soort, waarvoor het beste excuus is dat aangezien mensen sociale dieren zijn ze een instinctieve motivatie hebben om tot een groep te willen behoren en deze te ondersteunen.


Maar terzake. Het artikel begint met deze inleiding

Het artikel behandelt feitelijk Bernstein en Baschwitz, en naar aanleiding van de publikatie van Peretz. F. Bernstein: The Social Roots of Discrimination, een Engelse vertaling uit het originele Duits uit 1926.

Zowel Bernstein als Baschwitz hadden een Duitse en Joodse achtergrond en leefden een tijd in Nederland, maar gingen daar nogal verschillend mee om, zoals zal blijken, al hadden ze beide overeenkomstige ideeën over groepsdenken.

Om te beginnen Bernstein, in Merel Boers' woorden:

"'Biology loves differences. Society hates it.' Aldus de Amerikaanse neurobioloog Milton Diamond in Middle Sexes, een documentaire uit 2006 over mannen, vrouwen, heteroseksualiteit, homoseksualiteit, en al wat daartussen zit. Een vergelijkbare gedachte ligt ten grondslag aan het boek van Bernstein. Mensen willen deel uit maken van een zo homogeen mogelijk geheel. Dus rangschikken ze zich naar uiterlijk, land, klasse, voorkeur voor een voetbalploeg. Vervolgens bewaken ze de grenzen tussen 'binnen' en 'buiten' met hulp van allerlei irrationele vooroordelen: de ander is moreel, cultureel, biologisch en, ga zo maar door, minderwaardig."

Hier komt het wel ongeveer op neer, maar het ligt minder aan een wens naar homogeniteit, als aan de ideologie waar iedere enigszins langdurige groep gebruik van maakt om de eigen wereldopvatting en doelen en waarden aan te geven: Mensen kiezen vaak - tot op zekere hoogte - voor de groepen waar ze in functioneren, en voor het daarin verdedigde wereldbeeld en de daarbij behorende doelen en waarden, zodat het redelijk vanzelf spreekt dat wie het daar niet mee eens is een feitelijk en moreel ongelijk heeft - gezien vanuit het groepsdenken.

De vraag is hoeveel gewicht daaraan toe te kennen en hoe ermee om te gaan - al is het redelijk evident dat voor de meeste groepen en de gewone leden daarvan de groepsideologie tot op aanzienlijke hoogte dicteert hoe leden over niet-leden behoren te spreken, denken en voelen, en hoe ermee om te gaan in specifieke omstandigheden.

Er blijken in de praktijk drie vormen te zijn, als we voor het moment afzien van elkaar fyiek bestrijdende groepen:

  • die van de normale leden van de groep, die de groepsbelangen en de groepsideologie als geldend en boven kritiek beschouwen, en dus inderdaad niet-leden als minder moreel en minder feitelijk waarachtig oordelend zullen zien, al dan niet versterkt door een dosis totalitairisme.
  • die van overkoepelende normen en waarden, die andere groepen, en leden van andere groepen, ook bestaansrecht, recht van spreken, recht van oneens-zijn etc. toekent, en probeert een soort burgerlijke vrede en poging tot op feiten gebaseerde discussie te handhaven of creëren, in het belang van overkoepelende beginselen als het belang van sociale vrede; het belang van rationele discussie; en het belang van rechtvaardige verdelingen en besluiten
  • die van individuele leden van de groep, die in staat en gewillig zijn tot het praktiseren van het voorgaande punt, en zich althans enigermate te verheffen boven het identificeren van de wereld met het wereldbeeld van de groep waar ze lid van zijn, en het gelijkstellen van goed en kwaad met het goed en kwaad volgens de groep.

 Merel Boers vervolgt:

Volgens Bernsteins uitgebreide theorie over die groepsvorming wordt de mens continu gefrustreerd door zijn wil, doordat die botst met de wil van anderen. De frustratie hoopt zich op in een reservoir dat op enig moment vol is. Dan moet de woede gekoeld, liefst zonder repercussies - ziedaar de zondebok. Maar in zijn eentje is de mens zwak. Daarom vormt hij groepen. De belangrijkste functie van de groep is volgens Bernstein het afreageren van frustraties; de bescherming en positieve bevestiging die de groep biedt komen op de tweede plaats. 'Het verpletterend overwicht van vijandige onvriendelijke gevoelens is een vaststaand feit', schrijft hij. 'Homo homini lupus'.

Dit is te simpel en zie hierboven over het waarom van de reden dat leden van groepen niet-leden minder goed en minder waarachtig achten dan leden van de groep, geredeneerd vanuit de groepsideologie, die inderdaad in veel groepen makkelijk totalitaire trekken draagt, al is dat de leden van de groep vaak niet of nauwelijks duidelijk.

Maar er zijn veel soorten groepen, zelfs als we de term beperken tot face-groups (en eventueel gecoördineerde verzamelingen daarvan, zoals een bedrijf, institutie, politieke partij, en de meeste families).

Waar we het echter over politieke en religieuze groepen hebben, vooral, geldt totalitairisme - "My country/party/religion/group! Right or wrong!" - inderdaad tamelijk vanzelfsprekend (ook onder liberalen en humanisten, ook onder vrijzinnige protestanten), met als gevolg miljoenen doden in conflicten tussen groepen, of instituties (gecoördineerde verzamelingen groepen) of maatschappijen (gecoördineerde verzamelingen instituties).

En het is niet onwaarschijnlijk dat dit diverse zoölogische wortels heeft, net als bij hyena's en wolven: De groep heeft belang bij cohesie, en bestendigt dat door leden te bevoordelen, niet-leden te benadelen, en niet-conformerende leden te straffen. Bovendien worden contrasten in percepties en in waarde-oordelen gewoonlijk nogal automatisch aangedikt c.q. scherper en absoluter gezien dan ze zijn.

Hoe het zij, Bernstein's boek over groepsdenken heeft kennelijk zinnige uitgangspunten, die nog steeds voor een deel geldig zijn, en Merel Boers schrijf wat verderop:

En hoewel de stramme, onbeholpen vertaling naar naar het oorspronkelijke Duits doet verlangen, is het leerrijk om met deze wijze en eigenwijze auteur mee te denken over wat mensen elkaar doet liefhebben en haten. Inleider Van Praag hoopt daarom vurig dat Bernsteins bijdrage aan de wetenschap alsnog herkend wordt als 'een compleet vergeten werk van de hoogste kwaliteit', en als onverminderd relevant in een wereld waarin 'conflicten tussen naties, rassen en sociale groepen alleen maar toe lijken te nemen'.

Dat is een wat vrome wens, maar Bernstein's boek kan heel goed zijn. Merel Boers vervolgt het bovenstaande echter met:

Aan de andere kant is het boek een politiek pamflet, een vurig pleidooi voor het zionisme. Met die tegenstelling bewijst Bernstein in feite zijn eigen theorie: mensen zijn vastgeklonken aan het groepsdenken. Hij toont zich ijselijk realistisch als hij constateert dat de verwantschap die de groepsleden niet meer is dan een mentale constructie. En toch wil hij geloven in een magische verwantschap - die van het wereldjodendom.

Ik weet van Bernstein via Merel Boers, en las zijn boek niet, maar hij "bewijst" zijn theorie niet - behalve dat het kennelijk zo was dat hij zich én bewust was van de weinig rationele fundamenten van het menselijk groepsdenken (dat vermoedelijk meer is dan een "mentale constructie", maar dit terzijde en als boven) én koos voor één welbepaalde groep.

Aangezien Bernstein van 1890-1971 leefde laat zich makkelijk vermoeden wat hem daartoe bewogen kan hebben - een overmaat aan discriminatie vanwege zijn vermeende raciale identiteit, mag men aannemen c.q. de opkomst van het nazisme, want de Duitse titel was "Der Antisemitismus als Gruppenerscheinung: versuch einer Soziologie des Judenhasses".

Hij ging daarbij wel ver volgens Merel Boers:

Geassimileerde Joden, mensen die het Joodse deel van hun identiteit gelijkstellen of zelfs onderschikken aan de identiteit van de natie waarin zijn wonen, beschouwt hij als ziek. Ze leven in mentale slavernij, in een illusie van staatsburgerschap. Het enige wat het Joodse volk een 'normale' groep kan maken is een eigen land. 'Er bestaat geen andere mogelijkheid om een eind te maken aan het antisemitisme, dat moge dit boek met dwingende noodzaak duidelijk hebben gemaakt', is de conclusie van The Social Roots of Discrimination.

Dit is evident ideologisch en totalitair geredeneerd (geassimileerde Joden ziek?!), maar er valt het e.e.a. voor te zeggen in de context van wat Bernstein meemaakte in zijn leven, en hij eindigde zelf dan ook als minister van Handel en Industrie in Israël, dus trouw aan de Joodse zaak en aan het Beloofde Land.

Voor iemand die het Joodse geloof niet heeft (niet zo moeilijk: één lezing van het Oude Testament is voldoende, in beginsel: Fraai verhaal, hier en daar, maar onmogelijk geloofwaardig) is dat allemaal veel minder overtuigend, en Israël is tot nu toe bepaald geen overtuigend succes gebleken, zou ikzelf zeggen, of God's wegen zijn heel vreemd.

'De Jood blijft een Jood', concludeert Bernstein, lang voor de Holocaust. 'Het maakt niet uit, wat hij zich voelt; belangrijk is alleen wat hij in werkelijkheid is. Het toebehoren aan een groep is een objectief feit, en bij etnische groepen een onveranderlijk feit.'

Goebbels zou het hiermee eens zijn geweest, en mij treft het als onzin: Er is geen Joods ras, er is alleen een Joods geloof, en dat is evident heel weinig rationeel. En tal van mensen die voor Joods werden versleten zijn geassimileerd, ook in Duitsland, inclusief de families Heine en Marx in de vroege 19e eeuw.

We komen nu bij Baschwitz, over wie Merel Boers schrijft

Siegfried Kurt Baschwitz (1886-1968) werd geboren in een Joods-protestants gezin in Offenburg, Duitsland. Kurt werd als kind gedoopt, maar deed ook zijn bar mitswa, trouwde met een protestantse vrouw, en zou a-religieus door het leven gaan. Baschwitz was gepromoveerd econoom maar ging als journalist aan de slag. Zo raakte hij in Nederland verzeilt (..)

waar hij uiteindelijk hoogleraar perswetenschap en massapsychologie werd, want ook hij had nagedacht over groepsdenken:

Ook hij schreef in 1923 een boek over groepshaat, maar de hand van de casus Duitsland, Der Massenwahn: seine Wirkung und seine Beherrschung. Ook dit boek werd geschreven vanuit persoonlijke ervaring; de anti-Duitse propaganda die hij in de buitenlandse kranten als oorlogscorrespondent las. En ook dit boek wordt beheerst door een spanning tussen objectief willen observeren en woede over hetgeen geobserveerd wordt. De vernedering door het Verdrag van Versailles, nu niet meer dan een schematische oorzaak in de historische uitleg van Hitlers succes, raast door de tekst.

Wel: Baschwitz had een medestander in dit verband, die deze "schematische oorzaak" behoorlijk helder maakte: Keynes, in The Economic Consequences of Peace (zie o.a. mijn Wat meer over Keynes van precies een jaar geleden).

Merel Boers schrijft om het verschil tussen Baschwitz's en Bernstein's zienswijzen duidelijk te maken o.a.

Bernstein, die koos voor een Joodse nationale identiteit als kern van zijn bestaan, dacht vanuit de groep. De oplossing voor de jodenvervolging lag volgens hem in het vormen van een eigen territorium. Baschwitz stelde het individu centraal. Zijn devies werd dat van de arts Johannes Wiers, strijder tegen heksenvervolging: "Overwin uzelf!". Massawaan, dacht Baschwitz, kan overal en altijd ontstaan. De groep of de massa is geen zelfstandig ding, maar de wisselwerking tussen individuele mensen. Het individu kan de waan doorbreken, door zijn medemensen aan hun ratio te herinneren. De politicus draagt in deze de grootste verantwoordelijkeid.

Dat lijkt mij allemaal heel zinnig gezien van Baschwitz, met deze aantekening dat ik één van de zeer weinige Nederlanders ben die de afgelopen veertig jaar voor gebruik van de menselijke ratio gepleit heeft - en dat politici voor het grootste deel bestaan en gedijen bij de massawaan die ze zelf mede en opzettelijk genereren - maar ik neem aan dat Baschwitz hier geen "Nee" zou zeggen, want dit staat al in Weber en Mosca, om van Burckhardt, Gibbon en Thucydides niet te spreken.

Hoe dacht Baschwitz hier na de oorlog over? Merel Boers vervolgt:

Zelfs na WO II bleef Baschwitz in de mens geloven. "Wij hebben teveel angst voor degenen die zich van een appel op de lagere massa-instincten" bedienen", schreef hij in De strijd met de duivel (1948) "en stellen te weinig hoop op een beroep op het gezond verstand - dat eveneens iets met 'massa-instincten' te maken heeft, maar met die welke in de richting der menselijkheid werkzaam zijn".

Ik zeg geen "Nee", maar er is veel menselijke domheid en onwetendheid in de wereld; veel propaganda en reclame; en er zijn (procentueel) weinig individuen die zelfstandig moeite doen om zich te verheffen boven de vooroordelen, clichées en waarden van de groepen waarbinnen ze functioneren (en een deel van hun bestaan aan danken).

Merel Boers vervolgt

Baschwitz' denken vult Bernsteins theorie aan. Uit zijn vele historische voorbeelden van massenwaan blijkt dat groepshaat kannibalisme is. Dat werd ook aangetoond door de nazi's, over wie Baschwitz niet schreef. In het Derde Rijk werd de definitie van wie echt Duits en lebenswert was steeds nauwer, en de groep mensen die veroordeeld werd tot gevangenschap, slavernij, of dood steeds groter.

Ik zou dit anders formuleren - het principiële punt in Nazi-Duitsland was dat het een totalitaire dictatoriale staat was, met almacht over de burgers, dat een onafhankelijke behandeling vergt, en dat in niet-totalitaire staten groepshaat gewoonlijk ingeperkt en beheersd blijft door enerszijds checks and balances van groepen onderling; anderszijds door welbegrepen eigenbelang (als ik jou naar het leven ga staan, dan ga jij mij en de mijnen maar al te makkelijk naar het leven staan); en door politie, justitie etc.

En mij lijkt het best verweer tegen "groepshaat" die in "kanibalisme" (c.q. terreur) vervalt een gehandhaafde pluriforme rechtsstaat, en dat ook veel meer dan onderwijs tegen haat of voor redelijkheid, omdat de meeste individuen daar veel minder vatbaar zijn dan voor gehandhaafde sociale en wettelijke sancties als ze over de schreef gaan.

Merel Boers sluit als volgt af en ik citeer het in vieren met wat commentaar, want dit is wel goed geformuleerd:

In Der Massenwahn laat Baschwitz het doel van zijn boek verwoorden door Fichte: "Ik wil niet dat de lezer mijn beweringen op mijn woord zou geloven, maar dat hij met mij over de dingen nadenken moet."

Dat is natuurlijk geheel naar mijn smaak, al is het nieuw voor mij dat Fichte dit ook schreef. Hoe het zij: Als u niet zelf en zelfstandig nadenkt bent u gegarandeerd een gelover in maatschappelijke en groepswanen van allerlei soort, al hoeft dat geheel geen beletsel te zijn voor een carriere en sociaal bestaan als geaccepteerde versie van Otto Normalverbraucher.

Bernstein en Baschwitz nodigen ons uit om écht na te denken over het probleem van identiteit. Hun leven en werk zijn het bewijs dat identiteit nooit een monomane loyaliteit aan één groep kan zijn, maar een ingewikkeld geheel is van meegekregen, geworden, verworden, aanvaarde, opgelegde en gekozen stukjes.

Ja, dat is inderdaad zo, al kunnen fanaten wel degelijk "een monomane loyaliteit aan één groep" voelen en eisen - maar het blijft een feit dat ieder volwassen mens in zeer veel groepen en groepjes gefunctioneerd moet hebben, en daaruit geselecteerd moet hebben naar het hem of haar goed, waar of profijtelijk voorkwam.

Of loyaliteit aan een groep erkend of verworpen wordt, daar heeft het individu vaak weinig invloed op. Wie Joods was, dat bepaalden de rassenwetten van het Derde Rijk.

Inderdaad, maar zoals Merel Boers terecht afsluit

Maar of je verstand je afgenomen wordt, dat bepaal je zelf.

Althans: in de mate dat je daar het verstand, de moed, de gelegenheid en het doorzettingsvermogen voor hebt.


P.S. Het is waarschijnlijk dat ik hier nog wat links in zal zaaien, en dat het wat correcties behoeft, maar dat komt later - en ikzelf vond het stuk van Merel Boers leerzaam, omdat het mij voornamelijk dingen vertelde die ik niet wist, terwijl Bernstein en Baschwitz althans gedeeltelijk tot eenzelfde soort konklusies kwamen als ik over groepsdenken.

Mijn eigen standpunt inzake "Joodse identiteit" is overigens toch vooral verwant aan dat van mijn vader: Er is geen Joods ras; er is alleen Joods geloof; en wie dat geloof niet heeft is een mens als alle anderen - en wie dat geloof wel heeft net zo goed, maar heeft dan wat illusies die ik niet deel. (En mensen geloven maar wat ze willen, zolang ze geen instemming eisen van anderen voor hun geloof en elkaar niet naar het leven staan of mishandelen.)

En tenslotte deed het me plezier dat Baschwitz kennelijk ongeveer zo dacht over deze kwestie, waar in Nederland overigens zelden redelijk over gepraat en geredeneerd wordt, als ik - wat dus één van mijn redenen was het stuk gedeeltelijk over te nemen en te bespreken.

P.P.S. Het kan zijn dat er morgen en overmorgen geen Nederlog zal zijn, wat dan "wegens werkzaamheden" zal zijn.

(*) Wat je redelijkerwijs kunt konkluderen over persoon X op basis van de kennis dat X een lid is van de grote a-selecte verzameling mensen M is geheel niets van enige persoonlijke relevantie over X. En het is in de orde van de statistische waarheid: De gemiddelde mens X uit de de grote a-selecte verzameling volwassen mensen M heeft één kloot en één tiet, en meer niet.

Kortom, statistiek kan redelijk veel leren over kenmerken van groepen, en vrijwel niets over individuen, anders dan conditionele kansen, die om van toepassing op individueën te worden vaak veel aannames nodig hebben (zoals de bovenstaande statistische waarheid aantoont).

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail