\ 

Nederlog

 

3 september 2009

 

Wissenschaft der Psychologie beweist: IK ben een ECHTE man



Ik ben vermoedelijk de best afgestudeerde psycholoog van Nederland - al moet u wel begrijpen dat ik op een vrij doctoraal afgestudeerd ben, op wiskundige logica, quantum-mechanica, en programmeren, want ik was al snel tot de konklusie gekomen dat psychologie, dat ik ging studeren vanwege mijn centrale belangstelling in menselijk redeneren en vanwege William James' prachtige "Principles of Psychology", eigenlijk nauwelijks een echte wetenschap is (naar mijn normen en bijvoorbeeld ook die van Feynman dan) - maar moet u nu echt vertellen dat IK een ECHTE man ben.

Ja heus, en niet door vrije keus: De Wetenschap der Psychologie heeft zulks experimenteel, wetenschappelijk, statistisch, door meten = weten vastgesteld, en hier is het verhaal, zoals verteld in "Met 't oog op morgen" van 2 september.

De sociaal psycholoog Buunk trad er namelijk in op - niet iemand die ik meteen geloof, want over M.E. zwetste hij eerder (loog hij) uit zijn nek - want morgen komt "Het Vingerboek" uit, waarin de bewijzen staan dat ik

  • muzikaler
  • sportiever
  • mannelijker
  • meer agressief
  • met meer kans op autisme
  • aantrekkelijker voor vrouwen
  • met meer aanleg voor wiskunde
  • met meer aanleg voor financieel succes

ben dan de meeste andere mannen, in grote mate ook, naar ik begreep. Wirklich! Die Wissenschaft hat endlich das Beweis geschafft!

En het zit eigenlijk zo:

De experimentele wetenschap der moderne psychologie heeft bevonden dat (1) er een hoge correlatie met bovenstaande ook weer hoog met mannelijkheid gecorreleerde eigenschappen is; dat (2) dit vooral ligt aan de mate van prenatale blootstelling aan mannelijke hormonen; en dat (3) dit z'n uitdrukking vind in de ratio tussen de lengtes van de ringvinger en de wijsvinger, in beide geslachten.

Het geval wil dat ik nogal opvallende handen heb (lang, slank, met heel lange vingers (*)) en dat in mijn geval mijn wijsvinger en pink vrijwel evenlang zijn, net als mijn middel- en ringvinger, die minstens een centimeter langer zijn.

En die ratio, zoals u uit het bovenstaand verhaal begrijpt, is cruciaal: Ik ben een échte man.

Wetenschappelijk bewezen, beste lezer en lieve lezeres! En het gaat, volgens hoogleraar Buunk - denkelijk laborerend aan een behoorlijk wat lagere ratio en een lagere intelligentie dan ik, maar dat is dan gewoon zijn en mijn noodlot - om "serieus wetenschappelijk onderzoek" waar hij mede maar lang niet alleen debet aan is, en over gepubliceerd heeft, dat de centrale vraag betreft

"ïn hoeverre het brein vermannelijkt is".

U ziet het dus aan die ratio, al werd daar op de radio - radio-presentator Henk van Hoorn, toch niet bepaald een mietje, had heel wel mogelijk vrouwelijke handen, met een ratio van 1,04 - een beetje panisch gedaan over de noodzaak van exact meten en verfijnd millimeter-werk, en voor vrouwen geldt dan ook dat de ratio rond de 1 ligt, zodat in hun geval de mannelijke danwel vrouwelijke prenatale hormonale beïnvloeding heel wel mogelijk niet makkelijk te zien valt, maar in ieder geval - is immers wetenschappelijk vastgesteld! - zou de feitelijke ratio flink correleren met de mate van meer vrouwelijke of meer mannelijke eigenschappen van de vrouw of man met zo'n ratio.

Wel, in mijn geval is, as it happens, het verschil centimeter-werk - een ratio van ergens rond de 0,9 en eerder lager dan hoger - dus mijn wetenschappelijk empirisch psychologisch bewezen grote mannelijkheid staat recht overeind, en "Het Vingerboek" ligt morgen in de winkel, zodat u het allemaal desgewenst kunt nalezen.

Wat ik er echt van vind, vraagt u?

Hm... ik zal u een serieus antwoord geven dat niet volledig is en uit verschillende opmerkingen bestaat.

Eén. Het kan zijn. Hoogleraar Buunk boezemt me weinig vertrouwen in, net als de wetenschap der psychologie, maar het idee is op zichzelf zo gek niet, en kan waar zijn.

Twee. Bovendien heeft het de grote deugd dat het in beginsel empirisch getoetst en onderzocht kan worden: Je kunt persoonlijkheidskarakteristieken  vaststellen middels gestandaardiseerde en gevalideerde vragenlijsten (die bestaan namelijk), en aldus de meer mannelijke en meer vrouwelijke eigenschappen scoren en tabelliseren, en het meten van de ratio tussen de lengtes van 2 vingers is ook niet heidens ingewikkeld.

Drie. Het is waar dat het bovenstaande lijstje voor mij klopt - maar dat zegt natuurlijk niet zoveel, al is het wel zo. Zo ben ik wel tamelijk muzikaal, maar is mijn auditief geheugen eenvoudig niet goed genoeg voor een echt musicus; heb ik veel gelopen en gezwommen, en een hekel aan teamsporten en geen moeite met alleen zijn, en overigens ook, behalve dan een uitgesproken gebrek aan financieel succes, dat ik maar aan mijn opvoeding zal wijten. (**)

Vier. Ik ben een voorstander van psychofysiologische benaderingen, dus van het pogen van het leggen van systematische verbanden tussen gebeurtenissen in en staten van het brein en het lichaam, en bewuste gewaarwordingen, persoonlijkheidskenmerken e.d.

Vijf. Het probleem met die zojuist geschetste aanpak is - enerszijds - dat er nog steeds zeer veel meer onbekend is over het menselijk lichaam en het menselijk brein dan er bekend over is, al is het zo dat de vooruitgang in mogelijkheden en empirische bevindingen de laatste decaden zeer zijn toegenomen, en - anderszijds - dat bewuste gewaarwordingen en persoonlijkheidskenmerken niet zo heel makkelijk éénduidig te vangen zijn in redelijk meetbare factoren (en het zinnig combineren van kenmerken
"in één persoonlijkheid" moeilijk is, alleen al op puur logisch-wiskundige gronden (***))

Zes. Ik heb behoorlijk veel psychologie gelezen, ook voor een (niet academisch geëmployeerd) psycholoog, en trouwens idem psychiatrie (wat de meeste psychologen niet doen noch hoeven doen in hun opleiding, en ik zeg niet dat dit een fout is), en kan u melden dat het overgrote deel ervan niet veel voorstelde, intellectueel gesproken, of als verklarende modellen, of als bruikbare algemeen verklarende hypothesen over menselijk gedrag.

Zeven. Maar dat is op zichzelf geen tekortkoming van de psychologie, maar gewoon een moeilijkheid die bij het vak hoort, gegeven de bestaande en niet bestaande onderzoeksmiddelen en kennis - en als u het al genoemde en gelinkte prachtige "Principles of Psychology" bekijkt, dan kunt u uitvinden hoeveel een (ook buitengewoon fraai schrijvend!) genie als William James desondanks tot stand kon brengen (want het meeste erin, dat van 1895 op z'n laatst dateert, geldt nog steeds).

Acht. Aan de andere kant: ik las ook veel wiskunde, filosofie, redelijk wat natuurkunde en nog zo het een ander - Thucydides, Machiavelli, Shakespeare, Swift, Mandeville, dr. Johnson, Gibbon, Hazlitt: men of that ilk - en vergelijkenderwijs zijn de meeste psychologen dom. (Punt. Het spijt me, maar  het is zo, en er zijn uitzonderingen, maar dat is de regel die ik vond, en vandaar o.a. dat vrije doctoraal van me dat ik boven schetste - waarvan ik de mogelijkheid aan prof.dr. Molenaar dank, die ook een heel intelligent man is, en zelf wis- en natuurkunde gestudeerd zou hebben in een iets betere wereld, en daar de hersens voor heeft, en in deze wereld mathematisch psycholoog en statisticus is).

Negen. Ik heb dus ook, in de zogeheten wetenschappelijke teksten der psychologen en psychiaters heel weinig zinnige theorievorming over "De Mens" gezien, al kwam dat bij gelegenheid voor, en wel in het bijzonder, in de psychologie, bij James, als genoemd, en bij Goffman, Milgram en Kohlberg; en in de psychiatrie - verbaas ik u? - bij Silvano Arieti, waarvan ik alle boeken las, zodat ik weet dat de Wikipedia (laatste link) zijn uitstekende "The IntraPsychic Self" en "Creativity" helaas niet noemt.

Tien. Als laatste punt in deze moet ik iets bekennen - zou prof.dr. Molenaar hier opmerken, die op dit terrein heel anders dacht dan ik, en veel meer onder de indruk van Piaget en Freud was dan ik - dat de enige min of meer psychologisch-psychiatrische-medische tekst over persoonlijkheid die mij meer zinnig dan niet niet voorkwam die ik ken als "Körperbau und Charakter", uit de 20-er jaren stamt, en kennelijk in 1931 vertaald is als "Physique and character".

En dat is alweer een tekst die karaktereigenschappen probeert te korreleren met lichaamsbouw, maar dan in termen van slank of dik, atletisch of niet, grof of fijn gebouwd, en zo meer.

Mij sprak dat aan omdat ik een nogal extreme - zogeheten - leptosoom ben, in die ordening, d.w.z. iemand die lang, slank, en fijn gebouwd is, met eigenschappen als theoretische aanleg en interesse, gevoeligheid, geen grote socialiteit en nog heel wat meer over beide dimensies.

Voor mij klopte dat boek dus aanzienlijk meer dan niet (wat zich ook statistisch laat berekenen, maar dit terzijde), terwijl ik u kan verzekeren dat ik "mijzelf" geheel niet terugvond of herkende in teksten van Freud, Jung, Adler (e.d.) of - voor wie exacter van aard of preferentie is - in Eysenck, alhoewel die heel wat minder onzin schreef dan de daarvoor genoemde drie.

Tenslotte afsluitend twee puntjes in dit verband, vanwege mijn wetenschappelijk geweten en voor de duidelijkheid en volledigheid:

A. De genoemde theorie over de samenhang van lichaamsbouw en karakter is herhaaldelijk onderzocht (heeft dan ook de deugd dat dit in beginsel kan, anders dan met de Freudiaanse en Jungiaanse waansystemen), en blijkt moeilijk overeind gehouden te kunnen worden, in algemene termen (al kan er sprake zijn geweest van enig vooroordeel, maar dit terzijde).

B. De reden voor mijn interesse erin was dat het voor mij aanzienlijk meer klopte dan niet. Dat is natuurlijk persoonlijk aansprekend en enigermate interessant, zoals ik ook mensen gekend heb die ervan overtuigd waren dat zij zichzelf voor een flink deel terug konden vinden in Freud's teksten (de man die dat het meest geloofwaardig deed was een boekhandelaar die ik gekend heb, die het Verzameld Werk van Freud werkelijk kende, en inderdaad ook een gruwelijke jeugd had, anders dan ik, dus wie weet vandaar), maar is verder natuurlijk geen wetenschappelijk bewijs in enige redelijke zin.

Zo! Daar heb ik toch weer eens een stukje over psychologie geschreven! Ik hoop dat u weer iets wijzer bent inzake deze wetenschap, en als u er een werkelijke meesterwerk in wil lezen dan staat "Principles of Psychology" voor u klaar op mijn site, maar nee: ik zal "Het Vingerboek" niet lezen, zelfs al denk ik dat er mogelijk wat in zit.


P.S. Ik realiseer me nu dat het voor mij erg vanzelf spreekt, maar dat dit niet zo is voor andere mensen, zodat ik het beter expliciet kan benadrukken: Eén voorname reden is dat het feitelijk series correlaties tussen meetbare kenmerken betreft, en anders dan de zogeheten leken (inclusief de meeste psychologen, die geen aanleg voor en geen verstand van statistiek plegen te hebben), weet ik heel goed hoe bijzonder ... vaag, zal ik maar zeggen, dergelijke series correlaties plegen te zijn.

En vandaar dan ook mijn wat raillerende toon in het begin van dit stukje: zoals het succes van de uitbaters van lottos en roulette-wielen toont, is de grote meerderheid der statistische leken uiterst naïef, onwetend, en fout redenerend inzake correlaties en generalisaties.

P.P.S. Nog iets "In Defense Of Women": Het bovenstaande puntenlijstje - ik nam het over van de radio, dus u moet hoogleraar Buunk erop aanspreken als u denkt dat het niet klopt - zal wel voornamelijk samenhangen met hormonen, en het enige dat me er écht aan interesseert is 

  • met meer aanleg voor wiskunde

dus laat ik ook daar wat over zeggen. Ik vermoed dat dit behoorlijk correleert met het vermogen tot abstract denken, dat weer voor een flink deel afhangt van het vermogen zaken te simplificeren door allerlei zaken die niet relevant zijn voor de wiskundige berekening of het wiskundig bewijs.

En het lijkt me heel wel mogelijk dat vrouwen daar gemiddeld minder goed in zijn dan mannen (al zijn er grote vrouwelijke wiskundigen, zoals in de vorige eeuw Emmy Noether, die een aanzienlijk deel van de fundamenten van de moderne algebra gecreëerd heeft) - wat niet betekent dat vrouwen dommer zijn, maar veeleer dat ze, multitasking and all, kinderen zogend en in het oog houdend, en met drie buurvrouwen over vijf onderwerpen tegelijk in koor sprekend, dwars door elkaar, eenvoudig enigszins anders denken, en evenveel redeneer-capaciteit over meer onderwerpen tegelijk kunnen spreiden, dus in redelijk stevige zin heel wel mogelijk meer aanleg voor complexiteit en voor subtiliteit hebben dan mannen (gemiddeld en in doorsnee).

Daarbij is het een groot voordeel dat ze gemiddeld minder agressief zijn dan mannen - dat in de wereldgeschiedenis een factor van betekenis is, want de overgrote meerderheid van de vele honderden miljoenen nodeloos vermoorde mannen, vrouwen en kinderen werd vermoord door mannen - al kan men hier van de aapachtige mens en van hormonaal noodlot van sexe-karakteristieken spreken.

En dames die hier heel blij mee worden zouden ook het item "Feminism" in mijn Philosophical Dictionary lezen: Aan modern feminisme - het soort dat aan mij verscheen als zodanig tussen 1975 en 2000, zeg - heb ik een grote hekel, want het treft mij vooral als een nogal totalitair soort ethnicisme, maar het is waar, hoewel anachronistisch, dat ik vrouwen als Mary Wollstonecraft en Emma Goldman graag gekend zou hebben, want die komen mij veel moediger, intelligenter, eerlijker en geleerder voor dan de moderne en vooral de post-moderne feministen uit mijn tijd.

(*) Aangezien we het over handen, vingers, fysiologie en gevolgtrekkingen over karakter hebben, en ik redelijk wat van Keynes las en weet, kan ik u melden dat Keynes bijzonder onder de indruk van mij zou zijn geweest, zelfs als ik nooit iets gezegd zou hebben. (Feitelijk stierf hij vier jaar voor mijn geboorte, maar goed).

De reden is dat Keynes - een buitengewoon intelligent man, met grote kennis van statistiek en waarschijnlijkheid ook - er ten stelligste van overtuigd was, op grond van zijn eigen handen en die van zijn vrienden, zoals Lytton Strachey, dat er een vrijwel onfeilbaar verband was tussen hoge intelligentie en lengte en slankheid van iemand's vingers.

Overigens... mij is dit niet opgevallen, in het bijzonder, en ik deel het u maar mee in het kader van - zeg - "quirks of genius". En nu ik er toch van spreek: Bertrand Russell achtte Keynes de meest intelligente man die hij kende, en vreesde hem in direct debat, dat voor een zo goed debater als Russell vreemd moet zijn geweest, en mijn visueel geheugen verzekert mij dat Russell grove handen met dikke korte vingers had. (Wat Keynes hier specifiek van dacht weet ik niet.)

(**) Mijn vader keek neer op carrieremakers en zitters op het pluche van alle soorten - "Ze zijn als stront in een latrine, m'n jongen: omhoog gevallen uit gebrek aan gewicht", en hij pleegde te menen wat hij zei - en ik heb ook zo'n aardje, maar zijn broer, die dan ook geen concentratiekamp doorstond, verloor snel na de oorlog z'n linkse haren, en ging de handel in, en werkte zich herhaaldelijk op tot miljonair in korte tijd, door zijn talent in handel, zijn zilveren tong, en z'n energie. En het "herhaaldelijk" komt natuurlijk omdat hij het geld ook weer verloor in speculaties, en dat hij volgens mijn vader ijlend over de koers van zijn aandelen stierf, wat zoals u begrijpt niet als een behoorlijk communist of zelfs maar een progressief mens was.

(***) Stel dat u 15 belangrijke karaktereigenschappen hebt, die geordend moeten worden in orde van belangrijkheid voor het geheel van uw persoonlijkheid. Ik neem aan dat u 15 belangrijke karaktereigenschappen, niet overmatig veel vindt, voor een menselijk karakter. Wel...er zijn dan

15! = 1x2x3x ..x13x14x15 =  1.307.674.368.000

dergelijke verschillende rangordeningen. En zelfs als u de zaak in arrenmoede simplificeert tot 8 dan nog heeft u 40320 mogelijke ordeningen van 8 dingen.

En voor 2 is het 2!=1x2=2, met ordeningen (a,b) en (b,a), terwijl het voor 3 gelijk 3!=1x2x3=6 is, met (a,b,c), (a,c,b), (b,a,c), (b,c,a), (c,a,b) en (c,b,a) is.

Het achterliggende principe is dat u de eerste van n dingen op n manieren kunt kiezen, de tweede op n-1 manieren (de eerste is al gekozen, immers) enz. en de laatste op 1 manier. En vandaar dat gedurig produkt, zoals dat vroeger heette.

Ik leg het maar even netjes uit - zogehten faculteiten in het Nederlands, a.k.a. factorials in het Engels - en u ziet nu ook waarom u psychologen niet al te snel serieus moet nemen, en tevens een belangrijke reden waarom ze het echt niet makkelijk hebben al zijn ze intelligent en al doen ze hun best (dat dus tegenwoordig nog een stuk zeldzamer is dan vroeger).

Trouwens - ik kan programmeren dus dat helpt - wist u dat 100! =

93326215443944152681699238856266700490715968264381621
46859296389521759999322991560894146397615651828625369
7920827223758251185210916864000000000000000000000000

Da's één getal, dat niet op één regel past hier, en dat u vertelt op hoeveel manieren u 100 kralen aan een draad kunt rijgen.

 

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail