\ 

Nederlog

 

23 augustus 2009

 

OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK - dl II.a.



Enkele dagen geleden heb ik weer vreselijk hard gelachen, omdat ik deze afbeelding van mij ontdekte, voor de gelegenheid kaal geschoren, terwijl ik anno 1982 aan mijn kameraden van de Asva de wereld verklaar in de hal van het Maagdenhuis van de UvA, ook tegenover de bolsjewistische UvA Universiteits-Raad-Sovjet.....

.... nee dus: u zit naar een hagiografisch sociaal-realistische afbeelding van Lenin te kijken die in de eerste dagen van de Oktober-Revolutie in het Smolny zijn getrouwen toespreekt, heel wel mogelijk met de jonge Stalin aan zijn voeten.

Ik moest zo hard lachen omdat (1) ik het bovenstaand prachtigs vond op de site van de VCP, zijnde de Verenigde Communistische Partij (u kunt deze desgewenst nu zelf googelen), die (2) iets als de opvolger van zowel de CPN als Jan Marijnissen's Rode Jeugd is, en - dit is wat me zo hard aan lachen bracht - (3) precies zo oogt, redeneert, formuleert, verklaart, poseert en fulmineeert als (kloon van) de CPN. (*)

Het is vandaag dus weer tijd voor meer OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK (link naar deel I) en u bent bij deel II.a aangeland, waarin ik onder andere de ideologie en het taalgebruik van de CPN (en meer algemeen: min of meer communistisch links, in ieder geval sinds Orwell er voor het eerst over schreef).

Zie de links voor een overzicht van: de voorafgegaande en huidige secties en een korte uitleiding.


II. OVER IDEOLOGIE

15. Wat ideologieŽn zijn: Een ideologie is een systeem van opvattingen over hoe de werkelijkheid is en zou moeten zijn. Een ideologie bestaat dus uit een serie veronderstelde feiten en waarden: zo is de maatschappij; zo is de mens; en dat zijn onze doelen en waarden.

Zoals ieder dier geboren wordt met de instincten die het nodig heeft om zich te oriŽnteren, zo moet de mens, als lid van de rationaliserende diersoort, de ideologieŽn leren van de groepen waarin hij/zij moet leven: De mens is het ideologische dier, en zoals de pijn en de dood de prijs zijn die dieren moeten betalen voor het leven, zo zijn ideologieŽn de prijs die de mens moet betalen voor zijn grotere intelligentie.

De meest bekende vormen van ideologie zijn religies, maar veel algemene politieke opvattingen functioneren ook als ideologieŽn, evenals een aantal eemvoudige filosofische systemen.

Omdat ideologieŽn vooral dienen als inspiratie en sociaal cement zijn ze zelden redelijk en altijd emotioneel gefundeerd: IdeologieŽn drukken vooral wensen en waarden uit, en het feitelijk wereldbeeld wordt grotendeels ondergeschikt gemaakt aan die wensen en waarden. Dit is dan ook de reden dat de meeste filosofieŽn en de wetenschap zich niet direct lenen als ideologie, hoewel ze maatschappelijk wel voor ideologische doelen gebruikt en getravesteerd kunnen worden: De meeste filosofieŽn en de wetenschap zijn te ingewikkeld of nemen het te nauw met de waarheid om goed als makkelijk te begrijpen wereld- en  mens-beeld te kunnen dienen.

De voornaamste eisen waar een verzameling ideeŽn en idealen over wat de werkelijkheid en goed kwaad zijn moet voldoen om een sociaal succesvolle ideologie te kunnen vormen zijn:

  • de ideeŽn en idealen moeten een groep mensen het gevoel geven belangrijk en waardevol te zijn;
  • de ideeŽn en idealen moeten grotendeels eenvoudig te begrijpen zijn, hoewel een flinke dosis onbegrijpelijke schijnbare diepzinnigheid een overigens triviaal domme ideologie een stuk aantrekkelijker maakt voor de meeste mensen;
  • de ideeŽn en idealen moeten althans schematische antwoorden geven op fundamentele filosofische vragen, waarmee ieder mens mee geconfronteerd wordt: Wat is werkelijkheid; waartoe dient het leven; wat is een goede maatschappij; welke rechten en plichten hebben mensen?
  • de ideeŽn en idealen moeten een aantal algemeen waardevol geachte doelen omschrijven die de aanhangers van de ideologie hopen te bereiken;
  • de ideeŽn en idealen moeten, binnen de beperkingen van het gewone menselijke verstand en de bestaande kennis en maatschappelijk geaccepteerde opvattingen, een schijn van geloofwaardigheid en redelijkheid hebben.

Het laatste criterium voor een sociaal succesvolle ideologie maakt het voor aanhangers van reeds lang bestaande ideologieŽn, zoals de traditionele religies, noodzakelijk om de geloofsopvattingen regelmatig enigszins aan te passen, bij te stellen, of anders in te kleden. Dat de aanhangers het daarbij niet zo nauw hoeven nemen wat rationaliteit en redelijkheid betreft, vooral gezien de gemiddelde menselijke domheid en de algemeen-menselijke behoefte aan een ideologie, hoe slecht gefundeerd ook, toont het voortbestaan van de logisch, wetenschappelijk en moreel onhoudbare grote religies aan.

16. Het gevaar van ideologieŽn: IdeologieŽn zijn niet alleen nodig; ze zijn ook gevaarlijk. De noodzaak schuilt in  de typisch menselijke behoefte aan een ideologie; het gevaar schuilt in het feit dat vrijwel iedereen zich vooral laat leiden door wensen en waarden en niet door een rationeel gefundeerd inzicht in wat waar, waarschijnlijk, of realistisch is. Voorzover mensen ideologieŽn kiezen, kiezen ze gewoonlijk voor de ideologie waarmee ze opgevoed zijn of voor een die bijzonder appeleert aan sterke gevoelens die ze hebben, en verzinnen achteraf de rationalisaties bij om de keuze een schijn van redelijkheid te geven.

Het meeste menselijk leed wordt niet veroorzaakt door individuele kwaadaardigheid maar door op maatschappelijke schaal georganiseerde ondernemingen en getolereerd onrecht, als oorlogen, slavernij en uitbuiting. Alle maatschappelijke ondernemingen zijn ideologische ondernemingen, en dat maakt ideologieŽn, naast macht, een van de twee fundamentele factoren in sociale ontwikkelingen.

17. Het communisme als ideologie: De communistische ideologie is de meest wijdverbreide wijdverbreide wereldse religie, d.w.z. een heilsleer waarin het heil in deze wereld bereikt kan en moet worden. De term "religie" is gerechtvaardigd niet alleen omdat er traditionele religies zonder god zijn, zoals het Boeddhisme, maar ook omdat het communisme de gebruikelijke karakteristeken van een religie heeft:

  • er is een nogal verafgode stichter, Karl Marx;
  • er zijn heilige, onaantastbare boeken, waarin de leer voor altijd is uitgedrukt: Het Communistische Manifest en Das Kapital;
  • er zijn een groot aantal apostelen, heiligen en martelaren, waarvan Engels, Lenin en Luxemburg de bekendsten zijn;
  • er zijn meerdere, elkaar sterk bekonkurerende maar verwante, want op dezelfde stichter teruggaande geloofsrichtingen: Trotskisme, Stalinisme, Maoisme;
  • er zijn ketters en renegaten, die vervolgd en bestreden worden.

Twee verdere karakteristieken van het communisme, die ook in andere prominente religieuze ideologieŽn gevonden kunnen worden, en waarop ik hieronder dieper wil ingaan, zijn het bestaan van meerdere ideologische niveaus en het eigen ideoloigisch gefundeerde taalgebruik.

De meeste langer bestaande ideologieŽn hebben minstens drie niveaus:

  1. een intellectueel niveau, vooral voor individuele aanhangers en voor debatten met niet-geestverwanten, waarin dieper ingegaan wordt op  fundamentele vraagstukken en de eigen positie afgepaald wordt op algemeen menselijk, filosofische en wetenschappelijk gebied;
  2. een filosofisch niveau, vooral voor intellectuele hervormers van de leer, waarin enerszijds de diepere bedoelingen van de stichter uitgespit en geduid worden, en anderszijds geprobeerd wordt nieuwe ontwikkelingen, ontstaan sinds de dood van de stichter, een plaats te geven binnen zijn systeem;
  3. een traditioneel niveau, voor de gewone gelovige en voor het alledaags gebruik, waarin het eigen taalgebruik sterk tot uiting komt en waar vrijwel geen serieuze rekening wordt gehouden met andere opvattingen, omdat men toch voor medegelovigen en geestverwanten spreekt.

In de communistische ideologie kunnen deze drie niveaus ook onderscheiden worden:

  1. Intellectueel: Het wetenschappelijk socialisme: Dit was tot voor kort de officiŽle ideologie van de CPN. Het handboek daarvan heet "Osnovy Marksistikoj Filosofii" en is in 1958 uitgegeven door de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Partij-uitgeverij Pegasus heeft er hoofdstukken vertaald van uitgegeven als boeken, getiteld "Wat is Dialektisch Materialisme?" en "Wat is Historisch Materialisme?", welke jarenlang in de theoretische partij-scholing (= onderwijs in de partij-ideologie) DE handboeken waren. Overigens bestaat er een uitstekend uittreksel van het hele boek onder de titel "Die dogmatischen Grundlagen der Sowjetischen Philosophie", gemaakt door de Poolse logicus en dominikaner frater I.M. Bochenski. Hieronder geef ik een korte samenvatting van het wetenschappelijk socialisme.
     
  2. Filosofisch: Het Marxisme:  In feite is dit een onsamenhangende verzameling theoretische constructies die meestal is samengelijmd uit citaten en interpretaties van Marx en Engels en latere epigonen (als Lukacs, Marcuse, Althusser, Gramsci, Habermass e.a.). Marxisme is voer voor intellectuelen, en gezien het ingewikkelde taalgebruik en afgrijselijke jargon alleen voor hen toegankelijk. Tot voor kort bestond het daarom niet in de CPN, maar sinds de toevloed van intellectuelen en de vermindering van de partij-discipline begint het ook daar op te bloeien. Ik zal er daarom hieronder een paar dingen over zeggen.
     
  3. Alledaags: Dit was en is de feitelijke ideologie van de CPN. Een (politieke) ideologie is een manier om de werkelijkheid begrijpelijk en aanvaardbaar te maken, en om sociale samenhang in een groep tot stand te brengen. Een gemeenschappelijke taal en visie zijn essentieel voor het goed functioneren van een sociale groep, maar om dit doel te bereiken hoeft de taal niet erg zinnig en de visie niet erg waar te zijn. En omdat waarheid geen essentieel criterium voor een ideologie is bestaat deze over het algemeen uit propaganda: Uit clichť's, waar iedereen het mee eens kan zijn; uit slogans, eigen aan de partij en de zaak; en uit demagogie, bedoeld om de wijfelaars te overtuigen en tegenstanders te kleineren.

18. Samenvatting van het wetenschappelijk socialisme: Laten we eerst de officiŽle communistische ideologie, het wetenschappelijk soscialisme beschouwen.

Waarom is de partij zo belangrijk voor communisten? Waarom hebben zoveel begaafde arbeiders maatschappelijke carrieres opgegeven voor partij-carrieres en maatschappelijke discriminatie? Het antwoord ligt grotendeels in het zelfbeeld van de communisten en hun partij, dat aanmerkelijk verschilt van dat van andere partijen: Het is een grandioze visie op de mensheid en de maatschappij, en op de rol en de taak van communisten in de maatschappij:

Voor communisten is partijwerk de hoogste vorm van redelijk en ethisch geÔnspireerd handelen: Men strijdt voor het heil der mensheid, gemotiveerd door hoge humanitaire idealen en geÔnspireerd door wetenschappelijk verantwoorde ideeŽn over de maatschappelijke en natuurlijke werkelijkheid.

De communistische idealen zijn een maatschappij waar geen uitbuiting, oorlog of gebrek heerst; waar iedereen vrij en gelijk is; waar allen hun gaven volledig kunnen ontplooien; en waar iedereen de gemeenschap steunt naar vermogen en van de gemeenschap ontvangt naar behoefte - dit laatste is een gebruikelijke "definitie" van het begrip "communistische maatschappij".

De communistische ideeŽn kunnen als volgt samengevat worden:

De werkelijkheid bestaat uit zich in voortdurend beweging bevindende materie, die voortdurend met zichzelf in tegenspraak is en zichzelf daardoor ontwikkelt en verandert. Deze versie van het filosofisch materialisme wordt dialektisch materialisme genoemd, en het fundamentele, kenmerkend communistische idee daarbij is de dialektische wet van de eenheid der tegenstellingen: Alles wat bestaat ontwikkelt zich op grond van interne en externe tegenstellingen - en daarom is niets eenduidig of absoluut waar, en ieder gezichtspunt partijdig, een parti pris.

De maatschappij, als onderdeel van de natuur, ontwikkelt zich ook volgens communistische bewegingswetten, en Karl Marx heeft ontdekt hoe de geschiedenis moet verlopen en zal gaan verlopen, en wat het wezen van de maatschappij is. Deze ideeŽn over de maatschappij worden historisch materialisme genoemd, en komen op het volgende neer:

Omdat mensen in de eerste plaats in leven moeten blijven en in hun bestaan voorzien is de economie de basis waarop al het maatschappelijk gebeuren teruggeleid moet worden. Iedere maatschappij heeft een economisch fundament: De produktieverhoudingen, d.w.z. het geheel van zich voortdurend veranderende arbeidsmiddelen (technologie) en arbeidsverhoudingen (de rollen en posities die mensen bekleden in het produktieproces).

De totale maatschappij is gefundeerd op dit economisch fundament, en wordt uiteindelijk bepaald door economische produktieverhoudingen: Staat, recht, politieke partijen en hun ideologieŽn, moraal, kunst, wetenschap, religie - kortom. het gehele maatschappelijk gebeuren is ten nauwste verweven met en wordt in laatste instantie bepaald door de economische grondslagen van de maatschappij.

Sinds de oertijd wonen mensen in een klassen-maatschappij: Klassen zijn groepen mensen die gekenmerkt worden door de rol die zij in het produktie-proces spelen, i.h.b. door hun verhouding t.o.v. de productie-middelen. De hele beschavings-geschiedenis is de geschiedenis van de klassenstrijd, veroorzaakt door de dialektische tegenstelling tussen uitbuiters en uitgebuitenen.

Marx heeft vastgesteld dat de menselijke maatschappijen zich ontwikkelen in welbepaalde en noodzakelijke stadia en dat de overgang van een stadium naar het volgende voltrokken wordt met revolutionaire sprongen. Vanuit het vroege oerkommunisme, waarin allen gelijk waren en alle eigendom gemeenschappelijk was ontwikkelde zich de slavenmaatschappij; daaruit het feodalisme; en tenslotte het kapitalisme waarin wij nu leven: Een maatschappelijk systeem waarin de arbeiders geen andere eigendom hebben dan hun arbeidskracht, die ze om in leven te kunnen blijven tegen de geldende marktprijs moeten verkopen aan de eigenaars van de produktiemiddelen (fabrieken etc.), de kapitalisten.

Marx heeft ontdekt hoe de kapitalistische economie werkt, en hoe de kapitalist zich het grootste deel van de maatschappelijke rijkdom toeŽigenen: Alles wat geproduceerd wordt heeft waarde doordat voor de productie een bepaalde hoeveelheid arbeid nodig is, en die waarde is (gemiddeld en gewoonlijk) gelijk aan de prijs die voor de arbeid betaald wordt.

Dit is Marx' arbeidswaarde-theorie: Goederen hebben waarde in evenredigheid met de hoeveelheid arbeid benodigd voor hun productie. De kapitalisten behalen hun winst door de arbeiders niet de volledige prijs voor hun arbeid uit te betalen, maar slechts een deel daarvan - het niet-betaalde deel is de winst. Dit is Marx' meerwaarde-theorie: Kapitalisten verkrijgen hun rijkdom door de arbeiders een deel van de door hun geproduceerde waarde niet uit te betalen maar zelf te behouden.

Alle nieuwe maatschappelijke systemen ontstaan uit de strijd tussen uitbuiters en uitgebuitenen en komen tot stand via een maatschappelijke revolutie. Alle revoluties, willen zij succesvol zijn, moeten geleid worden - en in het kapitalisme is de Communistische Partij de organisator en voorhoede van de onderdrukte en uitgebuite arbeidersmassa's. Omdat de Communistische Partij  een strijd-organisatie is, die op leven en dood vecht met het kapitalisme, de kapitalistische staat en met haar organen, is het nodig dat de partij geleid wordt met een strakke discipline, waarin alle leden verplicht zijn eenmaal genomen besluiten uit te voeren. Deze vorm van partij-organisatie wordt democratisch centralisme genoemd.

Marx heeft ook bewezen dat de kapitalistische economie uiteindelijk aan haar interne tegenstellingen tenonder moet gaan: Er zal een economische losbarsten en de voorhoede van de arbeidersbeweging, de Communistische Partij, zal de arbeiders dan in een revolutionaire strijd naar hun bevrijding en naar het volgende systeem van maatschappelijke productie-verhoudingen, het socialisme, leiden.

Het socialisme is een maatschappelijke overgangsperiode waarin allen loon naar prestatie zullen ontvangen en niemand meer uitgebuit zal worden omdat alle productiemiddelen gemeenschappelijke eigendom zullen zijn.

In deze socialistische overgangsperiode zal de staat nog bestaan en de dictatuur van het proletariaat nodig zijn om de overblijfselen van het kapitalisme te bestrijden.

Na verloop van tijd zal de staat echter afsterven en het communisme aanbreken: Iedereen zal de gemeenschap dan dienen naar vermogen en van de gemeenschap ontvangen naar behoefte: alle maatschappelijke tegenstellingen zullen opgeheven zijn omdat alle eigendom gemeenschappelijk is; en allen zullen gelijk zijn en zich optimaal kunnen ontplooien - en dan zal de mensheid werkelijk vrij zijn van onderdrukking en gebrek, en zal de mens werkelijk mens zijn.

19. Aantrekkingskracht van het wetenschappelijk socialisme: Zo ongeveer zag het wereldbeeld van mijn vader en van andere geschoolde en gestaalde partij-kaders eruit. Het heeft allemaal weinig met wetenschap en veel met dogmatisch geloof in een heilsleer te maken, maar het is ook een aanzienlijk diepgravender en, ondanks de onwaarheid, meer omvattende en beter gefundeerde visie op de werkelijkheid dan die van andere partijen, of dan de visies van de traditionele godsdiensten.

Ook is het een bijzonder morele visie: De geschiedenis is een leerschool voor de mensheid, waarin individuele mensen zich ethisch goed of slecht gedragen door de keuzes die ze maken en de rol die ze spelen; waarin goed en kwaad objectief bepaalbaar zijn op grond van de historische gang van de maatschappelijke ontwikkeling: Goed is wat het communisme dichterbij brengt, en kwaad wat dat goede verhindert; en waarin ieder mens dus een welbepaalde taak heeft, nl. de revolutie bevorderen en zich overigens als een goed mens en als een goed communist gedragen.

Het was vooral deze morele kant van de ideologie die belangrijk was voor de meeste communisten, en hoewel het meer theoretische deel van de ideologie hen makkelijk verleidde tot totalitaire standpunten en gedragingen was het ook zo dat eem proportioneel groot aantal van de communisten echte, eerlijke en moedige idealisten waren, en dat de Communistische Partij vooral dergelijke karakters aantrok.

20. Over het marxisme: Voordat we tot de eigenlijke, alledaagse, partij-ideologie komen zullen we de meest intellektuele component van de communistische ideologie, het marxisme, beschouwen.

Het is betrekkelijk zinloos uitgebreid op het marxisme in te gaan - in de eerste plaats omdat het gros der communisten daar nauwelijks van op de hoogte is aangezien het marxisme typisch een filosofie voor intellektuelen is, en in de tweede plaats omdat "het" marxisme niet bestaat: Wat bestaat zijn 1001 varianten op en exegeses van de MEW (Marx-Engels Werke) en de latere epigonen (zoals Lenin, Trotsky, Lukacs, Marcuse, Althusser e.d.). Hierover zou veel te zeggen kunnen zijn, maar ik merk alleen de volgende drie dingen op:

  1. De fundamentele ideeŽn van het marxisme nl. een versie van het historisch materialisme en de daaruit voorvloeiende fixatie op economische factoren, en een min of meer sterke variant van relativisme t.a.v. waarheid en moraal zijn kenmerkend voor alle vormen van marxisme. Wat daar door de diverse latere exegeten aan is toegevoegd is vnl. onwaar of onzin indien nieuw, en oninteressant indien bekend: Het grootste deel van de activiteiten in marxistische intellectuele kringen bestaat uit het voortdurend herhalen en herkauwen van dezelfde afgeleefde frases en ideeŽn, verpakt in een gewoonlijk afgrijselijk intellectualistisch argot, waaraan voor een buitenstaander gewoonlijk kop noch staart valt te ontdekken.
     
  2. Marxisten zijn volgelingen, en volgelingen lezen zelden anders dan hun eigen heilige schriften: Marxisten gebruiken weinig (want "burgerlijke") theoretici. Deze zijn in de marxistische wereld ook vrijwel onbekend: Marxisten lezen gewoonlijk geen andere dan marxistische filosofie; marxisten lezen gewoonlijk geen moderne wetenschap: Er is vrijwel geen marxistisch geÔnspireerd empirisch onderzoek (of het moet zijn naar de Grote Denkers van weleer: Literatuur-onderzoek), en er zijn vrijwel geen empirische problemen in het marxisme; er zijn ook geen eigen onderzoekstechnieken of -strategieŽn (enkele nogal futiele pogingen daartoe daargelaten); er is geen zinnige marxistische wetenschapsfilosofie; geen empirische traditie; enm geen empirische of diepgaande theoretische belangstelling - het wezen van de werkelijkheid is immers ontdekt; en "de plicht van iedere revolutionair is revolutie te maken" (Che Guevara) - en nadenken is daarbij alleen maar hinderlijk. (Deze appreciatie geldt het Westers westerse marxisme. In het Oostblok ligt de zaak enigszins anders, maar niet beter.)
     
  3. En tenslotte is alles wat konventioneel of klassiek marxistisch is weerlegd of verbeterd: Het dialektisch materialisme is natuurkundig bezien onzin; logisch gezien een samenraapsel van redeneer-fouten en ambiguÔteiten dat alleen dient als rhetorisch middel om de tegenstanders en zichzelf te verwarren; en filosofisch gezien taalmisbruik (zie: Bunge, Zinoviev, Bochenski en een kursus wiskundige en filosofische logica). Het historisch materialisme bevat een belangrijke kern van waarheid maar is principieel weerlegbaar d.m.v. een eenvoudig logisch argument, en feitelijk hoogstens partieel geldig (zie bijv. Weber's "Protestantische Ethik"; Tawney's "Religion and the Rise of Capitalism" en C.W. Mill's "The Marxists"). Marx was een geniaal econoom, maar zijn economische theorieŽn zijn precies onjuist wat betreft de meest essentiŽle marxistische stellingen: De arbeids- en meerwaarde-theorie (zie Morishima's "Marxian Economic" en Steedman's "Marx after Sraffa").  Het heeft weinig zin deze ingewikkelde en vaak vak-technische argumenten hier op te voeren, en daarom heb ik volstaan met enkele literatuur-verwijzingen.

De samenvattende konklusie ligt echter voor de hand (en wie deze zou willen bestrijden behoort zich eerst op de hoogte te stellen van de bovengenoemde literatuur):

Wetenschappelijk gezien is het marxisme van groot belang geweest voor, vooral, de sociologie en de economie. Het historisch materialisme heeft belangrijke onderzoeksterreinen geopend en is de aanleiding geweest voor veel interessante theoretische sociologie (zoals van Mosca, Weber en Mill). Voor de marxistische economie geldt iets soortgelijks (Veblen, Kalecki, Sraffa, Morishima, Robinson).

Maar het opmerkelijke is dat de ontwikkeling van marxistische ideeŽn vooral het werk is van niet-marxisten, die zich niet verloren in de betovering van een alverklarende alomvattende ideologie, maar de overdrijvingen van Marx en Engels corrigeerden. Voor de marxisten daarentegen functioneerde "het" marxisme als een heilsleer (in dit geval voor intellectuelen) - zoals de meeste ideologieŽn; zoals de meeste religies; zoals het meeste waardoor mensen zich laten (mis-)leiden.

                                        WORDT VERVOLGD


U bent - als u tot hier las - weer bij wat ik de dag van vandaag schreef, dus 23 augustus 2009, want het bovenstaande en voorgaande in dit verband schreef ik in 1982, nog geheel geen idee hebbend van de heel wat jaren later volgende lamentable en valse draaikonterij van Geniale Gijs, "De man die faalde" (**) en zijn Integere Roodgeverfde Echtgenote Etty (en haar kompanen in "Alles moest anders - Het onvervuld verlangen van een linkse generatie" (en zie de link voor - het begin van - interessante besprekingen door mij uit 2006).

De reden dat u deel II.a. krijgt, en niet II, is dat ik maar zoveel energie heb, en mijn tekst uit 1982 weliswaar niet in het origineel schreef, maar wel overtiepte van een papieren kopie ervan uit 1988 (nog steeds vůůr bovengenoemde schoonwasserij).

Ik heb trouwens heel weinig met het stuk gedaan behalve in een la opbergen, maar heb het wel getoond aan enkele leden van mijn generatie van verraders, maar die meenden, anno 1982, zelf gevangen in de discussies in de toen Vernieuwde CPN, dat ik er niks van begreep c.q. makkelijk schrijven had, als renegaat en toeschouwer van de historische klassenstrijd en broodnodige vernieuwingen van de CPN - die overigens ca. 1988 opgeheven werd (en pas toen begonnen de preparaties voor de eigen schoonwasserij ter verdediging van de eigen academische of journalistieke parasietenbaantjes, wat alweer helpt aantonen hoe bijzonder vals en oneerlijke deze quasi-wereldverbeteraars waren, en zijn, want ze floreren nog steeds, en houden nog steeds de verbeteringen van de universiteiten en het onderwijs tegen, terwijl een groot deel ongetwijfeld maandelijks meer aan sterke drank e.d. gebruikt dan ik in die maand te besteden heb.

Tenslotte.... als u het stuk tot nu "theoretisch" of "moeilijk" vindt - leest eens wat Scheffer, ter vergelijking: mijn theoretisch proza vloeit als honing en smaakt als ambrosijn; het zijne is krom, dom, lelijk, vals en aanstellerig - en daarom schrijft hij in de NRC en ik niet (en verder vanwege zijn vele vrienden en vriendinnen daar, uit mijn generatie van verraders, natuurlijk) - dan wordt het de volgende keer wellicht lachen, want daarin behandel ik het taalgebruik van de CPN, ook met vele leerzame citaten.


Secties van OVER POLITIEK, IDEOLOGIE EN TAALGEBRUIK

  1. Een ethische paradox
  2. De rol van ideologieŽn
  3. De CPN

  4. Twee fundamentele vragen

  I. OVER POLITIEKE PARTIJEN

  5. Wat een poltieke partij is
  6. Soorten politieke partijen
  7. Schets van de Nederlandse politieke partijen

  8. Hoe de CPN verschilt
  9. Over communisten
10. Politieke partijen als groepen
11. Over aanhangers van politieke partijen
12. Over macht
13. Wat alle politieke partijen kenmerkt
14. Over interne partij-democratie

 II. OVER IDEOLOGIE                                       

15. Wat ideologieŽn zijn
16. Het gevaar van ideologieŽn

17. Het communisme als ideologie
18. Samenvatting van het wetenschappelijk socialisme
19. Aantrekkingskracht van het wetenschappelijk socialisme
20. Over het marxisme                                   (....rest later)
21. Over de alledaagse CPN-ideologie
22. Ideologie en taalgebruik
23. Ideologie en taalgebruik
24. Drie soorten redeneerfouten
25. Gebruikelijke drogredenen in de CPN
26. Gebruikelijke schablonen in de CPN
27. Gebruikelijk jargon in de CPN

 Meer Lob der Partei 

Noten

(*) Eigenlijk is het minstens tragi-komisch, zo niet diep tragisch - maar het toont aan, of laat in ieder geval zien, net als Raymond Aron's "L'opium des intellectuels" dat zo fraai doet, overigens een boek waar de theoretische lichten van de VCP waarschijnlijk - in ieder geval - de opleiding voor missen om te kunnen lezen, dat laat zien:

"Links" en ook - laten we zeggen - "de Linkse Bloedgroepen" hebben allemaal hun eigen ideologisch taalgebruik, poses, ťn zelfverkozen blindheden voor evidentie van het tegendeel van hun delusies, die evident al generaties lang bestaan, overgeleverd en in stand gehouden worden.

Een voor mij zeer leerzaam voorbeeld was dat ik in de eerste dagen dat ik in Noorwegen was, en nog niet eens kon horen waar het ene woord eindigde en het andere woord begon, iemand op de radio hoorde in een voor mij op dat moment totaal onbegrijpelijk Noors dialect, en vrijwel onmiddellijk zei: "Hť ... die man klinkt voor mij als een communist, vanwege de intonaties en spraakritmes".

En verdomd: Het was de Noorse Jan Marijnissen van die tijd. "Van die dingen dus!"

Trouwens... ik denk echt dat het, althans voor moderne Neerlanders, Westeuropeanen en overigen (quasi-)intellectuelen met veel welstand en vrije tijd om zichzelf wetenschappelijk te ontwikkelen, vooral een kwestie van hormonen en domheid is, uiteindelijk.

Helaas is daar heel weinig tegen te doen, althans hier en nu.

(**) Zoals ik al eens eerder opgemerkt heb was en is Geniale Gijs niet de man die faalde, maar de man die loog en bedroog voor eigen opgang, en daar veel succes mee had, "in deze misdadige kapitalistiese maatschappij", waarin hij sinds 1968 - ondanks de relatief lage uitkeringen voor CPN-prominenten als hij - altijd en ieder jaar 5 tot 25 keer meer verdiend heeft, financieel gesproken, dan ik: Hij faalde helemaal niet - hij bereikte precies of nog meer dan hij beoogde, reeds als 20-jarige. En dat geldt voor vrijwel mijn hele quasi-revolutionaire Linkse Generatie: Poseurs, bedriegers, operette-revolutionairen, baantjesjagers.

En daarbij, vergeleken met echte marxistische revolutionairen, zoals mijn vader, watjes, slappelingen, aanstellers, warhoofden, krompraters, leugenaars, baantjesjagers, en afzichtelijk vals, laf en oneerlijk (en ook, trouwens: minder begaafd, minder artistiek, minder hardwerkend, en het totale tegendeel wat persoonlijke integriteit en rechtvaardigheid betreft).

Dat zou eerlijk zijn geweest te zeggen, en het is inderdaad doodgewpoon waar dat hetzelfde geldt voor de rest van de Neerlandse (e.a.) politieke ťlite en ook alweer waar dat hetzelfde geldt voor vrijwel alle buitenlandse Westerse gestudeerde quasi-revolutionairen van mijn generatie - want ze wilden allemaal zo graag bij de heersende politieke, journalistieke of quasi-academische ťlites behoren, met of zonder revolutie, ongeacht waarheid en moraal, alles vanwege de grote betaling voor het geringe en gemakkelijke werk, de grote status, en de mogelijkheid maar mee te blijven kunnen praten en poseren als BN'er, alweer vanwege de daarbij komende financiŽle smeer en publieke status.

Zie verder de links in Exit Mei '68, in welke maand ik meer over mijn generatie van verraders (en "Le trahison des clercs" = "Het verraad van de intellectuelen" = de titel van een ca. 80 jaar oud boek van Julien Benda, met een verwante diagnose van zijn generatie van intellectuelen: grage uitvreters en baantjesjagers uit naam van de hoogste morele en wetenschappelijke idealen, in dienst van de laagste persoonlijke belangen.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail