Nederlog        

   16 april 2009

 

Hazlitt over leiders en volgelingen

 

Het geval wil dat ik weer eens een essay van Hazlitt heb opgeladen, On the Spirit of Monarchy geheten, dat feitelijk over de verhouding tussen leiders en volgelingen gaat.

U vindt de hele tekst onder de laatste link, en een deel ervan in uittreksel in de volgorde waarin het staat met wat commentaren van mij hieronder, en wel omdat ik denk dat Hazlitt hier - zoals heel vaak, over heel veel - diep zag en zeer fraai formuleerde.

Mocht u het niet eens zijn met hem of met mij: Ongetwijfeld mócht dat van hem en zeker mag dat van mij, met alleen deze twee aantekeningen: Als u hem goed wilt beoordelen dan behoort u behoorlijk wat van hem gelezen te hebben, bijvoorbeeld diverse delen van hem als uitgegeven in Everyman's Library, zoals "Tabletalk", "The Plain Speaker", "Characters of Shakespeare's Plays" en "Lectures", en als u mij goed wilt beoordelen dan moet u behoorlijk wat van mijn site gelezen hebben.

Het origineel is uit 1823, ten tijde dat in Neerland Bilderdijk als een zeer groot man beschouwd werd, toch wel bijna als de Mulisch van zijn tijd, indien men tenminste indertijd zo gelukkig was geweest deze profeet en ziener te kunnen voorzien (in al zijn waarachtig Neerlandse grootheid van geestesgaven), en wat volgt staat braaf in volgorde van het origineel, waarvan ik ook flink wat oversla. (*)

Het begint zo, na een epigraaf die het thema aangeeft:

The Spirit of Monarchy, then, is nothing but the craving in the human mind after the Sensible and the One. It is not so much a matter of state-necessity or policy, as a natural infirmity, a disease, a false appetite in the popular feeling, which must be gratified. Man is an individual animal with narrow faculties, but infinite desires, which he is anxious to concentrate in some one object within the grasp of his imagination, and where, if he cannot be all that he wishes himself, he may at least contemplate his own pride, vanity, and passions, displayed in their most extravagant dimensions in a being no bigger and no better than himself. Each individual would (were it in his power) be a king, a God: but as he cannot, the next best thing is to see this reflex image of his own self-love, the darling passion of his breast, realized, embodied out of himself in the first object he can lay his hands on for the purpose. The slave admires the tyrant, because the last is, what the first would be. He surveys himself all over in the glass of royalty. The swelling, bloated, self-importance of the one is the very counterpart and ultimate goal of the abject servility of the other. But both hate mankind for the same reason, because a respect for humanity is a diversion to their inordinate self-love, and the idea of the general good is a check on the gross intemperance of passion. The worthlessness of the object does not diminish but irritate the propensity to admire. It serves to pamper our imagination equally, and does not provoke our envy. All we want is to aggrandize our own vainglory at second hand; and the less of real superiority or excellence there is in the person we fix upon as our proxy in this dramatic exhibition, the more easily can we change places with him, and fancy ourselves as good as he. Nay, the descent favours the rise; and we heap our tribute of applause the higher, in proportion as it is a free gift. An idol is not the worse for being made of coarse materials; a king should be a common-place man. Otherwise, he is superior in his own nature, and not dependent on our bounty or caprice. Man is a poetical animal, and delights in fiction. We like to have scope for the exercise of our mere will. We make kings of men, and Gods of stocks and stones: We are not jealous of the creatures of our own hands. We only want a peg or loop to hang our idle fancies on, a puppet to dress up, a lay-figure to paint from.

Zie hier groepsdenken, leiders en volgelingen in mijn Philosophical Dictionary, en Boétie - Montaigne's vriend - die het al zéér goed doorhad en héél fraai formuleerde in de 16e eeuw.

Het uiteindelijk beginsel op de achtergrond is gedeeltelijk wensdenkerij, zoals Hazlitt zei - "Man is a poetical animal, and delights in fiction. We like to have scope for the exercise of our mere will" - en gedeeltelijk, naar ik aanneem, een combinatie van aapachtige zoölogie; het persoonlijk gemak van conformisme; en de totalitaire houding van de grote meerderheid, vrijwel altijd, vrijwel overal.

The worthlessness of the object does not diminish but irritate the propensity to admire. It serves to pamper our imagination equally, and does not provoke our envy. All we want is to aggrandize our own vainglory at second hand; and the less of real superiority or excellence there is in the person we fix upon as our proxy in this dramatic exhibition, the more easily can we change places with him, and fancy ourselves as good as he. Nay, the descent favours the rise; and we heap our tribute of applause the higher, in proportion as it is a free gift. An idol is not the worse for being made of coarse materials; a king should be a common-place man.

Hier mag u van mij aan de opgang van de Neerlandse deugd-, wormen- en naarden-mens JP de HP die MP is denken, in heel zijn menselijkheid en beproefd leiderschap, en ook aan de idolatie die Stalin en Mao deelachtig werden, ook van opzichzelf (afgezien van politiek) verstandige mensen.

We see the symbols of Majesty, we enjoy the pomp, we crouch before the power, we walk in the procession, and make part of the pageant, and we say in our secret hearts, there is nothing but accident that prevents us from being at the head of it. There is something in mock-sublimity of thrones, wonderfully congenial to the human mind. Every man feels that he could sit there; every man feels that he could look big there; every man feels that he could bow there; every man feels that he could play the monarch there. The transition is so easy, and so delightful! The imagination keeps pace with royal state,

"And by the vision splendid
Is on its way attended"

Nu kunt u hier natuurlijk willen uitroepen, net als ik: Maar ik bčn helemáál niet zo! Ik ben ŕnders, en als de keizer geen kleren heeft zal ik dat zeggen - en misschien als dank wel zelf tot keizer gemaakt!

Maar we hebben het hier nu even niet over zeer verstandige mensen als al mijn lezers of ik, maar over wat de menselijke geschiedenis in doorsnee leert, getuigt, bevestigt en onderstreept:

The Madman in Hogarth who fancies himself a king, is not a solitary instance of this species of hallucination. Almost every true and loyal subject holds such a barren sceptre in his hand; and the meanest of the rabble, as he runs by the monarch's side, has wit enough to think -- "There goes my royal self!"

Ja, maar - vermoed ik, en ik heb er voor doorgeleerd - in een ingewikkeld dubbel spel, met veel dubbeldenken, zoals men zich identificeert met anderen. Dit wordt opnieuw het duidelijkst aangetoond in de adoratie van honderden miljoenen zo niet een miljard of meer mensen voor Mao en voor Stalin, die voor een groot deel plaatsvervangende trots is, en samenhangt met groepsdenken en hordevorming, onder een geliefde en sterke leider natuurlijk.

From the most absolute despot to the lowest slave there is but one step (no, not one) in point of real merit. As far as truth or reason is concerned, they might change situations to-morrow -- nay, they constantly do so without the smallest loss of benefit to mankind! Tyranny, in a word, is a farce got up for the entertainment of poor human nature; and it might pass very well, if it did not so often turn into a tragedy.

En de lezer moet zich realiseren dat de moderne mensheid wellicht 20 ŕ 100.000 jaar bestaat, in de zin dat het verschil tussen mensen toen en mensen nu vrijwel niet te vinden is, natuurkundig en biochemisch gesproken, en dat al die tijd de zeer grote meerderheid heeft geleefd in wat effectief dictaturen of totalitair bestuurde hordes met totalitair denkende en voelende leden waren, dat natuurlijk ook zeer effectief was en is - in dit Darwin-jaar ook - voor het voortbestaan en de samenhang en zelfverdediging van Onze Groep.

Nu even over goede leiders, die er heel af en toe ook zijn:

"A good king," says Swift, "should be, in all other respects, a mere cypher."

En wel omdat zo iemand anders beter geschikte mensen in de weg loopt - en het "beter geschikte" fundeer ik hier natuurlijk op de premisse van een "good king", want goede leiders weten goede helpers te vinden, die beter zijn in hun specifieke taken dan de leiders zelf kunnen zijn.

We komen nu bij het thema mundus vult decipď, de grondregel voor het begrijpen van alle religieuze en politieke leiders:

Would it not be hard upon a little girl, who is busy in dressing up a favorite doll, to pull it in pieces before her face in order to show her the bits of wood, the wool, and rags it is composed of? So it would be hard upon that great baby, the world, to take any of its idols to pieces, and show that they are nothing but painted wood. Neither of them would thank you, but consider the offer as in insult. The little girl knows as well as you do that her doll is cheat; but she shuts her eyes to it, for she finds her account in keeping up the deception. Her doll is her pretty little self. In its glazed eyes, its cherry cheeks, its flaxen locks, its finery and its babyhouse, she has a fairy vision of her own future charms, her future, triumphs, a thousand hearts led captive, and an establishment for life. Harmless illusion! that can create something out of nothing, can make that which is good for nothing in itself so fine in appearance, and clothe a shapeless piece of deal-board with the attributes of a divinity! But the great world has been doing little else but playing at make-believe all its life-time.

Zoals uit de politieke en religieuze geschiedenis van de mensheid blijkt, ook in gruwelijk, pijnlijk en eeuw na eeuw herhaald detail van vervolging en onderdrukking van mensen om wat, rationeel en redelijk bezien, wensdenkerij, fanatisme, wild geloof in waandenkbeelden - en (vermeend) eigenbelang van de leiders, die bestaan bij gratie van de domheid van de doorsnee.

For several thousand years its chief rage was to paint larger pieces of wood and smear them with gore and call them Gods and offer victims to them -- slaughtered hecatombs, the fat of goats and oxen, or human sacrifices -- showing in this its love of show, of cruelty, and imposture; and woe to him who should "peep through the blanket of the dark to cry, Hold, hold." -- Great is Diana of the Ephesians, was the answer in all ages. It was in vain to represent to them, "Your Gods have eyes but they see not, ears but the hear not, neither to do they understand" -- the more stupid, brutish, helpless and contemptible they were, the more furious, bigoted, and implacable were their votaries in their behalf.

Dit is formeel, in Hazlitt's uiteenzetting, religies tňt die van het Oude Testament, maar natuurlijk was het sindsdien méér van hetzelfde, alleen geholpen door zaken als boekdrukkunst en buskruit, de twee zo menselijke pilaren van de meeste bekeringen en zendelingen.

The game was carried on through all the first ages of the world, and is till kept up in many parts of it; and it is impossible to describe the wars, massacres, horrors, miseries, and crimes, to which it gave colour, sanctity, and sway. The idea of a God, beneficent and just, the invisible maker of all things, was abhorrent to their gross material notions. No, they must have Gods of their own making that they could see and handle, that they knew to be nothing in themselves but senseless images, and these they daubed over with the gaudy emblems of their own pride and passions, and these they lauded to the skies, and grew fierce, obscene, frantic before them, as the representatives of their sordid ignorance and barbaric vices.

Ik vrees dat het nog een graadje erger is: Gewoonlijk is God goed en groot omdat God ONZE God is, trouwens net als ONZE Leiders, politiek en religieus, uiteraard God- (of geschiedenis-) gezonden grootheden zijn, zoals ze u zelf maar al te graag zullen vertellen.

En overigens worden de emoties en "gedachten" nog steeds bespeeld met soundbytes, iconen, vertoon, leugens en propaganda dus ook dat zal wel een zoölogisch en aapachtig fundament hebben.

They must have a lie, a palpable pernicious lie, to pamper their crude unhallowed conceptions with, and to exercise the untamable fierceness of their wills.

En het moet een leugen zijn, eenvoudig omdat de echte waarheid hun zelfbeeld, wensen en wanen niet kŕn bevredigen, en er meestal evident strijdig mee is, voor wie niet trots in de vooroordelen van Onze Groep deelt.

The apishness of man's nature would not let even the Christian religion escape.

Hazlitt's vader was een non-conformistische dominee, en Hazlitt werd ook opgeleid daartoe, totdat hij, al heel jong, namelijk circa z'n 15e, van het geloof afviel. Overigens is "not let even" zeer optimistisch over het Christendom, gezien de kruistochten, de inquisitie, de gruwelen rond de Reformatie, en - Gulden Regel dan wel Bronzen Regel -

We have got living idols, instead of dead ones; and we fancy that they are real, and put faith in them accordingly. Oh Reason! When will thy long minority expire? It is not now the fashion to make gods of wood and stone and brass, but we make kings of common men, and are proud of our own handywork.

Dit geldt voor de politiek, maar natuurlijk ook voor religies, met hun pomp en praal, mannen in jurken, geur van wierook, en stortvloeden van woorden die in een andere context, indien gemeend, regelrecht naar een kliniek zouden leiden, omdat iemand die zó redeneert evident niet bij zinnen is, zelfs al zou ie gelijk hebben, de kans waarop mirakels klein is, zoals ze zelf zo graag mogen belijden: "Credo quia absurdum!". (En wie het niet eens waagt te zijn met Onze God moet branden! Vanzelfsprekend!)

Alles ook in de allerstelligste godgegeven geloofswaarheid:

"That the saints may enjoy their beatitude and the grace of God more abundantly they are permitted to see the punishment of the damned in hell."
   (St. Thomas Aquino, Summa Theologica)

Terug naar Hazlitt, die het maken van idolen bespreekt, en de menselijke neiging daartoe:

Can we make any given individual taller or stronger or wiser than other men, or different in any respect from what nature intended him to be? No; but we can make a king of him. We cannot add a cubit to the stature, or instill a virtue into the minds of monarchs -- but we can put a sceptre into their hands, a crown upon their heads, we can set them on an eminence, we can surround them with circumstance, we can aggrandize them with power, we can pamper their appetites we can pander to their wills.

Als waren het heuse Media-Persoonlijkheden! En voor Leiders, Prinsen, Koningen en Premiers zijn de menselijke gevolgen zo:

The personal character of the king has nothing to do with the question. Thus the extrinsic is set up over the intrinsic by authority: wealth and interest lend their countenance to gilded vice and infamy on principle, and outward show and advantages become the symbols and standard of respect in despite of useful qualities or well-directed efforts through all ranks and gradations of society. "From the crown of the head to the sole of foot there is no soundness left." The whole style of moral thinking, feeling, acting, is in a false tone -- is hollow, spurious, meretricious.

Omdat alle betrokken feitelijk weten dat alle betrokken gewoonlijk huichelen of anders achterlijk zijn, maar allemaal ook weten dat iedereen die afwijkt van Hoe Het Behoort Te Zijn In Onze Groep ... grote moeilijkheden mag verwachten met de grote meerderheid van de leden van de groep en de leiding, niet vanwege zijn of haar meningen, maar vanwege het afwijken.

Daarbij:

But it is "honour dishonourable, sin-bred" -- it is the honour of trucking a principle for a place, of exchanging our honest convictions for a ribbon or a garter. The business of life is a scramble for unmerited precedence.

Het betáált - ambten gewonnen met leugens en poses betalen precies even goed en waarschijnlijk zelfs meer dan ambten gewonnen met competentie en eerlijkheid, die overigens moeilijk te verenigen zijn met religie of politiek.

En het gebeurt, want dit is ook weer precies wat ik in behoorlijk detail en in zeer veel gevallen heb gezien met de leden van mijn generatie: Niet zodra roken ze de geur van de macht, zagen ze de kans op bevordering, of alle beginselen gingen overboord, zo ze ooit aan boord waren geweest, wat twijfelachtig is bij velen, boven de 25, in ieder geval, en inderdaad heeft de grote meerderheid feitelijk persoonlijk belang in "a scramble for unmerited precedence", bij gebrek aan eigen merites, en door bijbehorend gebrek remmingen, zoals Machiavelli, Mandeville, Stalin en Mao allemaal veel beter door hadden dan de grote meerderheid.

Is not the highest respect entailed, the highest station filled without any possible proofs or pretension to public spirit or public principle? Shall not the next places to it be secured by the sacrifice of them? It is the order of the day, the understood etiquette of courts and kingdoms. For the servants of the crown to presume on merit, when the crown itself is held as an heir-loom by prescription, is a kind of lese majeste, an indirect attainder of the title to the succession. Are not all eyes turned onto the sun of court-favour? Who would not then reflect its smile by the performance of any acts which can avail the in the eye of the great, and by the surrender of any virtue, which attracts neither notice nor applause?

But MIGHT BEFORE RIGHT is the motto blazoned on the front of unimpaired and undivided Sovereignty! --

Het volgende geldt niet alleen voor een waarachtig hof met een waarachtige hofhouding, maar met alles dat daar meer wel dan niet op lijkt, inclusief regeringen, politieke partijen, religies etc.

A court is the centre of fashion; and no less so, for being the sink of luxury and vice --

-------"Of outward show
Elaborate, of inward less exact."

Hier is een achterliggende reden, die voor de meeste mensen lijkt te gelden:

The goods of fortune, the baits of power, the indulgences of vanity, may be accumulated without end, and the taste for them increases as it is gratified: the love of virtue, the pursuit of truth, grow stale and dull in the dissipation of a court. Virtue is thought cribbed and morose, knowledge pedantic, while every sense is pampered, and every folly tolerated. Everything tends naturally to personal aggrandisement and unrestrained self-will.

En vanwege twee belangrijke gronden: Gebrek aan eigen persoonlijke merites afgezien van overmaat aan valsheid, samen met de genietingen des vlezes en van de macht, want het lijkt dat de meesten daar veel gevoeliger voor zijn dan voor geestelijke genietingen, zoals de Cosimo's de Medici zeer veel zeldzamer zijn dan de Stalins (want Cosimo gaf werkelijk om cultuur en beschaving, had werkelijk een goed verstand, al kon hij ook vreselijk goed bankieren).

The air of a court is not assuredly that which is most favourable to the practice of self-denial and strict morality. We increase the temptations of wealth, of power, ands pleasure a thousand-fold, while we can give no additional force to the antagonist principles of reason, disinterested integrity and goodness of heart. It is to be wondered that courts and palaces have produced so many monsters of avarice, cruelty, and lust?

Zie mijn review van Stalin, of de tekst van dat boek, bij wijze van één behoorlijk gedocumenteerd recent voorbeeld.

He who has the greatest power put into his hands, will only become more impatient of any restraint in the use of it. To have the welfare and the lives of millions placed at our disposal, is a sort of warrant, a challenge to squander them without mercy.

Ja, dat is waar - en de meeste leiders schijnen onder andere daarom leider te kunnen blijven dat ze heel goed zijn in het dragen van andermans leed, en daar ook geheel niet van wakker liggen.

En nu, na al deze politiek-psychologische overwegingen, even een ander aspect van Hazlitt: zijn vermogen tot schrijven. Ik pluk het eruit omdat u, als u oplet, kunt hóren dat z'n zin niet alleen lang, gelaagd, zeer ironisch, en gewild pathetisch is, maar ook muzikaal-rhytmisch:

Let us take the Spirit of Monarchy in its highest state of exaltation the moment of its proudest triumph -- a Coronation-day. We now see it in our mind's eye; the preparation of weeks -- the expectation of months -- the seats, the privileged places, are occupied in the obscurity of night and in silence -- the day dawns slowly big with the hope of Caesar and of Rome -- the golden censers are set in order, the tables groan with splendour and with luxury -- within the inner space the rows of peeresses are set and revealed to the eye decked out in ostrich feathers and pearls, like beds of lilies sparking with a thousand dew-drops -- the marshals and the heralds are in motion -- the full organ, majestic, peals forth the Coronation Anthem -- everything is ready -- and all at once the Majesty of kingdoms bursts upon the astonished sight -- his person is swelled out with all the gorgeousness of dress, and swathed in bales of silk and golden tissues -- the bow with which he greets the assembled multitude, and the representatives of foreign kings, is the climax of conscious dignity, bending gracefully on its own bosom, and instantly thrown back into the sightless air, as if asking no recognition in return -- the oath of mutual fealty between him and his people is taken -- the fairest flower of female beauty precede the Sovereign, scattering roses; the sons of princes page his heels, holding up the robes of crimson and ermine -- he staggers and reels under the weight of royal pomp, and of nation's eyes and thus the pageant is launched in the open day dazzling the sun, whose beams seem beaten back by the sun of royalty -- there were the warrier, the statesman and the mitred head -- there was Prince Leopold, like a panther in its dark glossy pride, and Castlereagh, clad in triumphant smiles and snowy satin, unstained with his own blood -- the loud trumpet brays, the cannon roars, the spires are mad with music and the stones in the street are startled at the presence of a king: -- the crowd press on, the metropolis heaves like a sea in restless motion, the air is thick with loyalty's quick pants in its monarch's arms -- all eyes drink up the sign, all tongues reverberate the sound --

"A present deity they shout around,
A present deity the vaulted roofs rebound!"

What does it all amount to? A show -- a theatrical spectacle!

Dit is gedeeltelijk ongetwijfeld satire van de kroning van George IV, King of England, die Hazlitt niet mocht. Castlereagh - gehaat door radikalen als Hazlitt, Cobbett en Shelley - was George's PM totdat hij, kennelijk in een bui van waanzin of depressie, z'n eigen nek met z'n eigen scheermes doorsneed.

Ook in dit verband, een ander groot kenner van het onderwerp, en evident een zeer begaafd man: Hier is Augustus Ceasar, de na zijn dood gedeďficeerde opvolger van de ook al gedeďficeerde Julius Ceasar, en tientallen jaren de absolute heerser van de toenmalige wereld, op zijn sterfbed: "De komedie is voorbij!" (En men leze Balzac's "Comédie Humaine"!)

Vervolgens - wat betreft hovelingen, partijgetrouwen, geloofsgenoten, tweede en derde en tiende in macht en aanzien:

There is a cant among court sycophants of calling all those who are opposed to them "the rabble," "fellows," "miscreants," &c. This shows the grossness of their ideas of all true merit, and the false standard of rank and power by which they measure everything; like footmen, who suppose their master must be gentleman, and that the rest of the world are low people. Whatever is opposed to power they think despicable; whatever suffers oppression they think deserves it. They are ever ready to side with the strong, to insult and trample on the weak. This is with us a pitiful fashion of thinking.

Het is ook weer groepsdenken, en omdat het ook behoorlijk intelligente mensen treft, die er zelfs in kunnen geloven, vermoed ik dat er weer een zoölogische en hormonale component in zit - want au fond is het natuurlijk stompzinnig.

En hier is Hazlitt over wat hij over macht denkt:

All power is but an unabated nuisance, a barbarous assumption, and aggravated injustice, that is not directed to the common good: all grandeur that has not something corresponding to it in personal merit and heroic acts, is a deliberate burlesque, and an insult on common sense and human nature.

Dat lijkt mij ook, met deze aantekening dat vrijwel iedereen vrijwel altijd gebaat is bij maatschappelijke rust en vrede, en bij het soort maatschappelijk apparaat, vaak "politie en justitie" geheten, dat dit in stand kan houden, eenvoudig omdat tijden van maatschappelijke anarchie tijden van ellende en zaadbedden voor dictatuur plegen te zijn.

Tenslotte, ook in verband met de satire van George IV - en merk op dat Hazlitt in een tijd leefde dat er nog een schandblok was, en waarin de rechtbanken verre van onpartijdig waren:

If there is offense in this, we are ready to abide by it. If there is shame, we take it to ourselves: and we hope and hold that the time will come, when all other idols but those which represent pure truth, and real good will be looked upon with the same feelings of pity and wonder that we now look back to the images of Thor and Woden!

En zie de waarheid, en hoewel Hazlitt, die bovendien een zeer competent schilder was in z'n jeugd, deze niet schilderde was hij het ongetwijfeld eens met het sentiment van de verbeelding.

Ook neem ik aan dat - als u tot hier gelezen hebt, uiteraard met begrip - dat u wat beter begrijpt waarom ik denk dat Hazlitt een groot schrijver was, en waarom hij in Engeland en in de wereld niet de statuur heeft die z'n gaves en proza verdienen: Te scherp, te waarachtig, te eerlijk, te individualistisch, kortom te irritant voor mensen die niet zo kunnen denken en voelen als hij kon.


P.S. En dit stukje verklaart ook iets over dubbeldenken.

(*) Hier is nog een reden voor deze methode:

In Hazlitt's tijd werd op twee manieren meer gedrongen geschreven: De alinea's waren langer en stonden dichter op elkaar, meestal, vanwege papier- en inbindkosten, en de echt goede schrijvers hadden het in zich meer te kunnen en willen zeggen en suggereren per regel proza, waarschijnlijk omdat hun gemiddeld publiek hoger gekwalificeerd was dan tegenwoordig.

Het is heel wel mogelijk dat ik ooit besluit Hazlitt's alinering te herzien, voor het modern leesgemak.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail