Nederlog        

 

   4 april 2009

 

Alwéér "Maand van de Filosofie"

 

Zoals u ongetwijfeld weet als u in Nederland woont (er zijn ook buitenlandse lezers en reeds lang in het buitenland wonende lezers van Nederlog) is het tegenwoordig kennelijk iedere dag "De Dag Van" (en dat kunt u zo gék niet bedenken, en is iedere dag weer anders) en zijn er nu ook "De Week Van" - De Meubelboulevards Verwendagen, of zo, of De Vrijmarkt - en ook "De Maand Van".

Dit soort kul komt altijd van de zijde van verkopers van de artikelen, en begon kennelijk met De Boekenweek, lang geleden ondertussen, die ook allang gedebiliseerd is tot een reclame-festival, dat er kennelijk feitelijk-financieel om draait welke reeds een generatie gelauwerde en gesubsidieerde internationaal gezien miljardsterangs moderne Nederauteur dit jaar het - kennelijk uitstekend verdienende - gesubsidieerde stipendium van Het Boekenweek Geschenk krijgt.

Wel, een stel boekverkopers in samenwerking met een stel uitvretende academische Nederfilosofen, overigens een 'cognitively challenged' ras van geboren onderwijs-burokraten en Stalinistische apparatsjiks dat mij als "fascist" en "terrorist" beschouwt, o.l.v. Meesterdenkers als prof.dr. Frans Jacobs, prof.dr. René Boomkens en prof.dr. Paul Scheffer en van de universiteit verwijderde in 1988, dat dan ook - ik geef het volmondig toe, met de woorden van Jezus en Bush Jr. ("Wie niet met mij is, is tegen mij") - geheel passend is voor iemand als ik, vergeleken met iemand van de menselijke-al-te-menselijke voortreffelijkheden als zij, hebben al diverse jaren geleden wetenschappelijk-semantisch vastgesteld dat april De Maand Van De Filosofie is.

Vandaar twee pagina's vol tekst daarover in de Boeken-bijlage van de NRC van gisteren, waar ik ook maar iets over zeg, en voor uw klikgemak (dit is hypertext!) met de volgende links

  1. Monty Python (grootste filosoof van de 20ste eeuw na Russell)
  2. Brandt Corstius (las ooit wat logica, tegenwoordig Parijzenaar)
  3. Leezenberg (officieel aangestelde Nederfilosoof)
  4. Kamphuis (officieel aangestelde Nederfilosoof)
(*) 

1. Monty Python

Met straatlengtes het leukste en verreweg het zinnigste is een reeks foto's van een prachtige Monty Pythonschets uit 1972, over de voetbalwedstrijd "Germany vs Greece", met aan de Duitse zijde, 'led by skipper Hegel', o.a. Leibniz, Kant en Beckenbauer, terwijl de Grieken aantraden met Socrates, Plato, Aristoteles en - enigszins tot mijn verbazing, omdat hij beter rekende dan voetbalde - Archimedes.

Confucius was scheidsrechter, geassisteerd door de grensrechters St. Augustinus en St. Thomas, de laatste in konstante extase vanwege zijn voortdurende reflectie op de toekomst van zijn tegenstanders:

"That the saints may enjoy their beatitude and the grace of God more abundantly they are permitted to see the punishment of the damned in hell."
   (St. Thomas Aquino, Summa Theologica)

die hem veel gemoedsrust en genietingen gaf, reeds bij zijn heilig leven.

Hoe het zij... de Grieken wonnen met 1-0, ondanks "Hegels ontologische protesten" én de vervanging van Marx door Wittgenstein aan Duitse zijde, en ik denk zelf dat dit heel rechtvaardig was.

2. Brandt Corstius

Nu naar het NRC-proza over filosofie.

Het enigszins opwekkende is dat het dit jaar niet alwéér een valsistisch postmodern festival van relativisme, kul en pretentie is, dat er waarschijnlijk vooral aan ligt dat het postmodernisme - eerder een psychiatrische aandoening dan een filosofie - aan het inzakken is én dat het is, waar het wat moeilijk relativeren over is.

En Brandt Corstius bespreekt een boek van twee Belgen, want die

schreven een boek waarin ruim 365 westerse filosofen aan bod komen, steeds met de vraag: Wat heeft de wetenschap aan hen gehad. Had hij gelijk, of in ieder geval: hadden we er wat aan?

Dat zijn heel zinnige vragen, was het alleen omdat de wetenschap voortkomt uit de filosofie (Newton noemde zich nog een "Natural Philosopher", dus iemand die zich toelegde op kennis van de natuurlijke werkelijkheid), en de bijzondere deugd heeft - als het tenminste échte wetenschap is - ook in de praktijk werkzaam te zijn als technologische toepassingen en in objectieve en eerlijke experimenten.

De twee Belgen behandelen de 365 denkers in 260 bladzijden voor € 24,95, en volgens Brandt Corstius is het

een schitterend boek geworden.

De Belgen heten Vermeersch en Braeckman, en hun boek heet "De rivier van Herakleitos", en ik schrijf het alleen maar over, want las het niet en weet niets van de schrijvers, al vind ik ca. 2/3e pagina per denker wat weinig c.q. 365 denkers in één boek wat veel (als 't geen encyclopedie is).

Brandt Corstius meldt terloops over zichzelf

Ik lees filosofische boeken het liefst in het Duits, Engels, Frans of Grieks. Niet omdat ik opschep die talen te kennen, maar omdat mijn geliefde auteurs als Descartes, Euclides, Gottlob Frege en Peter Geach woorden gebruiken, waarbij ik schrik, en denk: wat betekent dat woord in zijn taal, en gebruikt hij het hier op een nieuwe manier? Dat levert lekker langzaam lezen op. Terwijl je poëzie tien keer zo langzaam verwerkt als proza, kost filosofie nog eens tien keer zoveel tijd.

Ik citeer het omdat ik zelf veel filosofie las, al vermoed ik dat Brandt Corstius én beter Grieks leest dan ik (met mijn twee jaar avondgymnasium) én net als ik de meeste Griekse filosofie in de zeer fraaie deeltjes van de Loeb Classical Library heeft, met op de linkerpagina het Grieks of Latijn en op de rechter de Engelse vertaling daarvan, dat vermoedelijk ook voor Brandt Corstius het lezen van het Grieks opmerkelijk vergemakkelijkt.

Hoe het zij, voor mij geldt het gestelde niet, al lees ook ik moeiteloos Duits, Engels en Frans, en ik stel me Brandt Corstius' vraag ook nooit (of gebruik daarvoor gewoon een woordenboek) want ik pleeg me, in plaats van dat soort would be filosofische kunstkwesties, eenvoudig af te vragen (i) wat ze bedoelen en (ii) of het waar is. En Euclides schreef wiskunde, terwijl ook in het (hoofd-)werk van Frege veel formules staan, in een unieke notatie bovendien, die oogt als een soort abstracte kunst (en niet handig gekozen was).

Ik vermoed niet dat ik het boek van de twee Belgen ooit zal lezen tenzij het in de ramsj ligt en ik het daar vind, maar wie weet is het aardig voor wie weinig van filosofie weet, want het idee op zichzelf, om te kijken wat filosofen achteraf gesproken aan bruikbaars voor de wetenschap leverden, waar het de meeste echte filosofen toch in beginsel om ging, voorzover geen theologen of apologeten voor een religie, is zinnig.

3. Leezenberg

Een ander stuk op de twee pagina's, van Michiel Leezenberg, behandelt de analytische filosofie onder de mij wat bevreemdende titel "Denken zonder abstracties", en bespreekt een pas verschenen boek van ene Glock "What is analytical philosophy?".

Aangezien ik een paar dagen geleden schreef dat ik een originele filosoof ben, wiens ideeën toch min of meer adekwaat onder de hoofdjes "wetenschappelijk realisme" en "analytische filosofie" vallen, meen ik hier wel het een en ander van te weten, maar ook Glock las ik niet, en ook voor Glock mis ik het toereikende inkomen tenzij het in de ramsj komt te liggen (want het kost 25 euro, en daarvoor kan ik - vind ik - beter een goed boek over wiskunde of logica aanschaffen, dat leerzamer pleegt te zijn dan teksten over filosofie, waarvan ik er ondertussen ook zeer velen ken).

En wat Leezenberg van een en ander weet kan ik niet beoordelen, maar ik kan u wel verzekeren dat ik een zeer lage dunk heb van wie in Nederland filosofie onderwijst aan een universiteit, vanwege het soort redenen uiteengezet in - bijvoorbeeld - Yan Xuetong vindt 't ook: Untergang des Abendlandes.

Hoe het zij, Leezenberg schrijft enigszins terecht

Het verhaal toont veel van wat de vroege analytische filosofie kenmerkt: kwesties van taal en betekenis, kritiek op religie en politieke betrokkenheid. Die laatste twee raken nog wel eens buiten beeld. Elk inleidend overzicht zal je vertellen dat de analytische filosofie de tratitionele metafysica fel bekritiseerde. Veel minder vaak lees je dat die kritiek zich deels ook richtte tegen de religieuze en nationalistische krachten die zich beriepen op metafysische noties als volksaard, heilige drie-eenheid en goddelijke almacht.

Hmm... ja en nee:

In de eerste plaats had het begin van de analytische filosofie veel van doen met het begin van de wiskundige logica (Frege, Russell) en van de wetenschaps-filosofie (Broad onder andere, die niet de faam heeft die hem toekomt, en Ramsey, idem), maar het is waar dat dit mede gemotiveerd werd door een afkeer van onzin en valse diepzinnigheid.

En in de tweede plaats kritiseerden filosofen als Bayle, Hume en Voltaire al allerlei metafysische noties op logische wijze, zij het zonder wiskundige logica in de achterhand, want die was er nog niet.

Maar wat overwegend waar is formuleert Leezenberg wat verderop zo:

ook al verschillen analytische filosofen - zoals het beroepsfilosofen betaamt - op vrijwel elk punt met elkaar van mening, toch zijn volgens Glock de meeste van hen progressieve, seculiere en niet-revolutionaire liberalen.

Dat is zo, althans modulo terminologische vaagheid, en modulo het feit dat "beroepsfilosofen" - in mijn ervaring en zie Yan Xuetong vindt 't ook etc. -  voornamelijk poseurs en aanstellers zijn, die veel minder echte eerlijke filosofen zijn dan oppassende ambtelijke functiebekleders die vooral aan ideeën-geschiedenis doen (**), wat ze verder ook pretenderen, maar Leezenberg vervolgt

Helaas wordt deze interessante suggestie nauwelijks uitgewerkt: zo blijft de vraag open waarom zich onder analytische filosofen maar weinig belijdende gelovigen en nog minder overtuigde marxisten bevinden.

Tsja.... hier vraag ik me als kenner af wat er bij Leezenberg tussen de oren steekt of ontbreekt.

In de eerste plaats zijn de geformuleerde vraag + veronderstelling wat vreemd:

Het antwoord op de vraag is immers in beginsel duidelijk uit Leezenberg's eigen vaststelling voor beginners dat "de analytische filosofie de traditionele metafysica fel bekritiseerde", dus feitelijk inclusief het marxisme en de religies.

En de veronderstelling doet geen groot recht aan de feiten: Peter Geach (boven genoemd door Brandt Corstius) is katholiek; Wittgenstein was Tolstoyaans-mystiek angehaucht; Neurath was een soort neo-marxist in zijn tijd; frater Bochenski was een uitstekend logicus en zinnig criticus van de Sovjet-filosofie; Kolakowski kwam via de analytische filosofie van het marxisme af; diverse andere Oosteuropese filosofen onder het juk van het Sovjet-socialisme hadden uitgesproken analytische methoden of uitgangspunten (Ajdukiewicz, Tatarkiewicz, Prezelcki, Zinoviev, Wessels); Rudolf Carnap had zeer socialistische en linkse sympathieën; Popper was in z'n jeugd een tijdje marxistisch angehaucht; Mario Bunge is een zinnige theoretisch fysiscus en kenner van analytische en andere filosofie die beïnvloed is door het marxisme, en zo zijn er wel meer te noemen door wie wat van het onderwerp weet. (***)

Maar goed - ikzelf kom mijzelf voor als de enige eerlijke behoorlijke Nederlandse levende (analytische) filosoof, om welke reden er voor mij tussen de Leezenbergs, Scheffers, Boomkens, Jacobsen etc. geen plaats is aan een Nederlandse universiteit, want daar wordt erg veel gelogen en geposeerd sinds vele dekaden, vooral door academische zogeheten "filosofen", die feitelijk gewoonlijk gewoon oplichters zijn, die er zitten vanwege de centen, de macht en de status, en in werkelijkheid héél weinig kunnen en vermogen.

Leezenberg weet dat "ergens" zelf ook wel, en schrijft, Glock navolgende

Ondanks de nog altijd opgehouden schijn van toegankelijk en helder taalgebruik, verzucht hij, is de analytische filosofie minstens zo esoterisch geworden als zijn rivalen: ze is volgens hem van een revolutionaire beweging verworden tot een filosofisch establishment, dat gekenmerkt wordt door scholastische exegese van grote voorbeelden, onderlinge polemiek, en vijandigheid tegenover buitenstaanders. Glock besluit met een oproep aan analytische filosofen om hun hautaine houding op te geven, maar doet geen suggesties hoe dat zou kunnen.

Wel... hier is dan de mijne:

Schaf het vak filosofie aan de universiteiten geheel af als hoofdvak-studie; ontsla alle academische filosofen vanwege het verraad van de intellectuelen dat ze zo goed bij Benda hebben kunnen leren en zo enthousiast gepraktiseerd hebben; en laat tot de akademische studie van de filosofie alleen mensen toe die al (enigszins) gestudeerd zijn in een échte wetenschap, en bij voorkeur in  wiskunde, natuurkunde, neurologie of biochemie.

Ik verwacht hier een grote en zeer verfrissende werking van, naast een grote besparing aan geld en aan verspilling van jong intellectueel talent, die door duisterdenkers als de professores Scheffer en Boomkens richting andere liegende en bedriegende duisterdenkers als Foucault en Adorno worden gemanipuleerd, en daarna gewoonlijk voor het leven, de wetenschap en de echt zinnige filosofie voorgoed verloren zijn.

4. Kamphuis

Tenslotte in dit overzichtje de moderne filosofisch grootheid Marco Kamphuis, die een artikeltje heeft op de twee filosofische NRC-pagina's dat de titel heeft "Geachte minister, kijk eens goed naar John Stuart Mill", dat een aansporing is waarmee ik me kan verenigen, om welke reden ikzelf, met pijn, in armoede, maar toch, drie van Mill's belangrijke teksten voor mijn site geprepareerd heb in html, en daar bovendien twee van vele uitstekende verhelderende uitgebreide noten heb voorzien, dat allemaal werk is dat moderne academisch aangestelde Neerlandse kwasi-filosofen (kennelijk, evident, klaarblijkelijk) veel te veel is of veel te moeilijk valt, want ze doen het niet, en ze kunnen er waarschijnlijk immers ook al geen subsidie of reisbeurzen voor krijgen.

Kamphuis recenseert Wijnberg's "Nietzsche & Kant lezen de krant", dat ik ook al niet las, al las ik wel enkele stukjes van Wijnberg, die mij deden afvragen of hij wellicht leentjebuur op mijn site heeft gespeeld, zonder dat eerlijk te zeggen.

Hoe het zij, volgens Kamphuis

beschrijft Rob Wijnberg de vicieuze cirkel van commercie en oppervlakkigheid waarin de media zich bevinden

wat Kamphuis en Wijnberg (zeggen te) betreuren en waarover Kamphuis schrijft

Tegen deze tendens in heeft de jonge journalist (1982) de nu gebundelde korte essays voor nrc.next geschreven, waarin hij de filosofische achtergrond van actuele kwesties onderzoekt.

Wijnberg werd dus geboren in het jaar dat ik de Universiteits-Raad van Amsterdam toesprak en leerde dat ik, volgens de daar toen machthebbende Asva en College van Bestuur van de PvdA", "een terrorist" en "een fascist" was, om het soort redenen dat ik toen al schreef en zei wat Wijnberg 26 jaar later ook deed, en dat hij allemaal, logisch heel wel mogelijk, geheel zelfstandig bedacht, en nu bij de Bezige Bij (ook met profetische leiders en meesterdenkers als Mulisch in hun fonds) uit mag doen geven.

Nu is het voor mij - met 31 jaar ervaring als "een terrorist" en "een fascist" volgens degenen die veel geld verdienen met intellectuele valse aanstellerij en hoerderij aan de Nederlandse universiteiten - al héél wat althans van één Nederlands persoon te weten die over filosofie iets te melden heeft dat ik de afgelopen 31 jaar vele keren en publiekelijk zelf meldde, dus ik wil geen puinbakken aan verdenkingen over Wijnberg's hoofd uitstorten, maar feit blijft dat mijn meningen al 31 jaar en 21 jaar geleden gewoon gepubliceerd zijn en al 13 jaar op mijn site staan, en dat ik al 31 jaar in akademisch Nederland geldt als een non-persoon, en iemand die je strafffeloos mag vergassen, met moord bedreigen, van de universiteit verwijderen, en voor "fascist" en "terrorist" verrot schelden, want mijn site heeft ondertussen teveel lezers (iedere halve minuut meldt er zich een) om te kunnen zeggen dat de meeste Neerlandse en vooral Amsterdamse universitaire akademici van dit alles geheel geen weet hebben. (****)

Terug naar Kamphuis en Wijnberg. De eerste bezingt een deel van de excellenties van de tweede geheel objectief, onpartijdig, geleerd en rationeel als volgt:

Ook het artikel over de economische is verhelderend. Wijnberg heeft gedaan wat veel analisten hebben verzuimd, namelijk een obscure Duitse filosoof erop naslaan: 'Marx stelde [...] dat economische crises zoals deze inherent zijn aan het kapitalisme. Dat wil zeggen, ze vertegenwoordigen niet het falen van het kapitalistische systeem, maar het onvermijdelijk resultaat ervan. Financiële injecties in dat systeem helpen ook niet; de oorzaak van het probleem wordt dan juist in stand gehouden.'

Zou Kamphuis de tegenwoordige voorzitter van de Asva zijn?

Het is in ieder geval totale kul, valsistisch en gemaniereerd gebracht ("een obscure Duitse filosoof"), en deze analist liet ook dát trouwens niet na - zie Marx, Keynes en in de nu 60 delende tellende reeks over de economische , op zichzelf ongetwijfeld  al meer tekst, ongetwijfeld beter geschreven en beredeneerd ook, dan Wijnberg's hele boekwerkje - maar wat Wijnberg over Marx meldt is weer eens van een gruwelijk Neerlands-wijsgerig klok-en-klepel gehalte, en de hele redenering is van de vorm "Jezus zei dat hij God was en daarom is dat zo". "Verhelderend", lezer!

Maar ook Kamphuis zélf weet van wanten en is ook niet vrij van kritiek:

Een enkele keer voegt de filosofische informatie die Wijnberg verstrekt weinig toe (...) Omgekeerd laat Wijnberg in het stuk over consumentisme na het woord van Schopenhauer te geven die helder formuleerde dat elke vervulde wens een nieuwe wens schept, omdat de wil niet kan ophouden te willen - een metafysica waarmee je kooplustige lezers wellicht een dienst mee zou bewijzen.

    Elke vervulde wens
schept een nieuwe wens;
   omdat de wil altijd wil

Het staat er allemaal echt zo. Hoezo schept "elke vervulde wens een nieuwe wens"? Sinds wanneer "kan de wil niet ophouden te willen"? Wat is het verband tussen wensen en willen trouwens? En wie heeft dit allemaal vastgesteld? Schopenhauer, lezer en "dus" is het zo. (Ik mag Schopenhauer - en zie mijn: Nog wat Schopenhauer (voor begaafden) - en las bijna alles van hem, vanwege zijn zeer fraaie Duits, maar de dingen zijn niet zo "omdat" deze of gene min of meer bekende filosoof het "dus" zei.)

Mag ikzelf de "kooplustige lezers", bijvoorbeeld van filosofische boekwerken, dan ook "een dienst" "bewijzen", of wel twee?

Nu dan: U kunt uzelf in beginsel onder controle houden, maar als u dan écht niet kunt ophouden met willen omdat uw wilskracht waarachtig Kamphuisiaans is - zodat uw "wil niet kan ophouden te willen" - dan moet u gewoon eens temidden van Nederlandse academici de waarheid spreken, als u dat tenminste kunt en durft, want daarna zult u nooit meer academisch emplooi vinden in Nederland, en dus ook geen geld om nieuwe boeken van te kunnen betalen.

Tenslotte, nog een proeve van Kamphuisiaanse logica en formuleerkracht:

Uit het feit dat Wijnberg complexe maatschappelijke vraagstukken in kort bestek uiteen weet te zetten, kun je opmaken dat een gedegen analyse niet onverenigbaar is met de eisen van de hedendaagse journalistiek.

Dit mag u twee keer lezen:

Uit het feit dat Hitler en Lenin complexe maatschappelijke vraagstukken in kort bestek uiteen wisten te zetten, kun je opmaken dat een gedegen analyse (niet on)verenigbaar is met de eisen van de hedendaagse NRC-redactie.

Ik bedoel: Het stáát er en de kracht van kunnen opmaken is van dezelfde soort als Wijnberg's en Kamphuis' eerdere konklusies over Marx en Schopenhauer.

Maar ja... ik heb mijn zedelijke filosofische plichtje weer eens gedaan en u voorgelicht over de stand der filosofie in Neerland e.o. volgens de mensen die van zichzelf denken dat zij het weten kunnen.

En u ziet maar weer eens zonneklaar aangetoond Waarom ik geheel niet deug (volgens Amsterdamse filosofen), nietwaar.


P.S. Mijn eigen mening blijft toch nog steeds dat ik, met uitzondering van mijzelf, en misschien Peter Wesley (die al dekaden geleden van de UvA gevlucht is vanwege het daar heersende intellectuele en morele niveau, en die ik overigens niet goed ken, maar die de deugden had redelijk na te denken en een leerling van Evert Beth te zijn), eigenlijk van helemaal niemand weet heb, "in mynen kleinen tyd", die zowel moreel of intellectueel behoorlijk is als filosofie doceert aan een Nederlandse universiteit. Het waren evident en zijn kennelijk nog steeds, ook heel welbewuste, hoeren van de rede.

En ikzelf heb het volste recht én de zedelijke plicht dat te schrijven en te zeggen, want helemaal niemand deed of durfde als ik, terwijl de Nederlandse universiteiten door de Nederlandse politici en de Nederlandse akademici systematisch geruïneerd, gedebiliseerd, gesimplificeerd, verkort en onbetaalbaar gemaakt werden, en ik ben me ook, ondanks mijn voortdurende pijn, armoede en discriminatie, van helemaal niemand bewust met een akademische aanstelling, van mijn generatie van verraders en hun opvolgers, die zelfs maar bij benadering zoveel schreef als ik - en daarbij waren zij dan altijd zonder pijn, zonder moeheid, zonder discriminatie, en vergelijkenderwijs levend in Schlaraffenland, waar het ze ook om ging en gaat, want de Nederlandse academici die ik ken, met enkele uitzonderingen, vooral van wiskundige of natuurkundige aard, zijn geen academici vanwege hun uitnemende verstand, dat ze dan ook niet hebben, of vanwege hun interesse in wetenschap, of vanwege hun bevlogenheid, maar - Frank Zappa -

They're only in it for the money.

Het is nog steeds in grote meerderheid een laf, verziekt, gecorrumpeerd en incompetent zooitje uitvreters en oplichters, en ze weten dat bijna allemaal heel goed van zichzelf, maar ze willen dat niet horen noch bediscussiëren als ze de kans lopen zo'n discussie te verliezen, en daarom ben ik arm en lijd ik pijn en zijn zij rijk, geacht, en bekend, omdat ze zo graag en zo goed liegen voor eigenbelang, en dat allemaal veel en makkelijk opgang biedt in een land dat al 40 jaar debiliseert.

(*) Mijn kwalificaties zijn met enig voorbehoud, behalve de eerste. Maar het is mogelijk dat Brandt Corstius wel in Frankrijk doch niet in Parijs woont; dat Kamphuis nog steeds een vaste aanstelling wáchtende is, etc.

U moet maar denken: Ik mag er niet bijhoren, en ben als enige student in Nederland ooit van de universiteit verwijderd vanwege mijn uitgesproken gedachten, en alle Nederlandse akademische filosofen hebben daar nu al 21 jaar in toegestemd, in trots-voldane totale doodzwijgendheid.

En ik heb - tot hun grote geluk - geen gezondheid ze eens persoonlijk te komen bezoeken op hun academische werkplekken, of in hun grachten-gordel-panden, voor een gezellig filosofisch gesprek of interview voor mijn site.

Waarin het leven niet goed kan zijn, voor Nederfilosofen, nietwaar?!

(**) Het is ook echt niet zo dat wat ik in Yan Xuetong vindt 't ook etc. schreef, en elders op mijn site, over het verval van onderwijs, wetenschap, universiteiten en filosofie in Nederland niet bekend is onder Nederlandse academische filosofen: Het wordt nog steeds systematisch doodgezwegen. En zie mijn "Hoeren van de Rede" van nu 21 jaar geleden voor de reden daarvan, die aldus geformuleerd kan worden:

Ik was de enige die - invalide en doodarm en wel - de moed had de waarheid te spreken in een Nederlandse universiteit, terwijl honderden academisch geëmployeerde filosofische ambtenaren en idem studenten om strijd schreeuwden dat ik "een fascist" en "een terrorist" zou zijn, vanwege het stellen van Vragen (!), en mij daarom verwijderden van de universiteit, ondertussen belijdend dat "waarheid helemaal niet bestaat", "alle moraal relatief is", en "alle mensen gelijkwaardig zijn".

Misschien dat de kwestie pas eerlijk en goed behandeld zal worden als het zeker is dat ik veilig dood ben en er niets meer over zal kunnen schrijven, op mijn site waar geen academische geëmployeerde filosofische ambtenaar van weet, zogenaamd.

(***) Ik doe hier voornamelijk in geleerdheid, maar de genoemden zijn allemaal de moeite van het inkijken waard voor wie om (analytische) filosofie geeft.

(****) Ook zeer irritant in dit verband:

Voor de NRC besta ik geheel niet, al ken ik daar minstens drie redactie-leden oppervlakkig persoonlijk van - Sjoerd de Jong, adjunct-hoofdredacteur; Elsbeth Etty, redacteur; en Jos Verlaan, kenner en beschrijver van bureaucratisch en bestuurlijk corrupt Amsterdam - die allemaal tot kort geleden voorgaven zélf vreselijk revolutionair, of links, of integer, of bekwaam (gewoonlijk én, én, én) te zijn, en al weten nogal wat NRC-redacteuren ongetwijfeld van mijn site.

Maar goed, ik begrijp dit alles heel wel, in het menselijke, en Stalin begreep dat ook, van zijn gewillige marionetten, en Julien Benda beschreef en categoriseerde het al in de twintiger jaren als "Het verraad van de intellectuelen" (tegenwoordig overwegend quasi, ik bedoel die "intellectuelen").

En het zit waarschijnlijk zo (met passend integere sosialisties-marxistiese roodzettingen van de links):

Terwijl Sjoerd, en Elsbeth en heel waarschijnlijk ook Jos - die mij in 2000 twee keer de Übermensch-behandeling deelachtig heeft doen worden, toen ik hem probeerde persoonlijk te spreken, wat hij kennelijk toen niet en sindsdien niet durft - persoonlijk zeker menen te weten (althans tot voor kort, toen Elsbeth nog niets wist over mijn achtergrond, die toch nog véél echter marxistisch-revolutionair is dan die van haar echtgenoot Geniale Gijs) dat ik "een fascist" en "een terrorist" ben, hoeven ze maar een korte blik op mijn site te werpen om snel uit te vinden dat ik tegenwoordig, hooggeleerd als ik daarin ben aan de UvA, dat compliment retourneer, aan mijn generatie van verraders, als Sjoerd, Elsbeth, Jos en hun vele vrienden en collega's op academische leerstoelen met een zacht kussen van hoog opgetaste euroflappen.

Vervolgens vertrekken de zo moreel en intellectueel begaafde aangesproken hun monden alsof ze deze vol azijn of zwavelzuur hebben, en spreken met diepdoorvoelde walging en weerzin Schelto Patijn over mij na tegen hun collega's:

Omdat u zich grievend en/of beledigend hebt uitgelaten, gaan wij niet op u in

en vertellen iedereen dat ik nog steeds "een fascist" en "een terrorist" ben, zoals iedereen kan zien op mijn site ("Waarom vraag je het ook niet beleefd, aan zo'n groot man als Cohen?!") ... en zetten zich aan hun volgende welbetaalde bespreking-cum-lofzang van een of ander gruwelijk vers verschenen boekwerkje van één van hun eigen integere vrienden of collega's die erin geslaagd zijn het Nederlands universitair onderwijs dusdanig te debiliseren dat zij (dus: Etty, Boomkens, Scheffer etc.) er professor in kunnen zijn zónder voor gek te staan, behalve voor de incidentele hoogbegaafde die ook nog wel eens aan een Neerlandse universiteit terecht komt, en zo hebben de heren en dame zich weer eens moreel gekweten van hun door hen zo vaak geroemde eigen menselijke integriteit, moraliteit, intelligentie en geleerdheid.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail