Nederlog        

 

   9 maart 2009

 

De jonge Stalin in boekvorm

 

"If you want to know what human beings are, have been, and may be, in majority, minority and individually, you have to learn human history, if only to learn about the sort of mistakes that can be avoided, and how human beings behaved in fact, which is usually quite unlike their ideology makes them say or think they did. "
--
Lemma History, Phil. Dict.

Ik heb me door "Young Stalin" van Simon Sebag Montefiore (*) heen gelezen, dat voor 7 euro in de uitverkoop lag en daarmee dus bereikbaar werd voor een armoedzaaier als ik (trouwens - en dank je wel, Job Cohen - ... ik hoorde op de radio vandaag dat weer een nieuwe Neerlandse grandee zojuist ruim 1 miljoen in aandelen plus 700.000 euro uitgekeerd voor "3 maanden inwerken in zijn nieuwe functie", maar ik miste zijn naam en de naam van zijn gelukkig bedrijf) en ik wilde wat over de jonge Stalin in boekvorm opmerken, aan de hand van mijn openingscitaat.

De paperback uitgave wordt gesierd door een grote portretfoto van de jonge Stalin aan de voorkant, en negen kleinere andere van idem op de achterzijde en begint met 9 pagina's geciteerde aanprijzingen, van Kirkus Reviews tot "Robert Conquest, author of The Great Terror":

"Young Stalin is exhilarating. Montefiore has brought together an astonishing array of often new, often first-hand sources, handled with a deft combination of scepticism and selectivity. Here is the monster's life before, and as he heads into a destructive and proactive Bolshevism ideally suited to him (a context admirably developed here). We get bank robbery; bastards; an unmythical Lenin; Arctic exile; revolution - all in a set of highly readable short chapters, including a Conradian London one."

Dit was Conquest, die ik hoogacht, vooral vanwege The Great Terror, en wat hij zegt over Young Stalin is ook zo, met wat kwalificaties, waarbij ook nog vermeld kan worden dat er vele zwart-wit foto's in staan die ik nog niet eerder zag; dat er ongetwijfeld veel werk en tijd in is gestoken; dat wie Montefiore's vele voetnoten wil lezen ofwel de hardcover editie moet kopen ofwel op het internet te rade moet gaan als hij of zij de paperback heeft, waarin een link geleverd wordt (dit is de eerste keer dat ik zoiets zag - dus een soort feitelijke hybride uitgave over twee media verspreid); dat het boek makkelijk en snel wegleest; en dat het mij niet meeviel.

De redenen voor dat laatste oordeel zijn vooral de stijl en wat er niet in staat. Ik verklaar me nader.

De stijl: De stijl, geroemd in de negen pagina's inleidende aanprijzingen, die kennelijk ook de reden is voor een prijs voor biografische oeuvres voor het boek, is journalistiek-beschrijvend, en vooral in het eerste hoofdstuk nogal paarsig ("purple", zeggen de Britten) aangelopen, en overwegend alsof het een script voor een film over de jonge Stalin is - een soort "Butch Cassidy and the Sundance Kid", ook met zang en poŽzie van de hoofdpersoon - met de camera voortdurend gericht op de personen die behandeld worden, wat er trouwens, meer en minder oppervlakkig behandeld, vele uit Stalin's omgeving zijn (mijzelf tot nu toe meestal volledig onbekend).

Het boek heet een biografie, is een biografie, maar is een biografie zoals een journalist die zou schrijven, en is voor een deel evident voor effect geschreven:

"Montefiore's books are world bestsellers, published in 34 languages"

staat o.a. op de 10e pagina van beginnende aanprijzingen (na negen pagina's citaten als boven) waar we verder kunnen lezen dat de schrijver

"was born in 1965 and read history at Gonville & Caius College Cambridge"

wat ik graag geloof, maar ik zou toch ťcht gewild hebben dat het allemaal wat minder journalistiek was geschreven, wat minder alsof de schrijver overal bij was en onproblematisch gesprekken kan citeren gevoerd in 1902, en dat hij vťťl meer op verschilende niveaus - zie de volgende alinea - geschreven had, en niet alleen voor de sensatie-zoekende massa's.

Wat er niet in staat: Dit maakt het boek voor mij ook nogal ongeloofwaardig, omdat goede geschreven geschiedenis op verschillende niveaus en vanuit verschillende optieken verteld wordt - zoals: persoonlijk; in de tijd geplaatst; met maatschappelijke en economische statistieken; volgens tijdgenoten; volgens andere historici; over de betrouwbaarheid en volledigheid van de gegevens etc. etc. - maar dat staat er dus allemaal niet in, al staan er wel landkaarten en een stamboom in.

Wat er wel in staat is een bio-pic in de regelmatig wat exuberante woorden van Montefiore, en al neem ik aan dat alles wat hij aan feiten rapporteert klopt en gecheckt is en inderdaad tot zoverre over de historische Stalin gaat, is dit toch vooral Montefiore's journalistiek verwoorde ťťn laag dunne reeks handelingen en gebeurtenissen van personen: Ik kreeg naar mijn smaak niet zozeer een biografie van de jonge Stalin te lezen, als wel het levensverhaal van idem zoals verteld voor de massa en gezien door de ogen van Montefiore.

Ik neem aan dat ik nu tal van feiten en feitjes over en foto's van Stalin erbij ken, en weet zeker dat ik nu aanzienlijk meer van zijn jeugd weet, die een stuk verbazender was dan ik dacht, maar ik heb er niet zoveel over Stalin bijgeleerd, of althans: Er zit veel teveel Montefiore bij, en dat ligt bovendien weer veel te dicht op filmisch vertelde details.

Een veel beter boek in de richting van wat ik bedoel is "Stalin and Hitler" door Allan Bullock, dat twee monsterlijke dictators van de twintigste eeuw in ťťn band biografisch behandeld, en dan op wat meer niveaus.

Laat ik afsluitend ťťn vraag behandelen. De eerste vraag waarmee de binnenpagina van Montefiore's boek opent - binnenkant omslag - is

"What makes a Stalin?"

en het soort antwoord dat u in het boek krijgt komt neer op: Een politieke avonturier, een gangster, een sluwe intrigant, een geboren Draufgšnger, iemand die in de eerste plaats door macht gefascineerd was, een harde werker, een gestoorde geest, en historisch toeval - en hier vat ik mijn eigen snelle interpretatie samen, doch ook dit is in zekere zin weer veel te persoonlijk, zowel over Stalin als over mij, en met veel te weinig oog voor de context, die ik zelf twintig jaar geleden zo omschreef naar aanleiding van het instorten van de Sovjet-Unie, in "De ideologische aap":

Het maatschappelijk systeem dat we "het socialisme" noemen (om een term te kiezen) is, zoals eerdere maatschappelijke systemen, het product van een combinatie van oorlog en revolutie; de ideeŽn van een filosoof; het door eschatologische illusies misleide handelen van een handjevol revolutionairen; de dictatoriale aspiraties van zogenaamd humanitaire revolutionaire leiders; de gebruikelijke corruptie, incompetentie, en egoÔsme van machtshebbers whoever, wherever, whenever; en blind historisch toeval.

Het socialisme (zoals we dat kennen) is een totalitair systeem zowel in politieke als intellectuele zin. Politiek is alle macht in handen van een zeer kleine elite die regeert d.m.v. dwang en terreur. Intellectueel wordt ieder burger onderwezen in een ideologie waarin waarheid, schoonheid en goedheid naar inhoud en betekenis afhankelijk zijn van de besluiten van de Partij-leiding.

Wat psychologisch vooral verbazend is en verklaring behoeft kan uitgedrukt worden in vragen als de volgende:

Waarom geloofden zovele miljoenen mensen, inclusief zeer vele prominente intellectuelen, tegen alle feitelijke evidentie in dat het bestaande socialisme een overwegend bewonderenswaardig maatschappelijk systeem was? Wat is de reden dat letterlijk tientallen miljoenen mensen, zo niet honderden miljoenen, geloofden dat dictators als Stalin en Mao, ieder verantwoordelijk voor de dood van minstens 20 miljoen mensen, de grootste genieŽn en weldoeners van de mensheid waren die er ooit geweest zijn? Wat beweegt mensen om zich evident grootheidswaanzinnige dictators als menselijk ideaal voor te spiegelen, en hun politiestaat te beleven als heilstaat waar de mensheid sinds haar ontstaan naar gesmacht heeft?

De fundamentele reden is deze: De mens is de ideologische aap. Een ideologie is een systeem van opvattingen over hoe de werkelijkheid is en zou moeten zijn. Een ideologie bestaat uit een serie veronderstelde feiten en waarden: Zo is de wereld; zo is de maatschappij; zo is de mens; en dat zijn onze doelen en normen.

Zoals ieder dier geboren wordt met de instincten die het nodig heeft om zich te oriŽnteren, zo heeft de mens, als lid van de rationaliserende diersoort, een ideologie, een wereldbeschouwing, nodig: Een stelsel ideeŽn, idealen en idolen om de wereld te interpreteren en waarderen.

De behoefte aan een ideologie is naast het taalvermogen een van de meest kenmerkende menselijke eigenschappen. Religies zijn ideologieŽn. Politieke leerstelsels zijn ideologieŽn. De meeste populaire filosofieŽn zijn ideologieŽn. Ieder maatschappelijk systeem wordt gedragen door een ideologie waarin menselijke idealen (broederschap, rijkdom, rechtvaardigheid ...) ingebed worden in ideeŽn (de maatschappij is de schepping van: God, de kapitalistische uitbuiters, de joodse plutocratie ...) en opgehangen worden aan idolen (mahatma Gandhi, kameraad Stalin, de Grote Roerganger ...).

Omdat ideologieŽn vooral dienen als inspiratie en sociaal cement zijn ze zelden redelijk en altijd emotioneel gefundeerd:

IdeologieŽn drukken vooral wensen en waarden uit, en het feitelijk wereldbeeld wordt gewoonlijk grotendeels ondergeschikt gemaakt aan die wensen en waarden.

Iedere populaire ideologie is gebaseerd op de ideologische drogreden: "Een bewering is waar dan en slechts dan als ie wenselijk is." Dit is dan ook de reden dat echte wetenschap zich niet leent tot ideologie, hoewel ze natuurlijk wel voor ideologische doelen misbruikt en getravesteerd kan worden: Echte wetenschap neemt het te nauw met de waarheid en logica om als ideologie gebruikt te kunnen worden.

De ideologische drogreden is de psychologische achtergrond van de meeste meningen van aanhangers van een ideologie: Waar is wat volgens de ideologie het geval zou moeten zijn ("Er zijn geen concentratie-kampen in de S.U., want het socialisme is een humanisme"; "De paus is onfeilbaar"); onwaar is wat volgens de ideologie niet het geval zou moeten zijn.

De menselijke geschiedenis tot nu toe is overwegend de geschiedenis van het menselijk onvermogen; de geschiedenis van de domheid en de schijnheiligheid in dienst van het eigenbelang van een kleine corrupte elite: Iedere anderhalf jaar in de afgelopen 2000 jaar een 'major war'; overal vervolging van andersdenkenden en uiterlijk afwijkenden; in deze eeuw alleen zijn er meer mensen vermoord - voor het oog van de camera's, en gewoonlijk zogenaamd 'voor een betere wereld' - dan in de hele voorafgaande geschiedenis. En deze eeuw (**) heeft de grootste en gruwelijkste politiestaten gekend die er ooit geweest zijn - politiestaten die gevestigd werden door gelovers in een ideologie die vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid beloofde, en die met martelkelders, concentratiekampen en terreur overeind gehouden werden door volstrekt verleugende verafgode dictators in naam van de hoogste menselijke idealen.

  Mijn antwoord op de vraag

"What makes a Stalin?"

is dus vooral en voornamelijk: Het onvermogen, de zwakte en de overwegend totalitaire aard van de grote meerderheid ťn van de onmiddellijke omgeving van zo een man.

Hetzelfde geldt Hitler en Mao, naar ik meen te weten uit biografieŽn van hen en de geschiedenis, en zeer waarschijnlijk ook voor Pol Pot, Idi Amin, Saddam Hussein, en zo nog een lange lijst van twintigste-eeuwse dictators verder.

Het fundamentele punt hierbij is dat dit geen van allen genieŽn waren in enige intellectuele theoretische zin, al zullen het allemaal handige intriganten en gewetenloze politieke machtszoekers geweest zijn.

Dit verschilt van meer klassieke dictators/machthebbers als Ceasar, Augustus, Cosimo en Lorenzo de Medici, en Napoleon, die allemaal wel buitengewoon intelligent waren - wat zich overigens ook in hun belangstellingen en projecten uitdrukte, trouwens ook weer net als bij Hitler (Speer, Riefenstahl en Neurenberger rallies) en Stalin (Goelag, Socialistisch Realisme, Moskouse metro), en zoals dat ook in hun geschreven proza tot uitdrukking kwam. (Julius Ceasar was volgens Cicero, die het weten kon, de grootste spreker van zijn tijd of van alle tijd tot dan, en was evident een groot schrijver.)

En omdat dit een vraag is die althans mij vanaf mijn circa veertiende gefascineerd heeft, omdat ik met mijn communistische opvoeding hťťl vroeg een hekel had aan Stalin vanwege zijn gewoonte overal zijn eigen portret te willen zien (***) en omdat me al snel duidelijk was dat hij als schrijver en denker zoveelste-rangs was (****), wil ik tenslotte kort ingaan op de vraag naar Stalin's bijzonderheid (waarvoor ook zie het lemma Stalin in mijn Philosophical Dictionary), en wel, om te beginnen, aan de hand van de laatste anderhalve alinea van Montefiore's tekst:

Responsible for the deaths of around 20 to 25 million people, Stalin imagined he was a political, military, scientific and literary genius, a people's monarch, a red Tsar.

Perhaps the young Stalin should have the last word. In August 1905, Soso, aged twenty-seven, mocked just such a deluded megalomaniac in a rarely readbut weirdly prophesying article for Proletariats Brdzola. 'Before your eyes', he writes, 'rises the hero of Gogol's story who, in a state of aberration imagined he was the King of Spain. Such', concluded young Stalin, 'is the fate of all megalomaniacs.' (p.393-4, op. cit.)

Maar nu weer terug naar helemaal het begin van hetzelfde boek, namelijk naar de derde en vierde pagina van de introductie, die tegelijk duidelijk maakt waarin Montefiore's aanpak van Stalin verschilt van die van anderen en van voorgangers:

Yet there is a deeper mystery too: every historian has quoted Trotsky's claim that Stalin was a provincial 'mediocrity' and Sukhanov's that he was just 'a  grey blur' in 1917. Most historians followed Trotsky's claim that Stalin was so greyly mediocre that he failed to perform in 1905 and 1917, becoming, in Robert Slusser's words, 'The Man Who Missed The Revolution'.

Yet, if this was so, how did the 'mediocrity' seize power, outwit talented politicians such as Lenin Bukharin and Trotsky himself, and co-ordinate his programme of industrialization, the savage war on peasantry and the ghoulish Great Terror? How did the 'blur' become the homicidal but super-effective world statesman who helped create the USSR, outplayed Churchill and Roosevelt, organized Stalingrad, and defeated Hitler? It is as if a pre-1917 mediocrity and the twentieth-century colossus cannot be the same man. So how did one become the other?

They are in fact absolutely the same man. It is clear from hostile and friendly witnesses alike that Stalin was always exceptional, even from childhood. (p. xix-xxx, op. cit.)

Ik neem het graag aan, maar het overtuigt me geheel niet, eenvoudig omdat ik redelijk wat van Stalin las, en hij was eenvoudig geheel geen intellectuele reus: No way!

Maar dat wil niet zeggen dat hij niet opvallend geschikt was voor mafia-capo, en "Young Stalin" schetst inderdaad de jeugd en opgang van iemand, en doet dat met enig succes en levendigheid, maar wel veel te ťťndimensionaal en journalistiek naar mijn smaak.

En het wil ook niet zeggen dat een man als Stalin niet opviel als iets bijzonders temidden van gewone mensen, normaal partijkader, alledaagse academici, en de grote meerderheid van ordinaire conformisten die overal de toon aangeven, maar opvallen als bijzonder man doet een Holleeder ook tussen dergelijke mensen, en - kennelijk - om verwante redenen.

Het beangstigende van mensen als Stalin en Hitler, en van de carriťres die ze konden maken ondanks hun behoorlijk evidente gebrek aan werkelijk hoge intelligentie of werkelijke beschaving of kennis, is dat revoluties of democratische verkiezingen dergelijke geboren mafia-bazen tot wereldleiders en dictators kunnen maken, en dat ze vervolgens vele jaren lang dictator kunnen blijven, vooral vanwege de steun van hun bureaucratische instituties, waaronder de geheime politie, maar lŠng niet alleen die, en vanwege het gemiddeld menselijk peil, dat met enige welwillendheid door Orwell aldus werd omschreven in "Why I write", in een wat ander verband

The great mass of human beings are not acutely selfish. After the age of about thirty they almost abandon the sense of being individuals at allóand live chiefly for others, or are simply smothered under drudgery. (*****)

Voor meer in dit - weinig opwekkende, maar helaas waarachtige - verband zie de lemma's Mens, Ordinary Men en Bureaucracy - en de uiteindelijke redenen voor het bestaan van dictatoriale staten en dictators liggen in de bureaucratie; het gemiddeld menselijk vermogen; en de doorsnee menselijke volgzaamheid in ideologisch of religieus opzicht.

Ondertussen is "Young Stalin" best aardig, maar toch meer als een fact-based thriller dan als een serieuze historische studie, al kan dat aan de Postmoderne Zeitgeist (zegge: de gebrekkige opleiding van de meerderheid in Ons Moderne Westen inclusief de boekenkopers) of aan Montefiore's opzet liggen.

Ik denk overigens wel dat het in z'n macht had gelegen een beter boek te schrijven, maar geef toe dat dit waarschijnlijk minder goed zou verkopen.


(*) Simon Sebag Montefiore: "Young Stalin", Orion Books, paperback ed. ISBN 978-0-7538-2379-8, 1st publ. 2007

(**) De twintigste eeuw: Het geciteerde werd in 1989 door mij geschreven.

(***) Ik vond al hťťl jong - vůůr mijn achtste, in ieder geval - dat dit erg vreemd was voor een mens om te willen (waarom wil je dat iedereen altijd en overal jouw gezicht ziet?) en wist daarvan omdat mijn ouders veel boeken en tijdschriften over de Sovjet-Unie hadden.

(****) Vůůr mijn veertiende, en dat lag zowel aan Stalin's eigen proza als aan twee delen in mijn vader's boekenkast uit 1937 of 1938 over de processen in Moskou tegen Stalin's vroegere kameraden, waarvan ik onmiddellijk kon zien dat er een luchtje zat aan al die sensationele zelfbeschuldigingen van eertijdse revolutionairen (zodat ik helemaal nooit Koestler's "Darkness at noon" kon geloven, die daarin beweerde dat de bekentenissen in deze Moskouse processen niet door martelingen tot stand zouden zijn gekomen maar door partijtrouw).

(*****) Zie in dit verband onder de IdeŽn 73, 74, 136, 276, 1112, 1211 en 1215.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail