Nederlog        

 

2 februari 2009

 

Popper en Clifford (en Sanders en Ellian )

 


Wellicht spande ik me wat teveel in bij het tot stand brengen van een tweede editie van mijn uitgave van Bertrand Russell's "The Problems of Philosophy" op mijn site. In ieder geval heb ik weinig energie dus ik houd het kort, en heb het ook vandaag weer over filosofie.

Mijn aanleiding is dat ik afgelopen zaterdag Sanders en Ellian weer eens in 'Met het oog op morgen' hoorde, deze keer naar aanleiding van de Iraanse revolutie van 30 jaar geleden, toen Ayatollah Khomeiny daar aan de macht kwam, ook met hulp van Ellian, die toen een jaar of 18 was, en zich deze keer daarvoor mocht verontschuldigen, want hij voelt zich daar al 30 jaar bezwaard over.

Ik had het eerder in Nederlog over Sanders en Ellian, zowel samen als apart, en gis nu dat de reden dat Ellian regelmatig bij Sanders op bezoek mag in "Het oog" is dat beiden, na revolutionaire adolescenten-jaren, nu lid van de VVD zijn en bekeerd zijn van hun eertijdse revolutionaire illusies.

Ook begrijp ik nu wat beter waarom Ellian zo makkelijk carrière maakte aan een Nederlandse universiteit, waar hij nu prof.mr.dr. te Leiden is, ondanks het feit dat zijn verstand verre van briljant is - al geef ik toe dat dit een eigenschap is die hij met veel professoren deelt, en niet alleen in Nederland.

De reden is dat Ellian toen een marxist was, wat hem ongetwijfeld zeer geholpen zal hebben toen hij niet veel later naar Nederland vluchtte: Een heuse Marxistiese Politieke Verzetsstrijder! Indertijd gold zo iemand onder linkse studenten en linkse wetenschappelijke medewerkers in Neerland - en er waren nauwelijks andere sinds W.F. Hermans naar Parijs was gevlucht - als héél weinig verschillend van een heuse godenzoon van hun idolate soort, zodat ik aanneem dat dit de jonge Ellian zeer geholpen heeft hier carrière te maken en gelden te verwerven (alles zo héél anders dan deze zoon van Nederlandse marxistische verzetshelden: Iedereen is gelijkwaardig in Neerland, maar sommigen zijn er gelijkwaardiger dan anderen).

Maar goed - als hij nu een briljant wiskundige was geweest, dan had ik daar niets op tegen gehad, en hij zei deze keer zelfs iets verstandigs, namelijk dat hij en zijn mede-Iraanse linkse revolutionairen weliswaar iets wisten van Marx, maar overigens verder heel weinig wisten van het Westen of van Westerse denkers, en met name niets van Popper.

Eerst even over die linkse revolutionaire onwetendheid waar het wetenschap of niet-revolutionaire filosofie betreft.

Voor een achttienjarige, of zelfs een vijfentwintigjarige is dat geen grote schande, al blijft het wat vreemd - zie ook Opnieuw geloofsafval en Mijn generatie & cognitieve stadia - om dan tóch de leiding te willen nemen in een revolutionair proces dat land en volk moet gaan bevrijden van al dat slecht en onmenselijk is.

En wat ook wat vreemd blijft - althans in mijn ogen, maar het kan veel met aangeboren intelligentie van doen hebben en non posse nemo obligatur - is dat de overgrote meerderheid van al die eertijdse revolutionaire voorgangers, óók niet toen ze eenmaal veilig en wel universitair hoofdmedewerker waren geworden, zich moeite gaven zich van hun onwetendheid inzake wetenschap en filosofie te bevrijden, behalve dat hele kleine beetje dat ze voor hun universitaire carrière nodig hadden, en nooit - buiten de bèta-wetenschappen - aanspraak deden c.q. redelijkerwijs konden doen op enige bijzondere vermogens.

Maar ja, ik mag graag Voltaire citeren:

  "If we believe absurdities,                         
    we shall commit atrocities.
"                         
                                  Voltaire                          

en kom er zometeen toe hoe we absurd en ander onzinnig geloof kunnen vermijden, als we ons best willen doen en enigermate intelligent zijn, maar arriveer eerst bij Popper, die daar ook bij lijkt te helpen.

Het is me eerder opgevallen dat Ellian , trouwens net als juffrouw Ali (alweer een half jaar nauwelijks in de media, terwijl aangenomen mag worden dat haar eigen American Enterprise Institute nogal gehavend zal zijn in de Amerikaanse ), heel veel op - zeggen te - hebben met Popper.

Daar is iets voor te zeggen, want diens "The Open Society and its Enemies" is een interessant en overwegend zinnig boek (in twee delen), dat de deugden van de liberale open democratische samenleving bezingt, redelijk informatief is, en bovendien het voordeel heeft geheel bevattelijk te zijn, óók voor alfa's.

Aan de andere kant: Ikzelf ben geen Popperiaan - "kritisch rationalist" noemen ze zichzelf vaak, in navolging van de meester zelf - en dat ligt vooral aan zijn wetenschapsfilosofie, waar hij heel bekend mee werd in de vijftiger en zestiger jaren, ook en vooral in kringen van niet-vakgenoten.

Popper's hoofdwerk daarin heet in het origineel "Logik der Forschung" en is vertaald als "The Logic of Scientific Discovery" (*), en bestond uit twee hoofdboodschappen en redelijk wat technicalia daaromheen, die het boek nauwelijks (volledig) leesbaar en begrijpelijk maken voor wie niet behoorlijk veel van - vooral - logica en waarschijnlijkheidstheorie weet.

De hoofdboodschappen zijn dat de wetenschap niet voortschrijdt door inductie en verificatie maar door gissing en falsificatie: De wetenschap bestaat niet uit generalisaties uit particuliere feiten die vervolgens getest en geverifieerd worden, maar uit gegiste generalisaties die vervolgens getest en gefalsificeerd worden.

Hier vooronderstel ik enige kennis bij u, maar het essentiële idee achter de tegenstelling tussen verificatie en falsificatie komt hierop neer, in de deductieve logica, en is heel eenvoudig:

Een theoretische als-dan uitspraak - en dat is de vorm die theorieën hebben - van de vorm "Als de theorie T waar is, dan is voorspelling P waar" kan weerlegd (dus: gefalsificeerd) worden door aan te tonen dat P niet waar is, want daaruit volgt logisch noodzakelijk dat in dat geval T niet waar is, maar dezelfde theorie kan niet bewezen worden (zeg: geverifieerd) door de bevinding dat P waar is, want het redeneerschema "Als T dan P en P is waar ergo T is waar" is niet logisch geldig en staat bekend als de redeneerfout van bevestigde konsekwenties. (Als alle mensen dieren zijn, en deze gorilla is een dier, dan volgt daar niet logisch uit dat het daarom een mens is.) (**)

Dit is allemaal standaard logica, véél ouder dan Popper ook, maar Popper meende dat hij daarmee het probleem van inductie kon omzeilen, dat erin bestaat dat in inductieve redeneringen aannames worden gemaakt over de toekomst, bijvoorbeeld dat deze voorspeld kan worden omdat deze op het verleden zal lijken.

Het probleem met dergelijke aannames is (1) dat ze onwaar kunnen zijn, zo niet in het algemeen dan wel in ieder specifiek geval en (2) dat je ze alleen kunt onderbouwen met meer van dergelijke aannames (zoals: Tot nu toe was een flink deel van de toekomst zoals het verleden "dus" dat zal in de toekomst ook zo zijn).

Ik las Popper's boek in 1970 en hier is mijn eerste geschandaliseerde noot bij de eerste van dergelijke passages erin.

Eerst de passage, die over het testen van theorieën gaat:

If this decision is positive, that is, if the singular conclusions turn out acceptable, or verified, then the theory has, for the time being, passed its test: we have found no reason to discard it. But if the decision is negative, or in other words, if the conclusions have been falsified, then their falsification also falsifies the theory from which they were logically deduced. (p. 33)

En hier is mijn geschandaliseerde marginale noot uit begin december 1970:

The key-question here, of course, is: Why should we accept a falsification as final, if, as it does, this depends on other deductive theories? For no one can prove, deductively, that each falsification is not an outcome of "abnormal" conditions. You are, in other words, as far as Hume's causation.

Kortom, ook voor Popper's falsificaties zijn inductieve aannames nodig van de vorm dat de relevante omstandigheden voor de theorie dezelfde zullen zijn in de toekomst als het verleden.

Exit Popper voor mij, want hij heeft nergens een (goed) antwoord op dit bezwaar.

Aan de andere kant... ik kan me goed voorstellen dat iemand die tot dan weinig anders van filosofie wist dan bij Marx of Habermas of Althusser te vinden is Popper als een frisse wind ervaart, zeker als het doel is enig zinnig zicht op het denken van Marx, Habermas, Althusser etc. te verkriijgen, dat niet verschaft wordt door reeds gelovigen daarin, en meer rationeel, wetenschappelijk, zinnig en logisch

Toch is er VEEL beter op dat terrein, ook voor maatschappij-wetenschappers, dat bovendien de deugden heeft veel zinniger, veel helderder, en veel korter dan Popper te zijn, en van de hand is van een jong gestorven wiskundig genie, ook de enige voorloper die Einstein had met z'n General Theory of Relativity, namelijk W.K. Clifford's "The Ethics of Belief".

Dit verklaart en verdedigt, in een klein aantal paginaas, en voorbeeldig helder, de stelling dat

it is wrong always, everywhere, and for anyone, to believe anything upon insufficient evidence

die mij van het hoogste belang lijkt voor revolutionairen, would be terroristen, en waarachtige gelovigen in wat dan ook, van religie en politiek via holisme en alternatieve heelkunde tot zieners en goeroes, en die in de meeste gevallen van enig geloof in om het even wat (met enkele kwalificaties die ik in mijn commentaren geef) een zinnig criterium en een heel bruikbare rationele regel is.

U vindt een en ander, voor uw delectatie en verlichting, in deze link: "The Ethics of Belief", dat al jaren op mijn site staat in de sectie Logic, vergezeld van drie bestanden met zeer heldere commentaren van mij, die hier beginnen.

Het komt mij als veel zinniger voor dan Popper's "The Logic of Scientific Discovery", en u vindt trouwens in het derde deel van Clifford's essay ook een behandeling van het inductieprobleem, ook weer met noten naar mijn verklarende aantekeningen.

Aanrader!


P.S. In feite zou dit verplichte kost moeten zijn bij zowel filosofie als alle zogeheten geesteswetenschappen. Het staat nu ook in de lijst van filosofische klassiekers op mijn site.

(*) Ik heb en citeer de Fourth (revised) impression, August 1968, 09 086631 (paper).

(**) In de waarschijnlijkheidstheorie ligt dit wat anders, en is het een bewijsbare stelling dat als pr(P|T) > pr(P) dat dan pr(T|P) > pr(T) is - wat zoveel wil zeggen dat de waarschijnlijkheid van een theorie stijgt als een predictie ervan bevestigd wordt. Voor een uitleg zie de link.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail