Nederlog        

 

28 januari 2009

 

Argumenten inzake vervolging Wilders


 

 

Gisteren sprak ik - onder andere en vooral - mijn walging uit over het niveau van de reacties van Rutte en Plasterk en Balkenende en andere politici inzake de vervolging van Wilders waartoe het gerechtshof van Amsterdam bevolen heeft.

In de NRC van vandaag staan zinniger reacties in twee artikelen, allebei van advocaten, de één tegen vervolging en de ander voor. Ik zal een en ander hieronder kort bespreken, omdat ik de zaak voor belangrijk houd, en althans deze reacties enig niveau hebben.

1. Eerst de advocaat tégen vervolging, een "Dylan Griffiths, advocaat in Amsterdam" onder de titel "Noodzaak van vervolging is niet duidelijk".

Dit begint zo:

Het hof in Amsterdam heeft een fraaie uitspraak gedaan: voor Nederlandse begrippen zeer uitvoerig gemotiveerd en zeker niet alleen voor juristen de moeite van het lezen waard.

Hier ben ik het mee eens, vanwaar ik nogmaals de link naar het vonnis geef.

Griffiths vervolgt:

Niettemin is de beslissing van het hof dat Geert Wilders strafrechtelijk vervolgd moest worden juridisch aanvechtbaar en naar mijn inschatting bovendien onverstandig.

Ook dit is een respectabele mening, en voor zowel het een als het ander valt iets te zeggen, al heb ik wel een opmerking over het laatste punt:

Wat mij - en waarschijnlijk de meeste juristen - niet duidelijk werd uit het artikel van Folkert Jensma dat mijn eerste nieuws over een en ander was en waar ik op reageerde op 20 januari (De vrijheid van Geert Wilders en zijn partij) is dat het gerechtshof feitelijk een vonnis wees in respons op acht klachten van burgers.

Gegeven die klachten en de wetsartikelen waarop de klagers zich beroepen had het hof mijns inziens niet veel keus tot vervolging te besluiten, en dat onafhankelijk van de vraag of die vervolging verstandig is, in enig niet-juridisch opzicht (maatschappelijk, politiek, moreel).

Wat verderop schrijft Griffiths:

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) bepaalt dat een beperking van de vrije meningsuiting alleen geoorloofd is als die beperking noodzakelijk is in een democratische samenleving. Het hof oordeelt dat aan die eis voldaan is.

Op dit punt vind ik de beschikking niet overtuigend.

Dit lijkt voor een deel een kwestie van inschatting of smaak, en ik heb hier twee relevante overwegingen die Griffith niet ziet of althans niet opvoert:

  • Ikzelf denk dat Geert Wilders - wat hij ook in zijn propaganda mag roepen (!!) - geen voorstander is van een democratische rechtsstaat (in enige relevante zin, zoals ik dit begrip vat), maar een tegenstander ervan, die de mogelijkheden ervan misbruikt om een greep naar de politieke en maatschappelijke macht te proberen te doen.

  • Geert Wilders is niet zomaar iemand die wat roept op straat of wat schrijft op een site, maar die verder niet in vereniging opereert voor een politiek doel: Hij is de politiek leider van een politieke belangenclub.

Kortom, volgens mij geldt dat je aan politici die in de openbaarheid spreken qualitate qua politicus strengere eisen mag stellen dan aan individuen die alleen voor zichzelf spreken, en die geen verstrekkend persoonlijk politiek carrièrebelang hebben bij maatschappelijke opgang en bekendheid hoe ook veroorzaakt. (Zie ook: Wilders-film (bis).)

Hoe het zij, Griffiths verwoordt zijn twijfels redelijk en komt wat verder tot dit:

Ik ben het dus met het hof eens dat het EHRM [Europese Hof voor de Rechten van de Mens - MM] de strafrechtelijke  aanpak van Wilders geen schending van het EVRM zou vinden. Maar dat vervolgen mág, betekent nog niet dat het hóeft.

Inderdaad - maar zoals ik hierboven opmerkte (en mij op 20 januari niet duidelijk was) had het hof mijns inziens niet zoveel kans om, gegeven de klachten waarover het moest vonnissen, anders te vonnissen, althans op uitsluitend juridische gronden.

Maar Griffiths verwacht van een rechtszaak tegen Wilders vooral politiek voordeel voor Wilders:

Wilders zal zijn toon niet matigen. Hij weet heel goed dat hem hoogstens een geldboete en een korte voorwaardelijke celstraf boven het hoofd hangen. Het eerste deert hem nauwelijks en bij het tweede zal hij vermoedelijk juist politiek gewin ruiken.

Ik zeg geen nee, maar ik heb een logische geest, en ik zie nogmaals niet hoe het hof van Amsterdam anders zou hebben kunnen vonnissen, althans in redelijkheid en gegeven de klachten van de klagers en de bestaande wetsartikelen waarop ze zich beroepen.

En als dat zo is, dus als het zo is dat de klagers van het hof in feite het recht kregen waarom ze juridisch beargumenteerd vroegen, namelijk een vervolging van Wilders op basis van bestaande wetsartikelen, dan ligt de vraag of het politiek of maatschappelijk opportuun is deze vervolging in te stellen juridisch niet relevant, want de rechtbanken zijn er niet om politiek of maatschappelijk opportuun te vonnissen of te vervolgen maar om recht te doen op basis van klachten van burgers en de bestaande wetgeving.

Griffiths ziet het zo, voornamelijk in politieke en maatschappelijke termen (en dit is mijn laatste citaat van hem):

Verwerpelijke expressie zoals die van Wilders moet niet bestreden worden met repressie, maar met méér expressie. In de eerste plaats in het stemhokje: stuur die man naar huis. En verder in het openbaar debat.

Ook hier valt iets voor te zeggen, maar ook dit is weer een politieke smaakzaak en geen juridische opinie.

Mijn probleem ermee is onder andere - zoals ik gisteren uiteenzette - dat Wilders politiek inspeelt op een grote groep nauwelijks begaafden met stemrecht, zodat het voortbestaan van de beschaving en de rechtsstaat, zoals in 1933 in Duitsland, af kunnen komen te hangen van wat een meerderheid nauwelijks tot rationeel en redelijk oordeel in staat daarover vindt, geleid door populistische politici met een grote geilheid voor eigen opgang, grootheid, macht en status, en kennelijk zonder geweten en zeer bekwaam in het liegen en propaganda maken voor eigen zaak en eigen belang "uit  naam van Ons Volk".

En er is in Nederland al minstens 40 jaar nauwelijks rationeel en redelijk openbaar debat, en de grote meerderheid, zowel van de bevolking als van de politici, heeft niet het daarvoor vereiste niveau en kennis, en "debatteert" alleen of voornamelijk op basis van emotie, eigenbelang, partijbelang en wensdenkerij. (*)

2. Dan de advocaat vóór vervolging, te weten "Egbert Dommering, hoogleraar informatierecht aan de UvA".

Hij begint zo:

In de discussie over de uitspraak van het hof in Amsterdam waarin de vervolging van Wilders werd bevolen, worden drie argumenten gehanteerd om aan te geven dat het hof het bij het verkeerde eind zou hebben gehad.

  • Het hof heeft zich op het gebied van de wetgevende macht begeven (een parlementariër wordt de mond gesnoerd);

  • Het hof loopt met zijn breed gemotiveerde beschikking de rechter die over de zaak moet oordelen voor de voeten;

  • Vervolging is zinloos omdat het Wilders alleen maar electorale winst zal opleveren.

Alle drie de argumenten raken de inrichting van de democratische rechtsstaat. Ze zijn mijns inziens alledrie onjuist.

Dommering legt terecht uit over het eerste argument dat dit voorbijgaat aan Wilders' parlementaire onschendbaarheid, en dat hij vervolgd wordt voor wat hij buiten het parlement zei, en merkt overigens op:

Het gaat om wat Wilders buiten het parlement zegt. Daarin is de norm dat een parlementariër vrij aan het maatschappelijk debat mag deelnemen, maar daarin als parlementariër een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Hij moet dus een juist gebruik maken van de vrijheid van meningsuiting, een van de kernrechten van de democratie. Het hof heeft de uitlatingen van Wilders aan die norm getoest.

Ik ben het met de norm en de argumentatie eens, maar ben logisch genoeg op te merken dat ikzelf er geen wettelijke basis voor ken, maar geen jurist ben.

Hoe het zij, zoals ik eerder heb geargumenteerd (zie mijn eerdere stukken over Wilders) meen ikzelf dat aan politici redelijkerwijs strengere normen opgelegd kunnen worden dan aan gewone burgers, en dat zeker wanneer wat zij feitelijk voorstellen het inperken van de rechtsstaat is voor hùn eigen soort volk en geen anderen.

En overigens meen ik over dit eerste punt dat Dommering bespreekt dat het aan het hof is te beslissen hoe het hof het bestaande recht interpreteert, want daar zijn ze voor, en als ze ongelijk hebben dan kan dit aangetoond worden voor of door een hoger hof.

Over het tweede punt schrijft Dommering:

Het hof heeft de argumenten van het Openbaar Ministerie [om eerder niet tot vervolging van Wilders over te gaan - MM] getoetst en te licht bevonden, en kon dat, mede door de gekozen aanpak van het OM, niet anders doen dan door een brede en deugdelijke motivering.

Inderdaad, en meer algemeen is de objectie geformuleerd in het tweede punt onzinnig omdat het hof recht heeft te argumenteren, en zelfs de plicht had dat te doen gezien de klachten van burgers waar het over moest oordelen, terwijl latere rechters in deze zaak alleen het oordeel van bevoegde collegae hebben te wegen, waardoor ze geacht mogen worden eerder juridisch geholpen dan gehinderd te worden, hoe ze er ook over zullen oordelen.

Dit af te wijzen is even onzinnig als een medisch specialist die medische oordelen van collega's over zijn patiënt weigert mee te wegen in zijn oordeel over wat te doen met de patiënt.

Over het derde punt schrijft Dommering:

Het derde argument dat het allemaal slechts electorale winst zou opleveren, komt erop neer dat een parlementariër ook voor uitlatingen buiten het parlement nooit zou kunnen worden vervolgd. Dat zou een ongewenste uitbreiding van de macht van een parlementariër zijn.

Ja, want het zou zo'n parlementariër boven de wet stellen. Maar er zijn minstens twee deelargumenten die weersproken moeten worden:

A. In beginsel hoeft het hof zich niet te buigen over de vraag wat politiek of maatschappelijk opportuun zou zijn, en dat zeker niet als het meent een juridische grond te hebben voor vervolging.

B. Het kan zijn dat een en ander Wilders electorale winst oplevert, maar dit doet niets af aan de rechten van de klagers te klagen, en aan het recht van het hof die klachten te honoreren met een vervolging, ongeacht de politieke konsekwenties: Het hof oordeelde over rechtmatigheid en rechtsbescherming, niet over politieke (on)wenselijkheid.

Tot zover mijn bespreking van deze argumenten, die althans de deugd hebben een stuk zinniger te zijn dan de stupide meninkjes van Rutte en Plasterk in deze.


P.S. Hier is een lijstje van relevante stukken van mij over Wilders:

De grootheid van Geert, A psychological experiment - 2, Jami + Wilders: 'Mohammed = Hitler' (alles uit 2007) en Wilders-film, Wilders-film (bis), Die Partei hat tausend Augen - 4, De Nederlandse wet en Wilders, Timothy vindt het ook (Wilders), Een enigszins verlicht standpunt (alles uit 2008, met het laatste een copie van een stuk uit 2003); De vrijheid van Geert Wilders en zijn partij, Vervolg Wilders vs. Rechtbank: Art 137c en 137d WvSr, Vindt Mark Rutte het ook? (Vervolging Wilders), Parels voor de zwijnen + de fasco-liberale VVD (alles uit 2009).

Ik wens u veel leesplezier, en vind het jammer dat er nog geen pilletje is om de intelligentie van politici te verhogen. Zie ook de noot hieronder, want de zaak is niet alleen van belang voor mijn gevoelens:

(*) Ik spreek hier natuurlijk vanuit mijn perspectief, dat een stuk begaafder en geïnformeerder is dan dat van een modale Nederpoliticus - maar ik zou als hoogbegaafd intellectueel toch wel eens willen opmerken dat de afgelopen 40 jaar van een opzettelijke "dumbing down" van alle Neerlanders uit naam van "de gelijkwaardigheid" en de gelijktijdige debilisering van vrijwel alle debat tot wat ook VMBO'ers en BLO'ers kunnen vatten, een groot gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsstaat en een radikale aanval waren en zijn op het niveau van beschaving.

Maar ja, als u dat mocht denken of dacht dat ik dit overzag: "it's lonely at the top" - ik zeg dit soort dingen niet om dat punt te maken (mij ad nauseam bekend, al heel lang), maar vanwege mijn stellige overtuiging dat een democratische rechtsstaat zonder werkelijk competente en integere bestuurders of een staat waarin de meerderheid van de laagbegaafden de inhoud van het beleid kan bepalen via de media en het publiekspel dat populistische volksmenners daar kunnen voeren met het oog op hun eigen opgang en populariteit, een democratische rechtsstaat is die afstevent op de eigen ondergang.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail