Nederlog        

 

23 januari 2009

 

Vervolg Wilders vs. Rechtbank: Art 137c en 137d WvSr


 



Dit vervolgt mijn stukje van gisteren "De vrijheid van Geert Wilders en zijn partij", dat een artikel van de NRC behandelde over een vonnis van het Gerechtshof Amsterdam, dat ik op het moment van behandeling nog niet had gelezen.

Hier is voor het gemak een overzicht van de secties in dit stukje met links:

0. Inleiding
1. De zaak
2. Het vonnis
3. De artikelen 137c en d van het Wetboek van Strafrecht
4. De vervolging

0. Inleiding

Ondertussen heb ik het vonnis van de Amsterdamse rechtbank wel gelezen zoals ik gisterenavond laat meldde in een PS met de link:

Ik heb het ondertussen nagekeken via een link die de NRC geeft, naar een de Rechtspraak site, waaronder u een html-bestand van maar liefst 508 Kb vindt, dat begint met de frase

Inhoudsindicatie: Hof Amsterdam beveelt de strafvervolging van
het Tweede Kamerlid Geert Wilders

gevolgd door - indien uitgeprint, naar schatting - ruim 100 pagina's tekst. Wellicht kom ik erop terug, want het hof heeft duidelijk z'n juridische best gedaan en over de zaak nagedacht.

Het is waar dat het hof z'n best deed, en ook dat het, voorzover mogelijk, heel redelijk aansluit bij stukken die ikzelf over Wilders en zijn uitgesproken meningen schreef, waarvan hier een lijstje als gisteren, met een paar uitbreidingen:

De grootheid van Geert, A psychological experiment - 2, Jami + Wilders: 'Mohammed = Hitler' (alles uit 2007) en Wilders-film, Wilders-film (bis), Die Partei hat tausend Augen - 4, De Nederlandse wet en Wilders, Timothy vindt het ook (Wilders), Een enigszins verlicht standpunt (alles uit 2008, met het laatste een copie van een stuk uit 2003).

Of er enig causaal verband is laat ik in het midden (ik acht het minder waarschijnlijk dat het hof mijn site geheel niet kent), maar is minder interessant. (*)

Meer interessant zijn de meningen van het hof en de rapportage daarvan gisteren in de NRC, die mij nu ik het vonnis zelf gelezen heb enigszins tegenvalt.

In feite besloot ik het stukje van gisteren met deze zin, sprekende van de argumentatie van het hof:

Alleen is wat ik van hun argumentatie las grotendeels niet sterk.

Nu ik deze gelezen heb komt deze mij sterker en beter voor dan ik op kon maken (redelijkerwijs) uit de NRC.

Ik leg mijzelf uit, en zeg ook maar gelijk dat ik een verbetering zal voorstellen van het artikel 137d van het wetboek van strafrecht, al zal ik ook argumenteren dat dit voor de zaak die het hof tegen Wilders wil voeren weinig of geen principieel verschil maakt.

1. De zaak

De zaak is feitelijk deze:

Een achttal klagers, sommigen in vereniging, en voor een deel bijgestaan door advocaten waaronder Spong (die overigens gisteren in "Met 't oog op morgen" minister Verhagen over Guantánamo passend afserveerde, in overeenstemming met wat ik over de zaak schreef) heeft klachten ingediend bij de Amsterdamse rechtbank tegen Wilders vanwege zijn uitlatingen over moslims en de Islam, en het hof van de Amsterdamse rechtbank heeft daarover vonnis gewezen gedateerd 21 januari 2009, dat u in z'n geheel via deze link kunt vinden (naar "DeRechtsstaat.nl").

Dit vonnis is lang - het html-bestand waar ik een link naar gaf is 508 Kb, al blijkt een deel daarvan (kennelijk) gecompileerde code voor Javascript (ik zeg het er maar bij, voor het geval u, als ik, de html-broncode bekeek) - maar het blijkt helder beargumenteerd, en is lang, naar ik veronderstel mede omdat het hof ook een weerlegging biedt van de eerdere argumentatie van de advocaat-generaal, n.a.v. klachten over de film van Wilders, om niet tot vervolging van Wilders over te gaan.

2. Het vonnis

Kort samengevat komt het vonnis hierop neer - en ik citeer nu de gehele zogeheten inhoudsindicatie, die het vonnis voorafgaat:

Inhoudsindicatie:    Hof Amsterdam beveelt de strafvervolging van het  
  Tweede Kamerlid Geert Wilders

Op 21 januari 2009 heeft het gerechtshof te Amsterdam de strafvervolging bevolen van de parlementariër Geert Wilders wegens het aanzetten tot haat en discriminatie op grond van door hem gedane uitlatingen in diverse media over moslims en hun geloof. Tevens acht het hof strafvervolging aangewezen ter zake van belediging van de moslimgelovigen wegens de door Wilders gemaakte vergelijkingen van de islam met het nazisme.

Het hof deed zijn uitspraak naar aanleiding van een aantal klachten over niet-vervolging van Wilders terzake van diens uitlatingen in diverse media over moslims en hun geloof. De klagers konden zich niet vinden in de beslissing van het openbaar ministerie om geen gevolg te geven aan hun aangifte tegen Wilders.

Het openbaar ministerie heeft zich onder meer op het standpunt gesteld, dat een deel van de uitingen van Wilders geen betrekking heeft op een groep gelovigen, maar kritiek betreft op het moslimgeloof, waardoor de eigenwaarde van die groep gelovigen niet wordt aangetast en die groep evenmin in diskrediet wordt gebracht. Sommige uitlatingen van Wilders kunnen wel als krenkend worden aangemerkt, maar omdat zij (buiten de Tweede Kamer) zijn gedaan als bijdrage aan een maatschappelijk debat valt de strafbaarheid van die uitingen weg, aldus het openbaar ministerie .

Het hof is het met dit standpunt van het openbaar ministerie en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen niet eens.

Het hof heeft daarbij overwogen dat de gewraakte meningsuitingen van Wilders (ook zoals in beeld gebracht in zijn film Fitna) in onderlinge samenhang bezien naar Nederlands recht strafbaar zijn, zowel door hun inhoud als door de wijze van presenteren. Deze wijze van presenteren kenmerkt zich door eenzijdige, sterk generaliserende formuleringen met een radicale strekking, niet aflatende herhaling en een toenemende felheid, waardoor er van haatzaaien sprake is. De meeste uitlatingen zijn in de opvatting van het hof tevens beledigend, nu zij de moslimgelovigen wezenlijk in hun religieuze waardigheid aantasten. In de opvatting van het hof heeft Wilders ook door de symbolen van het moslimgeloof aan te tasten wel degelijk de moslimgelovigen zelf beledigd.

In de tweede plaats heeft het hof de vraag beantwoord of een eventuele strafvervolging c.q. veroordeling toelaatbaar zou zijn volgens de normen van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de daarop gebaseerde rechtspraak van het Europese Hof, dat de vrijheid van meningsuiting hoog in het vaandel heeft . Het hof is tot de conclusie gekomen dat een in te stellen strafvervolging maar ook een eventuele latere veroordeling, mits proportioneel, niet in strijd hoeft te komen met Wilders vrijheid van meningsuiting, nu haatzaaiende en kwetsende uitlatingen van politici, gelet op hun bijzondere verantwoordelijkheid, ook volgens Europese normen niet door de beugel kunnen.

In de derde plaats heeft het hof de vraag beantwoord of strafvervolging van Wilders vanwege zijn uitlatingen in de Nederlandse situatie wenselijk zou zijn (de opportuniteitsvraag). Volgens het hof is het haatzaaien in een democratische rechtsorde dermate ernstig dat een algemeen belang aanwezig is om in het maatschappelijk debat een duidelijke grens te trekken.

Ten aanzien van groepsbelediging maakt het hof een onderscheid. In het algemeen stelt het hof vast dat de traditie binnen de Nederlandse debatcultuur is gebaseerd op een grote mate van tolerantie ten opzichte van elkaars opvattingen, terwijl van moslimimmigranten begrip mag worden verwacht voor de in Nederland heersende sentimenten ten aanzien van hun geloof, dat op enkele onderdelen op gespannen voet staat met Nederlandse en Europese waarden en normen. Als het om beledigende uitingen gaat geeft het hof de voorkeur aan politieke, maatschappelijke en andere juridische tegenkrachten dan het strafrecht, waardoor een actieve participatie aan het maatschappelijk debat, ook door moslims, wordt bevorderd.

Het hof maakt echter een uitzondering voor beledigende uitlatingen waarin een relatie met het nazisme wordt gelegd (door onder meer de Koran met ”Mein Kampf” te vergelijken). Dit vindt het hof dermate beledigend voor de bevolkingsgroep van moslimgelovigen dat een algemeen belang aanwezig wordt geacht om Wilders daarvoor te vervolgen.

Het hof komt tot de conclusie dat de wijze waarop het maatschappelijk debat verloopt over controversiële kwesties, zoals de immigratie- en integratiepolitiek, weliswaar in principe niet tot het terrein van het recht behoort, maar dat dit anders wordt als fundamentele grenzen worden overschreden. Dan komt ook het strafrecht in beeld.

Overigens benadrukt het hof dat zijn oordeel in die zin een voorlopig karakter draagt, dat Wilders in deze beklagprocedure niet is veroordeeld. Het hof heeft uitsluitend beoordeeld of voldoende aanwijzingen - op het niveau van een redelijke verdenking - aanwezig zijn om een strafvervolging tegen Wilders in gang te zetten. Het is uiteindelijk aan de later oordelende strafrechter om in een openbaar strafproces de vraag te beantwoorden of er ruimte is voor een veroordeling en, zo ja, in welke mate.

Dat was de inhoudsindicatie. Nu sla ik voor het moment het hele vonnis over - waarin een overzicht en bespreking van de klachten; van het verweer daartegen in december 2008 van de gemachtigden van Wilders en van Wilders zelf; van de argumenten van de advocaat-generaal uit het voorjaar van 2008 om niet tot vervolging over te gaan vanwege Fitna; een citaat van de betrokken direct relevante wets-artikelen waarop de klagers zich beroepen inzake belediging en haatzaaien, en ook van achtergrondsartikelen inzake vrijheid van godsdienst en vrijheid van meningsuiting; en een behoorlijk grondige discussie (neem ik aan, voor een vonnis), van deze wetsartikelen, gevolgd door (en ik citeer uit het vonnis, met vetzetting van mij):

14.  De beslissing

Het hof beveelt de officier van justitie te Amsterdam om Wilders te dagvaarden ter zake van het aanzetten tot haat en discriminatie (artikel 137d Sr) alsmede ter zake van groepsbelediging voorzover het betreft diens vergelijkingen met het nazisme (artikel 137c Sr).

Voor het moment merk ik op dat een en ander aanmerkelijk meer in lijn is met de gedachtegang die ikzelf gisteren ontvouwde (**), dan ik gisteren meende op basis van de NRC-rapportage en zonder de kennis van het vonnis die ik nu wel heb, en die onder andere tot deze konklusie van mij leidde:

4. Ikzelf houd vervolging van Wilders vanwege (A) de termen "de fascistische islam" en "islamofascisme", (B) gebruikt door een man in zijn bijzondere positie, (C) gezien de totale onhoudbaarheid daarvan op inhoudelijke rationele gronden, en (D) het evident bedoelde beledigende karakter ervan, voor het meest kansrijk.

Inderdaad komt wat het hof argumenteert hierop neer, met dit specifieke verschil dat het hof, zoals geheel terecht is, zich voor het besluit tot vervolging baseert op twee geciteerde wetsartikelen, waartoe ik nu kom, na een korte opmerking over de argumentatie van het vonnis.

Ik vond de argumentatie van het vonnis aanmerkelijk beter en grondiger dan ik had aangenomen op basis van wat de NRC schreef. U kunt deze desgewenst zelf doornemen via de link (***), en wellicht kom ik erzelf later op terug in Nederlog, omdat de zaak mij belangrijk voorkomt, en ik zeker specifieke relevante kennis over filosofie en logica (dus over redeneren, argumenteren) heb, die de meeste mensen missen.

Ondertussen zou mij dit vandaag meer moeite en tijd kosten dan ik op kan brengen, zodat ik mijn eigen overwegingen over het vonnis hier en nu oversla, behalve wat betreft de artikelen van het Wetboek van Strafrecht.

3. De artikelen 137c en d van het Wetboek van Strafrecht

Het hof baseert de beslissing om vervolging van Wilders te bevelen op deze twee wetsartikelen, en ik citeer weer uit het vonnis (iets beter geformatteerd) - en "Sr" = "Wetboek van Strafrecht":

Artikel 137c Sr (Groepsbelediging)
 
1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Artikel 137d Sr (Aanzetten tot haat)

1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Het geval wil dat ik mij herhaaldelijk, en niet alleen in de context van Wilders of door hem beledigde moslims, over wetgeving inzaak haat heb uitgelaten, altijd in negatieve zin.

Om mijzelf te citeren uit het stukje van gisteren:

Ik (..) heb ongebruikelijke want logische opvattingen over "haat, intolerantie, vijandschap en discriminatie", want ik ben bijvoorbeeld intolerant tegen intolerantie, een vijand van stompzinnigheid en leugen, iemand die o.a. welbewust discrimineert op intelligentie en moraliteit, en iemand die haat wie hem opzettelijk pijnigt (zonder medisch doel, waar ik mee ingestemd heb).

Dit geldt nog steeds en geldt ook Artikel 137d, al begrijp en billijk ik de logica van de overwegingen van het hof.

Maar met permissie, en zelf een logische en filosofische geest hebbend, ook omdat ik er eerder over schreef en over nadacht:

Hier is mijn eigen voorstel voor een herziening van Artikel 137d, waar ik toe kwam nadat ik het vonnis gelezen had en erover nadacht, inclusief over het door het hof beoogde gebruik van dit artikel:


Mijn wetsvoorstel inzake Artikel 137d Sr:


Artikel 137d Sr (Aanzetten tot haat ontrechting)

1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen
het ontzeggen, het onthouden of het belemmeren van de rechten van of aanzet tot het gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.
2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.


Zoals u ziet heb ik de oude tekst die ik wil vervangen doorgestreept en mijn voorgestelde vervangingen in blauw gezet.

Ik kan om te beginnen wijzen op een wetsartikel dat het hof zelf opvoert in het vonnis als juridische motivering voor mijn voorstel - en "EVRM" = "Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden":

Artikel 17 EVRM (Misbruik van recht)
 
Geen der bepalingen van dit Verdrag mag worden uitgelegd als zou zij voor een Staat, een groep of een persoon een recht inhouden enige activiteit aan de dag te leggen of enige daad te verrichten met als doel de rechten of vrijheden die in dit Verdrag zijn vermeld teniet te doen of deze verdergaand te beperken dan bij dit Verdrag is voorzien.

En mijn eigen redenen voor mijn voorstel tot herziening zijn de volgende, kortweg:

In de eerste plaat is wetgeving die gevoelens en gedachtes gelast of verbiedt onzinnig en onredelijk, en is ook niet behoorlijk afdwingbaar of controleerbaar is (c.q. behoort dit niet te zijn, mocht dat ooit technisch mogelijk worden): Wetgeving dient zich overwegend te beperken tot gedragingen - en men kan bovendien "aanzetten tot haat of discriminatie" geheel zonder die termen te gebruiken, bijvoorbeeld met gespeelde ironie van het tegendeel. (Zie Mark Anthony's funeral speech, in Shakespeare's Julius Ceasar, als fraai voorbeeld hoe dat kan - "for Brutus is an honourable man": Hate-speech disguised as laudation.)

In de tweede plaats dekt mijn voorgestelde herziening kennelijk - het grootste deel - van het bedoelde gebruik van dat artikel, en dat op een zinnige logische, juridische en morele manier: Als in een rechtsstaat iets niet behoort te kunnen is het nu juist het aanzetten etc. tot het  ontrechten van burgers van die rechtsstaat van de verklaarde rechten die de burgers toekomen volgens het recht van die staat.

In de derde plaats is mijn voorstel héél wel verenigbaar met de mogelijkheid van kritiek op wetsartikelen, die altijd mogelijk en toelaatbaar behoort te zijn in een rechtsstaat.

In de vierde plaats is mijn voorstel héél wel verenigbaar met gewone menselijke emoties en gedachten, en doet het ook geen onrecht aan het werk dat de politie of het leger doen (voorzover ze de of een rechtsstaat trachten overeind te houden), die hun tegenstanders, als Talibani, heel wel kunnen (en van mij menselijkerwijs mogen) "haten of discrimineren".

Ik kan hier aanzienlijk meer over opmerken, en ook over Artikel 137c (dat de zwakte heeft zaken die wel en niet van vrije menselijke keus zijn op één hoop te gooien), maar laat dit na, behoudens deze opmerking:

Volgens mij is het gebruik dat het hof van Artikel 137d wil maken inzake Wilders geheel in overeenstemming met mijn herziening ervan (die heel wel gelezen kan worden als: wat men hàd moet zeggen i.p.v. wat men zei), zodat mijn kritiek op dit Artikel niet bijzonder relevant is voor de manier waarop het hof dit artikel wil toepassen (zoals ook gevraagd door de klagers).

4. De vervolging

Kortom... ik meen nu, het vonnis gelezen hebbend, dat het hof een beargumenteerbaar juridisch gelijk heeft, mede gezien de wetsartikelen waarop het zich beroept, en die het tot taak heeft te handhaven.

In feite meen ik dat het hof weinig andere keuze had, juridisch gesproken, gezien de klachten die het ontving en behandelt, en gezien de wetgeving die er ligt en de taak die het hof heeft, al blijft het een feit c.q. een moeilijkheid dat een proces tegen Wilders heel wel kan uitpakken als een (schijnbaar) politiek of gepolitiseerd proces, net zoals het een een feit c.q. een moeilijkheid blijft dat een proces Wilders politiek meer kan baten dan schaden.

Maar zoals ik gisteren ook zei of impliceerde, is het de taak van het hof recht te spreken en de rechtsstaat overeind te helpen houden, en kan ik niet goed zien hoe het, gezien de wetsartikelen die het citeert, de overwegingen die het geeft, en in het bijzonder de klachten die het ontving in verband waarmee het vonniste, anders kon doen.

Wat mij betreft wordt Wilders dus vervolgd en veroordeeld, overwegend vanwege de soort redeneringen die ikzelf gaf in mijn Wilders-stukken, al hoop ik wel dat een en ander niet uitloopt op een politiek of gepolitiseerd proces, en dat de betrokkenen moeite zullen doen om dit, of zelfs maar de schijn daarvan, te voorkomen. (****)

En overigens is het besproken vonnis een aardig voorbeeld van een reden waarom een waarachtige rechtsstaat een groot goed is. (*****)


(*) Ik schrijf Nederlog onder andere omdat ik meen vaak zinniger en beter beargumenteerder ideeën te hebben dan anderen, en trouwens mijn gelijk over onderwijs en drugs ondertussen ampel aan kan tonen en aangetoond heb, maar ik weet uit drie dekaden ervaring dat beargumenteerbaar rationeel gelijk hebben in Nederland en publiek of juridisch gelijk krijgen heel verschillende zaken zijn.

(**) Vanwaar mijn verwijzing naar mijn eigen stukken over Wilders, die in ieder geval de deugden hebben behoorlijk geschreven en beargumenteerd te zijn.

(***) Tip voor geïnteresseerde niet-juristen: Bijna aan het eind van het vonnis in de link staat een lijst van in het stuk gebruikte juridische afkortingen. Als u daar eerst een blik op slaat, en ca. halverwege op de tekst van het vonnis op de geciteerde wetsartikelen, dan wordt het juridisch proza daarna een stuk begrijpelijker.

(****) Of het raadzaam is Wilders, indien hij schuldig wordt bevonden, tot gevangenisstraf te veroordelen moet het hof beslissen, en hangt ook van zijn argumentatie en gedrag af, maar ikzelf heb meneer altijd minstens enigszins maf gevonden. Zie bijvoorbeeld mijn De grootheid van Geert, uit 2007.

(*****) Afsluitend aardigheidje: Ik heb Geert gisteren herhaaldelijk gehoord op zowel de Nederlandse als de Britse radio over deze kwestie, en het was enigszins opvallend dat hij eerder op de dag verklaarde nooit veroordeeld te zullen worden, en later op de dag verklaarde reeds veroordeeld te zijn. Ik neem aan dat hier een lezing van het vonnis tussen zat, en ik kan u deze lezing ook aanraden (als u snel leest en niet veel moeite met enigermate juridisch proza hebt - maar als vonnis is het redelijk en er is duidelijk moeite voor gedaan het begrijpelijk te maken voor niet-juristen).

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail