Nederlog        

 

27 december 2008

Opnieuw geloofsafval


 

 

Als de mens het denkende dier is, dan zou je aannemen dat hij van gedachten kan veranderen, bijvoorbeeld inzake eerder gekoesterd geloof, en inderdaad.

Ik heb het dus weer over geloofsafval, en kom erop omdat - niet aan willende nemen dat ik Birgit Donkers bevrucht zou kunnen hebben - de NRC heeft besloten daarover uit te laten pakken in de vandaagse NRC, onder het kopje op de voorpagina

Hoe acht denkers op andere gedachten kwamen.

Ik bedoel: ik begon niet zomaar over dénkende dieren, want nu hebben maar liefst acht heuse Nederdenkers (van NRC-kwaliteitsformaat) zich over vormen van geloofsafval uitgelaten - en ik gaf al eerder toe dat het een aardig thema is, en vandaar.

U komt ze alle acht hieronder tegen, maar niet even grondig of gelijkwaardig behandeld, al zal ik mijn best doen, en ik zal ze bespreken in de volgorde van NRC-presentatie, overigens in de Opinie & Debat bijlage, die de algemene titel - in oranje en vandaar - "Over Hun Ongelijk" draagt, met als onderkop "Waarover zijn zij van gedachten veranderd?".


1. Geert Mak: Het geval wil dat ik Geert Mak al zo'n twintig jaar voor de publieke Amsterdamse PvdA-intellectueel houd, zodat u onmiddellijk en terecht kunt konkluderen dat ik zijn boeken niet las bij gebrek aan gepaste hersens daarvoor.

Of ik gelijk heb met mijn inschatting kan ik u ook niet met zekerheid zeggen, maar wel dat ik zijn proza regelmatig in de NRC heb getroffen, en dat ik dan altijd weer denk: Ach ja, vast PvdA - en het dan vermoeid weg leg, ook al omdat er echt beter geschreven is in het Nederlands dan Mak aankan.

Maar goed - een "denker" dus, althans volgens de NRC. Hij begint zo:

Ja, er is iets veranderd: ik heb geen helden meer. Of, beter, mijn helden zijn van het toneel gesprongen, het theater uitgelopen, ze wandelen nu gewoon over straat.

U ziet aan het eind waarom ik zo snel door een PvdA-geur getroffen wordt in het Makse proza: Samen Sterk met Gewone Mensen!

Als vaak kan ik de Makkiaanse overweging daaronder niet bijzonder goed volgen, maar het lijkt erop neer te komen dat hij dit jaar afscheid heeft genomen van "het geloof der kameraden" zoals hij dat in de zestiger jaren verwierf, of van de laatste restanten daarvan bij hem, want hij zet het in historisch perspectief, van Che in de zestiger jaren, de opstand van Warschau in 1944, de romantiek, opvattingen over heroïek, en tot zijn eigen persoonlijke geschiedenis, die nooit ver weg lijkt in zijn geval, en wellicht zijn Unique Selling Point is:

Wanneer begon bij mijzelf een zeker onbehagen post te vatten? Bij de Rote Armee Fraktion in de jaren zeventig, waarvan de leden de romantische heldenmoed tot in de perversie doorvoerden. Inderdaad, voor hen en hun sympathisanten gold 'niets dan het absolute'.

U ziet alweer een PvdA-se of postmoderne eindzin, maar overigens heeft Mak, althans in het begin, een zeker gelijk: Hij had althans alle reden om bevreemd op te kijken bij de moorddadige extreem-linkse Strapatzen van Baader-Meinhof, trouwens ook verluchtigd met minstens één gestoorde  film van Rainer Werner Fassbinder, "Deutschland im Herbst", die ik volgens mij eind 1978 zag, en voor volkomen geschift hield (film zowel als ook in de film optredende Fassbinder), waarin ik toen, afgezien van mijn vriendin, de enige was in Nederland en Amsterdam, bij mijn weten, en zo ver ik kon zien.

Overigens heeft Mak, zij het enigszins subtiel, volgens mij ongelijk over de romantische heldenmoed van de RAF, want al namen ze aanzienlijke persoonlijke risico's, die stelden toch echt niet zó veel voor vergeleken bij echte verzetslieden, die zware martelingen door de Gestapo riskeerden, en ook niet vergeleken met de opstandelingen van het ghetto van Warschau, die zich bijna doodgehongerd verzetten tegen de Duitse professionele moordmachine, en inderdaad verloren (o.a. doordat niemand, in het bijzonder de Russen niet, ze te hulp schoot).

Mak vervolgt het bovenstaande

Bij het totaal derailleren van sommige, ooit zo heroïsch begonnen, revolutionaire bewegingen in de derde wereld. Later bijvoorbeeld ook rond het project Ayaan Hirsi Ali, inclusief haar tekstschrijvers en na-apers (..)

U ziet dat Mak's geloofsafval wel héél lang nam: Minstens 35 jaar, zo te zien, en u weet wellicht dat één van de dingen die mij in Ali tegenstond was haar zichzelf en anderen benoemen tot "verzetsstrijder".

Hoe het zij, Mak is, net als de top van de Amsterdamse PvdA, bekeerd van de zestiger en zeventiger jaren, en stelt zich nu op, net als genoemde top, naast gewone mensen, als - zijn invullingen van "gewoon" - straatagenten, militairen en hulpverleners.

't Is iets, maar het past niet ergens onder de algemene titel en bedoeling van de reeks, tenzij daar iets PvdA-flauws in moest, wat ik dan maar aan zal nemen.

2. Stephan Sanders: Het stuk van Sanders daarentegen is heel aardig en terecht, zij het een beetje tragisch, al is de tragiek menschlich-allzumenschlich.

Ik schreef eerder over hem, eind augustus, in Sanders over de jaren 80, vooral omdat ik vond dat wat hij toen schreef dat ik besprak een stuk zinniger en eerlijker over de tachtiger jaren was dan ik in lang gelezen had, buiten mijn eigen stukken, en hij stelt me ook deze keer niet teleur, want hij pakt een belangrijke vraag op:

Maar veel griezeliger dan van mening veranderen, is niet meer begrijpen wat ooit jouw eigen mening was.

Zijn reden is dat hij een artikel van zichzelf terugvond, dat hij "als derdejaars student had gepubliceerd in een historisch tijdschrift", en dat hij zelf niet of nauwelijks meer kan volgen.

Oordeel zelf, want hij citeert zichzelf uit 1982, wat van enige moed getuigt (en houd u vast c.q. versaag niet):

"De doelstellingen van een amicale levenskunst zijn niet doelgericht anti-oedipaal, in de dialectische zin van het woord, veeleer vormen zijn praktijken, zijn esthetische stijlmiddelen, zijn amicale lijfsbetrekkingen een bedreiging voor de klinische herkenning van homoseksualiteit; amicale levenskunst competeert dus met de klinische benadering om het gezag van mannenliefde."

Zoals ik in augustus al vermeldde, omdat dit relevant was voor een citaat dat ik gaf, is Sanders homofiel en was rond deze tijd kennelijk vers uit de kast, wat het voor niet aldus geaarden nóg moeilijker maakt te begrijpen, maar ik kan u twee dingen verzekeren: (1) dit soort hermetische proza was toen zeer gebruikelijk, waar en waarover ook links proza gespuid werd in intellectuele kringen in Nederland en (2) ik wist niet dat "seks" toen al officieel met een zieke "ks" moest. (*)

Sanders zelf zegt erover, in zijn tegenwoordige zelf:

Hier spreekt vooral het jargon; het is het jargon van de vroege jaren 80, toen in Nederland binnen de filosofie en de sociale wetenschappen het zogeheten postmodernisme populair werd. Ik was er als de kippen bij, want eindelijk waren we dan verlost van het loodzware (neo)marxisme, dat tot dan toe oppermachtig had geregeerd aan de linkse subfaculteiten.

Inderdaad - maar de lezer moet hierbij bedenken dat het feitelijk om overwegend dezelfde personen ging: Eertijdse (neo-)marxisten, indertijd nog steeds met overwegend marxistisch angehauchte schema's, maar inderdaad vanaf de vroege jaren tachtig plotseling in een nieuw jargon, en ook met een nieuwe leer: Relativiteit van de waarheid.

Sanders' titel van zijn stuk is dan ook terecht "De waarheid bestaat wel degelijk, alleen zag ik haar niet" - en ik kan wie dat interesseert meedelen dat de vondst dat waarheid zogenaamd niet bestaat in 1982, toen ik een studentenpartij opgericht had om te proberen het verval van het wetenschappelijk onderwijs in Nederland tegen te houden, bij de top van de Asva zéér populair was: Wát ik ook argumenteerde - en daarin was ik veel beter dan de Asva - vanaf toen was het standaard antwoord een met groot dédain en vertoon van gelijk gebrachte

"Ach, iedereen wéét dat waarheid niet bestaat",

zodat de discussie weer herleid kon worden tot wensdenkerij, jargon, relativisme, en kretologie.

Sanders legt er het een en ander over uit, inclusief de ondergang van zijn toenmalige "beginnende schrijvers-Ik" in postmodern soepig jargon en kromme grammatica, en zijn postmoderne indertijdse bekering, maar hij is daar geheel overheen en schrijft overwegend terecht in zijn tegenwoordige persona:

Wat ik het academisch postmodernisme allemaal verwijt? Dat het met een buitengewoon verdachte gretigheid het cliché 'de waarheid bestaat niet' heeft omarmd; dat daardoor elk persoonlijk oordeel willekeurig werd, even goed of slecht als dat van een ander; dat het een waardenrevolutie heeft gepropageerd, waardoor Khomeiny's revolutie in Iran even zinnig leek als die van George Washington in Amerika; dat het door zijn buitenissig taalgebruik de continuïteit van het academisch denken moedwillig heeft verscheurd; dat het, onder het mom van vernieuwing een geheimtaal heeft gepropageerd, die alleen 'ingewijden' konden begrijpen, waardoor het openbaar debat verkleind werd tot een conversatie tussen kenners en priesters.

Inderdaad. Ikzelf zou iets anders formuleren, maar deed dat al zo vaak dat ik het hier en nu maar nalaat, en alleen opmerk dat Sanders gelijk heeft, en dat het minstens zo vreselijk was (en voor een flink deel is, aan de universiteiten) als hij schrijft - en dat er bijvoorbeeld een buitengewoon bittere bijzonder dikke reader van toenmalig als manna door de ontbottende zelfvermeende Neerlandse intellectuele élite opgezogen rateldol kulproza zou kunnen worden opgesteld (bijvoorbeeld uit "Te elfder ure" of "Telos", eertijdse postmodernistiese/neo-marxistiese periodieken), die - voor totaal naïeven over tijd, plaats en bedoelingen, alleen geoordeeld naar logica en betekenis - nauwelijks van acute waanzin is te onderscheiden.

Sanders zelf heeft er natuurlijk tegenwoordig tal van bedenkingen tegen en schrijft zelf o.a.

Maar het meest steekt mij natuurlijk dat ik zelf zo vatbaar voor dat postmoderne virus ben geweest.

Dat kan ik mij voorstellen, en ook daar heb ik mij dit jaar diverse keren over uitgelaten, zodat ik er hier en nu niet op in hoef te gaan (nog zes Denkers wachten mij en u!), behoudens de opmerking dat hetzelfde vrijwel zijn gehele generatie gold - als dat een troost mocht zijn.

Hoe het zij, dit is weer een aardig en eerlijk stukje van Sanders, en het is jammer dat hij tot nu één van de weinigen is, bijvoorbeeld omdat er door zijn generatie (maar niet door mij) een aardige, leerzame hoewel bittere geschiedenis over geschreven zou kunnen worden.

3. Aaf Brandt Corstius: Dit is, als ik het wel heb, een dochter van Hugo Brandt Corstius (a.k.a. "Malle Pietje" onder W.F. Hermans-kenners), en het weinige dat ik van haar weet en las gaf mij altijd een zeer postmoderne smaak in de mond en weinig lust naar meer.

Ik kan u melden dat Aaf de liefde van haar leven heeft gevonden, en dat deze haar heeft leren kamperen, en dat dit - kamperen - het onderwerp is waar deze Denkster over van gedachten veranderd is.

4. Chen Cun: Ook ik wist niet wie dit zou zijn totdat ik het kadertje van de NRC bij zijn stukje las: "Chinese romanschrijver uit Sjanghai. Gedurende drie maanden is hij de gastkunstenaar van Kosmopolis te Den Haag, een stichting voor de internationalisering van kunst en cultuur."

Hij beschrijft de zegeningen van het internet, o.a. in zijn capaciteit van beheerder van een discussieforum, en is m.i. terecht erg blij met het internet, waarover hij o.a. schrijft:

De absurde gedachte om de bewoners van de hele wereld op een effectieve, handige en goedkope manier met elkaar te verbinden, is vandaag de dag zomaar werkelijkheid geworden.

Juist, en dat weegt volgens mij op tegen véél stomme spam, domme forums, achterlijke sites en overig vreselijks (wat mensen kunnen gebruiken kunnen ze misbruiken), eenvoudig omdat er een waarachtig nieuw wereldwijd communicatie-medium bij is dat in beginsel alle levende menselijke individuen direct en persoonlijk met elkaar verbindt op zeer veel manieren.

Hij schrijft in vervolg

Voor de toepassingen van internet is het einde nog niet in zicht. En alleen al wat er tot dusver met en op dat internet is gebeurd, heeft tal van regels in de wereld veranderd.

Daar ben ik het mee eens, maar ik ben minder optimistisch over het behoud daarvan, waar Cun zich ook over uitlaat, maar dat ik hier oversla. Zijn laatste twee zinnen zijn wel weer aardig:

Je bent één met de hele wereld. De hemel zij dank: de mensheid heeft zich aan het hersenloze televisietijdperk ontworsteld.

Ook dit zie ik niet even optimistisch, of in precies deze termen, maar er valt meer vóór dan tégen te zeggen.

Het enige wat ik niet goed begrijp is hoe zijn stuk in de reeks valt die ik bespreek, maar ook dat is een minor worry.

5. Robbert Dijkgraaf: Dit is - ik citeer de NRC - de "Voorzitter Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en universiteitshoogleraar mathematische fysica, Universiteit van Amsterdam", en het voornaamste wat ik tegen hem heb is dat hij Vincent Icke opvolgde als columnist in de NRC van natuurkundige huize, en dat ik Icke zowel een stuk slimmer als een stuk beter schrijvend vind.

Zijn stuk heet "Er is geen wiskunde zonder de mens - daar kwam ik achter" en de titel alleen al laat zien wat ik bedoel, want dat is één variant van het Berkeleyaanse "esse est percipi", waar ik, net als Dr. Johnson, nooit iets van geloofde (en dat fraai de grond in geschreven is, door A.S. Fraser, die Berkeley's verzameld werk uitgaf en inleidde aan het eind van de 19e eeuw).

De Dijkgraafse overweging is deze, en heeft trouwens voor mij een postmoderne meur:

De wetenschappen zelf, zeker de meest 'zuivere' takken zoals de wiskunde en de logica, hebben voor velen de plaats van de hemelse sferen ingenomen. Mag in het dagelijks leven alles mislukken en vergaan, in de wereld van de getallen kennen dingen tenminste nog hun plaats en hebben wél eeuwigheidswaarde. Dáár vinden we de perfectie waarvan we in het aardse leven slechts de schaduwen treffen. Ik kom dan ook nauwelijks een wiskundige tegen die geen overtuigd platonist is, die niet een god in 't diepst van zijn formules is.

Ik heb geen zin dit alles te duiden (daarvoor heeft de NRC immers Russell Shorto - men denke: Aristoteles, Plato, Kloos), maar mij verschijnt het als zowel journalistiek als overdreven, vooral omdat wiskunde, logica en echte wetenschap alledrie bijzondere menselijke kenmethoden zijn die afwijken van alle andere zogeheten kenmethodes, o.a. omdat ze als enigen het bestaan van een objectieve, middels experimenten of logische argumenten vaststelbare, waarheid vooronderstellen én daardoor bijzonder veel technologisch toepasbare waarachtige menselijke kennis hebben opgeleverd, die zeer veel feitelijk hebben veranderd voor mensen en op aarde.

Dijkgraaf vervolgt aldus:

Ik geef graag toe dat ik ook lange tijd met zo'n wereldbeeld heb rondgelopen, en nog vaak doe, want oude gewoontes slijten maar langzaam. Toch is dit een punt waar ik beslist anders over ben gaan denken. Want het is onmogelijk om de mens buiten de wiskunde te laten.

Wiskunde is toch vooral wat wiskundigen doen. Paleontologen mogen dan soms fossiele skeletten van een dinosauriër uit de wand van een ravijn zien steken, maar een wiskundige is nog nooit een reusachtige formule in het vrije veld tegengekomen.

Galileo Galilei was dus maar een hele domme man toen hij verkondigde dat de natuur een boek is dat voor ons open ligt en in wiskunde is geschreven - want Robbert Dijkgraaf heeft ingezien dat formules niet in het vrije veld te vinden zijn (al kan dat veld een uitstekend voorbeeld van de platte meetkunde zijn, en prachtige illustraties van Mendel's ideeën tonen, terwijl alle bollingen en dalingen uitstekend passen onder differentiaal-morfismes).

De toepassingen tussen haakjes zijn Dijkgraaf ongetwijfeld bekend, maar dat is juist één reden waarom ik het niet met hem eens ben: Geen wiskundige heeft ooit gesteld dat je formules als zodanig in het vrije veld tegen kunt komen (al is daar in beginsel makkelijk een mouw aan te passen, en zelfs heb ik regelmatig met boeken en papieren vol wiskundige formules in de natuur gezeten), en maar héél weinigen dat "Wiskunde is toch vooral wat wiskundigen doen." (Zoals Latijn, geschiedenis en Chinees, mag de lezer denken - latijn, geschiedenis, chinees zijn toch vooral wat latinisten, historici, sinologen doen - die niet onder indruk is van de voorzitter van de KNAW.)

Ook de overweging dat

"het is onmogelijk om de mens buiten de wiskunde te laten"

is niet of nauwelijks relevant, want dat geldt de hele menselijke wetenschap en de totale menselijke ervaring - maar het gaat er weer niet om dat daar mensen voor nodig zijn, maar of de menselijke gedachten inderdaad een waarachtig beeld vormen van waar ze over gaan.

Maar ja - ik vermoed dat Robbert Dijkgaaf aanzienlijk meer lijkt op Ronald Plasterk dan op Martin Veltman (ik bedoel de Nobelprijswinnaar natuurkunde): Hij is kennelijk meer een politiek wetenschapper, of een zogeheten wetenschapper in de politiek, dan een echte zuivere wetenschapper, en inderdaad betaalt de politiek beter, en geeft meer macht, en biedt veel makkelijker toegang tot de media, zodat het mij ook niet verbaast dat Dijkgraaf's afsluitende woorden deze zijn:

De mens als schepper van alles gaat beslist een stap te ver. Maar de mens als verteller van de grote verhalen over dat alles, ook de verhalen van de wetenschap? Ja, daar voel ik wel wat voor. Uiteindelijk zit de wetenschap in onszelf.

Dat is nu precies centraal postmodern gedachtegoed, en het is, zoals de Engelsen zeggen, neither here nor there: Het principiële punt - en relevante verschil tussen wetenschap enerzijds en ideologie, religie, en verzinsel anderszijds - is niet dat de menselijke kennis en droom gelokaliseerd zijn tussen menselijke oren, maar dat een klein deel van de menselijke claims op waarachtige kennis de werkelijkheid weergeeft zoals deze bij benadering is, en daarom dan ook omgezet kan worden in technologische toepassingen die werken en blijven werken, al worden ze gebruikt door een postmoderne zwetser die niets weet van de wiskunde of natuurkunde, gevangen in de computer waarmee hij z'n gezwets de wereld in stuurt.

6. Louise Fresco: Dit is iemand die ik even interessant, leesbaar en zinnig pleeg te vinden als haar - vermoed ik - vader, die ik ooit aanhoorde bij een Multatuli-herdenking in 1987, en volgens wie Multatuli niets beters is dan "een epigoon", al vertelde hij er niet bij van wie.

Ik denk niet dat het alleen aan mij ligt, maar ook aan het Frescaans proza-talent, maar gelukkig laat zich makkelijk bepalen waarover Louise van mening is veranderd via de titel van haar stuk:

"De elektronische krant heeft zich in mijn leven genesteld."

Maar ja - dat is dan meteen alweer zo'n titel die ikzelf niet zou gebruiken, dus ik beperk me tot de registratie van de Frescaanse gedachte en ga verder met de volgende Denker.

7. Wanda Reisel: Als u ook niet weet wie deze Denker is - de NRC beloofde u en mij immers "denkers", dus de overweging is gerechtvaardigd, mede gezien mijn eigen onwetendheid in deze - dan licht de NRC u minimalistisch voor: "Schrijfster." (van een roman waar ik niets van weet).

Hoe het zij, Wanda heeft over de dood gepeinsd en is tot deze konklusie gekomen:

Nadat ik namelijk van mijn mening was veranderd over het begraven (alleen maar omdat ik niet beroemd genoeg ben voor de ware onsterfelijkheid), las ik een artikel over het vriesdrogen, een vinding uit Zweden (de Verlichting lijkt tussen twee haakjes altijd uit Zweden te komen: softporno met frisse blonde meiden, ABBA, Husqvarna, Ikea....)

De overledene wordt tot min 18 graden Celsius diepgevroren, daarna in een stikstofbad gedompeld en in stukjes getrild. Wat je overhoudt is een gymtas droge korrels, vergelijkbaar met Nescafé of Appelsientje.

Dit lijkt Wanda wel wat, en ik deel het u maar mee omdat het voor mij ook geheel nieuw is. Alleen is Wanda dan nog niet klaar met zichzelf, godin als zij is in eigen gedachten:

Mijn 25 à 30 kilo vriesdroogkorrels worden dan door Damien Hirst vrijelijk en ruimhartig gebruikt om een onsterfelijk portret of liggend naakt van mij te schilderen.

Ach ja - en waarom ook geen ouweltjes ervan gemaakt?

Maar goed, wellicht heeft u, net als ik, iets geleerd over de mogelijkheden na uw dood: Met een beetje pech eindigt u als naaktportret-in-korrel-structuur bij een bewonderaar aan de muur (of in het toilet).

8. Elsbeth Etty: De laatste Denker die de NRC u en mij serveert in het verband van veranderende gedachten is de Denk-Ster mevr.prof.dr. Elsbeth Etty, zoals u wellicht weet één van mijn schier onfeilbare en uiterst betrouwbare bakens in het Nederduister.

Ook Elsbeth is van gedachten veranderd, en kennelijk niet weinig ook, en wel in díe mate dat ik wel moet aannemen dat zij het climacterium is binnengetreden en dus zekere leeftijd heeft bereikt, ook getuige haar titel, die immers uitblinkt in gerijpte waarachtige wijsheid en zinnigheid: "Radeloze woede is een slecht recept voor mens én dier":

Ik ben van mening veranderd over radicalisme. Over wortel en tak, huid en haar, overgave en Groot Gelijk. Over een houding eigenlijk die ik van kinds af aan bij mijzelf vond passen, waaraan ik zelfs een gevoel van eigenwaarde ontleende, maar die ik nu verafschuw.
(...)
Zo vind ik de hysterische dierenliefde waarin je je als kind kunt verliezen tegenwoordig een gevaar, omdat het absolutisme ervan tot krankzinnigheid kan leiden (..)

en wel bijvoorbeeld van de volgende vorm, want nog maar kort geleden was het volgende een kerngedachte van deze Neerlandse Denkster:

"De kwetsbaarste wezens uit onze samenleving worden bij miljoenen gevangen, gemarteld, mishandeld, uitgebuit en afgemaakt. We kunnen en mogen niet langer werkeloos toekijken, nú is de tijd om een daad te stellen.
We staan voor een historisch breekpunt in de strijd voor de rechten van het dier."

Aldus meende de Denkster nog slechts 2 jaar geleden, toen zij in het krijt trad voor de PvD, na een verleden van marxistiese revolutionair-zijn, Waarheid-redacteur-zijn (**), en literatuurwetenschapster-zijn (***), en ik mag het graag citeren - uit een verkiezingspamflet van de Partij voor Dieren, ondersteund door Elsbeth - vooral omdat ik het zulke evidente grote en - hetzij hypocriete hetzij behoorlijk gestoorde - kul vind.

Maar de integere Elsbeth zag het ooit, en naar ik vermoed tot een jaar geleden, zó:

Als kind wist ik zeker dat mijn onvoorwaardelijke liefde voor dieren wederszijds was.

Als kind hield ik veel van biologie, en las daar veel over, zodat ik al heel vroeg wist dat veel dieren veel andere dieren tot voedsel zijn, en dat Moeder Natuur wreed of volmaakt onverschillig is.

Elsbeth legt meer over haar standpunt uit, en dat is voor mij nogal moeilijk te volgen, maar haar conclusie is begrijpelijk zij het niet erg inzichtelijk:

Dus ben ik tot de overtuiging gekomen dat ik terughoudend moet zijn in mijn neiging me druk te maken over zaken waaraan ik niets kan veranderen, hoe verontwaardigd of wanhopig ik me soms ook voel.

U begrijpt dat dit voor een mens van - als ik het wel heb - 54 bijzonder knap moet zijn om dit in te kunnen zien, maar het dient dan ook diverse hogere doelen:

Niet alleen ontloop ik daarmee het gevaar emotioneel misvormd te raken, ongeneeslijk te radicaliseren of een geborneerde, rancuneuze gelijkhebber te worden, ik houd bovendien tijd en ruimte over om gelukkig te zijn over alles waar ik me niet druk over hoef te maken.

Tjee, wat een goed idee!

Zou ik echter de enige zijn in Neerland die meent dat mevrouw Etty al héél lang een goed voorbeeld is van iemand die behoorlijk "emotioneel misvormd" lijkt, dekades aan het "ongeneeslijk radicaliseren" was, en daarbij als een "geborneerde rancuneuze gelijkhebber" verscheen?

Ik denk het niet, maar geef toe dat men nooit te oud is om te leren. Mevr. prof.dr. Etty ziet het nu zo, zegt ze:

Hoe dan ook: het inruilen van radicalisme voor een vorm van onverschilligheid of beter gezegd onthechting, bevalt me goed.

Er staat niet als volgende zin

"Ook eet ik weer varkenskarbonades met smaak en cranberries",

maar een mens kan niet in één sprong tot alle onthechte plezieren terugkeren na jaren van onthouding (al meenden sommige Boeddhisten anders).

Nee, nee: Mevrouw dr. Etty loopt richting zestig, is financieel voorgoed binnen tenzij de crisis echt doorzet, is op diverse heel welbetalende en invloedgevende plaatsen gearriveerd dankzij dekadenlang doelmatig (vertoon van) extreem radicalisme, en zegt nu tot inkeer gekomen te zijn:

Over discriminatie, dieren- en mensenrechten zal ik mij heus wel druk blijven maken. Maar die radeloze woede - daar schiet mens noch dier iets mee op. Voor je het weet ga je lijken op de 'reaguurders' van GeenStijl en consorten: heilige verontwaardiging dan wel ressentiment als levenshouding. De verbale terroristen op internet houden tot radicalisme geneigde mensen zoals ik een lachspiegel voor.

Tjee - zou ze het over mij hebben? Het zou mij behoorlijk verbazen als ze mijn stukjes niet kent (****), maar zelfs dat is niet onmogelijk, en ik voel me in ieder geval niet aangesproken, zelfs al zou ze die bedoeling hebben.

En mijn probleem met Elsbeth was nooit haar door haarzelf beweerde "radicalisme", waar ikzelf, die uit een werkelijk radicale familie stamt, nooit in geloofd heb, als wel haar eerlijkheid, en mijn indruk, wat zeg ik: mijn stellige overtuiging, gezien haar financiële en maatschappelijke vooruitgang, dat het grootste gedeelte van dat radicalisme gewoon pose was, hypocrisie, doen-alsof, rollenspel.

Nee, zoals ik eerder schreef over mijn generatie:

Dit waren vanaf het begin geen echte radikalen, en al helemaal geen echte denkers (van enig serieus te nemen formaat): Het waren, zoals mijn waarachtig communische, waarachtig radikale, werkelijk eerlijke vader dat anno 1969 over de Maagdenhuis generatie zei:

"Jongen, dit zijn geen revolutionairen, al zouden ze willen. Ze hebben de discipline, de moed en het verstand niet. Het zijn gewoon, zoals Marx en Lenin ons leerden, wildgeworden kleinburgers."

En roodgeverfde kleinburgeressen natuurlijk, met grote behoefte aan status en inkomen.

 Meer Lob der Partei 


Tot zover dit overzicht van waar maar liefst acht waarachtige Nederlandse Denkers hun mening over veranderden.

Het zou me niet verbazen als ik binnenkort wéér op dit thema terugkom, en in feite weet ik het wel zeker, althans in zekere zin, en natuurlijk altijd D.V. c.q. M.E., omdat ik namelijk eindelijk de volgens mij beste verhandeling over Mei 1968 terugvond, dat ik u van harte aan kan raden mocht u het in een universitaire bibliotheek weten te vinden (bij waarschijnlijk gebrek aan overige vindplaatsen), namelijk Stephen Spender's "The Year Of The Young Rebels", dat ook dateert uit 1968 of 1969, en de deugden heeft zowel perceptief en helder te zijn, als van de hand van een eertijdse voorman van links te zijn, die toen even oud was als ik nu ben, en die net als ik indertijd de (wouldbe) revolutionairen in hun bezette universiteiten opzocht.

Maar dit is voor later.

(*) Dit is ziek omdat je - mijns inziens - van buitenlandse leenwoorden af moet blijven, gewoon voor het gemak van de lezer die niet zo debiel of slecht opgeleid is dat ie alleen Nedurlans aankan, en vanwege de stupide Kleingeisterei die spreekt uit het willen verbeteren c.q. hetzien van wat vele eeuwen lang goed Latijn, Frans of Grieks was, en als zodanig verscheen, ook in het Nederlands, voor wie iets van die vreemde talen wist. (En als die Romeinen "seks" hadden willen hebben, dan hadden ze het wel met "ks" geschreven, want ze hadden beide letters. Maar ongetwijfeld meent de Taalunie ook dat Nederlands het best zonder heel wat letters kan, "om het spellen nóg makkelijker te maken": Er is geen reden voor een "x" (met ks), voor een "v" (met een "f"), voor een "z" (met een "s"), en ikzelf vind al 45 jaar dat de klinkers ook overbodig zijn, voor wie snel wil schrijven....: Fooruit dus, set m op, taalunisten!)

(**) Prof.dr. Elsbeth Etty is - voorzover ik weet, nog steeds - de echtgenote van Geniale Gijs Schreuders a.k.a. (op eigen verlangen) "De man die faalde".

(***) Gepromoveerd op de marxiste Henriëtte Roland Holst, dus u ziet hoe wijd en zijd geleerd ze wel niet is c.q. hoe waarachtig wetenschappelijk bekwaam.

(****) En wel omdat ik diverse personen ken van mijn generatie die haar goed kennen, en die heel goed weten dat ik mijn stukjes schrijf en waar ze bij gelegenheid over gaan. Maar ik geef toe dat het ongetwijfeld erg moeilijk is tegen mij te argumenteren.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail