Nederlog        

 

9 december 2008

                                                                 

Nog wat over de NRC


 

 

Misschien dat ik nog wat moet toevoegen over de NRC, in vervolg op gisteren en om mogelijke misverstanden te voorkomen en wellicht ook om mijn - in het eerste deel wat geïrriteerde - toon van gisteren te verklaren.

1. De NRC is optimaal cruciaal (*): Ik lees de NRC al bijna 40 jaar en ben er in binnen- en buitenland op geabonneerd geweest. De reden dat ik de NRC rond 1970 ging lezen was een combinatie van het Nederlands en het nieuws in de Volkskrant, die ik tot dan las: Ik vond het Nederlands van de NRC beter en ik vond de Volkskrant te quasi-revolutionair links.

Sindsdien ben ik de NRC blijven lezen, met een klein en kort uitstapje naar Trouw toen de NRC mij vergastte op teveel indringend Tokkie-nieuws, met veel foto's, maar dat beviel me slecht: Beroerder Nederlands, nóg meer slap geklets over Nederliteratuur, en ook nog iets onbestemds en tamelijk vaag maar wel aanwezig gristelijks, waar ik geheel niets mee heb als levenslange atheïst.

Tegenwoordig en sinds jaren koop ik de NRC los en wel om drie goede redenen, al is het duurder en al heb ik weinig geld als minimum-lijder sinds dekaden:

A. Ik ben zelf krantenjongen geweest rond mijn 14e.
B. Ik ben voor kranten in de losse verkoop.
C. Ik ben invalide.

Het eerste betekent zoveel als dat ik niet drie keer de trap afwil om te kijken of de krant er al is, en ook niet wil hoeven klagen bij gebrekkige bezorging bij een of andere slavendrijver van krantenjongens (die in mijn ervaring hun best plegen te doen - ik bedoel de krantenjongens, niet hun slavendrijvers - en weinig geld voor veel werk krijgen).

Het tweede is eenvoudig omdat ik het een goed iets vind dat je kranten in de losse verkoop hebt, en het trouwens ook in Engeland, althans toen ik daar verbleef, normaal was om geen abonnement op een krant te hebben maar iedere dag een los exemplaar te kopen. (Ik kocht de Times, mijn vriendin de Guardian.)

De derde is voor mij het belangrijkst, vreemd als dat mag klinken: Ik loop en sta niet erg goed en het kopen van een krant - 100 stappen heen, 100 stappen terug, in mijn geval - is vaak de enige wandeling die ik kan maken op een dag, en ik vind het goed mijzelf daartoe te dwingen c.q. een goede aanleiding te hebben om uit te vinden hoe het lopen gaat.

En vandaar dat ik ieder jaar richting de 600 euro uitgeef - voor mij meer dan een maand besteedbaar inkomen - aan de NRC tegenwoordig, en vind dat ik daar dan ook wel eens over mag klagen als ik daar aanleiding toe meen te hebben.

2. Mijn toon: Ik was gisteren niet erg vriendelijk over hoofdredacteur Birgit Donker, maar ik vond dat haar stuk ernaar was, en een hoogopgeleide hoofdredacteur van een krant voor hoger opgeleiden met fikse pretenties moet mij niet aankomen in de eerste regel van een overigens slap stuk met de medeling dat X c.q. de NRC "cruciaal is" zonder aan te geven waarvoor, gevolgd door handen vol alineaas van heel wollige en vage analyse, of wat daarvoor door moet gaan.

Overigens varieert mijn behandeling van de NRC c.q. de stukken en schrijvers daarin die ik bij gelegenheid bespreek of citeer nogal, al geef ik toe dat ik heel weinig goeds kan melden over Afshin Ellian en Elsbeth Etty, maar die hebben het daar ook naar gemaakt.

Afgezien daarvan vind ik het ook niet mijn plicht om omzichtig te zijn met de ego's van journalisten of publicisten, en zie ik geen enkele reden waarom ik niet geirriteerd of boos zou klinken als ik dat ook ben.

3. Dagbladcentrisch: Iets anders wat mij in Donkers' stuk nogal tegenstond was het idee - de pretentie, de illusie, de wens ... you name it - dat ik of enig ander NRC-lezer met een minstens behoorlijk verstand een journalist nodig zou hebben om de chaos van het nieuws in kaart te brengen en te duiden, alsof ik niet zelf na kan denken, en alsof ik niet meen dat een mens géén journalist moet worden als hij of zij toevallig werkelijk goed kan nadenken, al gebeurt ook dat bij gelegenheid. (Ik denk hier trouwens aan Hazlitt, in wiens schaduw geen enkele schrijver in de NRC kan staan, en niet aan Nederlandse journalisten, al is Jan Blokker Sr. een zinnige man. Maar ook hij is - al meende hij ooit anders - geheel geen Multatuli, en al helemaal geen Hazlitt.)

Kortom, ik vind de NRC heel behoorlijk, al is de BBC vaak beter, maar die gaat zelden over Nederland - en het is echt overwegend een illusie dat de beste schrijvers of denkers journalist zouden zijn (of zelfs maar zouden kúnnnen zijn) terwijl het juist een grote vooruitgang dat het via het internet tegenwoordig veel makkelijker is helder denkende en goed schrijvende intellecten te vinden dan vóórdat er internet was. (**)

En ik vind het ook goed, ondanks wat Birgit Donker vindt over de wenselijkheid van betaling voor "kwaliteitsinformatie" (ook al het soort term waar de sprekers voor de Gemeente Amsterdam in gloriëren: "kwaliteits-X"), dat er nogal wat goede gratis sites van, voor en door academici zijn, eenvoudig omdat ikzelf het internet toch vooral en in de eerste plaats zie als een communicatie-middel voor privé-personen, en in het geheel niet als een verlengstuk van een krant of uitgeverij - al begrijp ik dat het bestaan van het internet het bestaan van kranten en uitgevers op papier een stuk moeilijker maakt.

4. Filosofie: Iets anders, in verwant verband, is dat ik een filosoof ben, en geen journalist; dat ik mijn eigen stukken beter pleeg te vinden dan die in de NRC (***) (waarvoor het ongetwijfeld ook niet goed mogelijk is al het soort stukken dat ik bij sommige gelegenheden schreef te publiceren zonder veel lezers te verliezen); en dat ik het dan uiteindelijk nogal dom vind te lezen dat de hoofdredacteur van een dagblad voor hoger opgeleiden besluit met haar ultieme reden voor haar wens dat haar krant blijft bestaan:

Omdat we vinden dat onze lezers niet zonder kunnen.

Dat is namelijk eenvoudig niet zo - serieuze psychiatrische ziektegevallen daargelaten - en het is zwaar betuttelend.

En afgezien van filosofie, waar ik me sowieso stukken beter gekwalificeerd acht dan wie daarover in de NRC schrijft, zoals trouwens ook over diverse andere onderwerpen, is het eenvoudig een feit dat ik over alles waar ik serieus naar gezocht heb op het internet en minstens enige kennis over heb, sites gevonden heb - altijd gratis, gewoonlijk het werk van academici, al dan niet invalide of gepensioneerd, regelmatig samenhangend met een universiteit - die intellectueel en vaak ook stylistisch beter zijn dan wat de NRC pleegt te bieden over deze onderwerpen.

Dit is - bijvoorbeeld - zo over: Engelse literatuur, geschiedenis, filosofie, logica, wiskunde, ME, gezondheid, Nederlandse literatuur (de dbnl.nl is echt beter dan de wekelijkse boekenbijlage van de NRC), psychologie en tal van meer specifieke onderwerpen, zowel in wat ik al noemde als anderszins.

En ik vind het ook goed dat dit gratis is; goed dat het uiteindelijk teruggaat op privé-initiatief of samenhangt met universiteiten (zoals de Stanford Encyclopedia of Philosophy); en onzin dat Birgit Donkers herhaaldelijk suggereerde dat de lezers van de NRC dit soort sites niet zouden kunnen lezen zonder aan de hand te gaan of te komen van een bij de NRC werkend zogeheten "kwaliteitsjournalist".

Dit was ook weer een redeneerfout en het is misschien verstandig ook in dit verband wat op te merken.

5. De positie van de krant: Als ik "krant" schrijf bedoel ik (meestal)  "papieren krant" en niet een periodiek dat alleen of voornamelijk op het internet verschijnt. Ook heb ik het eerder over De toekomst van de krant gehad, namelijk in 2006.

Welaan dan:

Het lijkt een stuk waarschijnlijker dan niet dat kranten op termijn verdwijnen, eenvoudig omdat papier de mogelijkheden van internet mist. Het probleem is dat de kranten zoals deze nu bestaan, willen ze blijven bestaan, hun weg naar het internet moeten zien te vinden, en daarbij financieel drijvende moeten weten te blijven.

Hoe dat opgelost gaat worden, als dat gebeurt, weet ik niet, maar zoals ik eerder aangaf, ook al in 2006, vind ikzelf het belangrijk dat iets als krantenredacties van gekwalificeerde journalisten blijven bestaan op het internet, vooral omdat dit me als de beste manier voorkomt om te doen waar een krant voor dient: Het dagelijks verzamelen en presenteren van het nieuws over allerlei onderwerpen, met commentaren daarop en achtergronden daarbij.

Dit is niet alleen prettig voor de lezers, maar belangrijk voor het voortbestaan van een democratische rechtsstaat, eenvoudig omdat de burgers daarin veel belang hebben bij het bestaan van betrouwbare media die niet handen zijn van de staat en ook niet bestaan om reclame te maken voor een onderneming, politieke partij of religie, en die wel in staat en gewillig zijn om veel soorten nieuws enigermate objectief weer te geven, eventueel afgezien van hun commentaren (die partijdig mogen wezen).

En het is een interessant feit dat het mijzelf mogelijk lijkt aanmerkelijk interessanter krantenachtige electronische media te maken dan op papier mogelijk was (immers: men kan er beeld en geluid bij doen, en alles onderling linken, en academische dagbladen kunnen ook academici betrekken, voor - bijvoorbeeld gefilmde - voordrachten over allerlei onderwerpen).

Maar hoe dat uit kan pakken staat te bezien, en hangt er vooral vanaf of de bestaande kranten erin zullen slagen zichzelf overwegend te transponeren naar het internet én daar ook financieel overeind te blijven.

6. De NRC als Fundgrube: Het is echter waar dat ik de NRC vaak citeer en/of behandel in Nederlog. Eén reden daarvoor is dat het voor mij een belangrijke nieuwsbron is; een andere is dat ik de NRC beter vind dan de andere Nederlandse kranten; een derde is dat ik zelf graag citeer, niet om het mijzelf makkelijker te maken, maar om mijzelf te verduidelijken en positioneren, en ook anderen een stem te geven. (****)

Ik voel me daar geheel niet bezwaard over, en vind veeleer dat de NRC-redactie mij dankbaar moet zijn dat ik zoveel tijd aan hun proza besteed, en zo vaak naar hun site verwijs of althans de lezers op hun bestaan attendeer.

7. Nog een rol van Nederlog: Dit hangt ook samen met hoe ik Nederlog zie, zeg als regelmatige persoonlijke commentaren op allerlei gebeurtenissen, standpunten en ideeën van een logische filosoof, en tegelijk ook als soort persoonlijke geschiedschrijving.

Dit laatste is meer accidenteel dan niet, en ik heb zeker niet de pretentie dat ik "de geschiedenis" boekstaaf in Nederlog, maar aan de andere kant geef ik nu toch al sinds 2004 regelmatig "commentaar op het nieuws" en op wat gebeurt in Nederland of in Amsterdam, en althans in die zin is het bij elkaar ondertussen een tamelijk uitgebreid persoonlijk hypertext-document geworden in veel afleveringen, want het totaal is ondertussen op mijn harde schijf rond de 35 MB, en zou indien gedrukt een respectabel aantal boekdelen omvatten. (*****)

8. De rol van het internet: Tenslotte nog een opmerking over het internet, waartoe ik nu ruim 12 jaar toegang en ook ruim 12 jaar (minstens) een site op heb.

Ik begrijp dat het voor uitgevers van papieren kranten en boeken een moeilijk medium is, en het is wellicht nodig, bijvoorbeeld om het bestaan van dagbladachtige periodieken op het internet mogelijk te maken, dat dergelijke periodieken betaald gaan worden, eenvoudig omdat het anders financieel niet gaat.

Maar ikzelf beschouw het toch vooral als een persoonlijk communicatie-middel en een historisch nieuwe manier voor individuen om hun eigen ideeën en standpunten publiek te maken, zonder daarvoor afhankelijk te zijn van een uitgever en ook zonder daarvoor een grote investering te hoeven doen, en ook zonder iets tot een commercieel succes te hoeven maken.

Het is dus wat mij betreft overwegend goed dat het internet overwegend gratis is, afgezien van de kosten voor de provider en de computer, ongeveer zoals mensen ook geen geld vragen voor het genot om met ze te mogen praten.

Het is overigens een feit dat dit overwegend gratis zijn van internet ook voor andere dingen dan commerciële kranten en muziek- en boeken-uitgeverijen een probleem is, zoals voor software-ontwikkelaars, die het al jaren moeilijk hebben in het opbouwen van een eigen financieel bestaan op basis van hun programmeer-kennis, eenvoudig omdat ook in die wereld heel veel gratis is, en veel dat gratis is bovendien heel bruikbaar tot heel goed is.

Wat de oplossing is weet ik weer niet - maar mij wil het voorkomen dat juist krantenredacties hier een taak hebben om nieuwe vormen van internet-gebruik uit te vinden, wellicht een combinatie van gratis en betaald, en met internet-kranten met veel meer dan papieren kranten konden aanbieden.

Wat me geheel geen oplossing lijkt zijn arbitraire verbale stipulaties en redactionele wensdenkerij als

(..) nieuws is gratis, maar betekenisvolle informatie (duiding en context) niet - althans zou het niet moeten zijn want kwaliteitsinformatie kost geld en is dat waard.

Wat Birgit zou hebben moeten zeggen is iets als:

Wij van de NRC nemen ons voor te proberen het internet te gebruiken om de krant een nieuwe vorm, rol en inhoud te geven, aanzienlijk beter en veel uitgebreider dan vroeger, en zodanig goed en interessant dat velen gewillig zullen zijn daarvoor te betalen, zodat er van staat, kerk en politieke partijen onafhankelijke media blijven bestaan, waar overwegend academisch getrainde vaklieden, wellicht nog steeds journalisten geheten, nieuws van allerlei soorten verzamelen, en verwoorden of verbeelden, en van commentaar en achtergronden voorzien.

(*) Zie verderop in het stuk: Ik houd geheel niet van beweringen dat dit of dat "optimaal" of "cruciaal" is, zonder dat gereleveerd wordt waarvoor, want dit is een bedrieglijke kromtaal en redeneerfout waar vooral politici in uitblinken, die in dagbladen voor hoger opgeleiden eenvoudig afwezig behoren te zijn, behalve als citaat van domoren of bedriegers.

(**) Dit is één van de grote voordelen voor wie tegenwoordig jong is en weet intelligent te zijn: Het kostte mij ca. 1965 grote moeite - op eigen kracht als ik dat ook deed - zelfs maar behoorlijke boeken te vinden of lenen over de dingen die me interesseerden, en dat was later niet veel makkelijker, aangewezen als je dan blijkt te zijn op de universiteitsbibliotheek of tweedehands boekwinkels.

(***) Ik ben hier bijvoorbeeld heel serieus in: Niet alleen vind ik mijzelf aanmerkelijk zinniger dan degenen die in de NRC plegen te schrijven over filosofie, ik vind ook dat ik aangetoond heb zo ongeveer de enige student filosofie te zijn geweest de afgelopen 40 jaar in Nederland die filosofie werkelijk serieus nam en enige morele moed gecombineerd met een goed intellect had. Het is niet voor niets dat ik de enige persoon ben die sinds 1945 van een Nederlandse universiteit verwijderd is vanwege "uw uitgesproken ideeën" - en dat was niet omdat ze onzinnig waren maar omdat ze pijnlijk waar waren, en zijn.

(****) Ik ben ook héél wel in staat dingen "in eigen woorden samen te vatten", en meen vaak dat het resultaat dan beter geformuleerd is dan het origineel - alleen ik meen (i) dat dit niet helemaal eerlijk is (ii) dat wie iets opmerkelijk goed of opmerkelijk slecht formuleert verdient geciteerd te worden en (iii) dat mijn stijl van argumenteren en commentaar leveren voor een deel berust op het geven en bespreken van citaten.

(*****) De zeven delen Ideën van Multatuli zijn bijvoorbeeld ruim 20 MB tekst van Multatuli's hand, en beslaan in drukvorm zeven stevige boekwerkjes van ruim 300 paginaas elk.

Maarten Maartensz

        home - index - top - mail