Nederlog        

 

18 september 2008

                                                                 

Wat meer over Keynes

krediet-crisis

 
"If you put two economists in a room, you get two opinions, unless one of them is Lord Keynes, in which case you get three opinions."
    (Winston Churchill)

Gisteren had ik het over Keynes, eergisteren over de rijksbegroting. Dat waren allebei stukjes die véél gelezen en neergeladen zijn, en vandaag heb ik wat losse opmerkingen rondom Keynes, omdat ik ondertussen op het internet gekeken heb naar wat daar over hem te vinden is, en bevonden heb dat veel van wat ik me meende te herinneren maar gisteren niet opschreef inderdaad klopt.

Ik vermoed dat dit stukje méér geschikt is voor intelligente eenlingen die hun hersens willen gebruiken dan de stukjes van gisteren en eergisteren, maar ik schrijf dan ook veel meer voor intelligente eenlingen dan voor de massa.

Mijn bronnen komen vandaag vooral van het internet, inclusief links, en meer indirect van wat ik de afgelopen 36 jaar van en rondom Keynes las, en waaieren hier en daar uit in de richting van enkele interesses die ik met Keynes deel.

Over Keynes

Er staat een goed artikel over Keynes op de Wikipedia, waar ik bijvoorbeeld het Churchill-citaat waarmee ik opende aan dank, dat ik nog niet kende, en ook de volgende twee citaten die ik wel kende:

Bertrand Russell named Keynes the most intelligent person he had ever known, commenting, "Every time I argued with Keynes, I felt that I took my life in my hands, and I seldom emerged without feeling something of a fool."

Keynes also famously commented to his wife that he had "met God on the 5:15 train" when he received Russell's protégé Ludwig Wittgenstein on behalf of Cambridge.

Merk op dat Russell zelf buitengewoon intelligent en zeer taalbegaafd was, en dat Russell, Keynes en Wittgenstein elkaar gekend hebben (zoals Wittgenstein trouwens Hitler gekend heeft, als jonge man, waarover het Wittgenstein artikel op de Wikipedia enige informatie geeft: de dialectiek der geschiedenis sloeg weer eens toe).

Hoe het zij, Keynes was niet erg gecharmeerd van Wittgenstein II en ik ook niet, zomin als C.D. Broad, en ik vermoed tegenwoordig ook dat zowel Keynes als Broad, die Wittgenstein ook al kende, eenzelfde soort opvatting over Wittgenstein II had als ik ontwikkelde als 19-jarige:

Voor iemand die evident zó intelligent is, klinkt het allemaal behoorlijk gestoord.

Ik formuleerde hier zojuist mijn eigen mening over Wittgenstein II, sinds mijn 19e, maar toen had ik ook véél moeite gedaan om te begrijpen waar hij het over had in de zogeheten "Blue and Brown Books" (naar hun kaften) en in de "Philosophische Untersuchungen" (Philosophical  Investigations) - maar daarna vond ik Ernest Gellner over Wittgenstein II, die er weinig anders over dacht, en ik zou ook wel eens een wérkelijk intelligente psychiater met veel kennis van schizofrenie (Silvano Arieti comes to mind: Een heel verstandige Amerikaanse psychiater) over Wittgenstein II willen lezen. (*)

Maar terug naar Keynes. Hier is een ander fraai citaat van hem dat me zeer bevalt, over de leer van Karl Marx, die hij in ieder geval redelijk goed kende en begreep:

"How can I accept the [Communist] doctrine, which sets up as its bible, above and beyond criticism, an obsolete textbook which I know not only to be scientifically erroneous but without interest or application to the modern world? How can I adopt a creed which, preferring the mud to the fish, exalts the boorish proletariat above the bourgeoisie and the intelligentsia, who with all their faults, are the quality of life and surely carry the seeds of all human achievement? Even if we need a religion, how can we find it in the turbid rubbish of the red bookshop? It is hard for an educated, decent, intelligent son of Western Europe to find his ideals here, unless he has first suffered some strange and horrid process of conversion which has changed all his values." (**)

Hier is trouwens in dit verband mijn eigen kritiek op de fundamentele economische leerstelling van Marx, de arbeids- en meerwaarde-theorieën, geciteerd naar het lemma Marx in mijn Philosophical Dictionary:

Labor and surplus theory of value: The notion that the value of a commodity is proportional (equal) to the quantity of human labor necessary to produce it coupled to the notion that the worker receives from the capitalist only a part of the value of the commodities the laborer makes.

The labor theory of value was originated by Adam Smith, or perhaps even by Aristotle in the Ethics, and developed by David Ricardo. It is difficult to combine with market conditions, where the prices of commodities depend on demand much rather than on the cost of producing them, but something can be said in its favor in mathematical economics. (See: Sraffa: 'Producing commodities by means of commodities')

Marx' surplus value theory simply is an explanation for profit that amounts to the claim: 'Profits is what gets stolen from the workers by the capitalists'. It is quite unrealistic, though good propaganda, and what is reasonable in it could be expressed as the moral proposition: 'Profits made by firms ought to be fairly divided between those who work in or for the firms'.

Het gaat me vooral om de laatste alinea, omdat dit een inzicht is waar ik zelf toe kwam op mijn 19e of eerder, wat ik niet primair vermeld om mijn eigen excellenties indirect aan te prijzen, als wel om de domheid van de leden van mijn academische bekwaamde generatie te belichten: Die kwamen niet en nooit tot dat inzicht, terwijl - bleek mij láng nadien - het eigenlijk in de kern al te vinden is in de kritiek van Kautsky en Bernstein, ooit academisch en economisch bekwaamde volgelingen van Marx, uit het einde van de 19e eeuw.

Maar enige aanprijzing van mijn eigen afwijken zit er wèl bij in de vorige alinea, en dat hangt samen met een afwijking die ik deel met Keynes, namelijk hoogbegaafdheid, die hem en mij enigszins anders deden en doen oordelen over de doorsnee die we ontmoetten in ons leven, al dan niet academisch bekwaamd (!), dat fraai uitgedrukt wordt door het volgende satirische versje op hem:

In Washington Lord Halifax
Once whispered to Lord Keynes,
'It’s true they have all the money-bags
But we have all the brains.'

Deze betrekkelijke overmaat aan verstand bewoog Keynes al vroeg tot een standpunt dat hij - én Bertrand Russell, én H.G. Wells, én Bernard Shaw, én Dean Inge, just to name a few, evidently bright,  men - deelden en nooit opgaven en dat in het Wiki-artikel als volgt weergegeven wordt

Keynes served on the board of directors of the British Eugenics Society in 1945, even as documented proof of the Nazi concentration camps were becoming more widely known in Great Britain during the final year of World War II as British and American troops liberated several concentration camps in Germany. Even so, in 1946 before his death, Keynes still declared eugenics "the most important, significant and, I would add, genuine branch of sociology which exists."

Mocht u hier méér van willen weten dan verwijs ik u naar mijn Een fundamenteel probleem in de ethiek en de moraal van 14 september, met meer referenties. (Dit wordt véél gelezen en neergeladen.)

En nee: Géén van de genoemden was uit, zomin als ik, op een "Master Race", en allen deelden ongetwijfeld mij eigen bezorgdheid over de gemiddelde domheid van de medemens, al dan niet academisch opgeleid - al wil ik best geloven dat dit, om daar werkelijk met je eigen neus ingewreven te worden, minstens enige eigen hoogbegaafdheid vergt.

Mocht u méér van Keynes en zijn theorieën willen weten:

Ik noemde het artikel over Keynes op de Wikipedia, en er is ook een goed artikel gewijd aan The General Theory of Employment, Interest and Money, en er is ook een wat minder goed artikel over Keynesian Economics elders te vinden op het internet.

Algemene opmerking over de wetenschap der economie en over Keynes' economische theorieën:

Als u geen econoom bent is het moeilijk te volgen (trouwens ook als u de wiskunde begrijpt) - maar ik ben ervan overtuigd dat hetzelfde geldt als u wèl een econoom bent, behalve dat de kans dan groter is dat u meent "de economie" wèl te begrijpen, omdat u daar immers tentamens en een graad mee gehaald hebt.

Economie is nog steeds een wetenschap met een heel moeilijk empirisch te bestuderen klasse van feiten en gedragingen, en zelfs als er in beginsel redelijke algemene economische theorieën zijn (als van bijvooorbeeld - door de tijd heen, in volgorde - Mandeville, Adam Smith, Marshall, Keynes, Sraffa, of Morishima (***)), zelfs met een behoorlijke wiskundige basis en gebaseerd op redelijk veel kennis van de empirische feiten, dan nog staan deze theorieën gewoonlijk te ver af van waar ze over gaan om er direct testbare niet-triviale voorspellingen uit af te leiden.

Aan de andere kant: Een aantal beginselen en vaststellingen gelden wel, niet alleen mijns inziens, en één daarvan is dat gedereguleerde markten in een kapitalistische open samenleving vrágen om maatschappelijke ellende op termijn is, en alleen in het belang is van onverantwoordelijke monetaire en beurs- speculanten.

Hier is een citaat uit het genoemde artikel over The General Theory of Employment, Interest and Money

Keynes does not set out a detailed policy program in The General Theory, but he went on in practice to place great emphasis on the reduction of long-term interest rates and the reform of the international monetary system as structural measures needed to encourage both investment and consumption by the private sector.

Ikzelf denk dat dit in beginsel juist is, al meen ik ook dat Keynes' "General Theory" waarschijnlijk zowel minder "general" als minder goed is dan Keynes dacht, in 1936, en al zal er overwegend terechte economische kritiek op geleverd kunnen worden (van allerlei kleuren en belangen).

De reden waarom dit in beginsel juist is volgens mij is vooral omdat tegenwoordig - en minstens sinds de crisis van de dertiger jaren - feitelijk de héle samenleving opdraait voor een crisis van de beurzen, de kapitaalmarkten of de banken, en dat dus de hele samenleving er belang bij heeft actief te voorkomen dat dit gebeurt of erger uitpakt dan nodig is (bij een gehandhaafde markteconomie).

Hoe het zij, hier is de samenvatting uit het zojuist genoemde artikel, stand 12 augustus 2008 (Wikipedia-artikel), van hoe Keynes' "General Theory" tegenwoordig gezien wordt

The majority new consensus view, found in most current text-books and taught in all universities, is New Keynesian economics, which accepts the neoclassical concept of long-run equilibrium but allows a role for aggregate demand in the short run. New Keynesian economists pride themselves on providing microeconomic foundations for the sticky prices and wages assumed by Old Keynesian economics. They do not regard The General Theory itself as a helpful place to start.

The minority view is represented by Post Keynesian economists, all of whom accept Keynes’s fundamental critique of the neoclassical concept of long-run equilibrium, and some of whom think The General Theory has yet to be properly understood and repays further study.

Hier is nog een fraai typisch Keynesiaans citaat uit de "General Theory" dat ik aan het genoemd artikel dank, dat behoorlijk ironisch uitlegt wat hij bedoelde met staatsingrijpen - en u moet dit lezen tegen de achtergrond van de grote werkeloosheid en armoede van de dertiger jaren, die wellicht snel zullen weerkeren, als de centrale banken en grote regeringen er niet in slagen de beurzen uit het slop te halen:

"If the Treasury were to fill old bottles with banknotes, bury them at suitable depths in disused coalmines which are then filled up to the surface with town rubbish, and leave it to private enterprise on well-tried principles of laissez-faire to dig the notes up again (the right to do so being obtained, of course, by tendering for leases of the note-bearing territory), there need be no more unemployment and, with the help of the repercussions, the real income of the community, and its capital wealth also, would probably become a good deal greater than it actually is. It would, indeed, be more sensible to build houses and the like; but if there are political and practical difficulties in the way of this, the above would be better than nothing." (p. 129)

Afsluitend  enkele incidentele puntjes in samenhang met Keynes, voor de liefhebbers c.q. omdat het mij interesseert.

Waarschijnlijkheidstheorie is iets dat me veel interesseert, sinds lang, en ik las Keynes' "Treatise on Probability" dan ook heel wat dekaden geleden. Het Keynes-artikel op de Wikipedia zegt:

Keynes published his Treatise on Probability in 1921, a notable contribution to the philosophical and mathematical underpinnings of probability theory, championing the important view that probabilities were no more or less than truth values intermediate between simple truth and falsity.

Hier moet "or less" kennelijk "nor less" zijn, en dit is ook wat àl te optimistisch. Er zijn bekende zuivere wiskundigen na Keynes geweest die zó honend over deze Treatise waren dat ze zelfs ontkenden dat het wiskunde was (enigszins overdreven), en een beginner heeft er in ieder geval weinig aan, en is véél beter gediend met iets als "Choice and Chance" van Brian Skyrms (ISBN-0-8221-0134-3), dat tegenwoordig waarschijnlijk de beste inleiding tot het onderwerp is.

Verder blijkt, voor wie zich eraan wil wagen, Keynes "General Theory" op het internet aanwezig, en wel - "of all people" - bij www.marxists.org (****) ook mét - op die site - een marxistische kritiek (hieraan dank ik het boven geciteerde satirisch versje); dat hetzelfde geldt voor zijn "The Economic Consequences of Peace"; dat Keynes' één van de oprichters van de British Arts Council was; dat hij een bibliofiel was die er onder andere voor zorgde dat Isaac Newton's manuscripten behouden zijn gebleven; dat het inderdaad zijn broer Geoffrey was die de beste uitgave die ik ken van de essays van Hazlitt verzorgde, en die ook al een bibliofiel was en chirurg van beroep; en dat Keynes baron werd gemaakt in 1942, en voor de Liberals in het House of Lords zat.

En tenslotte kan ik vermelden, voor de geïnteresseerden in Modern English Literature of in "epicene youths", dat Keynes een tamelijk belangrijke rol speelde in de Bloomsbury-group (Engelse élite uit het begin van de vorige eeuw met veel interesses in literatuur, ballet en het volgende), en dat Keynes in het begin van z'n leven liefhebberde in de homofilie, en later trouwde met een russische ballerina en liefhebberde in ballet.

In dit verband kan ik u verder weinig meer vertellen, want ikzelf heb en had nooit liefhebberij in deze zaken, al toont het wel aan dat Lord Keynes op allerlei manieren 'a versatile mind' had. 

krediet-crisis


(*) Dit genot is me nog nooit beschoren geweest, al komt Gellner aardig in de richting - maar dat was een socioloog.

(**) U kunt dit toepassen op mijn héle generatie van verraders (schreef Komrij; collaborateurs, schreef ik), want ze hadden allemaal ruime kansen hun eigen misvattingen over Marx te corrigeren, als ze maar moeite hadden willen doen, of intelligent genoeg waren de problemen in Marx' leer zelf te onderkennen. Maar ze zochten vrijwel allemaal véél meer een intellectueel voorganger - "Your own personal Jesus", zingt Johnny Cash - dan iemand op wie je rationele kritiek kon hebben, en waren ook veel meer geboren volgelingen dan zelfstandige individuen.

(***) Dit noemt schrijvers over economie van het begin van de 18e tot het eind van de 20ste eeuw, en wellicht interesseert het een enkeling dat Keynes uitging van marktverhoudingen en Sraffa (en zijn volgeling Morishima) van productieverhoudingen (waarmee ze meer aansluiten bij Marx, al volgt uit de leer van Sraffa ook dat Marx' labour- and surplus-value niet kunnen gelden).

(****) En wellicht elders, maar dit is de eerste die ik vond, en de site is interessant voor wie in het onderwerp of de literatuur eromheen geïnteresseerd is.

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail