Nederlog        

 

31 augustus 2008

                                                                 

Sanders over de jaren 80

 

 

Gisteren tracteerde ik u op een verhandelingetje over de menselijke slechtheid, met als aanleiding een artikel in de Wetenschapsbijlage van de NRC van gisteren, en vandaag zal ik het over De Jaren 80 hebben aan de hand van een artikel van Stephan Sanders in de bijlage Opinie & Debat van idem.

Allebei de artikelen in de NRC hebben het een en ander van doen met een recent - zeg: "rechtse", "populistische" - verschuiving in het publieke discussie-klimaat en meer in het bijzonder met de zogeheten Normen en Waarden waar dit klimaat op gebaseerd heten te zijn.

Mijn eigen voornaamste reden om gisteren de menselijke slechtheid te behandelen is de samenhang met wat mij in Amsterdam overkwam in het bijzonder met drugsterrorisme, bureaucratie en B&W, kortom het bestuur van de stad Amsterdam, en met een aantal eigen meer algemene opvattingen die ik mede daardoor ontwikkeld over bestuur, democratie, en niveaus van moraal en menselijkheid.

Deze opvattingen zijn nog steeds niet erg populair (of bekend) in Nederland, en u vindt een groot deel van mijn eigenlijke meningen over een en ander vooral in de links van het stuk van gisteren. En overigens wordt een groot deel van wat ik al tientallen jaren beweer over de Amsterdamse drugshandel en de Amsterdamse bestuurlijke corruptie onderschreven door het parlementaire Van Traa-rapport.

Bij voldoende leven en welzijn zal ik er ongetwijfeld op terugkomen, was het alleen omdat ik denk dat ik hier een beargumenteerbaar gelijk van behoorlijk belang heb over hoe het bestuur van een menselijke samenleving ingericht zou behoren te worden en over doorsnee menselijke vermogens en motieven, die ànders plegen te zijn daan de doorsnee meent en voorgeeft.

Vervolgens.

Mijn eigen voornaamste reden om vandaag De Jaren 80 te behandelen is de samenhang met wat mij in Amsterdam overkwam in het bijzonder aan de UvA, waarvan ik drie keer verwijderd ben vanwege "uw uitgesproken ideeën", maar waar ik toch onverbeterlijk briljant ben afgestudeerd, zij het als psycholoog en niet als filosoof, en waarover in Amsterdam en elders in Neerland gestudeerde "men" mij dekadenlang voorgehouden heeft dat ik mij geheel zou vergissen en het klimaat van de jaren 80 zou misrepresenteren.

Deze opvattingen van mij gaan vooral in bredere zin over onderwijs en ook daarover heb ik al dekadenlang ideeën die geheel niet populair waren, maar tegenwoordig voor een groot deel onderschreven door het parlementaire Dijsselbloem-rapport.

En bij voldoende leven en welzijn zal ik ook hier ongetwijfeld op terugkomen, om dezelfde reden als eerder.

Vandaag zal ik het een en ander citeren en bespreken uit het genoemde artikel van Stephan Sanders. Ik doe dat vooral - afgezien van het voorgaande - om twee redenen, namelijk (1) dat ik meen dat Sanders wat eerlijker is over het klimaat van de jaren 80 in Amsterdam dan vrijwel iedereen die ik daar tot nu over gehoord of gelezen heb, en (2) dat zijn meningen in de NRC verschenen, waarvan de adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, net als Sanders en ik, (ook) filosofie aan de UvA gestudeerd heeft, en Sjoerd de Jong mij in 1980 al héél stellig verzekerde dat al die linksigheid en al die revolutionaire poses ondertussen - anno 1980! - "allang voorbij" zouden zijn.

Om te beginnen: Wie is Stephan Sanders? Volgens het bijschrift bij zijn stuk in de NRC dat ik behandel "Presentator 'Met het oog op morgen' Columnist Vrij Nederland". Ik ken hem alleen in de eerste hoedanigheid en weet niet veel van hem, behalve dat hij een jaar of 10 jonger is dan ik, tegenwoordig lid is van de VVD, en zowel gekleurd als homofiel is.

Hij begon te studeren in het begin van de jaren tachtig en schrijft daarover als volgt - en merk op, voor goed begrip, dat hij feitelijk schrijft over Amsterdam, de Amsterdamse UvA en zichzelf als twintiger:

Het overheersende gevoel dat me bijstaat was dat van krenking. Je had je middelbare school afgemaakt, je was begonnen met een studie, maar het was zo overduidelijk dat de maatschappij niet op jou zat te wachten. Nederland was nog even opgeschud door de jaren-60-generatie, die in een onnavolgbare beweging van protest en succes zich genesteld had in de samenleving.

Juist - en dat feitelijk de leiders van de zogeheten protest-generatie overwegend baantjesjagers en poseurs waren zeg ik al dekaden, en staat al 12 jaar op mijn site. Tot nu toe werd dat tegengesproken of niet beantwoord, maar ikzelf, die veel problemen had vanwege mijn "uitgesproken ideeën" in Amsterdam vind het wel opvallend dat zowel De Bruin gister als Sanders vandaag meningen verkondigen die meer op de mijne lijken over de onderwerpen die zij behandelen dan mij sinds vele jaren overkomen is. Het kan toeval zijn, maar het valt me op, ook omdat diverse personen in de NRC-redactie, zoals Sjoerd de Jong en Elsbeth Etty, mij wel eens ontmoet hebben (en mij indertijd véél meer ongelijk gaven dan tegenwoordig, naar het schijnt).

Hoe het zij... zo verscheen het mij ook: Althans de leiders van de protestgeneraties die ik meegemaakt hebben waren véél meer uit op bestendigen van hun eigen belang en carrière dan op het realiseren van de idealen waarmee ze dat publiek deden.

Dat is alles heel menselijk (in lage zin), maar wie dat tot nu toe (allleen maar) zei in Nederland werd door deze leiders van de protestgeneraties van de zestiger en tachtiger jaren prompt weggezet als "fascist" of "terrorist", want zo waren hun manieren en normen.

En het was - in mijn ervaring - minder "krenking" dat het "overheersende gevoel" was als wel een soort theatrale voortdurende verontwaardiging, die ertoe diende het aksievoeren te rechtvaardigen en motiveren, en dat psychologisch vooral verwant is aan de geesteshouding waarmee pas bekeerden een radikaal geloof uitdragen: Wie het niet met ons eens is deugt niet en wil niet deugen - Wij hebben De Waarheid en De Verlossing.

Terug naar Sanders, die het bovenstaande zo vervolgt:

De klassieke linkse jongens en meisjes waren mijn docenten aan de universiteit. Zij zetten mij en zoveel andere politicologen op een behoorlijk eenzijdig dieet: het gedachtengoed van van (neo-)marxisme mochten wij tot ons nemen, dat van het feminisme en van andere, nieuwe sociale bewegingen. Je kon die hele politicologische studie doorlopen, zonder ooit in aanraking te komen met een begrip als rechtsstatelijkheid. Democratie, dat was protest aantekenen, 'fight the powers that be'.

Ja, zo verscheen het mij ook ongeveer, maar ik heb drie aantekeningen, die echt nodig zijn voor goed begrip.

A. Sanders' "docenten aan de universiteit" waren in feite gewoonlijk van mijn generatie of iets ouder (zeg maar: babyboomers), die hun positie als "wetenschappelijk docent" bij studies als polticologie, sociologie, psychologie, filosofie en letteren - kortom: de zogeheten geestes-wetenschappen - in de meeste gevallen te danken hadden aan hun eigen aksie-verleden uit de zestiger en zeventiger jaren.

Ze waren ook geheel niet in wetenschap geïnteresseerd, maar natuurlijk wel in baantjes, status en geld, en maakten carrière met de poses, de pretenties, soms het geloof, en altijd de terminologie en ideologische denkschema's van de zogeheten revolutionaire jaren zestig.

En vergeleken met mijn waarachtig klassiek linkse ouders waren ze helemaal niet "klassiek links", maar bijna altijd gewoon poseurs, salon-revolutionairen, politieke carrièremakers en aanstellers, die zélfs hun eigen uitgedragen gedachtengoed alleen kenden uit dunne boekjes of weekbladartikelen (bijvoorbeeld Sanders' Vrij Nederland).

B. Als opgemerkt gold het "behoorlijk eenzijdig dieet" van neo-marxisme, neo-feminisme, post-modernisme en homo-studies zo ongeveer àlle studies in het veld geesteswetenschappen, en niet alleen aan de UvA maar aan alle Nederlandse universiteiten, en trouwens ook daarbuiten, want ook dat hing weer samen met de jaren zestig, en de opkomst van het post-modernisme, en met algeheel verbaal relativisme van moraal, feitelijkheid, en menselijkheid.

Wie in die tijd dus een zogeheten "wetenschappelijke opleiding" in een geesteswetenschap aan een Nederlandse universiteit kreeg, kreeg feitelijk geen wetenschappelijke opleiding, maar een jarenlange kursus postmodern politiek correct taalgebruik gekoppeld aan het primaat van aksievoeren.

C. Het klopt wel ongeveer dat voor die hele generatie - dus: een flink deel van de intellectuele bloem der natie, die jarenlang alleen bekwaamd werd in links politiek aktivisme bij wijze van zogeheten wetenschappelijk universitair onderwijs - gold dat

"Democratie, dat was protest aantekenen, 'fight the powers that be'.",

maar er was méér aan de hand.

In feite waren begrippen als "democratie" overgenomen door de aksievoerders en voorzien van een Politiek Correcte nieuwe betekenis - zoals de hele ruïnering van het universitair onderwijs sinds de late zestiger jaren plaatsvond onder de term

"demokratisering van het onderwijs"

(zegge: studenten met meer macht dan hun docenten over wat het onderwijs bood, en over wat telde om af te mogen studeren).

Maar dit is vooral ter aanvulling en precisificatie, en ik kan begrijpen dat het indertijd aan Sanders verscheen zoals hij dat beschreef. Hij vervolgt het boven geciteerde als volgt:

Nog steeds kijk ik met verwondering terug naar die opleiding aan de Universiteit van Amsterdam. Wij behandelden in werkgroepen femsoc-teksten van Anja Meulenbelt (*), en haar prachtboekje over China Kleine voeten, grote voeten waarin de warme, ontspannen seksuele relaties in Mao's dictatuur werden bezongen. Dit college werd gegeven door Anneke van Baalen, een geïnspireerd docent, maar ook een radicaal feministe, die Meulenbelt maar een halve zachte vond, en die, sorry hoor, voor ons jongens maar één elegante oplossing zag: af via de zijdeur, weg van het podium. Er was een werkcollege 'nieuwe sociale bewegingen' waar je punten voor kon verdienen als je zelf kraakte. Dat hoefde niet per se, maar het gaf wel een voorsprong.

Juist - dát was het klimaat zoals ik dat kende aan de UvA, met de drie aantekeningen dat (i) bijna iedereen - minstens 95% - deed alsof ze dat allemaal héél normaal en wenselijk vonden (je kon immers afstuderen zonder iets te kunnen of weten, vrijwel alleen door aanwezigheid in zogeheten werkcolleges); dat (ii) de zeldzame enkeling die er publiek iets van zei, zoals ik, vrijwel onmiddelijk en met de grootste vanzelfsprekendheid voor "fascist" werd uitgemaakt; en dat (iii) alweer vrijwel niemand het eerste noch het laatste ook maar enigszins problematisch of immoreel vond - immers, alleen zeldzame afwijkenden, ongeconformeerden, devianten, dissidenten, niet Ons Soort Normale Demokratiese Studenten, die het immer zo moreel vreselijk goed bedoelden (zeiden ze voortdurend) waren ertegen.

Sanders vervolgt het zojuist geciteerde zo:

Ook Meindert Fennema gaf daar toen les, de hoogleraar politieke theorie die nu zo vaak zijn tegendraadse stukken publiceert, waarin hij de verdwazingen van links onder de loep neemt. Helaas deed hij dat toen niet, en maakte hij veeleer prominent deel uit van die gekte. Nog steeds kan ik mij er boos om maken, dat we in het vrije, democratische Nederland waren aangewezen op een Noord-Koreaans lesprogramma.

Wel... misschien is "Noord-Koreaans lesprogramma" een tikje overdreven, maar het had er veel van weg, en feitelijk correct is, zeker waar het de UvA betrof: Het lesprogramma bij de faculteiten der geestes-wetenschappen - polticologie, sociologie, psychologie, filosofie en letteren - was afgeleid van het partij-programma van de CPN en uit Asva-verhandelingen over Marx, en voor een groot deel politiek gedicteerd, gemasseerd, gemanipuleerd, door de prominenten van de Asva die tevens (would be) prominenten van de Amsterdamse CPN waren. (En zie mevrouw prof.dr. Elsbeth Etty, goede vriendin van Meindert Fennema, die op deze manier haar titel en carrière bestendigde, en daar in 1992 een boekje over opendeed om verder carrière te kunen maken.)

En Meindert Fennema was indertijd zo een CPN-lid - zie het eerste stuk van de reeks Die Partei hat tausend Augen, over mijn generatie van welbewuste studenten-aktivisten-apparatsjiks van de CPN, die welbewust carrière maakten in kapitalistiese instituties met pretentieuze kritiek die ze zelf nauwelijks serieus namen, trouwens in de beste Fidel- en Stalin-tradities.

Sanders verdiept zich verder in de motieven van hemzelf en zijn generatie, maar ik denk dat hij zich overwegend vergist, en zijn proza is hier ook wat moeizaam en onduidelijk, zodat ik me beperk me tot

En het idee dat wij met kraak- bezettings- inbraak- en andere acties die rechtsstaat wel degelijk konden verzwakken, was letterlijk onvoorstelbaar. Wij waren klein, zij groot, en daarmee was elke verzetsdaad gelegitimeerd.

Ik denk dat het voor de meerderheid van de aksievoerders - en waarschijnlijk ook voor Sanders indertijd - héél wel "voorstelbaar" was dat aksies dit effect hadden, en dat het feitelijk mede daarom te doen was, omdat "de maatschappij" immers geheel niet deugde.

Wat verderop schrijft Sanders meer persoonlijk en geloofwaardiger:

Ik herinner me zo'n logeerkraakpand waar ik een tijdje woonde. Daar ging opeens het kraakalarm, teken voor algehele mobilisatie, want een ander pand werd met ontruiming bedreigd. Je hoorde dan meteen van je stoel te springen en een helm op te zetten, maar ik was ook nog van de rooie flikker en een beetje punk, dus eerst moest ik mijn zwarte lipstick van Dior aanbrengen, en wat woeste vegen onder mijn ogen. Dat was natuurlijk niet de spirit, ik werd meteen uit het huis gezet op beschuldiging van burgerlijke behaagzucht.

Kortom: Sanders was in die tijd kennelijk vooral bezig met zijn zelfbeleving als uit de kast komende homo, terwijl de krakers waar hij bij inwoonde bezig waren met hun zelfbeleving als Links Revolutionair - maar overigens was het in beide gevallen vooral pose, theater, en rollen-spel.

Of zoals Sanders het bovenstaande zelf vervolgt:

Ik wil maar zeggen: het was niet een en al bommen, tanks en gevechten. Meestal won de lulligheid het van welke ideologie dan ook. En vergeet niet hoe ingeburgerd kraken was.

In dat verband schrijft hij wat verderop:

Natuurlijk was het duidelijk dat de idealistische overwegingen hier wel onnavolgbaar soepel overgingen in onversneden eigenbelang, want was was er nou leuker dan op de grachten wonen, en daar niets voor hoeven betalen?

Juist - en kennelijk had ik indertijd al wat meer oog dan Sanders voor dat

"onversneden eigenbelang"

dat de salon-revolutionaire aksie-voerders feitelijk placht te motiveren, naast revolutionaire romantiek en adolescente hormoonhuishoudingen.

Het volgende - een stukje verder in Sanders' eigen stuk - is minder realistisch en laat zien dat hij zich (nog steeds) enigszins laat bedriegen door pretenties:

Net zo min als bij de studie Politicologie, bestond er in de kraak een idee over democratie - laat staan over het democratisch deficit dat bij elke actie van eigenrichting werd opgebouwd. Daarvoor in de plaats kwam stilzwijgend het recht van de stoerste, het gelijk van de motorhelm.

Zoals ik eerder opmerkte was er in de tachtiger jaren wel degelijk een begrip bij de aksievoerders, inclusief de krakers, van wat "democratie" zou zijn, en dat was afgeleid van dat van de studentenbewegingen van de zestiger jaren: "Demokratie" is dat iedereen gelijk is, en met voortdurende  plenaire vergaderingen, waar de Leiders van de beweging uitleggen hoe de wereld in elkaar zit en Wij Samen "demokraties" verkiezen wat we nu weer gaan bezetten of wat het lesprogramma aan de universiteit moet zijn.

Het effect was tennaastebij zoals Sanders aangeeft, maar dat was in de zestiger jaren ook al zo:

Het was de macht van de grote muil en van de propaganda, niet van kennis, inzicht of begrip; en het was een macht die terugging op een radikale populisering van het begrip "democratie": Alsof alleen meeste stemmen gelden, hoe onwetend ook, en alsof allen gelijkwaardig zijn, hoe dom ook.

Sanders zelf vervolgt het bovenstaande aldus:

Die politieke onbenulligheid verdient het om nader onderzocht te worden, niet om minister Cramer (Milieu, PvdA) alsnog aan de schandpaal te nagelen, maar om te onderzoeken hoe zo'n anti-democratisch idee zo massaal om zich heen kon grijpen.

Wel - het was véél minder "politieke onbenulligheid" dan persoonlijke onbenulligheid van de meeste betrokkenen, morele onbenulligheid, en intellectuele onbenulligheid, alles gepaard met een angstwekkend gebrek aan relevante kennis samen met grote morele pretenties - en ook met geen enkele belangstelling om de eigen gebreken en onwetendheid te verbeteren, omdat men immers meende tóch al te weten hoe de wereld in elkaar zat, en omdat Aksievoeren nódig was om de wereld van de ondergang te behouden.

Ik vrees echter dat deze diagnose teveel delusies bij de betrokkenen ondergraaft om ooit populair te worden bij hun leven en prominentie.

En het is jammer dat Sanders, die zijn best doet, kennelijk nog niet zo ver gevorderd is als ik twintig jaar geleden in Hoeren van de Rede:

Het gruwelijke is namelijk niet zozeer al dat onbenul, maar vooral dat middels als dat onbenul minstens een hele generatie beroofd is van goed wetenschappelij onderwijs - en die generatie is nu aan de macht, zowel in het parlement als in de gemeenteraden als aan de universiteiten.

Sanders zelf besluit zo:

Nog steeds denk ik dat mijn politiek ongeschoolde en onwetende generatie géén fraai voorbeeld is geweest voor de nieuwkomers, die zich in Nederland moesten oriënteren. We hadden ze niets te leren, want we wisten het eigenlijk zelf niet. De magere moraal die overbleef was: 'Zie maar, doe maar, en doe het vooral zelf'. Het was ook een wereld zonder achternamen, een wereld die je van binnenuit moest kennen, omdat je aan een telefoonboek niets had. Ik zie een nieuwe generatie gebruikmaken van diezelfde schimmigheid, nu zonder zelfs maar te suggereren dat er van een ideologie sprake is.

Dit komt mij weer verward voor, al is Sanders' verwarring tamelijk begrijpelijk.

In de eerste plaats dan: De generatie van Sanders aan de UvA hield zichzelf voor politiek geschoold en voor wetend - al was dat allemaal illusie en geloof, en geheel geen stellige kennis gebaseerd op eigen inzet en werk. Ze meenden écht te weten hoe de wereld in elkaar zat, en hun postmoderne boodschap van verlossing kwam op het volgende neer:

  • "Iedereen weet dat waarheid niet bestaat"
  • "Iedereen weet dat alle moraal relatief is"
  • "Iedereen weet dat alle mensen gelijkwaardig zijn"

Dat werd gepredikt aan de UvA, want ik heb het daar zó vernomen, en zeer vele keren bovendien, gewoonlijk ook in de valse, propagandistische, politiek correcte vorm met een voorgeplakt "Iedereen weet dat" (waarmee je iedere conformist en iedere debiel van alles kunt wijsmaken).

En in de tweede plaats: Het was niet alleen een wereld zonder achternamen, het was een wereld van mensen met macht zonder verantwoordelijkheden; van mensen zonder enige verplichting van échte kennis; van pose als realiteit, van doen alsof als waarheid, en van zelfbedrog en aanstellerij alleen gerechtvaardigd door een pretentie van grote goede bedoelingen ("de bevrijding van De Vrouw, De Homo, De Zwarte; de strijd voor Het Milieu, tegen De Atoomwapens" etc. etc.)

In de derde plaats: Het nastreven van macht zonder verantwoordelijkheid, het pretenderen van morele overtuigingen om het eigenbelang te bestendigen, en het zichzelf of anderen voor de gek houden met nobel klinkende idealen en beweerde waarheden is van alle tijden en plaatsen en van alle religieuze en politieke bewegingen, en is alles heel menselijk hoewel heel weinig verheffend.

Sanders zelf vervolgt het bovenstaande met het nogal verbazende

De anonimiteit van het internet is afgekeken van de kraakscene, het gaat niet langer om opbouwen maar afzeiken en afbreken, en dat de grootste bek moge winnen.

Het laatste is weer van alle tijden en plaatsen waar aan politiek of religie wordt gedaan - maar de eerste mededeling is even verbluffend als de mededeling dat het internet in Amsterdam is uitgevonden. Dat is het immers niet, en het nastreven van macht of invloed zonder verantwoordelijkheid c.q. het beschermen van jezelf tegen vervolging, discriminatie of bedreiging, is ook al van alle tijden en heel menselijk en is ook niet uitgevonden door Amsterdammers van Sanders' generatie (trouwens ook "de generatie Nix" bedenk ik nu, van lepe ondernemers die nu PvdA-voorlieden zijn, als Lennaert de Booy, en die miljoenen verdienen met het verzorgen van valse regeringspropaganda en overige politieke oplichterij).

Tenslotte, zoals ik eerder zei:

Ik heb dit stukje vooral geschreven omdat Sanders een aantal dingen over de tachtiger jaren schrijft die ikzelf ook en sinds die jaren vind, maar vrijwel nooit van enig ander hoorde, tot nu toe.

En ik vind het inderdaad niet leuk om dekadenlang voor leugenaar uitgemaakt te worden (direct of bij implicatie) door de meerderheid van leden van mijn generatie die zélf met de meest schunnige leugens politieke carrières maakten, en die het eigenlijk altijd in de eerste plaats om macht, status en inkomen voor zichzelf en hun vrienden was te doen, en die daarvoor vreselijk, publiek en langdurig logen en poseerden over hun eigen morele pretenties en intellectuele kennis.

Maar dat laatste is wel heel menselijk en geheel niet typerend voor de tachtiger jaren te Amsterdam. Het gaat immers bijna altijd zo in de politiek en de religie en dat zijn belangrijke problemen ook voor wie daar eerlijk in geïnteresseerd is, dat ook voorkomt, zij het niet zo vaak op het niveau van de leiders en voorgangers.

(*) Nog steeds - afgezien van pensionering - prof.drs. te Leiden als ik het wel heb. Zeg niet dat "het persoonlijke niet politiek is" of dat juffrouw Meulenbelt, zeg maar de Nederlandse mevrouw Stalin van het femsoc-radicalisme,  niet uitstekend voor haar eigen belang heeft gezorgd met haar politieke en feministische kulpraat - waarvan ze héél goed wist en weet dat het overwegend dom fanatisme was en is, in dienst van haar eigen egoïsme, maar voortdurend uit naam van menselijke en maatschappelijke idealen!

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail