\

 

     Nederlog        


   18 juli 2008

                                                                 

De Aabb-mensen 0: Mijn menselijke rechten

 

 

Normen en Waarden

    Zeldzaam...
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
Doet dat ook een ander niet
(Want een ander lijdt pijn
  Gelijk het voor uzelf zou zijn)
    Gewoon... (in Amsterdam)
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
Doe dat een ander en geniet
(Want een ander zijn pijn
 Kan alllicht uw vermaak of voordeel zijn)

I - Inleiding

Aangezien vijf van de doelen van ME in Amsterdam en van de serie over de Aabb-mens de volgende zijn

  1. Het verdedigen van mijn persoonlijke integriteit en menselijke waardigheid;
  2. het innen van mijn vordering op de gemeente Amsterdam en/of de Staat der Nederlanden;
  3. het voor het Europese Hof te Straatsburg krijgen van de persoonlijke verantwoordelijken en persoonlijk aansprakelijken;
  4. het behoorlijk rationeel verklaren van wat mij in Amsterdam overkwam, waarvoor zie ME in Amsterdam;
  5. het te schande maken van de persoonlijke verantwoordelijken en persoonlijk aansprakelijken, in woord, beeld en geluid, zolang mijn vordering niet voldaan is

is het rationeel en redelijk mijn voornaamste specifieke rechtsgronden daarvoor op te voeren.

Dit is de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, die sinds lang een onderdeel vormen van de Nederlandse wet, en die de bijzondere deugden heeft voor mij dat

(a) het mij voorkomt als een goede verwoording van een menselijk, ethisch en juridisch ideaal, met 

(b) artikelen die evident tegen mij gebroken zijn, heel welbewust en opzettelijk ook, zoals ook volgt uit mijn Konklusies 2007 in ME in Amsterdam (dat als geheel, en als integraal onderdeel van mijn site, de logische, ethische en juridische basis is voor mijn klachten en vorderingen).

Het laatste wordt ook onderstreept door een deel van mijn klaagschrift uit 1992 bij B&W van Amsterdam dat mijn menselijke rechten betreft, en B&W van Amsterdam sinds 1992 bekend is, maar dat ze niet nodig vonden ooit te beantwoorden, zogenaamd omdat

(i) ik "geen recht" zou hebben "over het verleden te klagen" en

(ii) mijn proza te "grievend en/of beledigend" zou zijn, volgens zowel: burgemeester Patijn van Amsterdam; alle colleges van B&W van Amsterdam sinds 1990 tot heden, 18 juli 2008, ook ondanks opdracht van de Gemeentelijk Ombudsman daartoe; alle Colleges van Bestuur van de UvA van Amsterdam; de officieren van justitie van Amsterdam; en de voorgaande gemeentelijk Ombdusman mr. Nora Salomons.

Dat laatste deel reproduceer ik na de reproductie van de Universele Verklaring, die ik mijn lezers ook aanbeveel te overdenken vanuit hun eigen perspectief, dat van asielzoekers, en het licht dat het werpt op recent ingevoerde Nederlandse wetgeving in samenhang met het zogeheten terrorisme betreft:


II- UNIVERSELE VERKLARING
VAN
DE RECHTEN VAN DE MENS

Preambule

Overwegende, dat erkenning van de inherente waardigheid en van de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap grondslag is voor de vrijheid, gerechtigheid en vrede in de wereld;

Overwegende, dat terzijdestelling van en minachting voor de rechten van de mens geleid hebben tot barbaarse handelingen, die het geweten van de mensheid geweld hebben aangedaan en dat de komst van een wereld, waarin de mensen vrijheid van meningsuiting en geloof zullen genieten, en vrij zullen zijn van vrees en gebrek, is verkondigd als het hoogste ideaal van iedere mens;

Overwegende, dat het van het grootste belang is, dat de rechten van de mens beschermd worden door de suprematie van het recht, opdat de mens niet gedwongen worde om in laatste instantie zijn toevlucht te nemen tot opstand tegen tyrannie en onderdrukking;

Overwegende, dat het van het grootste belang is om de ontwikkeling van vriendschappelijke betrekkingen tussen de naties te bevorderen;

Overwegende, dat de volkeren van de Verenigde Naties in het Handvest hun vertrouwen in de fundamentele rechten van de mens, in de waardigheid en de waarde van de mens en in de gelijke rechten van mannen en vrouwen opnieuw hebben bevestigd, en besloten hebben om sociale vooruitgang en een hogere levensstandaard in groter vrijheid te bevorderen;

Overwegende, dat de Staten, welke Lid zijn van de Verenigde Naties, zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen;

Overwegende, dat het van het grootste belang is voor de volledige nakoming van deze verbintenis, dat een ieder begrip hebbe voor deze rechten en vrijheden;

Op grond daarvan proclameert de Algemene Vergadering deze Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als het gemeenschappelijk door alle volkeren en alle naties te bereiken ideaal, opdat ieder individu en elk orgaan van de gemeenschap, met deze verklaring voortdurend voor ogen, er naar zal streven door onderwijs en opvoeding de eerbied voor deze rechten en vrijheden te bevorderen, en door vooruitstrevende maatregelen, op nationaal en internationaal terrein, deze rechten algemeen en daadwerkelijk te doen erkennen en toepassen, zowel onder de volkeren van Staten die Lid van de Verenigde Naties zijn, zelf, als onder de volkeren van gebieden, die onder hun jurisdictie staan:

Artikel 1

Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten, en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen.

Artikel 2

Een ieder heeft aanspraak op alle rechten en vrijheden, in deze Verklaring opgesomd, zonder enig onderscheid van welke aard ook, zoals ras, kleur, geslacht, taal, godsdienst, politieke of andere overtuiging, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of andere status.

Verder zal geen onderscheid worden gemaakt naar de politieke, juridische of internationale status van het land of gebied, waartoe iemand behoort, onverschillig of het een onafhankelijk, trust-, of niet-zelfbesturend gebied betreft, dan wel of er een andere beperking van de soevereiniteit bestaat.

Artikel 3

Een ieder heeft het recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

Artikel 4

Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden. Slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.

Artikel 5

Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

Artikel 6

Een ieder heeft, waar hij zich ook bevindt, het recht als persoon erkend te worden voor de wet.

Artikel 7

Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

Artikel 8

Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde nationale rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

Artikel 9

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige arrestatie, detentie of verbanning.

Artikel 10

Een ieder heeft, in volle gelijkheid, recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak door een onafhankelijke en onpartijdige rechterlijke instantie bij het vaststellen van zijn rechten en verplichtingen en bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde strafvervolging.

Artikel 11

  1. Een ieder, die wegens een strafbaar feit wordt vervolgd, heeft er recht op voor onschuldig gehouden te worden, totdat zijn schuld krachtens de wet bewezen wordt in een openbare rechtszitting, waarbij hem alle waarborgen, nodig voor zijn verdediging, zijn toegekend.
  2. Niemand zal voor schuldig gehouden worden aan enig strafrechtelijk vergrijp op grond van enige handeling of enig verzuim, welke naar nationaal of internationaal recht geen strafrechtelijk vergrijp betekenden op het tijdstip, waarop de handeling of het verzuim begaan werd. Evenmin zal een zwaardere straf worden opgelegd dan die, welke ten tijde van het begaan van het strafbare feit van toepassing was.

Artikel 12

Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van zijn eer of goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

Artikel 13

  1. Een ieder heeft het recht zich vrijelijk te verplaatsen en te vertoeven binnen de grenzen van elke Staat.
  2. Een ieder heeft het recht welk land ook, met inbegrip van het zijne, te verlaten en naar zijn land terug te keren.

Artikel 14

  1. Een ieder heeft het recht om in andere landen asiel te zoeken en te genieten tegen vervolging.
  2. Op dit recht kan geen beroep worden gedaan ingeval van strafvervolgingen wegens misdrijven van niet-politieke aard of handelingen in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 15

  1. Een ieder heeft het recht op een nationaliteit.
  2. Aan niemand mag willekeurig zijn nationaliteit worden ontnomen, noch het recht worden ontzegd om van nationaliteit te veranderen.

Artikel 16

  1. Zonder enige beperking op grond van ras, nationaliteit of godsdienst, hebben mannen en vrouwen van huwbare leeftijd het recht om te huwen en een gezin te stichten. Zij hebben gelijke rechten wat het huwelijk betreft, tijdens het huwelijk en bij de ontbinding ervan.
  2. Een huwelijk kan slechts worden gesloten met de vrije en volledige toestemming van de aanstaande echtgenoten.
  3. Het gezin is de natuurlijke en fundamentele groepseenheid van de maatschappij en heeft recht op bescherming door de maatschappij en de Staat.

Artikel 17

  1. Een ieder heeft recht op eigendom, hetzij alleen, hetzij tezamen met anderen.
  2. Niemand mag willekeurig van zijn eigendom worden beroofd.

Artikel 18

Een ieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst;dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19

Een ieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Artikel 20

  1. Een ieder heeft recht op vrijheid van vreedzame vereniging en vergadering.
  2. Niemand mag worden gedwongen om tot een vereniging te behoren.

Artikel 21

  1. Een ieder heeft het recht om deel te nemen aan het bestuur van zijn land, rechtstreeks of door middel van vrij gekozen vertegenwoordigers.
  2. Een ieder heeft het recht om op voet van gelijkheid te worden toegelaten tot de overheidsdiensten van zijn land.
  3. De wil van het volk zal de grondslag zijn van het gezag van de Regering; deze wil zal tot uiting komen in periodieke en eerlijke verkiezingen, die gehouden zullen worden krachtens algemeen en gelijkwaardig kiesrecht en bij geheime stemmingen of volgens een procedure, die evenzeer de vrijheid van de stemmen verzekert.

Artikel 22

Een ieder heeft als lid van de gemeenschap recht op maatschappelijke zekerheid en heeft er aanspraak op, dat door middel van nationale inspanning en internationale samenwerking, en overeenkomstig de organisatie en de hulpbronnen van de betreffende Staat, de economische, sociale en culturele rechten, die onmisbaar zijn voor zijn waardigheid en voor de vrije ontplooiing van zijn persoonlijkheid, verwezenlijkt worden.

Artikel 23

  1. Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtmatige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.
  2. Een ieder, zonder enige achterstelling, heeft recht op gelijk loon voor gelijke arbeid.
  3. Een ieder, die arbeid verricht, heeft recht op een rechtvaardige en gunstige beloning, welke hem en zijn gezin een menswaardig bestaan verzekert, welke beloning zo nodig met andere middelen van sociale bescherming zal worden aangevuld.
  4. Een ieder heeft het recht om vakverenigingen op te richten en zich daarbij aan te sluiten ter bescherming van zijn belangen.

Artikel 24

Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van de arbeidstijd, en op periodieke vakanties met behoud van loon.

Artikel 25

  1. Een ieder heeft recht op een levensstandaard, die hoog genoeg is voor de gezondheid en het welzijn van zichzelf en zijn gezin, waaronder inbegrepen voeding, kleding, huisvesting en geneeskundige verzorging en de noodzakelijke sociale diensten, alsmede het recht op voorziening in geval van werkloosheid, ziekte, invaliditeit, overlijden van de echtgenoot, ouderdom of een ander gemis aan bestaansmiddelen, ontstaan ten gevolge van omstandigheden onafhankelijk van zijn wil.
  2. Moeder en kind hebben recht op bijzondere zorg en bijstand. Alle kinderen, al dan niet wettig, zullen dezelfde sociale bescherming genieten.

Artikel 26

  1. Een ieder heeft recht op onderwijs; het onderwijs zal kosteloos zijn, althans wat het lager en basisonderwijs betreft. Het lager onderwijs zal verplicht zijn. Ambachtsonderwijs en beroepsopleiding zullen algemeen beschikbaar worden gesteld. Hoger onderwijs zal openstaan voor een ieder, die daartoe de begaafdheid bezit.
  2. Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.
  3. Aan de ouders komt in de eerste plaats het recht toe om de soort van opvoeding en onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven.

Artikel 27

  1. Een ieder heeft het recht om vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten daarvan.
  2. Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiŽle belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.

Artikel 28

Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Artikel 29

  1. Een ieder heeft plichten jegens de gemeenschap, zonder welke de vrije en volledige ontplooiing van zijn persoonlijkheid niet mogelijk is.
  2. In de uitoefening van zijn rechten en vrijheden zal een ieder slechts onderworpen zijn aan die beperkingen, welke bij de wet zijn vastgesteld en wel uitsluitend ter verzekering van de onmisbare erkenning en eerbiediging van de rechten en vrijheden van anderen en om te voldoen aan de gerechtvaardigde eisen van de moraliteit, de openbare orde en het algemeen welzijn in een democratische gemeenschap.
  3. Deze rechten en vrijheden mogen in geen geval worden uitgeoefend in strijd met de doeleinden en beginselen van de Verenigde Naties.

Artikel 30

Geen bepaling in deze Verklaring zal zodanig mogen worden uitgelegd, dat welke Staat, groep of persoon dan ook, daaraan enig recht kan ontlenen om iets te ondernemen of handelingen van welke aard ook te verrichten, die vernietiging van een van de rechten en vrijheden, in deze Verklaring genoemd, ten doel hebben.
 


III- Mijn Mensenrechten - Klaagschrift 1992

Dit reproduceert Mensenrechten uit ME in Amsterdam, dat een onderdeel vormde van mijn Klaagschrift uit 1992, dat kennelijk voor B&W van Amsterdam te "grievend en/of beledigend" was om ooit behoorlijk, rechtmatig, moreel, menselijk, of alleen maar heldhaftig, vastberaden, barmhartig te beantwoorden:


Het is de eerste taak van het gemeentebestuur en haar ambtenarij de Nederlandse wet te handhaven. Het gemeentebestuur van Amsterdam, de gemeentepolitie van Amsterdam en de directie van de BWD willen dat niet, en blijken in de praktijk boven de wet te staan. Hier zijn ter informatie enige relevante wets-artikelen die deel uitmaken van de Nederlandse wet en die tegen mij en mijn buren jarenlang gebroken zijn:


Een lijst van mijn opzettelijk door de Nederlandse Staat geruineerde menselijke rechten

Internationale Verdragen

Verkondigde rechten (OOK geldig IN Nederland, ondanks drugsgedoog-beleid!)

Verdrag van Rome:

  • Art. 5: Een ieder heeft recht op persoonlijke vrijheid en veiligheid.

Universele verklaringen van de Rechten van de Mens:

  • Art. 3: Een ieder heeft recht op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon.

  • Art. 5: Niemand zal onderworpen worden aan folteringen, noch aan een wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing.

  • Art. 6: Allen zijn gelijk voor de wet en hebben zonder onderscheid aanspraak op gelijke bescherming door de wet. Allen hebben aanspraak op gelijke bescherming tegen iedere achterstelling in strijd met deze Verklaring en tegen iedere ophitsing tot een dergelijke achterstelling.

  • Art. 8: Een ieder heeft recht op daadwerkelijke rechtshulp van bevoegde rechterlijke instanties tegen handelingen, welke in strijd zijn met de grondrechten hem toegekend bij Grondwet of wet.

  • Art. 9: Niemand zal onderworpen worden aan willekeurige inmenging in zijn persoonlijke aangelegenheden, in zijn gezin, zijn tehuis of zijn briefwisseling, noch aan enige aantasting van eer en goede naam. Tegen een dergelijke inmenging of aantasting heeft een ieder recht op bescherming door de wet.

  • Art. 28: Een ieder heeft recht op het bestaan van een zodanige maatschappelijke en internationale orde, dat de rechten en vrijheden in deze Verklaring genoemd, daarin ten volle kunnen worden verwezenlijkt.

Nederlandse Grondwet:

  • Art 1: Allen die zich in Nederland bevinden worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie (...) op welke grond ook is niet toegestaan.

  • Art 11: Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperk ingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.

 

Voor wie zou verbazen dat ik deze artikelen aanhaal: ik ben een invalide bijstandstrekker, en heb niet de mogelijkheden om te verhuizen wanneer ik dat wil, hoe graag ik dat ook zou willen. Er is natuurlijk een sterke tendens om te geloven dat in ons moreel zo prachtige Nederland, waar alles zo voorbeeldig geregeld is, mensenrechten eenvoudig niet geschonden kunnen worden en ambtenaren en bestuurders zonder uitzondering voorbeeldig bekwaam en ongecorrumpeerd zijn. Deze tendens is begrijpelijk - maar chauvinistisch en in strijd met de feiten.

Daarbij, ik kan lezen en redeneren. Als deze en andere overeenkomstige wetsartikelen enige inhoud en betekenis hebben dan zijn ze hier ook van toepassing - in deze prachtige Nederlandse Democratische Rechtsstaat; in Amsterdam, bestuurd door een burgemeester met de grootst mogelijke humanitaire pretenties.

Mijn buren en ik zijn met moord bedreigd; mijn buren en ik zijn jarenlang blootgesteld aan wat naar ons beste weten een levensgevaarlijke schoorsteen was; er was geen enkele politie-bescherming te krijgen bij enige klacht; ik heb jarenlang niet behoorlijk kunnen slapen, en mij overmatig in moeten spannen om wat tegen de levensgevaarlijke schoorsteen te doen, met als resultaat nu bijna 2 jaar voortdurende pijn; ik blijk in de feitelijke Amsterdamse bestuurspraktijk geen enkel effectief recht te hebben op de rechten die WEL gehandhaafd worden voor gemeenteraadsleden en leden van het college van B&W, die in onze Democratische Rechtstaat allemaal gevrijwaard worden van inpandige drugshandelaars, jarenlang levensgevaar, en liegende, chicaniserende, de belangen van drugshandelaars dienende ambtenaren; en mijn leven de afgelopen jaren is mij een gruwel geweest omdat in Amsterdam syste≠matisch de wet verkracht wordt door Amsterdamse ambenaren die systematisch het dienen van de belangen van drugspooiers en kroegbazen prefereren boven het handhaven van de wet.

Wat voor krankzinnigheid beheerst het bestuur van de stad Amsterdam?

Wat voor recht op leven heb ik in een woning waar mijn leven gevaar loopt? Welke vrijheid heb ik als harddrugshandelaars en daarmee geassocieerde huisjesmelkers jarenlang blijken de uitvoering van de Nederlandse wet te kunnen ontlopen kennelijk omdat gemeenteambtenaren hen daartoe de gelegenheid geven? Waar is de onschendbaarheid van mijn persoon als de politie weigert op te treden tegen zeer geloofwaardige moorddreigingen van evidente en zelfverklaarde drugshandelaaars? Hoe menswaardig is het om jarenlang te moeten soebatten bij gemeenteambtenaren over moorddreigingen en over levensgevaar zonder dat enig ambtenaar daar iets aan wenst te doen, en er jarenlang, op basis van leugens van de 2 BWD-ambtenaren Mannaert en Van Dijk beweerd wordt dat mijn buren en ik liegen - zodat we verder overgelaten worden aan de luimen van harddrugshandelaars en de daarmee geassocieerde huisbaas? En wat is het recht op persoonlijke vrijheid en veiligheid waard in een huis met levensgevaarlijke gaten in de schoorsteen en met moordzuchtige harddrugshandelaars gelijkvloers? Wat is er over van een rechtsstaat als liegende malevolente en kennelijk omgekochte ambtenaren jaar in jaar uit door hun superieuren beschermd worden? Wat is er over van een rechtsstaat als drugshandel gedoogd wordt en de politie weigert op te treden inzake klachten van burgers over moordbedreigingen van drugshandelaars? Wat is er over van een rechtsstaat als ambtenaren ad libitum verklaren zelf geen verantwoordelijkheid en geen aansprakelijkheid te bezitten, en de facto jaar in jaar uit boven de wet blijken te staan? (Zie bijlages 2 t/m 8 en deel III voor de opstelling van Amsterdamse ambtenarij en de gemeentepolitie in deze).

Aangezien ik dit bezwaarschrift mede onder de aandacht van de gemeenteraad wil brengen voeg ik voor de volledigheid toe dat gemeenteraadsleden en B&W-leden natuurlijk geen enkel gevaar lopen een dergelijke behandeling van harddrugshandelaars, huisjesmelkers, politie-ambtenaren of BWD-inspecteurs te krijgen. We leven immers in een Democratische Rechtsstaat en er is natuurlijk geen enkel gevaar dat enig gekozen of benoemd volksvertegenwoordiger of enig gemeenteraadslid of enige burgemeester van Amsterdam ooit 3 1/2 jaar lang in vredestijd wordt bedreigd met vergassings- en verbrandings-gevaar; geen enkel gemeenteraadslid is ooit bloot gesteld aan jarenlang inpandig gevestigde bij gelegenheid met moord dreigende harddrugshandelaars; en geen enkel gemeenteraadslid wordt geschoffeerd en belogen door Amsterdamse ambtenaren - dat overkomt in de Nederlandse Democratische Rechtsstaat alleen gewone burgers. (Vergelijk Art. 1 van de Grondwet.)


IV - Nawoord en inleiding bij wat volgt

De volgende delen van de reeks de Aabb-mens dienen vooral om de bovengenoemde 5 doelen te bestendigen en onderbouwen, door een handzame reeks van argumenten en citaten van mijzelf en van belangrijk en zeer relevant voor een deel wereldberoemd onderzoek uit de sociale psychologie over de (on)gehoorzaamheid aan autoriteiten (Milgram); de verschillen in morele niveaus tussen mensen (Kohlberg); het fundamentele menselijke probleem van gebrek aan karakter (hypocrisie, leugenachtigheid); de zeer grote feitelijke en juridische verschillen in persoonlijke verantwoordelijkheid en persoonlijke aansprakelijkheid tussen ambtenaren en burgers; en materiaal over terminologische kwesties ook samenhangend met vrije meningsuiting, eerlijkheid en waarheid c.q- waarachtige beschrijving.

Ik hoop ook dat een en ander het Kabinet van de Burgemeester wat zal helpen, dat nu voor het eerst sinds 1996, en sinds een half jaar, erkent dat het mijn site en ME in Amsterdam heeft kunnen vinden, met ook ŗl dat fraais en leerzams over filosofie en logika, en mijn onvolkomenheid, achtergonden en exposities over fascisme en verzet, en zoveel recente goede informatie over mijn ziekte en invaliditeit sinds 30 jaar, inclusief een uitstekend medisch rapport over ME door een grote groep zeer vooraanstaande medici.

Tenslotte moet ik echter een schietgebedje doen dat de hoogmogende heren en dames van het Kabinet van de Burgemeester en van B&W van Amsterdam een en ander niet voor de zoveelste keer ŗl te "grievend en/of beledigend" achten om te beantwoorden, en mag ik ze misschien ook onder ogen brengen, minderwaardig aan zelfs Duitse junken als ik immers al 20 jaar ben, in de feitelijke Amsterdamse bestuurspraktijk, dat ikzelf "veel pijn" leed en lijd sinds 20 jaar, zoals B&W trouwens ook al zes jaar weet, maar ook alweer geen antwoord waardig achtten.

Maar ja, "Nous avons tous assez de force pour supporter les maux d'autrui", zťker in B&W van Amsterdam, en sinds 20 jaar minstens, nietwaar?

Maarten Maartensz


        home - index - top - mail