Al eerder liet ik u weten hoe buitengewoon blij ik ben met
het zo bijzonder beschaafde Radio
Noordholland, dat in de provincie waar in ik woon - de
práchtigstse aller provincieën, in het
héérlijkste aller landen - tegen slechts één enkel miljoen
eurootjes provinciale subsidies per dag zulke schitterende radio
levert, en dat mij hedenochtend verraste met een heus
opinie-onderzoek, waarvoor minstens 2 live-verslaggevers heel druk
en, naar ik geen moment betwijfel, ook heel welbetaald bezig zijn,
en wel om de vakantiereizigers te
Schiphol de volgende brandende vraag voor te leggen, zo prominent
in het Noordhollands gemoed:
"Als je moest kiezen, wie is beter:
Balkenende of Sinterklaas?"
Eerder op deze plaats noemde ik de dialektiek der geschiedenis,
and as it happens lag ik juist in Heine - een mof en een
jood, als ik het wel heb, en ook nog eens roodharig - te lezen, en
wel het nu volgende gedicht, dat mij voorkomt de ware
Hollandse, de ware VOC mentaliteit, en de waarachtige
Nederlandse Normen, Waarden en Praktijken, zoals tot de dag
van vandaag in die allermenselijkste
aller instituties, de hoofdstedelijke SD-DWI, te vatten met
een volkomen helderheid en het allerjuiste begrip van de
waarachtige Waarden en Normen die de Neerlander al sinds eeuwen
beweegt, trots geslacht na
trots geslacht, van vader op
zoon, altijd weer, en vooral in de
Coopstadt Aemstelredam, alwaar de bestuurders en ambtenaren
allen zo trotse nazaten zijn
van de heren Van Koek en Van der Smissen, eertijdse echt-Hollandse
humanisten (beiden "echter Mensch") van de VOC:
Der Superkargo Mynheer van Koek
Sitzt rechnend in seiner Kajüte;
Er kalkuliert der Ladung Betrag
Und die probabeln Profite.
"Der Gummi ist gut, der Pfeffer ist gut,
Dreihundert Säcke und Fässer;
Ich habe Goldstaub und Eisenbein -
Die schwarze Waare ist besser.
"Sechshunder Neger tauschte ich ein
Spottwohlfeil am Senegalflusse.
Das Fleisch ist hart, die Sehnen sind stramm,
Wie Eisen vom besten Gusse.
"Ich hab' zum Tausche Branntewein,
Glasperlen un Stahlzeug gegeben;
Gewinne daran achthunder Prozent,
Bleibt mir die Hälfte am Leben.
"Bleiben mir Neger dreihundert nur
Im Hafen von Rio-Janeiro,
Zahlt dort mir hunderd Dukaten per Stück
Das Haus Gonzales Pereiro."
Da plötzlich wird Mynheer van Koek
Aus seinen Gedanken gerissen;
Der Schiffschirurgus tritt herein
Der Doktor van der Smissen.
Das ist ein klapperdürre Figur,
Die Nase voll rother Warzen -
"Nun, Wasserfeldscherer," ruft van Koek,
"Wie geht's meinen lieben Schwarzen?"
Der Doktor dankt der Nachfrage und spricht:
"Ich bin zu melden gekommen,
Das heute Nacht die Sterblichkeit
Bedeutend zugenommen.
"Im Durchschnitt starben täglich zwei,
Doch heute starben sieben,
Vier Männer, drei Frauen - Ik hab' den Verlust
Sogleich in die Kladde geschrieben.
"Ich inspicirte die Leichen genau;
Denn diese Schelme stellen
Sich manchmal todt, damit man sie
Hinabwirft in die Wellen.
"Ich nahm den Todten die Eisen ab;
Und wie ich gewöhlich thue,
Ich liess die Leichen werfen ins Meer,
Des Morgens in der Frühe.
"Es schlossen alsbald aus der Fluth
Haifische, ganze Heere,
Sie lieben so sehr das Negerfleisch;
Das sind meine Pensionäre.
"Sie folgten unseres Schiffes spur,
Seit wir verlassen die Küste;
Die Bestien wittern den Leichengeruch,
Mit schnupperndem Frassgelüste.
"Es ist possierlich anzusehn,
Wie sie nach den Todten schnappen!
Die fasst den Kopf, die fasst das Bein,
Die andern schlucken die Lappen.
"Ist alles verschlungen, dan tummeln sie sich
Vergnügt um des Schiffes Planken
Und glotzen mich an, als wollten sie
Sich für das Frühstück bedanken."
Doch seufzen fällt ihm in die Red'
Van Koek: "Wie kann ich lindern
Das Übel? wie kann ich die Progressien
Der Sterblichkeit verhindern?"
Der Doktor erwidert: "Durch eigne Schuld
Sind viele Schwarzen gestorben;
Ihr slechter Odem hat die Luft
Im Schiffsraum so sehr verdorben.
"Auch starben viele durch Melancholie,
Dieweil sie sich tödlich langweilen;
Durch etwas Luft, Musik und Tanz
Lasst sich die Krankheit heilen."
Da ruft van Koek: Ein guther Rath!
Mein theurer Wasserfeldscherer,
Ist klug wie Aristoteles,
Des Alexander's Lehrer.
"Der Präsident der Societät
Der Tulpenveredlung in Delfte
Ist sehr gescheit, doch hat er nicht
Von Eurem Verstande die Hälfte.
"Musik! Musik! Die Schwarzen soll'n
Hier auf dem Verdeckte tanzen,
Und wer sich beim Hopsen nicht amüsiert
Den soll die Peitsche kuranzen."
(Heinrich Heine, Das Sklavenschiff,
Sämmtliche Gedichte, zweiter Band
p. 126-8)
Als dit niet waarachtige Nederlandse, Amsterdamse,
nationale moraal is om Trots Op Nederland
van te zijn, worden of blijven, dan weet ik het niet, al blijft
het een beetje jammer, bijvoorbeeld voor Balkenendes
verkiezingscampagnes, dat het in het moffisch gesteld is. (Maar
waar hebben wij ànders al die hoogbetaalde echt Neerlandse
stadsdichters voor, zittend aan de voeten van nobele
burgemeesters, in ons prachtige land? Ach ja: Sorry...
geen Duits op het VWO gehad,
natuurlijk.)
En overigens: zoals u uit
mijn geschiedenis
kunt leren gaat het in Amsterdam - gelukkig, en
naar Amsterdams heldhaftig, vastberaden,
barmhartig normbesef - nog, in het morele en menselijke,
exact hetzelfde toe aan de
SD-DWI, met slechts één enkel heugelijk verschil, dat ook ten
volle de waarachtige Amsterdamse humaniteit, progressiviteit en
emancipatie karakteriseert, en wel dat de trotse Klantmanager
die mij naar de medische keurmeesters wilde laten dansen,
aangevuurd met de zweep van 200 euro korting op mijn toch al
minimale uitkering, of mijn gewoon moeten bedelen op straat, als
nu slechts 30 jaar invalide met "veel
pijn", volgens zijn behandelende artsen.... zwart is en ik
blank.
Zo is er toch nog rechtvaardigheid op de wereld! Zo komt
alles tóch nog moreel en menselijk terecht! En
natuurlijk moet ik
boeten voor al het leed gedaan aan de dappere voorvaderen
van de zo nobele humanist
Henk Lont die, naar
burgemeester Cohen en
zijn persoonlijk assistente Joke Dierdorp (ex Raschew) mij in
vertrouwen hebben doen meedelen: DE GELIJKWAARDIGE VAN MARTIN
LUTHER KING is, die weer (volgens dezelfde hoogst integere
betrouwbare bron)
de
gelijkwaardige (*) is van mr. - "dat
is helemaal nergens relevant voor" -
Job Cohen is, die - althans vergeleken met
ondergetekende, een Übermensch van
dusdanige übermenschliche afmetingen en allooi is - "ein
echter Mensch" zeggen zijn eigen ambtenaren dan ook, om van zijn
moraal, intellect, integriteit, gigantische eerlijkheid en
allervoorbeeldigste écht Amsterdamse
heldhaftigheid, vastberadenheid en
barmhartigheid niet te hoeven spreken, met zoveel
woorden - dat het een gruwelijke schande is dat
zulke evidente beestachtig
verdierlijkte Untermenschen als mijn familie en ik toch zo
duidelijk zijn, hem niet
kruipend op
hun blote knieën komen danken voor de pijn die
de zo meesterlijke
Job mocht vergelden op mij vanwege al het leed dat
zijn zo evident geheel en al bovenmenselijke familie is
aangedaan. (Zo werkt het immers, psychoanalytisch en zo, weet de
psychologisch bekwaamde doctorandus natuurlijk, ook desgewenst met
geleerde verwijzingen.)
Of zoals ikzelf reeds de bestuurlijke Nedernorm der Nedernormen verdichtte, die
in Amsterdam zo trouw, zo Neerlands, zo nobel, zo moedig, zo
dapper wordt toegepast op iedereen die géén
respect
heeft voor de Neerlandse heldhaftige, vastberaden, barmhartige
bestuurders en ambtenaren (geen Heine zijnd, maar wel korter
rijmend, auch mit Pregnanz):
Wat gij niet wilt dat u geschiedt
Doe dat een ander en geniet
(Want een ander zijn pijn
Kan alllicht uw vermaak of voordeel zijn)
Dàt is De Norm en De Waarde die de VOC, Amsterdam, Van
Thijn, Cohen, én de trotse economische basis van onze hoofdstad, de
hoofdstedelijke hardddrugshandel, zo groot en prominent hebben gemaakt! Tot hun
grote voordeel en deugd ook!
"O, wat
heerlijk Nederlander te zijn".
Vervolg - 
(*) Alle mensen zijn gelijkwaardig
in onze nobele Nederlandse rechtsstaat[nootje],
al hebben ze
geheel niet allemaal gelijke
rechten. Maar het Grondswetartikel 1 is ontworpen door de
zééééééér integere communist Marcus Bakker, om welke reden in Ons
Land alle concentratiekampbeulen,
harddrugshandelaren, Eichmann, én Ed van Thijn grondwettelijk,
menselijk, moreel, en met veel
respect
gelijkwaardig
zijn aan ambtenaren, genieën, Einstein en -
zélfs - Job Cohen.
[nootje]: (Mits
- natuurlijk! - Kamerlid in bezit van paspoort)
P.S. Juridische en morele toelichtingen (bijvoorbeeld) in
Voer voor
advocaten en filosofen.