Nederlog        

 

 9 mei 2008

                                                                 

Meer '68

 



Vandaag weer wat meer over '68, zegge de rťvolte in Frankrijk of het revolutionaire jaar '68. Mijn tekst is de NRC van heden, op twee plaatsen.

Ten eerste een heel aardig samenvatting van dat jaar via een soort bespreking in de serie Weekboek van 1968 The Year that Rocked The World, van ene Mark Kurlansky, uit 2004, uitgegeven bij Penguin, en mij volledig onbekend.

Maar ik was en werd wel 18 dat jaar, ook al in de maand Mei, en beleefde veel van wat geschiedde dat jaar nogal bewust mee, en dit is een aardige korte samenvatting, van hoe het ook ongeveer aan mij verscheen, in brede trekken:

Negen miljoen stakende arbeiders en stenen gooiende studenten in Frankrijk. 4 april: Martin Luther King wordt vermoord. 6 juni: Robert Kennedy ondergaat het zelfde lot. Wereldwijde protesten tegen de oorlog in Vietnam en het gezag in het algemeen. Een aanslag op Andy Warhol. (*) Richard Nixon wordt tot president gekozen. De Praagse Lente wordt neergeslagen. (**)

Kurlansky noemt 1968 een uniek jaar, 'omdat iedereen overal tegen de gevestigde orde in opstand kwam,' aldus recensent Maarten Doorman in Boeken, 02.07.04. 'In het Oostblok tegen het communisme, in het Westen tegen het kapitalisme en imperialisme, en overal tegen het gezag van instituties, of het nu vakbonden waren, universiteiten of politieke partijen.

En wat daar verder sterk aan bijdroeg en meewerkte waren de  popmuziek, die ook groot werd, en op diverse manieren ontstond in de zestiger jaren; de naoorlogse babyboom die opgroeide naar jongvolwassenheid in de zestiger jaren; en de T.V. die zich ook in vrijwel alle woonhuizen nestelde in die jaren; met overigens op de achtergrond voortdurend de tegenstelling tussen kapitalisme en socialisme c.q. het Westen en het Oostblok, de wapenwedloop, en de voortdurende dreiging van een oorlog met kernwapens.

Eťn nogal wezenlijk centraal psychologisch punt, voor de toenmalige revolterende tieners en twens (zo heette dat toen nog), dat ook samenhing met veel in de popmuziek (zoals "protestzangers", van Bob Dylan tot Boudewijn de Groot) was dat genoemde

overal tegen het gezag van instituties

waar trouwens

'en de autoriteiten'

bijhoort, want veel was ook expliciteit anti-autoritair, zoals in Nederland ook eerder bij Provo; dat was vanzelfsprekend, en dat werd heel veel expliciet gegeven als motief, en vaak ook als voldoende reden: Wat tegen 'de autoriteiten' was, of heette, was, of althans heette, alweer,  ipso facto - volgens 'de revolterende geest van de zestiger jaren' - gerechtvaardigd, goed, en wenselijk.

Het stukje eindigt met

Wat Kurlansky echter goed aantoont is het belang van de televisie bij de protesten, en bij het perspectief op de wereld in het algemeen. Eind jaren zestig komt het nieuws plotseling van overal de huiskamers binnen (..)

Trouwens, en mijns inziens een belangrijker invloed en gevolg van TV: het perspectief op de TV-kijkende medemens werd veel geÔnformeerder - want men wist nu zeer veel beter dan voorheen wat deze allemaal gezien en gehoord had over al dat nieuws dat beiden ook al gezien hadden: Voor iedereen in iedere groep werd het daarmee makkelijker snel een standpunt in te nemen over wat 'de groep' vond dat het geval behoorde te zijn, en voor iedereen was het TV-nieuws veel sensationeler en directer, en ook meestal veel simplificerender, dan een krant of krantencommentaar.

Dan is daar vervolgens in de NRC van vandaag Timothy Garton Ash, die een stuk heeft onder de titel 'Zoveel heeft '68 niet veranderd' dat opent met

De generatie van '68? Narcisten met een rode vlag, vindt Tomothy Garton Ash. De revolutie van '89 heeft veel groter en blijvendere veranderingen gebracht.

Met 'de revolutie van '89' doelt Ash op het instorten van het Sovjet-blok, waar ik zelf in '89 over schreef en publiceerde, onder de titel De ideologische aap.

Ik citeer het laatste deel daarvan, o.a. omdat het een heel relevante vraag bespreekt, en ik nog steeds vind wat ik 19 jaar geleden vond:

Wat psychologisch vooral verbazend is en verklaring behoeft kan uitgedrukt worden in vragen als de volgende:

Waarom geloofden zovele miljoenen mensen, inclusief zeer vele prominente intellectuelen, tegen alle feitelijke evidentie in dat het bestaande socialisme een overwegend bewonderenswaardig maatschappelijk systeem was? Wat is de reden dat letterlijk tientallen miljoenen mensen, zo niet honderden miljoenen, geloofden dat dictators als Stalin en Mao, ieder verantwoordelijk voor de dood van minstens 20 miljoen mensen, de grootste genieŽn en weldoeners van de mensheid waren die er ooit geweest zijn? Wat beweegt mensen om zich evident grootheidswaanzinnige dictators als menselijk ideaal voor te spiegelen, en hun politiestaat te beleven als heilstaat waar de mensheid sinds haar ontstaan naar gesmacht heeft?

De fundamentele reden is deze: De mens is de ideologische aap. Een ideologie is een systeem van opvattingen over hoe de werkelijkheid is en zou moeten zijn. Een ideologie bestaat uit een serie veronderstelde feiten en waarden: Zo is de wereld; zo is de maatschappij; zo is de mens; en dat zijn onze doelen en normen.

Zoals ieder dier geboren wordt met de instincten die het nodig heeft om zich te oriŽnteren, zo heeft de mens, als lid van de rationaliserende diersoort, een ideologie, een wereldbeschouwing, nodig: Een stelsel ideeŽn, idealen en idolen om de wereld te interpreteren en waarderen.

De behoefte aan een ideologie is naast het taalvermogen een van de meest kenmerkende menselijke eigenschappen. Religies zijn ideologieŽn. Politieke leerstelsels zijn ideologieŽn. De meeste populaire filosofieŽn zijn ideologieŽn. Ieder maatschappelijk systeem wordt gedragen door een ideologie waarin menselijke idealen (broederschap, rijkdom, rechtvaardigheid ...) ingebed worden in ideeŽn (de maatschappij is de schepping van: God, de kapitalistische uitbuiters, de joodse plutocratie ...) en opgehangen worden aan idolen (mahatma Gandhi, kameraad Stalin, de Grote Roerganger ...).

Omdat ideologieŽn vooral dienen als inspiratie en sociaal cement zijn ze zelden redelijk en altijd emotioneel gefundeerd:

IdeologieŽn drukken vooral wensen en waarden uit, en het feitelijk wereldbeeld wordt gewoonlijk grotendeels ondergeschikt gemaakt aan die wensen en waarden.

Iedere populaire ideologie is gebaseerd op de ideologische drogreden: "Een bewering is waar dan en slechts dan als ie wenselijk is." Dit is dan ook de reden dat echte wetenschap zich niet leent tot ideologie, hoewel ze natuurlijk wel voor ideologische doelen misbruikt en getravesteerd kan worden: Echte wetenschap neemt het te nauw met de waarheid en logica om als ideologie gebruikt te kunnen worden.

De ideologische drogreden is de psychologische achtergrond van de meeste meningen van aanhangers van een ideologie: Waar is wat volgens de ideologie het geval zou moeten zijn ("Er zijn geen concentratie-kampen in de S.U., want het socialisme is een humanisme"; "De paus is onfeilbaar"); onwaar is wat volgens de ideologie niet het geval zou moeten zijn.

De menselijke geschiedenis tot nu toe is overwegend de geschiedenis van het menselijk onvermogen; de geschiedenis van de domheid en de schijnheiligheid in dienst van het eigenbelang van een kleine corrupte elite: Iedere anderhalf jaar in de afgelopen 2000 jaar een 'major war'; overal vervolging van andersdenkenden en uiterlijk afwijkenden; in deze eeuw alleen zijn er meer mensen vermoord - voor het oog van de camera's, en gewoonlijk zogenaamd 'voor een betere wereld' - dan in de hele voorafgaande geschiedenis. En deze eeuw heeft de grootste en gruwelijkste politiestaten gekend die er ooit geweest zijn - politiestaten die gevestigd werden door gelovers in een ideologie die vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid beloofde, en die met martelkelders, concentratiekampen en terreur overeind gehouden werden door volstrekt verleugende verafgode dictators in naam van de hoogste menselijke idealen.

Nu stort dat stelsel in. De gevolgen zijn niet te overzien en hangen vooral af van de menselijke d.w.z. morele, intellectuele en artistieke gaven van de nu klaar staande nieuwe machthebbers.

Voor het moment lijkt de wereld een stuk beter dan een maand geleden. Ze is in ieder geval een heel andere, al lijkt dat vanuit Nederland niet zo: De wereld na 1989 zal een fundamenteel andere zijn dan ervoor.

Maar terug naar Ash en naar "1968" c.q. naar de herdenking van dat voor wie het bewust meemaakte in ieder geval heugelijke jaar. Ash heeft een aardige, zonder twijfel (mede) geldige verklaring voor de herdenking: 

"Alleen in Frankrijk zijn er meer dan honderd boeken geteld over de revolutionaire gebeurtenissen van mei 1968. In Duitsland hebben de intellectuelen hun eigen bierfeest gehad."

Waarom?

De studenten van 1968 bekleden nu in de meeste landen een centrale plaats in de productie van cultuurgoed. U dacht toch niet dat zij de kans om over hun jonge jaren te praten. voorbij lieten gaan? U maakt een grapje.

Mede daarom dus. En overigens vindt TGA over 1968 wat zijn Zoveel heeft '68 niet veranderd zegt. Hijzelf vindt dat het instorten van de Sovjet-Unie + satellietstaten veel belangrijker, en heeft daar wellicht gelijk in (hoe meet je dat echter?), en ik kom daar zometeen op, maar eerst dit.

Volgens mij is de vraag 'wat '68 veranderde' niet zo interessant en minstens enigszins misleidend.

Wat veel interessanter is, is de konstatering dat er nogal wat schokkende politieke en maatschappelijke gebeurtenissen waren in dat jaar 1968, die redelijk goed samengevat zijn door het eerste citaat van dit stukje, plus de konstatering dat er in de zestiger jaren een tamelijk ingrijpend en wijd verbreid maatschappelijk veranderingsproces begon in Westeuropa, en in enigszins andere zin in de Verenigde Staten, dat doorzette en z'n beslag kreeg in de zeventiger en tachtiger jaren, toen de generatie van de zestiger jaren doorstroomde in, en beslag legde op, tal van maatschappelijke functies.

Het is moeilijk dit maatschappelijk veranderingsproces goed te beschrijven of analyseren, omdat het wijd verbreid was, en samenhing met tal van verschillende interacterende factoren, als babyboom, popmuziek, TV, Vietnamoorlog, het verzet tegen rassendiscriminatie, toenemende welvaart, de introductie van de pil, het zich willen afzetten tegen de nogal grauwe, armoedige en bekrompen vijftiger jaren, en meer.

En het is waarschijnlijk dat het jaar 1968 vooral bijzonder was door de coÔncidentie van een reeks opvallende gebeurtenissen, en dat wat gebeurde eerder effecten waren van die onderliggende veranderingen, dan dat de gebeurtenissen van dat jaar een bijzondere causale rol speelden in wat volgde: het was eerder het schuim van de golf dan de golf zelf.

Maar terug naar Ash, die vindt en schrijft:

1989 heeft politiek veel meer teweeggebracht. [Dan '1968' - MM] De Warschause en Praagse lentes van 1968 zijn op nederlagen uitgelopen; de lentes in Parijs, Rome en Berlijn op een gedeeltelijk herstel van de oude orde, of slechts marginale veranderingen.

Hmm - dat laatste betwijfel ik zelf, omdat ik meen begrepen te hebben dat de Wet Veringa van 1972, die de Nederlandse universiteiten zogeheten 'demokratiseerde', voor een flink deel ingegeven was door angsten voor rellen als in Parijs 1968, en als rond het Maagdenhuis van 1969.

Dat 'de revolutie van 1989', zegge het instorten van 'het reŽel bestaande socialisme' van de Sovjet-Unie en satelliet-staten, en het omverwerpen van De Muur c.q. Het IJzeren Gordijn o.a. in Berlijn, op allerlei belangrijke dimensies - aantallen daardoor geraakte mensen, wegvallen van dictatoriale regimes, instorten van een maatschappelijk en economisch stelsel, verdwijnen van Koude Oorlog en oorlogsdreiging - veel ingrijpender was is evident, maar was ook minder dichtbij dan de Sorbonne of het Maagdenhuis, voor Fransen of Nederlanders.

Ash zegt het zo, waar het zijn kontrast tussen 1989 en 1968 betreft:

1989 daarentegen heeft een eind gemaakt aan het communisme in Europa, het Sovjet-imperium, de tweedeling van Duitsland en een ideologische em geo-politieke krachtmeting - de Koude Oorlog - die een halve eeuw lang de wereldpolitiek had beheerst. Geopolitiek gezien deed 1989 niet onder voor 1945 of 1914. Daarbij vergeleken was 1968 een molshoop.

Goed - maar er was een tamelijk direct verband, hoewel ingewikkeld en veelvuldig, en langs veel paden, maar toch, tussen enerszijds de studenten-rťvolte in Parijs in 1969, en de rellen rond en de bezetting van het Maagdenhuis in 1968, en anderszijds de wet Veringa van 1972, en de ruÔnering van het Nederlandse onderwijs sindsdien, want dat ging voor een deel uit naam van idealen als geformuleerd en gepropageerd door de revolterende studenten: "demokratisering", "bevrijding", "vernieuwing", "gelijkheid" en werd in de tachtiger jaren ook voor een goed deel uitgevoerd door de generatie van '68, ondertussen professor, bestuurder, politicus, of onderwijsambtenaar. (En zie nu mijn Spiegeloog-columns, als u dat nooit deed, en/of ME in Amsterdam)

Terug naar Ash, die een aardige diagnose heeft:

Achteraf doet een groot deel van die marxistische, trotskistische, maoÔstische of anarcho-liberationstische retoriek van 1968 lachwekkend, kinderlijk en moreel onverantwoord aan. [Achteraf??!! - MM] Het waren, in de woorden van George Orwell, mensen die met vuur speelden zonder zelfs maar te weten dat vuur heet is.

Ja - en wat erger is: ze wilden het ook niet weten, want ze lazen geen kritiek op hun standpunten buiten hun eigen tradities: "Bourgeois-wetenschap, kameraden, of bourgeois-propaganda, als van Orwell."

Ash vervolgt:

Onder verwijzing naar het aanbreken van het "cultureel-revolutionair overgangstijdperk"  waarmee de wrede, levensverwoestende culturele revolutie van voorzitter Mao ten voorbeeld werd gesteld - en met een omschrijving van de Vietcong als de "revolutionaire bevrijdingskrachten" tegen het Amerikaans imperialisme hield Rudi Dutschke het Vietnamcongres in Westberlijn voor dat deze bevrijdende waarheden waren ontdekt door "de specifieke productie-verhoudingen uit de producerende studenten."

Met andere woorden: Dutschke's verklaring was geheel in termen van welbekende en zeer grove marxistische schemaas, inclusief de bijbehorende gruwelterminologie, en diende inderdaad, heel expliciet ook, "de "revolutionaire bevrijdingskrachten" tegen het Amerikaans imperialisme".

Trouwens... hier is weer zo een detail van de Sixties of '68, dat wellicht interessant is voor sommigen, en in ieder geval enig waarschijnlijk onverwacht perspectief geeft:

Ook de ooit vanwege wiskundige logica en analytische filosofie wereldbekende Britse filosoof Lord Bertrand Russell liet in de zestiger jaren veel steun blijken aan "de "revolutionaire bevrijdingskrachten" tegen het Amerikaans imperialisme" van de Vietcong, en wel via zijn persoonlijk secretaris Ralph Schoenman, zodat Dutschke's standpunt over die oorlog niet zů ongebruikelijk onder linkse intellectuelen van die tijd. (Zie bijvoorbeeld deel 2 van Monk's biografie van Russell, voor wie meer wil weten over de latere Russell. (***))

Ash vervolgt:

Zeg maar: producenten van lariekoek. Aan de London School of Economics klonk het spreekkoor: "Wat wij willen? Alles. Wanneer? Nu." Narcissus met een rode vlag.

Of een klein kind zonder moreel besef, maar goed - en wellicht meenden sommigen het ook enigszins ironisch, terwijl ook de alledaagse reclame de mensheid weinig anders leert dan hoe goed het is de eigen behoeftes zo snel mogelijk te bevredigen.

Ash zegt meer dat ik oversla, maar konstateert of stelt tegen het eind over 1968 dat:

het was katalysator van vergaande culturele en sociale veranderingen, zowel in Oost- als in Westeuropa.

Dan geeft hij parenthetisch een opmerking die vťťl meer dan een parenthese verdient:

('1968' staat hier eigenlijk voor het veel bredere 'jaren zestig', waarbij de verspreiding van de pil veel belangrijker  was dan alle demonstraties en barricades.)

Juist: '1968' was meer een top van een golf dan de golf zelf, en een belangrijk deel van die golf, maar lang niet het geheel, werd veroorzaakt door de uitvinging en introductie van de pil, die een heel andere sexuele omgang mogelijk maakte tussen man en vrouw, en tussen student en studente.

Ash's samenvatting is:

Maar al met al was het een stap vooruit in de emancipatie van de mens. De kansen voor vrouwen, homoseksuelen, mensen uit een minderheid of een sociale klasse die voorheen werd afgeremd door stoffige hiŽrarchische verhoudingen, zijn vťťl groter dan vůůr 1968.

Wel: Niet alleen door "stoffige hiŽrarchische verhoudingen", maar ook door gebrek aan geld en goed onderwijs tot universitair niveau, en aan studie-beurzen.

En die "stap vooruit in de emancipatie van de mens" beschouw ikzelf met minstens enige scepsis, was het alleen omdat er tegenwoordig geen goed onderwijs tot universitair niveau en geen behoorlijke studiebeurzen zijn, en dat ondanks dekaden nivellering en, in Nederland, vooral - zogeheten - sociaal-demokraten als onderwijs-nivelleerders, en als zogenaamde behartigers van onderwijs, zodat het onderwijs in Nederland, net als de socialistische revolutie in de Sovjet-Unie, en als zoveel dat niet deugt, grote ellende voor zeer velen aanrichtte uit naam van hoge idealen, met aanzienlijke persoonlijke voordelen en carriŤres voor de gewillige uitvoerders van de ellende.

Ook zie ik niet zo goed waarom ik zou vertrouwen dat wat ikzelf zie als verbeteringen vergeleken met - bijvoorbeeld - de vijftiger jaren, verbeteringen die overigens volgens mij toch vooral met grotere welvaart, meer gelijkheid van kansen, vrijere omgangsvormen, en overigens met de invloed en verbreiding van TV te maken hebben, ook behouden zullen blijven.

Immers: Als het domme kiesvee het wil, staat de hele beschaving stil, zoals de praktische waarheid luidt die Hitler en Goebbels aantoonden, over Onze Democratische Samenleving.

Maar goed... dit was weer eens een beschouwinkje over "1968 The Year that Rocked The World", al betrof dat uiteindelijk, in dat jaar,  toch wellicht meer de media-wereld, de baard- en haarmode voor heren, en de snelle popularisering van een links ideologisch wereldbeeld + bijpassende fraseologie en politieke eisen, verlangens en idealen onder de TV-kijkende massaas ťn hun studerend en schoolgaand kroost door heel Europa en heel de VS.

(*) Als ik het wel heb was dit de aanslag door Valerie Solanas, die wellicht de inspiratie en zeker de voorloopster was van de Nederlandse ‹berfeministe Heleen Mees (die trouwens ook al woonachtig blijkt in New York), de leading lady van het zogeheten "Women On Top" a.k.a. W.O.T., en wel omdat Solanas de oprichtster van het bijna even fraai getitelde S.C.U.M. a.k.a. "Society for Cutting Up Men" was. "Those were the days, my friends!".

(**) Bedoeld wordt - er zijn kennelijk 18-jarige VWO-ers die mij lezen - de inval in Tsjecho-Slowakije in 1968 door de Sovjet-Unie, waarmee de Tsjecho-Slowaakse zogeheten Fluwelen Revolutie of Praagse Lente om zeep werd geholpen. Er waren in 1968 ook voor het eerst arbeidsonlusten in Polen, in Gdansk, later het centrum van de Poolse vakbond Solidariteit.

(***) "Bertrand Russell - The Ghost of Madness - 1921 - 1970", door Ray Monk, The Free Press, 2000, en meer specifiek hoofdstuk 13 "The Guevarist Years", en het daaraan voorafgaande hoofdstuk.

Vervolg  - 

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail