Nederlog        

 

 8 mei 2008

                                                                 

De postmoderne filosoof als media-shamaan

 



De Franse révolte van 1968 wordt nog steeds besproken in de media.

De NRC vervolgt bijvoorbeeld de serie die er aanvang Mei in begon, dat op zichzelf een goed idee is, omdat de generatie van toen althans nu nog leeft en nog niet geheel seniel is, maar ik vond er niet veel écht interessants in, en de meerderheid van Grote Revolutionairen van toen schijnt zich er nu uit te willen liegen, of de zaak te willen misrepresenteren conform de eigen tegenwoordige belangen.

Cohn-Bendit kreeg bijvoorbeeld de kans een en ander - uitgebreide langdurige straatgevechten, vele universiteitsbezettingen, vele bedrijfsbezettingen - te herformuleren alsof het allemaal een soort ludieke provo-actie, maar dan op z'n Frans, geweest zou zijn, en heel onschuldig, en eigenlijk niet van belang: "Forget it!".

Zelfs hiervan - het zogeheten ludieke provoceren van de autoriteiten - is iets waar, maar het is een deelwaarheid over één aspect. Maar ik heb het eerder over een en ander gehad (in het origineel in 2003), en u vindt een begin van een reeks hier: "Het verraad van mijn generatie" met nu aan het eind van ieder stuk een link naar het volgende stuk in een reeks van zeven.

De BBC World Service, waar ik al zo'n 40 jaar regelmatig naar luister, behandelde het thema ook, in een uitzending van een half uur, waar ik gisterenavond bij toeval de laatste 20 à 25 minuten hoorde, en die geheel anders dan gebruikelijk bij Auntie Beeb bijzonder slecht was.

Aangezien er geen afkondiging was kan ik u geen details geven, maar wel de Grote Boodschap van de programma-makers, die even integer postmodern als Antoine Bodar integer katholiek is:

Dankzij de Franse révolte is ons Het Grote Heil deelachtig geworden van De Postmoderne Filosofie, en sindsdien is - volgens de makers van deze Po-Mo propaganda - bijna alles ten goede gekeerd, aan de universiteiten wereldwijd, en dat dan vooral bij filosofie en literaire studieën, waar vele duizenden universitair opgeleide verraders van mijn generatie, die zich in de zeventiger jaren snel hervormd hadden tot algeheel relativisme van feiten en waarden in naam van de vooruitgang en verlichting, zich opwierpen als postmoderne bevrijders van de onderdrukte zwarten, van de nog niet aan de emancipatoire bevrijding van dagelijkse voortdurende loonarbeid onderworpen vrouwen (om het geld voor hun minder hoogopgeleide geëmancipeerde zusters in de crèches te betalen, en later het school- en boekengeld), en van de  gediscrimineerde homoos (die trouwens goed moesten begrijpen dat Maitre Penseur Foucault, zelf deze voorkeur toegedaan, bewezen had - volgens zijn vele gelovigen - dat Aids helemaal niet bestond).

Ik heb er eerder en vaker over geschreven, en de korte samenvatting is:

Het was allemaal illusie, pose, rollenspel, meewaaien met de modes en wanen van de dag of de dekade - maar het betaalde zeer goed in termen van geld en status voor de velen die aanstellingen verwierven met onderwijs in Het Denken van Derrida, Foucault, De Leuze en Althusser, de Maitre Penseur van de dialecticus Scheffer, de Nederrevolutionaire Marxistische Denker, die zich in ijltempo hervormde tussen 1982 en 1985, vanwege de ondergang van de CPN, en wel van voormalig Althusseriaans Gelovige-En-Pijpendrager tot Specialist Grote Steden Studies, en méér waar een mens geen enkel verstand voor hoeft te hebben om over mee te praten, en geen enkele kennis van echte wetenschap of echte wiskunde, en ook geen enkele persoonlijke integriteit.

Want dàt is wat mij mijn titel ingaf:

Ik hoorde ook weer enkele Franse Meester Denkers van weleer en nu, die overigens tot voor kort (zoals Bruno La Tour: een pretentieuze duisterdenker van Wim Kayzerformaat) vrij toegang hadden tot de Nederlandse media, en de Nederlandse universitaire podia en instituties als het NIAS, met hun zwaar totalitaire zeer pretentieuze waanleer, en het trof me weer eens dat het allemaal  waarachtig shamanen-proza was - duister eschatologisch gebral, stupide schematische illusies, opgeklopte aanstellerige woordmagie, lege revolutionaire kretenbreierij, valse beloftes van bevrijding en verheffing, alles altijd opgediend in een domme verbale-, kledings- en baardmode-saus die de voortdurende pose diende dat de student-revolutionair zèlf een Groot Bevrijder, een Groot Denker, of een Groot Revolutionair zou zijn, terwijl al die zogenaamd revolutionaire studenten, zoals mij indertijd al snel duidelijk werd, als 18-jarige, dankzij het voorbeeld van mijn werkelijk revolutionaire marxistische vader, in werkelijkheid alleen maar acteerden, poseerden, speelden - zoals jongens van mijn generatie zo'n 15 jaar daarvóór cowboytje en indiaantje speelden, met ongeveer evenveel relevante kennis, maar met veel minder gevaar voor hun omgeving, en ook met veel minder kans voor de grootste of sterkste van de club om voor het leven professor aan de Sorbonne of de UvA te worden met een zeer goed ambtelijk salaris, om de komende generaties zeer integer en hoogst academisch te bekwamen in de bevrijdende en verlichtende ideeën van de cowboyistische theologie, pardon van homostudies, van vrouwenstudies, van de feministische epistemologie van de hegemonie van het patrisme, van Grote Steden Studies, en van tál van allerlei vaak speciaal voor hen persoonlijk gecrëerde zachte universitaire baantjes, altijd ten koste van de échte wetenschap, zowel in kansen en financieën, als in reputatie.

Maar ja - zoals zoveel menselijks hing wat feitelijk gebeurde voor een véél groter deel af van - gebrek aan - persoonlijke intelligentie en integriteit dan de deelnemende personen zelf dachten, of althans pretendeerden, in hun toenmalige jeugdige overmoed, en de uiteindelijke resultaten op termijn van de Franse studenten-revolte, uitgesmeerd over een periode van 40 jaar, waren de simultane ruïnering en debilisering van de universiteiten, en de maatschappelijke opgang van de quasi-revolutionaire voorgangers, die inderdaad binnen luttele jaren allemaal collaboreerden, à la Joschka Fischer, Ton Regtien en (later) valse pseudoos als Maarten van Poelgeest, in hun "Lange Marsch durch die Institutionen" (de grote Revolutionaire leus van Rudi Dutschke, voor wie het niet weet, ca. 1970), op zoek naar bekendheid, status en geld voor zichzelf.

En zoals ik wel eens aangeduid heb was dit een révolte die sláágde:

Het ging vanaf het begin om de persoonlijke opgang, de zelfbeleving, de media-glorie, en de carrières en kansen van de leiders en voorgangers (*), en omdat hun révolte maatschappelijk mislukte kregen deze naar eigen zeggen grote revolutionaire studentenleiders niet de kans hun medestanders en vele andere op te vreten ("iedere revolutie vreet z'n eigen kinderen op") of tegen de muur te zetten en af te schieten, zoals gebruikelijk is in échte revoluties, en verwierven ze wèl aanzienlijke mogelijkheden tot collaboratie.

Zo gebeurde dan ook, en er werd tienduizendvoudig gecollaboreerd voor het tweede huis, betere sabbaticals, nog hogere universitaire pensioenen, en welbetalende universitaite posities-voor-het-leven voor studievrienden van weleer, en één van de dingen die ik ervan geleerd heb is dat het in overgrote mate om een menselijk type gaat waar ik zelf niet toe behoor, zomin als mijn vader of moeder, waarachtige revolutionairen als zij immers wèl waren.

Mijn generatie studentenleider-revolutionairen waren uiteindelijk in grote meerderheid doodgewone oplichters uit op meer macht en aanzien voor zichzelf, en bereid daar veel voor te liegen en bedriegen, en veel straatterreur voor te plegen of doen plegen, en waren in ieder geval allemaal zéér veel meer geïnteresseerd in eigen status, opgang en goede inkomens dan in de evidentie voor of de waarheid van de - totalitaire, gevaarlijke, in de geschiedenis, de filosofie en de economie vaak weersproken en weerlegde - illusies of leugens waarmee ze hun opgang, goede inkomens en status vestigden: de overgrote meerderheid van de indertijd zo revolutionaire studenten wist - toen al, en nog steeds! - zéér veel meer van voetbal dan van Marx of Marcuse, op wie ze zich met zoveel vuur beriepen, maar die ze zelden lazen, en nog veel minder vaak begrepen.

Vandaar dat ik, nu en indertijd als 18-jarige behoorlijk in Marx ingevoerde zoon van een waarachtige marxistische revolutionair, zo snel en makkelijk zag dat ze feitelijk maar wat riepen, maar wat pretendeerden, maar wat poseerden, maar wat meeliepen en meededen met de media-mode van de dag, en dat ze zelf feitelijk geheel niet geïnteresseerd waren in de waarheid van wat ze beweerden, maar alleen in de opgang die ze ermee maakten.

U vindt het mensentype uiteindelijk héél fraai beschreven bij Lucian; zeer treffend en waarachtig bij Orwell, in "Animal Farm"; en bijzonder geïnformeerd en helder wetenschappelijk bij Raymond Aron, in "L'opium des intellectuels", want intellectuele oplichterij en gewillige collaboratie van quasi-radicalen zijn van alle tijden, en daardoor bedrogenen ook.

En wat me er persoonlijk sterk aan tegenstaat is niet dat ze zich vergisten; niet dat ze zich aanstelden, dat ze poseerden, of dat ze welbewust logen; en ook niet dat ze macht en status voor zichzelf zochten, want dat alles doen de meeste mensen; maar uiteindelijk dat het vrijwel allemaal van die kleine, laffe karaktertjes waren, die je uiteindelijk alleen kun excuseren door hun eigen gebrek aan aangeboren talent en moed.

Of laat ik het dan zo zeggen, voor de duidelijkheid en het contrast:

Je kunt héél veel zeer terechte kritiek op Che Guevara hebben - maar hij had moed, hij had karakter, en hij had hersens. Voor al de Europese "revolutionaire studentenleiders" van "mijn generatie", en hun latere imitators, althans degenen die ik gezien, gehoord of gelezen heb, geldt helemaal niets van hetzelfde.

Hun verzwegen persoonlijke geheim is dat ze geen van allen de persoonlijke talenten en individualiteit hadden méér van zichzelf te kunnen maken door eigen inzet en eigen kwaliteiten dan door het poseren als revolutionaire voorganger, en via het collaboreren met de autoriteiten. Zo gebeurde dan ook, tot hun grote persoonlijke voordeel.

En daarom heeft u sindsdien ook nooit meer van ze gehoord vanwege enig groot kunstwerk, enig belangrijk wetenschappelijk werk, enig filosofisch werk van enige betekenis, of vanwege ook maar iets van werkelijke distinctie, en is alles wat ervan ze werd niets beters dan journalist of collaborerend politiek of universitair bestuurder, overigens heel wel betaald.

Ach ja.

(*) Zie voor de gedachtengang, en een relevant Weber-citaat Max Weber, de SP en politiek
 


P.S. Voor goed begrip: Voor iemand als wijlen Rob Stolk gold het bovenstaande niet. Maar die was dan ook nooit student, en poseerde ook nooit als zodanig, of als revolutionair leider. Anders dan de revolutionaire studentenleiders die ik meegemaakt heb had hij wèl een persoonlijke aanwezigheid en karakter, en was géén menselijkerwijs overwegend lege huls gevuld met pretenties en illusies.

En wie overigens wat meer wil begrijpen van het bovenstaande, en van veel maatschappelijk doen en laten, verwijs ik naar "Iets over rollen", dat vandaag 2 jaar oud is, zag ik, en redelijk wat uitleg over dat onderwerp geeft, en adviseer ik u ook via Google het resultaat van "Sokal hoax" door te nemen, als u niet weet wat deze zeer fraaie grap inhield.

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail