Nederlog        

 

 2 mei 2008

                                                                 

"De "verbeelding" aan de macht"

 



Kènners van mijn proza - ook déze gelukkigen bestaan ondertussen, en afgezien van mijzelf, natuurlijk - lezen in de titel van dit stukje een halfsubtiele ironische verwijzing naar de Schefferiaanse Hogere Revolutionaire Dialektiek, en inderdaad wilde ik het weer over mijn generatie hebben.

Het zijn namelijk "les journées de Mai" - zie mijn Veertig jaar onderwijs-nivellering van 22 maart, met een serie links naar andere stukken van mij over het thema - en de NRC meldt heden, op de voorpagina, onder de titel "De verbeelding blijft de geesten verdelen":

"Veertig jaar geleden braken in Parijs onlusten uit onder studenten die leidden tot een politieke en culturele 'revolutie' in Europa. Eerste deel van een serie."

Daarnaast staat een grote foto van twee flessen in de hoek van een raamkozijn, met proppen in de hals, waaronder de toelichting (vetzetting van de NRC):

"Molotovcocktails (benzinebommen) staan klaar voor gebruik op de Parijse Universiteit La Sorbonne in mei '68. Foto Roger Viollet."

Zou dit dan "De "verbeelding" aan de macht" zijn? Er is namelijk niet het minste bewijs dat het geen flessen wijnazijn ergens in Canberra, Australië zijn, circa 1936, of dat ze er niet expres neergezet zijn door de fotograaf, met water en watten, of dat het behalve het onderschrift ook maar iets van doen heeft met Mei '68.

Ik bedoel: Ik zeg geen "néé, dat is onmogelijk" - maar het is een uitstekend voorbeeld van wat je een tendentieuze foto noemt.

In de NRC staat aanzienlijk veel meer tekst, in de Boekenbijlage, inclusief een bespreking van twee boeken, een verwijzing naar veel meer, en een korte min of meer adequate schets van één visie:

"De belangstelling voor in de aanloop voor de 40ste herdenking is ronduit overweldigend. Vergeleken met de 30ste verjaardag in 1998 zijn er nog meer conferenties aangekondigd, worden nog meer documentaires uitgezonden en verschijnen nog meer boeken.

Dominant is nog altijd de interpretatie van een Parijse revolte die ontvlamde in de universiteit, oversloeg naar de maatschappij en uitmondde in een kortstondige politieke crisis. Studenten en scholieren gingen als eerste de straat op. Zij eisten vrij verkeer tussen jongens en meisjes in studentenflats en een einde aan de formele verhoudingen in universiteiten en scholen. Ze inspireerden beroepsgroepen als verpleegsters, arbeiders en journalisten. Hun roep om meer democratie ging gepaard met eisen om loonsverhoging. Een grote staking legde het openbare leven stil. Een grote staking legde het openbare leven stil. President De Gaulle vluchtte naar Baden-Baden. Bij zijn in Duitsland gelegen troepen verzekerde de oude generaal zich van steun voor het geval communisten en socialisten in Frankrijk de macht wilden grijpen."

Dit geeft een goed beeld hoe het verscheen begin mei 1968, en omdat ikzelf net 18 jaar en heel links was ging ik met een stelletje heel linkse vrienden en vriendinnen in Parijs kijken "naar de revolutie", of wat daar hevig op leek, vanuit het vergelijkenderwijs zéér gezapige Amsterdam, en dat deed vooral vanwege de vele fabrieksbezettingen in Frankrijk.

Ik lulde ons over de Franse grens met een smoes tegen de douane, die geacht werd buitenlanders te weren, en ik kan u verzekeren dat het een heel vréémd gezicht was om, in een busje op weg naar Parijs, in Noord-Frankrijk vele bezette fabrieken te zien, met de rode vlag in top, en arbeiders met gebalde vuisten op de daken.

In Parijs hing een heel bijzondere atmosfeer, zowel gespannen als vrolijk, waarbij iedereen op straat iedereen vrijelijk kon aanspreken en aansprak, en dat vaak deed, over het laatste nieuws, over wat De Gaulle in Duitsland aan het doen zou zijn, over wat de positie van de grote communistische vakbond CGT was, enzovoort enzovoort.

Het was of althans voelde spannend, tintelend, opgewonden, gedeeltelijk vrolijk, gedeeltelijk agressief; er waren grote en spectaculaire straatgevechten, met veel barricades van straatstenen, autoos, en omgehakte bomen; en ik heb diverse keren hard moeten rennen om niet, zoals dat heet, gemattraqueerd te worden door de CRS-SS, c.q. in elkaar geslagen te worden door de ordediensten van de politie.

Ik vermoed dat wie fotoos wil zien in de huidige periode goed terecht kan op het internet, en er zijn heel wat spectaculaire fotoos, waarvan er één in de NRC staat, helaas met de vader en zoon Glucksmann, twee in zwarte welvaartskostuums gehulde mediasofen (**), die veel te veel ruimte krijgen om vreselijk te bazelen, en de rechteronderkant van de foto met hun geposeerde zwarte aanwezigheid vervuilen.

De foto is echter heel fraai, en nogal bevreemdend, en ik moet zelf op dezelfde dag in dezelfde straat geweest zijn, en tel nu, op de foto, kennelijk in de morgen genomen, minstens vijf barricades van stenen of autoos in één enkele straat, alles overblijfselen van nachtelijke gevechten tussen de politie en de studenten, en ook een aantal jonge arbeiders, hoewel niet veel.

Omdat het me indertijd zeer interesseerde - ik was immers de oudste zoon van een zeer authentieke marxistische revolutionair en verzetsheld, en ik was net achttien jaar geworden - ben ik er zelf, alleen en op de brommer, eind mei/begin juni nog een keer heen gegaan, en heb het verloop en de laatste dagen ervan meegemaakt.

Ik heb echter niet meegedaan - en ik was overigens de enige van mijn generatie van linkse jonge mannen die ik gekend heb die niet en nooit stenen naar de politie gooide e.d. omdat ik dat, zoals het was, altijd overdreven en gevaarlijk vond (***) - en ik was er expliciet, voor mijzelf, als observateur, maar ik heb er inderdaad redelijk wat van geleerd.

Wat ik ervan geleerd heb is in 2004 al door mij aangegeven, in Vader en de revolutionairen, waar ik vandaag een paar links naar latere stukjes in gezaaid heb, maar verder niets aan veranderd heb.

Ik besprak in dat stuk in 2004

"De redenen waarom ikzelf tussen mijn 18e en 20e van het marxistische geloof afviel - wat tussen 1968 en 1970 was, toen "mijn generatie van verraders" (Komrij - feitelijk: "collaborateurs" - Maartensz)"

en konkludeerde onder andere

"De intellectueel belangrijkste was ongetwijfeld mijn al bestaande ontevredenheid over de marxistische theorieën en mijn relatieve tevredenheid over Russell en analytische filosofie, en ik denk dat de emotioneel belangrijkste reden was dat ik vond dat de studenten-revolutionairen als karakters klein en zwak waren vergeleken met vader, terwijl ik wist dat ook vader zich theoretisch vergiste, wat ik hem makkelijker kon vergeven dan Regtien, Cohn-Bendit, of Dutschke."

En hier zijn we aangeland bij een andere reden voor de titel van mijn stukje:

De revolutionaire studenten van Mei '69 eisten dat "de verbeelding aan de macht" moest komen - en dat gebeurde ook enkele jaren later, bijvoorbeeld aan de Nederlandse universiteiten, toen deze genivelleerd, gepolitiseerd (heette: "gedemokratiseerd"), en geruïneerd werden door de quasi-revolutionaire baantjes-jagers, carrière-makers, ellebogen-werkers, en camera-geilen, als inderdaad Daniel Cohn-Bendit, Ton Regtien en Rudi Dutschke, want die deden niets liever dan met een zorgvuldige gecultiveerde baard van twee à vier dagen, De Revolutionair, De Grote Volgeling Van Che Guevara ("Unos, dos, tres muchos Vietnams!" (*)) uit te hangen voor cameraas van journalisten.

Wel... wat ik leerde, indertijd al, was dat "de verbeelding" aan de macht kwam: De pretentie, de illusie, de pose, de imitatie, de parodie van Grote Revolutionairen te zijn, die feitelijk - zoals mijn werkelijk revolutionaire vader, geschoold in Het Denken van Marx en Lenin, en dekadenlang scholingssecretaris van het district Amsterdam van de CPN dat zei, met groot misprijzen: "wildgeworden kleinburgers". (***)

Precies: Baantjesjagers. Aanstellers. Poseurs. Salon-revolutionairen. Kroeg-guerrila-tijgers. Machtswellustigen. Mooi-weer-revolutionairen. Slappelingen. Leugenaars.

Het eerste kon ik allemaal zien in vergelijking met mijn revolutionaire vader, en zijn revolutionaire vrienden van zijn generatie, die in het communistisch verzet tegen de fascisten durfden te gaan, en meestal de concentratiekampen overleefd hadden, en trouwens gewoonlijk, volgens de Duitse bezetter, "joden" waren, maar volgens zichzelf atheïsten, klassebewuste geschoolde arbeiders, en communisten of socialisten, vaak trouwens zelf weer kinderen van "joodse" anarchisten, uit het laatste kwart van de 19e eeuw, en vaak geïnspireerd door Multatuli en Domela Nieuwenhuys, zoals de ouders van mijn moeder.

En dat Cohn-Bendit, Regtien en Dutschke, etcetera etcetera,  leugenaars waren, dat kon ikzelf indertijd al heel makkelijk zien en begrijpen, omdat ik opgevoed was met de werken van Marx, Engels, Lenin en Stalin in de boekenkast van mijn ouders, waar ik op mijn veertiende in was begonnen te lezen, zodat ik op mijn 18e direct kon inzien, horen en lezen wat àndere 18-jarigen veel minder goed konden zien over hun studenten-leiders-voorgangers van 23 à 30: Ze kenden zelfs hun EIGEN klassieken niet - wat ze niet en nooit weerhield zich daar om de andere zin op te beroepen, direct of indirect.

Ze logen dus en riepen maar wat, goed bedoeld of niet, hormonaal geïnspireerd of niet - en ze waren bereid daarvoor héél ver te gaan met geweld, stenen gooien, universiteiten en bedrijven te bezetten, alles met geen enkel redelijk of helder doel. (***)

In de praktijk reageerde grote meerderheid zich af als adolescent of puber tegen de autoriteiten, en promoveerden de Revolutionaire Marxistiese Studentenleiders binnen luttele jaren tot gearriveerde collaborerende kwasi-wetenschappers, met een goedbetalende sinecure aan een universiteit, of tot met Het Kapitalisme collaborerende bestuurders of politici, nog steeds met linkse praatjes, een grote muil, een gigantische camera-geilheid, zeer scherpe ellebogen, en bijzonder gewillig het persoonlijk en carrièrematig en financieel helemaal te maken, als linkse poseur, zogenaamd Revolutionair Wereldverbeteraar, feitelijk collaborateur-carrièremaker. Denk maar aan Joschka Fischer. Of Ella Vogelaar. Of Elsbeth Etty. Of Gijs Schreuders.

Het was alles leugen, pose, illusie, wensdenkerij - maar het was in de eerste plaats LEUGEN, want de Revolutionaire Linkse Studenten Leiders van weleer wisten nauwelijks iets van Marx, of van arbeiders, of van de geschiedenis van het socialisme, of van wetenschap, of van de kritiek op Marx, of van hoe een maatschappij functioneert, of van economie, of wat de geplande hervormingen - "de verbeelding aan de macht", "onder het plaveisel ligt het strand", "bevrijding van ...." (vul maar in) - zouden moeten inhouden, of hoe ze realistisch doorgevoerd zouden kunnen worden, of wat menselijke beschaving is.

Ze wisten vrijwel niets van het vele dat relevant was voor hun revolutionaire plannen, en poseerden en logen er lustig op los, en waren inderdaad bereid om in mei 1968 de hele tak waar de Franse maatschappij op zat af te zagen onder revolutionair gezang, en met veel straatgeweld, in de revolutionaire hoop het beloofde paradijs te vinden aan het eind van de vrije val, van iedereen, in een onbestemde, onbepaalde, diepe afgrond.

Zoals u weet liep het allemaal ànders af in Frankrijk, maar het scheelde niet veel, en wie mijn lezing van een en ander wil bestrijden zou eerst Raymond Aron's "Le spectateur engagé" moeten doorlezen, dat voor een deel gaat over de studenten-revolte van 1968.

Later wellicht meer hierover, want de NRC heeft "een serie" beloofd, en het thema interesseert me, en ik ben er zelf bij geweest, en kan me er veel van herinneren.

Mocht het u interesseren en mocht u er weinig van weten, dan kan ik u aanraden op het internet te zoeken, vooral indien u redelijk Frans leest, want het was hoe dan ook, wat u er ook van denkt, een zeer interessant maatschappelijk gebeuren, en ook, voor mijzelf gesproken, die er zelf bij was, voor een deel althans, een reeks gebeurtenissen, van gewelddadigheden, en van een bijzonder stemmingsklimaat dat méér op een revolutie leek dan alles wat ik overigens meegemaakt heb, trouwens inclusief de Maagdenhuis-bezetting en de rellen daaromheen van 1969, want dat was weer een zéér slap aftreksel van de feitelijke salon-revolutionaire operette die Mei '68 in Parijs achteraf bleek te zijn.

(*) "Eén, twee, drie vele Vietnams" luidde de leus, het programma en de analyse van Che Guevara, ook vaak met koeieletters op de voorpagina van "Granma", zeg maar de Cubaanse "Pravda", of "De Waarheid": De communistische partij-krant.

Waar de gehele mensheid in deze analyse op zat te wachten was, "zoals Marx bewezen had", De Wereldrevolutie, die te bereiken was - "nog in deze generatie", zoals de eerste Christenen de terugkeer verwachtten - via het verslaan van Het Amerikaanse Monopolie-Kapitalisme dat, naar u onmiddellijk begrijpt, op de knieën zou worden gebracht door Rudi Dutschke, Ton Regtien, Dany Cohn Bendit, en Paul Verheij, met hulp van Anja Meulenbelt (sindsdien prof.drs.), Hedi d'Ancona (sindsdien minister), Harry Mulisch (sindsdien universeel genie), Peter Schat (sindsdien blauwbaard), en talrijke andere eertijdse Nederlandse Marxistiese Revolutionairen, middels het creëren van "Eén, twee, drie vele Vietnams".

Immers, "wie een omelet wil maken moet eieren breken", zei Stalin reeds, en er konden volgens de genoemden (indertijd) niet genoeg Vietnams komen, natuurlijk met veel napalmslachtoffers, veel terreur tegen de burgerbevolking, en natuurlijk héél veel voorbeeldig heldhaftige strijd van Revolutionaire Guerillas (mede geleid door Vooraanstaande Leidende Hollandse Kameraden - "compagneros" - als boven genoemden, natuurlijk), mèt muziek van Peter Schat, tekst van Harry Mulisch, en Revolutionair Voorzitterschap door Ton Regtien etcetera.

(**) Ze noemen zichzelf "filosofen", maar dat is véél te veel eer. Pa Glucksmann, in ieder geval, waarvan ik wel eens tekst las, is een poseur en een aansteller, die nu al 40 jaar carrière maakt als mediagenieke salon-revolutionair. Voorzover ik kan beoordelen waait hij al 40 jaar mee met de best betalende wind. Ik heb hem nooit op enige originele gedachte weten te betrappen. Hij is "gediplomeerd filosoof", "was even anarcho-maoïst", werd bekend als één van de "nouveaux philosophes". Tegenwoordig waait hij mee met de wind van Sarkozy, die hij vertrouwt: "Hij staat voor een open mondiaal rechts". Over de opvoeding van zijn zoon:

"Vader André zegt dat hij "geen enkele opvoeding" heeft gegeven. "Ik neem aan dat we wel tegen Raphaël zeiden dat je niet de straat moet oversteken zonder te kijken. Gevaren, daar kun je het over hebben. Maar je kunt nu eenmaal niet doorgeven wat goed is."

Snapt u? André Glucksmann is de vleesgeworden "Le trahison des clercs" (Julien Benda - vertaling: "Het verraad van de intellectuelen"), de normloze, de beschavingsloze, de immer pretentievolle, altijd voor eigen carriére en opgang relativerende mediabazelaar en poseur.

(***) P.S. 5 mei 2008. Ik vind vandaag in Hoofdstuk VIII van Hobbes' Leviathan:

"(For example,) Though the effect of folly, in them that are possessed of an opinion of being inspired, be not visible alwayes in one man, by any very extravagant action, that proceedeth from such Passion; yet when many of them conspire together, the Rage of the whole multitude is visible enough. For what argument of Madnesse can there be greater, than to clamour, strike, and throw stones at our best friends? Yet this is somewhat lesse than such a multitude will do. For they will clamour, fight against, and destroy those, by whom all their lifetime before, they have been protected, and secured from injury. And if this be Madnesse in the multitude, it is the same in every particular man. For as in the middest of the sea, though a man perceive no sound of that part of the water next him; yet he is well assured, that part contributes as much, to the Roaring of the Sea, as any other part, of the same quantity: so also, thought wee perceive no great unquietnesse, in one, or two men; yet we may be well assured, that their singular Passions, are parts of the Seditious roaring of a troubled Nation. And if there were nothing else that bewrayed their madnesse; yet that very arrogating such inspiration to themselves, is argument enough. If some man in Bedlam should entertaine you with sober discourse; and you desire in taking leave, to know what he were, that you might another time requite his civility; and he should tell you, he were God the Father; I think you need expect no extravagant action for argument of his Madnesse."
 

Vervolg  - 

 Maarten Maartensz

        home - index - top - mail