Nederlog        

 

31 december 2007

                                                                 

Morele rekenkunde II

 



De nadenkende lezer - en heb ik andere lezers? - begreep gisteren ongetwijfeld dat ik méér op te merken heb onder het hoofdje "Morele rekenkunde".

Ik zal het me hier makkelijk maken, en eerst uit mijn hoofdstuk 11 bij "On the Logic of Moral Discourse" citeren:


Society and the good, the bad and the stupid


One way of understanding society - any human society anywhere, of sufficient size, say 10 or a 100 or more not specially selected persons - is that the good : the bad : the stupid = 1 : 9 : 90. Alternatively expressed but to the same effect: the intelligent : unintelligent = 1 : 9 and the unegoistic : egoistic = 1 : 9, and intelligence and egoism are independent. (Note 8)

Putting it all in a table with percentages (while remembering that intelligence and moral courage are probably for the largest part determined by innate factors):

    Percentage
intelligent good 1
intelligent not good 9
not intelligent good 9
not intelligent not good 81
all   100

Next, all members of society have a public and a private face and role, and the public face consists mostly of deception.

The public character people assume is usually

1. composed of lies that are derived from what they think is supposed to be desirable behaviour of members of their society
2.  it is a role played by an actor for the rewards one's society provides for playing this role or for the punishments one's society provides for not playing the role and
3.  it consists of deception even if one's deceptions happen to be the true: one knows one is playing a role.

Seen in the light of these important points - the distributions of intelligence and egoism and the fact that all social acting consists of role-playing in which deception is the norm - it is not so strange nearly all social and political analyses are false, phoney and illusory, and also part of role-playing and delusion or deception.

And - it seems - (3) is important: Those who make a career are those who are known to be liars by those who already have made a career. Somebody who is honest won't get far in any society or group, even if - very privately - many will agree he is honest and truthful.

The best expositions I know about the problems I am treating here in a simplistic and generalizing manner are:

  • A. Anti-totalitarian texts:
    Talmon: "The rise of totalitarian democracy";
    Orwell: "Animal Farm", "1984" and "Collected Essays and Letters";
    Revèl: "The totalitarian temptation".
  • B. Texts on socialism:
    Conquest: "The Great Terror";
    Hayek: "Road to serfdom";
    Zinoviev: "Yawning Heights".

U vindt een en ander in context in mijn reeds genoemde hoofdstuk 11. En hier zijn vervolgens twee relevante citaten in dit verband.

Het eerste is van T.H. White, en reeds lang bekend aan prof.mr.dr. burgemeester Job Cohen, voor wie het een dagelijkse inspiratie is:

"What are we, then, at present?"
"We find that at present the human race is divided politically into one wise man, nine knaves and ninety fools out of every hundred. That is, by an optimistic observer. The nine knaves assemble themselves under the banner of the most knavish among them, and become 'politicians': the wise man stands out, because he knows himself to be hopelessly outnumbered, and devotes himself to poetry, mathematics or philosophy; while the ninety fools plod off behind the banners of the nine villains, according to fancy, into the labyrinths of chicanery, malice and warfare. It is pleasant to have command, observed Sancho Panza, even over a flock of sheep, and that is why politicians raise their banners. It is, moreover, the same thing for the sheep, whatever the banner. If it is democracy, then the nine knaves will become members of parliament; if fascism will become party leaders; if communism, commissars. Nothing will be different, except the name. The fools will still be fools, the knaves still leaders, the result still exploitation. As for the wise man, his lot will be much the same under any ideology. Under democracy he will be encouraged to starve to death in a garret, under fascism he will be put in a concentration camp, under communism he will be liquidated. This is an optimistic but on the whole scientific statement (...)"
   (T.H. White: "The Book of Merlyn", p. 50-1)

Het tweede is van Henry Fielding. Of dit bekend aan prof.mr.dr. burgemeester Job Cohen weet ik niet, maar ongetwijfeld is zijn genetische aanleg dusdanig dat het volgende voor hem - die een GROOT man is - instinctmatig geheel vanzelf spreekt.

Een en ander gaat over het spelen van rollen, hypocrisie, en het zo carrière-bevorderend weten te zwijgen, blind te zijn, en niet te horen wat de machthebbers van het moment niet willen horen, zien of laten zeggen:

[T]he stage of the world differs from that in Drury Lane [zegge: de schouwburg - MM] principally in this - that whereas, on the latter, the hero or chief figure is almost continually before your eyes, whilst the underactors are not seen above once in an evening; on the former the hero or great man is always behind the curtain, and seldom or never appears or doth anything in his own person. He doth indeed. in this GRAND DRAMA, rather perform the art of the prompter, and doth instruct the well-drest figures, what to say and do. To say the truth, a puppet-show will illustrate our meaning better, where it is the master of the show (the great man) who dances and moves everything(..)
(...)
Not that anyone is ignorant of his being there, or suppose that the puppets are not mere sticks of wood, and he himself the sole mover; but as this (though everyone knows it) doth not appear visibly, i.e. to their eyes, no one is ashamed of consenting to be imposed on; of helping on the drama, by calling the several sticks or puppets by the name which the master hath allotted to them, and by assigning to each the character which the great man is pleased they shall move in, or rather in which he himself is pleased to move them.
(...)
He must have a very despicable opinion of mankind indeed who can conceive them to be imposed on as often as they appear to be. The truth is, they are in the same situation as the readers of romances; who, though they know the whole to be entire fiction, nevertheless agree to be deceived; and as these find amusement, so do the others find ease and convenience in this occurence.
   (Henry Fielding: "The Life of Jonathan Wild", p. 113-4)

Kortom, het kwaad in de wereld bestaat voornamelijk omdat de grote meerderheid zich met graagte laat bedriegen of doet alsof ze zich laten bedriegen, en gewillige uitvoerders zijn van de opdrachten van hun bovengestelden, vanwege de voordelen die het ze zelf biedt, zodat velen beweren de kleren van de keizer te zien, omdat ze, in Rome of tussen kannibalen verblijvend, uit eigenbelang doen zoals de Romeinen of kannibalen doen, in het vaste en trotse morele besef daarmee te doen wat de grote meerderheid doet, en wat de leiders graag zien, en wat de voorgangers aanprijzen als goed en moreel.

Zoals Burke zei:

"The only thing necessary for the triumph of evil is for good men to do nothing."

Maar omdat de grote meerderheid van de mensen geheel gelijkwaardig is, of graag zou zijn, met deugdhelden als prof.mr.dr. burgemeester Job Cohen; of met dat genie onder de genieën, de waarachtige humanist Josef Stalin; of met de grote roerganger Mao; of met welke andere grote leider er ter plaatse ook is, of hij nu "Cohen" of "Van Thijn" heet of niet, zal de intelligente en trotse Nederlandse lezer onmiddellijk inzien dat onze wereld de beste van alle mogelijke werelden is; dat dit vooral zo is dankzij het feit dat onze leiders de beste leiders van alle mogelijke leiders zijn; en doordat onze medemensen allen zo goed en moreel als de almachtige, alwetende en oneindig goede godheid deze kon maken ("En Hij zag dat het goed was"); en dat van alle zes miljard universeel gelijkwaardige mensen op de wereld de Neerlanders verreweg het best, het nobelst, het eerlijkst, het intelligentst, en ook het aantrekkelijkst zijn, dit weer vooral dankzij hun leiders, hun parlementariërs, hun bestuurders, hun ongekend grote Nederlandse literatuur, en de zo bijzondere intelligentie en beschaving van dit zo buitengewoon voorbeeldige volk, dat zowel in aantal als aanleg als cultuur als beschaving als alles wat de oude Grieken vermochten, of wat andere vermeende menselijke voorbeeldbeschavingen deden, zo evident geheel overschaduwt, sinds vele dekaden, tot groot en stichtelijk voorbeeld van de gehele mensheid. Immers, zoals hun grootste schrijver dat met zijn welbekende waarachtigheid en eerlijkheid zo fraai verwoordde: Onder de eigenaardigheden van den Nederlander bekleedt de volkomenheid 'n eerste plaats. (Uit Idee 1277b)

Ik wens u een gelukkig en gezond 2008 - mits u geen bestuurder of ambtenaar bent tenminste, want zelfs mijn goedertierenheid kent grenzen, en geen mens is perfect in enig opzicht, behalve illusioneel.


P.S. T.H. White kunt u in de links vinden; mijn editie van Henry Fielding is die in de onvolprezen Everyman's Library. Fielding is zeer de moeite waard, en was een opmerkelijk, moedig en intelligent man.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail