Nederlog        

 

30 december 2007

                                                                 

Morele rekenkunde I

 



Hier is een stukje, gebaseerd op een noot van mij bij de Ethica van Aristoteles, dat volgens mij het een en ander verduidelijkt over mens en moraal. Een dergelijke overdenking past in deze tijd van het jaar, lezer, en ik denk niet dat het volgende dommer beredeneerd of slechter geschreven is dan wat u verder op dit gebied deelachtig wordt gemaakt, in onze fraaie Neerlandse beschaving of prachtige Nederduitse taal. En vandaar dus.

De volgende tafel geeft de logische mogelijkheden weer tussen, aan de ene kant, "goed" en "niet goed", en aan de andere kant "plezierig" en "niet plezierig":

  Goed Niet Goed Som
Plezierig        α        γ α+γ
Niet Plezierig        β        δ β+δ
Som      α+β      γ+δ   

Het is evident - of het zou althans zo moeten zijn - dat zr vele van de meest alledaagse problemen gebaseerd zijn op het feit dat vele dingen goed worden geacht die geacht worden niet plezierig zijn, en vele dingen plezierig worden geacht die geacht worden niet goed te zijn.

Hier speelt het geen rol wat de beoordeelaar voor "goed" of "plezierig" houdt, en inderdaad kan dat zr verschillen van beoordeelaar tot beoordeelaar.

Wat telt is dat vrijwel niemand het goede en het plezierige identificeert (afgezien dan van Bentham, Mill en Multatuli, maar ik zal u daarmee hier niet verder mee lastig vallen - en ze vergissen zich als alle waarden in de tafel van α tot en met δ ongelijk 0 zijn: zie de laatste link).

Vervolgens, het lijkt mij minstens aannemelijk dat voor de meeste mensen in de meeste omstandigheden in de meeste maatschappijen, het volgende geldt, in de termen van bovenstaande tafel: namelijk dat γ > α (er zijn meer plezierige slechte dingen dan plezierige goede dingen) en dat δ > β (er zijn meer onplezierige slechte dingen dan plezierige goede dingen).

Kortom, het verschijnt alsof - in de meeste gevallen, voor de meeste mannen en vrouwen - de volgende soort numerieke relaties gelden tussen de verschillende mogelijkheden:

  Goed Niet Goed Som
Plezierig        α        α+y 2α+y
Niet Plezierig        α+x        α+z 2α+x+z
Som      2α+x      2α+y+z   

met bovendien x<y<z. In woorden, en nog steeds afgezien van wat actuele beoordeelaars voor goed of prettig houden:

De dingen die zowel goed als prettig zijn, zijn het geringst in aantal; de dingen die zowel goed als onprettig zijn, zijn het volgende in aantal; de dingen die niet goed maar wel prettig zijn, volgen daarop in getal; en van de vier mogelijkheden zijn de meeste dingen noch goed noch prettig.

Wat kunt u hieraan ontlenen? Minstens vier dingen lijkt me:

En. Er zijn, voor de meeste mensen, in de meeste omstandigheden, meer slechte dan goede dingen, en meer onplezierige dan plezierige dingen - ceteris paribus, en ongeacht hun priv-opvattingen over moraal en plezier.

Twee. Anderen zijn ook niet zo bijzonder gelukkig met hun kansen het goede te doen of ondergaan, en plezier te hebben of te geven, zelfs niet als hun oordelen wat goed en plezierig is nogal verschillen van die van u.

Drie. Een en ander geeft een goede grond waarom mensen zouden willen werken - "in 't zweet uws aanschijns", volgens de Bijbel - om hun levens en kansen te proberen te verbeteren: Zonder welbewuste inspanningen om daaraan te ontsnappen zijn de meeste dingen in het leven goed noch plezierig.

Vier. Het maakt althans aannemelijk waarom er zoiets als moraal is, en waarom moreel handelen gewoonlijk niet makkelijk is: Het goede en het plezierige vallen niet samen, en er zijn zowel meer slechte dan goede dingen, als meer onplezierige dan plezierige dingen, voor bijna iedereen, bijna overal, bijna altijd - en alles afgezien van wat de gebruikte oordelen zijn over goedheid en genot, afgezien dan van de bovenstaande zeer algemene kwalititatief-numerieke aannames.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail