Nederlog        

 

30 december 2007

                                                                 

Laptop

 



Ik ontbeer veel kenmerkende mannelijke eigenschappen die veel aanzienlijk normalere mannen dan ik ben wèl hebben - moet ik althans vrezen, gezien mijn behandeling in Nederland (*) - en één daarvan is dat ik géén gadget-freak ben en ook al nooit maar de minste aandrang had om aan autoos of brommers of andere apparaten te willen sleutelen.

Waar dit gemis aan ligt weet ik niet. Misschien is het omdat ik een nogal aristocratisch dédain heb voor handenarbeid (het vak waarvoor ik ooit ben blijven zitten op de HBS, met een 4, in welke school voor Hoogere Burgers ik dan ook de énige zoon van een echte arbeider was), of omdat ik mechanische dingen véél sneller begrijp dan ik ze kan maken.

Hoe het zij, zelfs in mijn puberteit sleutelde ik alleen met de grootste tegenzin aan mijn brommer, en sindsdien had ik nooit enig enthousiasme voor technische hebbedingetjes die kennelijk de mannelijke tegenhanger zijn van modieuze hebbedingetjes op klerengebied voor vrouwen.

Maar ik ben nu ca. twee weken in het genot van een laptop, en het bevalt me heel goed, en is behoorlijk verbazend.

De laptop is een tweedehands geval - gezien mijn grote armoede, en het totale gebrek aan hulp dat ik in Amsterdam krijg, aangezien ik de laatste drie burgemeesters heb beledigd en gegriefd, in hun eigen dunk, door te vinden dat ze ofwel de wet moet handhaven ofwel ontslag moeten nemen, wat natuurlijk een persoonlijke, morele en juridsche kwetsing is die geen Amsterdams na-oorlogs burgemeester (sinds Van Hall, die een behoorlijk en moedig mens was) kan of wil ondergaan zonder de spreker of schrijver als het éven kan voor dekadenlang te invalideren, wat dus gelukt is in mijn geval (*) - en het is voor mij iets nieuws, en vergeleken met de desktops die ik de afgelopen 20 jaren gebruikte is het een grote technologische vooruitgang.

Mijn verbazing geldt vooral het volume, want de laptop heeft ongeveer dezelfde kracht en mogelijkheden als de desktop (waar ik dit op tik), maar met dit verschil:

De laptop meet ca. 32x25x3 cm (naar boven afgerond), wat inclusief beeldscherm, CD-Rewriter, en geluid is, terwijl de desktop iets van 40x32x25 cm is (ook naar boven afgerond) - en dat geldt alleen maar de computer zelf, afgezien van beeldscherm en geluid. Dus - ik heb nog leren rekenen: uit mijn blote hoofd - dus als 75 : 1000 = 7,5%.

Ook zit er in die 32x25x3 cm nog een accu, die ca. 1/6e van het volume inneemt, en het ding 2 1/2 uur draaiend kan houden zonder verbinding met het electriciteitsnet - dus bijvoorbeeld in het Vondelpark, of gezeten tegenover een chicaniserende en schofferende Amsterdamse bestuurder of bureaucraat, waarvan er minstens 17.000 zijn, tegenwoordig, ook tot groot voordeel van de Amsterdamse drugs-industrie. (*)

Waarom registreer ik dit? Wel, voor mij, ook als invalide, is een computer al 20 jaar erg belangrijk; ik heb géén recht op een computer via de Amsterdamse bijstand (wel op een TV, maar daar is mijn intelligentie te hoog voor, en mijn humeur ook niet tegen bestand op termijn, en ambtenaar meneer Lont vindt het "niet relevant" dat ik een computer nodig heb: dan had ik immers maar niet invalide moeten worden, nietwaar - eigen schuld, dikke bult!(*)); en het is voor mij een echte kwalitatieve sprong voorwaards in computergebruik.

Mijn eerdere sprongen op dit terrein waren de volgende:

  • 1972: Ik kom voor een uitzendbureau bij een computerfirma te werken, en krijg - beperkte, voorwaardelijke - toegang tot een mainframe (een IBM van vele meters bij vele meters met een fractie van het vermogen van de laptop), en enige informatie over Algol en Cobol. De machine was onbetaalbaar voor privé-personen die geen multi-miljonair was, en overigens alleen bruikbaar voor wat tegenwoordig zeer elementair programmeren is.
  • 1981: Een vriend koopt een Apple met Apple-Basic, en overigens niets: Opslag op cassette-tapes. Ik meen dat een en ander indertijd in de orde van 8000 gulden kostte, all in, inclusief beeldscherm en cassette-deck. (Voor kenners: Dit was nog geen grafische computer, zoals de Apples van later in de 80-er jaren wel.)
  • 1987: Ik krijg de beschikking over een Osborne "draagcomputer", met het OS (operating system) CP/M. Processorsnelheid: 0,6 Mhz; geheugen 55 Kb (64 Kb minus CP/M); opslag op 128 Kb. zachte floppie-disks. Maar: Programmeerbaar in Basic, met een spreadsheet (Visicalc), met een teksteditor (Wordstar), en een herkenbare voorloper van de standaard PC
  • 1988: De Osborne wordt opgevolgd door zo'n standaard PC, en wel een Philips, met maar liefst 256 Kb geheugen (en een beeldscherm waarop "pixels" vier gruwelijke kleuren kunnen hebben en bijna 1/4 cm. groot zijn).
  • 1996: Ondertussen diverse PC's verder, heb ik er nu één die het internet op kan en Windows 95 draait, en dus een bruikbaar grafisch beeldscherm heeft, al is de resolutie laag.
  • 2007: Weer diverse PC's verder, allemaal in de vorm van desktops (dus: een kast voor het moederbord etc.; een beeldscherm; een printer; luidsprekers, alles relatief onafhankelijk - voorzover Windows dat aankan - en elektrisch verbonden), arriveer ik - járen later dan mijn gezonde leeftijdsgenoten-academici met minder goede hersens en/of minder grote eerlijkheid dan ik - in het laptop-tijdperk.

Ik noem dit op als punten eenvoudig omdat de voelbare kwalitatieve verschillen iedere keer groot waren, en aanzienlijk groter dan die tussen de ene desktop-computer en de andere.

Als gezegd, de desktop die ik nu heb en de laptop die ik sinds twee weken gebruik zijn vergelijkbaar in vermogen (processor-snelheid, CD-Rewrite, intern geheugen), en ik ben zo verstandig geweest - wat ik u ook aanraad, tenzij u uw ziel, zaligheid en computergebruik geheel aan Microsoft's Windows Vista wilt overleveren - Windows XP te willen op de laptop.

Het verschil ligt deze keer dus minder in toegenomen mogelijkheden dan in toegenomen gebruiksgemak, en radikaal afgenomen volume van het geheel.

Een en ander maakt een aanmerkelijk groter verschil dan ik aannam, en dat is de reden voor dit stukje. Het is echt een vooruitgang, en een prettige, en ik vind het ook wel eens prettig iets hier te melden dat voor mij prettig is, wat helaas veel minder vaak voorkomt dan me lief is, of dan waar ik, volgens de prachtige letteren of geest van de Nederlandse wet, recht op heb. (*)


(*) Als ik het terug kan vinden dan zal ik op deze plaats ook prof.mr.dr. Job Cohen's - "ein echter Mensch", net als prof.dr. David Cohen - gigantische morele en menselijke inspanningen voor de 21-jarige Ghanese voetballer Akwasi bespreken, aan wiens talenten Amsterdam en Nederland zoveel méér behoefte heeft dan aan de mijne, en wiens menselijke rechten dan ook in de Amsterdamse praktijk minstens een miljoenvoud zijn van het mijne, alles dankzij prof.mr.dr. Job Cohen, wiens menselijkheid boven iedere redelijke twijfel staat.

Ik kon het fraais nog niet terugvinden in de NRC, waar ik het in vond, en bezit mijn ziel dus maar weer eens in lijdzaamheid, en volgens Vergilius: "Superanda omnis fortunata ferendo est" - want ik ben een invalide en pijnlijdende 57-jarige zoon van Amsterdamse verzetshelden, die het ongeluk heeft intellectueel briljant te zijn, moreel eerlijk, en niet te kunnen voetballen. Ook heb ik het serieuze gemis - voor "echter Menschen" als Cohen, kleinzoon en grootvader ook, kennelijk - dat ik én niet zwart ben, én het joodse geloof niet belijd, natuurlijk naast mijn gebrek aan voetbalkunde. (O ja: Vergilius in vertaling is iets als "Voorspoed en tegenspoed kunnen alleen doorstaan worden door vol te houden". En ik gelóóf dat ik Cohen en Van Thijn beledig als ik zeg dat ik al 20 jaar pijn lijd vanwege hun minderwaardige menselijkheid. Toch is dat zo. En ik houd dat ook vol, zolang ik pijn lijd, en zolang ik leef. Zie ook ME in Amsterdam. Ja, het is vréselijk onredelijk van me, voor en volgens Trotse Nederlanders. Ik weet het.)

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail