Nederlog        

 

28 oktober 2007

                                                                 

Wolkersmoe

 


Het kàn de lezer niet ontgaan zijn dat Jan Wolkers ruim een week geleden overleed, en afgelopen woensdag gecremeerd is.

Mij is het ook niet ontgaan, en gisteren was er opnieuw méér Wolkers op de radio, deze keer in de vorm van zijn biograaf, die toelichtte dat hij op zijn onderwerp gaat promoveren, vanwege "de wetenschappelijkheid", en dat het hem "maar" vijf jaar zal nemen om deze meesterproef te scheppen, en dat het een daad van moed en blijk van vermogen is het in die tijd te kunnen en willen, en te durven aankondigen.

Maar ondertussen ben ikzelf behoorlijk Wolkersmoe.

Het is één van de weinige Nederlandse schrijvers van de 20ste eeuw waarvan ik boeken in de kast heb staan, die best aardig zijn, en het zal ook nog wel een aardige man geweest zijn - maar ja: een gróót schrijver? Nee. Een groot kunstenaar? Ook al niet. Een genie, "zoals Van het Reve", zoals de verse literaire dode dat zelf zei? Helemaal niet, zomin als wijlen de jongensliefhebbende markies.

Hij had het juiste formaat om in zijn tijd in zijn omgeving voor groot door te gaan, en hij speelde de rol van vrijgevochten bohémien heel aardig, en "Terug naar Oegstgeest" is een goed boek, ook interessant vanwege de beschrijving van een Protestantse opvoeding in de 20ste eeuw in Nederland.

Wat hij verder schreef is soms aardig, maar buiten Nederland géén groot proza, en allemaal minder dan het genoemde boek.

En Wolkers' proza en persona in zijn boeken lijken toch wel érg veel op Henry Miller,  behalve dat deze beter schreef én veel minder in de smaak viel bij de autoriteiten van zijn tijd en vaderland, terwijl het ook wat eerlijker geweest zou zijn in de vele biografische lofzangen op de verse dode als althans, door deze of gene, aan deze schatplichtigheid herinnerd was, maar ik heb dat nergens gehoord of gelezen.

Trouwens... als Rafaël of Michelangelo of Dürer wat voorstelden als beeldend kunstenaar, dan kon Wolkers noch schilderen noch tekenen noch beeldhouden. En  iemand die de laatste 45 jaar in zijn land allerwegen gevierd en gevraagd wordt als Geacht Kunstenaar is niet bijzonder  geloofwaardig als vrijgevochten bohémien-kunstenaar.

Kortom, om het eens met een zeer veel groter Nederlands schrijver te zeggen, die het op zijn beurt had over een overschat Nederstaatsman uit zijn eigen eeuw, maar sprak voor de Neerlandse eeuwigheid over Neerlandse roem:

Ik had in mynen kleinen tyd,
Precies de maat van mynen tyd.

Want dat is natuurlijk een hoofdvoorwaarde "een groot man" te kunnen worden, en vooral in een kleine tijd in een klein land: To be the right man on the right place, with a popularly pleasing size, that offends few. Wie daaraan niet voldoet heeft pech gehad, talent en moed of niet.

Kortom, en weer met dezelfden:

Wandlaar, 't is niet om je te krenken,
Maar... als je my groot vindt, wat drommel moet ik dan van
jou denken?

Of ook, idem:

Du gleichst dem Geist den du begreifst. Ieder kan leeren uit dit (nooit gebruikt) citaat,
Dat de meerderheid van de Hollanders uit groote mannen bestaat.

Ik ben dus nu wat Wolkersmoe, en hoop de komende vijf jaar niet àl te vaak of te hijgerig chauvinistisch op zijn voor doorsnee Neerlandse begrippen geniale grootheid gewezen te worden, was het alleen om toch nog eens af en toe zonder tegenzin wat in z'n boeken te lezen, als ik niets beters te doen heb, of probeer Nederlanders te begrijpen.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail