Nederlog        

 

22 oktober 2007

                                                                 

Die Partei hat tausend Augen

 

 

Laat ik het eens over "Mijn generatie van verraders" hebben, in Komrij's woorden - en dan bedoel ik vooral diegenen die tussen 1945 en 1955 zijn geboren; die een VWO of universiteit bezochten; en die vanaf 1965 tot 1985 of 1995 poseerden (en ook daarná nog, maar dan als "neo-conservatief" of "liberaal") alsof zij de moraal en de waarheid in pacht hadden, en daarmee carrière maakten in "de kapitalistiese instituties" die zij zelf in hun persoonlijke en politieke propaganda voor "fascisties", "monopolie-kapitalisties", "misdadig" en zo meer uitmaakten.

Wat is er van ze geworden en wat dreef ze?

Het antwoord is eenvoudig en gaf ik reeds: Ze hebben vrijwel allemaal carrière gemaakt, en zijn vrijwel allemaal zus of zo gearriveerd, zoals ik zometeen zal laten zien middels wat citaten - en ze hebben nog steeds de grootst mogelijke morele praatjes en pretenties, zoals ook idem.

Ik heb hier eerder over geschreven, omdat ik zelf uit een communistische familie stam, en geboren ben in 1950, en ook een VWO-school bezocht en een universitaire opleiding afmaakte.

Maar er zijn een aantal relevante individuele verschillen, waarvan de vier belangrijkste kennelijk zijn

  • 1. dat mijn ouders en grootouders werkelijk iets voorstelden in het verzet, geheel anders dan de ouders van vrijwel iedereen in mijn generatie;
  • 2. dat ikzelf intellectueel nogal afwijk van de doorsnee, óók van diegenen die begaafd genoeg zijn om een Nederlandse universiteit af te maken;
  • 3. dat ik op mijn 20ste uit de CPN ging, waar ik twee jaar lid van was geweest, vooral om mijn vader te plezieren, omdat ik het marxisme afwees en de CPN en het partij-proza intellectueel gruwelijk  stompzinnig vond, en zéér veel meer zag, zowel waar het menselijke emancipatie als kennis betreft, in echte wetenschap; en
  • 4. dat ik in 1977 - geremigreerd uit Noorwegen om te studeren - geconfronteerd werd met "Mijn generatie van verraders" die met linkse praatjes, poses, leugens, propaganda en bedrog probeerden posities te verwerven aan de UvA, waar ze ook in grote getale in slaagden, terwijl ik, die daar publiek tegen protesteerde, schreef, en een studentenbeweging voor oprichtte, drie keer van de UvA werd verwijderd vanwege "uw uitgesproken gedachten"

Hier zijn wat links, waarvan de eerste twee "Mijn generatie van verraders" vervolgen:

Balans mei '68
Nog wat over "onze generatie"
Pretenties van de UvA
Spiegeloog-columns
ME in Amsterdam

Het geval wil nu - en dit is de aanleiding voor dit stukje - dat mr. Gijs Schreuders, die ik redelijk vaak persoonlijk meegemaakt heb tussen mijn 15e en 17e als Voorzitter van de Organisatie van Progressieve Studerende Jeugd (OPSJ: een mantel-organisatie van de CPN, vooral bestemd voor het kroost van CPN-leden dat een VWO aankon), zich vier jaar geleden óók over de vraag blijkt te hebben uitgelaten waarmee ik begon:

Wat is er van ze geworden, van de leden van "Mijn generatie van verraders",  en wat dreef ze?

Ik vond Schreuders' verhandeling een paar weken geleden, toen ik via Google enige informatie over "Mijn generatie van verraders" zocht, om persoonlijke redenen, na daar dekaden lang niet naar omgekeken te hebben, omdat Schreuders en kompanen mij geheel niet interesseren, en ik hen ongetwijfeld ook niet, behalve als dwarsligger en renegaat van bijna 40 jaar her, die ook zonder enig nut voor hun carrières is.

Schreuders ontlastte zich in 2003 van een stuk dat "Waar zijn de Nederlandse communisten heen?" heet, dat zo begint:

"Mais où sont les neiges d'antan?" vroeg de middeleeuwse Franse troubadour Francois Villon."Wo sind die Tränen von gestern Abend? Wo ist der Schnee vom vergangenen Jahr?" herhaalde Bertolt Brecht. Welhaast van zo'n transcendente orde leek de mij voorgelegde vraag: "Waar zijn de Nederlandse communisten heen?"

Als men die vraag uitstrekt tot allen die een rol hebben gespeeld in de Communistische Partij van Nederland, of die hebben bijgedragen tot het communistische gedachtegoed en activisme, terugblikkend op een geschiedenis die een aanvang neemt met de oprichting van de links-revolutionaire Sociaal Democratische Partij in 1909, dan luidt voor de overgrote meerderheid het voor de hand liggende antwoord: zij zijn naar gene zijde."

Het laatste is ongetwijfeld wáár waar het de generatie van mijn ouders betreft, dus - laten we zeggen - van de communisten geboren in het begin van de vorige eeuw, die de crisis van de dertiger jaren en de Tweede Wereldoorlog meemaakten.

Maar over die generatie wil ik het niet hebben, was het alleen omdat ze mijns inziens fundamenteel moreel en intellectueel verschilt van "Mijn generatie van verraders": Gewoonlijk intelligenter dan hun nageslacht, maar veel minder hoog opgeleid; met in meerderheid zéér veel moeilijker levens, vanwege crisis en oorlog; en moreel van een geheel andere orde dan "Mijn generatie van verraders".

Laat ik echter eerst de titel van mijn stukje verklaren. Het is een regel uit een gedicht van de Duitse kommunist en toneelschrijver Bertolt Brecht, dat in z'n geheel zo luidt:

Lob der Partei

Der Einzelne hat zwei Augen
Die Partei hat tausend Augen.
Die Partei sieht sieben Staaten
Der Einzelne sieht eine Stadt.
Der Einzelne hat seine Stunde
Aber die Partei hat viele Stunden.
Der Einzelne kann vernichtet werden
Aber die Partei kann nicht vernichtet werden.
Denn sie ist der Vortrupp der Massen
Und führt ihren Kampf
Mit den Methoden der Klassiker, welche geschöpft sind
Aus der Kenntnis der Wirklichkeit.

De regels "Der Einzelne kann vernichtet werden/Aber die Partei kann nicht vernichtet werden" zijn trouwens ook interessant, in verband met Stalin en de Gulag, zoals het gehele gedicht een bijdrage is tot en een uitdrukking van totalitair denken en voelen.

Het beschrijft ook ongetwijfeld een fundament van Schreuders' gevoelens - of althans van zijn publieke pretenties - gedurende dekaden héél adekwaat.

De lezer die het gehele Schreuderiaanse stuk wil lezen heeft hier de link. Wat mij er vooral in interesseert zijn drie passages, waarvan dit de eerste is (en merk op dat de nieuwe spelling in de titel onzin is, net als met "panneNkoeken"):

"Klassenverraad?

Hiermee heb ik nog geen begin van een antwoord gegeven op de vraag waar de voormalige communisten, voorzover nog actief, zijn gebleven. Van de vernieuwers die sinds het midden van de jaren zeventig in de CPN een proces van (sociaal)democratisering teweegbrachten, zijn de meeste mij bekende figuren werkzaam bij de media en aan de universiteiten. Redacteuren van De Waarheid zijn naar vrijwel alle dag- en weekbladen uitgezwermd, met inbegrip van De Telegraaf. Over hun politieke voorkeur zegt dit minder dan over hun journalistieke bekwaamheden, al valt wel op dat zij, als columnist of commentator geroepen tot het innemen van standpunten, doorgaans de vrijheid van meningsuiting, verdraagzaamheid en grondrechten tot kernthema hebben gemaakt. Nogal wat theoretici die als medewerkers van het wetenschappelijk bureau van de CPN in het tijdschrift Komma het marxisme-leninisme ten grave droegen en de anti-intellectualistische, sektarische en hiërarchische partijtraditie aanvielen, hebben het als politicologen, sociologen, economen (en een enkele jurist) tot hoogleraar of publicist gebracht. Mensen als Paul Scheffer, Gabriël van den Brink, Meindert Fennema, Duco Hellema en Theo de Roos zijn volop betrokken in het publieke debat. Overigens staat hun bijdrage, afgezien van een bewust sociaal engagement en verantwoordelijkheids-gevoel, volledig los van hun communistische verleden."

Begrijpt u? Al deze mensen zijn hier hoogleraar, daar hoogleraar, hier lector (Gabriël van den Brink, politie-akademie), daar "wetenschappelijk medewerker"; velen van hen praten publiek mee over van alles, op TV en in de NRC bijvoorbeeld; allen menen ze ongetwijfeld dat

"hun bijdrage, afgezien van een bewust sociaal engagement en verantwoordelijkheids-gevoel, volledig los van hun communistische verleden."

en allemaal liegen ze dat ze zwart zien, want zonder hun communistisch verleden hadden ze nóóit een aanstelling aan een Nederlandse universiteit gekregen, waar de communisten en de Linkse Kerk immers van 1972 tot 1995 de voornaamste machtsfactor vormden, samen met bestuurders van de PvdA, en de baantjes - ambtelijke aanstellingen voor het leven, als "wetenschappelijk ambtenaar" - aan elkaar toedeelden, want ze waren en zijn allemaal zonder de minste echte wetenschappelijke belangstelling, en hebben allemaal geen intellectueel talent van enige betekenis.

Misschien denkt u dat dit allemaal menselijk-al-te-menselijk is, en dat het niet zo vreselijk veel uitmaakt. Beschouw dan het volgende Schreuders-citaat:

"Op de dag dat ik dit schrijf, 29 januari 2003, komt het toeval me te hulp. De Volkskrant publiceert vanochtend een vraaggesprek met Ella Vogelaar, voormalig lid van de CPN, in de jaren tachtig voorzitter van de grootste onderwijsvakbond (toen nog ABOP geheten) en onlangs benoemd tot president-commissaris van Unilever Nederland, de eerste vrouwelijke presidentcommissaris bij een beursgenoteerd bedrijf in de Nederlandse geschiedenis.
Ella Vogelaar ziet geen tegenspraak tussen haar bestuursfunctie in het bedrijfsleven en haar communistische ervaring. "De maakbare samenleving die de CPN voor ogen had, bestaat niet langer," zegt zij in het interview, maar dit betekent allerminst dat ze met tegenzin terugkijkt op haar communistentijd: "Het heeft haar veel opgeleverd," vertelt ze. Het bracht haar in contact met  "mensen die hun brood verdienden door met hun handen te werken"
en met "Veel CPN-ers die zonder dat ze hadden gestudeerd toch heel erg ontwikkeld waren". Ik weet vrijwel zeker dat zij hierbij ook even heeft gedacht aan mijn vader, die verwarmingsmonteur was en met wie zij in Utrecht in het CPN-bestuur zat, waar ze over buurthuizen en kinderopvang, maar ook over de wereldpolitiek en over de gedichten van Herman Gorter spraken. Wat ik niet zeker kan weten, maar wel aannemelijk vind, is dat mijn twee jaar geleden overleden vader van zijn kant de benoeming van Ella
Vogelaar tot president-commissaris van een kapitalistische gigant als Unilever niet zou hebben beschouwd als "klassenverraad'', maar als een terechte erkenning van maatschappelijke betrokkenheid, realiteitszin en bestuurlijk talent: kwaliteiten die in de CPN om de voorrang streden met dogmatische geloofsijver en intellectuele benepenheid."

Ella Vogelaar is nu minister die honderden miljoenen te verdelen heeft; Paul Scheffer - een pretentieus dwaallicht, die noch kan schrijven noch kan redeneren, en tot 1985 Marxisties Revolutionair was - en Gabriël van den Brink krijgen uitgebreid gelegenheid van Schreuders' gade Elsbeth Etty om in de NRC hun meningen te luchten en hun carrières verder te plaveien, en zus of zo mee te delen in de honderden miljoenen uit te geven aan zogeheten Grote Stads Verbeteringen, namelijk in adviseurschappen, redacteurschappen, en goed betaalde publieke optredens, en we hebben het antwoord op de vraag "Waar zijn de Nederlandse communisten heen?" (van "Mijn generatie van verraders"):

Die Partei hat tausend Augen, en tegenwoordig, na hun door Dutschke en eigen hebzucht, carrière-geilheid, en status-verlangens geïnspireerde "Lange Marsch durch die Institutionen" (ik citeer de Hoogst-Integere Revolutionaire Marxistiese Denker) zitten al die in flutvakken "hoog opgeleide" ex-communisten in de regering, schurken aan tegen de de regering, en vergiftigen de Nederlandse universiteiten en hogescholen met hun onkunde, kul, pretenties, valsheid, en leugens.

Waarschijnlijk letterlijk duizendvoudig, of meer als we de Asva- en Nieuw Linkse PvdA-revolutionairen meerekenen, want zo ging dat in de Nederlandse universiteiten gedurende dekaden: Wie pretendeerde Links te zijn kreeg een baantje, ongeacht talenten; wie zich daartegen verzette werd de universiteiten uitgewerkt.

En laat ik ook nog eens opmerken waarom ik dat zo zeker weet, wat veel te maken heeft met de vier verschillen die ik boven noemde tussen mij en anderen van mijn generatie: Ik ben helemaal niemand tegengekomen van "Mijn generatie van verraders" met de minste werkelijke serieuze belangstelling in wetenschap of zelfs maar in hun eigen marxistische ideologie - alles was een combinatie van pose, wensdenkerij, leugen, bedrog, zowel van zichzelf als anderen, gedreven door de jacht op hoogbetaalde universitaire functies, status, macht, en rijkdom.

Dit is ook wat me er zo in tegenstaat: Lieden in wetenschappelijke functies zonder de minste echte kennis van of talent voor wetenschap - die feitelijke politieke carrièremakers zijn zonder enige andere werkelijke begaafdheid dan scherpe ellebogen en veel (ex-)partijkameraden, die zoveel geruïneerd hebben aan de Nederlandse universiteiten.

Trouwens... wat "klasseverraad" betreft, en Schreuders' zekerheden daarover opgehangen aan zijn vader, vergeleken met de mijne allerminst een gestaald kader, trouwens: Natuurlijk pleegde Ella Vogelaar "klasseverraad" in marxistische termen - net als Scheffer, Schreuders, Etty, Van den Brink etc.; en natuurlijk wisten ze dat héél goed want daar was het ze om te doen. Niet om "het verraad" of "de klasse", maar om de grote financiële en status-voordelen van collaboreren en baantjes-jagen. En precies zo als onder Stalin, want ook dáár maakten alleen de collaborateurs van de machthebbers carrière.

Laatste citaat:

"Ook wegens parlementaire en bestuurlijke verdiensten heeft de Nederlandse overheid enkele communisten blijvend willen eren - iets wat de betrokkenen in de jaren vijftig, toen zij van landverraad werden beschuldigd, voor ondenkbaar gehouden moeten hebben. De centrale hal in het Amsterdams Medisch Centrum is vernoemd naar de inmiddels bejaarde Harry Verheij, oud-wethouder in Amsterdam. In het gebouw van de Tweede Kamer bevindt zich een Marcus Bakkerzaal, een eerbetoon waarover voormalige politieke tegenstanders van het gezaghebbende oud-Kamerlid wel eens hun ongenoegen uiten."

Dit waren twee personen uit de generatie van mijn communistische ouders die, zo geheel anders dan mijn door en door integere ouders, wel carrières maakten in "het kapitalisties bestuursapparaat" en die daar financieel, persoonlijk, en in status en aanzien, zoals het citaat toont, héél wel bij voeren.

Bakker noch Verheij stelden iets voor in het verzet, en zowel de één als de ander schreven de meest gruwelijke teksten: Het Rode Boekje van de CPN, waarmee Bakker en De Groot in 1958 de macht in de CPN grepen met ongelooflijke vuilspuiterij en leugens over mede-communisten die wèl wat hadden voorgesteld in het verzet, is van de hand van Marcus Bakker; het misselijkmakend Gedicht op Stalin dat ik hier nog wel eens zal citeren is van Harry Verheij, en allebei hebben mij op mijn 20ste persoonlijk zwaar belogen, voor hun eigen belang, tegen het belang van anderen.

En ik blijf het zelf ook - gezien de behandeling die integere Nederlandse communisten in de vijftiger en vroege zestiger jaren vaak kregen, zowel van burgers als bestuurders, die uitgesproken schunnig was - zo verbazend vinden dat deze twee figuren wèl geëerd zijn op deze wijze dat ik mij niet kan voorstellen dat ook hier van hun kant geen geheime wederprestatie was, maar ik kan dat niet bewijzen, en als er bewijzen zijn dan zullen die waarschijnlijk pas over een generatie of meer vrijkomen.

Er zijn mensen die mij deze mening kwalijk nemen en die, naar het de lezer niet verbazen zal, verwant zijn aan Marcus Bakker, wat ze van mij mogen (familiegevoelens zijn zelden redelijk)  - maar ja, zelfs toen ik ze aanbood om op mijn site ongecensureerd hun bezwaren uiteen te zetten zwegen ze stil.

Het zal inderdaad hun carrières niet bevorderen, zoveel is waar.

Hoe het zij: Komrij had en heeft overwegend gelijk over "Mijn generatie van verraders" - behalve dat "collaborateurs" de betere term zou zijn geweest: Er werd niet zozeer verraden als carrière gemaakt, voor eigen baat, eigen status, eigen aanzien, eigen macht.

Menschlich-all-zu-menschlich, en érg vals en oneerlijk - maar wel weer precies zo als de grote meerderheid der Stalinistische en Maoïstische carrière-makers, en precies even integer en moreel.


P.S. Aangezien Schreuders ook deze informatie geeft die ik niet wist, en ik al enige tijd van de betreffende niets gehoord heb, maar nu aanneem hem binnenkort in een Vogelaar-gevolg te treffen nog dit citaatje over een vakbondsbons van weleer:

"waarbij in dit bestek een aardige bijkomstigheid is dat ook [Lodewijk - MM] De Waal in de jaren zeventig CPN-lid was. Ik vermeld dit niet om redenen van anekdotiek."

En wellicht is het interessant - bijvoorbeeld i.v.m. persoonlijke integriteit - dat Schreuders' verhandeling dateert van na mijn publikatie op mijn site van al mijn bovengenoemde stukjes. Ik bedoel: Het is niet zo dat hij niet kon weten, op het moment dat hij schreef, van Komrij's artikel, of van mijn stukjes. Ze zijn en waren in ieder geval makkelijk vindbaar via Google, en mijn site was toen al een heel stuk bekender dan alles wat op het internet te vinden is van Schreuders.

Of hij dat wist? Wel, hij heeft een drankprobleem, waarover wellicht later wat meer, in de vorm van een aardige anecdote, die de man redelijk goed treft, in zijn volle menselijkheid.  

Meer Lob der Partei    

P.S. 24 augustus 2009: Er is nu een redelijke samenvatting van mijn hand van het wereldbeeld en taalgebruik van de CPN (bijna af), en een index van alle bestanden van de reeks Lob der Partei.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail