Nederlog        

 

26 maart 2007

                                                                 

Neurotische poŽten

 



Op het moment herlees ik Byron's "Don Juan". Dit is een lang gedicht, dat ruim 500 paginaas neemt in de editie die ik lees, dat werd geschreven tussen 1818 en 1824, en dat nooit afgemaakt is.

De editie die ik gebruik is in Penguin Books, uit 1977, met een eerste druk van deze editie in 1973. De bezorgers zijn Steffan, Steffan en Pratt (*), en de redenen om e.e.a. te vermelden zijn de volgende.

Byron dichtte in heel leesbaar en lichtvoetig Engels, dat makkelijk te volgen is, maar dat ook volstaat met allerlei verwijzingen, citaten en toespelingen die voor niet-specialisten, die bijna twee eeuwen later leven, gewoonlijk niet te volgen zijn, en dus gediend zijn bij heldere verklarende annotaties.

Steffan, Steffan en Pratt geven die annotaties ook, met een totale lengte van bijna 200 paginaas, en ze zijn gewoonlijk heel behulpzaam en instructief, geven allerlei informatie die eigenlijk alleen bekend kan zijn aan specialisten over Byron en zijn tijd, en maken "Don Juan" daarmee een heel stuk begrijpelijker en toegankelijker.

Nu weet ik niet bijzonder veel van Byron, al las ik wel diverse literatuur-geschiedenissen waarin hij behandeld wordt, maar ik meende wel te weten dat hij bisexueel was - doch enigszins tot mijn verbazing, ook gezien het tijdstip van publikatie en de uitgebreidheid, grondigheid en geÔnformeerdheid van de annotaties, vermelden Steffan, Steffan en Pratt geheel niets in hun zeer talrijke annotaties over Byron in verband met homofilie of bisexualiteit.

Dat is wat vreemd - en minstens nogal preuts, zou ik zeggen - en ik zocht dus maar eens op het internet, en vond al snel de Neurotic Poets site die dit stukje z'n titel geeft, waarop een achttal meer of minder neurotische dichters een korte biografie, met illustraties en achtergrond-materiaal krijgen, met vooral veel aandacht voor de meer gestoorde componenten en daden in hun levens.

De openings-pagina begint met het wat bravige, bekende maar wel enigszins terechte

"John Dryden observed in 1681 that "Great wits are sure to madness near allied, And thin partitions do their bounds divide," echoing the observation made centuries ago by the philosopher Aristotle that madness and genius seem to go hand in hand."

Het achttal behandelde grote Engels schrijvende dichters, ook met aanzienlijke persoonlijke problemen, zijn Lord Byron, Percy Shelley, Edgar Allen Poe, Dante Gabriel Rossetti, Emily Dickinson, Oscar Wilde, Dylan Thomas, en Sylvia Plath.

Een en ander is aardig gedaan, voorzien van redelijk wat goed gekozen illustraties, en geeft van alle behandelde dichters een wat minder opgepoetst en gefatsoeneerd beeld dan mij bekend was geworden uit literatuur-geschiedenissen.

De meeste behandelde levens zijn tragisch, en vaak getekend door drank, drugs of depressies, en een mogelijk bezwaar tegen de site is dat deze vooral geconcentreerd is op persoonlijke problemen, en niet op dichterschap.

Daar staat tegenover dat de standaard literatuur- geschiedenissen, inclusief bijvoorbeeld de over het geheel genomen uitstekende annotaties van bijna 200 paginaas lengte van Steffan etc., de meer persoonlijke achtergronden, waanzin, dronkenschap, drugsgebruik, vreemdgaanderij en sexuele eigenaardigheden van grote dichters nogal graag met de mantel der liefde willen bedekken of met wat vage verwijzingen willen afdoen of geheel verzwijgen.

Ik vond deze site aardig en instructief, hoewel wat eenzijdig - maar dat is dan vooral compensatie en als tegenwicht voor bravigheid, verhullingen en mystificaties in vele teksten die de genoemde acht behandelen als dichters.

Trouwens... om een enkeling duidelijk te maken waarom ik Byron leuk vind zijn hier de twee eerste verzen uit Canto IX. En u heeft daarmee ook een kleine proeve van Byron, die als dichter de grote deugd had bombasterij en vage grandioosheid geheel te vermijden:


1.
When Bishop Berkeley said there was no matter
And proved it, 'twas no matter what he said.
They say his system 'tis in vain to batter,
Too subtle for the airiest human head;
And yet who can believe it! I would shatter
Gladly all matters down to stone or lead
Or adamant to find the world a spirit
And wear my head, denying that I wear it.

2.
What sublime discovery 'twas to make the
Universe universal egotism!
That all's ideal - all ourselves. I'll stake the
World (be it what you will) that that's no schism.
Oh doubt (if thou be'st doubt, for which some take thee,
But which I doubt extremely), thou sole prism
Of the truth's rays, spoil not my draught of spirit,
Heaven's brandy, though our brain can hardly bear it.



(*) Het betreft "Lord Byron: Don Juan", edited by T.G. Steffan, E. Steffan and W.W. Pratt, first published in Penguin Education 1973, reprinted with revisions by T.G. Steffan 1977.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail