16 maart 2007


Over William Hazlitt - 2


Het is, geloof ik, nog steeds "De Boekenweek" (gewijd aan "Lof der Zotheid", en gepresenteerd alsof Erasmus een soort voorloper van Kees van Kooten en het Theater van De Lach was); de komende maand zal het weer "Maand Van De Filosofie" zijn (ik weet niet welk thema deze keer verkracht gaat worden, met veel vals vertoon van geleerdheid, in écht Nederlands intellektueel gruwelproza op stelten); "de filosoof" Connie Palmen heeft zojuist haar laatste zogeheten meesterwerk gepubliceerd (over wijlen Peter Schat als blauwbaard)... en om niet te stikken in verachting, en ook omdat ik eergisteren over William Hazlitt schreef, is hier een klein Hazlitt-citaatje, van maar zes zinnen, over een in zijn tijd levende hem persoonlijk bekende Engelse schrijver en filosoof.

Het betreft Samuel Taylor Coleridge, door Hazlitt bewonderd als de grootste spreker in een tijdperk van grote sprekers; door hem betreurd als iemand die z'n grote genie overwegend ongebruikt liet; en die ook, maar aanzienlijk verhulder, door Hazlitt kennelijk werd gezien als de enige Engelse tijdgenoot met mogelijk grotere algemene  intellectuele vermogens dan Hazlitt zelf.

Mijn redenen om het weer te geven gaf ik gedeeltelijk hierboven aan, en bestaan overigens in mijn mening dat Hazlitt tot de drie grootste schrijvers behoort waar ik weet van heb (de andere twee zijn Shakespeare en Montaigne); dat hij in de volgende passage ongetwijfeld ook een deel van z'n eigen ontwikkelings-gang en kennis schetst; en dat het begint met één van de fraaiste lange Engelse zinnen die ik ken.

Ik vermoed dat ik met wat volgt maar héél weinigen plezier, maar het pleziert mij, was het alleen als één enkel klein voorbeeldje van proza en een persoonlijkheid die in Nederland geheel niet en nooit te vinden zijn geweest.

Hier is eerst het citaat, gevolgd door wat terloopse verklaringen - en, als gezegd, Hazlitt spreekt van Coleridge, en doet dat met een mengsel van ironie en bewondering:

Next, he was engaged with Hartley's tribes of mind, 'etherial braid, thought-woven,' -- and he busied himself for a year or two with vibrations and vibratiuncles, and the great law of association that binds all things in its mystic chain, and the doctrine of Necessity (the mild teacher of Charity) and the Millennium, anticipative of a life to come; and he plunged deep into the controversy on Matter and Spirit, and, as an escape from Dr. Priestley's Materialism, where he felt himself imprisoned by the logician's spell, like Ariel in the cloven pine-tree, he became suddenly enamoured of Bishop Berkeley's's fairy-world, and used in all companies to build the universe, like a brave poetical fiction, of fine words - and he was deep-read in Malebranche, and in Cudworth's Intellectual System (a huge pile of learning, unwieldy, enormous) and in Lord Brook's hieroglyphic theories, and in Bishop Butler's Sermons, and in the Duchess of Newcastle's fantastic folios, and in Clarke and South, and Tillotson, and all the fine thinkers and masculine reasoners of that age; and Leibniz's Pre-established Harmony reared its arch above his head, like the rainbow in the cloud, covenanting with the hopes of man - and then he fell plumb, ten thousand fathoms down (but his wings saved him harmless) into the hortus siccus of Dissent, where he pared religion down to the standard of reason, and stripped faith of mystery, and preached Christ crucified and the Unity of the Godhead, and so dwelt for a while in the spirit with John Huss and Jerome of Prague and Socinus and old John Zisca, and ran through Neal's History of the Puritans and Calamy's Non-Conformists' Memorial, having like thoughts and passions with them - but then Spinoza became his God, and he took up the vast chain of being in his hand, and the round world became the centre and the soul of all things in some shadowy sense, forlorn of meaning, and around him he beheld the living traces and the sky-pointing proportions of the mighty Pan; but poetry redeemed him from this spectral philosophy, and he bathed his heart in beauty, and gazed at the golden light of heaven, and drank of the spirit of the universe, and wandered at eve by fairy-stream or fountain,

'--- When he saw nought but beauty,
When he heard the voice of that Almighty One
In every breeze that blew, or wave that murmured' -

and wedded with truth in Plato's shade, and in the writings of Proclus and Plotinus saw the ideas of things in the eternal mind, and unfolded all mysteries with the Schoolmen and fathomed the depths of Duns Scotus and Thomas Aquinas, and entered the third heaven with Jacob Behmen, and walked hand in hand with Swedenborg through the pavilions of the New Jerusalem, and sang his faith in the promise and in the word in his Religious Musings - and lowering himself from that dizzy height, poised himself on Milton's wings, and spread out his thoughts in charity with the glad prose of Jeremy Taylor, and wept over Bowles's Sonnets, and studied Cowper's blank verse, and betook himself to Thomson's Castle of Indolence, and sported with the wits of Charles the Second's days and of Queen Anne, and relished Swift's style and that of the John Bull (Arbuthnot's we mean, not Mr. Croker's), and dallied with the British Essayists and Novelists, and knew all qualities of more modern writers with a learned spirit: Johnson, and Goldsmith, and Junius, and Burke, and Godwin, and the Sorrows of Werter, and Jean Jacques Rousseau, and Voltaire, and Marivaux, and Crebillon, and thousands more: now 'laughed with Rabelais in his easy chair' or pointed to Hogarth, or afterwards dwelt on Claude's classic scenes, or spoke with rapture of Raphael, and compared the women at Rome to figures that had walked out of his pictures, or visited the Oratory of Pisa, and described the works of Giotto and Ghirlandaio and Massaccio, and gave the moral of the picture of the Triumph of Death, where the beggars and the wretched invoke his dreadful dart, but the rich and mighty of the earth quail and shrink before it; and in that land of siren sights and sounds, saw a dance of peasant girls, and was charmed with lutes and gondolas, -- or wandered into Germany and lost himself in the labyrinths of the Hartz Forest and of the Kantean philosophy, and amongst the cabalistic names of Fichte and Schelling and Lessing, and God knows who - this was long after; but all the former while he had nerved his heart and filled his eyes with tears, as he hailed the rising orb of liberty, since quenched in darkness and in blood, and had kindled his affections at the blaze of the French Revolution, and sang for joy, when the towers of the Bastille and the proud places of the insolent and the oppressor fell, and would have floated his bark, freighted with fondest fancies, across the Atlantic wave with Southey and others to seek for peace and freedom -

'In Philarmonia's undivided dale!'

Alas! 'Frailty, thy name is Genius!' What is become of all this mighty heap of hope, of thought, of learning and humanity? It has ended in swallowing doses of oblivion and in writing paragraphs in the Courier. Such, and so little is the mind of man!

Verklarende nootjes:

Hartley: 18e eeuwse bedenker van de associatie-leer: menselijk denken gebeurt door associaties van ideeën.

Priestley: 18e eeuwse radikale dokter, wetenschapper, schrijver en bewonderaar van de Franse Revolutie.

Berkeley: 18e eeuwse Engelse idealistisch filosoof en bisschop van de Anglikaanse kerk. Zeer goede schrijver.

Malebranche: 17e eeuws Frans filosoof en wetenschapper.

Cudworth: 17e eeuwse filosoof, één van de "Cambridge Platonists", die Plato met Christendom trachtten te verenigen

Bishop Butler: 18e eeuwse Engelse voorganger van de Anglikaanse Kerk, scherpzinnig en realistisch moralist, en bedenker van het aforisme "Probability is the very guide of life!"

Clark: Anglikaanse dominée, bewonderaar van Newton, en verdediger van Newton tegen Leibniz.

Leibniz: 17e eeuwse filosoof, wiskundige, hoveling, geschiedkundige, en veelzijdig genie.

Dissent: Rationalistische stroming onder geestelijken en gelovigen in de Anglikaanse kerk, die de drie-eenheid afwezen, en als voorlopers van veel radikale 19e eeuwse bewegingen functioneerden. Hazlitt's vader was zo'n geestelijke, en Hazlitt zelf zou er één geworden zijn als hij niet, reeds als tiener, van het geloof gevallen was.

Huss: 14e eeuwse Tsjechische geloofshervormer, publiek verbrand.

Spinoza: 17e eeuwse Nederlandse filosoof, met joodse achtergrond, aanzienlijk duisterder dan velen duidelijk was (maar zie een Appendix bij Boole's "Laws of Thought").

Plato: Griekse filosoof uit de 4e eeuw voor Chr. Groot schrijver.

Plotinus: Romeinse filosoof uit de 3e eeuw; mysticus, platonist.

Schoolmen: De Scholastici, waaronder begrepen Duns Scotus en Aquinas, die Hazlitt noemt, beide geniaal scherpzinnig.

Behmen: 16e eeuwse mysticus en visionair. Swedenborg was een 18e eeuwse idem.

Swift: 18e eeuws geestelijke, schrijver, dichter en satiricus

Johnson: 18e eeuws schrijver, woordenboekenmaker, en conversationalist.

Burke: 18e eeuws politicus en schrijver. Groot stylist, zeer bewonderd door Hazlitt.

Godwin: Laat 18e eeuwse politieke filosoof en grondlegger van het filosofisch anarchisme.

Rousseau: 18e eeuwse filosoof en schrijver; voorloper van de Franse Revolutie, zeer bewonderd door Hazlitt.

Voltaire: 18e eeuwse schrijver en filosoof; skeptisch deïst.

Rabelais: 16e eeuwse Franse humoristische schrijver en - kennelijk nauwelijks gelovig - theoloog.

Hogarth: 18e eeuwse Engelse schilder en graficus, van vooral satirische stukken.

Raphael: 16e eeuwse Italiaanse schilder.

Kant: 18e eeuwse Duitse filosoof, en moeizaam schrijver, die meende de filosofie voorgoed op orde te hebben gebracht

Fichte: Vroeg 19e eeuwse Duitse idealistische filosoof, net als Schelling.

swallowing doses of oblivion: Coleridge was rond 1800 vanwege een medisch probleem bgonnen laudanum te slikken, wat toen een vrij verkrijgbare oplossing van opium was, met wijd verbreid gebruik als pijnbestrijder. Hij raakte verslaafd, en kwam er nooit meer af, maar leefde nog ca. 34 jaar als - meer of minder - verslaafde.

Opmerking over de geciteerde tekst:

Het bovenstaande citaat is oorspronkelijk te vinden in Hazlitt's essay "Mr. Coleridge" in z'n "Spirit of the Age". De versie die ik weergeef is van het internet geplukt bij, dat de meest uitgebreide collectie van Hazlitt geeft die er op het net te vinden is.

Dit deed ik vanwege het gemak, en ik heb ten gerieve van de lezer de links die de uitgever van de tekst op het internet leverde behouden, maar het bleek dat Mr. Peter Landry, een Canadese advocaat die de BluPete-site opgericht heeft en onderhoudt, onzorgvuldig citeert: Hij bleek de lange eerste zin in vijfen te hebben geknipt, zonder enige aangave daarvan, en  alsof dat vanzelf spreekt. Dit heb ik hersteld, aan de hand van gedrukte edities die ik bezit.

Het is natuurlijk mogelijk dat Mr. Landry een slecht uitgegeven editie correct citeert, maar de drie gedrukte versies die ik heb van het genoemde essay hebben allemaal één zin waar Mr. Landry er vijf geeft - en Mr. Landry zal niet de eerste bezorger van teksten van een ander zijn die beter meent te weten wat en hoe de ander had moeten schrijven, maar niet deed.

Maar goed. Mocht u zich willen verdiepen in Hazlitt - een genoegen dat evenredig groot met uw vermogens zal zijn, aangenomen dat uw Engels goed genoeg is, en u een redelijke algemene ontwikkeling hebt - dan weet u nu waar u zich uitgebreid kunt laven aan een geniale essayist, die overigens ook een zeer moedig, individualistisch en bijzonder man was, en weet u nu ook dat Mr. Landry, die uitstekend werk verrichtte, niet altijd geheel akkuraat citeert.

Daar staat echter tegenover dat hij zich de moeite heeft gegeven een groot deel van Hazlitt's werk op het internet te zetten, wat belangrijk is omdat Hazlitt zo'n groot schrijver en zo'n uitnemend denker was, en omdat z'n werk tegenwoordig heel moeilijk te verkrijgen is, zelfs antiquarisch.

En overigens is de site van Mr. Landry zeer uitgebreid en de moeite waard, met veel essays van eigen hand, die vaak zinnig en geïnformeerd zijn.

Maarten Maartensz


        home - index - top - mail