Nederlog        

 

6 maart 2007

                                                                 

Samen Samen!

 



Het Nederlands heeft een aantal fraaie samentrekkingen, zoals "samenleven", "samenwerken", "samenzijn", die zowel feitelijk adequaat zijn als een heel stuk suggestiever dan hun latijnse tegenhangers, als in het Engels, dat het moet doen met termen als "society" en "cooperation".

Dit zijn natuurlijk ook termen die misbruikt kunnen worden, en de regeringsverklaring van Balkenende IV staat vol van "samen leven", "samen werken" en overige verbale saamhorigheid, of aansporingen daartoe.

Ik heb er twee algemene opmerkingen over, na een persoonlijke ontboezeming die mij eerder ontsnapte, die veel van doen heeft met het feit dat mij individueel veel ontnomen en ontzegd is waar ieder ander Amsterdammer wel recht op blijkt te hebben, maar ik niet, omdat ik me verzette tegen de ruïnering van het onderwijs aan de UvA, en tegen door de Amsterdamse burgemeesters verdedigde harddrugshandel in het pand waar ik woonde.

Maar dit laatste voor het moment overwegend terzijde gesteld - "Nous avons tous assez de force pour supporter les maux d'autrui": Rochefoucauld - heb ik de volgende twee overwegingen over al die verbale saamhorigheid die plotseling o zo Politiek Correct is, en de Nederlanders toegezongen wordt door de nieuwe regeringsleden en hun woordvoerders.

Primo. Ik ben het er helemaal mee ééns - omdat ik zo'n lage dunk heb van het verstand, de kennis en de goede wil van de grote meerderheid, en omdat het historisch alternatief van samen leven samen vechten pleegt te zijn, en dat is heel onverstandig en onredelijk.

Kennelijk heeft de grote Nederlandse meerderheid het nódig, als deze zich minimaal redelijk wil gedragen, dat de verkozen vertegenwoordigers eerst naast typische gemiddelde Nederlanders komen hurken, om deze in korte zinnen van enkele simpele woorden voor te houden wat ze moeten doen en laten, samen, om samen te kunnen leven.

Secundo. Voor mij persoonlijk hoeft dit allemaal echter niet, want ik ben niet zo dom als een kamerlid, laat staan als een doorsneekiezer. En daarbij, om Schopenhauer nog eens te citeren, ook in het kader van al dat voor de doorsnee zo heugelijke, zo heerlijk gezellige samen zijn, samen leven, samen werken, en samen denken:

"'Tout notre mal vient de ne pouvoir être seuls.' sagt Labruyère. Geselligkeit gehört zu den gefährlichen, ja verderblichen Neigungen, da sie uns in Kontakt bringt mit Wesen, deren grosze Mehrzahl moralisch schlecht und intellektuel stumpf oder verkehrt is. (..) An sich selber so viel zu haben, dasz man der Gesellschaft nicht bedarf, ist schon deshalb ein groszes Glück, weil fast alle unsere Leiden aus der Gesellschaft entspringen und die Geistesruhe, welche nächst der Gesundheit das wesentlichste Elements unsers Glücks ausmacht, durch jede Gesellschaft gefährdet wird und daher ohne ein bedeutendes Masz von Einsamkeit nicht wohl bestehen kann."
(p. 126, Schopenhauer: "Aphorismen zur Lebensweisheit", uitg. Goldmann Klassiker)

Maar goed - voor hele domme mensen: In een samenleving moet u samen kunnen leven, als u elkaar niet wilt vermoorden. Voor mij en de mijnen is er echter Petrarca, geciteerd uit hetzelfde fraaie Schopenhauerse boekwerkje:

Cercato ho sempre solitaria vita
(Le rive, il sanno, el le campagne e i boschi),
Per fuggir quest' ingegni sordi e loschi,
Che la strada del ciel' hanno smarrita.


P.S. Moet ik het weer vertalen omdat in het moderne onderwijs jaren besteed worden aan het "leren leren", en geen tijd aan  behoorlijk taal-onderwijs (of wiskunde-onderwijs, of geschieds-onderwijs) wordt besteed? Nu vooruit dan, uit de goedheid van mijn hart - maar niet uit het Duits.

"Nous avons tous assez de force pour supporter les maux d'autrui" = "Wij hebben allemaal genoeg kracht om het leed van anderen te dragen".

"Tout notre mal vient de ne pouvoir être seuls" = "Al ons kwaad komt voort uit ons onvermogen alleen te zijn."

En de bezorger van Schopenhauer vertaalt Petrarca aldus:

"Ein einsam Leben hab' ich stets gesucht
(Bach, Feld und Wald weisz davon zu erzählen),
Von jenem stumpfen Geistern auf der Flucht,
Durch die ich nicht dem Pfad zum Licht kann
                                                    wählen."

De nadruk in de hoofdtekst is van Schopenhauer, en slaat op deze regel: Von jenem stumpfen Geistern auf der Flucht.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail