Nederlog        

 

18 februari 2007

                                                                 

Wonderdoeners

 

 

Ik heb me op deze plaats eergisteren enigszins vrolijk gemaakt over Ronald Plasterk, of althans over zijn buitengewone vermogens, of nog juister: over wat de journalistieke hagiograven in de NRC jubelden over de zeer bijzondere  vermogens en prestaties van dit PvdA-kaderlid. Wellicht verduidelijkt het volgende iets over mijn ongeloof in deze.

Om te beginnen: ik weet - in enigermate strikte zin - vrijwel niets van Plasterk, naast wat de NRC in de door mij besproken hele pagina over de wonderdoener meedeelde. Als ik van al het daarin opgevoerde prachtigs afzie, dan wist ik niet meer dan dat de man hoogleraarde en wel eens columneerde in bladen die ik nooit lees, en zich ooit over het atheïsme uitgelaten had. Dat was tot eergisteren het totaal van mijn Plasterkse kennis.

De NRC heeft me sindsdien een hele pagina gebracht vol informatie over hem, die erop neerkomt dat hij tennaastebij perfekt, "een wereldberoemd wetenschapper", en een universele alleskunner is - een waarachtige homo universalis: zanger, fotograaf, schilder, schrijver, bioloog, professor, politicus, tennisser en nog héél veel meer, àlles in een overtreffende trap van uitmuntendheid, volgens de NRC - en iemand die nooit in ook maar iets tekortschiet, faalt, of niet bovenmatig excelleert ... doch als u mijn desbetreffend stukje hebt gelezen dan weet u dat ik daarover nogal ongelovig ben.

Vanwaar mijn ongeloof?

Het heeft veel van doen met Hume's opstelling over religieuze wonderdoeners en mirakels, die neerkomt op de skeptische vraag wat nu welbeschouwd waarschijnlijker is (redelijker, geloofwaardiger, meer overeenkomend met wat men van de mens en de werkelijkheid weet) - ófwel dat er lang geleden een onmogelijke gebeurtenis heeft plaats gevonden (maagdelijke geboorte, wandeling over onbevroren water, heilige die liep met z'n eigen afgehakte hoofd in z'n handen etc.) ófwel dat wat daarover verhaald wordt niet waar is?

Het heeft ook het een en ander van doen met mijn bekendheid met hoogleraren met PvdA-lidmaatschappen, en met de hele sfeer aan en kwaliteit van moderne Nederlandse universiteiten, en met wat ik weet van hoe een mens carrière maakt in een politieke club als de PvdA.

Misschien kan ik het redelijk als volgt samenvatten.

Eén. Ik heb nog nooit - in een leven dat de senioren-leeftijd bereikt heeft - enig PvdA-lid in of voor enige enigszins betalende publieke functie gezien van ook maar de allergeringste onbetwijfelbare integriteit en rationele vermogens.

En ik heb vele min of meer prominente publieke veelverdieners van de PvdA persoonlijk meegemaakt of mee te maken gehad - Van Thijn, Patijn, Cohen, Oudkerk, Aboutaleb, Cammelbeeck, Poppe, De Hon, Van Kemenade, Gevers, Ter Horst - die je reinste schoften, sadisten, oplichters, miljoenendieven (Poppe, De Hon, Cammelbeeck) of beschermers van de Amsterdamse harddrugsmafia (Van Thijn, Patijn, Cohen, Oudkerk, Aboutaleb) waren.

Twee. Zoals de fraaie Nederlandse democratie is georganiseerd en sedert vele dekaden is gepraktiseerd komt het er vrijwel altijd op neer dat een meerderheid van onbegaafden en onwetenden uit een minderheid van begaafde praatjesmakers, oplichters, poseurs, en carrièremakers kiest wie ze de bestuursmacht overgeeft, vanwege hun praatjes, poses en leugens, en grote handigheid en training in publiek liegen en  poseren.

Het zijn vrijwel altijd niet de besten die verkozen worden in het Nederlands bestuur, maar bijna altijd de meest gewetenlozen, de handigsten, de meest populistische, of de meest modieuze. Hier en daar loopt er nog wel een man of vrouw van enig fatsoen tussen, maar over het geheel genomen is de kans zo iemand te treffen bijna even waarschijnlijk als het treffen van een humanistische wapenhandelaar (of anders is de betreffende van een alles excuserende stupiditeit, natuurlijk: ook dat komt voor, was het maar als excuus voor de rest).

Vandaar dat ik zeer veel behoorlijk goede redenen heb om zo ongeveer niets goeds van Plasterk te verwachten, ook al weet ik niet meer over hem dan het valse jubelproza van de NRC, dat ongetwijfeld even oneerlijk als onwaar is, zelfs als de man op diverse terreinen - biologie of tennissen, bijvoorbeeld - enigermate voortreffelijk zou zijn.

Ikzelf vind dat van een Nederlandse PvdA-professor a priori bijzonder moeilijk te geloven, gezien de rijke overdaad van PvdA-professoren die niets konden dan carrière maken en besodemieterd slecht onderwijs geven.

En ik oordeel hier dus héél empirisch en statistisch verantwoord: Als je onder vijftig X-en negenveertig grote schoften en één grote idioot hebt aangetroffen moet je beter van vertrouwen zijn dan ik, of dommer, om aan te willen nemen dat de volgende X die je treft een genie en een deugdheld is.


P.S. Overigens zie mijn gecombineerde plannen voor de democratie en de bureaucratie, toegelicht in mijn extra hoofdstuk bij 'The Logic Of Moral Discourse'. U mag het met me oneens zijn, uiteraard, maar ikzelf heb mij in ieder geval uitgebreide moeite gegeven mijn meningen te onderbouwen en uit te schrijven.


Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail