Nederlog        

 

16 februari 2007

                                                                 

De zoveelste Neerlandse Leibniz

 

 

Er is weer een nieuwe Neerlandse Leibniz, de zoveelste in de lange rij van Neerlandse 'alleskunners' als Henny Vrienten, 'duizendpoten' als Kasper van Kooten, 'genieën' als Pim Fortuyn, Harry Mulisch en Johan Cruyff, en 'meervoudig hoogbegaafden'  als Willem Duys, G.B.J. Hiltermann, en Herman Brood.

Zijn naam is Ronald Plasterk, en de NRC van vandaag verkondigt het blijde nieuws aldus:

"Met Ronald Plasterk krijgt Nederland een homo universalis als minister voor Cultuur."

Ja, heus: een waarachtige 'homo universalis', en dus géén Albert Mol tiepetje (óók meervoudig begaafd, maar minder hoog, zal ik maar zeggen: meer op kruishoogte, gezien z'n niveau van  humor), maar een échte gelijkwaardige van Da Vinci en Leibniz.

Nu heb ik aan de UvA maar een paar dingen écht geleerd, waaronder dat 'alle mensen zijn gelijkwaardig' (zodat er kennelijk evenveel genieën als Nederlanders, en evenveel geniaal grote kunstenaars als Hazes zijn); dat er geen enkel relevant verschil is tussen mensen ('alles is keus'); en dat ikzelf 'een fascist' ben, volgens de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken en haar kameraden uit de Asva, omdat ik deze evidente waarheden van weleer ontkende toen het heel modieus en zeer carrière-bevorderend was om van de daken te schreeuwen dat Alle Mensen Gelijkwaardig Zijn En Wie Dat Ontkent Een Fascist Is.

Héél erg verbazen doet het me dus niet dat ook Plasterk een 'homo universalis' heet, in Neerland, waar het voorlaatste Neerlandse genie waarover ik dat hoorde de universele polymaat Kasper van Kooten was (zingt, drumt, speelt gitaar én is zoon van: polymaat dus, volgens de interviewende journalist, en Van Kooten zelf, die niet 'nee' zei, of zich verslikte van schrik, doch alleen maar dankbaar lachte dat een ander het ook zo zag als hij).

En ik wist tot heden heel weinig van onze nieuwste Nederlandse Leibniz (hoewel deze toch echt niet zong of voetbalde, zodat zijn genie wellicht zeer betwijfeld moet worden, naar Neerlandse maatstaven gerekend), maar de NRC van heden voorziet in dat gebrek met een hele pagina over Plasterk, de homo universalis.

Wat leer ik daaruit?

Wel, hij is geen biochemicus, zoals ik eerder meende, maar een bioloog, wat een makkelijker studie is. Maar goed, dat is iets, en hij maakte het af, en hoogleraarde erin, al maakt dit een man nog geen universeel geleerde of alleskunner, zelfs niet op z'n Van Kootens.

Verder heeft hij vele columns geschreven, deze polymaat. Gut, een soort Albert Verlinde dus, maar dan met een graad, en niet in de NRC maar de Volkskrant, die ik niet lees.

Een bijzonder muzikale alleskunner is het ook:

"Zijn gitaartechniek demonstreerde hij in een memorabel begin van een Buitenhof-column. Met een soort boswachtershoed op en zichzelf begeleidend op een gitaar zong hij een stukje van Bob Dylans 'Mr. Tambourine Man'."

Da's ongetwijfeld verbazingwekkend knap, voor een bioloog, maar althans dit ligt zèlfs - ik bèn een Dylan-kenner, maar geen grote - binnen mijn toch zeer bescheiden zang-mogelijkheden, en overigens kent Plasterk waarschijnlijk dus geen Brel, want die kon wel écht zingen en teksten schrijven. (Maar in het Frans, dus boven de gemiddelde vermogens van mijn en latere generaties in Nederland studerenden.)

Neerlands meest recente universele genie zingt tegenwoordig echter vooral klassiek, bij wel twee koren, vertelt de NRC, alhoewel ze toevoegt dat "Van de kunsten is literatuur zijn ware liefde", wat ons genie bewees door "Zijn voorzitterschap van de Libris-prijs" (overigens een heel goed betaalde bijbaan, maar dit terzijde), waarover de NRC verder verhaalt dat "Plasterk" bijna  alle voorgedragen boeken las

"vanaf het begin aan, ook al wist hij niet veel van literatuur af."

"De Alleskunner - en niet eens gestorven in z'n eigen kots", dacht ik, jaloers als ik ben op zoveel weerstandsvermogen... maar ja, ik zal hier wel weer "te cynisch" heten, en met een universele laatbloeier van doen hebben.

Toch was Plasterk een echte vroegbloeier met z'n zeer vele  bestuursbezigheden, want hij zat in deze gemeenteraad, in gene gemeenteraad, in dit bestuursorgaan en in die benoemings-commissie, en combineerde dat alles met zijn carrière in De Wetenschap, en met zang, en fotografie, en schilderkunst, en literatuur, waarbij we verder goed moeten begrijpen dat

"Volgens collega-hoogleraar Piet Borst, heeft Plasterk het talent mensen te verenigen."

Je zou dan zeggen: Het is kennelijk in ieder geval een glibber, een gladder, een allemans-vriend, of een handige intrigant, maar ook dat is vast weer o zo vreselijk cynisch gedacht, van mij, over Eén van Ons, zo universeel begaafd ook.

Maar ja, ons zingend en besturend universeel genie

"was een van de auteurs van het PvdA-partijprogramma"

wat wijst op diverse schier bovenmenselijke vermogens tot het zeer dialectisch verenigen van welles en nietes én op de konstante zorg dat alle eigen kameraden en partijvrienden promotie kunnen maken in alle vrijkomende hoogbetalende bestuursfuncties, en het wijst ook op de konstante Plasterkse zorg dat dit carrièremaken voor eigen geld en verbetering voortdurend afgedekt kon worden met loze maar mooi klinkende holle frases uit z'n PvdA-partij-programmaas. ("Samen Sterk!"/ Met Rob Oudkerk / Voor meer socialistisch hoerenwerk.)

Maar onze universele homo, of althans mens, want de alleskunnende man is getrouwd en heeft kinderen (net als de ook al geniale Oscar Wilde, maar dit geheel terzijde), kan echter nog véél en véél meer, als universeel begaafde:

"Plasterk is altijd aan het fotograferen."

en niet alleen dat, voor de Neerlandse gelijkwaardige van Leonardo geldt natuurlijk ook

"Zelf schildert hij sinds kort (..) Portretten naar foto's."

De NRC vergat helaas twee andere schilderende politieke genieën te vermelden (zoals Churchil, zoals Hitler) en een waarachtig schilderend wetenschappelijk natuurkundig genie (Feynman), maar een NRC-redacteur kan niet àlles weten, en het is ongetwijfeld héél knap van Plasterk, ook al is de Plasterkse schilderkunst (anders dan die van Feynman)

"Niet meteen geschikt om in een galerie op te hangen"

volgens "een goede vriend" van Plasterk, die zich hier wel érg afvallig toont, gezien ook De Kunst van een mede-Neder-homo-universalis als Herman Brood, en gezien wat er overigens in Nederlandse galerieën te koop hangt, voor wat de gek ervoor geeft.

Maar terug naar één van de vele kundes, studies en liefdes van de laatste Nederlandse Leibniz:

"Idolaat is Plasterk van J.J. Voskuil. (..) Voskuil hoort voor hem in het rijtje Grote Schrijvers: Nescio, Elsschot, Reve, Hermans."

Hier moet de Nederlandse lezer natuurlijk begrijpen dat alléén volstrekt gehersenspoelde of zwaar chauvinistische buitenlanders (of gekken) àndere namen van Grote Schrijvers zouden kunnen of willen noemen, zoals de - altijd vergeleken met Voskuil - lamentabel beroerd schrijvende, want voor allesweter en alleskunner Plasterk evident niet noemenswaardige zoveelsterangs schrijvertjes Shakespeare, Heine, Montaigne of Hazlitt, die allen gelukkig in Nederland, dat zo'n buitengewoon geniale nationale literatuur heeft, overwegend en terecht onbekend zijn, daar zij de ongelijke strijd moesten verliezen van de overmaat aan Nederlandstalig geniaal werk, zoals dat van J.J. Voskuil.

Literair kritisch is het wetenschappelijk, zingend, besturend, columnerend, fotograferend en schilderend multi-genie ook: Joost Zwagerman schrijft - volgens het multi-genie - "tuttig doorzonproza"; Harry Mulisch schrijft "prut"; en Cees Nooteboom schreef een "pseudo-diep trutboek".

Ik zeg niet nee, maar de NRC bespaart ons de redenen voor het afkeurende oordeel - "tut", "prut", "trut" - van de Universele Mens Plasterk, ook stylisch een evident natuurtalent.

Hier zijn de afsluitende woorden uit het pagina-grote NRC-stuk over de grote denker, doener, schrijver, bioloog, zanger, fotograaf, en politicus:

"Plasterk is succesvol in alles waar hij aan begint, zeggen vrienden en collega's. (..) Het is bijna te veel, bijna eng. Cuppens [vriend en kenner van - M]: 'Een zwakte is hoogstens dat hij denkt alles aan te kunnen. Maar tot nu toe was dat terecht.' Borst [andere vriend en kenner van - M]: 'Veel mensen vinden mij te kritisch of een zeur, maar over Ronald kan ik werkelijk niks negatiefs bedenken. Ik ben dol op hem. Zelfs het voorzitterschap van de tennisclub waar wij inzaten, deed hij goed. Hij is iemand die vijf dingen tegelijk kan doen en alles goed doet. Voor sommige mensen is dat misschien heel irritant: een wereldberoemde wetenschapper die ook nog goede columns schrijft en de politiek in gaat. Die reageren dan zuur, maar dat is gewoon afgunst.'"

Ja, wat wil je - "Zelfs het voorzitterschap van de tennisclub" goed aankunnen, en dan nòg zure reacties van allerlei kleine niets-kunnende afgunstigen:

"Het is bijna te veel, bijna eng."

Toch ben ik niet zuur, al fotografeer en zing ikzelf niet. Ik was zo ongeveer de enige die aan de UvA rond 1982 durfde te zeggen, tegen de latere minister van Binnenlandse Zaken in, toen immers nog de Revolutionair-Rode Guusje ter Horst, dat niet àlle mensen gelijkwaardig zijn - maar hoorde indertijd geheel niets van de cum laude afgestudeerde toekomstige homo universalis Plasterk over deze toen onder PvdA-ers ò zo populaire gelijkwaardigheid van alles en iedereen, zoals dat deze nivellering van allen tot het niveau van de domsten o.a. teveel lof voor Eichmann en lasterlijk voor Einstein was, en niet zo goed voor de Nederlandse beschaving.

Dat een Plasterk in Nederland dus door zou kunnen gaan voor een homo universalis is dan niet zo vreselijk verbazend, want hij heeft het er zelf naar gemaakt dat iedereen dat is als iemand het is.

Toch had ikzelf tot voor kort nog nooit gehoord van "een wereldberoemde wetenschapper" (Borst dixit) als Ronald Plasterk, hoewel hij, volgens z'n eigen politieke ideologie, geheel en al gelijkwaardig moet zijn met Einstein, en ik hoorde nooit van hem omdat ikzelf kennelijk teveel tijd aan wetenschap besteed, en geheel geen tijd aan televisie, waar men deze universele mens bijna iedere avond z'n kunstjes kan zien vertonen, als ik het goed begrepen heb.

Wat ik écht vind, van dit veelvuldige Neder-genie? Twee dingen.

Eén. Hij is vast héél handig in de omgang en heeft waarschijnlijk een snelle, sympathieke en makkelijke babbel, maar excelleert kennelijk toch vooral in het politieke en intrigerende, en niet in het wetenschappelijke. Anders had hij immers toch wel minstens één Nobel-prijs ontvangen, en had ik véél eerder gehoord van iemand met zoveel carrière-mogelijkheden, en een dusdanig buitengewoon grote begaafdheid voor alles - een ware Hazes onder biologen, een Brood onder wetenschappers.

Twee. Ik vermoed dus dat het eigenlijk véél waarschijnlijker is dat we hier wéér een handige PvdA-carrièremaker plus hoogleraar hebben, zoals ik er zoveel heb meegemaakt, dan iemand die ook maar zoveel als een lichtjaar in de buurt van Von Neumann of Feynman komt, laat staan van Leibniz.

Ik ben dus weer wat pessimistischer over de verbetering van het onderwijs in Nederland, maar wel véél optimistischer over de kansen een zingende minister te kunnen horen, ooit. Het volk vindt dat immers leuk, en veel leuker dan goed onderwijs. En wie weet brengt deze homo universalis het nog eens tot MP. Voor de biologie of de wetenschap zal dat geen verlies zijn - want in de hele pagina vol NRC-lof voor deze supermens heeft geen wetenschappelijk partijvriend of kennis gezegd dat er met Plasterk's ministerschap ook maar iets verloren zou gaan voor de wetenschap of de biologie of het onderwijs. Dat zal dan ook niet het geval zijn, al kan het, naar ik wil aannemen, heel wel mogelijk een flink verlies voor de fotografie zijn.


P.S. Er wordt in Nederland heel veel gelogen, en heel graag opgezien tegen en kontgelikt bij autoriteiten en machthebbers. En als Plasterk wèrkelijk ook maar voor eentiende of eentwintigste zo wetenschappelijk begaafd was als de anaal zo zeer begaafde NRC-journalisten suggereren en beweren dan had hij - zie over Fokke en Sukke in Koppengalerij - natuurlijk nooit een politieke carrière gemaakt of geambieerd. Wie heeft er immers buiten wiskundig geïnteresseerden van Gauss, Hamilton of Erdös gehoord? Of L.E.J. Brouwer, als het dan om Hollanders zou gaan? Bijna niemand. Toch waren dat échte genieën - en kan iemand die tijd en lust heeft om uitgebreid carrière te maken in de Nederpolitiek dat onmogelijk zijn, vergeleken met de genoemden, hoe handig en glad hij overigens mag zijn.

Maarten Maartensz

 

        home - index - top - mail